
 {"id":304751,"date":"2015-11-11T07:00:48","date_gmt":"2015-11-11T06:00:48","guid":{"rendered":"http:\/\/www.vn.nl\/?p=304751"},"modified":"2015-11-11T12:20:09","modified_gmt":"2015-11-11T11:20:09","slug":"overweldigd-door-een-nieuw-soort-natuur","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/overweldigd-door-een-nieuw-soort-natuur\/","title":{"rendered":"Overweldigd door een nieuw soort natuur"},"content":{"rendered":"<div class=\"lead\"><span class=\"03_Intro_Kapitaal\">In een wereld waar de computer de meest dominante technologie is geworden, wordt alles \u2013 van de moleculen waaruit we zijn opgebouwd tot aan onze intiemste gedachten \u2013 getransformeerd tot een database. Algoritmen, verstrengeld en verbonden, als een nieuw soort natuur.<\/span><\/div>\n<p class=\"p_1\">Iedereen maakt in zijn leven wel eens een uitzonderlijke gebeurtenis mee, iets dat je voor een moment boven de werkelijkheid van alledag verheft. De aanleiding kan heel verschillend zijn. Een adembenemend uitzicht dat zich plotsklaps voor je ogen ontrolt, een muziekstuk dat je diep van binnen raakt, een plotselinge verliefdheid die je leven op zijn kop zet. Dergelijke ervaringen worden wel subliem genoemd. Ze hebben betrekking op zaken die ons op een of andere wijze door hun grootsheid overweldigen. Dat overweldigende onderscheidt ze van alledaagse schoonheidservaringen. Het sublieme is de stiefzuster van het schone. Het is schoonheid met een twist, omdat de bewondering vermengd is met het onbehaaglijke gevoel dat we de ervaring niet in de hand hebben. Hoewel het sublieme zich op uiteenlopende terreinen kan voordoen, is het traditioneel vooral verbonden met de overmacht van de natuur. In de afgelopen eeuw heeft het echter een nieuw domicilie gekozen: het heeft zich genesteld in de technologie\u00ebn die onlosmakelijk verbonden zijn met ons alledaagse leven. Maar naarmate de technologie steeds meer in het teken komt te staan van onvoorspelbare en onbeheersbare computeralgoritmen, lijkt het technologisch sublieme opnieuw het karakter van een overmachtige natuur aan te nemen. Een nieuw soort natuur, dat wel. En dat roept ongemakkelijke vragen op.<\/p>\n<h5>Hoog in de lucht<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Als we het technologisch sublieme van onze huidige cultuur willen begrijpen, is het goed stil te staan bij de geschiedenis van dit begrip. Hoewel het woord \u2018subliem\u2019 pas in de veertiende eeuw voor het eerst opduikt in de Europese talen, reiken de wortels ervan veel verder terug. Het gaat via het Latijnse <span class=\"Cursief\">sublimis<\/span> (letterlijk: hoog in de lucht) terug op het Griekse <span class=\"Cursief\">upsous<\/span>. De oudst bekende tekst waarin dit woord in de titel voorkomt, is het uit de eerste eeuw daterende <span class=\"Cursief\">Peri upsous<\/span> (Over het sublieme). De auteur, Longinus, bespreekt daarin allerlei voorbeelden van sublieme literatuur. Het gaat dan veelal over grootse en verheven zaken die zijn verbonden met heftige emoties. In het bijzonder het sublieme landschap raakt aan het goddelijke. Toch zou het tot de zeventiende en achttiende eeuw duren voordat het sublieme een ware zegetocht zou beginnen door de Europese cultuurgeschiedenis. In de periode tussen de barok en de Romantiek groeit het niet alleen uit tot het kernbegrip van de moderne esthetica en kunstfilosofie, maar ontpopt het zich ook tot een belangrijke ethische en metafysische notie.<br \/>\nHet moderne sublieme wordt, net als bij Longinus, vooral verbonden met natuurlijke verschijnselen die een bovennatuurlijke of zelfs heilige uitstraling hebben, zoals hooggebergten, stormachtige oceanen en de nachtelijke sterrenhemel (het type schilderijen waar de romantische schilder Caspar David Friedrich beroemd mee werd). Vandaar dat het sublieme in het Nederlands ook wel wordt aangeduid als het verhevene. Dat duidt niet zozeer op een terugkeer naar een voormodern religieus wereldbeeld, maar is veeleer een poging het heilige in het alledaagse te herontdekken.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Wat daarbij opvalt, is dat het moderne sublieme in scherp contrast wordt geplaatst met het schone. Mooie dingen verschaffen ons een aangenaam gevoel en voeden onze hoop dat we in een harmonieuze en doelmatige wereld kunnen leven. Het sublieme daarentegen is verbonden met ervaringen die deze hoop door hun excessieve of chaotische karakter ondermijnen.<\/p>\n<p class=\"tekst\">De filosoof Immanuel Kant onderscheidt daarbij twee vormen van het sublieme. Het mathematisch sublieme wordt in onze geest opgeroepen door het onmetelijk grote, door zaken die onze verbeelding en verstand overstijgen, zoals de sterrenhemel. Het dynamisch sublieme confronteert ons met overweldigende natuurkrachten zoals vulkaanuitbarstingen, aardbevingen en tsunami\u2019s. Beide vormen doordringen ons van onze eigen nietigheid.