
 {"id":47257,"date":"2012-10-13T00:00:00","date_gmt":"2012-10-12T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/uitleggen-is-verschrikkelijk\/"},"modified":"2012-10-13T00:00:00","modified_gmt":"2012-10-12T22:00:00","slug":"uitleggen-is-verschrikkelijk","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/uitleggen-is-verschrikkelijk\/","title":{"rendered":"\u2018Uitleggen is verschrikkelijk\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview \/ Joost Conijn, A.L. Snijders en Tommy Wieringa<\/p>\n<p>De havendienst van Teuge International Airport is gehuisvest in een eenvoudig kantoortje naast de landingsbaan. Buiten staat een stoeltje in de laatste strepen zon. Daarop wacht Peter M\u00fcller (75), beter bekend als A.L. Snijders, bedenker van het Zeer Korte Verhaal (ZKV), op zijn vrienden Joost Conijn (41) en Tommy Wieringa (45), die een half uur eerder met de OK-NUL-43 uit Lelystad zijn opgestegen.<\/p>\n<p>Het was M\u00fcllers idee \u2013 \u2018misschien kunnen j &#038; t met het vliegtuig komen\u2019 \u2013 maar nu hij hier zo zit, turend naar de horizon, begint de schrijver plotseling Gods naam te prevelen en zegt dat we Hem moeten danken als de jongens straks veilig zijn geland.<\/p>\n<p>Zelf kwam hij met zijn transportbusje uit Klein Dochteren.<\/p>\n<p>\u2018Het is echt een heel teer vliegtuigje,\u2019 zegt M\u00fcller nog eens, \u2018aangedreven door een tweedehands Subaru-motor.\u2019 Alsof een bouwpakket met een Datsun minder gevaarlijk was geweest. \u2018Waar blijven ze nou?\u2019<\/p>\n<p>Een eindje verderop probeert de fotograaf met een nors gezicht de donkere wolken op afstand te houden.<\/p>\n<p>De verkeersleider, die eerder vertelde hoe er ooit een reclamevliegtuigje voor zijn ogen te pletter was gestort, vertaalt het gekraak dat uit zijn radio weerklinkt: \u2018Ze komen eraan!\u2019<\/p>\n<p>Doodsangst<\/p>\n<p>Alles \u2013 het zwabberende taxi\u00ebn, de overall van Conijn, het uitbundige zwaaien van M\u00fcller \u2013 doet denken aan een film uit de jaren twintig, of eerder, toen vliegen nog een exotische gebeurtenis was.<\/p>\n<p>De OK-NUL-43 wordt aan zijn staart de hangar binnen getrokken. Nog niet zo lang geleden hing het toestel, tijdens de presentatie van Conijns boek Piloot van goed en kwaad, aan stalen kabels in de Amsterdamse Stads\u00adschouw\u00adburg. Zittend op de vleugel van zijn zelfgebouwde toestel vertelde Conijn over zijn ver\u00adbij\u00ad\u00ad\u00adsterende tocht, van Nederland naar Kenia in vier maanden tijd. Soms moest hij landen op rafelige stukjes asfalt, soms kwam hij \u2013 vanwege het weer of het humeur van de plaatselijke autoriteiten \u2013 dagenlang niet van de grond. Een keer belandde hij zelfs in een Afrikaanse cel, verdacht van spionage. Toen de interviewster uitriep dat het verschrikkelijk moest zijn geweest, daar, in het donker, in de stank, antwoordde Conijn droogjes: \u2018Dat was niet leuk, nee.\u2019<\/p>\n<p>Secondanten van die uitverkochte voorstelling waren de kunstbroeders Wieringa \u2013 die vanuit de nok werd neergelaten \u2013 en M\u00fcller, als A.L. Snijders, die boven op een wankele vliegtuigtrap een ZKV voorlas over de wondere wereld van Joost Conijn.<\/p>\n<p>Nu nemen ze vrolijk plaats aan een tafel in restaurant Take Off, alsof het een hereniging sinds jaren is, en bestellen soep en kroketten, jus d\u2019orange en Leffe Blond.<\/p>\n<p>Ik zeg dat ik drie thema\u2019s wil behandelen: kunst, vriendschap en de dood. Misschien kunnen we met het laatste onderwerp beginnen.<\/p>\n<p>Conijn knikt naar M\u00fcller en zegt: \u2018Dan moet je bij hem zijn.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Nee, bij jou juist! Jij bent er steeds het dichtst bij.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: En ik ben er van ons drie\u00ebn waarschijnlijk het bangst voor. Kijk, Joost heeft de doodsangst overwonnen. Peter maalt er niet om&#8230;\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Nou&#8230;\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018&#8230;maar ik heb twee kleine kinderen. Ik ben dus heel voorzichtig. Ik pas goed op.