
 {"id":489481,"date":"2021-01-26T15:56:49","date_gmt":"2021-01-26T14:56:49","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=489481"},"modified":"2021-01-26T15:56:49","modified_gmt":"2021-01-26T14:56:49","slug":"literaire-kroniek-denis-diderot","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/literaire-kroniek-denis-diderot\/","title":{"rendered":"Literaire Kroniek: De levendige (en tikkeltje vreemde) kunstkritiek van Denis Diderot"},"content":{"rendered":"<p>\u2018Ik weet niet wat ik van deze man moet zeggen. Verval van smaak, kleur, compositie, karakter, expressie en de kunst van het tekenen hebben bij hem gelijke tred gehouden met moreel verval.\u2019 Dit schrijft Diderot in 1765 over Fran\u00e7ois Boucher, de schilder van wufte, veelal in de kleur van roze billetjes uitgevoerde idyllische taferelen. \u2018Deze man neemt alleen het penseel op om ons borsten en billen te laten zien. Ik ben blij dat ik ze mag zien, maar niet als ze zo brutaal worden aangeprezen.\u2019<\/p>\n<p>En juist Boucher werd de eerste onder de hofschilders van Lodewijk XV. Hij mocht de wanden van het paleis in Versailles opluisteren.<\/p>\n<p>Diderot was zo ongeveer de eerste kunstcriticus toen hij er een gewoonte van ging maken de tweejaarlijkse tentoonstelling in de Salon Carr\u00e9 van het Louvre te bespreken. Dat deed hij voor de<em> La correspondance litt\u00e9raire<\/em>, <em>philosophique et critique<\/em>, het tijdschrift dat zijn Duitse, in Parijs wonende vriend Melchior Grimm redigeerde. Dat was een veeleisende taak die hij desondanks genereus verrichtte.<\/p>\n<h5>handelaars in vrees en hoop<\/h5>\n<p>Het uitzonderlijke aan het tijdschrift was dat niet veel mensen het onder ogen kregen: het bestond uit een oplage van vijftien handgeschreven exemplaren. De abonnees waren hoofden van een aantal Europese vorstenhuizen en de tsarina van Rusland, Catharina de Grote. V\u00f3\u00f3r Diderot in 1759 met zijn werk als kunstcriticus begon had hij een voorganger in \u00c9tienne Le Font de Saint-Yenne, de \u2018vader van de kunstkritiek\u2019, de eerste die zijn oordeel gaf en het niet liet bij biografische bijzonderheden en het beschrijven van wat op een schilderij te zien was. Het eigen exemplaar van Melchior Grimm zal ongetwijfeld van hand tot hand zijn gegaan zodat de door Diderot besproken kunstenaars wel wisten hoe hij over hen dacht.<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Mijn beste werk is een schatkamer aan grapjes, soms luchtig, soms pittig.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>Diderots besprekingen van de Salons zijn niet erg bekend, zeker niet in vergelijking met zijn reputatie als samensteller van de vermaarde <em>Encyclop\u00e9die<\/em>. Ze lijken veelal begraven in zijn vele delen omvattende <em>Oeuvres compl\u00e8tes<\/em>. Terwijl hij dit werk zelf in een brief aan zijn vriendin Sophie Volland wat overdreven \u2018in alle opzichten mijn beste werk\u2019 noemde, \u2018de afwisselende toon, de verscheidenheid aan onderwerpen, de rijkdom aan idee\u00ebn die, naar het mij lijkt, nooit in enig ander brein dan het mijne zijn opgekomen. Het is een schatkamer aan grapjes, soms luchtig, soms pittig. Soms is het niet meer of minder dan een gesprek bij het haardvuur, dan weer is het zo welsprekend of diepzinnig als men zich denken kan.\u2019<\/p>\n<p>Ook beviel het Diderot dat hij zijn weldoenster Catharina de Grote \u2018enkele momenten vermaak\u2019 had geschonken en \u2018hier en daar fanatisme en vooroordelen heb uitgeroeid, en vorsten de les heb gelezen, al zullen ze er geen haar beter van worden; maar ze zullen althans de waarheid hebben gehoord, onverbloemd en wel. Ik stel hen aan de kaak, hier en daar, en schilder hen af als de handwerkslieden van ongeluk en begoocheling, handelaars in vrees en hoop.