
 {"id":300635,"date":"2019-05-10T09:40:53","date_gmt":"2019-05-10T07:40:53","guid":{"rendered":"http:\/\/www.vn.nl\/?p=300635"},"modified":"2020-01-24T11:55:45","modified_gmt":"2020-01-24T10:55:45","slug":"jose-van-dijck-ik-ben-kennelijk-een-rolmodel-voor-jonge-vrouwen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/jose-van-dijck-ik-ben-kennelijk-een-rolmodel-voor-jonge-vrouwen\/","title":{"rendered":"Hoogleraar Jos\u00e9 van Dijck: \u2018Ik ben kennelijk een rolmodel voor jonge vrouwen\u2019"},"content":{"rendered":"<p class=\"p_1\">\u2018Er zit wel enige vooruitgang in, maar het gaat echt veel te langzaam,\u2019 zegt Jos\u00e9 van Dijck. \u2018Denk niet dat ik daar niet kwaad over ben.\u2019 Eerder op de avond hadden we het over een reportage in dit blad uit 1989 waarin vrouwelijke professoren werden geportretteerd. Toen waren er op elke honderd hoogleraren aan de Universiteit van Amsterdam zes vrouwen. Wie waren de wetenschapsters die ondanks alle obstakels de top hadden bereikt, was destijds de vraag. Wat vonden ze van een eventueel voorrangsbeleid? En bestond er zoiets als vrouwelijke wetenschap? Liever wilden de professoren niets weten van een verband tussen hun baan en hun sekse. Toch was dat er wel degelijk, en het is er een kwarteeuw later nog steeds, beaamt Van Dijck. Sinds drie maanden is zij president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). \u2018En ja, inderdaad, ik ben de allereerste vrouwelijke president. Ik was wel verbaasd dat daar \u00fcberhaupt een punt van werd gemaakt. Je kunt pas tevreden zijn als zoiets triviaals geen nieuws meer is, zoals Louise Richardson zei toen ze onlangs werd voorgedragen als de eerste vrouwelijke president in het achthonderdjarig bestaan van Oxford University.\u2019<\/p>\n<h5>Van Kyteman tot Mutsaers<\/h5>\n<p class=\"tekst\">We zijn onderweg naar een bijeenkomst over Vrouwen in de wetenschap in De Balie in Amsterdam, waar Van Dijck overigens niet veel nieuws verwacht te horen. Het is en blijft nu eenmaal treurig gesteld met de wetenschappelijke piramide als het gaat om de carri\u00e8res van vrouwelijke wetenschappers. Meisjes mogen in Nederland dan beter zijn opgeleid dan jongens, de meerderheid van de studenten is dan wel vrouw, best veel vrouwen promoveren ook nog, maar daarna gaan de grafiekjes steevast steil naar beneden. Op de ranglijsten over de rol van vrouwen op wetenschappelijke topposities bungelt Nederland ook nu weer ergens onderaan. We staan in Europa bijna laatste, ver achter landen als Roemeni\u00eb, Portugal en Noorwegen, zegt Van Dijck. \u2018Als het zo doorgaat, en dan moet het niet tegenzitten ook, zijn er pas rond 2060 evenveel mannelijke als vrouwelijke professoren. Dat is natuurlijk niet acceptabel.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Als hoogleraar vergelijkende mediastudies is Jos\u00e9 van Dijck (54) na natuurkundige Robbert Dijkgraaf en geneticus Hans Clevers behalve een vrouw ook weer eens een alfawetenschapper aan het hoofd van de KNAW. De Akademie brengt excellente wetenschappers bij elkaar, zij bestuurt zestien wetenschappelijke onderzoeksinstituten \u2013 van het NIOD tot het Nederlands Herseninstituut \u2013 en adviseert de regering op wetenschappelijk gebied. Volgend jaar krijgt Van Dijck een vicepresident uit de b\u00e8tahoek naast zich, die haar in 2018 opvolgt. Daarna zullen de presidenten \u2013 gekozen door de eigen leden \u2013 afwisselend b\u00e8ta en alfa of gamma zijn. De komende drie jaar wil Van Dijck niet alleen bereiken dat vrouwen aan de Nederlandse universiteiten dezelfde kansen krijgen als mannen, ze wil ook meer samenwerking tussen wetenschappen en kunsten in de vorig jaar opgerichte Akademie van Kunsten. Daarvan zijn nu vijfendertig kunstenaars lid, van Kyteman tot Charlotte Mutsaers. Volgend jaar komen er nog vijftien leden bij, de nominatieronde voor dit jaar is net gesloten. \u2018Kunstenaars hadden geen forum, nu is er eindelijk een podium voor de fantastische verbindingen tussen kunstenaars onderling en tussen kunstenaars en wetenschappers.