\u2019<\/p>\n<p>Helpt dat tegen doodsangst: oppassen en voorzichtig zijn?<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Eerlijk gezegd word ik alleen nog maar angstiger. Ik ben nu ook nog bang dat mijn kinderen iets overkomt. Of dat ze zonder mij verder moeten. Toen we net in een regenbui terechtkwamen en het vliegtuig begon te schudden, kneep ik hem wel even. Mijn voetzolen begonnen te tintelen, mijn tenen verkrampten en ik dacht: \u201cAh, als d\u00e1t de dood niet is!\u201d\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Ik heb op een of andere manier het gevoel dat ik het lot in eigen hand heb. Zolang ik maar goed stuur of de juiste noodlanding maak, is er niets aan de hand. Als ik niks verkeerd doe, ga ik ook niet dood.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Maar de motor kan toch uitvallen?\u2019<\/p>\n<p>(Zachtjes tegen mij:) \u2018Het is een tweedehands Subaru.\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Dat wel, ja. Maar er is nog iets anders: ik heb de dood in de ogen gekeken, dat scheelt. Ik ben echt heel bang geweest. Ik vloog boven de woestijn. Er was geen stad, geen dorp, geen huis meer te zien. Geen boom, geen grassprietje, niks. Ik was helemaal alleen. Leven is altijd in verbinding met ander leven \u2013 als er geen ander leven meer is, ben je al bijna gestorven.\u2019<\/p>\n<p>Wat deed u om de angst te bestrijden?<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Niets. Je moet in een zo recht mogelijke lijn blijven vliegen, in een soort meta-concentratie door blijven gaan, niet verslappen, grip houden op je gedachten. In die zin is angst ook heel vermoeiend. Na een uur zo te hebben gevlogen k\u00f3n ik haast niet bang meer zijn.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Ik ben een pillenman. Pas als ik in zes onderzoeken heb gelezen dat iets echt niet helpt \u2013 visolie of zo \u2013 stop ik met slikken. Ik had het er een keer met de Belgische schrijver Stefan Hertmans over, die heeft ook last van zo\u2019n pillenmanie. We vinkten onze lijstjes af, tot hij zei: \u201cO, maar jij mist dan nog de koninginnebrij!\u201d Die neem ik nu dus ook. Ik begin mijn dag met een mond vol pillen. Ik zie mijn doodsangst iedere morgen, met schroefdop, in de badkamer staan.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Ik heb nooit aan de dood gedacht. Nooit. Echt niet. Tot ik drie weken geleden in Zundert&#8230;\u2019<\/p>\n<p>Serveerster: \u2018De tomatensoep is voor&#8230;?\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018U komt als geroepen! We hadden net een luchtig onderwerp te pakken.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018En die daar is voor mij. Heerlijk, zo\u2019n uiensoepje.\u2019<\/p>\n<p>U was in Zundert.<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018O ja, in Zundert, de geboorteplaats van Vincent van Gogh. Het was op zondagmiddag. Ik was daar met mijn vrouw, Y, boodschappen aan het doen bij de enige supermarkt die open is die dag, namelijk Dirk van den Broek. Ik voelde me niet goed worden, leunde op mijn winkelwagentje en toen, ineens \u2013 in een nanoseconde zeg je dan \u2013 voelde ik een enorme woede in mij opkomen. Dat mij dit overkwam! Y zei dat ik een rare grimas had, en dat ik mijn benen als een soort harlekijn optrok. Volgens haar klampte ik mij vast aan het karretje dat ik dreigde mee te trekken in mijn val, maar gelukkig liet ik los, viel achterover en raakte bewusteloos. Het was een lage bloeddruk, een medische fout waarvoor ik alle verantwoordelijkheid neem omdat ik nooit iets laat controleren en gewoon al die verschillende pilletjes door elkaar heen loop te slikken zonder me af te vragen waar het allemaal goed voor is, begrijp je? Maar goed, ik viel. En al die mensen keken, zoals je zelf ook staat te kijken als er iemand valt, en toen kwamen er drie Turken die mij overeind hielpen. Een vriend van mij die in Polen woont, zei later: \u201cDat doen ze omdat ze uit een cultuur komen waar de zwarte zijde van het bestaan nog niet is weggedrukt.