
 {"id":33441,"date":"2013-08-24T00:00:00","date_gmt":"2013-08-23T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-onderzoeker-en-de-tabak\/"},"modified":"2013-08-24T00:00:00","modified_gmt":"2013-08-23T22:00:00","slug":"de-onderzoeker-en-de-tabak","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-onderzoeker-en-de-tabak\/","title":{"rendered":"De onderzoeker en de tabak"},"content":{"rendered":"<p>De macht van de tabakslobby; deel 3<\/p>\n<p>\u2018Is er morgen een beamer beschikbaar?\u2019 vraagt een medewerker (de naam is weggelakt) van Philip Morris aan een ambtenaar van het ministerie van Financi\u00ebn. Zijn e-mail van 4 juli 2012 is in handen van Vrij Nederland gekomen na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. De beamer blijkt nodig om tijdens een overleg op het ministerie de statistieken te tonen van het \u2018Star-rapport\u2019, een onderzoek dat KPMG Nederland sinds 2006 jaarlijks uitvoert naar de illegale smokkel van sigaretten in de Europese Unie. De ambtenaar van het ministerie schrijft direct terug: \u2018Er is een beamer aanwezig!\u2019<\/p>\n<p>Ook dit jaar is er een Star-Rapport uitgebracht. Op 16 april is het in Brussel aan alle lidstaten gepresenteerd. Het 236 pagina\u2019s tellende document staat vol met staafdiagrammen en grafieken.<\/p>\n<p>De volgende dag, 17 april, slaat Philip Morris International groot alarm in een persbericht, waarin topman Artyom Chernis in het Engels schrijft: \u2018Midden in de economische crisis en begrotingstekorten wordt Europa geplaagd door illegale sigaretten [&#8230;]. Er worden gemeenschappen door vernietigd.\u2019 Volgens het persbericht zijn de lidstaten gezamenlijk 12,5 miljard euro aan belastinginkomsten misgelopen en zijn \u2018extreme belastingen\u2019 een belangrijke oorzaak van de toegenomen smokkel. Zes dagen later brengt Philip Morris Benelux een extra Nederlandstalig persbericht uit met daarin dezelfde conclusies en een bijna letterlijke vertaling, nu uitgesproken door Philip Morris Benelux-topman Robert Wassenaar. Hij spreekt van \u2018extreme belastingstelsels en regelgeving waardoor de consumptie verschuift van de legale naar de illegale tabaksmarkt\u2019.<\/p>\n<p>Dat persbericht van de sigarettengigant vermeldt dat KPMG dit onderzoek heeft uitgevoerd \u2018in opdracht van Philip Morris International (PMI), de Europese Commissie en alle 27 EU Lidstaten\u2019. Het wordt ingekort overgenomen door het ANP en verschijnt onder meer op Nu.nl (22 april) en in de Volkskrant (23 april).<\/p>\n<p>Opvallende samenwerking<\/p>\n<p>Een woordvoerder van KPMG bevestigt per e-mail deze opvallende samenwerking: hun opdrachtgevers zijn \u2018Philip Morris, de EU en de lidstaten\u2019.<\/p>\n<p>Maar een woordvoerster van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) zegt namens de Europese Commissie dat deze informatie niet klopt: \u2018Het rapport wordt in opdracht van en gefinancierd door Philip Morris International uitgevoerd door KPMG.\u2019 Het rapport valt binnen het uit 2004 daterende Anti-Contraband and Anti-Counterfeit Agreement (zie kader p. 31), waarbij de Europese Commissie samen met alle betrokken partijen de te volgen onderzoeksmethode voor de rapportage heeft afgestemd. De OLAF-woordvoerster zegt ook: \u2018Het Project Star Report is een van de vele bronnen van informatie en analyse die de Commissie en haar lidstaten tot hun beschikking hebben en kan in die context worden gebruikt, zonder te vergeten dat het gefinancierd en geproduceerd wordt door private partijen.\u2019<\/p>\n<p>Onder die voorwaarden wordt het Star-rapport door de Commissie verstrekt aan haar lidstaten. Zo is het ook bij het Nederlandse ministerie van Financi\u00ebn terechtgekomen, blijkt uit het vorig jaar gepresenteerde rapport \u2018Bestrijding van accijnsfraude bij alcohol en tabak\u2019 van de Algemene Rekenkamer. Daarin staat dat staatssecretaris Weekers de Star-bevindingen gebruikt \u2018voor zover van belang voor activiteiten op het terrein van toezicht of fraudebestrijding\u2019. Hierop oordeelde de Algemene Rekenkamer dat er een probleem met het rapport is omdat het \u2018inhoudelijk niet volledig\u2019 is.<\/p>\n<p>Desondanks is het dit jaar gepresenteerde Star-rapport wederom door Financi\u00ebn geaccepteerd. Een woordvoerder van het ministerie meldt namelijk desgevraagd dat dit rapport samen met andere rapporten van de alcohol- en tabaksbranches \u2018mede zullen worden gebruikt voor de door de staatssecretaris aan de Tweede Kamer toegezegde grenseffectenrapportage die na de zomer aan de Kamer zal worden aangeboden\u2019.