
 {"id":428303,"date":"2019-04-23T14:21:09","date_gmt":"2019-04-23T12:21:09","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=428303"},"modified":"2020-01-13T14:56:13","modified_gmt":"2020-01-13T13:56:13","slug":"literaire-kroniek-the-club","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/literaire-kroniek-the-club\/","title":{"rendered":"Literaire Kroniek: De club mannen die het gezicht van de achttiende eeuw in Engeland bepaalden"},"content":{"rendered":"<p>Elk jaar met Pasen recenseerde de Engelse literator Samuel Johnson zijn eigen innerlijke toestand. In april 1764 stond hij, de vermaarde samensteller van de <em>Dictionary of the English Language <\/em>(1755), er belabberd voor. Hij was zwaar depressief en het contact met de werkelijkheid kwijt. Aan een vriend bekende hij wel een been te willen missen als hij daarmee de controle op zijn geest terug kreeg. Complicatie was dat Johnson het zichzelf niet makkelijk maakte als orthodoxe christen. In zijn tijdschrift <em>The Rambler<\/em> schreef hij dat mensen de eeuwige verdoemenis niet genoeg vreesden. Zelf was hij bang voor de verdoemenis omdat hij dacht dat hij zijn talenten aan het verkwanselen was.<\/p>\n<p>Medelijden hoeven we met Samuel Johnson niet te hebben. Als er \u00e9\u00e9n letterkundige is geweest die in de watten werd gelegd door vrienden, collega\u2019s, vriendinnen, <em>lords<\/em> en <em>ladies<\/em> die hem geestelijk en materieel goed gezind waren, dan Johnson. Sinds kort kon hij genieten van een jaargeld, hem verleend door koning George III. In dat jaar van zwarte melancholie werd hij opgevangen door Hester en Henry Thrale op hun landgoed aan de overkant van de Thames. Hij werd er min of meer hun vaste gast, inwonend en voorzien van alles. Bovendien schreef Hester Thrale alles wat hij deed en zei op in wat <em>The Anecdotes<\/em> zouden worden.<\/p>\n<h5>Het gezicht van de achttiende eeuw<\/h5>\n<p>Nog meer goedgunstigheid kwam zijn richting op: de vermaarde portretschilder Sir Joshua Reynolds stelde hem voor zijn neiging tot vruchteloze innerlijke beschouwing te doorbreken door een club van vrienden op te richten die elke week bij elkaar zouden komen om de eten, te drinken en te praten over alle denkbare onderwerpen, daar hield hij immers zo van.<\/p>\n<p>Het moest een select gezelschap worden van zo\u2019n negen man. Plaats van samenkomst van &#8216;The Club&#8217;, ook wel bekend als de\u00a0&#8216;Literary Club&#8217;: de bovenverdieping van The Turk\u2019s Head Tavern, Gerrard Street 9. In de loop van de jaren kwam daar een aantal illustere mannen (louter mannen) bij elkaar, naast Reynolds en Samuel Johnson, zijn biograaf James Boswell, de historicus Edward Gibbon, de econoom Adam Smith, de toneelschrijver Oliver Goldsmith, de acteur David Garrick, de toneelschrijver Richard Sheridan en de politicus Edmund Burke, stuk voor stuk mannen die het gezicht van de achttiende eeuw in Engeland zouden gaan bepalen.<\/p>\n<blockquote><p>Je krijgt wel van allerlei interessants te lezen, maar dat leidt af van waarom het gaat.<\/p><\/blockquote>\n<p>Dat <em>The Club<\/em>, het boek van Leo Damrosch waarin de geschiedenis van \u2018the Friends Who Shaped an Age\u2019 wordt beschreven, niet is wat men ervan verwacht, heeft onder meer te maken met een van de regels die men instelde: dat alles wat besproken werd binnenskamers moest blijven. Er moest onbevangen gesproken kunnen worden. Een authentiek inkijkje in de conversatie krijg je daardoor nauwelijks. Over wat er besproken werd weten alleen iets door James Boswell die in zijn biografie over Johnson (<em>Life of Johnson<\/em>) in zes pagina\u2019s de avond van 3 april 1778 weergeeft, de namen van de sprekers verborgen achter de initialen van hun voornaam.<\/p>\n<p>Het ging op die derde april over de voor- en nadelen van emigratie. Over een toespraak van Burke in het parlement waar hij veel werk aan had gehad maar die tot niets leidde. Over het niet primitief zijn van de Ierse taal. En over de overeenkomsten van het Engels en Nederlands, zoals in woorden als \u2018<em>roesnopies<\/em>\u2019 waarin <em>roes<\/em>, rose zit en <em>nopie<\/em>, knob, wat leidt tot <em>rosebuds<\/em>. Over hoe het kan dat ongezonde landen als Egypte zo veel mensen herbergt. Volgens de een zou Holland ook ongezond zijn, volgens de ander (Johnson) niet. Edmund Burke (conservatief) zegt dat hij beter over de mensheid is gaan denken door zijn ervaringen. Johnson zegt dat hoe meer we onderzoeken hoe ongelukkiger we worden. Ook: dat een bepaalde hoeveelheid verleiding niet bestand is tegen de deugd. En Johnson zegt dat ons eigen belang er voor zorgt dat andermans argumenten niet tot ons doordringen.