\u201d Dat vond ik een goede, toegankelijke verklaring.\u2019<\/p>\n<p>Dacht u tijdens uw val niet heel even: het was mooier geweest als ik in een bos bij mijn huis onwel was geworden?<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Nee, juist niet! In Zundert, in de supermarkt. De dood is heel gewoon. Je kunt allerlei grandioze dromen en hoge idealen hebben, maar uiteindelijk sterf je gewoon bij Dirk van den Broek, in pad vier.\u2019<\/p>\n<p>Word je, als je de dood in de ogen hebt gezien, minder bang?<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Dat weet ik niet. Een mens is altijd bang, toch? Als je wordt geboren ben je bang, als je leert lopen ben je bang, als je leert fietsen ben je bang \u2013 het gaat erom die angsten keer op keer te overwinnen.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Je wordt dus niet minder bang; je komt er alleen maar achter dat angst steeds weer een extra verdieping blijkt te hebben.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Ik moet zeggen dat ik in de laatste vijfentwintig jaar steeds minder bang ben geworden. Dat komt ook doordat ik kennismaakte met verschillende filosofie\u00ebn \u2013 met name het tao\u00efsme \u2013 die gaan over onthechting en fatalisme; dat je er toch allemaal niets aan kunt doen. Dat idee past uitstekend bij mijn praktisch ambitieloze karakter. Tot ik dus bij Dirk van den Broek onderuitging. Ik werd niet zozeer bang, maar ik maakte mij kennelijk w\u00e9l druk toen ik meende de drempel van de dood te moeten overschrijden.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Dat vind ik een van de afschuwelijkste uitzichten: vallende mensen. Zo deerniswekkend. Je moet er naartoe, je moet helpen, maar het heeft ook iets smerigs, zo\u2019n gevallen mens. Eigenlijk wil je er liever niets mee te maken hebben. Een afschuwelijke sensatie.\u2019<\/p>\n<p>In uw nieuwe roman Dit zijn de namen doolt een haveloze groep over de steppen. Eenmaal aangekomen in de buurt van de beschaving kunnen ze alleen nog maar huilen van ellende. Niemand wil hen aanraken, niemand wil hen zien&#8230;<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Ja&#8230; het gaat over het oerthema, hoe een gemeenschap zichzelf reinigt van zonde en misdaad door er \u00e9\u00e9n iemand, de klassieke zondebok, voor verantwoordelijk te maken. Het gaat altijd weer over de buitenstaander. De kreupele, de overspelige, de Jood \u2013 en hier is het de zwarte, een Ethiopi\u00ebr, die door een wonderlijk toeval in die groep vluchtelingen terecht is gekomen. Eigenlijk is hij een personage uit een verhaal van Ryszard Kapuscinski. Kapuscinski beschrijft hoe hij in de woestijn een Ethiopi\u00ebr tegenkomt. Als hij hem vraagt waar hij heen gaat, antwoordt die man: \u201cIk zoek mijn broer, Salomon. Ze zeggen dat hij daar naartoe is gelopen.\u201d En vervolgens verdwijnt de Ethiopi\u00ebr weer uit beeld. Die man loopt maar door en door, als een soort wandelende Jood, die nu dus mijn roman is binnen gestapt.\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Van het ene in het andere boek. Mooi.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Ja. Had-ie beter niet kunnen doen. Dit is wel een gek moment trouwens: het is de eerste keer dat ik over mijn boek praat. Ik wacht meestal eerst de recensies af om te horen waar het eigenlijk over gaat.\u2019<\/p>\n<p>Hoe komt het dat u anderen niet in het proces hebt betrokken?