
 {"id":296799,"date":"2015-09-16T14:46:07","date_gmt":"2015-09-16T12:46:07","guid":{"rendered":"http:\/\/www.vn.nl\/?p=296799"},"modified":"2015-09-17T12:59:01","modified_gmt":"2015-09-17T10:59:01","slug":"joost-zwagerman-het-verlangen-te-verdwijnen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/joost-zwagerman-het-verlangen-te-verdwijnen\/","title":{"rendered":"Het schaduw-ik van Joost Zwagerman"},"content":{"rendered":"<div class=\"lead\"><span class=\"03_Intro_Kapitaal\">Steeds meer werd Joost Zwagerman gefascineerd door het wit <\/span>in de kunst, het niets, de stilte, de leegte. Uiteindelijk is zijn \u2018verlangen om er niet te zijn\u2019 sterker gebleken dan alle levensdrift die hij in zich had.<\/div>\n<p class=\"p_1\">Wie, zoals de meeste mensen, vertrouwd was met een extraverte Joost Zwagerman die geregeld op de televisie was te zien, die voortdurend werd ge\u00efnterviewd, gerecenseerd en gefotografeerd, kan niet anders dan opkijken bij het lezen van zijn laatste gedichtenbundel <span class=\"Cursief\">Voor alles<\/span>, eind vorig jaar verschenen. De onschuldig lijkende titel hoort bij een gedicht van twee pagina\u2019s en drie\u00ebnzestig regels dat een droge opsomming geeft van alles waar Zwagerman bang voor was. Joost Zwagerman? Ergens bang voor? Die durfde en deed toch zo ongeveer alles?<\/p>\n<p class=\"tekst\">Een ochtendlijk stapeltje post na een doorwaakte nacht was nog maar \u00e9\u00e9n ding waar Zwagerman bang voor kon zijn. Hij was bang voor alles, \u2018altijd\u2019: \u2018voor te veel mensen in een lift of streekbus\u2019, \u2018voor mails en sms\u2019en\u2019, \u2018voor de benauwenis van aangeboren schaamte\u2019, \u2018voor de toekomst en het verleden\u2019, \u2018voor sferen, suizingen en de zekerheid\u2019, \u2018voor de deurbel en voor straf\u2019 en \u2018voor types die met messen spelen\u2019. In het laatste deel van het gedicht herhaalt hij steeds \u2018Voor alles altijd bang geweest\u2019, \u2018Voor alles altijd bang geweest\u2019. En dan, verscholen tussen de mededeling dat hij bang is \u2018voor personen die snoevend zeggen vrij te zijn van alle vrees\u2019, maakt hij \u00e9\u00e9n uitzondering: dat hij \u2018voor doodzijn misschien iets minder\u2019 bang is.<\/p>\n<h5>Terugkerende wens<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Joost Zwagerman had twee gezichten. Dat andere gezicht, het schaduw-ik, verborg hij niet, maar hij etaleerde het ook niet al te opzichtig. Hij heeft er wel over geschreven en iets over verteld, maar niet al te expliciet, vooral versluierd in romans en gedichten. In een gedicht kon hij zeggen dat hij minder bang was voor \u2018doodzijn\u2019 dan voor te veel mensen in de lift of, typerende toevoeging voor iemand als Zwagerman, die een zwak had voor \u2018de provincie\u2019, \u2018een streekbus\u2019. Dat schaduw-ik bevond zich op de achtergrond van alles wat hij schreef over zelfmoord. Het stond voor de chronische, steeds terugkerende wens liever niet te willen bestaan, er-niet-te-willen-zijn.<br \/>\nDie wens was al oud. Rond zijn twintigste las Zwagerman de roman <span class=\"Cursief\">Het zwart uit de mond van Madame Bovary<\/span> van Willem Brakman. Daarin gaat het over de muisgrijze leraar Frans Pouderooyen die aanvankelijk denkt dat hij de enige is die ernaar verlangt om niet te bestaan. Tot hij zichzelf wijsmaakt dat iedereen dit verlangen heeft en hij zich niet meer alleen voelt. Hij denkt \u2018dat de diepste uitingen van een mens altijd uitingen zijn van het protest dat hij er is.