\u2019<\/p>\n<h5>wat een kunst is dat schilderen!<\/h5>\n<p>Zoals te zien is aan zijn behandeling van Boucher en zijn idyllische tafereeltjes was het Diderot ondanks zijn grapjes ernst. In het jaar 1765 leverde hij niet alleen detailkritiek op afzonderlijke schilders en schilderijen, maar schreef hij ook een algemener <em>Essai sur la peinture<\/em> van een kleine honderd pagina\u2019s. Dat essay, waarin hij zich afzet tegen de funeste en hardnekkige invloed van de offici\u00eble opleiding van de Acad\u00e9mie des Beaux Arts, is nu in het Nederlands vertaald onder de titel <em>Wat een kunst is dat schilderen!<\/em>, aangevuld met het uitvoerige commentaar dat Goethe erop had toen hij het essay in 1798 in het Duits vertaalde. Diderot was toen al veertien jaar dood, dus een polemiek kun je het niet noemen. Goethe licht fragmenten uit het essay en verdedigt in zijn commentaar zijn classicistische standpunt tegenover de kunstzinnige vrijdenker Diderot.<\/p>\n<p>Voor Diderot was alles wat van de Acad\u00e9mie kwam gekunsteld, vals, formalistisch en schools. \u2018Expressie\u2019 en \u2018geestdrift\u2019 was steevast afwezig, het concept van een schilderij bevatte nooit een \u2018leidende gedachte\u2019 die gezag uitoefende over alle andere gedachten. Er moest voor Diderot \u2018kracht\u2019 in het onderwerp zitten en die ontstond door het aanwenden van kleur, clair-obscur, compositie en expressie, schrijft hij in zijn essay: \u2018V\u00f3\u00f3r alles: raak mij, verbaas mij, verscheur mij; laat mij huiveren, huilen, beven, wind mij op; daarna mag je mijn ogen plezieren, als je dat kunt.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Diderot ging zo vrijzinnig te werk dat hij in zijn fantasie in een schilderij rond ging lopen en alles wat er op te zien was als iets werkelijks ging beschouwen.<\/p><\/blockquote>\n<p>Het is jammer dat in het boek geen voorbeelden staan van de manier waarop Diderot over afzonderlijke schilders en schilderijen in zijn Salons schreef. Hij had zo zijn favorieten in de genre-en stillevenschilder Chardin, in Lagren\u00e9e (van wie de koning een schilderij heeft dat Diderot van plan is te stelen), Greuze en de jonge alleskunner Loutherbourg.<\/p>\n<p>Diderot ging in zijn Salon-besprekingen zo vrijzinnig te werk dat hij in zijn fantasie in een schilderij rond ging lopen en alles wat er op te zien was als iets werkelijks ging beschouwen. Zoals met de zee- en havengezichten van Claude-Joseph Vernet, een van zijn andere favorieten. Hij wordt zo lyrisch van een Vernet dat hij als het ware in een schilderij dat hem bevalt stapt. De zee gromt, de wind fluit, de zon glipt door de wolken, de masten slaan: wat hij ziet ondergaat hij fysiek. Maar hij kan daarna ook (en dat is typisch Diderot) van het ene moment op het andere een schilderij op een zakelijk-filosofische manier beschrijven en analyseren.<\/p>\n\n<h5>kunst en natuur<\/h5>\n<p>Die afwisseling van kritisch, lyrisch, filosofisch-analytisch maken de \u2018Salons\u2019 tot de levendigste en vreemdste beschouwingen in de kunstkritiek. Het schilderij \u2018Meisje dat treurt om haar dode vogeltje\u2019 van Jean-Baptiste Greuze, een andere favoriet, bevalt hem zo zeer dat hij met het meisje in gesprek gaat en er toe verleid wordt haar voor te houden dat ze eigenlijk niet om haar vogeltje treurt, maar om haar verdwenen geliefde. Hij vertelt haar zelfs wat er zich tussen hen heeft afgespeeld en laat zijn vriend Grimm weten dat ze daarom moest glimlachen. Wat hem er weer niet van weerhoudt om op te merken dat Greuze haar een arm heeft gegeven van een achttienjarige, niet van een vijftienjarige. De arm is iets te dik.