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Toch is de ervaring van het moderne sublieme niet zonder meer negatief. Hoewel het onmetelijk grote en potentieel vernietigende gevoelens van vrees en angst kan oproepen, is het op veilige afstand contempleren van het sublieme (zoals dat bijvoorbeeld gebeurt wanneer we in een museum een schilderij van een stormachtige zee bewonderen) tegelijkertijd een aangename ervaring. Het sublieme roept zowel bewondering als huiver in ons op, het trekt ons aan en stoot ons af. De tegengestelde gevoelens versmelten tot \u00e9\u00e9n enkele ambigue ervaring. Dat weerspiegelt zich in de definities die van het sublieme worden gegeven: \u2018a pleasure mingled with horror\u2019 (John Dennis), \u2018a delightful terror\u2019 (Edmund Burke), \u2018negative Lust\u2019 (Kant).<\/p>\n<p class=\"tekst\">De dichter-filosoof Friedrich Schiller zet nog een stap verder door het sublieme buiten de veilige cocon van de kunst te plaatsen. Hij onderscheidt de theoretische reflectie op het sublieme van de praktische confrontatie ermee. Volgens Schiller kunnen we het sublieme pas werkelijk ervaren wanneer we strijdend tegen een overmachtige natuur of vijand ten onder gaan. Met deze transformatie van de betekenis van het sublieme van een relatief veilige reflectie op het onmetelijke tot een potentieel vernietigende praktijk, plaveit Schiller de weg naar de bij uitstek moderne ervaring van het technologisch sublieme.<\/p>\n<h5>Van natuur naar technologie<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Vanaf het midden van de negentiende eeuw zien we dat de ambigue ervaring van het sublieme langzaam verschuift van de natuur naar de technologie. Die verschuiving hangt nauw samen met de spectaculaire groei van de moderne wetenschap en technologie en de daarmee verbonden secularisatie. Een van de gevolgen daarvan is een fundamentele onttovering van de natuur. In plaats van de zetel van het heilige wordt deze in toenemende mate een object van technologische beheersing. De natuur noopt nu vooraleerst tot technisch ingrijpen.<\/p>\n<p class=\"tekst\">In zijn boek <span class=\"Cursief\">American Technological Sublime <\/span>(1994) laat David Nye zien hoe de ervaring van het sublieme in de Verenigde Staten, traditioneel verbonden met natuurverschijnselen als de Grand Canyon, gedurende de twintigste eeuw uiteindelijk werd overvleugeld door het technologisch sublieme: de sublimiteit van de wolkenkrabber, de metropolis, de automobiliteit, de kernenergie, de lucht- en ruimtevaart.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Van alle twintigste-eeuwse technologie lijkt de computer de moeder van alle sublieme technologie\u00ebn. In een wereld waarin de computer de meest dominante technologie is geworden, wordt alles \u2013 van de moleculen waaruit we zijn opgebouwd tot aan onze intiemste gedachten \u2013 getransformeerd tot een relationele database, een collectie van elementen die op alle denkbare manieren kunnen worden gerecombineerd.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Ook hier laten zich twee vormen van het sublieme onderscheiden. Het mathematisch sublieme verschijnt in het tijdvak van de computer in de vorm van combinatorische explosies en multiversa. Een fascinerend voorbeeld daarvan werd in 1944 bedacht door de Argentijnse schrijver Jorge Louis Borges in zijn verhaal \u2018De bibliotheek van Babel\u2019. Die denkbeeldige bibliotheek bevat alle mogelijke boeken van 410 bladzijden die gemaakt kunnen worden door de letters van het alfabet telkens anders te recombineren. Dat is een hyper-astronomisch aantal vergeleken waarbij het aantal atomen in het universum verwaarloosbaar <a href=\"http:\/\/vn.nl\/babel\">klein<\/a> is.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Inmiddels is het informatietechnologisch sublieme de literaire verbeelding voorbij. Zo zien we bijvoorbeeld in het onderzoek naar het menselijk genoom \u2013 een database van circa 20.000 genen, die bestaan uit miljoenen \u2018letters\u2019 (de vier verschillende moleculen waaruit het dna is opgebouwd) \u2013 vergelijkbare combinatorische explosies optreden. Daar wordt gewerkt met spreadsheets met tot wel 10 miljoen kolommen met de \u2018letters\u2019 van de genetische code en honderdduizenden rijen met de verschillende genomen van individuen die hun dna hebben afgestaan. De verwachting is dat het genomicsonderzoek in 2025 jaarlijks triljard (1021) letters aan code in kaart zal brengen, een tekstsliert die je tienduizend keer om ons zonnestelsel kunt winden. Wie zich daar een voorstelling van probeert te maken, beseft dat de term Big Data als een eufemisme moet worden beschouwd. Het technologisch sublieme blijft bovendien niet beperkt tot onze genen; alle aspecten van het menselijk leven \u2013 van ons koop-, stem- en