\u2019 Hoe onwaarschijnlijk het ook is dat ieder mens zou denken dat alles wat hij doet een protest is tegen het feit dat hij bestaat, Zwagerman schrijft in de inleiding van zijn laatste boek <span class=\"Cursief\">De stilte van het licht<\/span> dat hij dit indertijd \u2018enerverend\u2019, geruststellend, vond om te lezen: \u2018Ik bleek niet alleen.\u2019<\/p>\n<h5>Niet voor jou<\/h5>\n<figure id=\"post-297269 media-297269\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2015\/09\/Spread-Jamp-H-Def.-VN..jpg\" alt=\"\" \/><figcaption>Joost Zwagerman, bang? Die durfde en deed toch zo ongeveer alles? Foto: Dave Gray<\/figcaption><\/figure>\n<p class=\"tekst\">Drie jaar later heeft de jonge Ingmar Booy in zijn debuutroman <span class=\"Cursief\">De houdgreep <\/span>(1986) in allerlei situaties de gewaarwording dat hij er niet wil zijn. De grote wens van de aan een painters-block lijdende Walter van Raamsdonk (\u2018Raam\u2019) in <span class=\"Cursief\">Gimmick!<\/span> (1989) is dat hij niet bestaat, is uitgewist. In <span class=\"Cursief\">Vals licht<\/span> (1991) wil Simon, die zich als een normale jongen voordoet maar er een schaduwbestaan op na houdt, zich vereenzelvigen met het hoertje Lizzie. Hij wil dat zijn bewustzijn langzaam maar zeker plaatsmaakt voor het hare, \u2018zodat hij het was die schitterde van afwezigheid. Misschien was ware liefde een vorm van afsterven en zou hij pas gelukkig zijn als hij zich met recht en reden haar mutant kon wanen\u2019.<br \/>\nZwagermans hoofdpersonen willen steevast verdwijnen, er niet zijn. Zo erg is het nog niet bij Theo Altena in <span class=\"Cursief\">De buitenvrouw <\/span>(1994), maar hij kan zich dan ook laven aan de liefde en het opwindende lichaam van Iris, zijn zwarte collega op het West Fries College. Zij verlost hem van zijn gedachten aan de dood, zij was \u2018ontzettend zonder doodsbesef\u2019. Het zijn altijd vrouwen die de hoofdpersonen bij Zwagerman afhouden van hun verlangen naar de dood. Ze zorgen ervoor dat die afgeleid wordt, in hen opgaat, in hen verdwijnt. Het gedicht \u2018Voor alles\u2019 eindigt ermee:<\/p>\n<p class=\"tekst\"><em>Voor alles altijd bang geweest,<\/em><br \/>\n<em> maar niet voor jou,<\/em><br \/>\n<em> nee, niet voor jou.<\/em><\/p>\n<p class=\"tekst\">\u2018Ik wil het liefste in jou weg. Zonder jou ben ik te veel\u2019 staat in het titelgedicht van zijn gedichtenbundel <span class=\"Cursief\">De ziekte van jij<\/span> (1988). Als hij in haar op kon gaan, hoefde hij zelf niet meer te bestaan:<\/p>\n<p class=\"tekst\"><em>Jij, jij was veel meer dan dat zodat ik van meer<\/em><br \/>\n<em> naar minder kon. Jij was zo jij dat je werd mij,<\/em><br \/>\n<em> aan mij was het genot om in je op te gaan, geluk<\/em><br \/>\n<em> zo groot dat ik steeds minder hoefde te bestaan.<\/em><\/p>\n<h5>Paradoxaal verlangen<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Het \u2018verlangen om er niet te zijn\u2019 en \u2018het ontmoedigende feit er w\u00e9l te zijn\u2019, de steeds terugkerende motieven in zijn werk, noemt hij zelf \u2018mijn teerste droom en tegelijk grootste nachtmerrie\u2019. Het is een paradoxaal verlangen: een \u2018wensdroom annex nachtmerrie\u2019. Dit is wat in het schaduw-ik van Zwagerman leefde. Hij wilde voortdurend niet op de wereld zijn. Hij was er niet echt thuis. Hoe maximaal zijn levensdrift aan de buitenkant ook was, de dood trok aan hem als een hond die de andere kant op wil. In zijn schaduw-ik speelde zich een doodsdrift af die zich onttrok aan zijn controle.