
 {"id":341245,"date":"2016-10-11T15:37:59","date_gmt":"2016-10-11T13:37:59","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=341245"},"modified":"2016-10-11T16:50:04","modified_gmt":"2016-10-11T14:50:04","slug":"literaire-kroniek-oek-de-jong","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/literaire-kroniek-oek-de-jong\/","title":{"rendered":"Een pak slaag voor Frits van Egters en andere idee\u00ebn van Oek de Jong"},"content":{"rendered":"<div class=\"lead\">\n<p class=\"p1\">In zijn nieuwe bundel essays <i>Het visioen aan de binnenbaai<\/i> beoefent Oek de Jong het persoonlijke, autobiografische essay wanneer hij terugkijkt op het ontstaan van <i>Opwaaiende zomerjurken<\/i> en zijn vriendschap met Frans Kellendonk.<\/p>\n<\/div>\n<p class=\"p1\">Wanneer Oek de Jong <i>De avonden<\/i> van Gerard Reve leest denkt hij regelmatig over de hoofdpersoon: \u2018Die Van Egters, die Frits, die zou eens een ongelooflijk pak op zijn sodemieter moeten hebben, daar zou hij van opknappen, dat zou hem goeddoen.\u2019 Die gedachte duikt speciaal op bij passages waarin Van Egters zijn vrienden of zijn vader weer eens aan het sarren is. Wanneer hij zijn vader voor de zoveelste keer een verhaal uit zijn jeugd laat vertellen en dan zit te wachten op bepaalde details die zijn vader subiet weer oplepelt. Zoals het detail van het bankje in het verhaal dat hij als jongen van twaalf in de fabriek een machine moet bedienen waar hij niet bij kan: \u2018Nu komt het bankje, denkt hij vol afschuw, nu komt het bankje.\u2019<\/p>\n<p class=\"p1\">De Jong heeft het over Reve en Frits van Egters in het essay \u2018De kleine satan\u2019 in zijn nieuwe bundel essays <i>Het visioen aan de binnenbaai<\/i>. Je zou niet denken dat De Jong ook maar iets van zichzelf herkent in de sardonische, in zichzelf opgesloten Van Egters die \u2018alles\u2019 ziet, alles moet zien, en dwangneurotisch gefixeerd is op details die te maken hebben met ziekte, dood en verval, van de etensresten tussen zijn vaders tanden, tot de haaruitval van zijn vrienden. Deze behoefte om te kwellen en over de schreef te gaan is \u2018de kleine satan\u2019 in Van Egters. Hij verhaalt daarmee zijn eigen tekortkomingen en zelfhaat op anderen. Voor Oek de Jong is Van Egters \u2018het prototype van de liefdeloze kleine satan<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0 <\/span>die in ons allemaal rondspookt.\u2019 Hij herinnert zich hoe \u2018verschrikkelijk ik zelf soms op die leeftijd was, bijvoorbeeld toen ik op een dag mijn moeder vroeg wat liefde is, de onzekerheid in haar ogen zag opvlammen en haar toen net zo lang paaide tot ze mij, zwetend van ongemak, begon uit te leggen wat liefde is.\u2019<\/p>\n<p class=\"p1\">Dit vragen aan zijn moeder wat liefde is, is aanzienlijk onschuldiger dan Van Egters zuigende gesar. De herkenning betreft dan ook vooral de in zichzelf opgesloten Van Egters en dat Reve via Van Egters niets onopgemerkt laat (\u2018het is gezien\u2019). Edo in <i>Opwaaiende zomerjurken<\/i> en Abel in <i>Pier en oceaan<\/i> zitten ook, op een mildere manier, in zichzelf opgesloten, en willen er uit, ze verlangen verlost worden van de last van zichzelf.<\/p>\n<p class=\"p1\"><q class=\"pull-left\">Hij heeft het niet alleen over die kleine satan in Van Egters, maar ook over die kleine satan in zichzelf, ook al is die heel wat kleiner en anders.<\/q><\/p>\n<p class=\"p1\">Het essay over de kleine satan in ons is een goed voorbeeld van het soort essays dat Oek de Jong schrijft: het persoonlijke, autobiografische essay, waarin hij altijd zichzelf betrekt bij het onderwerp waar hij het over heeft. Hij heeft het niet alleen over die kleine satan in Van Egters, maar ook over die kleine satan in zichzelf, ook al is die heel wat kleiner en anders. In het persoonlijke essay, zoals oorspronkelijk door Montaigne begonnen, draait het om het onderwerp \u00e9n de schrijver. In andere essays blijft het om het onderwerp draaien en is de schrijver van het essay ondergeschikt. Bij Oek de Jong hoort het essay bij de reflexieve kant van zijn schrijverschap, zoals in het eerste essay waarin hij na dertig jaar terugkijkt op het ontstaan van <i>Opwaaiende zomerjurken<\/i>. In het laatste kijkt hij terug op zijn vriendschap met Frans Kellendonk.