<\/p>\n<p>Onvolledig<\/p>\n<p>Op verzoek van Vrij Nederland nam Pim Levelt het nieuwste Star-rapport nauwkeurig door. Levelt is oud-president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en was voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de frauduleuze praktijken van psycholoog Diederik Stapel. Zijn conclusie is dat het rapport wetenschappelijk gesproken onvolledig is. \u2018Omdat de Europese Commissie, die tot onze overheid behoort, betrokken is geweest bij de vaststelling van de te volgen onderzoeksmethodiek, zou wetenschappelijke volledigheid toch zeer wenselijk zijn,\u2019 zegt Levelt. Zijn analyse: \u2018Over de betrouwbaarheid en validiteit van de gebruikte maten krijgen we slechts globale aanduidingen en de relevante maten worden nergens gepresenteerd. Bovendien is er geen evidentie dat het rapport onderhevig is geweest aan peer review. Deze onvolledigheid impliceert dat de conclusies van dit rapport oncontroleerbaar zijn.\u2019<\/p>\n<p>Ook vindt Levelt dat het rapport niet onafhankelijk is. \u2018Philip Morris is op allerlei punten \u00adbetrokken bij het onderzoek.\u2019 Zo heeft de fabrikant zelf opdracht gegeven voor het verzamelen van lege sigarettenwikkels die zijn gebruikt om te bepalen of er sprake was van een legaal of illegaal pakje. Alle onderzoek door derden werd direct door Philip Morris gecontracteerd. En Philip Morris heeft ook zelf data aangeleverd voor dit rapport. Levelt: \u2018Dit staat op gespannen voet met het onmiskenbare feit dat Philip Morris belanghebbende is bij dit onderzoek.\u2019<\/p>\n<p>KPMG wil Levelts analyse niet inzien om commentaar te leveren. De woordvoerder zegt dat zoiets altijd de taak van de opdrachtgever is. Maar ook Philip Morris besluit na intern beraad de analyse van Levelt niet te willen inzien.<\/p>\n<p>\u2018Dat verbaast me niets,\u2019 zegt Levelt. \u2018Want Philip Morris heeft met haar begeleidende persbericht iedereen op het verkeerde been gezet met de suggestie dat het onderzoek mede in opdracht van de Europese Commissie zou zijn verricht.\u2019<\/p>\n<p>Geen verband accijns en smokkel<\/p>\n<p>Het Star-rapport wordt door de Marlboro-producent ingezet als lobby-instrument, meent dr. Luk Joossens. Hij is internationaal expert op het gebied van illegale sigarettensmokkel en verbonden aan de Association of European Cancer Leagues. \u2018Het rapport heeft voor elkaar gekregen dat de discussie rond illegale smokkel dankzij hoge accijnzen weer kan worden gevoerd,\u2019 zegt Joossens. In het begeleidende persbericht van Philip Morris wordt er de nadruk op gelegd dat hoge accijnzen smokkel in de hand werken. Terwijl er in de algemene bevindingen van het Star-rapport, aldus Levelt die de analyse maakte, geen verband wordt gelegd door KPMG tussen de hoogte van accijnzen en smokkel.<\/p>\n<p>Luk Joossens valt ook de timing op: \u2018Eerst werd het rapport rond juni gepresenteerd, nu was dat ineens in april,\u2019 zegt hij. \u2018Niet geheel toevallig staat er nieuwe regelgeving vanuit Brussel aan te komen waar plain packaging een onderdeel van is. Dat houdt in dat pakjes er voortaan hetzelfde uit zouden moeten gaan zien. Philip Morris haalt haar winst uit Marlboro, dat herkenbaar in het schap ligt. Als plain packaging wordt doorgevoerd en alle pakjes op elkaar gaan lijken, vreest zij voor haar winsten. Het rapport wordt deze keer gebruikt om deze regels te proberen te voork\u00f3men. Philip Morris beweert bij hoog en laag dat dit soort verpakkingen smokkel in de hand werken. En dat een verbod op mentholsigaretten, ook een van de voorstellen in Brussel, eenzelfde effect zal hebben. In het laatste Star-rapport staan opvallend veel statistieken over menthol en dunne sigaretten.\u2019<\/p>\n<p>Met betrekking tot de timing van publicatie verwijst het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) opnieuw naar Philip Morris International. Wel laat zij weten: \u2018In 2013 is, in tegenstelling tot wat eerder gebruikelijk was, het Project Star Report gepresenteerd zonder dat OLAF of de lidstaten het vooraf hebben ingezien of geaccordeerd. Hoewel ze dat niet verplicht zijn, hebben we Philip Morris gevraagd dat volgend jaar wel weer te doen.