<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Ik ben het wel met Mulisch eens, die zich verbaasde over schrijvers die hun boek halverwege inleveren en dan een reactie verwachten. Je moet dat ding toch alleen, tot het einde toe, voldragen. Ik heb het met Joe Speedboot wel gedaan. Toen waren ze bij De Bezige Bij zo enthousiast dat ik van schrik vier maanden niet meer kon schrijven. Maar er is nog een reden: Dit zijn de namen is een heel precair verhaal. Het is een ijl boek, als een godsdienstige ervaring waarover je ook niet kunt spreken omdat de betekenis ervan daarmee meteen verloren gaat. Het is zoals de huid van Joost zijn vliegtuig: je maakt er zo een scheur in.\u2019<\/p>\n<p>Is het scheppen van kunst ook een manier om doodsangst te bestrijden?<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Nee, daar heeft het allemaal niks mee te maken. Kunst gaat over het leven. Ik wil dit leven bij z\u2019n kladden grijpen! En die dood&#8230; volgens mij heeft niemand hier aan tafel de gedachte dat je voortleeft in je werk.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Dat is een onderwerp waarover ik nou altijd met L.H. Wiener van mening verschil. Hij zegt, cru gesteld, dat schrijvers alleen maar schrijven om een spoor na te laten. Daar geloof ik niks van. Het interesseert mij helemaal niets wat er na mijn dood gebeurt. Ik heb er laatst, voor Socialisme &#038; Democratie, het blad van de Wiardi Beckman Stichting, een stukje over geschreven. Meestal schrijf ik van boven naar beneden en verander maar heel weinig, maar hier heb ik uren op gezeten. Ik haalde steeds maar dingen weg, waar ik vervolgens weer verdriet van had, of verdriet, dat nou ook weer niet, maar&#8230;\u2019<\/p>\n<p>Komt er nog een pointe?<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018O.\u2019<\/p>\n<p>Waar was u naar op weg?<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Naar Sebald, de schrijver W.G. Sebald! In Logies in een landhuis, een boek dat Tommy mij laatst cadeau heeft gedaan, volgt hij de sporen van zes schrijvers, buitenstaanders, die hij zijn leven lang heeft bewonderd. Een van hen is Robert Walser, die krankzinnig wordt, in een gesticht belandt en n\u00f3g het schrijven niet kan laten. En \u2013 nu kom ik er op \u2013 dan schrijft Sebald daarover: \u201cSchrijven is kennelijk iets waarvan je je niet zomaar kunt bevrijden, zelfs niet als je er een hekel aan hebt gekregen of er niet meer toe in staat bent.\u201d Begrijp je?\u2019<\/p>\n<p>Schrijven is een manier van zijn.<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Precies! En dus veel meer dan alleen maar sporen achter willen laten.\u2019<\/p>\n<p>Toch zit ik hier met drie prijswinnaars aan tafel. Maakt dat dan helemaal niets uit?<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Nee, een prijs is leuk, maar het gaat altijd om het moment. Dit zijn de namen is het eerste boek dat ik heb geschreven zonder te verlangen naar het einde. Ik begon om vijf uur \u2019s ochtends en was gelukkig vanwege het schrijven zelf.\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Voor mij telt de overwinning. Dat ik het kan. Nooit gedacht dat ik een boek zou kunnen schrijven. Ik ben nu bevrijd van een beperking die ik mezelf had opgelegd.\u2019<\/p>\n<p>Zijn jullie jaloers op elkaar?<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Ik ben jaloers op Joost, niet alleen omdat hij godverdomme naar Afrika kan vliegen, maar er nog heel goed over blijkt te kunnen schrijven ook!\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Jij bent jaloers \u00e9n genereus. Dat is heel bijzonder, toch?\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Het is een perverse combinatie! Ik misgun Joost zijn avonturen niet, maar het is zoiets groots: zelf een vliegtuig bouwen. Peter wees me ooit op het bestaan van Joost, toen ik onderzoek deed voor Joe Speedboot en wilde beschrijven hoe een vliegenier zijn eigen toestel bouwde. Dat hele jongensachtige, die belangstelling voor techniek, hoe het nou precies zat met die motor en zo, dat is een fase die ik nooit in mijn evolutie heb gehad. Ik ben dus vooral jaloers op de monteur. Op de man die weet hoe alles werkt.