<br \/>\nEen van de woorden die bij Zwagerman nogal eens voorkomen is \u2018versterven\u2019. De essays in <span class=\"Cursief\">De stilte van het licht<\/span> gaan over het wit in de hedendaagse kunst, over het niets, de stilte, de leegte, over het ontbrekende en het willen verdwijnen. Gemeenschappelijk aan deze thema\u2019s is dat het om niets of weinig gaat. Het gaat om het minimum, terwijl Zwagerman in het midden van de jaren tachtig toch was begonnen als een van de dichters van de Maximalen, de dichters van het \u2018grote gebaar\u2019. In <span class=\"Cursief\">De stilte van het licht<\/span> gaat het juist om het kleinste gebaar, om de nulgraad van de kunst. Dat zou je een soort versterven kunnen noemen, het terugbrengen van alles tot een minimum. Zwagerman wilde de laatste jaren in zoveel mogelijk kunst de leegte, de stilte en het niets zien, ook als die kunst daar niet speciaal toe uitnodigde. Hij dreef weg van elke uitbundigheid, van het wilde en het expressieve in de kunst.<\/p>\n<h5>Protestkunst<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Het lichtelijk verbijsterende is dat Zwagerman zijn \u2018teerste droom en tegelijk grootste nachtmerrie\u2019, er-niet-willen-zijn, in <span class=\"Cursief\">De stilte van het licht <\/span>zonder meer tot iets fundamenteels en universeels bombardeert en toeschrijft aan <span class=\"Cursief\">alle<\/span> kunst, niet alleen aan de kunstenaars die hij in het boek bespreekt. Al die kunstenaars zouden kunst maken \u2018uit protest tegen het feit dat men er is\u2019. Zo bezien, gaat hij verder, \u2018is alle kunst in essentie protestkunst. Ook ikzelf protesteer in zekere zin nog altijd: dit boek is er het resultaat van. Het protest verbindt mij aan een groot aantal kunstwerken.\u2019 Wat dit ook voor idee is, het is al te voortvarend om <span class=\"Cursief\">alle<\/span> kunst protestkunst te noemen. Veel onbehagen, spanningen, frustraties en depressies kunnen tot grootse kunstwerken worden omgesmeed en gesublimeerd, maar dat betekent in de meeste gevallen niet dat daarmee geprotesteerd wordt tegen het feit dat men er is. Zwagerman legt hier zijn eigen teerste droom en grootste nachtmerrie op aan alle kunst.<\/p>\n<h5>Diep gekoesterd verlangen<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Joost Zwagerman ontwikkelde geleidelijk een hang naar schilders en kunstenaars die zijn eigen behoefte aan minimalisme vertegenwoordigden: bij hen werd hij bevestigd in zijn behoefte aan stilte, leegte, het wit, het niets en het willen verdwijnen, in het algemeen, of het verdwijnen in het kunstwerk. Dat vond hij bij de performancekunstenaar Marina Abramovic en haar stilteproject, in de monochrome schilderijen van Mark Rothko, in de stillevens van Giorgio Morandi, in de stilte bij de componist John Cage, het witte vierkant bij Kazimir Malevich, de honderden witte doeken van Robert Ryman of de witte rasterpanelen van Jan Schoonhoven. Zwagerman werd ook gefascineerd door het verdwijnen in de romans van Cees Nooteboom (<span class=\"Cursief\">Rituelen<\/span>), Frans Kellendonk (<span class=\"Cursief\">Letter &amp; Geest<\/span>) en Ni\u00f1a Weijers (<span class=\"Cursief\">De consequenties<\/span>). Of de verdwijning van Bas Jan Ader, de kunstenaar die met een bootje de Atlantische Oceaan op ging en daarna verdween. Alleen zijn bootje werd teruggevonden.