
 {"id":475805,"date":"2019-07-21T14:21:10","date_gmt":"2019-07-21T12:21:10","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=475805"},"modified":"2020-07-21T14:30:28","modified_gmt":"2020-07-21T12:30:28","slug":"de-nozems-van-de-nieuwendijk","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-nozems-van-de-nieuwendijk\/","title":{"rendered":"De nozems van de Nieuwendijk"},"content":{"rendered":"<p>In een serie van drie reportages geven Jan Vrijman en Ed van der Elsken hun kijk op de bandeloze, opgeschoten straatjeugd, een probleem niet enkel van Amsterdam, maar van vele andere steden over de gehele wereld. Op deze pagina vindt u hun eerste verslag, waarin deze jongelieden aan het woord komen in hun eigen, rauwe taal. De volgende week bespreken zij de moeilijkheden van de jeugdleiders, die weinig of geen vat hebben op deze jonge mensen. Daarna zullen zij, in hun laatste reportage, trachten het \u201evraagstuk der nozems\u201d samen te vatten.<\/p>\n<p>Vrijman en Van der Elsken hebben getracht het standpunt van deze jeugd te begrijpen en naar voren te brengen. Zij oordelen niet. Zij beseffen dat begrip nodig is voordat men met de oplossing van het probleem kan beginnen. Gaarne erkennen zij dat anderen meer bevoegd zijn dan zij om te helpen. Uit hun verslagen blijkt echter hoe dringend een oplossing nodig is.<\/p>\n<h5>Deel 1 (20 augustus 1955):<\/h5>\n<p class=\"item-paragraph\">Praten met de Papoea\u2019s van Nieuw-Guinea is eenvoudiger dan spreken met de jongens van de Nieuwendijk. Zes avonden slenterden we de zeshonderd meter van de Dam naar de Martelaarsgracht heen en weer. Op zaterdagavond riepen de nozems: \u2018H\u00e9 bril, je heb wat onder je neus hangen!\u2019 Zondagavond: \u2018Daar heb je die schurftkoppe weer.\u2019 Maandagavond schopten ze een leeg groentenblik over onze hoofden. Dinsdagavond, beter geluimd: \u2018He Americano, will you boxen!\u2019 Woensdagavond, slecht gehumeurd, liepen ze achter ons aan, trapten op onze hakken en stompten ons tegen de schouders. Donderdagavond, bij een poging tot conversatie: \u2018Wat wou je? Een foto maken? Kom, lazer op, rotsnor. Zeker om in de krant te zetten met d\u2019r onder: het geteisem van de Nieuwendijk. Loop naar je oue moer.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Fijne griet. Heb ik een maand mee gelopen. Nou heb ze het afgemaakt, omdat ik geen vaste baan heb. Ze kan de senuwe krijgen.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">De mensen van Mars leken toegankelijker dan de nozems van de Dijk. Maar op vrijdagavond stond er een alleen op de hoek. Hij zag er somber uit, we gingen zonder een woord te zeggen naast hem staan. Zo stonden we daar met z\u2019n drie\u00ebn op de hoek. Drie nozems van de Nieuwendijk.<\/p>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-ph\">\n<h5 class=\"item-header\">Drie knallen<\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Na een paar minuten kijkt hij opzij naar het toestel van de fotograaf. Hij steekt z\u2019n hand uit en pakt de camera. Hij zegt: \u2018Goeie lens. Leica. Me broer heb ook een Leica.\u2019 De nozem laat het toestel los, steekt z\u2019n handen weer in z\u2019n zakken en fluit naar een meisje, dat ijverig voorbijloopt. \u2018H\u00e9 Kleintje Pils! Verrek je bene niet!\u2019 Hij wijst haar na met z\u2019n hoofd: \u2018Fijne griet. Heb ik een maand mee gelopen. Nou heb ze het afgemaakt, omdat ik geen vaste baan heb. Ze kan de senuwe krijgen.