<\/p>\n<figure id=\"attachment_428327\" aria-describedby=\"caption-attachment-428327\" style=\"width: 1280px\" class=\"wp-caption alignnone\"><img decoding=\"async\" class=\"size-image_1280 wp-image-428327\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/GettyImages-932207730-1-1280x1603.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/GettyImages-932207730-1-320x401.jpg 320w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/GettyImages-932207730-1-640x802.jpg 640w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/GettyImages-932207730-1-1280x1603.jpg 1280w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/GettyImages-932207730-1-1920x2405.jpg 1920w\" alt=\"\" width=\"1280\" height=\"1603\" \/><figcaption id=\"caption-attachment-428327\" class=\"wp-caption-text\">Samuel Johnson en James Boswell in Fleet Street, Londen.<\/figcaption><\/figure>\n<h5>Vooral een verzameling korte biografie\u00ebn<\/h5>\n<p>Ook al prijst Richard Holmes, de biograaf der biografen, het boek hogelijk aan (\u2018Damrosch glorious study takes us on a brilliantly animated Grand Tour\u2019), het is vooral een verzameling korte biografie\u00ebn van de clubleden over wie al menige biografie is geschreven. Damrosch zeilt voortdurend van zijn eigenlijke onderwerp, The Club, weg en kruipt in de biografie van Johnson, Smith, Gibbon of Garrick. Je krijgt dan wel van allerlei interessants te lezen, maar dat leidt af van waarom het gaat.<\/p>\n<p>Je wilt weten hoe Johnson en Gibbon de avonden samen hebben doorgebracht. Die konden elkaar niet uitstaan. Toen Gibbon in 1774 lid werd was zijn <em>Decline and Fall of the Roman Empire<\/em> nog niet verschenen (1776). Was dat wel het geval geweest dan was hij geen lid geworden. Johnson en Boswell verafschuwden Gibbon. Die vond het onzin om te zeggen dat de verspreiding van het christendom het werk van God was, zoals zij meenden. Daar waren volgens Gibbon overvloedige seculiere verklaringen voor. Johnson vond het in zijn gebruikelijke \u2018dogmatic way\u2019 ook raar om geschiedenis te studeren: dat was helemaal niet nodig om gewoon feiten weer kunnen te geven.<\/p>\n<blockquote><p>The Club verloor \u2018its select merit\u2019 door de benoeming van de klassieke introverte econoom en sceptische de\u00efst Adam Smith.<\/p><\/blockquote>\n<p>Samuel Johnson was zonder twijfel de spil van <em>The Club<\/em>. Heel aangenaam moet dat niet altijd geweest zijn. Johnson was altijd \u2018talking for victory.\u2019 Oliver Goldsmith had geen zin om met hem in discussie te gaan: als Johnson je met zijn pistool heeft gemist sloeg hij je alsnog met de kolf neer. De gesprekken waren wedstrijden. De geduchte retoricus Edmund Burke was van mening dat wie met hem worstelde zijn eigen spieren en vaardigheden versterkte: \u2018Onze tegenstander is onze helper.\u2019<\/p>\n<p>Iemand vertelde eens over een antiek beeld van een hond dat iemand had gekocht voor 1.000 <em>guineas<\/em>. Het zou aan Alcibiades hebben toebehoord, de vriend van Socrates. \u2018Dan moet zijn staart zijn gecoupeerd, daaraan wist men dat het zijn hond was\u2019, wist Johnson haastig te berde te brengen. Dat had hij gelezen bij Plutarchus. Johnson en Boswell konden ook niet overweg met Adam Smith, de klassieke introverte econoom en sceptische deist. Die voelde zich ongemakkelijk tussen deze \u2018competitieve praters.\u2019\u00a0Volgens Johnson verloor The Club &#8216;its select merit\u2019 door de benoeming van Adam Smith.<\/p>\n<h5>Vooral een conservatieve bullebak<\/h5>\n<p>De allure van The Club wordt drastisch minder wanneer blijkt dat de selectie door de jaren heen steeds zorgelozer werd, tot er \u2018een willekeurige verzameling van pronkzuchtige mannen zonder een bepaald karakter\u2019 over was. Ook de frequentie waarmee men de avonden bezocht was veel minder dan men zou denken. Het woord \u2018sporadisch\u2019 valt niet voor niets. In al die jaren, zeg tot de dood van Johnson in 1784, is Reynolds zestien keer geweest, Gibbon veertien keer, Johnson in 1778 negen keer, andere jaren niet vaker dan drie keer.