
 {"id":444027,"date":"2019-09-04T03:00:42","date_gmt":"2019-09-04T01:00:42","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=444027"},"modified":"2020-01-22T19:51:46","modified_gmt":"2020-01-22T18:51:46","slug":"taalonderwijs-mbo","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/taalonderwijs-mbo\/","title":{"rendered":"De verwaarlozing van taalonderwijs op het mbo moet stoppen, bepleit deze ex-docent"},"content":{"rendered":"<p>Vorig jaar bracht Vrij Nederland een serie artikelen van <a href=\"https:\/\/www.vn.nl\/anja-vink-mbo-serie-deel-1\/?token=YXBxTml6c2NJZzFNQTlIblBWNWNMM2NQbmZNbzJQVm5FNWJuOEJsQmNYTT0\">Anja Vink<\/a>, die een half jaar meeliep op een mbo-opleiding. Het grootste deel van de leerlingen beschikte niet over het taalniveau waarmee ze het vmbo hadden moeten verlaten, zag Vink, maar daar werd nauwelijks iets aan gedaan.<\/p>\n<p>Laaggeletterdheid is een groot probleem in het beroepsonderwijs. Afgelopen maanden verschenen er rapporten van de Onderwijsinspectie, de SER, de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad met oproepen voor een leesoffensief. Uit de rapporten blijkt dat 2,5\u00a0miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite hebben met lezen en dat een groot deel van de jongeren bij instroom op een middelbare beroepsopleiding niet op het gewenste taalniveau zit.<\/p>\n<p>De analyses laten zien dat de taalvaardigheid in de vier grote steden aanmerkelijk zwakker is dan buiten die steden. Scholen met een mooie schoolbibliotheek of mediatheek zijn veelal havo\/vwo-scholen. Het onderwijs geeft daarmee onterecht het signaal af dat het lezen van boeken iets voor hogere onderwijsniveaus en hoger opgeleiden zou zijn.<\/p>\n<a data-ga-category=\"embedded-article\" data-ga-action=\"clicked\" data-ga-label=\"\" href=\"https:\/\/www.vn.nl\/anja-vink-mbo-serie-deel-1\/\" class=\"article-embed article-embed--left article-embed--new\"><span class=\"article-embed__image\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/fly-images\/414071\/0180308_VN_MBO_02_Rutger_279_preview1x1-520x520-cc.jpg);\"><\/span><span class=\"article-embed__content\"><span class=\"article-embed__read-more\">Lees ook<\/span><span class=\"article-embed__title\">Een klas vol tweede kansen: \u2018Niemand zit hier omdat hij dacht: ik ga Administratie doen\u2019<\/span><span class=\"article-embed__date\">29 maart 2018<\/span><\/span><\/a>\n<h5><strong>Institutionele manco\u2019s<\/strong><\/h5>\n<p>Uit onderzoek in veertig landen blijkt dat de verschillen tussen jongeren van havo\/vwo en jongeren van het beroepsonderwijs in Nederland het grootst zijn. Sinds 2007 neemt het taalniveau van hoger opgeleiden in Nederland toe, terwijl dat van middelbaar opgeleiden achterblijft. Het mbo laat de grootste daling laat zien. Dit type onderwijs wordt door veel mensen in Nederland dan ook gezien als onderwijs voor jongeren die minder goed kunnen leren; 41 procent van de Nederlanders heeft een negatief beeld van het beroepsonderwijs, terwijl dat in de EU gemiddeld 23 procent is.<\/p>\n<blockquote><p>Met een paar projecten is de laaggeletterdheid niet verholpen.<\/p><\/blockquote>\n<p>Na het verschijnen van dergelijke nota\u2019s maakt het ministerie van Onderwijs vaak extra geld vrij voor scholen, maar er worden geen eisen gesteld aan de besteding ervan. Want niet de minister maar het schoolbestuur beslist hierover. Medewerkers van de scholen ontwikkelen projecten voor het extra geld en die projecten eindigen wanneer de extra\u2019s stoppen. Structureel verandert er daardoor niets. Dat is jammer, want met een paar projecten is de laaggeletterdheid niet verholpen. Een leesoffensief kan pas resultaat opleveren als de institutionele manco\u2019s van het onderwijsstelsel geanalyseerd en bijgesteld worden. Dat gebeurt jammer genoeg niet.