
 {"id":38011,"date":"2013-05-25T00:00:00","date_gmt":"2013-05-24T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-varkentje-dat-zich-niet-laat-wassen\/"},"modified":"2013-05-25T00:00:00","modified_gmt":"2013-05-24T22:00:00","slug":"een-varkentje-dat-zich-niet-laat-wassen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-varkentje-dat-zich-niet-laat-wassen\/","title":{"rendered":"Een varkentje dat zich niet laat wassen"},"content":{"rendered":"<p>Controle van de megastal Nederland<\/p>\n<p>In zijn witte Fiat Punto rijdt milieu-inspecteur Sander Leenders over smalle landweggetjes naar een varkenshouderij in het Brabantse Lierop. \u2018Twee dagen nadat ik een nieuwe auto had, wist heel de omgeving het,\u2019 vertelt hij lachend. \u2018Soms rijd ik een extra rondje om de boeren scherp te houden.\u2019 Leenders controleert of veehouders zich aan alle milieuregels houden. Vandaag onderwerpt hij Driessen Vleesvarkens aan zijn kritische blik. Meer dan zesduizend varkens staan hier op stal. In viereneenhalve maand worden ze vetgemest tot ze een dikke negentig kilo wegen en klaar zijn voor de slacht.<\/p>\n<p>Samen schijten en pissen de dieren een hoeveelheid mest bij elkaar die de boer jaarlijks een kwart miljoen euro kost om af te voeren. Drie luchtwassers moeten zorgen dat er niet te veel ammoniak neerslaat op de enkele kilometers verderop gelegen Strabrechtse Heide en Groote Peel. Veel plaatsen in Brabant krijgen tot vijf keer te veel stikstof in de vorm van ammoniak te verstouwen, met fatale gevolgen voor de biodiversiteit. Ook elders in Nederland daalt veel meer stikstof op de natuur neer dan zeldzame planten en dieren kunnen verdragen. Daarom moet elke grote varkensboer die nieuwe stallen bouwt tegenwoordig zijn lucht schoonwassen.<\/p>\n<p>Niet alleen door de aanslag op de natuur staat de intensieve veehouderij in een slecht daglicht. Steeds meer burgers vinden het onverdraaglijk dat duizenden dieren op een klein oppervlak bij elkaar staan en nooit meer de buitenlucht mogen opsnuiven. In antwoord op dit maatschappelijk onbehagen is in Den Haag de afgelopen jaren een vloed aan plannen en regels bedacht om boeren de natuur minder te laten belasten en te zorgen dat het Nederlandse vee een goed leven heeft. Maar op twee cruciale onderdelen van dat beleid gaat het nog lang niet goed, concludeert de Algemene Rekenkamer in een rapport dat deze week uitkomt: dierenwelzijn en de uitstoot van ammoniak.<\/p>\n<p>Vrij Nederland ging zelf op onderzoek uit. We zagen met eigen ogen hoe regels op die gebieden worden overtreden en ontdekten hoe het toezicht worstelt om de veehouders in het gareel te houden. Een verhaal over een papieren werkelijkheid.<\/p>\n<p>Zwavelzuur<\/p>\n<p>Bij Driessen Vleesvarkens loopt een boerenknecht mee naar de eerste luchtwasser. In het voorportaal staat een grote ton zwavelzuur. De jonge boer wijst naar het gat dat het spul in zijn overall heeft gebrand. \u2018Ik ben meteen onder de douche gedoken.\u2019 Als hij hoort dat we de luchtwasser echt van binnen willen bekijken, verschijnt een glimlach op zijn gezicht. \u2018Je stinkt drie dagen later nog naar ammoniak.\u2019<\/p>\n<p>Ook Leenders waarschuwt ons. \u2018Het is schrikbarend waar we ingaan. Je meet er hoge concentraties ammoniak, soms zo hoog dat het acuut gevaarlijk is.\u2019 We beklimmen het trappetje naar het dak van de stal en duiken de wasser in. Aan de ene kant blazen grote ventilatoren de verzengende lucht binnen. Aan de andere kant staat een groot rooster waarlangs een mengsel van water en zwavelzuur loopt. \u2018Deze is behoorlijk vies,\u2019 zegt Leenders. Hij wijst naar de brokken aanslag op het rooster. \u2018Dat is zout. Proef maar, het smaakt naar salmiak.