
 {"id":312557,"date":"2020-08-23T05:00:58","date_gmt":"2020-08-23T03:00:58","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=312557"},"modified":"2020-08-23T09:01:51","modified_gmt":"2020-08-23T07:01:51","slug":"ilja-leonard-pfeijffer-een-portret","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/ilja-leonard-pfeijffer-een-portret\/","title":{"rendered":"Dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: een portret"},"content":{"rendered":"<div class=\"info-box\">\n<h5>opnieuw relevant, want<\/h5>\n<p>Ilja Leonard Pfeijffer zit zondagavond bij <em>Zomergasten<\/em>.<\/p>\n<\/div>\n<p class=\"p_1\">Jarenlang, en misschien nog steeds, liep Ilja Leonard Pfeijffer (Ilja, naar <span class=\"Cursief\">Ilja de kleine ganzenridder<\/span>, het kinderboek) rond met een fotoportretje van zichzelf \u2018<em>as a young man<\/em>\u2019, dat hij op verzoek liet zien: een keurige, kortgeknipte jongen, richting nerd, waarschijnlijk de student die ooit klassieke talen ging studeren en zich op een onheuglijk moment, ergens voordat wij belangstelling voor hem kregen, daarvoor de doctorshoed op de schedel liet drukken. Het laat zien dat deze schrijver en dichter tot drastische verkleedpartijen in staat is, want inmiddels kennen we hem als enigszins onverzorgde, langharige romantische verschijning, sterk gelijkend op de Franse decadente schrijver Theophile Gautier (en trouwens ook op Michiel de Ruyter uit de onlangs gelanceerde film), een complete make-over.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Verandering, registerwisseling, het zijn sleutelwoorden voor Pfeijffers werk, waarover straks meer. Nu eerst hoe hij begon. Het eerste gedicht uit de bundel <span class=\"Cursief\">De vierkante man<\/span>, zijn debuut waarmee hij in 1998 direct de C.Buddingh\u2019-prijs won, eindigt met de programmatische woorden: \u2018serveer mij in roomboter gebakken beelden \/ en verzen met boulemie\u2019. Een credo van vraatzucht en braakneiging dat zeker de eerste fase van zijn schrijverschap prima uittekent. Schijnbaar zonder veel discipline, maar in de geest van de door hem weer in volle glorie herstelde Lucebert (vast niet toevallig ook favoriet bij die andere vernieuwende dichter, Tonnus Oosterhoff), vreet hij zich met uiterst barokke po\u00ebzie een weg in de Nederlandse literatuur.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Een Rainbowpocket met een keuze uit zijn gedichten, getiteld <span class=\"Cursief\">De maan heeft geen liefde nodig<\/span> uit 2008, probeert het allemaal gedomesticeerd aan de doorsneelezer te verkopen: \u2018Pfeijffer staat bekend om zijn geestige gedichten, ongebruikelijke woorden en hedendaagse thema\u2019s,\u2019 lispelt de flaptekst. Wat u zegt: geestig, ongebruikelijk, hedendaags, dat is echt wel het allerbescheidenste wat je ervan kunt zeggen, nee, het is provocerend, rabelaisiaans, het kotst taal en het houdt zich op in de achterbuurten en de onderbuik van onze wereld. \u2018\u00c9pater le bourgeois\u2019 lijkt doelstelling nummer \u00e9\u00e9n.<\/p>\n<h5>In de uiterwaarden van de taal<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Om te beginnen met de promotie van het werk zelf. Zonder de in onze calvinistische streken gangbare bescheidenheid kondigt Pfeijffer zich aan. \u2018Deze toneeltekst (&#8230;) is een huzarenstuk van de bovenste plank,\u2019 roept hij ons toe over zijn theaterstuk <span class=\"Cursief\">De eeuw van mijn dochter,<\/span> en \u2018Een meeslepend avontuur in het baggerwezen\u2019, gevolgd door de aanbeveling uit <span class=\"Cursief\">De Baggerbode<\/span>: \u2018Ontroerend en leerzaam\u2019, als ware het een werk uit de stal van stripuitgeverij Nooitgedacht: lees feestelijk, groei geestelijk. De <span class=\"Cursief\">Idyllen<\/span> heet \u2018bij voorbaat klassieke po\u00ebzie\u2019. En op <span class=\"Cursief\">Het ware leven, een roman<\/span> laat Pfeiffer optekenen \u2018Echter is het nooit geweest\u2019 en verder bij wijze van uithangbord: \u2018Ilja Leonard Pfeijffer is etc. Librisprijs etc.