
 {"id":34727,"date":"2013-07-27T00:00:00","date_gmt":"2013-07-26T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/nooit-meer-dromen\/"},"modified":"2013-07-27T00:00:00","modified_gmt":"2013-07-26T22:00:00","slug":"nooit-meer-dromen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/nooit-meer-dromen\/","title":{"rendered":"Nooit meer dromen"},"content":{"rendered":"<p>Literatuur \/ Afscheid van Freud<\/p>\n<p>Ik heb sterk het gevoel dat het met de bijzondere plaats van de droom, als een apart verhaaltje \u00edn een verhaal, in hedendaagse literaire werken langzamerhand gedaan is. De Tolstojs en Hermansen die ons hun symbolische, veelbetekenende dromen opdrongen, raken uitgestorven. Ik kan me, althans in de Neder\u00adlandse literatuur van de laatste tijd, geen romans en verhalen heugen waarin dromen nadrukkelijk het verhaal moeten ondersteunen en sturen.<\/p>\n<p>Om mijn vermoeden te bevestigen, las ik een paar toonaangevende romans van de afgelopen jaren door op droomsc\u00e8nes. Veel vond ik er niet. Joe Speedboot, van Tommy Wieringa bijvoorbeeld, een boek vol fantasie en heldendromen, maar nachtelijk dromen doet er niet een. Ook in Gerbrand Bakkers Boven is het stil, een boek vergeven van slaapkamers en bedden, komt geen enkele droom voor. De hoofdpersoon ligt wakker, hoort geluiden, denkt aan zijn ideale land Denemarken, maar dromen, ho maar.<\/p>\n<p>Natuurlijk is de droom niet helemaal verdwenen uit de Nederlandse literatuur. Over J\u00f6rgen Hofmeester uit Tirza van Arnon Grunberg lezen we bijvoorbeeld dat hij droomt over de huurder, de enveloppe en over gebreken in zijn huis, over een lekkage en een kattenlijkje in de wasbak: \u2018Zijn nachtmerries waren nat van lekkages, vochtig van de schimmel, pluizig van de kattenharen. In zijn slaap werd hij bezocht door de spoken van het onroerend goed.\u2019 En helemaal aan het dramatische einde nog iets: \u2018Hij begrijpt dat er misschien iets verschrikkelijks is gebeurd, iets onherroepelijks. Dat het moment dat je elkaar weerziet niet zal komen. Maar hij begrijpt het in zijn dromen.\u2019 En tot slot: \u2018Hij heeft van Tirza gedroomd. Ze waren aan het fietsen in de Betuwe. Zijn ouders leefden nog.\u2019 Dat is alles, meer niet. Wij hoeven niet aan het interpreteren te slaan.<\/p>\n<p>Iets soortgelijks gebeurt in Esther Gerritsens Normale dagen. Hoofdpersoon Lucie, op bezoek bij haar grootouders omdat haar grootvader op sterven ligt en werkend aan een toneelstuk over Oklahoma-bomber Timothy McVeigh, droomt aan het eind van het verhaal. En waarover dan wel? Over Timothy McVeigh en haar opa. De dag vertaald naar de nacht, gewoon zoals dat gaat.<\/p>\n<p>Jagende mannen<\/p>\n<p>De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik in De maagd Marino van de Vlaming Yves Petry wel degelijk een ouderwets opzichtige droomsc\u00e8ne tegenkwam die iets moet beduiden (ligt het in Vlaanderen misschien anders?), over een bol vol vleeskleurige smurrie waarop de dromer moet landen, maar ook hier toch goed nieuws; de lezer hoeft er niets aan te duiden, de dromer zelf legt het ons al uit, zijn droom informeert hem dat zijn lichaam zich op de dood voorbereidt, dixit de verteller. Opmerkelijk is dat, de droom was toch altijd het literaire krachtvoer, het verhaal in het verhaal dat de hoofdpersoon, en met hem de lezer, als een schatkaart moest interpreteren om erachter te komen wat alles betekende. Een symbool, zo oud als de weg naar Rome. Hier bijvoorbeeld: Terwijl hij nu op de rechterstoel zat, zond zijn vrouw hem de boodschap: Bemoei u toch niet met die rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden.\u2019 De enige keer dat de vrouw van Pilatus in de Bijbel ter sprake komt, is als ze \u2019s nachts gedroomd heeft dat haar man Jezus met rust moet laten. Er wordt in de Bijbel sowieso overdadig gedroomd, Jozef droomt dat hij boven zijn broers uitstijgt, Nebukadnezar droomt dat zijn rijk ten onder gaat, zijn droomuitlegger Dani\u00ebl droomt zelf van monsters met hoorns en klauwen die allerlei wereldrijken verbeelden, in Openbaring rol je met de apostel Johannes ademloos van het ene visioen in het andere. De Bijbel is een groot dromenboek.<\/p>\n<p>Het verhaal van Pilatus\u2019 vrouw doet dan weer denken aan de onder meer door Shakespeare in zijn toneelstuk Julius Caesar verwerkte geschiedenis van Calpurnia, de echtgenote van Caesar, die haar man na een omineuze droom waarschuwt voor het gevaar dat hem bedreigt. De twee Romeinse kerels luisteren niet, het levert de een zijn eeuwig slechte naam op, de ander loopt zijn dood tegemoet. Dromen zijn vrouwenspul, beweerde de negentiende-eeuwse populair-wetenschappelijke schrijver Camille Flammarion, omdat zij overdag nu eenmaal veel minder meemaken dan hun avontuurlijke, jagende mannen. De nacht compenseert hen daar als het ware voor. Nietzsche zag weer een ander verband tussen een saai leven en de nachtelijke dromen: \u2018In onze dromen verbruiken wij te veel kunstenaarschap en daarom zijn wij er overdag te arm aan.\u2019<\/p>\n<p>Ook in de andere grote mythologie\u00ebn wordt druk gedroomd. Hector verschijnt in een droom aan Aeneas en waarschuwt hem Troje te verlaten (bij ons, dat wil zeggen bij Vondel, wordt dat Badeloch die haar Gijsbrecht waarschuwt Amsterdam te verlaten), in het Gilga\u00admesj-epos droomt de held eerst dat er een steen op hem valt en even later dat er een bijl op zijn volk valt, beide dromen betekenen volgens zijn huiszieneres dat een vriend hem zal bijstaan in zijn avonturen. Een onbegrijpelijke uitleg in onze hedendaagse ogen, maar jawel hoor, even later duikt kameraad Enkidoe op.<\/p>\n<p>Bijna altijd zijn het voorspellende dromen, er staat iets te gebeuren en de mens wordt daar in de droom van op de hoogte gesteld. \u2018Hij geeft het zijn beminden in de slaap,\u2019 aldus psalm 127.<\/p>\n<p>Zij niesde<\/p>\n<p>De droom is een menselijk verschijnsel dat in alle culturen altijd hevige belangstelling heeft gewekt. De Byzantijnse schrijver Achmetus bijvoorbeeld schreef een compleet, op Grieks-Romeinse bronnen gebaseerd werk De sleutel der dromen (ook de titel van een doek van droomschilder Magritte trouwens) waarin hij bijvoorbeeld zonder opgeheven vingertje dromen over het neuken met dieren vermeldde. Ach, in je slaap kun je er immers niks aan doen.<\/p>\n<p>Ook in de moderne literatuur werd tot voor kort druk gedroomd. \u2018En toch duik ik met een zeker behagen in de ijle gebieden van het dromen weg; ik ben er voor een ogenblik in het bezit van geheimen die mij weldra zullen ontsnappen; ik drink er aan de bronnen,\u2019 schrijft Marguerite Yourcenar in Hadrianus\u2019 gedenkschriften, en vrijwel alle schrijvers zeiden het haar na. Een roman zonder een enkele droom of verwijzing naar de droomwereld leek lange tijd een zeldzaamheid. Zo droomt Faust opgewonden van Gretchen en ligt