\u2019 De verontreiniging zorgt ervoor dat de wasser zijn werk niet optimaal doet. Binnenin meet Leenders een concentratie van twintig deeltjes ammoniak per miljoen, op de plek waar de lucht eruit komt vier deeltjes. Een reductie van tachtig procent, terwijl deze wasser voor 95 procent in de boeken staat. \u2018Deze is niet in orde,\u2019 zegt de inspecteur streng. Buiten maant hij de boerenknecht de wasser te reinigen en kondigt hij aan dat hij binnenkort komt kijken of dat is gebeurd.<\/p>\n<p>Megastallen, ja!<\/p>\n<p>Intussen is Arjan Verbeek, de locatiemanager van de varkenshouderij die ook elders vestigingen heeft, erbij komen staan. \u2018Al die regelgeving is hinderlijk voor de bedrijfsvoering,\u2019 zegt hij, \u2018maar vanuit maatschappelijk oogpunt kan ik er wel achter staan.\u2019 Als we even later een biggenstal binnengaan, knipt hij het licht aan. Die dieren die eerst nog lagen, komen tot leven. De boer beaamt dat ze het vervelend vinden de hele dag in het donker te zitten, maar hij heeft de lichten twee weken geleden uitgedaan omdat hij een vliegenplaag vreesde. \u2018Het is een overtreding,\u2019 zal senior inspecteur Ren\u00e9 Lesuis van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), belast met controle op dierenwelzijn, later desgevraagd zeggen. \u2018Maar zoiets is eigenlijk niet te controleren. Je bent weg en een boer kan het licht weer uitknippen.\u2019<\/p>\n<p>De biggetjes hebben ruimte zat om hun kont te keren. Maar in de stal met de grootste varkens is het toch even schrikken om acht tot tien machtige exemplaren bij elkaar in een hokje van nog geen drie bij drie te zien staan. \u2018Wij voldoen aan de wettelijke norm van 0,82 vierkante meter per varken,\u2019 zegt boer Verbeek. \u2018We maken wat de consument vraagt.\u2019 Goedkoop vlees, bedoelt hij. Zelf heeft hij er ook wel vrede mee. \u2018Ik heb absoluut niet het gevoel dat de beesten zich hier niet prettig voelen.\u2019 De hele discussie over megastallen vindt Verbeek onzinnig. \u2018Vijf kleine bedrijfjes zijn veel vervuilender dan \u00e9\u00e9n grote waar alles goed is geregeld.\u2019 Sander Leenders is het roerend met hem eens. \u2018\u201cMegastallen, ja!\u201d, zouden we moeten zeggen.\u2019<\/p>\n<p>Consumenten bedot<\/p>\n<p>Ook al is het niet zijn vak, het dierenwelzijn in Lierop vindt milieucontroleur Leenders dik in orde. Maar vaak ziet het er in de stal minder rooskleurig uit. Dat blijkt uit de gegevens uit niet openbare rapportages van de NVWA die de Rekenkamer nu publiceert. De \u2018nalevingscijfers\u2019 laten zien dat meer dan een derde van de varkensboeren in 2011 de regels heeft overtreden. Nog slechter leven de houders van vleeskuikens de wet na, vierenvijftig procent van hen is in overtreding. Ren\u00e9 Lesuis van de NVWA wil de eigen cijfers wel wat relativeren: \u2018Doordat wij ook gericht onderzoek doen, is het lastig een representatief beeld te geven. Verder zien we bij varkens een stijgende lijn. En bij de vleeskuikens zijn de regels nog maar net ingevoerd, de sector moet nog wennen.\u2019 Toch brengt het de Rekenkamer tot de conclusie dat het ministerie op het gebied van dierenwelzijn slechts \u2018geringe voortgang\u2019 boekt.<\/p>\n<p>Bij de kalveren ligt het aantal overtredingen onder de norm. Wonderlijk genoeg is die norm niet nul procent. Je zou denken dat de wet er is om je aan te houden, maar het ministerie van Economische Zaken streeft een nalevingspercentage van tachtig procent na. Het is alsof de overheid zegt: acht op de tien mensen moeten voor rood stoppen. \u2018Het past ons niet om daar een oordeel over te hebben, dat is aan de politiek,\u2019 zegt collegelid Arno Visser van de Rekenkamer in een toelichting: \u2018Maar het valt ons wel op.