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Wetenschapsgebieden ondersteunen die in de strijd om aandacht en geld het onderspit dreigen te delven, is een andere opdracht die Van Dijck zichzelf heeft opgelegd. \u2018Iedereen heeft het in dat verband over de bedreigde letterenstudies zoals Portugees of Fins. Maar niet alleen \u201ckleine\u201d talen vallen vaak buiten de boot als het gaat om de verdeling van het geld, ook b\u00e8tastudies als theoretische wiskunde of plantkunde hebben het moeilijk. En omdat het bij de beoordeling van excellentie steeds meer draait om internationale publicaties en samenwerking staan ook Nederlands recht en Nederlandse taal- en cultuur \u2013 langzamerhand ook een van de kleinere studies \u2013 niet al te stevig in hun schoenen.\u2019 Steun voor de wetenschapsgebieden die niet vallen onder het zogenaamde topsectorenbeleid is hoognodig, vindt Van Dijck. \u2018Ik wil meer aandacht en geld genereren voor die witte vlekken op de wetenschappelijke landkaart.\u2019<\/p>\n<blockquote>\n<p class=\"tekst\">&#8216;Mijn zussen en ik zijn door mijn moeder opgevoed met het idee dat we moesten studeren, dat we op eigen benen moesten staan.&#8217;<\/p>\n<\/blockquote>\n<h5>Groot gezin<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Jos\u00e9 van Dijck begon haar wetenschappelijke carri\u00e8re als student Nederlands aan de Universiteit van Utrecht. Haar thesis bij Algemene Literatuurwetenschappen ging over het lot van vrouwen in de naturalistische literatuur: ze vergeleek Effi Briest, Eline Vere, Emma Bovary en Rhoda Nunn, vrouwelijke hoofdpersonen met wie het niet heel goed afliep \u2013 quizvraag: wie van de vier maakte g\u00e9\u00e9n einde aan haar leven? \u2013 in de romans van de heren Theodor Fontane, Louis Couperus, Gustave Flaubert en George Gissing. \u2018Ik zocht het internationale perspectief, dat heb ik altijd belangrijk gevonden. Maar mijn fascinatie voor de naturalistische roman van de negentiende eeuw hing ook samen met de rol van wetenschap daarin. Die hield zich bezig met vragen als: in hoeverre ben je gedetermineerd door je afkomst, milieu en je geslacht? En is het ook mogelijk om je daaraan te ontworstelen?\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Zelf werd Van Dijck geboren in een groot Brabants gezin en groeide ze op met vier zussen en drie broers. \u2018Ik ben nog steeds blij dat ik in zo\u2019n groot gezin ben opgegroeid, daardoor heb ik teamwork kunnen oefenen en leerde ik rekeninghouden met anderen. Het was een leerschool in geven en nemen. Nu gezinnen gemiddeld uit niet meer dan 1,7 kinderen bestaan, zijn er denk ik andere methodes nodig om mensen tot socialer gedrag aan te zetten.\u2019 Het was een typisch middenklassengezin, \u2018heel doorsnee\u2019, haar vader werkte bij de veterinaire inspectie, haar moeder was huisvrouw. \u2018Dat vond ze erg jammer, maar ze was nu eenmaal volwassen geworden in de tijd dat je moest stoppen met werken als je een gezin stichtte.\u2019 Het was daarom vooral haar moeder die haar dochters stimuleerde om te gaan studeren. \u2018Ik ben door haar opgevoed met het idee dat je altijd op eigen benen moet kunnen staan,\u2019 zegt Van Dijck. \u2018Dat je zelfstandig moet zijn en moet doen wat je heel graag wilt. En dat het daarbij volstrekt niet uitmaakt dat je toevallig een meisje bent. Dat had effect, want net als mijn broers hebben al mijn zussen gestudeerd en werken ze fulltime.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Aan de universiteit ontdekte ze dat de gelijkwaardigheid die ze van huis uit had meegekregen in de wetenschap niet vanzelfsprekend was. \u2018Zelfs aan de \u201czachte\u201d alfakant waren vrouwelijke docenten en vooral vrouwelijke hoogleraren op de vingers van \u00e9\u00e9n hand te tellen.