
 {"id":295599,"date":"2016-04-08T13:20:16","date_gmt":"2016-04-08T11:20:16","guid":{"rendered":"http:\/\/www.vn.nl\/?p=295599"},"modified":"2016-04-08T13:56:53","modified_gmt":"2016-04-08T11:56:53","slug":"gerard-reve-ironie","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/gerard-reve-ironie\/","title":{"rendered":"De ironie van Gerard Reve"},"content":{"rendered":"<div class=\"lead\">Anders dan de meeste literaire talenten vandaag waren Reve, Hermans en Mulisch niet aardig tegen elkaar. Het leidde tot een intelligente polemiek over ironie tussen Reve en Mulisch.<\/div>\n<div class=\"info-box\">\n<p class=\"p_1\">Dit stuk stond op 21 september 2015 in het Jubileumnummer van Vrij Nederland.<\/p>\n<\/div>\n<p class=\"p_1\">Om de zoveel jaar wordt er weer een poging gedaan om de nieuwe Grote Drie te benoemen \u2013 vergeefs. Eigenlijk benadrukken ze alleen de onherhaalbaarheid van het in de jaren zeventig van de vorige eeuw door criticus Kees Fens betitelde triumviraat van de naoorlogse literatuur: Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch en Gerard Reve. Van meet af aan was dat predikaat arbitrair, want de even naoorlogse, Vlaamse literaire reuzen Louis Paul Boon en Hugo Claus, die zich godbetert van dezelfde taal bedienden, waren buitengesloten van Fens\u2019 strikt Nederlandse onderonsje. Wat Hermans, Mulisch en Reve gemeen hadden, was dat ze zich mengden in maatschappelijke kwesties, hun literaire status stond niet haaks op hun engagement. Alle drie zijn ze door hun scherpe opvattingen over personen, principes of kwesties in debatten verstrikt geraakt. <span class=\"Cursief\">Ze hebben zich uitgesproken.<\/span><\/p>\n<p class=\"tekst\">Dat laatste zeg ik met zoveel pathos omdat ik zulk engagement hier zo erbarmelijk weinig terugzie bij de grote literaire talenten van vandaag. Polemiek is voor hen een maatschappelijk opstapje uit de beginfase van hun loopbaan, waarin het er nog om gaat naamsbekendheid en een stamtafelplaats bij <span class=\"Cursief\">DWDD<\/span> te verwerven. Daarna woekeren de zorg om de eigen middenstanders-nering en de vrees om het publiek van zich te vervreemden zozeer, dat ze zich niet willen laten betrappen op een mening die niet door hun lezers gedeeld wordt. Of het is politiek correcte koketterie gebracht als boude mening. Controverse wordt geschuwd, ten gunste van een anekdote over het avontuur dat boodschappen doen heet, \u00e0 la kijk-mij-eens-gewoon-zijn. Het nieuwe noli me tangere-pantser heet: \u00e1\u00e1rdigheid. Het is een code van de BN\u2019er: wie succes heeft, kan het zich veroorloven \u00e1\u00e1rdig te zijn en in het openbaar over niks te guitebekken \u2013 een culturele ramp, als je het mij vraagt.<\/p>\n<h5>Muhammad Ali<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Waren Hermans, Mulisch en Reve aardig? In ieder geval niet tegen elkaar. Aanvankelijk viel dat nog mee, er waren literaire soirees die ze bijwoonden en redacties van literaire tijdschriften waarin ze samenwerkten. Er was zelfs nog een zekere mate van waardering voor elkaars werk. Maar ook jaloezie op de successen: oplagecijfers of eerbewijzen. Op zeker moment, na zijn bekering tot het rooms-katholicisme en gedurende zijn pose als decadent-romantisch auteur, werd Reve door de andere twee ge\u00ebxcommuniceerd. Niet met een offici\u00eble aankondiging, nee, hij werd gewoon niet serieus meer genomen. Hermans noemde hem ronduit \u2018een clown\u2019.<br \/>\nHermans en Reve voerden graag op de persoon gerichte polemiek, Mulisch onthield zich daar zo goed mogelijk van. Het moet immense beheersing gevergd hebben om bij al dat gesar en uitsliepen niet terug te meppen. In de documentaire <span class=\"Cursief\">Facing Ali<\/span> (2009) spreekt oud-wereldkampioen George Foreman de indrukwekkende woorden: \u2018De beste klap uit de hele wedstrijd werd nooit uitgedeeld. Toen ik neerging, zag Ali dat ik m\u2019n evenwicht verloor. Normaal eindig je dan met een klap na. Hij hief z\u2019n rechtse, maar deed het niet. D\u00e1t maakt hem de grootste ooit.