\u2019<br \/>\nHij grijpt in z\u2019n binnenzak, een portefeuille vol papier komt tevoorschijn; diploma van een boksclub, kaarten voor de speedway, foto\u2019s van allerlei meisjes, een circulaire met pin-upplaatjes, en eindelijk een stel portretten van een keurige oude vrouw. De nozem laat ze zien: \u2018Me moeder. Die heb me broer gemaakt, vlak voor ze dood ging.\u2019 De foto\u2019s terug in de portefeuille, de handen weer in de zak. Hij fluit naar de meisjes, hij schreeuwt naar voorbijlopende nozems, maar hij blijft alleen. Waar zijn je vrienden? De nozem zegt: \u2018In de Royal, d\u2019r is een nieuwe film. Ik was te laat. De senuwe.\u2019 Hij spuugt op de grond. Er komt een soldaat voorbij, de nozem zegt: \u2018Daar heb ik ook een jaar in gezeten, die rottroep. Ik heb een geweer meegejat naar huis. Ik had liever een bren meegejat, dat vin-ik het fijnste wapen. Op je buik in de hei achter een bren, en dan maar kanjere. Vuurstoten van drie. Een keer kreeg ik dertig magazijnen, binnen tien minuten had ik ze allemaal leeggeraffeld. Ik heb ook een revolver.\u2019 Hij steekt z\u2019n hand in z\u2019n achterzak en haalt er een kort, massief wapen uit, hij richt het op m\u2019n benen, duwt een pal om en vuurt drie keer. Drie korte, scherpe knallen op de Nieuwendijk. Mijn knie\u00ebn trillen, maar ik voel niets. De nozem bergt het wapen weer op. \u2018Luchtpistool,\u2019 zegt hij. Twee ge\u00fcniformeerde mannen zijn op een paar meter afstand blijven staan, ze kijken naar de nozem, de nozem kijkt fluitend langs hen heen. De langste agent zegt: \u2018Als ik je nog es zie met dat ding zet ik je een nacht in de bak.\u2019<\/p>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-ph\">\n<h5 class=\"item-header\">Kleintje pils<\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Met zware passen lopen ze door. De nozem zegt uit z\u2019n mondhoek: \u2018Krijg de ziekte.\u2019 Even later: \u2018De smerissen van de Dijk zijn het grootste tuig dat er rondloopt. Ze slaan je rot met hun knuppels.\u2019 Hij zwijgt opeens en doet twee stappen vooruit, hij houdt een meisje staande, hetzelfde meisje van daarnet, het grietje waar hij een maand mee gelopen heeft. Ze heeft een nylonbloesje en een everglazerok aan.<br \/>\n\u2018Lamelos,\u2019 zegt het meisje. De nozem heeft zijn voet voor de hare gezet, hij zegt: \u2018Morgenmiddag gooi ik me motor uit elkaar.\u2019 \u2018Moet jij weten,\u2019 zegt Kleintje Pils. \u2018Zondag gaan ik een end rije, naar de Veluwe.\u2019 \u2018Je doet maar,\u2019 zegt ze, \u2018Je ken mee, achterop,\u2019 zegt de nozem. \u2018Met jou niet,\u2019 zegt meisje everglaze, ze duwt hem opzij en spankert door. De nozem komt weer bij ons staan en spuugt op de grond, hij neemt een sigaret aan. Hij zegt: \u2018De senuwe voor die meid. Ze wil alleen met me gaan als ik me verloof. Als ik een vaste baan heb.\u2019 Waarom doe je dat dan niet, nozem? \u2018Ik zal wel uitkijken. Ik ga me daar doodwerken voor een baas. Allemaal uitzuigers. Nou willen ze je graag hebben, maar als ze je kwijt kunnen trappen ze je de straat op. Me vader is vroeger drie jaar achter mekaar werkeloos geweest, geen baas wou hem hebben. Toen was het hun tijd. Nou is het onze tijd. Als het me bij een baas niet bevalt zeg ik aju, en ik heb morgen een andere. Al die gozers die zo hard werken en studeren belazeren hun eigen. Met de crisis kunnen ze ook gaan steuntrekken. Ik laat me niet smousen, door niemand, het is toch allemaal een grote zwendel.