*****\u2019. Oftewel, Pfeijffer wil bekend zijn, niet anoniem pennend op een zolderkamertje maar welsprekend en omvangrijk in ons midden verkeren.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Sinds de democratisering van de literatuur in de jaren zestig is er geen schrijver geweest die zich zo uitbundig in de uiterwaarden van de taal heeft begeven, in de hoge maar met name ook in de lage registers. Zijn gedichten en romans gaan graag ruimschoots over de schreef als het gaat om traditionele schoonheid en beschaving, en dat in een tijd waarin er toch haast geen heilige huisjes meer bestaan. Hier, een willekeurige greep uit zijn cyclus \u2018Touwen\u2019, \u2018een baggersonnettenkrans\u2019:<\/p>\n<p><span class=\"Cursief\">Snollen met snotterend smegma dat druipt uit d\u2019r gleuven.<br \/>\nAlle gehoerte als kipsat\u00e9 pront op een stokje,<br \/>\nnou breekt m\u2019n schoeisel het schompers met pindasaus, wok me<br \/>\nwokkeltje als het niet waar is. Met lekkende sleuven<br \/>\n<\/span><span class=\"Cursief\"><br \/>\nalle addergebroed bloedend in Zeist op een rijtje.<br \/>\n<\/span><br \/>\nGeen po\u00ebzie om mee bij je schoonmoeder langs te gaan, maar Pfeijffer exploiteert ongebruikte hoeken en nissen van de taal om te zien wat dat aan po\u00ebzie oplevert. Het is overigens een waardevrije onderneming, in de trant van de Vijftigers die de taal omploegden, maar niet de maatschappij.<\/p>\n<blockquote><p>Geen po\u00ebzie om mee bij je schoonmoeder langs te komen, maar Pfeijffer exploiteert ongebruikte hoeken en nissen van de taal.<\/p><\/blockquote>\n<h5>Berenlul berenlul<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Hoogte- of zo men wil dieptepunt van deze exercitie is <span class=\"Cursief\">Het grote baggerboek<\/span> (2004), een grandioze stijloefening in grensoverschrijdend proza, met aan de ene kant een hyper-geaffecteerde psychiater aan het woord, aan de andere kant een meer dan doorleefde baggeraar die zijn beroep vooral verbaal beoefent: \u2018Maar dat waren verdullemikkie wel dagen bij de Koninklijke, krijg nou tieten. We liepen daar de godganse etgemalen met onze pikkemansen uit de broek te steigeren en deze jongen toevallig nog wel een beetje krapper als het zooitje als je begrijp wat ik bedoelt. Dus. Er was toen dat liedje van start spreading your legs I\u2019m coming tonight. En wij zingen. En ook die van berenlul berenlul geef me nog wat berenspul. Ook zingen natuurlijk.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Het verhaal lijkt weinig om het lijf te hebben, baggeraar bouwt onwaarschijnlijke band op met klein oosters jochie en belandt in psychiatrische inrichting, maar verraadt intussen wel iets: het gaat Pfeiffer nogal eens om vriendschap, gemeenzaamheid, goede verstaanders.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Wie daarover meer wil weten, leze de inleiding bij zijn verzamelbundel po\u00ebzie <span class=\"Cursief\">De man van vele manieren<\/span> (2008), waarin hij zichzelf uitroept tot miskend dichter, omdat men hem voor virtuoos en geraffineerd houdt, maar nee, \u2018Er is niks virtuoos aan mijn gedichten. Ze zijn hulpeloos en oprecht. Het ziet er hier en daar misschien wat verboos en gewapend uit. Maar prik toch door mij heen. Ga toch niet op mijn robuuste uiterlijk af of op het robuust vertoon van mijn zinnen.