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Ik word vooral door verwondering overvallen. Keer op keer, alsof ik mij steeds opnieuw realiseer dat iemand dit heeft gedaan: hij is geland in de binnenlanden van Afrika. Dat is toch niet te geloven?\u2019<\/p>\n<p>Bent u al bezig met een nieuw project?<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Ik ga altijd door, van het een in het ander, maar ik maak nooit iets van tevoren wereldkundig.\u2019<\/p>\n<p>Net zoals Tommy Wieringa dus, die tot op heden zweeg over zijn nieuwe roman.<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Veel schrijvers hebben dat. Ik niet. Iedereen kent die stukjes al.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018En elke herfst komt AFdH, Peters uitgever, die zijn feuilles volantes bij elkaar harkt en er een boeketje van maakt.\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Plannen moeten altijd een soort maagdelijkheid behouden.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa en M\u00fcller: \u2018Ja.\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018En uitleggen is verschrikkelijk.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Een plan uitleggen, bedoel je? Moet je niet doen. Maar kunst wel. Die mening ben ik pas sinds kort toegedaan. Ik was altijd een aanhanger van een anarchistische opvatting over kunst: rotzooi maar wat aan. Ik weet niet hoe je het uitspreekt, met de t erbij of zonder t, maar ik ben een liefhebber van Art Brut; mensen als Sam Rodia, Ferdinand Cheval, Brancusi en Gaud\u00ed zijn mijn favorieten. Outsiderskunst, autonoom en onconventioneel. Om die reden deed ik altijd erg laatdunkend en sarcastisch over kunsthistorici, en over mensen die alles maar willen verklaren. Dat idee heb ik laten varen. Ik vind dat kunst altijd uitgelegd moet worden.\u2019<\/p>\n<p>Vanwaar deze ommezwaai?<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Ik werd door het Arnhems museum benoemd tot kunstcurator voor een uur. Uit de honderden kunstvoorwerpen mocht ik iets kiezen om een ZKV over te schrijven. Tijdens het bekijken van al die dingen dacht ik ineens: wat is het armzalig om naar kunst te kijken en te zeggen of het mooi of goed is of niet. Ik wil dat de maker het mij uitlegt. Ter plekke, op televisie, in de krant. Dacht je dat wij iets konden begrijpen van middeleeuwse schilderijen als we niet eerst uitgelegd hadden gekregen hoe het nou zit met de vanitas en al die vijfduizend andere symbolen? Natuurlijk niet. Dus nu, aan het eind van mijn leven, denk ik: verdomd, zo moet het! Weg met het ongelooflijke ego\u00efsme dat ik vijftig jaar lang in stand heb gehouden. Weg met die mening waarmee ik, de welbespraakte, cynische leraar, dankzij mijn plaats in de pikorde, mensen wist te be\u00efnvloeden. Ik had vele toontjes lager moeten zingen en gewoon moeten uitleggen wat ik nou zo mooi vond aan Het huwelijk van Giovanni Arnolfini van Jan van Eyck, en hoe het achterliggende verhaal het schilderij n\u00f3g mooier maakt.\u2019<\/p>\n<p>Wat vinden jullie ervan? Moet kunst worden uitgelegd?<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Ze hebben helemaal niet geluisterd. Ze maakten grapjes en keken naar de vliegtuigen die voorbijkwamen.\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Ik heb het wel gehoord. Ik vind het dubbel&#8230; Kunst waar je helemaal niets van begrijpt kan ook heel interessant zijn.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Vanwege zijn plaats in de evolutie van de kunst, zeker, maar toen ik op de Bi\u00ebnnale naar het vervagende gele vlak keek \u2013 een licht dat langzaam, binnen honderd of tweehonderd jaar vervaagt \u2013 dacht ik: zonder het idee blijft hier wel heel erg weinig van over. Het is prima hoor, maar ik zie toch liever iets waar mijn bloed van gaat koken.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Ja, dat begrijp ik.