\u2019 De nozem is onrustig geworden, hij loopt een eind de Dijk op om op een klok te kijken, hij komt terug, neemt nog een sigaret aan en zegt: \u2018Vorige week was hier een vent van een clubhuis met van die biljetjes, of we op een feestavondje wouen komen. Voor de gein ben ik er naar toe gegaan. Je kon er biljarten en pingpongen en weetikveel. Maar d\u2019r is geen avontuur te beleven, en ze proberen je meteen naar de kerk te krijgen. Allemaal niks.\u2019<\/p>\n<h5><span style=\"font-family: 'Neue Helvetica W01', sans-serif; font-size: 1rem; font-weight: bold; text-transform: uppercase;\">Amerikaantje<\/span><\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Het is kwart over negen, de Cinema Royal loopt uit, het wordt druk op de Nieuwendijk. En opeens is de nozem niet meer alleen, hij staat tussen tien andere nozems. \u2018Wat was het voor een film?\u2019 \u2018Een kolerefilm.\u2019 Er wordt niet verder over de film gepraat, ze staan in een kluit op de hoek. Ze praten, ze roepen, ze zingen. Ze schreeuwen elkaar in korte zinnen de gebeurtenissen toe die ze de afgelopen dag hebben meegemaakt. Ze nemen elkaar in de maling. Ze spelen voor komiek, ze doen schijngevechten. Ze schreeuwen naar voorbijgangers, ze leveren commentaar op alles wat ze zien. De keurige bebopjongens met korte haren en smalle broekspijpen: \u2018He, swingnozems, hoog water!\u2019 Ze schouwen de meisjes die gekunsteld voorbijdribbelen, ze roepen ze aan, ze houden ze op, ze treiteren goedaardig. De meisjes laten zich ringeloren, daar zijn ze voor gekomen. Soms krijgt een nozem een meisje apart, hij smoest wat met \u2019r. Ze lopen samen weg, de Dijk op, dan begint een romance van drie dagen. De nozems vervelen zich niet, ze zijn druk in de weer, ze rumoeren op de hoeken van de Nieuwendijk, koppels agenten slenteren voorbij en bemoeien zich er niet mee. De nozems amuseren zich, ze spelen. \u2018Jongens, effe een Amerikaantje.\u2019 Een nozem legt zijn linkerhand op zijn rechterbovenarm, drie anderen gaan achter hem staan, een van hen geeft de voorste een lel, de nozem moet raden wie dat deed. De nozem raadt mis. hij raadt nog eens mis, hij raadt raak, er wordt gelachen, er wordt gegierd, er wordt gebruld.<br \/>\nDe nozems vervelen zich niet, ze hebben avontuur, ze leven. Ze leven vandaag, dit moment, nu. Maar morgen, nozem, denk je dan nooit eens aan de dag van morgen? De nozem haalt zijn schouders op, spuugt op de grond en zegt: \u2018Morgen komt er weer een dag.\u2019<\/p>\n<h5>Deel 2 (27 augustus 1955):<\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-ph\">\n<h5 class=\"item-header\">Ze komen niet<\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Overal in de grote steden vindt men protestants-christelijke of katholieke of \u2018neutrale\u2019 verenigingen en clubhuizen, die de opgeschoten jeugd van de straat willen houden. Die clubhuizen zijn heus niet kinderachtig. De leiders van die clubhuizen zijn joviale sergeant-majoors die b\u00e9st een stootje kunnen hebben. Want ze weten: we moeten de jongens op hun eigen manier aanpakken, geen halfzacht gedoe, dan komen ze helemaal niet. U moet niet denken dat u in protestants-christelijke clubhuizen een bijbel ziet liggen of een vrome scheurkalender ziet hangen. Niets daarvan. Wel ziet u de inventaris van een buurtcaf\u00e9: een biljart, een tafel met klaverjaskaarten en soms een buffet waar je coca-cola en flesjes bier kunt krijgen. Als een van de jongens aan het biljart vloekt bij het missen van een carambole, is er geen pater die een kruis slaat, geen dominee die achterover valt. Nee, de kerk heeft weer de taal geleerd van het gemene volk, de kerk wil niet naar de hel en stuurt daarom zijn heiligen naar het vagevuur om de brandenden ter plaatse te bekeren. Zo is het gesteld met de club- en verenigingstehuizen voor de straatjeugd in onze grote steden. Maar de nozems komen er niet.