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Om het de lezer gemakkelijk te maken zich met hem te vereenzelvigen, liet hij zich voor de achterflap naakt, maar onglorieus en met een kennelijke kater op de bank voor zijn boekenkast afbeelden. Een portret dat je niet gauw vergeet, en de antipode van de gezonde, hero\u00efsche naakte man die die andere exhibitionist, Jan Wolkers, ooit op een van zijn boeken liet zetten.<\/p>\n<h5>Een illusie van spontaniteit<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Moeten we Pfeijffer eigenlijk geloven als hij zegt dat achter zijn zichzelf nogal eens overschreeuwende gedichten \u2018een echt mens temidden van mensen\u2019 schuilgaat? Het doet er weinig toe, zo wil hij zich in elk geval voordoen: grote bek, klein hartje. In een interview liet hij zich ontvallen hoe hij te werk gaat: \u2018Steeds als ik de lezer aanspreek, benadruk ik dat hij daar zit en ik hier. Die vorm cre\u00ebert ook een illusie van spontaniteit, alsof het allemaal ter plekke wordt bedacht. Zo kan ik de interpretatie van het verhaal sturen. En ik hou ervan om de lezer te betrekken bij het proces van hoe een roman tot stand komt. Ik wil de infrastructuur niet aan het zicht onttrekken, maar juist opzichtig buitenom aanleggen. Zoals bij het Centre Pompidou in Parijs.\u2019<\/p>\n<blockquote>\n<p class=\"tekst\">Moeten we Pfeijffer geloven als hij zegt dat achter zijn zichzelf nogal eens overschreeuwende gedichten &#8216;een echt mens temidden van mensen&#8217; schuilgaat?<\/p>\n<\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Pfeijffers openhartigheid over zijn werkwijze maakt deel uit van zijn belangrijkste wapen: de retorica. Daar weet de classicus Pfeijffer natuurlijk veel meer van dan wij, gewone lezers, die retorica al gauw met het vermaledijde \u2018holle retoriek\u2019 associ\u00ebren. Maar voor classici is het nog altijd een meer dan levend instrumentarium. De classicus en dichter J.P. Gu\u00e9pin schreef zelfs een hele pil, <span class=\"Cursief\">De beschaving<\/span> geheten, over retorica als fundament van onze cultuur. Aan Pfeijffer is dit alles welbesteed. In <span class=\"Cursief\">De man van vele manieren<\/span> spreekt hij onder meer zijn banvloek uit over het toverwoord authenticiteit, dat in onze tijden zo makkelijk opgeld doet: \u2018Willen we dan soms authenticiteit? Laat me niet lachen. Zoals onze politici zeker. Of onze vrienden. We denken te weten dat ze zijn zoals ze zijn en waarderen hen daarom. Sukkels zijn we. Alles is vorm.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">En omdat alles vorm is, kan alles ook verschillende vormen aannemen. Vandaar zijn identificatie met de mythische man van vele manieren, Odysseus Polytropous, de listenrijke. Nu eens potsenmaker, dan weer ernstig, nu eens liefdevol, dan weer onder de gordel, \u2018iemand die telkens iets anders doet\u2019. Het maakt het moeilijk de maker achter al deze romans en gedichten te betrappen, maar daar gaat het hem ook niet om, hij wil ons verleiden, behagen, met provocaties, met charme, met eerlijkheid, al naargelang het hem uitkomt. De waarheid is immers, net als authenticiteit, ook maar een dubieuze categorie: \u2018Voor dieren is er niets dan waarheid, dat stemt triest,\u2019 schrijft hij in de derde Idylle van zijn laatst verschenen werk.