\u2019 Het was sowieso de tijd van <span class=\"Cursief\">no future<\/span>, er waren weinig banen, de situatie voor afgestudeerden was als het om kansen op werk ging een beetje vergelijkbaar met nu. \u2018Als meisjes hun studie hadden afgerond, kozen ze maar zelden voor een carri\u00e8re in de universitaire wereld. Mijn jaargenoten zijn voor een groot deel terechtgekomen in de media of ze namen een parttimebaan in het onderwijs omdat ze trouwden en kinderen kregen. Dat je de klassieke rolverdeling kennelijk zelfs op de universiteit moeilijk kon ontlopen, was een eyeopener voor mij.\u2019<\/p>\n<figure id=\"post-300951 media-300951\" class=\"align-left\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2015\/10\/MG_9299_V2.jpg.jpg\" alt=\"\" \/><figcaption>Maagdenhuisbezetting: &#8216;Wij waren allang bezig met de bedreigde kleine studies.&#8217;<\/figcaption><\/figure>\n<h5>West coast-correspondent<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Anderhalf jaar na haar afstuderen besloot Van Dijck te vertrekken naar de University of California, San Diego, een publieke universiteit, om daar met een <span class=\"Cursief\">tuition fellowship<\/span> de helft van de tijd te werken aan haar proefschrift en de andere helft onderwijs te geven. \u2018Dat was in alle opzichten een sprong in het diepe. Ik gaf <span class=\"Cursief\">writing and composition<\/span>, want alle studenten van alle studierichtingen, ook de b\u00e8ta\u2019s, moeten daar in het eerste jaar leren schrijven. De opbouw van een tekst, argumentatie waarbij je bewijs moet leveren voor je stellingen, leren om een gestructureerd betoog neer te zetten.\u2019 Het was spannend voor de jonge twintiger zonder veel ervaring om werkgroepen te leiden waarvan soms wel 80 procent immigrant was. \u2018Ik had jonge vrouwen in de klas die in Iran in de gevangenis hadden gezeten maar ook rijke zwarte jongens uit LA en arme blanke meisjes uit de Valley. Want vergeet niet dat er ook veel arme Amerikanen zijn.\u2019<\/p>\n<blockquote>\n<p class=\"tekst\">&#8216;Ik besef dat ik een moving target bestudeer, het ecosysteem van de sociale media is nu eenmaal continu in beweging.&#8217;<\/p>\n<\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Het eerste jaar was ze alleen maar bezig met overleven en met proberen om haar studenten net een stap voor te blijven. \u2018Het was hard werken als jonge docent-promovendus. Ondertussen leerde ik ook zelf veel gestructureerder over teksten na te denken.\u2019 Nieuwsgierig informeerde ze later naar de gedachte achter haar aanstelling als retorica-docent, terwijl ze zelf net als de meeste studenten geen native speaker was. \u2018Ze bleken dat heel bewust te hebben gedaan, ik was maar een paar jaar ouder dan mijn studenten en voor mij was het net als voor de studenten een <span class=\"Cursief\">struggle <\/span>om een tweede taal echt goed onder de knie te krijgen. Zo kon ik een voorbeeld voor hen zijn, ze konden aan mij zien dat afkomst geen beletsel hoeft te vormen voor succes en trouwens ook geen excuus voor mislukking.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Die vier jaar onderwijs en onderzoek waren de best denkbare leerschool, zegt Van Dijck. Ze raadt haar studenten altijd aan een tijdje te studeren in het buitenland, liefst in combinatie met lesgeven. \u2018Zo leer je dat wetenschap daar over gaat: onderwijs en onderzoek versterken elkaar. Dat sluit aan bij een van de conclusies uit een recent KNAW-advies, dat een tweedeling tussen die hoofdtaken van de universiteit per se moet worden voorkomen.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">In San Diego bestond al zoiets als mediastudies, een terrein dat in Nederland nog volstrekt onontgonnen was. \u2018Mijn promotieonderzoek ging over de manier waarop het publieke debat over IVF in de Verenigde Staten zich in de media had ontwikkeld. Ik gaf colleges media-analyse en begon ook zelf stukken te schrijven, ik werd een soort West Coast-correspondent voor Nederlandse kranten en tijdschriften.