\u2019<\/p>\n<p>Afgelopen week kwam de legkippensector in het nieuws. Justitie is een grote fraude op het spoor waarbij scharrel- en vrije-uitloopeieren werden verkocht die dat predicaat niet mochten dragen, omdat er veel te veel kippen per oppervlak werden gehouden. Drie kippenbedrijven worden vervolgd. Hun wordt aangewreven dat ze dierenwelzijnsregels hebben overtreden \u00e9n consumenten hebben bedot. De zaak kwam aan het licht bij controles door de NVWA, zegt Ren\u00e9 Lesuis. \u2018Over het onderzoek mag ik niets zeggen, maar ik denk dat het niet bij deze drie zal blijven.\u2019 De toezichthouder zal de sector \u2018aan een grondig onderzoek onderwerpen\u2019.<\/p>\n<p>Het geeft ook maar aan hoe bedrieglijk cijfers zijn. Ook de legkippensector haalde de norm van tachtig procent. Dat wees eigen toezicht van de sector tenminste uit. In een experiment kreeg het Productschap Vee, Vlees en Eieren de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de controles. De NVWA checkte steekproefsgewijs of ze hun werk goed deden. Niet dus. Er bleken vaak meer kippen in de hokken te zitten dan was vastgesteld en het oordeel over het dierenwelzijn was regelmatig te mild. Lesuis: \u2018Die controleurs kondigden hun bezoek vooraf aan en gingen de kippen niet zelf tellen, maar vertrouwden op de opgave van de boer zelf. Wij werken iets meer vanuit achterdocht.\u2019<\/p>\n<p>Het experiment werd stopgezet, maar het idee van \u2018horizontaal toezicht\u2019 door de sector zelf is daarmee bepaald niet van de baan. Door de bezuinigingen staat de NVWA onder grote druk daar meer en meer op te vertrouwen. Ook in de politiek, vooral bij CDA en VVD, is het geloof in zelfregulering groot. Maar de keuze voor deze strategie heeft in de veehouderij niet geleid tot een verbeterde naleving, constateert de Rekenkamer eufemistisch. Integendeel. \u2018Daarom moet de wetgever hier goed over nadenken,\u2019 zegt Arno Visser. \u2018Gaan we die brug wel over?\u2019 Ook de NVWA heeft twijfels. Lesuis: \u2018We zullen heel kritisch moeten zijn. Dat verwacht de burger ook van ons.\u2019<\/p>\n<p>Zwangere controleur<\/p>\n<p>Enkele dagen na de controle in Lierop hebben we Sander Leenders aan de telefoon. Hij is niet gespecialiseerd in dierenwelzijn, maar in milieu. \u2018Wat ik heb gezien bij Driessen Vleesvarkens, geeft mij geen aanleiding om te zeggen dat het daar een zootje is,\u2019 zegt hij.<\/p>\n<p>Dat het met de naleving beroerder kan, blijkt ook uit de uitkomsten van een onderzoek dat de samenwerkende handhavingspartners in Brabant op 24 april uitbrachten. Ze controleerden in twee jaar tijd ruim zeshonderd bedrijven. Bij bijna zestig procent was iets mis. Meestal ging het om lichtere overtredingen. Maar bij ongeveer \u00e9\u00e9n op de zes bedrijven werd een echte misstand geconstateerd. De verplichte luchtwasser stond niet aan of was niet eens geplaatst. En zelfs als ze wel goed werken, zijn niet alle milieuproblemen uit de wereld. Het restwater uit de luchtwassers bevat giftige stoffen. Boeren met biologische luchtwassers mogen dat gewoon over het land uitrijden. De waterschappen zijn bang voor ernstige verontreiniging van sloten en beken. En de Brabantse Milieufederatie vindt luchtwassers daarom een technocratische schijnoplossing die het probleem van de lucht naar de bodem verplaatst.<\/p>\n<p>Landelijk staat het er met de handhaving nog beroerder voor dan in Brabant. De Inspectie Leefomgeving en Transport onderwierp vorig jaar een steekproef van veehouderijen met luchtwassers aan een onderzoek. De conclusie: \u2018er is sprake van een groot toezicht- en naleeftekort\u2019. Slechts bij de helft van de bedrijven waar het bevoegd gezag een luchtwasser had voorgeschreven, was die werkelijk aanwezig en in gebruik. En bij slechts een derde van de bedrijven werd adequaat toezicht gehouden.