
 {"id":42997,"date":"2013-02-16T00:00:00","date_gmt":"2013-02-15T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/amoureus-maar-niet-heus\/"},"modified":"2013-02-16T00:00:00","modified_gmt":"2013-02-15T22:00:00","slug":"amoureus-maar-niet-heus","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/amoureus-maar-niet-heus\/","title":{"rendered":"Amoureus maar niet heus"},"content":{"rendered":"<p>Essay \/ Liefdespo\u00ebzie<\/p>\n<p>Je hoort vaak beweren, niet in de laatste plaats door dichters zelf, dat po\u00ebzie geen maatschappelijk nut heeft; het is misschien wel haar grootste verdienste en attractie nergens toe bij te dragen. Dat nutteloze kan natuurlijk nooit slaan op het liefdesgedicht dat je op Valentijns\u00addag schrijft. Daarmee probeer je immers iemand te versieren of althans je gevoelens duidelijk te maken. De troubadours deden het en de Europese oerdichters Dante en Petrarca, en ook de literatuur uit die andere grote oude cultuur, de Ara\u00adbi\u00adsche, wordt voor een belangrijk deel opgestookt aan liefdesgedichten. Ons oudste gedicht \u2018Hebban olla vogala\u2019 is een liefdeslied en zelfs een hoge geest als Goethe spendeerde bijvoorbeeld zijn West-\u00f6stlicher Diwan en de Ma\u00adrien\u00adbader Elegie aan liefjes.<\/p>\n<p>Maar voor wie schrijf je zo\u2019n liefdesgedicht eigenlijk? Is het slechts bedoeld voor de aanbedene of wil je er de hele wereld mee raken? Het eerste is een riskante zaak: stel je de vrij gerede kans voor dat je hartendief weliswaar lieflijker dan een zomerdag in schoonheid voortschrijdt, maar niettemin ongevoelig is voor je vers \u2013 dan kun je er maar beter voor zorgen dat er meer mensen van kunnen genieten. Zo deden ook de grote dichters het: urbi et orbi. En ook de dichters in het betreurde radioprogramma Candlelight dat jarenlang de smachtende pennenvruchten van het Nederlandse volk verbreidde, zochten niet de intimiteit maar het grote podium.<\/p>\n<p>Candlelightpo\u00ebzie suggereert laagdrempeligheid, maar liefdespo\u00ebzie is eigenlijk een heel moeilijk specialisme. Volgens Rilke was er zelfs niets zo moeilijk als het schrijven van een goed liefdesgedicht. Heel wat hedendaagse dichters lopen er dan ook met een grote boog om heen en met waarlijk hoofse po\u00ebzie lijkt het tegenwoordig al helemaal gedaan. Ook heb je wel eens het gevoel dat de meest geslaagde amoureuze po\u00ebzie in het verleden werd geschreven en dat je tegenwoordig van uitzonderlijk goeden huize moet komen om je er nog aan te wagen.<\/p>\n<p>Tactische knelpunten<\/p>\n<p>Allicht komt het voornaamste probleem voor het liefdesgedicht voort uit de liefde zelf, die ingewikkelde, complexe zaak waarin je zo gauw over de schreef gaat en te dichtbij komt maar anderszins ook weer niet al te afstandelijk hoopt te blijven. Misschien hadden de Ouden minder last van zulke tactische knelpunten, maar de dichters van de twintigste eeuw voelen vooral de onmacht om op \u00e9\u00e9n lijn met de aanbedene te raken. Vandaar dat Rilke zich in zijn \u2018Liebes-lied\u2019 (uit Neue Gedichte) afvraagt welke paradoxale macht de hoogten en diepten van de liefde eigenlijk bestiert:<\/p>\n<p>Waarheen richt ik mijn ziel zodat ze niet<\/p>\n<p>de jouwe raakt? En hoe moet ik haar tillen<\/p>\n<p>over jou heen, om nog iets meer te willen?<\/p>\n<p>Was \u2019t maar vergund dat ik een plaats haar bied<\/p>\n<p>bij iets verlorens in de duisternis,<\/p>\n<p>een plek die stil en vreemd gebleven is<\/p>\n<p>en die niet meetrilt als jouw diepten trillen.<\/p>\n<p>Toch brengt al wat ons aanraakt, jou en mij,<\/p>\n<p>ons tot elkaar, zoals de strijkstokstreken<\/p>\n<p>die uit twee snaren maar een stem doen spreken.<\/p>\n<p>Op wat voor instrument zijn wij gespannen?<\/p>\n<p>En welke violist houdt ons in handen?<\/p>\n<p>O lied zo blij.<\/p>\n<p>Eigenlijk gaat dit gedicht over controleverlies. De dichter wil het liefst distantie bewaren en niet met de ander meetrillen, maar het lukt niet.