\u2019<\/p>\n<h5>Facebook- en Twittermijder<\/h5>\n<p class=\"tekst\">De wetenschap bleek toch beter bij haar te passen dan het kortebaanwerk van de journalistiek, merkte ze in de loop van haar vier Amerikaanse jaren. Toen ze vlak voor het verdedigen van haar proefschrift even terug was in Nederland wegens priv\u00e9omstandigheden, bleek de universiteit van Groningen op zoek naar een wetenschapper die de nieuwe opleiding journalistiek zou kunnen opzetten. \u2018Met mijn fascinatie voor de maatschappelijke rol van de journalistiek was ik daar perfect op mijn plaats. Al heb ik me later vaak afgevraagd of ik niet te vroeg had besloten om terug te keren naar Nederland. Ik miste Californi\u00eb erg, ik woonde prachtig daar in La Jolla, boven San Diego. Groningen was wel echt wat anders.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Van Dijck, zelf Facebook- en Twittermijder, specialiseerde zich in digitale media; in haar laatste boek, <span class=\"Cursief\">The Culture of Connectivity<\/span>, beschreef ze de ontstaansgeschiedenis van de sociale media. \u2018Ik besef dat ik een <span class=\"Cursief\">moving target<\/span> bestudeer, het gigantische ecosysteem van de sociale media is voortdurend in beweging. Des te meer reden om de algoritmes te onderzoeken die in toenemende mate bepalen hoe onze samenleving eruit komt te zien.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Inmiddels trekt de Amerikaanse overheid zich meer en meer terug uit de financiering van wetenschappelijke instellingen. De University of California, een kwarteeuw geleden financieel nog uiterst laagdrempelig, is daardoor weliswaar nog niet zo duur als een Ivy League universiteit, maar dertigduizend dollar voor \u2018out of state\u2019-studenten is al niet meer voor iedereen betaalbaar. Van Dijck ziet tot haar spijt parallellen met de Nederlandse situatie, waar met de afschaffing van de basisbeurs studeren ook duurder is geworden. \u2018Maar de pijn zit hem hier vooral in het opdrogen van de eerste geldstroom, de directe bekostiging van de universiteiten door de overheid. Die is afgelopen vijftien jaar met ongeveer 30 procent gedaald, terwijl het aantal studenten met 50 procent is toegenomen.\u2019<\/p>\n<figure id=\"post-300954 media-300954\" class=\"align-left\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2015\/10\/MG_9404_v2.jpg.jpg\" alt=\"\" \/><figcaption><\/figcaption><\/figure>\n<h5>Geldgebrek<\/h5>\n<p>\u2018Je kunt het nog geen braindrain noemen, maar ik verbaas me niet over de toegenomen stroom toptalent naar het buitenland,\u2019 zegt Van Dijck. Ze merkt dat de werkdruk door geldgebrek en bureaucratie voor docenten langzaam maar zeker te hoog wordt. \u2018Ik werk nog twee dagen in de week op de universiteit, dus ik kan erover meepraten.\u2019 Natuurlijk, behalve rechtstreeks van het ministerie van OCW naar de universiteiten gaat er ook nog publiek geld via de tweede geldstroom naar wetenschappers en instituten. Maar ook dat bedrag is de afgelopen jaren fors naar beneden gegaan, om te beginnen door het wegvallen van de FES-gelden: uit de aardgasbaten werd tot 2011 elk jaar tussen de driehonderd en vierhonderd miljoen euro ge\u00efnvesteerd in de kenniseconomie.\u2019<\/p>\n<p>In diezelfde tijd ontstond het topsectorenbeleid, waaraan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), jaarlijks 275 miljoen van haar budget van 650 miljoen euro moet besteden. \u2018Ik zeg niet dat dat geld niet goed besteed is, maar het gaat, met uitzondering misschien van de creatieve industrie, vooral om b\u00e8ta-onderwerpen met toepassingen op gebieden als energie en waterbouw. Dat leidt tot een beperkte en eenzijdige kijk op wetenschap. Al met al besteden we nu minder dan 2 procent van het bruto binnenlands product aan wetenschap \u2013 ver beneden de Europese standaard en ver onder het ambitieniveau van ons eigen land. Dat vind ik echt heel erg bedenkelijk.