<\/p>\n<blockquote>\n<p class=\"item-paragraph\">Maar wie maakt zich druk om de Wanhoop der Natie, om de nozems op de hoek van de straat? Niemand.<\/p>\n<\/blockquote>\n<p class=\"item-paragraph\">\nIk heb ook niet de indruk dat de kerkelijke of humanistische jeugdleiders zich erg druk maken om de nozems. Ze hebben het druk genoeg met de opgeschoten jongens, die w\u00e9l in hun clubhuizen komen, die w\u00e9l pingpongen, sjoelbakken, biljarten of knutselen in \u2018verantwoorde omgeving\u2019. Wat zijn d\u00e1t dan voor jongens? Dat zijn prima jongens, uit degelijke socialistische, communistische of kerkelijke gezinnen. Het zijn \u2018positieve\u2019 jongens, die van huis of van nature het geloof in de maatschappij hebben meegekregen. Het zijn jongens die in die maatschappij iets willen worden: een goed bankwerker op de fabriek, een goed lasser op het dok, een goed timmerman, een goed monteur \u2013 en stellig allemaal een goed huisvader met een brave vrouw en lieve kinderen. Het zijn fijne, opbouwende jongens, die hun plaats in de samenleving begrijpen, die beseffen dat de straat niets voor hen is, dat ze er alleen kunnen komen als ze goed werken en flink leren.<br \/>\nHet is de Hoop der Natie, en daarmee hebben de jeugdleiders het verschrikkelijk druk: feestavondjes in elkaar zetten, jeugdmoeilijkheden behandelen, gesprekken van man-tot-man, kampeerkampen organiseren. Maar wie maakt zich druk om de Wanhoop der Natie, om de nozems op de hoek van de straat? Niemand.<\/p>\n<h5><span style=\"font-family: 'Neue Helvetica W01', sans-serif; font-size: 1rem; font-weight: bold; text-transform: uppercase;\">In de smiezen<\/span><\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Soms is er een jeugdleider die zijn geweten voelt knagen, hij probeert er achter te komen wat die nozems bezielt. Wat bezielt jullie, vraagt hij, en ze houden hem voor de gek, ze lachen hem uit, ze joelen hem weg. Een pater hoeft zich op de Nieuwendijk niet te vertonen, de nozems draaien zich om als hij ze aanspreekt. Als het nou een motorkampioen was, of een bokser \u2013 maar zo\u2019n vrome kraai. En met de dominee en de humanistische jeugdleider vol idealen is het hetzelfde gesteld: de nozems lachen ze uit, ze hebben die halfgare smoesjesmakers in de smiezen. Pater, dominee en humanistische jeugdleider keren gedesillusioneerd terug naar hun clubhuis en verwarmen zich aan het hartelijk onthaal dat hen daar door hun eigen vertrouwde jongens wordt bereid. En de nozems blijven ongrijpbaar. Ze staan op de hoeken van de straat, ze zitten op vensterbanken, ze hangen in portieken. Ze pronken met hun mooie pakken, maar ze deugen nergens voor. Ze zijn te ellendig om een goed vak te leren, ze halen allerlei wandaden uit, ze vervallen van kwaad tot erger. Dat zeggen de teleurgestelde paters, dominees en humanistische jeugdleiders. En ze hebben het mis. De nozems zeggen: niet wij, maar jullie zijn fout. Jullie kunnen de nozems niet grijpen, omdat jullie de nozems niet begrijpen. Omdat jullie niets begrijpen van die nieuwe, naoorlogse nozemtijd.