<\/p>\n<p>Veel gemeenten hebben ook nauwelijks geld meer voor het toezicht. Neem Sint Anthonis in de kop van Brabant. De gemeente telt maar liefst zestig veehouderijen en twee natuurgebieden. Geen van de bedrijven werd in 2011 of 2012 gecontroleerd. Terwijl tussen gemeenten en provincie was afgesproken dat alle bedrijven met luchtwassers gedurende die twee jaar zouden worden bezocht. \u2018We hebben te maken met kleine budgetten en zeer beperkte capaciteit,\u2019 vertelt toezichthouder Sylvia van Duinhoven. \u2018In 2009 is de gemeente gereorganiseerd en is de vacature hiervoor niet ingevuld in afwachting van de komst van een regionale toezichthouder.\u2019 In Oirschot was de score vier van de eenendertig bedrijven. \u2018De enige controleur van de gemeente was zwanger,\u2019 zegt Deon van Schijndel, co\u00f6rdinator preventie en handhaving van de gemeente. In Veghel zijn slechts twaalf van de vijfenveertig bedrijven ge\u00efnspecteerd. Volgens de woordvoerder komt dat doordat de gemeente een eigen \u2018toezichtprogramma\u2019 heeft waarbij alle bedrijven tussen 2008 en nu een keer zijn gecontroleerd. Eens in de vijf jaar, dus. En als de veehouder zijn luchtwasser na de controle heeft uitgezet om stroom te sparen? \u2018Ja. Dat weet ik niet, hoor.\u2019<\/p>\n<p>Theorie en praktijk<\/p>\n<p>De Rekenkamer concludeert dat veel boeren de regels, bijvoorbeeld wat betreft luchtwassers, aan hun laars lappen en dat het toezicht hierop moet worden verbeterd. Intussen rekent het kabinet zich rijk door de intensieve veehouderij de ruimte te bieden te groeien; als bedrijven op papier maar voldoen aan de regels. \u2018De modellen waarmee het kabinet rekent en waar beleid op wordt gebaseerd, gaan ervanuit dat iedereen de regels naleeft,\u2019 zegt Arno Visser van de Rekenkamer: \u2018Uit ons onderzoek blijkt dat dat niet zo is. We moeten dus erg oppassen dat we niet uitgaan van een papieren werkelijkheid.\u2019 Ook uit tal van metingen blijkt het verschil tussen theorie en praktijk. \u2018De berekende ammoniakuitstoot is gedaald, maar de gemeten concentraties van ammoniak niet,\u2019 schrijft de Rekenkamer.<\/p>\n<p>Wat ook niet bijdraagt aan de afname van de uitstoot is dat lang niet alle veehouderijen luchtwassers hebben. Alleen nieuwe varkenshouderijen of bestaande bedrijven die uitbreiden zijn ertoe verplicht. In Brabant heeft ongeveer veertig procent van de varkenshouderijen luchtwassers. Bij de pluimveebedrijven, die ook flinke hoeveelheden ammoniak uitstoten, ligt dit percentage op slechts drie procent.<\/p>\n<p>De grote druk die de intensieve veehouderij op mens en natuur legt, is niet iets van de laatste jaren. In 1997 maakte een uitbraak van de varkenspest nog eens pijnlijk duidelijk dat de veestapel in Nederland niet eindeloos kon blijven uitdijen. Als gevolg van de zeer snel om zich heen grijpende veeziekte moesten bijna tien miljoen varkens worden afgemaakt. De hartverscheurende beelden van de \u2018ruimingen\u2019 gingen het hele land door en wakkerden de roep aan voor een ingrijpende sanering van de veestapel.<\/p>\n<p>Uit de politieke strijd die daarop volgde, ontstond in 2002 het plan voor een grootscheepse \u2018reconstructie\u2019 van het platteland. Die moest een landelijke uitbraak van besmettelijke ziekten voorkomen door voldoende ruimte tussen veebedrijven te cre\u00ebren en de natuur te beschermen tegen de schadelijke uitstoot van op een kluitje gehouden kippen, koeien en varkens. Veehouders mochten uitbreiden in daarvoor aangewezen Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG\u2019s), maar moesten vertrekken uit gebieden die dicht bij beschermde natuur lagen. Voor de herindeling stelde de overheid miljarden beschikbaar; achthonderd miljoen euro van het Rijk en nog eens een veelvoud door vijf provincies die met de uitvoering werden belast.