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>&#8216;Er is allang een voorrangsbeleid. Maar mannen zullen nooit toegeven dat ze een positie vooral bekleden omdat ze een man zijn.&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Wetenschappers besteden een steeds groter deel van hun tijd aan het binnenhalen van funding. Zelf is Van Dijck medeonderzoeker in het Clariah-project, dat een NWO-subsidie van 12 miljoen kreeg voor het tot stand brengen van een digitale infrastructuur voor de geesteswetenschappen. \u2018We bedenken samen met informatici hoe we digitale archieven van beeld, geluid en tekst toegankelijk kunnen maken. Hoe zoeken journalisten en wetenschappers in die bestanden? En hoe kunnen we ze, met die kennis, beter ontsluiten?\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">De Clariah-subsidie was in 2014 de enige infrastructuursubsidie in de alfawetenschappen. De kans van slagen in de NWO-competities is sowieso gering, op sommige onderzoeksgebieden minder dan 10 procent. \u2018Dat betekent dat 90 procent van de uren die je daarin steekt verloren tijd is,\u2019 zegt Van Dijck. De oplossing is volgens haar niet een andere vorm van financiering, maar simpelweg veel meer overheidsgeld voor onderzoek en onderwijs. \u2018Nu ontstaat er scheefgroei: als je bij NWO weinig kans van slagen hebt, kun je geen aio\u2019s en postdocs aannemen. Zo ontstaat het matte\u00fcseffect: onderzoekers die meer geld krijgen, halen daarmee weer meer investeringen binnen. Want die hebben de tijd en de mensen om nieuw onderzoek aan vragen.\u2019<\/p>\n<h5>Tikje ge\u00efrriteerd<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Het topsectorenbeleid en het gevecht om financiering is het gevolg van onderinvestering in wetenschap waarmee Van Dijck niet blij is. Onderinvestering is niet hetzelfde als rendementsdenken, een term die de Maagdenhuisbezetters graag hanteerden. \u2018Ik wil daar graag een genuanceerd verhaal over houden,\u2019 zegt de voormalige decaan geesteswetenschappen een tikje ge\u00efrriteerd. \u2018Met wat daar door studenten werd aangekaart was de universitaire gemeenschap allang bezig. Het leek of het uit de lucht kwam vallen, terwijl wij al jaren waarschuwden tegen het teruglopen van gelden bij geesteswetenschappen. De bedreigde kleine talen waren al twintig jaar een issue terwijl het nu opeens leek of dat nieuws was.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Publicatiedruk, de universiteit als promotiefabriek, het belang van het evenwicht tussen onderwijs en onderzoek, daar hadden Wijnand Mijnhardt en anderen van Science in Transition ook al voor gewaarschuwd, zegt Van Dijck. \u2018Dat debat was volop in de publiciteit en terecht. Maar tijdens de Maagdenhuisbezetting raakten de argumenten ondergesneeuwd doordat veel van de discussie over de acties zelf ging. Dat vond ik jammer.\u2019 Dat er meer moet worden ge\u00efnvesteerd in ongebonden onderzoek, daarover zijn de KNAW-president en de activistische studenten het w\u00e9l eens. \u2018Ik ga me de komende jaren sterk maken voor meer financiering voor fundamenteel onderzoek dat puur voortkomt uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid en pas op termijn mogelijk ook toegepast nut heeft.\u2019<\/p>\n<h5>Geprivilegieerd<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Bij Vrouwen in de wetenschap \u2013 de zaal zit vol met vooral jonge vrouwen \u2013 gaat het later op de avond over kwesties die naadloos in die Vrij Nederland van 1989 hadden gepast. Goed, het is een fractie beter, tegenwoordig zijn zeventien op de honderd professoren vrouw. Maar vrouwelijke docenten worden in evaluaties raar genoeg nog steeds mede op hun uiterlijk beoordeeld, zegt Jos\u00e9 van Dijck verontwaardigd tegen de zaal. En de vraag blijft net als een kwarteeuw geleden: moet er een voorrangsbeleid komen? Eigenlijk wel, vindt Catholijn M. Jonker, hoogleraar mens-machine-interactie aan de TU in Delft, en de eerste voorzitter van De Jonge Akademie van de KNAW, maar vanavond op het podium als voorzitter van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren. Nadeel: wetenschapsters zullen altijd denken dat ze alleen dankzij zo\u2019n voorrangsregeling op hun toppositie terecht zijn gekomen. \u2018Terwijl de mannen die er nu vooral zitten omdat ze man zijn nooit over zichzelf zullen zeggen dat ze geprivilegieerd zijn.