de halve cast in Shakespeares Midzomernachtsdroom gedurende de opvoering op het toneel te dromen. Maar ook schrijvers zelf hebben er de lasten en de lusten van, vooral de romantici konden bijna niet zonder. Coleridge beweerde zijn hele Kubla Khan in een droom ontvangen te hebben, terwijl Mary Shelley-Wollstonecraft \u2019s nachts de nachtelijke film met Frankenstein zag alvorens ze het gelijknamige boek schreef. Je hoeft er trouwens geen schrijver voor te zijn: Albert Einstein kreeg het groene licht omtrent zijn relativiteitstheorie ook in een droom, zeggen ze.<\/p>\n<p>Soms worden dromen genoteerd om zichzelfs wille, zoals Frederik van Eeden deed in zijn Dromen\u00adboek waarin hij op zoek ging naar de \u2018heldere droom\u2019 \u2013 de droom waarin je je realiseert dat je droomt. Goddank noteerde Van Eeden ook alle bijvangst, soms kort, soms lang: \u20186 februari 1914 Van nacht droomde ik lang en duidelijk van Lady Welby \u2013 zooals nog niet was voorgekomen na haar dood in 1912. Ik voelde zeer innig. Zij niesde en maakte mij vuil. Dat verdroeg ik graag. Ze nam toen een spons om mij weer af te wasschen. Later weende ik lang en heerlijk in haar armen.\u2019 En in Parijs richtte de surrealist Antonin Artaud in 1925 het Bureau de Recherches Surr\u00e9alistes op, een collectie waar dromen om hun kunstzinnige waarde werden verzameld.<\/p>\n<p>Een boer met stoppelbaard<\/p>\n<p>De meeste \u00e9n beroemdste dromen komen we tegen in romans; sommige beginnen ermee, zoals De avonden van Reve, andere eindigen er juist mee, Meneer Visser\u2019s hellevaart van Vestdijk. Er zijn verhalen die van begin tot eind droom zijn, bijvoorbeeld die van de Dublinse kroegbaas in Joyce\u2019 Finnegans Wake. Andere verhalen zijn dan weer zo nadrukkelijk geen droom dat je bijna achterdochtig wordt: \u2018Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd\u2019 (\u2026) \u201cWat is er met mij gebeurd?\u201d dacht hij. Het was geen droom.\u2019 Je snapt de nadrukkelijkheid van Kafka want als \u00ed\u00e9ts op een droomverhaal lijkt is het wel Die Verwandlung.<\/p>\n<p>Dromen in literaire teksten hebben iets wonderlijks gemeen. Ze zijn bijna altijd afgerond en betekenisvol, ze zijn symbolisch en verwijzen naar zaken die elders uitgelegd of gesuggereerd worden. Misschien begrijpt de dromer zelf ze niet direct (Gilgamesj, Nebukad\u00adnezar, Frits van Egters) maar ze worden de lezer voorgeschoteld omdat ze een strekking hebben. In literaire dromen valt, om met W.F. Hermans te spreken, geen mus van het dak zonder dat het een gevolg heeft. En dat is gek, want dromen in het dagelijks leven zijn vaak helemaal niet duidelijk, uiterst verward en verwarrend en vaak kun je er geen touw aan vastknopen. Wat we ons aan dromen herinneren is bovendien maar een topje van de ijsberg. De dromen die wij uit het dagelijks leven kennen, zijn als het beetje huisraad dat we uit een brandend huis hebben weten te redden, las ik eens ergens treffend.<\/p>\n<p>Papieren personages dromen daarentegen bijna altijd veelbetekenend en symbolisch. Neem de talloze dromen in Reves De avonden, allemaal onmiskenbaar nachtmerries die de onderdrukte angsten en obsessies van de protagonist met dood en ziekte waar hij overdag mee loopt te keten en te provoceren moeten illustreren. Bood\u00adschap: Frits van Egters is eigenlijk een bang, obsessief mannetje. Of de droom in Hermans\u2019 Nooit meer slapen: Alfred droomt dat hij van achteren wordt aangevallen en roept: Vader! Hoe nadrukkelijk had u het vadercomplex willen hebben? In de po\u00ebzie worden er evenmin doekjes om gewonden. Vasalis\u2019 gedicht \u2018Tijd\u2019: \u2018Ik droomde dat ik langzaam leefde, langzamer dan de oudste steen\u2019, trekt geen al te zware wissel op ons zienerschap: u droomt, wij leggen uit!