<br \/>\nHoe specifiek deze verdwijningen ook elk zijn, Zwagerman werd er door geobsedeerd, alsof deze kunstwerken de prelude vormden op zijn eigen verdwijning. Marina Abramovic zat gedurende drie maanden elke dag stil in het Museum of Modern Art in New York. Bezoekers mochten zwijgend tegenover haar plaatsnemen. Abramovic sprak Zwagerman aan, schrijft hij, \u2018op misschien wel het intiemste en brooste compartiment in mijn innerlijke huishouding. Stilzwijgend deed Abramovic een app\u00e8l op een diep gekoesterd verlangen naar afwezigheid.\u2019<\/p>\n<h5>Anti-utopie<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Hoe ver zijn we na deze tekenen van versterving in de kunst verwijderd van het plegen van zelfmoord door Joost Zwagerman? Dat had v\u00e9r moeten zijn, maar hij heeft zijn \u2018teerste droom\u2019 die tegelijk zijn \u2018grootste nachtmerrie\u2019 was, ten uitvoer gebracht. Hij loste de helse paradox op door te kiezen voor zijn \u2018teerste droom\u2019. Op grond van wat hij allemaal tegen het plegen van zelfmoord heeft geschreven, had dat het voork\u00f3men van zijn \u2018grootste nachtmerrie\u2019 moeten zijn. Maar de werkelijkheid is dat hij het toch gedaan heeft, tegen zijn eigen pleidooien in.<br \/>\nHoeveel pleidooien Zwagerman ook tegen de zelfmoord hield, hij interesseerde zich bovenmatig voor \u2018gevaarlijk\u2019 levende kunstenaars. Hij wist met cijfers en statistieken bij de hand hoeveel kunstenaars en speciaal schrijvers kampten met schizofrenie, depressie, zware melancholie, manische depressiviteit, wanen of een bipolaire stoornis. Hij wist en erkende dat die aandoeningen vaak tot grote kunst hebben geleid, kunst die niet die hoogte zou hebben bereikt als de kunstenaar niet had moeten worstelen met zijn geestelijke onevenwichtigheid. Hij kende dus de standaardwerken over zelfmoord en kunstenaars, A. Alvarez\u2019 <span class=\"Cursief\">The Savage God<\/span>, Andrew Salomons <span class=\"Cursief\">The Noonday Demon <\/span>en Jeroen Brouwers\u2019 <span class=\"Cursief\">De laatste deur<\/span>. Hij kende de namen van die geplaagde schrijvers, zoals Malcolm Lowry, F. Scott Fitzgerald, Anne Sexton, Nikolaj Gogol, Fjodor Dostojevski, Mark Rothko of Vincent van Gogh. Hij kende de hoop die zijn vriend Rogi Wieg jarenlang koesterde, speciaal in zijn su\u00efcidale roman <span class=\"Cursief\">Kameraad scheermes<\/span>, dat over vijftig of honderd jaar medicijnen uitgevonden zouden worden die geestesziekten naar het verleden zouden dirigeren, zoals met tbc, de pokken, rode hond en deels met aids is gebeurd.<br \/>\nMaar daar moest Zwagerman niets van hebben. Hij huiverde bij de gedachte dat zo\u2019n medicijn werkelijkheid zou worden. Dan zou er voor kunstenaars en schrijvers geen \u2018vijfde seizoen\u2019 meer zijn, het \u2018saison en enfer\u2019, het seizoen van \u2018beproeving en hellegang\u2019 dat Zwagerman typeerde met de paradox in de woorden van Samuel Beckett: \u2018dood leven mijn eeuwig seizoen\u2019. Liever leven met de dood in het leven, dan leven op een laag pitje. Met de uitvinding waar Rogi Wieg naar uitkeek, rest ons volgens Zwagerman \u2018een Brave New World van overweldigend evenwichtige supermensen. Verdwenen de verzenuwde angstkunstenaar, verdwenen de grimmig-su\u00efcidale