<\/p>\n<div class=\"media-wide\">\n<figure id=\"post-312743 media-312743\" class=\"align-left\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/01\/00025770.jpg\" alt=\"\" \/><figcaption><\/figcaption><\/figure>\n<\/div>\n<h5>Had ik dat al gezegd?<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Een van de trucjes waarmee hij ons probeert in te palmen, is dus zijn schaamteloosheid, gesymboliseerd door zijn naakte en onttakelde ik op de foto. Een ander is zijn geveinsde vergeetachtigheid die in bijna al zijn boeken wel een rol speelt en die een soort vertrouwelijkheid suggereert: \u2018Ik heb <span class=\"Cursief\">Herexamen<\/span> gewonnen, of had ik dat al gezegd\u2019 (<span class=\"Cursief\">De man van vele manieren<\/span>), \u2018Mijn gootsteen lekt, had ik dat al verteld\u2019 (<span class=\"Cursief\">Het ware leven<\/span>), \u2018En we hadden elkaar in de ogen gekeken. Of had ik dat al gezegd.\u2019 (<span class=\"Cursief\">La Superba<\/span>) \u2018Er was iets leuks vandaag, wat was het ook al weer?\u2019 (<span class=\"Cursief\">Idyllen<\/span>). Dat alles volgens het retorische charmeoffensief: ik ben ook maar een gewone jongen.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Ergens aan het begin van <span class=\"Cursief\">La Superba<\/span> brengt Pfeiffer een ode aan de Genuese Via Amandorla, een steeg van niks, lelijk, ondoelmatig aangelegd met verkeerde stenen: \u2018Dit alles maakt mij erg gelukkig.\u2019 Het onaanzienlijke straatje, de lulligheid van de blote dichter. Zo rekent hij op de aantrekkingskracht van het armetierige.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Uiteraard kan de retoricus naar believen zijn stem verheffen en zijn stem dempen. Dat bewijzen zijn twee laatste boeken, de roman <span class=\"Cursief\">La Superba<\/span> (2014) en de dichtbundel <span class=\"Cursief\">Idyllen<\/span> (2015), waarin een zachtere toon wordt aangeslagen dan in het vroege werk. Misschien komt het omdat de dichter, die Pfeijffer eigenlijk in al zijn werk is, niet alleen meer op zoek is naar lauwerkransen, maar nadrukkelijker dan ooit ook naar het meisje, de muze, en zelfs naar de zin van het bestaan. In <span class=\"Cursief\">La Superba,<\/span> dat niet alleen een ode is aan Pfeijffers zelfverkozen woonplaats Genua maar ook aan de vrouwelijke schoonheid. \u2018Je moet je leven veranderen, dacht ik toen ik haar zag,\u2019 schrijft Pfeijffer in navolging van Rilke.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Uiteraard loopt de zoektocht op niets uit, anders zou ze literair niet geslaagd zijn. Het vrouwenbeen dat Pfeijffer als een soort onderpand bewaart, blijkt aan een man toe te behoren, de liefdessc\u00e8nes in het boek, zelfs die met de aanbedene, zijn stuk voor stuk van een ellendige soort. \u2018Strak, hard en gelaten\u2019 probeert hij de teleurstellingen te verteren, maar je voelt dat het hem pijn doet. Eigenlijk is de voornaamste liefde die hij vindt de lezer, die hij voortdurend met \u2018mijn vriend\u2019 aanspreekt, amicaal, verbroederend, ook weer in de sfeer van de retorica: jij mijn luisteraar bent mijn bondgenoot.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Pfeijffers stem in <span class=\"Cursief\">La Superba<\/span> is bij alle virtuositeit een tandje kalmer dan we van hem gewend waren, minder provocerend, geen scheldpartijen of vuilbekkerij. Wat dat betreft heeft het boek zelf ook iets <em>superbs<\/em>. Hij kreeg er de Libris Literatuurprijs 2014 voor, dus de kans bestaat dat hij de toon van dit geslaagde werk in de toekomst vaker uitprobeert.