<\/p>\n<h5>Deel 3 (3 september 1955):<\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Hoe worden die groepen van tien, twaalf knapen, die zich op vaste straathoeken hebben gevestigd, gevormd? Meestal komen ze uit \u00e9\u00e9n buurt, soms vinden ze elkaar doordat ze een gemeenschappelijke belangstelling hebben. De nozems van de Nieuwendijk wonen geen van allen op de Nieuwendijk. Ze wonen in de Jordaan. Ze wonen op de Eilanden. Ze wonen in de Vinkenstraat. Zelden komen ze uit de \u2018donkere buurt\u2019 , van de Burgwallen \u2013 dat is een andere clan, die zich op de Zeedijk of de Nieuwmarkt verzamelt. Allemaal verschillende clans, die elkaar soms opzoeken en elkaar \u2013 groep tegen groep \u2013 aftuigen, maar allemaal dezelfde nozems. Allemaal jongens die geloven dat het stuk vandaag speelt, en dat er morgen w\u00e9\u00e9r een dag komt.<\/p>\n<p class=\"item-paragraph\">Op de Nieuwendijk heeft elke troep z\u2019n eigen hoek. De nozems vinden elkaar daar, zoals zakenmensen en kunstenaars elkaar vinden op hun soci\u00ebteit. Een clan staat op de Royalhoek. Een tweede clan heeft zich genesteld op de hoek van de Kolksteeg, tegenover caf\u00e9 Van Beeren. De derde heeft de Bocht van de Nieuwendijk als standplaats. Ze komen afzonderlijk of in kleine groepjes uit hun straat, ze vinden elkaar op hun hoek. Kom niet aan hun hoek. Nozems die ergens anders thuis horen, worden op hun hoek niet geduld. Op de Nieuwendijk vind je nozems van judo- en boksclubs, op de Haarlemmerdijk die van de wieler- en motorsport. Op andere hoeken van andere straten tref je de nozems van voetbalclubs of zwemverenigingen. En overal vind je nozems zonder club of vereniging. Maar het zijn allemaal dezelfde nozems: uitgekookte jongens die iets anders van het leven verwachten dan een keurige betrekking, een degelijk huwelijk en fatsoenlijk aanlanden bij Drees. Ze geloven, dat het leven iets ingrijpenders, iets absoluters te bieden heeft: dat is de fout van de nozems. Daarom zeggen de mensen: \u2018Ze verlangen alleen maar sensatie.\u2019 Als de nozems konden tegenspreken \u2013 dat kunnen ze niet, ze kunnen nauwelijks spreken \u2013 zouden ze zeggen: \u2018Wij verlangen een volstrekte levensvervulling.\u2019 Dat zijn dan eigenlijk twee verschillende woorden voor eenzelfde verlangen. De maatschappij geeft de nozems geen \u2018volstrekte levensvervulling\u2019, geen \u2018sensatie\u2019. Ze hebben geen \u2018taak\u2019 . Ze geloven niet aan een roeping, dat is allemaal bedrog. Een betere maatschappij? Zwendel. Een goed huwelijk? Op je kop gezeten word je, door je vrouw. Jeugdverenigingen? Kinderachtig gedoe en karretjespannerij van een partij of een kerk. Communisme? Het grootste boerenbedrog, kijk maar naar Rusland, waar de arbeiders zich ook uit de naad moeten werken voor lauw loenen. Al die fraaie woorden en mooie idee\u00ebn zijn niets dan oplichterij.<\/p>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-ph\">\n<h5 class=\"item-header\">\u2018Goed terecht\u2019<\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Daarom vinden de nozems hun eigen levensvervulling, hun eigen sensatie, hun eigen avontuur. Een motor, dat is wat. Honderdtwintig kilometer per uur rijden, de wind op je kop voelen, je leven hangt af van je stuur. Boksen en judo en jiu jitsu, zelfverdediging, je meten aan een tegenstander, elke seconde op je hoede zijn en zorgen dat hij je niet vloert: dan voel je dat je leeft. Een partij knokken met andere nozems of met de politie: dan brandt je hart je in je donder. Dat is avontuur. Dat is je reinste geluk. De rest is verveling, maar geen leven. Werken, dat is