<\/p>\n<p>Hard to get<\/p>\n<p>Tijdens de Boekenweek 2002, thema \u2018de liefde in de literatuur\u2019, verraste de CPNB haar gasten op het Boekenbal met een gedicht van Hans Andreus, een van Neerlands prominente liefdesdichters: Zo parelend fris als een frisdrank \/ die de dorst op een zomerdag lest \/ en knapp\u2019rig als een zakje chips dat \/ op kraak en smaak is getest, \/ zo moge onze vriendschap wezen, \/ al is wat ik voor je voel \/ toch minder broos en breekbaar \/ en ook veel minder koel. Het is een lichtvoetige variant van de Rilke-gedachte: ik probeer wel afstandelijk, vriendschappelijk en platonisch te blijven, maar eigenlijk ben ik smoor op je. Je merkt de huiver bij verstandige dichters om zichzelf helemaal bloot te geven en de ware gevoelens te laten stromen. \u2018O Tell Me the Truth About Love\u2019 vroeg de grote Engelse dichter Auden vertwijfeld. Het is karakteristiek genoeg een lang gedicht waarin de dichter de liefde almaar omkeert en uitschudt en zich afvraagt wat ze precies voorstelt: Lijkt de liefde nou op een pyjama, \/ of op ham uit een visrestaurant? en Lijkt haar stem op \u2019t geblaf van een herder \/ of op een militaire kapel? De ironie van de vraagstelling verhult nauwelijks dat we het niet meer weten. Welbespraakte twijfel heeft het gewonnen van het amoureuze gehakkel waarop puberale dichters als Jacques Perk en Hans Lodeizen ons met een rood hoofd van opwinding trakteerden: Wat zou dat zilver op den bergtop wezen?&#8230; \/ Daar is de maan in al haar glans verrezen&#8230; \/ Zoo rijst Mathilde voor het droomend oog! Gevaarlijk genre, je hebt het gevoel dat de dichter eigenlijk verliefder is op zijn eigen woorden en beelden dan op de zogenaamd aanbedene. Dat is nu eenmaal de val waar de liefdesdichter maar al te makkelijk in loopt: verliefd te raken op zichzelf, op zijn eigen werk. Perk sloot zijn Mathilde-cyclus tactloos af met de woorden Sonnetten, klinkt! U dichten was genieten. Fout! Niet het gedicht maar de geliefde moet voorop staan. Allicht dus dat zo\u2019n meisje (of jongen) zich eerder gevleid voelt door een gedicht waarin scepsis en afstandelijkheid verhullen dat het de dichter moeite heeft gekost om zijn hart niet uit te storten. Het lijkt niet onverstandig om ook in amoureuze gedichten enigszins \u2018hard to get\u2019 te spelen.<\/p>\n<p>Eerlijkheid<\/p>\n<p>Natuurlijk bestaan er ook wel geslaagde liefdesgedichten waarin de dichter wel degelijk onverbloemd voor zijn gevoelens uitkomt. Simpel en onverheven lijkt hier het beste recept, zoals in het beroemde gedicht van Herman Gorter:<\/p>\n<p>Zie je ik hou van je,<\/p>\n<p>ik vin je zo lief en zo licht _<\/p>\n<p>je ogen zijn zo vol licht,<\/p>\n<p>ik hou van je, ik hou van je.<\/p>\n<p>en dan het einde:<\/p>\n<p>O ja, ik hou van je,<\/p>\n<p>ik hou zo vrees\u2019lijk van je,<\/p>\n<p>ik wou het helemaal zeggen \u2013<\/p>\n<p>Maar ik kan het toch niet zeggen.<\/p>\n<p>Geslaagd omdat in elk geval de taal niet hoger wordt gesteld dan de geliefde zelf. Gorters vers heeft zelfs wel iets van onmachtig gestamel, en zeker de slotconstatering dat de dichter het ook allemaal niet kan zeggen zal de lezer(es) charmeren, al kun je het ook een zekere behaagzucht niet ontzeggen: de koketterie van het tekort. Maar een liefdesgedicht zonder enig effectbejag lijkt wel het moeilijkste wat er is: je wilt immers per definitie de aandacht trekken.<\/p>\n<p>Gewoon maar houden van, niet meer en niet minder, is in dit geval de aangewezen weg. Dat ik van je hou, dat wil ik dan \/ ook wel eens schrijven, nu je dat \/ zo vraagt. Want ik hou van je en \/ niet eens zo zelden begint het gedicht \u2018Op verzoek\u2019 van Anton Korteweg, en je voelt heel goed de aarzeling. In de eerste plaats schr\u00edjft hij het in plaats van het gewoon uit te spreken, en dan die knots van een litotes \u2018niet eens zo zelden\u2019 alsof de spreker niets directs en positiefs uit zijn strot weet te wringen. Het zal natuurlijk aan de ander liggen of die deze getemperde ontboezeming zal aanvaarden, maar de spreker heeft in elk geval gedaan wat-ie kon met z\u2019n oprechte matigheid.