\u2019<\/p>\n<p>Afleiden<\/p>\n<p>\u2018Tabaksfabrikanten hebben onderzoekers nodig om tabak te blijven verkopen,\u2019 zegt professor Robert N. Proctor, hoogleraar geschiedenis aan de Stanford University. Dertig jaar lang bestudeerde hij de tabaksindustrie, wat resulteerde in zijn boek Golden Holocaust (2012). \u2018De inzet van wetenschap is onderdeel van hun strategie,\u2019 vervolgt hij in een telefonisch interview vanuit Californi\u00eb. \u2018In het verleden waren door hen geselecteerde wetenschappers nodig om te bestrijden dat roken schadelijk is. Langzaam is hun strategie verschoven van het ontkennen van de gezondheidsaspecten naar het \u00e1fleiden ervan.\u2019 Het uitbrengen van onderzoeksrapporten die \u2018degelijk en betrouwbaar\u2019 moeten overkomen is, aldus Proctor, een van die methodes.<\/p>\n<p>Professor Proctor vermoedt dat de nadruk die Philip Morris met het Star-rapport probeert te leggen op de inkomstenderving van de EU-lidstaten als gevolg van de toegenomen smokkel van (namaak)sigaretten door accijnsverhogingen, bedoeld is om het gezondheidsaspect te verhullen. \u2018Het is wetenschappelijk aangetoond dat er minder wordt gerookt als de accijnzen omhoog gaan,\u2019 zegt hij. \u2018Bij iedere tien procent verhoging, neemt de consumptie met vier procent af. Maar daar hoor je de fabrikanten niet over. Zij proberen de Grand Canyon te leggen tussen echte merksigaretten en nep-merksigaretten en hopen dat we vergeten dat het gaat om de scheiding tussen echte sigaretten en geen sigaretten.\u2019<\/p>\n<p>Proctor geeft een ander voorbeeld van eind jaren tachtig, dat doorliep tot in de jaren negentig: \u2018Bij het Center for Indoor Air Resarch, een door de tabaksindustrie geconstrueerde organisatie, claimden ze dat het probleem met \u201cbinnen roken\u201d niet de rook zelf was, maar een gebrek aan ventilatie. Ze gebruikten daarvoor de term Sick Building Syndrome en beweerden dat als je de ramen potdicht houdt, er deeltjes uit het tapijt en de verf gaan circuleren. Ze hielden er hele conferenties over en schreven er wetenschappelijke tijdschriften mee vol. Wat zo interessant is: het is in principe waar, er z\u00edjn ook problemen met deeltjes die blijven hangen bij slechte ventilatie. Maar dat ze het zo hebben kunnen framen dat er gesproken wordt over een \u201cventilatieprobleem\u201d, in plaats van een \u201crookprobleem\u201d, dat is het knappe.\u2019<\/p>\n<p>Ontkrachten<\/p>\n<p>Ruim vijftig jaar geleden bestonden er al stevige wetenschappelijke bewijzen voor de schadelijkheid van tabak. In hun boek Merchants of Doubt (2010) leggen auteurs Oreskes en Conway bloot hoe de tabaksindustrie die met succes probeerde te ontkrachten door het verstrekken van enorme onderzoekstoelagen aan onderzoekers. In de media kwamen zij voortdurend met alternatieve bevindingen, die bijvoorbeeld andere factoren dan roken voor het ontstaan van longkanker centraal stelden. Door twijfel te zaaien en gedegen onderzoek in diskrediet te brengen werd tijd gewonnen, tijd die werd gebruikt om enorme winsten te behalen en om alle ingediende gezondheids-schadeclaims naast zich neer te kunnen leggen onder het motto \u2018not yet proven\u2019.<\/p>\n<p>Twijfel zaaien was d\u00e9 tactiek, zegt professor Proctor. Hij leest een van de beruchtste geheime memo\u2019s van de tabaksindustrie voor, geschreven door de vicepresident Marketing van een grote tabaksfabrikant aan zijn collega\u2019s: \u2018Doubt is our product since it is the best means of competing with the body of fact that exists in the mind of the general public. It is also the means of establishing that there is a controversy. If we are successful in establishing a controversy at the public level, then there is an opportunity to put across the real facts about smoking and health.\u2019<\/p>\n<p>Proctor: \u2018Zolang ze twijfel kunnen zaaien, kunnen ze geld verdienen. Het laten doen van onderzoek en het steunen van wetenschappers bezorgt de industrie vooral een goed aanzien. Maar ze hebben hierdoor ook medestanders gekregen en mensen met autoriteit die hen in rechtbankprocedures wilden verdedigen.\u2019<\/p>\n<p>Hoewel de memo uit 1969 stamt, is deze nog altijd zeer relevant, meent Proctor. Om het thema gezondheidsschade naar de achtergrond te dringen, zet de industrie nog altijd wetenschappers in. Bijvoorbeeld door ze in de gelegenheid te stellen op conferenties hun voor de industrie gunstige verhaal te vertellen, maar ook door ze te vragen om advies of door ze via een commissariaat aan een fabrikant te verbinden.