<\/p>\n<p>Een wel heel sterk staaltje van betekenisvolle dromenkunst levert Tolstoj in Anna Karenina. Zowel Anna als haar vrijer Vronsky hebben zonder het van elkaar te weten vlak achter elkaar precies dezelfde nachtmerrie over een oude boer met een stoppelbaard die Franse onzin uitkraamt. Over toeval gesproken&#8230; maar nee, dromen in romans zijn nooit bedrog, ze betekenen altijd iets, het zijn aanwijzingen van hogerhand, ze waarschuwen de dromers; zelden vertonen ze losse eindjes of baarlijke nonsens.Het is natuurlijk allemaal de schuld van Freud en zijn confraters de droomuitleggers, van Dani\u00ebl en van Teiresias. Freud met zijn Traum\u00addeutung noemde de droom de koninklijke weg naar de psychoanalyse en de gedachte dat een droom per se iets te betekenen moet hebben, heeft een fatale uitwerking gehad op veel schrijvers die wel een koninklijk ingredi\u00ebnt konden gebruiken om de thema\u2019s in hun romans te versterken. Vandaar al die veelbetekenende, voorspellende of telepathische dromen in romans en verhalen.<\/p>\n<p>Geen paraplu\u2019s<\/p>\n<p>Vanzelfsprekend zijn er ook schrijvers geweest die er anders mee omgingen. Elias Canetti is daar een mooi voorbeeld van. Hij debiteert in zijn enige roman Het martyrium de dromen van zijn personages niet als afzonderlijke, veelzeggende, ge\u00efsoleerde gebeurtenissen maar weeft ze gewoon door de (roman)werkelijkheid heen zodat je het verschil tussen beide niet meer voelt. Misschien was hij een volgeling van Pascal die ooit opmerkte: \u2018want het leven is slechts een ietwat minder wisselvallige droom\u2019.<\/p>\n<p>Een grote stap weg van de verplichte freudiaanse en andersoortige verklaringen zette de anti-Freudiaan Vladimir Nabokov, die dromen helemaal niet meer als betekenisvol in zijn romans inzet maar juist als een verstoring van betekenis. De slaap zelf noemde hij al \u2018het meest imbeciele genootschap ter wereld met de zwaarste verplichtingen en primitiefste rituelen\u2019 en van Freuds droomuitleggingen moest hij niets hebben: \u2018Ik wil niet dat een oudere heer uit Wenen met een paraplu mij met zijn dromen bombardeert. Ik heb de dromen die hij in zijn boeken bespreekt niet. Ik zie geen paraplu\u2019s in mijn dromen of ballonnen.\u2019 De dromen in Nabokovs romans hebben dan ook weinig te betekenen, ze zijn mooi en vluchtig of lelijk en terneerdrukkend, maar aan het begrip van het verhaal dragen ze niet bij.<\/p>\n<p>Ook in de po\u00ebzie tref je soms droomexemplaren aan die eerder waanzin dan rede oproepen, eerder ontregeling dan begrip, zoals dit gedicht van Allen Ginsberg uit Mind Breaths, in de vertaling van Simon Vinkenoog:<\/p>\n<p>\u00a0<\/p>\n<p>Kerstgeschenk<\/p>\n<p>Ik ontmoette Einstein in een droom<\/p>\n<p>Voorjaar op het grasveld van Princeton<\/p>\n<p>Ik knielde voor hem neer en zoende zijn jonge duim<\/p>\n<p>die van een stevige paus<\/p>\n<p>\u2018Ik vond een afzonderlijk universum uit,<\/p>\n<p>min of meer als Maagd\u2019 \u2013<\/p>\n<p>\u2018Ja, het schepsel doet zichzelf geboren worden\u2019,<\/p>\n<p>haalde ik uit Mescaline aan<\/p>\n<p>Wij gingen in de open lucht universele zomer<\/p>\n<p>zitten eten, vrouwen van professoren<\/p>\n<p>in de Tennisclub,<\/p>\n<p>ons treffen eeuwig, zoals verwacht,<\/p>\n<p>mijn gevaar zijn vuist te zoenen<\/p>\n<p>onverwacht heilig<\/p>\n<p>als je denkt aan de Atoombom waarover ik niet sprak.