<\/p>\n<p>Je kunt je eerlijkheid natuurlijk ook over een andere, wat pragmatischer boeg gooien, zoals bijvoorbeeld de renaissancedichter Aretino in zijn sonnetten deed: Kom laat ons neuken, lieve schat, en snel, \/ want om te neuken is de mens geboren, een gedachte die in zekere zin door de grote erotische dichter uit Brazili\u00eb, Carlos Drummond de Andrade wordt bevestigd in \u2018O amor natural\u2019: Ik wil je niet als allerlaatste neuken. \/ Vroeger geen lef en nu is het te laat schreef hij. Het enige wat het vergeefse en verlate koppel nog rest is, blijkens de slotregel, een vlammend en universeel gedicht. Hier wint het gedicht het dus wel degelijk van de geliefde maar er is dan ook geen perspectief meer, al kan ik me voorstellen dat de maker hoopte dat hij juist op deze manier toch nog een allerlaatste kans op een wipje maakte.<\/p>\n<p>Niet het hele hart<\/p>\n<p>Het kan ook verhulder. Dat taalspel het in het liefdeslied geregeld van de lichamelijke liefde wint, zie je ook aan de liefdesgedichten van een van onze grootste amoureuze dichters, Hugo Claus, van wie zojuist een door zijn weduwe samengestelde bloemlezing uit de liefdesgedichten, Je buik van pimpelmees, verscheen. In het gedicht \u2018Haan\u2019 bijvoorbeeld is de geslachtsdaad even onuitgesproken als onmiskenbaar: Soms schuiven wij als banken in elkaar \/ en komen kant en klaar \/ als meubelen van mensenvel. De stoelendans der erotiek zullen we maar zeggen.<\/p>\n<p>Wie in het liefdesgedicht niet tot oprechtheid in staat is, moet zijn toevlucht dan maar nemen tot veinzerij. Daarover gaat het 138ste sonnet van Shakespeare. Shakespeares sonnetten bieden een soort amoureuze apotheek: alle mogelijke vormen en uitwassen van de liefde worden er in behandeld, van aanbidding tot jaloezie, van verliefdheid tot bedrog en overspel, van eenvoud tot complexiteit. In genoemd sonnet neemt Shakespeare de geliefden de maat, het is een soort anatomische les van de liefde. O, liefdes grootste goed is de strik van vertrouwen zegt hij ergens, en dat klinkt (in de mooie vertaling van Bas Belleman) prima, opbeurend zelfs, maar wie \u2018goed\u2019 als kleding leest en \u2018strik\u2019 als valstrik komt ergens anders uit: geliefden bedriegen elkaar willens en wetens, het is eigenlijk \u00e9\u00e9n groot toneelspel:<\/p>\n<p>Dus daarom lieg ik met haar, en zij met mij,<\/p>\n<p>En zwak als we zijn omarmen wij het gevlei<\/p>\n<p>Ook W.B. Yeats droeg ons op vooral niet het hele hart te geven, maar nog wat gevoelens achter te houden. \u2018Never give all the heart\u2019 is een van zijn beroemdste gedichten, met daarin de regel: alles wat lieflijk is \/ is maar een kort en dromerig genot. En zo is het natuurlijk.<\/p>\n<p>Jaloeziegedichten<\/p>\n<p>Zijn dit eigenlijk wel liefdesgedichten, vraag je je af; eerder dan de ander te verleiden, lijken ze erop gericht de liefdestrucjes te ontmaskeren. Of zijn dat misschien juist de mooiste want meest oprechte liefdesgedichten waarin bedrog, tegenslag en ontwrichting in beeld komen?<\/p>\n<p>Zeker is dat afgunst en verlatenheid in onze tijd heel wat interessantere pennen in beweging heeft gebracht dan hoofse passie dat deed. De pakkendste liefdesgedichten zijn dan ook jaloeziegedichten, omdat die het hoofd pas echt op hol brengen. Geteisterd door de vreselijkste fantasie\u00ebn over je geliefde met die ander neemt de dichter, vergeefs mag je aannemen, wraak met zijn po\u00ebzie: dat hij vervolgens merkt dat het allemaal niet werkt, dat niemand nog op jou en je gedicht zit te wachten, maakt de frustratie nog weer groter en rijker!