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Nieuw is een vanavond gepresenteerd onderzoek waaruit blijkt dat ook de commissies die beslissen over beurzen voor jonge onderzoekers stelselmatig negatiever zijn over de cv\u2019s van vrouwen dan over die van mannen. En vrouwen bevinden zich in de periode na hun promotie, zo tussen hun dertigste en veertigste toch al in een lastige positie, omdat ze rond die leeftijd vaak ook moeder worden. \u2018Wat me de afgelopen jaren opviel en wat me verontrustte, is dat steeds meer vrouwen in die fase van hun loopbaan overspannen raakten,\u2019 zegt Jos\u00e9 van Dijck. \u2018Al heb ik geen kinderen, ik ben kennelijk toch een soort rolmodel voor vrouwen als het om hun carri\u00e8re gaat. Ze komen gestrest bij me langs om raad, over welke keuzes ze moeten maken. Jonge wetenschapsters denken: als ik nu die Veni- of die Vidibeurs niet binnenhaal, dan mis ik voorgoed de boot. Maar ik heb ook kleine kinderen en mijn onderwijstaak. Hoe red ik me hieruit?\u2019<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p class=\"onderschrift\"><strong><span class=\"06_Bijschrift_Kopje rood\">Wie<\/span><\/strong> Jos\u00e9 van Dijck (54)<\/p>\n<p><strong><span class=\"06_Bijschrift_Kopje rood\">Bekend van<\/span> <\/strong>Van Dijck was decaan van de faculteit geesteswetenschappen in Amsterdam (2008-2011) en is nu hoogleraar media en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.<\/p>\n<p><strong><span class=\"06_Bijschrift_Kopje rood\">Waarom<\/span><\/strong> De komende drie jaar is Jos\u00e9 van Dijck ook president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Zij wil zich onder meer inzetten voor het naar haar mening kwetsbare ongebonden, zuiver fundamentele onderzoek. Dit als tegenwicht voor de ontwikkeling dat er steeds meer eenzijdig wordt ge\u00efnvesteerd in die onderzoeken die naar toepassingsgerichte oplossingen streven.<br \/>\nDaarnaast heeft Van Dijck zich tot taak gesteld om de rol van vrouwen aan de Nederlandse universiteiten te vergroten.<br \/>\n<span class=\"06_Bijschrift_Kopje rood\"><br \/>\n<strong>Enz<\/strong><\/span> Als onderzoeker is Van Dijck gespecialiseerd in digitale media. Twee jaar geleden verscheen in New York haar boek The Culture of Connectivity. A Critical History of Social Media. Zij is medeonderzoeker in het Clariah-project, dat een digitale infrastructuur tot stand wil brengen voor de geesteswetenschappen.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p><span class=\"03_Intro_Kapitaal\">Als kersverse president van de KNAW <\/span>ziet Jos\u00e9 van Dijck veel verbeterpunten in de wetenschap. Een daarvan is de positie van vrouwen. \u2018Dat je de klassieke rolverdeling zelfs op de universiteit moeilijk kon ontlopen, was een eyeopener.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[4295,4297,3795],"class_list":["post-300635","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","tag-jose-van-dijck","tag-knaw","tag-mischa-cohen","dossier-onderwijs","dossier-samenleving","article_type-interview"],"acf":[],"author_name":"Mischa Cohen","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/300635","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=300635"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/300635\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Mischa Cohen","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=300635"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=300635"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}