<\/p>\n<p>Dat reconstructiebeleid is op niets uitgelopen. De overheid hoopte dat er honderden veebedrijven naar LOG\u2019s zouden verhuizen, maar dat lukte slechts in een fractie van de gevallen. Provincies bleken veehouders ook op hun bestaande locaties buiten LOG\u2019s voldoende uitbreidingsruimte te bieden. Bovendien ontstond er uit angst voor megastallen groot maatschappelijk protest onder omwonenden. Al die complicaties leidden tot enorme ruzies in gemeenten en provincies. Inmiddels zijn alle betrokken provincies in feite van het reconstructiebeleid afgestapt. \u2018Het alternatief om luchtwassers te plaatsen en bedrijven ter plekke uit te breiden, bleek goedkoper,\u2019 schreef het Planbureau voor de Leefomgeving vorig jaar. In de landelijke politiek is de discussie rond de reconstructie van het platteland een stille dood gestorven. \u2018Ik heb nog weleens navraag gedaan naar de gelden die ermee gemoeid waren, maar ik heb daar nooit meer iets op gehoord,\u2019 zegt Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren.<\/p>\n<p>Korhoen verdwenen<\/p>\n<p>\u2018Kampina is voor mij alles,\u2019 zegt boswachter Frans Kapteijns. \u2018Het is het Madurodam van Brabant. Alle natuurtypen die op zandgronden voorkomen, kun je er vinden. De biodiversiteit is er enorm.\u2019 In zijn groene Skoda zijn we op weg naar het natuurgebied in de buurt van het Brabantse Oisterwijk. De boswachter is een beroemdheid in Brabant. De \u2018wandelende natuurencyclopedie van Natuurmonumenten\u2019 heeft meer dan zesduizend volgers op Twitter. In zijn tweets bezingt hij het gebied waar hij al decennia natuurgids is. Alleen is de Kampina wel het stuk Brabantse natuur waar volgens een rapportage van onderzoeksbureau Alterra uit 2012 het meeste stikstof per hectare neerslaat. Vandaag wil de boswachter laten zien hoezeer dat het gebied bedreigt. Op de heide die tot aan de einder strekt zonder dat enige bebouwing aan de horizon de moderne tijd verraadt, wijst Kapteijns naar een geel soort gras. \u2018Je ziet enorm veel pijpestrootjes. Normaal heb je daarvan graspolletjes, maar het is een grote mat geworden. Anders zou je een mengeling van soorten hebben, maar nu ziet het er eentonig uit.\u2019<\/p>\n<p>Bijzondere soorten als zonnedauw en klokjesgentiaan dreigen het onderspit te delven. En zonder het laatste plantje kan het gentiaanblauwtje, een prachtige vlinder, weer niet leven. Ook de vogels lijden eronder. \u2018Hoor je die wielewaal?\u2019 roept Kapteijns plots. Met die soort gaat het nog niet zo slecht. Maar het korhoen is verdwenen uit de Kampina en de tapuit en de nachtzwaluw hebben het moeilijk. \u2018Nu het gras alles overwoekert, verdwijnt het moza\u00efek van open plekjes,\u2019 legt de boswachter uit. \u2018Daardoor is er een achteruitgang in de insectenrijkdom. En daarmee is er weer minder voedsel voor de vogels.\u2019<\/p>\n<p>We hebben het natuurgebied nog niet verlaten, of langs de weg zien we het ene landbouwbedrijf na het andere. We passeren een grote koeienstal en een nertsfokkerij. Kapteijn: \u2018Die heeft een giga-uitstoot van ammoniak.\u2019 Een techniek om het bij nertsen af te vangen bestaat nog niet. \u2018Kampina is nog steeds een prachtig gebied,\u2019 bezweert de boswachter, \u2018maar het gaat wel achteruit en we moeten veel intensiever beheren om dat af te remmen.\u2019<\/p>\n<p>Alleen serieuze boeren<\/p>\n<p>In het provinciehuis in Den Bosch heeft een groep medewerkers zich om gedeputeerde Johan van den Hout (SP) voor Ecologie en Handhaving geschaard. Op tafel broodjes met kaas, maar ook met Brabantse ham. Het reconstructiebeleid werkte niet omdat er werd \u2018gestuurd op hectares en aantallen varkens\u2019, zegt Van den Hout. \u2018De omvang van de veestapel is niet een doel op zich,\u2019 al vond zijn eigen partij het eind 2011 nog hoogstnoodzakelijk die terug te dringen. De conclusie \u2018volledig mislukt\u2019 wil de gedeputeerde niet voor zijn rekening nemen. \u2018Wat de reconstructie heeft opgeleverd, is dat de aanpak niet langer een onderonsje van boeren is. Er wordt nu in netwerken samengewerkt door overheden, milieubeweging, omwonenden en de landbouwsector.