opvoedingsgedrag tot aan onze financi\u00eble transacties en bewegingen door de publieke ruimte \u2013 worden opgeslagen in een wereldwijd netwerk van datacentra. Overheden en multinationals als Google en Facebook trachten door middel van datamining en profiling betekenisvolle patronen te ontdekken in deze gigantische datawolk. Dankzij de slimme algoritmen van deze \u2018datascope\u2019 \u2013 microscoop en telescoop ineen \u2013 kunnen zij dieper in ons leven en onze samenleving kijken dan ooit tevoren. En net zoals het natuurlijke sublieme heeft het informatietechnologisch sublieme een heilig aura. De datascope belooft ons goddelijke alwetendheid en voorzienigheid. Hij zal ons niet alleen in staat stellen patronen te onthullen die de individuele geest verre overstijgen, maar het ook mogelijk maken ons toekomstig koopgedrag, de ziekten die we zullen krijgen en de criminele activiteiten die we gaan ondernemen te voorspellen en waar nodig te corrigeren. Hier past slechts religieuze eerbied, dat lijkt althans de geestestoestand van de journalist die onlangs in <span class=\"Cursief\">de Volkskrant<\/span> over Big Data en genomics schreef: \u2018Hier ligt vast wat we zijn en nog kunnen worden; hier ligt de belofte van ons nageslacht, maar ook de erfenis van onze voorouders.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">De vraag is evenwel of dit data\u00efstische enthousiasme niet voorbijgaat aan de dynamische dimensie die het technologisch sublieme ook aankleeft. En die blijkt ook hier nogal unheimlich! Waar de \u2018oude natuur\u2019 in toenemende mate wordt gecontroleerd door de technologie en tot een culturele categorie is geworden (heel Nederland is inmiddels een cultuurlandschap), daar wordt onze informatietechnologische omgeving \u2013 van de genetisch gerecombineerde hybriden tot aan de onbeheersbare financi\u00eble algoritmen waarin de bancaire wereld grossiert \u2013 zo complex en onvoorspelbaar, dat we deze in toenemende mate als een van ons onafhankelijk en overmachtige kracht gaan beschouwen. De wondere wereld van de informatietechnologie lijkt zich te ontpoppen als een \u2018natuur 2.0\u2019 met een eigen intentionaliteit en agenda (zie vn.nl\/nextnature). De informatietechnologie belichaamt zowel onze onstilbare hoop op heil (van de productie van brandstof en voedsel voor de nog immer groeiende wereldbevolking en de genezing van ziekten tot aan de verwerkelijking van het transhumanistische verlangen naar onsterfelijkheid), als onze diepste angsten voor een overmachtige technologie.<\/p>\n<p class=\"tekst\">In zijn dynamische vorm confronteert het informatietechnologisch sublieme ons met andere woorden met onze nietigheid 2.0: het gaat niet alleen meer om onze individuele sterfelijkheid, maar om de uitsterfelijkheid van de menselijke soort. En dat roept unheimliche vragen op. Moeten we niet uit alle macht proberen dit noodlot af te wenden en onze technologische hybris afwerpen? Of is het ons lot het informatietechnologische sublieme in blinde hoop te omarmen, iets wat we altijd al gedaan hebben sinds de god Prometheus ons de techniek schonk? De mens is, om de pregnante definitie van de filosoof Helmuth Plessner te gebruiken, van nature kunstmatig. Technisch handelen is deel van de menselijke natuur en daarom is het mensonmogelijk niet-technisch te zijn. Misschien ligt in de affirmatie van het technologisch sublieme wel onze hoogste bestemming. Gaan immers niet, zoals Nietzsche het uitdrukte, alle grote dingen door hun eigen toedoen te gronde? Zelfoverstijging als ethisch imperatief. Of zoals Ronald Dworkin het formuleert: \u2018We moeten niet weglopen voor de nieuwe verantwoordelijkheden en we moeten doen wat wij als stervelingen sinds de dagen van Prometheus steeds gedaan hebben: spelen met vuur en de consequenties daarvan aanvaarden. Het alternatief is lafheid in het aangezicht van het onbekende.\u2019 Subliemer kan het niet worden.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p><span class=\"03_Intro_Kapitaal\">Wat doordringt ons meer van onze eigen nietigheid <\/span>dan de informatietechnologie? Filosoof Jos de Mul verbindt \u2018het sublieme\u2019, vroeger voorbehouden aan adembenemende natuurervaringen, aan de ongemakkelijke vragen die nieuwe technologie\u00ebn met zich meebrengen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-304751","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Jos de Mul","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/304751","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=304751"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/304751\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jos de Mul","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=304751"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=304751"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}