<\/p>\n<p>10.000 dollar voor een hoofdstuk<\/p>\n<p>Op 9 september 2010 vond een werkconferentie plaats in de Haagse Pulchri Studio, het monumentale pand van een kunstenaarsvereniging, met als thema \u2018illegale handel en accijns\u2019. De organisatie was in handen van de gezamenlijke Nederlandse tabaksindustrie en werd ondersteund door de werkgeversorganisatie VNO-NCW. In de zaal zaten, volgens de organisatoren, ook beleidsambtenaren van diverse ministeries en functionarissen van overheidsdiensten. Uit een intern document van het ministerie van Financi\u00ebn blijkt dat dit ministerie in elk geval afgevaardigd was.<\/p>\n<p>Op deze bijeenkomst komt aan bod dat hogere accijnzen tot smokkel van (namaak)merksigaretten leiden. Deze opvatting werd onderschreven door de uitgenodigde sprekers, onder wie werkgeversdirecteur Niek Jan van Kesteren (\u2018Ik ben niet voor het wetenschappelijke gedeelte hier, maar om de support van VNO-NCW voor de tabaksindustrie tot uitdrukking te brengen\u2019) en twee wetenschappers van de Tilburgse universiteit: Fred van Raaij, hoogleraar economische psychologie en Petrus van Duyne, hoogleraar in de rechten.<\/p>\n<p>In een gloedvol betoog dat met de camera is opgenomen, beschuldigde Van Duyne de overheid er mede van de georganiseerde misdaad in de kaart te spelen omdat zij met haar accijnsbeleid de prijs van de sigaretten bepaalt. Zijn boodschap voor het publiek luidde: \u2018Bedenk wel: \u00e1ls jullie met beleidsmedewerkers praten, ze altijd praten vanuit hogere doelen. Je hebt dus altijd ongelijk, industrie!\u2019<\/p>\n<p>Desgevraagd laat Van Duyne, nu met emeritaat, per e-mail weten dat hij het niet bezwaarlijk vindt om voor de tabaksindustrie te spreken. \u2018Ik ben onderzoeker, geen wereldverbeteraar. Ik wil w\u00e9ten als een aandrift van nieuwsgierigheid die ergens uit mijn tenen opwelt, ongeacht of dat de mensheid dient of niet.\u2019 Of hij betaald is voor zijn bijdrage, weet hij niet meer. \u2018De ene keer is het een normaal honorarium, de andere keer een fles wijn.\u2019<\/p>\n<p>Zijn collega Fred van Raaij, die ook lid is van de Raad van Toezicht van het Amphia Ziekenhuis in Breda, behandelde het thema \u2018tabaksaccijns en rookgedrag\u2019. In zijn speech noemde hij de tabaksaccijns een \u2018repressieve belasting\u2019 die vooral opgebracht wordt \u2018door lage inkomens\u2019. Hogere accijnzen zouden bovendien amper effect hebben op het beginnen of stoppen met roken en de smokkel van namaak merksigaretten stimuleren. Vooral jongeren zijn volgens Van Raaij een dankbare prooi. \u2018Jonge rokers nemen nog niet zoveel kwaliteitsverschillen waar en zien illegale sigaretten als een goed substituut voor volwaardige, gewone, legale sigaretten,\u2019 beklemtoonde hij.<\/p>\n<p>Twee van de onderzoeken waarop Van Raaij zich baseerde, werden in opdracht van de industrie geschreven, weliswaar door andere onderzoekers: het ene door bureau IntegisForensisch accountants en onderzoeksspecialisten, het andere door journalisten Rens Broekhuis en Kees Rotteveel. Dat blijkt uit Van Raaijs begeleidende PowerPointpresentatie die nog altijd online staat op de website Illegalehandel\u00adenaccijns.nl.<\/p>\n<p>De relatie tussen Van Raaij en de tabaksindustrie gaat al langer terug. In de Legacy Tobacco Documents Library van de University of California, een online bibliotheek waarin zich miljoenen middels gerechtelijke schikkingen met de industrie openbaar gemaakte interne documenten bevinden, zit een brief waarin staat dat hij in 1992 als adviseur voor en op kosten van fabrikant British American Tobacco een WHO-conferentie in Buenos Aires bezocht. Bovendien blijkt de professor, toen hij nog bij de Rotterdamse Erasmus Universiteit werkte, een bijdrage te hebben geleverd aan het door de industrie gefinancierde en gerealiseerde boek Plain Packaging and the Marketing of Cigarettes (1998). Voor zijn hoofdstuk \u2018Plain Packs And The Onset Of Smoking\u2019 ontving hij tienduizend dollar. In zijn profiel op de website van zijn universiteit ontbreekt deze publicatie.<\/p>\n<p>Van Raaij, inmiddels met emeritaat, is ondanks herhaaldelijk proberen niet bereikbaar voor commentaar. Het Amphia Ziekenhuis waar hij toezichthouder is, wil niet inhoudelijk reageren. Een woordvoerder van Tilburg University: \u2018Wij hebben geen beleid als het gaat om spreken op conferenties. Wij gaan ervan uit dat onze medewerkers hierin hun eigen integere afwegingen maken en dat zij zich houden aan alle regels die de KNAW heeft opgesteld.