<\/p>\n<p>Misschien is het typisch vrouwelijk om althans recht in het gezicht belazerd te willen worden. In \u2018Liedje\u2019 prefereert Judith Herzberg liefdespijn boven bedrog: Lieg niet over de liefde \/ iets dat je voelt of iets dat je \/ zou willen voelen. Liever word ik \/ bedroefd dan dat je liegt \/ want dat is nog bedroevender. De poging van Marina Tsveta\u00adjeva in \u2018Poging tot jaloezie\u2019 om met de pijn om te gaan, verraadt dan weer superieure minachting: Hoe is \u2019t met zo\u2019n doorsneevrouwtje, \/ Als je ooit met Lilith was.<\/p>\n<p>De meeste mannelijke dichters daarentegen weten hun woede nauwelijks te verbergen. Zo schrijft Yehuda Amichai dat hij een hond op het kersverse paar zal afsturen die de ballen van je minnaar zal verscheuren \/ en zijn pik afbijten. Philip Larkin kreeg tijdens het masturberen alleen maar visioenen van het opgewonden kersverse paar voor ogen: Aan haar borsten en kut een nieuwe vent, \/ een ander in die wimperwijde blik.<\/p>\n<p>Ook Remco Campert weet ervan. In een van zijn \u2018Gemompel\u2019-gedichten uit 1968 beschrijft hij nog een redelijk kalme, zij het ook wat kwaadaardige oudere man die zijn jongere concurrent ziet langskomen: Er liep een jongen naast je \/ met een schooltas onder z\u2019n arm \/ een slome bleke puistekop \/ maar wel van je leeftijd. Maar in het gedicht \u2018Jaloezie\u2019 (Jaloezie, \/ je kunt er eigenlijk niet buiten \/ merk ik \/ nu ik het alweer een poosje zonder stel) krijgt de bittere fantasie (of werkelijkheidszin) de overhand:<\/p>\n<p>Wat zich binnen af ging spelen<\/p>\n<p>stond me helder voor ogen<\/p>\n<p>hoe ze haar lippen<\/p>\n<p>hoe ze haar lichaam<\/p>\n<p>hoe ze dezelfde kreten<\/p>\n<p>o bittere triomf van het voorstellingsvermogen.<\/p>\n<p>Het is de vraag aan wie zo\u2019n jaloers liefdesgedicht nu precies gericht is. Mogelijk dat de fraaie of pakkende verwoording van zijn kwellende beelden (in dit geval Camperts huivering om de allerergste werkwoorden uit te spreken) de verlatene kunnen troosten, maar enig effect op de weerzinwekkende minnaars valt er niet van te verwachten en daarin zit \u2019m natuurlijk toch ook weer extra pijn.<\/p>\n<p>In schoolboeken, bijvoorbeeld Lodewicks Lite\u00adraire kunst, leren we omtrent het liefdeslied: \u2018Bijna altijd is het thema de liefde tussen man en vrouw\u2019 en \u2018Bijna elke dichter schrijft in zijn jeugd liefdesgedichten.\u2019 Was het maar zo eenvoudig! Meer dan liefde is liefdesverdriet het favoriete onderwerp en juist de gelouterde dichter zal zich over dit stuitende stukje menselijk tekort willen buigen, wetende dat hij zich met zomaar een verleidelijk hooglied hoogstwaarschijnlijk te kijk zet. Dat laatste zou je het risico van het vak van liefdesdichter kunnen noemen, maar er zijn er niet veel meer die dat heden ten dage nog durven aan te gaan. Misschien een enkeling heel eventjes soms, op 14 februari. <\/p>\n<p>De foto\u2019s bij dit essay zijn van Ed ven der Elsken uit zijn Parijse periode. Van 9 maart t\/m 20 mei is in het Nederlands Fotomuseum de tentoonstelling \u2018From Holland With Love\u2019, waarin rond de foto\u2019s van Ed van der Elsken hedendaagse foto\u2019s, video-installaties en films van anderen zijn oeuvre weerspiegelen.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Niets zo moeilijk als het schrijven van een goed liefdesgedicht. Een verleidelijk hooglied is meer iets van vroeger; met twijfel, jaloezie en liefdesverdriet zet de hedendaagse dichter zijn passie net niet te kijk.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-42997","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/42997","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=42997"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/42997\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=42997"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=42997"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}