ook verveling. Maar je moet toch leven, je gezin in stand houden, je kinderen opvoeden, je brood verdienen. Vele nozems weigeren dat. De nozems wijzen het compromis met het leven van de hand. Ze werken precies zoveel als nodig is om zoveel geld te verdienen als ze nodig vinden. Het zijn bijna allemaal ongeschoolde arbeiders, ze zitten op een bakfiets, ze werken bij een groenteman, ze sjouwen in de haven, ze lopen als krantenbezorger, ze staan met tijdschriften op de stations. De meest echte nozems werken helemaal los, ze scharrelen hier en daar hun kost bij elkaar, bijvoorbeeld op de Hallen, \u2019s morgens vroeg. En als het ze niet meer bevalt, zeggen ze: tab\u00e9, en ze nemen de benen. Als hun geld op is, vinden ze meteen een andere baas.<\/p>\n<h5><span style=\"font-family: 'Neue Helvetica W01', sans-serif; font-size: 1rem; font-weight: bold; text-transform: uppercase;\">Na\u00efef<\/span><\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Veel geld hebben de nozems nooit. Ze hebben zelden meer dan een paar gulden op zak. Daarom kunnen ze niet veel in caf\u00e9s komen. Ze gaan een keer goedkoop naar de film, ze kopen een flesje Cola in een automatiek, en op zaterdagavond springen ze nog wel eens uit de band door een glas bier te gaan drinken, bijvoorbeeld in \u2018de Ruteck\u2019 of in een dancing. In de andere Nieuwendijkcaf\u00e9s komen ze zelden of nooit, die zijn er voor de buurtende buitenmensen en voor de zeelieden.<br \/>\nZo leven de nozems. Nozems, wat moet er van jullie terechtkomen? Merkwaardig genoeg komen ze bijna allemaal \u2018goed\u2019 terecht. Op een gegeven moment komt er een meisje. Natuurlijk, er zijn altijd meisjes, meisjes van de Dijk, maar daar loop je mee voor de lol, en dat duurt zolang als de wind waait. Maar opeens komt er een \u2018ander\u2019 meisje. Uit de buurt waar ze wonen. Of ze ontmoeten er een op een familiefeestje. Dat meisje doet ze wat. Maar het meisje zegt: \u2018Ik ga niet met een portieknozem, zorg maar eerst dat je een behoorlijke baan krijgt.\u2019 Barst, zegt de nozem, hij draait zich om en gaat naar de Nieuwendijk. Hij is achttien jaar, hij heeft geen zin om z\u2019n vrinden in de steek te laten. Maar hij moet toch steeds aan dat meisje denken. Hij zoekt haar weer op en zegt: \u2018Doe niet zo flauw.\u2019 Het meisje haalt haar schouders op, ze wil hem niet. En dan kan het na een tijdje wel eens gebeuren, dat hij zegt: \u2018Jij je zin.\u2019 Hij zoekt een behoorlijke baan met vooruitzichten, hij gaat met haar op visite en naar de bioscoop, hij laat z\u2019n vrienden op de hoek in de steek. Op dat moment houdt hij op \u2018nozem\u2019 te zijn. Hij raakt verloofd, hij raakt getrouwd, hij raakt in de kleine kinderen, hij zoekt een nog betere betrekking, hij moet wel. Hij is een fatsoenlijk huisvader geworden, hij is \u2018goed terecht\u2019 gekomen. Of hij gelukkig is, dat is een andere vraag. In iedere geval: zijn nozemplaats op de hoek van de Dijk of de Straat is leeg. Geen nood, morgen staat er een nieuwe nozem, het is zijn twee jaar jongere broer.<\/p>\n<p>De nozems komen en gaan, de nozem blijft. Hij is link en uitgekookt, maar bovendien argeloos. Das is het gevaarlijke voor de nozems: ze begrijpen niet veel van wat er te koop is in de wereld. Kracht, spieren, motoren, sportiviteit, robuuste mannelijkheid, dat begrijpen ze. Maar komen ze in aanraking met \u2018cultuur \u2018verfijning\u2019 , \u2018ontwikkeling\u2019 (om niet te spreken van overcultuur, oververfijning, decadentie) dan reageren ze vijandig. Ze reageren vanuit datgene wat de Nazi\u2019s het \u2018gesundes Volksempfinden\u2019 noemden.