<\/p>\n<h5>De nieuwe Pfeijffer<\/h5>\n<p class=\"tekst\">In elk geval past ook zijn laatste project, <span class=\"Cursief\">Idyllen<\/span>, bij de nieuwe Pfeijffer. Het zijn er vijftig, geschreven in de moeilijke want altijd voor stijf en formeel gehouden alexandrijnen. Ze rijmen dus volop en spelen zich af in een streng gedisciplineerd metrum. Dat is allemaal noodzakelijke vorm maar het is vooral de inhoud die raakt. Het lijkt of Pfeijffer wil afrekenen met zijn vroegere ik. In de zevende Idylle lezen we over een soortement paulinische bekering:<\/p>\n<p class=\"tekst\"><span class=\"Cursief\">Geen deconstructies meer, geen cryptogram, geen quiz.<br \/>\nwe zullen moeten leren zeggen hoe het is.<br \/>\nIk heb het zelf in het verleden fout gedaan,<br \/>\nontwortelaartje dat ik mij daar was. De waan<br \/>\ndat ik de toch al losse schroeven nog meer moest<br \/>\nontregelen en hoopjes zekerheden woest<br \/>\nmoest ondergraven, heeft de zaak geen goed gedaan.<br \/>\nOok wie een goede vraag heeft, wil graag zijn verstaan,<br \/>\n<\/span><span class=\"Cursief\">want anders is er niemand meer die het nog snapt.<\/span><\/p>\n<p class=\"tekst\">en verderop:<\/p>\n<p><span class=\"Cursief\">De romantiek van \u00e9pater la bourgeoisie<br \/>\nheeft stof verzameld als een kostbaar relikwie<br \/>\ndat relevantie en urgentie heeft verloren.<br \/>\n<\/span><br \/>\nOok berouwvolle inkeer kan een retorisch middel zijn.<\/p>\n<p>Intussen geven de <span class=\"Cursief\">Idyllen<\/span> een tobbende, existentieel verwarde dichter te zien, \u2018twijfelend in niemandsland\u2019 en op zoek naar de waarheid, vol momenten van wanhoop, \u2018Er is een muur tussen mij en de wereld\u2019 en toch ook weer op zoek naar het eenvoudige geluk dat hij uit zijn jeugd ophaalt, \u2018Op foto\u2019s sleutel ik in pyjama aan een truck \/ van plastic. Maar het was niet erg. Hij ging nooit stuk\u2019, een geluk dat hij in het hier en nu probeert te vinden, hij wil wel \u2018met tuinbroekmeisjes grachtenpanden witten\u2019.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Niet toevallig komen er in de <span class=\"Cursief\">Idyllen<\/span> regelmatig flarden Nijhoff langsdrijven, het gedicht heeft iets weg van Nijhoffs <span class=\"Cursief\">Awater<\/span>: het is de zoektocht van een man naar een kameraad en bondgenoot, naar een levensdoel; ernstiger toon en thematiek dan die in <span class=\"Cursief\">Idyllen<\/span> hebben we tot nu toe niet van hem vernomen.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Misschien probeert Pfeijffer in zijn laatste werk zijn zin te krijgen, namelijk dat we door zijn retorica heenprikken en de ware mens achter de coulissen aantreffen. Het is de vraag of we daar in willen tuinen of in alles de retorische illusie blijven zien.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p><span class=\"03_Intro_Kapitaal\">Hij zal wel weer een prijs krijgen <\/span>voor zijn jongste dichtbundel \u2018Idyllen\u2019. Maar begrijpen we Ilja Leonard Pfeijffer wel? Weten wij waar het hem om te doen is?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-312557","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-opnieuw-relevant"],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/312557","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=312557"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/312557\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=312557"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=312557"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}