\u2019<\/p>\n<p>Aanval op het goede leven<\/p>\n<p>Proctor licht een andere strategie toe: claimen dat kritiek op de sigaret een aanval op het goede leven is. \u2018Zolang ze beweren dat sigaretten horen bij seks, chocola en cognac hebben ze gewonnen. Het gaat om associaties. Als je bij sigaretten zou denken aan hero\u00efne, syfilis of gif dan zou je er direct mee proberen te stoppen.\u2019 Proctor dicht de wetenschap juist bij deze tactiek een sleutelpositie toe. Als voorbeeld noemt hij de frontorganisatie ARISE (Associates for Research in the Science of Enjoyment), een door de tabaksindustrie in 1988 opgericht wereldwijd netwerk van tientallen topprofessoren. Zij werden door de fabrikanten betaald om hun boodschap uit te dragen dat sigaretten plezier produceren, dat plezier gezondheid produceert en dat een sigaret daarom goed is voor je gezondheid. Dat deden zij op conferenties door heel Europa, verpakt in een breder kader van andere genotmiddelen als koffie, alcohol en chocolade.<\/p>\n<p>Proctor: \u2018De strategie was erop gericht om op deze manier wetenschappelijke autoriteit in te lijven: de industrie weet dat ze zelf geen geloofwaardigheid en respect genereert, maar door wetenschappers in de gelegenheid te stellen om deze voor hen gunstige idee\u00ebn uit te dragen, kunnen ze hun eigen positie versterken.\u2019De betrokkenheid van dr. Jan Snel bij deze front\u00adorganisatie van de tabaksindustrie werd nog niet eerder belicht. Snel is psychofysioloog aan de Universiteit van Amsterdam en zijn naam komt regelmatig voor in de interne documenten van de industrie.<\/p>\n<p>\u2018Ik was lid van het bestuur van ARISE, waarvan prof. dr. D. Warburton van de Universiteit van Reading de conveyer was,\u2019 geeft Snel desgevraagd per e-mail toe. Hij vond het interessant om mee te doen omdat \u2018het thema plezier en gezondheid mijn grote interesse heeft. Ik ben ervan overtuigd dat de positieve effecten van genotmiddelen op het mentaal en lichamelijk welbevinden grotendeels veroorzaakt worden door plezier.\u2019<\/p>\n<p>Snel droeg zijn opvattingen veelvuldig uit. Uit het artikel \u2018Wetenschapper vindt roken en drinken zo slecht nog niet\u2019 in de Volkskrant van 5 december 1995: \u2018Dat koffiedrinkers een meer optimistische levensvisie hebben, blijkt uit het feit dat bij vier koppen koffie de kans op zelfmoord nihil is. En omdat zware koffiedrinkers vaak ook de zware rokers en alcoholconsumenten zijn, redeneert Snel, suggereren deze cijfers dat degenen die genotmiddelen gebruiken, positiever in het leven staan.\u2019<\/p>\n<p>De studies die Snel heeft gedaan zijn niet per se onzin, zegt Robert Proctor. \u2018Maar het toont aan hoe effectief framing is. Het gaat nu niet meer over de fysieke gezondheid, over het aantal doden dat door roken wordt veroorzaakt en het wereldwijde lijden. Hij geeft de industrie de gelegenheid om te zeggen: \u201cGa maar door met roken, want je mentale gezondheid is ook belangrijk.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Smoking psychology<\/p>\n<p>Terugkijkend weet Snel niet meer precies hoe het contact met ARISE tot stand is gekomen. Hij denkt dat de artikelen die hij over de positieve effecten van genotmiddelen schreef, ARISE \u2018ongetwijfeld op de een of andere manier bereikt hebben en ik werd gevraagd om een voordracht te geven op het congres in Amsterdam in 1995\u2019. Snel sprak er over \u2018Stress en de reductie ervan door genotmiddelen\u2019. \u2018Ik werd daarna uitgenodigd lid van het bestuur te worden,\u2019 zegt hij.<\/p>\n<p>In die hoedanigheid was hij betrokken bij de voorbereiding en organisatie van internationale ARISE-conferenties in Rome (1997) en Kyoto (1999). \u2018Met het bestuur bespraken we eerst het thema dat gekozen werd uit een aantal onderwerpen. Vervolgens werden uit de wetenschappelijke onderzoeken die over dat thema gingen de meest interessante en passende passages besproken. Van de betreffende wetenschappers werd er een aantal uitgekozen om een voordracht te komen geven.\u2019<\/p>\n<p>In de Legacy Tobacco Documents Library is terug te vinden dat 99 procent van het budget van de frontorganisatie werd betaald door de tabaksfabrikanten. De interne documenten laten ook zien dat spin in het web dr. D. Warburton 250.000 dollar van Philip Morris kreeg voor zijn werk aan \u2018smoking psychology\u2019 en dat er later, ook op persoonlijke titel, subsidies en vergoedingen volgden. \u2018Daar heb ik geen kennis van gekregen,\u2019 zegt Snel. \u2018Het laatste congres in Kyoto was volgens mij gefinancierd door Japan Tobacco, maar ik had geen inzage in de geldstromen. De bronnen droogden op en in combinatie met het emeritaat van Warburton was dat het einde van ARISE. Ik had het stokje kunnen overnemen als ik dat gewild had, maar dat had betekend dat ik fondsen zou moeten werven, internationaal, en dat ging al voor het onderzoek dat ik zelf deed, ontzettend moeizaam.