\u2019<\/p>\n<p>En die samenwerking heeft Van den Hout hard nodig voor zijn nieuwe plannen. In Brabant staat niet minder dan \u2018een revolutionaire transitie naar een duurzame landbouw en veeteelt\u2019 op stapel. Alle bedrijven zullen zich op termijn moeten houden aan de Brabantse Zorgvuldig-heidsscore Veehouderij (BZV), een \u2018maatlat\u2019 waarmee Brabant volgens Van den Hout ver vooruit loopt op andere provincies. Elke uitbreiding van veehouderijen zal in de toekomst getoetst worden op volksgezondheid, dierenwelzijn, dierengezondheid, natuur en milieu. De maatlat komt er op neer dat veehouders mogen uitbreiden als ze maatregelen nemen die verder gaan dan wettelijk voorgeschreven. \u2018Ik verwacht een shake-out van dertig tot veertig procent,\u2019 zegt Van den Hout: \u2018we houden alleen maar serieuze boeren over.\u2019<\/p>\n<p>Dat zijn verhaal erg optimistisch klinkt, moet de gedeputeerde toegeven. Want even eerder hebben we nog gesproken over de problemen rond de handhaving van milieuwetten. Toen zei hij op basis van de provinciale rapportages nog: \u2018Met de spontane naleving is het slecht gesteld.\u2019 En \u2018het economische voordeel van het niet-gebruiken van een luchtwasser is wel erg groot\u2019. Ook erkent Van den Hout dat er \u2018nauwelijks dwangmiddelen\u2019 zijn om de gemeenten te bewegen hun veehouderijen op de geldende voorschriften te laten controleren. Maar de gedeputeerde heeft zijn hoop gevestigd op de drie onlangs opgerichte \u2018omgevingsdiensten\u2019 waarin het gemeentelijke en provinciale toezicht worden samengebald. Noord-Brabant krijgt er drie. Ook controleur Sander Leenders, nu nog in dienst van de gemeente Deurne, komt te werken voor de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.<\/p>\n<p>Veestapel uitbreiden<\/p>\n<p>Intussen is de landelijke politiek in de ban van een nieuw masterplan, de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) die het reconstructiebeleid moet doen vergeten en twee vliegen in \u00e9\u00e9n klap beoogt te slaan: de stikstofuitstoot wordt naar beneden gebracht \u00e9n veehouders mogen uitbreiden. Met allerlei maatregelen waaronder de bekende luchtwassers moet de uitstoot van stikstof de komende jaren worden teruggebracht. En de helft van die daling mogen boeren weer gebruiken om hun veestapel uit te breiden. Kosten tot en met 2014: 155 miljoen euro, waarbij gebruik gemaakt wordt van een deel van de gelden die in het regeerakkoord zijn afgesproken voor de versterking van natuur en milieu.<\/p>\n<p>De ultieme verzoening van landbouw en milieu, zo wordt het plan door het kabinet gepresenteerd. Maar ook hier maant de Rekenkamer tot voorzichtigheid. Arno Visser: \u2018De daling van de uitstoot is iets wat je op de lange termijn hoopt te bereiken. Hoe zorg je dat je de ruimte niet weggeeft voordat de geprognotiseerde daling is gerealiseerd? Dat zien wij wel als een probleem.\u2019<\/p>\n<p>In het politieke landschap tekent zich ook rond de PAS de klassieke scheidslijn af tussen \u2018boerenpartijen\u2019 en \u2018natuurpartijen\u2019. \u2018Waarom toch vasthouden aan die hoge doelen?\u2019 vroeg Kamerlid Jaco Geurts van het CDA zich tijdens een debat op 17 april af over de stikstof-eisen. Ook de VVD vond het bij monde van Kamerlid Helma Lodders \u2018in deze crisis van cruciaal belang\u2019 dat het bedrijfsleven rond Natura 2000-gebieden weer op gang kan komen. Maar volgens Esther Ouwehand van de PvdD kwam het erop neer dat het kabinet met gelden voor de natuur aan boeren subsidie verstrekt om hun veestapel uit te breiden.