<\/p>\n<p>Diderot en Goethe verschilden sterk van mening over de verhouding tussen kunst en natuur. Wanneer een kunstenaar eenmaal een object uit de natuur heeft aangeraakt bestaat het daarna niet meer als natuur, beweerde Goethe: hij sprak dan over kunst als een \u2018tweede natuur\u2019. Die tweede natuur ontstond te vaak aan de hand van wetten, regels en conventies, bij uitstek het terrein van het academische mani\u00ebrisme. Die haalde de natuur uit de natuur. Diderot zag dat gebeuren bij de bestudering van de anatomie. Door daar zoveel nadruk op te leggen werd de Acad\u00e9mie een \u2018manierenwerkplaats\u2019 waar elk leven, elke natuur, uit verdwenen was.<\/p>\n<blockquote><p>Je zag aan de heftigheid waarmee daar toen op werd gereageerd dat schrijvers niet graag het verwijt krijgen dat ze langs academische regels te werk te gaan.<\/p><\/blockquote>\n<p>Diderot maakte dan ook bezwaar tegen \u2018ideale proporties\u2019: \u2018die kunnen niet op tegen het absolute gezag van de natuur zelf.\u2019 Wat de kunstenaar de mens voorschotelt, zei Goethe, \u2018moet bevattelijk en aangenaam\u2019 zijn, wat duidelijk in de richting van het classicisme ging, van het niet-afwijkende. Goethe was zich duidelijk aan het afzetten tegen de grillen van de romantiek. Goethe en Diderot hadden allebei een grote belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek. Diderot als samensteller van de <em>Encyclop\u00e9die<\/em> en Goethe in zijn hoedanigheid van natuurvorser. Maar bij Goethe kwam die belangstelling via kennis in de kunst terecht. Bij Diderot kwam die belangstelling via ervaring en intu\u00eftie in de kunst terecht.<\/p>\n<p>Je zou denken dat zo\u2019n discussie tussen Diderot en Goethe over de verhouding kunst-natuur iets van ver weg in de achttiende eeuw is. De laatste keer dat de kwestie van het academisme zich voordeed was in de jaren tachtig van de vorige eeuw toen de schrijvers van de <em>Revisor<\/em> (onterecht) academisme werd verweten omdat ze op de universiteit met de regels van de kunst kennis hadden gemaakt, en die dan ook wel zouden hebben toegepast in hun romans en verhalen. Wat niet het geval was. Je zag aan de heftigheid waarmee daar toen op werd gereageerd dat schrijvers niet graag het verwijt krijgen dat ze langs academische regels te werk te gaan.<\/p>\n<p>Daar zou Diderot alle begrip voor hebben gehad. \u2018Raak mij, verbaas mij, verscheur mij, laat mij huiveren\u2019 krijg je niet voor elkaar met wetten en regels.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p><em>Wat een kunst is dat schilderen! Essay over de schilderkunst, de Salon van 1765 en commentaren door Denis Diderot, Johann-Wolfgang von Goethe, Thomas Crow en Philippe Junod<\/em> is vertaald door Niko Koers en uitgegeven door A.A. Hoogteiling.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>\u2018Ik weet niet wat ik van deze man moet zeggen. Verval van smaak, kleur, compositie, karakter, expressie en de kunst van het tekenen hebben bij hem gelijke tred gehouden met moreel verval.\u2019 Dit schrijft Diderot in 1765 over Fran\u00e7ois Boucher, de schilder van wufte, veelal in de kleur van roze billetjes uitgevoerde idyllische taferelen. \u2018Deze [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2850,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-489481","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-literaire-kroniek"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/489481","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=489481"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/489481\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/2850"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=489481"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=489481"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}