\u2019<\/p>\n<p>Snel duikt regelmatig op in de media als het gaat over plezier door het gebruik van genotmiddelen. Hij is betrokken bij de publicatie van een aantal onderzoeken over rookgedrag en nicotine. Snel: \u2018We hebben indertijd getracht fondsen te krijgen van de Stichting Sigarettenindustrie, maar dat is niet gelukt.\u2019 Op YouTube is een lezing te vinden die Snel gaf tijdens de eerste wereldconferentie van TICAP, The International Coalition Against Prohibition, in het Brusselse Hotel Silken Berlaymont op 27 en 28 januari 2009 met als thema \u2018Damage to mental health by smoking bans\u2019. De leden van TICAP, waaronder belangenverenigingen voor rokers, zijn tegen verboden in het algemeen. Snel zegt zich nu niet te herinneren of hij is betaald voor zijn bijdrage. Maar: \u2018Ik heb zeker geen morele bezwaren bij de financiering door de industrie.\u2019 Een woordvoerder van de UvA laat weten dat ze niemand kan bereiken voor een reactie.<\/p>\n<p>Historicus Proctor zegt dat het aanstellen van wetenschappers als commissarissen bij tabaksfabrikanten eveneens onderdeel is van hun strategie. \u2018Het gaat ook hier om het inlijven van autoriteit.\u2019<\/p>\n<p>In Nederland is Irene Asscher-Vonk, hoogleraar sociaal recht aan de Radboud Universiteit en moeder van vicepremier Lodewijk Asscher, sinds augustus 2007 commissaris bij Philip Morris. Gevraagd om een interview laat ze per e-mail \u00adweten dat ze er alleen over kwijt wil dat \u2018het een legale industrie betreft die belangrijke werkgelegenheid vormt in Bergen op Zoom. Het toezicht houden op die onderneming, waarbij ik mij met name bezighoud met de arbeidsomstandigheden en medezeggenschap, is een activiteit waarmee aan de Nederlandse regels wat betreft governance en medezeggenschap wordt voldaan. Ik verleen daaraan graag mijn medewerking.\u2019 KNAW-president professor Hans Clevers: \u2018De vraag rijst, waarom doe je dit als wetenschapper? Op deze wijze helpt mevrouw Asscher om de status van Philip Morris te legitimeren.\u2019<\/p>\n<p>Tabaksreclameonderzoek<\/p>\n<p>Professor Pieter Leeflang was tot 2011 commissaris bij het Groningse Niemeyer, een tabaksfabrikant die inmiddels onderdeel uitmaakt van British American Tobacco (BAT). Intussen is Leeflang emeritus hoogleraar marketing aan de Universiteit van Groningen. Samen met zijn collega Jan Christoffel Reuijl deed hij meerdere onderzoeken naar marketing in relatie tot tabak, waaraan veelvuldig wordt gerefereerd in de Amerikaanse bibliotheek met interne tabaksdocumenten. Reuijl, die ook afzonderlijk van Leeflang voorkomt in deze documenten, geeft telefonisch toe dat hij voor zijn onderzoeken soms subsidie van de tabaksindustrie kreeg. Had de industrie ook inhoudelijke inspraak? \u2018Nee, het waren allemaal eigen idee\u00ebn. Ik was zelf ooit sigarenhandelaar, zo kwam ik erop.\u2019<\/p>\n<p>Voor zijn werk met professor Leeflang ontving hij niets, zegt hij. Hun laatste gezamenlijk onderzoek is getiteld Effects of Tobacco Advertising on Tobacco Consumption (1995). Hierin worden andere onderzoeken, die eerder aantoonden dat reclame invloed heeft op tabaksgebruik, onderuit gehaald.<\/p>\n<p>Professor Pim Levelt bekijkt op verzoek van Vrij Nederland het onderzoek nauwkeurig. Hij komt tot de conclusie dat \u2018Leeflang en Reuijl de hele methodologische timmerkist van hun vak uit de kast halen om zelfs maar het vermoeden dat rookadvertenties tot meer roken leiden, verdacht te maken. Ik sluit niet uit dat elk van die argumenten een zekere methodologische geldigheid heeft, maar eveneens is duidelijk dat de hypothese geen faire kans wordt geboden en dat de schadelijke gevolgen van roken geen rol spelen in de discussie.\u2019<\/p>\n<p>Vlak nadat de studie van Reuijl en Leeflang verscheen, werd die laatste commissaris bij tabaksfabrikant Niemeyer. Een interview hierover ziet professor Leeflang niet zitten: \u2018Tabak ligt al enige tijd achter mij en ik wil daar nu niet meer mee geassocieerd worden, gegeven het feit dat ik totaal andere onderzoeksrichtingen ben ingeslagen.