\u2019<\/p>\n<div class=\"figure--right\">\n<figure id=\"post-322477 media-322477\" class=\"align-left\"><img srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/04\/Schermafbeelding-2016-04-08-om-13.55.22-320x274.png 320w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2016\/04\/Schermafbeelding-2016-04-08-om-13.55.22-640x547.png 640w\" alt=\"\" \/><\/figure>\n<\/div>\n<p class=\"tekst\">Toch sloeg Mulisch eenmaal terug, en hoe. Op 13 mei 1972 publiceerde hij in Vrij Nederland de afrekening \u2018Het ironische der ironie\u2019, in kleine letters gezet. De chocoladeletters waren gereserveerd voor de sensationele ondertitel: \u2018Harry Mulisch over het geval G.K. van het Reve\u2019. Aanleiding was een passage in Reves net verschenen boek <span class=\"Cursief\">De taal der liefde<\/span>. In een van de daarin opgenomen brieven aan \u2018kunstbroeder\u2019 Simon Carmiggelt en diens echtgenote ging Reve eerst los over de nieuwste groep migranten in Nederland: \u2018Nu moeten we nog van die Surinaamse en Cura\u00e7aose &amp; Antilliaanse troep af. Ik ben er erg voor, dat die prachtvolken zo gauw mogelijk geheel onafhankelijk worden, en ons niks meer kosten, zodat we ze allemaal met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot kunnen zetten, enkele reis Takki Takki Oerwoud, meneer!\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Die rabiate uitspraken relativeert hij direct door te zeggen dat de beschuldiging van \u2018racisme\u2019 enkele jaren geleden aan zijn adres geuit, de verkoop van zijn boeken heeft verveelvoudigd. \u2018Ik ben niet enkelvoudig genoeg van geest, en ook veel te intelligent, om een racist te zijn, maar die beschuldiging, en het lucratieve effect ervan, hebben mij aan het denken gezet. Ik behoef maar een of andere persoon sprekend in te voeren, die zich laatdunkend over allerlei inferieure kokosnotenplukkers uitlaat en voor de eer van \u201conze meisjes en jonge vrouwen\u201d opkomt, en het Geld stroomt mij toe. Het zwarte goud.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Maar dan. Hierna komt het eigenlijke doelwit aan de beurt: \u2018de hoofdhetser\u2019. Reve schrijft: \u2018Zelf is hij een bastaard, door een alpineus goro goro tiepe, dat jaren lang in de gevangenis heeft gezeten, bij een Jemenitiese water &amp; vuur vrouw verwekt. Bij vermenging komen de slechtste eigenschappen van de paarders op de voorgrond, dat is bekend. Het muildier is onvruchtbaar. Daarom schrijft hij ook niets meer. Dat betekent zijn naam ook, geloof ik. Ik heb het opgezocht.\u2019<br \/>\n<q class=\"pull-right\">Van het Reve zegt wat hij meent, maar zodanig dat de ander dat niet doorziet en denkt met ironie van doen te hebben<\/q><\/p>\n<p class=\"tekst\">Tja. Dat was niet mis te verstaan. Mulisch\u2019 vader was een na de oorlog in Nederland ge\u00efnterneerde Oostenrijker, zijn moeder een Jodin. En \u2018mulish\u2019 betekent in het Engels muildierachtig. De maat was voor hem vol. Hij sloeg toe met wat we in deze digitale tijd een godwin zouden noemen: een vergelijking met de nazi\u2019s, die de discussie uit het lood slaat en daarom als zwaktebod geldt. Mulisch: \u2018Maar wat is dat voor een lucht, die uit deze passage opstijgt? Ik ruik echte haat, en nog iets anders, het lijkt wel gas.\u2019 Verderop zullen dan nog respectievelijk Julius Streicher en de Wannsee-conferentie passeren. Ik heb Mulisch\u2019 tekst voor het eerst in 1976 gelezen en toen stoorden die nazi-vergelijkingen mij niet. Maar nu, bij herlezing, vind ik dat zulk grof geschut afbreuk doet aan zijn argumentatie \u2013 die sterk genoeg is.