dichter, nooit meer een artistiekerige egomaan die op feestjes in de kroonluchter hangt\u2026 In plaats daarvan zal iedereen overal en altijd gevrijwaard zijn van wanen, depressie en psychose \u2013 het gedroomde eindpunt van onze psychomedicalisering. Het lijkt mij je reinste anti-utopie, een wereld waarin het voorgoed een autoloze zondag van de geest is, schoon en stil, maar ook steriel en eenvormig \u2013 een wereld om acuut gek van te worden. Dan nog liever de telkens terugkerende geseling van het gemoed; dan nog liever de herhaalde tuimeling in het vijfde seizoen\u2019.<br \/>\nDit is de Joost Zwagerman van de enthousiaste stukken over kunst en kunstenaars die zich voor een flink deel in het vijfde seizoen bevonden, schrijvers en kunstenaars met hun demonen en fantomen als Madonna, Norman Mailer, Prince, David Bowie, Andy Warhol, William Burroughs, Henry Miller, Mark Rothko, Bret Easton Ellis, maar ook John Updike, Saul Bellow en Philip Roth.<\/p>\n<h5>Bij toeval<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Maar de Zwagerman die sympathiseerde met deze kunstenaars die zich verre houden van de \u2018autoloze zondag van de geest\u2019, is een andere Zwagerman dan degene die nog vrijwel dagelijks aan zijn vader dacht, die zelfmoord probeerde te plegen, maar niet in zijn opzet slaagde. Hij leefde nog bij toeval, omdat zijn vrouw, van wie hij kort geleden was gescheiden, hem nog net op tijd vond. Als de zelfmoord van zijn vader was gelukt, dan hadden we Zwagerman, schrijft hij, \u2018voortaan moeten rekenen tot de door therapeuten meer dan gemiddeld behandelde categorie, met een meer dan gemiddelde neiging tot su\u00efcide: kinderen van zelfmoordenaars.\u2019 In zekere zin is dit toch het geval: hij is een kind van een vader wiens poging niet slaagde. Dan kom je \u00f3\u00f3k in de statistieken en heb je vierenzestig keer vaker dan gemiddeld kans om chronisch depressief te worden. En die kinderen plegen op hun beurt zeventien keer vaker dan \u2018normaal\u2019 zelfmoord.<\/p>\n<h5>Erfelijk belast<\/h5>\n<figure id=\"post-297271 media-297271\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2015\/09\/bestiarium16.jpg\" alt=\"\" \/><figcaption>Joost Zwagerman door Siegfried Woldhek (2009).<\/figcaption><\/figure>\n<p class=\"tekst\">De zelfmoordpoging van zijn vader riep bij Zwagerman de vraag op of hij erfelijk belast was. Was hij, zoals hij het noemde, \u2018een gestempelde\u2019? In <span class=\"Cursief\">Het land van herkomst<\/span> van E. du Perron had hij gelezen hoeveel zorgen Du Perron zich maakte nadat zijn vader zich met een geweer door het hoofd had geschoten. Du Perron was toen negenentwintig. Die vader had hem \u2018de bijzondere geur van zelfmoord\u2019 doorgegeven en erfelijk belast, daar was Du Perron van overtuigd. Zwagerman bestudeerde ook de zelfmoorden in de familie Hemingway. De ene zoon na de andere deed het. Gezien de ellende die dat veroorzaakte, vroeg hij zich af of je zelfmoord de nabestaanden mag aandoen. Die krijgen een mislukt leven in hun schoot geworpen waar ze wellicht part noch deel aan hebben gehad. Zwagerman sympathiseerde met de nabestaanden, hij vond dat ze recht hebben op kritiek op de zelfmoordenaar. Het taboe op die postume kritiek moest verdwijnen. Kritiek leveren beschouwde hij als \u2018een bestanddeel van het noodzakelijke verwerkingsproces en de al even noodzakelijke overlevingsstrategie.