<\/p>\n<p class=\"p1\">Een rode draad in <i>Het visioen aan de binnenbaai<\/i> is dat Oek de Jong grenzen wil overschrijden, altijd iets verder wil gaan omdat zich dan iets openbaart wat je \u2018de kern\u2019 of \u2018de essentie\u2019 zou kunnen noemen. Dat is wat hem interesseerde in de dichter en aan hero\u00efne verslaafde Arie Visser, iemand die voortdurend iets te ver ging, maar toch een boeiend po\u00ebtisch oeuvre wist te schrijven, zoals De Jong in een lang essay over Visser aantoont. Wanneer hij het in \u2018Juichend jeugdvlees\u2019 over seks en erotiek in de literatuur heeft en constateert dat eeuwenlang niet openlijk over seks is geschreven, maar altijd driedubbel verhullend, beschouwt hij het schrijven over seks in een roman als een manier om verder te gaan, om dieper door te dringen in zijn personages. Net zoals de introspectie van een personage je dichter bij zijn kern brengt, zo brengt het schrijven over verlangen, erotiek en seks je dichterbij de kern van het personage.<\/p>\n<figure id=\"post-341252 media-341252\" class=\"align-center\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-4815139.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-4815139-320x217.jpg 320w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-4815139-640x434.jpg 640w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-4815139-1280x868.jpg 1280w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-4815139-1920x1302.jpg 1920w\" alt=\"\" \/><figcaption>1985, Gerard Reve. Foto: Steye Raviez\/HH<\/figcaption><\/figure>\n<p class=\"p1\">Oek de Jong is graag een \u2018realist\u2019 want dat is een onthuller, die laat zien hoe de dingen werkelijk zijn. Vandaar de verwantschap die hij voelt met Gerard Reve: het is door Reve gezien zoals het is, het is niet onopgemerkt gebleven. Vandaar ook de herkenning bij het lezen van de liefdessc\u00e8ne van twaalf pagina\u2019s in <i>Rabbit, Run<\/i> van John Updike, geschreven aan het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Daarin beschrijft Updike het ongemak, de lust, het cynisme, de hartstocht, de weerstand, de overgave en de ontnuchtering tussen Rabbit en een prostituee. Updike\u2019s realisme \u2018omvat alles\u2019, schrijft De Jong, \u2018juist dat maakt de sc\u00e8ne zo pijnlijk en prachtig: Updike\u2019s realisme, de mengeling van empathie en nergens voor terugdeinzende waarheidsdrift waarmee hij \u201calles\u201d laat zien van wat er in zo\u2019n situatie speelt.\u2019<\/p>\n<p class=\"p1\">Tot de onthullende kant van dit realisme behoort bij De Jong steevast de noodzaak tot ontluistering. Zijn hang naar ontluistering is minder groot dan bij Frans Kellendonk (bij Kellendonk werd \u2018het snijden in het eigen vlees\u2019 bijna een morele plicht), maar hij herkent het als iets dat hem bekend voorkomt. In het uitvoerige en schitterende essay \u2018Twee eenlingen\u2019 kijkt hij terug op hun vriendschap en analyseert tastend en zoekend de ontwikkeling van hun verhouding als vrienden, als collega\u2019s en als rivalen. De \u2018prins\u2019 Kellendonk werd ziek, maar wilde het er aanvankelijk nauwelijks met hem over hebben. Kellendonks verhouding tot ontluistering was tweeslachtig, hij hield ervan en en hij treurde er om. \u2018Ontluistering\u2019 schrijft De Jong, \u2018werkt ook bevrijdend \u2013 ze brengt je bij de naakte waarheid.\u2019<\/p>\n<figure id=\"post-341251 media-341251\" class=\"align-center\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-10351777.