<\/p>\n<h5>Het ironische van de ironie<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Uiteraard kun je, in termen van literaire retoriek, ook zeggen dat Mulisch met hyperbolen de aanval inzet op Reves ironie.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Maar werkt dat? Wat mij betreft niet als Mulisch spreekt over \u2018deze ziektegeschiedenis\u2019 en over \u2018het geval\u2019 (Reve). Wel als hij Reves specifieke aanwending van de ironie loepzuiver analyseert. Hij wil aantonen dat Reve via \u2018de stijl als alibi\u2019 weigert verantwoording te nemen voor de taboes die hij schendt. Mulisch: \u2018De ironie leidt tot parodie, de parodie leidt tot identificatie (&#8230;). Ooit eens heeft hij ironisch een Frits van Egters sprekend ingevoerd, vervolgens ging hij hem in zijn eigen manier van spreken parodi\u00ebren, en nu is hij het ook al schrijvend zelf. Maar daarmee is hij het ook inderdaad <span class=\"Cursief\">zelf<\/span>, en verantwoordelijk daarvoor. Zo wordt het spel ernst. De corpsstudent speelt net zo lang de man met de grote bek, tot hij het is. Dat is het ironische van de ironie: dat zij het plotseling niet meer is.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Dan volgt de beslissende alinea: \u2018Hij is als het ware door de dubbele bodem van de ironie gezakt. Wie ironisch spreekt, zegt het tegendeel van wat hij meent, maar zodanig, dat een ander dat doorziet. Van het Reve zegt wat hij meent, maar zodanig dat de ander dat niet doorziet en denkt nog steeds met ironie te doen te hebben.\u2019<br \/>\nToen ik deze analyse voor het eerst las, was ik diep in Reve, maar tot mijn ergernis niet ongevoelig voor Mulisch\u2019 valide argumenten. Ik denk nog steeds dat hij gelijk heeft. Al kun je tegenwerpen dat de ironie die Mulisch als sluier over Reves identiteit ziet, voor Reve niet zozeer een pose, maar een levenshouding was die hem nu juist in staat stelde om te spreken. Spreken over beduidend meer dan alleen migranten en een gehate schrijver.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Het bleef een eenzijdige polemiek. Reve reageerde niet direct, wel ging het sarren door. Zoals toen hij voor een journalist behulpzaam de naam \u2018Mulles\u2019 spelde: na de m en de u volgden \u2018twee lullen\u2019. Iets dat, \u2018Het ironische van de ironie\u2019 ondanks, nu ik het opschrijf weer direct op de lachspieren werkt.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Mulisch\u2019 schotschrift in 2015 lezen, stemt nostalgisch. Toentertijd hadden massa\u2019s lezers en televisiekijkers oog voor (Reves) ironie. Toen kon ironie nog onderwerp zijn van zo\u2019n intelligente polemiek. Onvoorstelbaar nu woorden amechtig in de juiste richting moeten worden geduwd door plaatjes met gezichtsuitdrukkingen.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p class=\"tekst\">Gerard Reve (1923-2006) debuteerde in 1947 met De Avonden. De doorbraak naar het grote publiek volgde in de jaren zestig met de brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot U. Passages uit dat laatste boek leidden tot het Ezel-proces, waarin Reve zich moest verdedigen tegen de beschuldiging van smalende godslastering. Het was een van de vele relletjes die Reve veroorzaakte.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Anders dan de meeste literaire talenten vandaag waren Reve, Hermans en Mulisch niet aardig tegen elkaar. Het leidde tot een intelligente polemiek over ironie tussen Reve en Mulisch.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-295599","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/295599","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=295599"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/295599\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=295599"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=295599"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}