\u2019<br \/>\nDat Zwagerman toch zelfmoord heeft gepleegd nadat uitgerekend hij er zoveel tegen heeft geschreven, betekent dat alle overwegingen die hij zelf had aangedragen om het niet te doen uit zijn hoofd waren weggevloeid: weg, nergens meer voor hem te vinden. In <span class=\"Cursief\">Door eigen hand, <\/span>het boek waarin hij zijn essays over zelfmoord verzamelde, heeft hij niet alleen maar begrip voor de zelfmoordenaar: \u2018de zelfmoordenaar die kinderen en familieleden ontredderd en vol verwijt achterlaat, is niet uitsluitend een door ernstige depressiviteit gemarteld slachtoffer; het is soms ook iemand die nog in zijn meest penibele moment van levenswalg en doodswens ten prooi is aan egomanie en zelfobsessie: voor de eigen ellende moet alles wijken, inclusief de kwaliteit van leven van de nabestaanden.\u2019<br \/>\nHet wemelde van de tegenstellingen in Zwagermans hoofd. Er duiken voortdurend opposities bij hem op: bij kunstenaars als Francisco de Zurbar\u00e1n, L\u00e9on Spillaert, Edward Hopper ziet hij in <span class=\"Cursief\">De stilte van het licht<\/span> de verknoping van \u2018schoonheid en onbehagen\u2019. De stilte waar hij de laatste jaren zo door werd geobsedeerd, was \u2018soms zegen, soms gesel\u2019. Hij had het gevoel tegelijk te leven in een \u2018arcadi\u00eb en een hellekring\u2019. Dat iets tegelijk een \u2018oase en schrikbeeld\u2019 voor hem kon zijn, stoelde, schrijft hij, \u2018op die ene sensatie, dat ene verlangen dat telkens weer onstilbaar blijkt, het verlangen om er niet te zijn.\u2019<\/p>\n<p>Uiteindelijk koos hij voor de verlossing, voor zijn \u2018teerste droom\u2019, weg van de steeds terugkerende nachtmerrie in zijn schaduw-ik.<br \/>\nHij wist hoe hij dat kon verantwoorden met de sterkste en overtuigendste citaten. Nietzsches \u2018De gedachte aan zelfmoord werkt als een troostmiddel: die helpt je door menige boze nacht\u2019 was hem niet meer genoeg. Er komt een moment dat de potenti\u00eble zelfmoordenaar de woorden van Seneca door en door begrijpt: \u2018Ziet u die stroom, die rivier, die put? Daarin woont de vrijheid. Ziet u die ellendige, uitgedroogde, onvolgroeide boom? Aan elke tak hangt de vrijheid. Vraagt u de weg naar de vrijheid? U kunt hem vinden in elke ader van uw lichaam.\u2019<\/p>\n<figure id=\"post-297394 media-297394\" class=\"align-center\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2015\/09\/joostenwoudstra1.jpeg\" alt=\"\" \/><figcaption>Joost Zwagerman, door Frits Woudstra. <\/figcaption><\/figure>\n<div class=\"info-box\">\n<p class=\"tekst\">Praten over zelfmoord kan bij de hulp- en preventielijn \u2018Zelfmoord? Praat erover\u2019. Telefoonnummer 0900-0113, www.113Online.nl<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p><span class=\"03_Intro_Kapitaal\">Steeds meer werd Joost Zwagerman gefascineerd door het wit <\/span>in de kunst, het niets, de stilte, de leegte. Uiteindelijk is zijn \u2018verlangen om er niet te zijn\u2019 sterker gebleken dan alle levensdrift die hij in zich had. <\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-296799","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/296799","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=296799"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/296799\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=296799"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=296799"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}