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-10351777-320x218.jpg 320w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-10351777-640x436.jpg 640w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-10351777-1280x872.jpg 1280w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/HH-10351777-1920x1307.jpg 1920w\" alt=\"\" \/><figcaption>1986, Frans Kellendonk. Foto: Michiel Wijnbergh\/HH<\/figcaption><\/figure>\n<p class=\"p1\">De waarheidsdrift leidt bij De Jong niet tot hard realisme, maar eerder tot een psychologisch en filosofisch realisme. Het moet samen kunnen gaan met een ander aspect in het werk van De Jong dat in deze essays weer opduikt: wat hij zelf zijn \u2018werkelijkheidsmystiek\u2019 noemt. De Jong is uit op epifanie\u00ebn, op momenten waarop de werkelijkheid zich in zijn \u2018ware\u2019 gedaante openbaart. Hij vindt die momenten in de po\u00ebzie van Vasalis, van Gorter, van Paul van Ostayen en Lucebert. Hij zoekt die epifanie\u00ebn het liefst bij dichters en schrijvers (James Joyce), maar ook bij Meister Eckhart, al mist hij bij hem de humor die hij wel aantreft in het tao\u00efsme. De Jong raakt met zijn ode aan de middeleeuwer Meister Eckhart op glad ijs wanneer die wil dat het \u2018ik\u2019 zo goed als verdwijnt. Eckhart heeft het over het \u2018eigenwillige ik\u2019 dat \u2018leeg\u2019 moet worden, want pas dan kan het vollopen met het \u2018volledige leven\u2019. Het wordt bij De Jong echt mystiek, iets dat dagelijks geoefend moeten worden in een \u2018innerlijke school\u2019, wanneer er enig moralisme om de hoek komt kijken: \u2018naarmate je minder vervuld bent van jezelf, gaan alle dingen gemakkelijker.\u2019<\/p>\n<p class=\"p1\"><q class=\"pull-right\">De Jong is bang voor het grote woord God (daar heeft hij in zijn jeugd al genoeg van gehad) maar komt er toch weer op uit.<\/q><\/p>\n<p class=\"p1\">De Jong is bang voor het grote woord God (daar heeft hij in zijn jeugd al genoeg van gehad) maar komt er toch weer op uit wanneer het hem lukt de traditionele voorstellingen van God eruit te laten verdwijnen en het begrip \u2018leeg\u2019 te laten worden, waardoor het met een Eckhartse paradox juist \u2018gaat stralen.\u2019 \u2018Niet het woord zelf\u2019 gaat stralen, voegt hij er aan toe, \u2018maar datgene waar het naar verwijst: naar een innerlijke staat, of moet ik zeggen: naar het visioen van een innerlijke staat, naar een toestand waarin je plotseling als het ware over de rand valt en wordt opgenomen in de \u201cruimte van het volledig leven\u201d, zoals Lucebert het heeft genoemd.\u2019<\/p>\n<p class=\"p1\">Ook al verleidt het citaat van Lucebert tot instemming, de manier waarop je tot die \u2018innerlijke staat\u2019 moet komen heeft veel weg van hokus pokus. Meister Eckhart verleidt De Jong tot instemming met bondige<span class=\"Apple-converted-space\">\u00a0 <\/span>beweringen als \u2018Het ledige gemoed kan alles.\u2019 Om tot een \u2018ledig gemoed\u2019 te komen moet je niet of minder \u2018vervuld\u2019 zijn van jezelf, zegt Eckhart. Maar dat ledige gemoed kan zich alleen maar leeg voelen wanneer het eerst vol is geweest, en dus wel vervuld is geweest van zichzelf. Op zijn tijd vervuld zijn van jezelf, zoals Oek de Jong in deze essays in gunstige zin regelmatig is, is een voorwaarde om iets tot stand te brengen.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p class=\"p1\"><i><a href=\"https:\/\/www.vn.nl.kpnis.nl\/Winkel\/Webwinkel\/Web-winkel-Product\/Het-visioen-aan-de-binnenbaai-Oek-de-Jong.htm\" target=\"_blank\">Het visioen aan de binnenbaai<\/a><\/i> van Oek de Jong is uitgegeven door Atlas Contact.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In zijn nieuwe bundel essays Het visioen aan de binnenbaai beoefent Oek de Jong het persoonlijke, autobiografische essay wanneer hij terugkijkt op het ontstaan van Opwaaiende zomerjurken.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-341245","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/341245","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=341245"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/341245\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=341245"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=341245"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}