<\/p>\n<h5><strong>Te laag taalniveau<\/strong><\/h5>\n<p>Sinds de invoering van centrale Cito-examens Nederlands in 2010 in het mbo, focust het taalonderwijs bijna alleen op lezen als hulpmiddel. Er is weinig stimulans om boeken en langere teksten te lezen, wat de leerlingen dan ook weinig doen. Het stimuleren van leesmotivatie op school is vaak afhankelijk van individuele docenten. Voor het management gaat het om Citoscores en slagingspercentages. De bestuurders in het mbo stellen dat zij voor het Nederlandse taalniveau van de leerlingen niet meer dan een onderhoudsplicht hebben. Ze geven de schuld van de laaggeletterdheid aan de voorgaande opleiding en laten taalverwerving zitten.<\/p>\n<blockquote><p>Driekwart van de mbo-studenten is afkomstig van het vmbo, en veel van hen komen op een (te) laag taalniveau op het mbo terecht.<\/p><\/blockquote>\n<p>Maar in het mbo is het nog mogelijk de meeste leerlingen tot lezen te motiveren, bij volwassenen is dat veel moeilijker. Dit pleit ervoor leesonderwijs op het mbo serieus te nemen.<\/p>\n<p>Elk jaar volgen 500.000 jongeren vanaf 16 jaar een beroepsopleiding. Voor veel leerlingen is het de laatste voltijdsopleiding. Driekwart van de studenten is afkomstig van het vmbo, en veel van hen komen op een (te) laag taalniveau op het mbo terecht. De meest taalvaardige mbo\u2019ers stromen door naar het hbo, maar ook zij lopen qua taalniveau ongeveer een schooljaar achter op havisten.<\/p>\n<h5><strong>Ontzag en respect<\/strong><\/h5>\n<p>De lessen Nederlands hebben ten onrechte een marginale rol gekregen in het mbo-onderwijs, vindt docent Nederlands aan het ROC in Tilburg Tom Bastings. Hij behandelt met de leerlingen van de opleiding installatietechniek teksten uit <em>de Volkskrant<\/em> en <em>NRC<\/em> over de warmtepomp. Bij de opleiding procestechniek bespreekt hij artikelen over de verwerking van plastic. Hij geeft klassikaal les, legt lesstof uit en laat een opdracht maken. Bastings vindt het heel jammer dat hij nog een van de weinigen op zijn school is die op een dergelijke manier onderwijs geven.<\/p>\n<blockquote><p>Nederlands krijgen ze van een leraar die daarvoor slecht of niet is opgeleid. De leerlingen nemen het vak dan niet serieus.<\/p><\/blockquote>\n<p>In het mbo heb je geen speciale leraren Nederlands meer, alle mbo-docenten zijn bevoegd om dit vak te geven. Naast Nederlands geven ze ook Engels, burgerschap, rekenen en media-wijsheid. Bij mbo-opleidingen lopen hele goede vakdocenten rond, daar hebben de leerlingen ontzag en respect voor. Nederlandse taalles krijgen ze vervolgens van een leraar die daarvoor slecht of niet is opgeleid. De leerlingen nemen het vak dan niet serieus. Bastings: \u2018Ik heb heel veel leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond en een taalachterstand. Zij verdienen j\u00fa\u00edst een goed opgeleide vakdocent Nederlands. Het is belangrijk dat ze integreren en taal is daar een belangrijk middel bij. Als ze op school zien dat het vak Nederlands belangrijk is, dan nemen ze dat ook serieus.\u2019<\/p>\n<h5><strong>Individuele kwestie<\/strong><\/h5>\n<p>Zowel in hun werk als in hun persoonlijk leven hebben jongeren veel nadeel van laaggeletterdheid. Ze hebben moeite met het invullen van formulieren, het lezen van straatnaamborden en het begrijpen van informatie. Laaggeletterdheid is niet alleen een probleem voor de laaggeletterden zelf.\u00a0Ook werkgevers ondervinden nadelen als de basisvaardigheden van hun personeel beperkt zijn. Communicatie gaat moeizaam, veiligheidsvoorschriften komen in het geding, de productiviteit is niet optimaal en kansen blijven liggen als innovaties niet benut worden.<\/p>\n<p>Ook voor het geestelijk welbevinden is het essentieel dat mensen zichzelf goed kunnen uitdrukken, goed kunnen verwoorden wat ze ervaren, of hoe ze in de wereld staan. Lukt dat niet, dan voel je je onthand en ongelukkig. Taal speelt daar een grote rol bij. In een welvarend land als Nederland zou de ambitie moeten zijn dat zoveel mogelijk mensen over de basisvaardigheden beschikken. Ook d\u00e1t is beschaving.