<\/p>\n<p>PvdA<\/p>\n<p>Stientje van Veldhoven (D66) probeerde de PAS met moties bij te sturen. Ze maakt zich vooral zorgen dat de nieuwe wet al ruimte aan veeboeren weggeeft v\u00f3\u00f3rdat de milieuwinst is behaald. Ze deed diverse voorstellen om de reductie van stikstof beter te verzekeren voordat boerenbedrijven weer mogen groeien. Ze werden door staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) allemaal, soms licht ge\u00ebrgerd, van de hand gewezen. \u2018Als we daar ook nog eens werk in moeten steken, voorzie ik niet dat ik daar de ondersteuning voor heb,\u2019 zei ze. \u2018U vraagt mij iets wat ik niet kan beloven. Moet u niet doen.\u2019<\/p>\n<p>Zoals in meer hete politieke dossiers heeft de PvdA ook hier een sleutelfunctie. Vorig jaar kondigde Kamerlid Tjeerd van Dekken als oppositie nog monter aan met voorstellen te komen de veestapel terug te dringen. \u2018Wij zetten dat absoluut door.\u2019 Sindsdien is van dat voornemen weinig meer vernomen. De PvdA steunde de eigen staatssecretaris en stemde vorige maand tegen de voorstellen van D66 om voorzichtiger met de uitbreidingen om te gaan.<\/p>\n<p>Bij de opening van de Gr\u00fcne Woche, \u2019s werelds grootste landbouwbeurs, zei Sharon Dijksma begin dit jaar: \u2018In Nederland is de landbouw de belangrijkste steunpilaar van de economie. Land- en tuinbouw dragen voor tien procent aan het nationaal product en de werkgelegenheid bij.\u2019 Ze sprak deze woorden onbeschroomd en met haar gebruikelijke enthousiasme uit, maar ze geven een nogal vertekend beeld. Het hele agrocomplex, inclusief de voedselverwerking, doorvoer en handel, levert tien procent van de Nederlandse economie op. De primaire land- en tuinbouw staat voor een veel kleiner aandeel van 1,2 procent. En de bijdrage van de intensieve veeteelt is met 0,7 procent nog geringer.<\/p>\n<p>Die sector van bescheiden economische betekenis echt grenzen opleggen, blijkt voor de Nederlandse overheid niet eenvoudig. \u2018Invoering van strengere eisen voor dierenwelzijn stelt de minister vaak uit vanwege (bedrijfs)economische overwegingen in intensieve veehouderij,\u2019 schrijft de Rekenkamer. Het kabinet wil de sector ruimte geven om te expanderen, als het maar binnen milieugrenzen gebeurt. Maar veehouders zoeken de mazen van de wet en de handhaving schiet tekort. Al doen de Sander Leendersen van de wereld nog zo hun best, nog steeds vliegt zo veel ammoniak de lucht in dat de klokjesgentiaan zelden meer bloeit en de zang van de tapuit nauwelijks meer klinkt.<\/p>\n<p>Bladwijzer \/ Online bron<\/p>\n<p>YouTube; Het systeem<\/p>\n<p>Zeker Het systeem is een activistische en bij vlagen demagogische film. Dat neemt niet weg dat documentairemaakster Anita Reerink beelden en feiten over de intensieve veehouderij presenteert waaraan het lastig ontsnappen is. De enorme druk op boeren om almaar te groeien. Het grote gevaar voor infectieziekten dat de hoge concentratie aan dieren op een klein oppervlak oplevert. De vele subsidiestromen waarmee de overheid de intensieve veehouderij overeind houdt. \u2018Eigenlijk is het vlees heel erg duur en vol met risico\u2019s,\u2019 concludeert ze.<\/p>\n<p>Ga naar vn.nl\/veehouderij<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Volgens het kabinet moet de veehouderij milieu- en diervriendelijker. Maar toezicht faalt en de boer lapt de regels aan zijn laars.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-38011","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Tomas Vanheste, Jaco Alberts","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/38011","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=38011"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/38011\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Tomas Vanheste, Jaco Alberts","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=38011"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=38011"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}