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Ik heb een vriend, een kunstenaar, met wie ik op een dag wat uiig stond te staren naar een zwart vlak \u2013 het was in zijn Malevich-periode. Ik voelde mij er ongemakkelijk bij en ik stelde mij voor dat dit hem, als kunstenaar, veel plezier deed. Vervolgens zijn we naar het caf\u00e9 gegaan waar hij een half uur doorging over wat dit zwarte vlak nou precies moest verbeelden en&#8230;\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Het einde van de schilderkunst waarschijnlijk.\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Geen idee wat hij er allemaal over zei, maar het was verschrikkelijk. Als een werk zoveel woorden nodig heeft voor er enig begrip ontstaat, blijft het cerebraal. Ik zoek geloof ik iets dat me beroert.\u2019<\/p>\n<p>Conijn: \u2018Volgens mij is de kunstwereld de laatste jaren in zichzelf gekeerd geraakt; je begrijpt er alleen nog iets van als je er deel van uitmaakt. Ik vind het veel interessanter als je door die muren probeert heen te breken. Waarom moet het de journalist of de televisiemaker zijn die de kunstenaar portretteert? Alles wordt zo krampachtig gescheiden gehouden. Daarom is televisie saai. Daarom is kunst vaak saai. Door mijn boek als een voorstelling in de Stadsschouwburg te presenteren werd alles weer even op z\u2019n kop gezet. Geen witte wijn en borrelnootjes bij de uitgeverij, maar de wind van mijn propeller die&#8230;\u2019<\/p>\n<p>Wieringa: \u2018Het stof van de kroonluchters blaast! Fantastisch.\u2019<\/p>\n<p>M\u00fcller: \u2018Jaaah!\u2019<\/p>\n<p>Illegale opstijging<\/p>\n<p>En los zijn ze. Over Melle Daamen, de directeur van de schouwburg die eerst had getwijfeld, maar na de voorstelling boeken voor al zijn medewerkers liet signeren. Over de Rijksluchtvaart\u00addienst die had gedreigd met het intrekken van Conijns brevet omdat er sprake zou zijn geweest van een \u2018illegale opstijging\u2019. Over het jongetje dat op het podium het vliegtuig met een lang touw in bedwang hield. Over het publiek dat na afloop op het podium klom om het vliegtuig aan te raken. Wieringa: \u2018Alsof het een relikwie was, een nagel van het kruis.\u2019<\/p>\n<p>Als het bijna tijd is om te gaan \u2013 voor het donker thuis \u2013 vraagt de piloot van goed en kwaad of er misschien nog iemand een rondje wil meevliegen in de OK-NUL-43. Nog voor ik kan bedenken hoe onprofessioneel ik mij heb gedragen \u2013 \u2018Ikke!\u2019 \u2013 zit ik al voor in het vliegtuigje, te trappelen van ongeduld. Omhoog! We vliegen een rondje boven Teuge. Ik heb een kleine taak: \u2018Waarschuw me even als er een zwerm vogels in de buurt is.\u2019 Na tien minuten staan we weer aan de grond.<\/p>\n<p>Tommy Wieringa drukt een petje op zijn hoofd en neemt mijn plaats in. Als het toestel nog maar een vlekje tussen de wolken is, vraag ik Peter M\u00fcller waarom hij niet mee de lucht in wilde. Gewichtig, maar met pretlicht in zijn ogen, antwoordt de schrijver: \u2018Ik wil mijn leven geven voor de glorie van God of Karl Marx, maar niet voor een vliegtochtje.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Dit zijn de namen\u2019 van Tommy Wieringa verscheen op 4 oktober bij De Bezige Bij. \u2018Piloot van goed en kwaad\u2019 van Joost Conijn werd in september uitgegeven door De Bezige Bij. Het werk van A.L. Snijders verschijnt bij Thomas Rap en AFdH Uitgevers Enschede\/Doetinchem<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Gesprek met drie kunstbroeders na een vliegtochtje. \u2018Komt er nog een pointe?\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-47257","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Arjan Visser","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/47257","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=47257"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/47257\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Arjan Visser","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=47257"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=47257"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}