<\/p>\n<h5><span style=\"font-family: 'Neue Helvetica W01', sans-serif; font-size: 1rem; font-weight: bold; text-transform: uppercase;\">100% leven<\/span><\/h5>\n<\/div>\n<div class=\"element-wrapper item-wrapper-p\">\n<p class=\"item-paragraph\">Zijn ze dan t\u00f3ch slecht, die nozems? Nee, de nozems zijn eerlijk. Als er per se iets \u2018slecht\u2019 genoemd moet worden, dan is het de samenleving, die hun niet de levensvervulling kan geven waarom ze vragen. Dat is geen vraagstuk van sociale aard. Al kwamen er nog tien Dreesen en honderd Suurhoffs, al kwamen er nog zoveel sociale verbeteringen: de duizenden nozems van Nederland, de tienduizenden van Europa, de honderdduizenden van de wereld, zouden er niet door verdwijnen. Er is geen oplossing voor de nozems, behalve de oplossing die ze zelf vinden. Kijk niet neer op die judoclubs, die boksverenigingen, die motor- en wielrenverenigingen, want die kunnen de \u2018ongrijpbare\u2019 nozems grijpen. Die doen veel meer voor de nozems dan alle kerkelijke en humanistische jeugdclubs bij elkaar.<br \/>\nHet vraagstuk van de nozems, van de ongrijpbare jeugd, is eerder een vraagstuk van cultuur en religie, dan een sociaal vraagstuk. Het gaat de nozems niet om een goed loon, om prettige arbeid, om bestaanszekerheid \u2013 het gaat ze om het volle pond: een volstrekte levensvervulling, iets wat iedere zenuw en hartvezel raakt, een wezenlijke levensfunctie \u2013 of zeg maar domweg geluk. Geluk is voor hen iets anders dan behaaglijkheid. Jarenlang zullen ze dat surrogaat blijven weigeren, tot ze het niet meer bolwerken, tot ze capituleren en het grote compromis sluiten met de maatschappij. Dan zijn ze toch nog goed terecht gekomen.<br \/>\nZo zijn de nozems. Met al die andere onaangepaste groepen: de bopjongens en -meisjes, de Teddyboys, de Zazoujeugd \u2013 en verder: de zware jongens en lichte meisjes, de zwervers, de vagebonden, de rebellen en querulanten \u2013 met zijn allen vormen ze de paniekverschijnselen van onze cultuurmachine, die niet zo gesmeerd draait als van buiten lijkt. Wie heilig gelooft dat die machine deugt, zal zeggen: de nozems deugen niet. Maar ik heb me dikwijls afgevraagd: als ik niet geleerd had over de nozems te schrijven, zou ik er dan niet zelf een geweest zijn?<\/p>\n<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In een serie van drie reportages geven Jan Vrijman en Ed van der Elsken hun kijk op de bandeloze, opgeschoten straatjeugd, een probleem niet enkel van Amsterdam, maar van vele andere steden over de gehele wereld. Op deze pagina vindt u hun eerste verslag, waarin deze jongelieden aan het woord komen in hun eigen, rauwe [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1258,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-475805","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","article_type-vn-80"],"acf":[],"author_name":"Jan Vrijman","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/475805","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=475805"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/475805\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jan Vrijman","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1258"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=475805"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=475805"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}