<\/p>\n<blockquote><p>Te weinig aandacht voor lezen in de klas wordt op leerlingen individueel afgewenteld.<\/p><\/blockquote>\n<p>Maar als jongeren op het mbo moeite hebben met lezen, wordt de oorzaak meestal bij de leerling zelf gezocht. Te weinig aandacht voor lezen in de klas wordt op leerlingen individueel afgewenteld. Zo is slecht lezen een individuele kwestie geworden. Niet het slechte onderwijs maar de mbo-leerling zelf is verantwoordelijk voor zijn of haar taalprobleem.<\/p>\n<h5>Overheidstaak<\/h5>\n<p>Maar goede taalbeheersing is niet alleen voor de elite. Tom Bastings vindt dat ook leerlingen in het beroepsonderwijs hun taal prima kunnen verrijken. Beroepen zitten vol met taal. Taalonderwijs vindt niet alleen plaats in de Nederlandse les, maar ook in de beroepsgerichte vakken. Maar het aantal behaalde diploma\u2019s is tegenwoordig leidend in de bekostiging van mbo-scholen. Bestuurders denken aan hun rendement.<\/p>\n<blockquote><p>Jongeren in het beroepsonderwijs hebben een bovengemiddelde kans op slechter Nederlands taalonderwijs dan leerlingen op de havo of het vwo.<\/p><\/blockquote>\n<p>Vanaf 1996 werd Nederlandse taalles nog maar beperkt noodzakelijk gevonden, de opleidingen moesten zich meer richten op de beroepspraktijk. Daardoor heeft het mbo een enorme daling in niveau doorgemaakt. De MTS bijvoorbeeld had voor 1996 een hoger niveau dan de havo, maar na de vorming van de ROC\u2019s is het niveau sterk gedaald.<\/p>\n<p>Jongeren in het beroepsonderwijs hebben een bovengemiddelde kans op slechter Nederlands taalonderwijs dan leerlingen op de havo of het vwo. In Nederland is daar weinig aandacht voor. Het publieke belang van geletterdheid van de hele bevolking botst met het private belang van de ROC\u2019s. Daarom vind ik dat de overheid moet gaan vaststellen wat de scholen moeten uitgeven aan taalonderwijs en door wie dat moet worden gegeven. Om mbo-leerlingen vooruit te helpen, is het cruciaal dat docenten beter worden. Een deel van de 1 miljard die ROC\u2019s nu op de bank hebben staan, en van de 47 miljoen winst die ieder jaar wordt gemaakt, moet uitgegeven worden om leraren aan te nemen die opgeleid zijn om Nederlands te geven. De toenemende laaggeletterdheid vormt een dwingende oproep om het onderwijsstelsel te herzien. Het is een overheidstaak: het aanbieden van deugdelijk onderwijs voor allen.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p><em>Evelien Polter was docent en beleidsmedewerker bij het ROC van Amsterdam. De eerste vijfentwintig\u00a0jaar van haar loopbaan was ze docent informatica en maatschappijleer bij verschillende beroepsopleidingen.<\/em><\/p>\n<\/div>\n<p><em>Met medewerking van Annelies Kappers,<\/em> <em>oud-docent ROC van Amsterdam.<\/em><em>\u00a0<\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vorig jaar bracht Vrij Nederland een serie artikelen van Anja Vink, die een half jaar meeliep op een mbo-opleiding. Het grootste deel van de leerlingen beschikte niet over het taalniveau waarmee ze het vmbo hadden moeten verlaten, zag Vink, maar daar werd nauwelijks iets aan gedaan. Laaggeletterdheid is een groot probleem in het beroepsonderwijs. Afgelopen [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":139,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-444027","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-onderwijs","article_type-essay"],"acf":[],"author_name":"Evelien Polter","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/444027","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=444027"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/444027\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Evelien Polter","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/139"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=444027"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=444027"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}