<\/p>\n<p>Wel wat anders dan langzamer leven dan de oudste steen.<\/p>\n<p>Feit is ook dat lezers minder graag dromen in boeken tegenkomen dan schrijvers ze erin stoppen. Er lijkt wel een soort intu\u00eftieve afkeer van de kunstgreep van de droom te bestaan onder afnemers van het boek en ik zou niet graag de kost geven aan mensen die ze gewoon overslaan. Een droom in een roman is toch een beetje alsof iemand je over een film vertelt die hij zojuist heeft gezien maar jij niet. De dichter W.H. Auden wist uit ervaring hoe het zat: \u2018The problem with dreams of course is that others are so boring.\u2019 En Henry James waarschuwde rond 1900 de literaire droomproducenten met een kort en krachtig: \u2018Tell a dream, lose a reader.\u2019<\/p>\n<p>Henry James\u2019 les lijkt een eeuw na dato door te dringen. Eindelijk doen schrijvers wat lezers willen. Petry\u2019s visioen is inmiddels een uitzondering in een literatuur waarin droomsc\u00e8nes ostentatief ontbreken of niets bijzonders meer te vertellen hebben: geen duimdikke, freudiaanse symboliek die wij moeten begrijpen, geen geheimzinnige geestverschijningen die ons op iets voorbereiden; gewoon de besognes van alledag vertaald naar wat nachtbeelden. Niet langer fungeert de droom als onmisbare richtingaanwijzer in het verhaal, het is hoogstens een\u00a0gebeurtenis als alle andere in het leven van de personages geworden.<\/p>\n<p>En de lezers die dromen toch altijd al vervelende onderbrekingen van het verhaal vonden en ze het liefst oversloegen, krijgen hun zin: boeken zonder dromen die ze moeten duiden.<\/p>\n<p>Bladwijzer \/ Online bron<\/p>\n<p>YouTube; Lucide dromen<\/p>\n<p>Schrijver en psychiater Frederik van Eeden bedacht de term \u2018lucide droom\u2019 voor dromen waarin je je bewust bent van het feit dat je droomt. Hij noemt het voor het eerst in een Engelstalige voordracht in Londen in 1913, getiteld A Study of Dreams, de eerste aanzet tot het postuum in 1978 uitgegeven Dromenboek. Lucide dromen is sindsdien veelvuldig onderzocht en inmiddels onderwerp van een heuse wetenschappelijke richting. Het wordt ingezet om te genezen van allerlei problemen van psychische aard. \u2018Lucid dreaming teacher\u2019 Charlie Morley enthousiasmeert het publiek tijdens een TEDx-praatje om zich te trainen in bewust dromen. Daarmee, zegt hij, leer je ook bewuster leven en die vaardigheid kan vervolgens ingezet worden op maatschappelijke schaal. Misschien maar eens beginnen met een blocnote naast het bed.<\/p>\n<p>Ga naar vn.nl\/dromen<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Dromen komen steeds minder vaak voor in de literatuur. Hebben schrijvers naar hun lezers leren luisteren?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-34727","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/34727","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=34727"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/34727\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=34727"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=34727"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}