\u2019 Per e-mail wil hij dan toch nog wel wat antwoorden geven. \u2018Men zocht iemand met ervaring als commissaris, die bovendien in het noorden woonde en affiniteit had met het bedrijfsleven.\u2019 Zijn eigen motivatie voor het commissariaat was \u2018het open houden van de productielocatie in Groningen en de goede relaties met werknemers\u2019. Hij is naar eigen zeggen in december 1994 voor het eerst door Niemeyer benaderd. Nadat hij zijn tabaksreclameonderzoek het jaar daarop had gepubliceerd, heeft hij het commissariaat aangenomen en vervolgens besloten \u2018om niet meer over tabak en marketing te schrijven vanwege vermeende belangenverstrengeling\u2019.<\/p>\n<p>Sibrand Poppema, de huidige voorzitter van het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG), laat via een woordvoerder weten dat hij in het algemeen \u2018geen voorstander van commissariaten in de tabaksindustrie\u2019 is.<\/p>\n<p>Als Leeflang in 2011 zijn commissariaat neerlegt, is hij al begonnen met het bekleden van de British American Tobacco Chair in Marketing aan de LUISS Universit\u00e0 in Rome.<\/p>\n<p>Professor Leeflang zegt dat het \u00e9\u00e9n echt niets met het ander te maken heeft. Hij had de bijzondere leerstoel aangenomen in overleg met de universiteit Groningen, toen hij met emeritaat ging. Een woordvoerder van de RuG bevestigt dat er overleg is geweest, maar zegt ook dat de universiteit \u2018niet betrokken is geweest bij de aanstelling in Rome.\u2019<\/p>\n<p>De decaan van de LUISS universit\u00e0, Professor Giorgio di Giorgio, zegt per e-mail niet te hebben geweten van Leeflangs voormalige betrekking bij Niemeyer. Ze kozen hem vanwege zijn \u2018strength of publications and the quantitative methods applied in research\u2019.<\/p>\n<p>Heeft de tabaksindustrie invloed gehad op zijn werk in Rome? Leeflang: \u2018Slechts eenmaal heb ik contact gehad met enkele personeelsfunctionarissen over de opzet van mijn cursus.\u2019 Maar wat dat contact precies heeft ingehouden wil hij niet zeggen. In mei van dit jaar legde Leeflang deze functie neer.<\/p>\n<p>KNAW-president Hans Clevers noemt het een \u2018sluwe strategie van de tabakslobby\u2019. Het gaat niet om artsen of biomedische onderzoekers die, in opdracht van en betaald door de tabaksindustrie, wetenschappelijk onderzoek uitvoeren waaruit zou blijken dat roken geen longkanker of hart- en vaatziekten veroorzaakt. \u2018Dan zouden alle integriteitsbellen gaan rinkelen,\u2019 zegt hij. \u2018Maar het zijn juist juristen, bedrijfskundigen en sociale wetenschappers die hand- en spandiensten verrichten voor de tabakslobby en ze adresseren de gezondheidsvraag helemaal niet. Het is legitiem wat ze doen, zolang zij zich aan de diverse onafhankelijkheidscodes houden die de afgelopen tien jaar rond onderzoek zijn opgesteld. Maar het ontgaat het grote publiek natuurlijk dat het hier niet om artsen gaat maar om andere wetenschappers die zich blijkbaar zonder moreel bezwaar door de tabakslobby laten gebruiken.\u2019<\/p>\n<p>Het netwerk van de tabaksindustrie<\/p>\n<p>Elke industrie gebruikt lobbyisten om haar belangen te behartigen. Maar de tabaksindustrie heeft een probleem. De Nederlandse overheid moet deze vertegenwoordigers buiten de deur houden op grond van een internationaal verdrag dat zij in 2005 met 167 andere landen heeft ondertekend: het FCTC-verdrag van Wereldgezondheidsorganisatie WHO.<\/p>\n<p>In dit verdrag beloven de landen maatregelen te treffen om tabaksconsumptie te ontmoedigen. In artikel 5.3 staat dat verdragspartijen verplicht zijn om bij het vaststellen en uitvoeren van hun nationale tabaksontmoedigingsbeleid, in overeenstemming met hun nationale recht, maatregelen te nemen om dit beleid te beschermen tegen commerci\u00eble en andere gevestigde belangen van de tabaksindustrie. In de begeleidende richtlijn wordt toegelicht dat organisaties die een ander belang dan de volksgezondheid hebben, geen deel moeten uitmaken van het bepalen van het ontmoedigingsbeleid. Het verdrag is na parlementaire goedkeuring ondertekend door minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot.<\/p>\n<p>De WHO becijferde dat jaarlijks wereldwijd 6 miljoen mensen overlijden aan de gevolgen van tabaksgebruik. In Nederland zijn er in 2011 bijna 19.000 mensen aan overleden (bron: het Nationaal Kompas Volksgezondheid). Dat zijn 52 doden per dag. In totaal sterft jaarlijks een gemeente zo groot als Urk uit. Nooit eerder kwam zo\u2019n schadelijk consumentenartikel op de markt. De WHO spreekt van een \u2018tabaksepidemie\u2019. Om die te beteugelen besloten de Europese ministers van Volksgezondheid in juni 2013 dat toegevoegde ingredi\u00ebnten zoals lekkere smaakjes (menthol, cacao, vanille) en stofjes die tabak extra verslavend zouden maken, verboden moeten worden. Bovendien moeten verpakkingen in de toekomst voorzien zijn van afschrikwekkende foto\u2019s en waarschuwingsteksten. Over de grootte van de waarschuwingen, 65 of 75 procent van de verpakking, wordt nu onderhandeld. Lidstaten mogen wel zelf beslissen hoe de merkuitingen erop komen te staan. Het Europees Parlement zal er dit najaar over stemmen.<\/p>\n<p>De voorgestelde maatregelen kunnen nadelig uitpakken voor de omzet van de tabaksindustrie. De vier grootste bedrijven zijn ook in Nederland gevestigd: Imperial Tobacco, Japan International Tobacco, British American Tobacco en Philip Morris. Die laatste heeft in Bergen op Zoom een van zijn grootste tabakverwerkende fabrieken ter wereld.<\/p>\n<p>In dit lastige nationale en internationale krachtenveld moet de tabaksindustrie op zoek naar bondgenoten die het voor haar opnemen. Wie zijn de stille steunpilaren \u2013 organisaties van onbesproken reputatie en invloedrijke personen \u2013 via welke deze miljardenindustrie toch haar invloed kan doen gelden?<\/p>\n<p>Vrij Nederland onderzoekt het netwerk van de tabaksindustrie in Nederland. Dit is deel 3 van de serie.<\/p>\n<p>Philip Morris en de overheid<\/p>\n<p>De contacten tussen medewerkers van Philip Morris en ambtenaren van het ministerie van Financi\u00ebn zijn een direct gevolg van de Anti-Contraband and Anti-Counterfeit Agreement die de Europese Commissie en een aantal lidstaten, waaronder Nederland, in 2004 sloten met Philip Morris International (de overige lidstaten volgden later). Er speelden destijds diverse juridische geschillen tussen Philip Morris en de EU, die de sigarettenfabrikant ervan beschuldigde betrokken te zijn bij grootschalige smokkelpraktijken. Door deze zaak te schikken ontstond er een akkoord waarin toekomstgerichte afspraken werden vastgelegd voor een, volgens het destijds uitgebrachte persbericht, sterk geco\u00f6rdineerd optreden van de betrokken partijen.<\/p>\n<p>Om vast te stellen hoe vaak en hoeveel illegale en nep-merksigaretten ieder jaar worden onderschept (en hoe hoog de vergoeding is die Philip Morris voor het onderscheppen aan de lidstaten moet betalen) kwamen de partijen een onderzoeksmethode overeen, die door KPMG in het Star-rapport wordt gehanteerd.<\/p>\n<p>De overeenkomst met Philip Morris diende daarna als blauwdruk voor vergelijkbare afspraken met andere grote tabaksfabrikanten: Japan Tobacco International volgde in 2007, British American Tobacco en Imperial Tobacco Cooperation in 2010.<\/p>\n<p>De vier overeenkomsten, die allemaal een andere looptijd hebben, regelen ook dat de fabrikanten tot 2030, als de laatste overeenkomst afloopt, in totaal omgerekend 1,62 miljard euro meebetalen aan het antismokkelbeleid \u00e9n dat ze gerechtigd zijn de besteding van dit bedrag mede in te vullen. De overeenkomst met Philip Morris loopt af in 2016. Partijen hebben afgesproken \u2018elkaar niet later dan 9 juli 2014 te ontmoeten om te proberen in goed vertrouwen een nieuwe overeenkomst te sluiten\u2019.<\/p>\n<p>Al met al praten de fabrikanten op hoog niveau mee en adverteren zij op hun afzonderlijke websites deze samenwerking als schoolvoorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen.<\/p>\n<p>Dit artikel kwam mede tot stand dankzij een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl) en Stichting Democratie en Media<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Onderzoeken en rapporten spelen een sleutelrol in de tabakslobby. Zoals een schimmige publicatie van KPMG over sigarettensmokkel.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Ivo van Woerden, Stella Braam","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/33441"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=33441"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/33441\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ivo van Woerden, Stella Braam","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=33441"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=33441"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=33441"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}