<\/p>\n<p>The Club bestond ook niet bepaald uit verlichte geesten, met uitzondering van Edward Gibbon en Adam Smith. Johnson was misschien een \u2018kleurrijke figuur\u2019, zoals dat heet, maar hij was vooral een conservatieve bullebak. Hij was altijd bang verdoemd te worden, maar ondertussen las hij als een gesteven moralist anderen de les hoe ze moesten leven. Van Johnson moest men oppassen dat men zich niet door emoties liet meeslepen. Daarmee stond hij lijnrecht tegenover David Hume en Adam Smith. Die vonden dat de passies juist een constructief onderdeel van het bestaan uitmaakten en dat de rede slechts de slaaf was van de passies.<\/p>\n<blockquote><p>Johnson vond het jammer dat het ophangen van criminelen niet meer zichtbaar was: dan werden mensen niet meer ge\u00efnspireerd om hun hart op slechtheid te onderzoeken.<\/p><\/blockquote>\n<p>Johnson hield er een hele reeks bizarre opvattingen op na. Hij vond het jammer dat het ophangen van criminelen niet meer zichtbaar was: dan werden mensen niet meer ge\u00efnspireerd om hun hart op slechtheid te onderzoeken. Hij zou het betreuren als <em>flogging<\/em> (een pak slaag) \u2018op onze geweldige scholen\u2019 zou worden afgeschaft. Toen het clublid Richard Sheridan ging trouwen moest zijn vrouw Elizabeth haar carri\u00e8re als zangeres opgeven, terwijl iedereen haar stem bewonderde. Johnson was het daarmee eens. Een echtgenote die voor een publiek optreedt, dat kon niet.<\/p>\n<h5>Totaal overgeleverd aan een verzenuwde libido<\/h5>\n<p>Het clublid en Johnsons biograaf James Boswell was een zot, zoals Horace Walpole zei, iemand die alleen bestond uit zijn bewondering voor Johnson. Zijn enige originaliteit bestond eruit dat hij in zijn biografie mensen letterlijk aan het woord liet, dat was nog niet eerder gebeurd in een biografie. Het mag een wonder heten dat het boek is afgekomen en uiteindelijk in 1791 verscheen, zeven jaar na Johnsons dood in 1784.<\/p>\n<p>Boswell was in alle opzichten een kwast met te veel geld. Hij leefde tussen het noteren van Johnsons leven als een nietsnut, totaal overgeleverd aan een verzenuwde libido die hij bevredigde met prostituees die hij schandelijk behandelde, zoals hij zelf schrijft in zijn dagboek. \u2018Boswell\u2019s passions were greatly immoderate\u2019, schrijft Damrosch.<\/p>\n<p>Toen hij in 1763 in Nederland was en in contact kwam met Belle van Zuylen leek er even een verstandhouding te ontstaan, maar al gauw dacht hij haar de les te kunnen lezen. Ze moest de religie respecteren, ze moest zich voegen naar wat de samenleving gepast vond (\u2018respect the institutions of society\u2019), zoals het aanvaarden van de autoriteit van de man. Na een tijdje had Belle van Zuylen er genoeg van (\u2018got sick of the whole charade\u2019) en schreef Boswell bruusk dat het afgelopen moest zijn: \u2018Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.\u2019<\/p>\n<p>The Club heeft nog lang bestaan, maar zonder dat er aanleiding was om er ooit nog iets over te melden.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p><a href=\"https:\/\/yalebooks.yale.edu\/book\/9780300217902\/club\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\"><em>The Club. Johnson, Boswell, and the Friends Who Shaped an Age<\/em><\/a> door Leo Damrosch is uitgegeven door Yale University Press.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Elk jaar met Pasen recenseerde de Engelse literator Samuel Johnson zijn eigen innerlijke toestand. In april 1764 stond hij, de vermaarde samensteller van de Dictionary of the English Language (1755), er belabberd voor. Hij was zwaar depressief en het contact met de werkelijkheid kwijt. Aan een vriend bekende hij wel een been te willen missen [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-428303","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","dossier-samenleving"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/428303","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=428303"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/428303\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=428303"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=428303"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}