
 {"id":21527,"date":"2014-06-04T00:00:00","date_gmt":"2014-06-03T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/hartstikke-megaheerlijk\/"},"modified":"2014-06-04T00:00:00","modified_gmt":"2014-06-03T22:00:00","slug":"hartstikke-megaheerlijk","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hartstikke-megaheerlijk\/","title":{"rendered":"Hartstikke megaheerlijk"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>C. Buddingh\u2019-prijs <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>De C. Buddingh\u2019-prijs voor po\u00ebziedebuten wordt dit jaar zesentwintig jaar oud, en het is in de tussentijd een aardig prestigieus instituutje geworden. Het prijzengeld stelt nog altijd niet veel voor, 1200 euro, maar de eer, in het kielzog van oud-winnaars als Tonnus Oosterhoff, Anna Enquist en Ilja Leonard Pfeijffer, is aanzienlijk. Ze heeft dan ook die oudere Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, waar dichters vroeger hun loopbaan mee mochten beginnen, bijkans naar de achtergrond geduwd.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Toch heeft ook de mooie Buddingh\u2019-prijs betere tijden gekend. De jury van dit jaar, onder voorzitterschap van Dichter des Vaderlands Anne Vegter, trok bij de bekendmaking van de nominaties aan de bel. Ze had te kiezen uit slechts eenentwintig inzendingen en, nog opvallender, daarvan waren er slechts vijf afkomstig van de gevestigde uitgeverijen. De rest was min of meer in de marge geproduceerd. In Vlaanderen, land toch van vele dichters en would be-dichters, is het kennelijk nog veel treuriger gesteld: daar wist men in totaal slechts twee debutanten af te vaardigen. <br \/>Het zal via via de crisis wel weer zijn, maar misschien zijn uitgevers het ook wel moe almaar sympathieke maar niet erg opzienbarende dichtbundels te moeten uitbrengen van nieuwelingen die voor een deel in schrijfopleidingen lijken te worden gekweekt, en die weten hoe ze met hun gebabbel op niveau lezers moeten inpakken. In elk geval lijkt die verschuiving naar kleinere, marginale uitgevers veelzeggend. De po\u00ebzie, het po\u00ebziedebuut, is niet langer het kroonjuweel van de grote uitgeverij, maar eerder een sluitpost geworden.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Nette dichters<br \/><\/h3>\n<p>Ook de organisatoren achter de Buddingh\u2019-prijs moeten zich misschien eens achter de oren krabben. Is het nog wel dienstig om die prijs elk jaar uit te reiken als er maar zo weinig kandidaten zijn; moet het, met koning Eenoog zo nadrukkelijk op de loer, niet een twee- of zelfs driejaarlijkse prijs worden, met dan ook natuurlijk een hoger prijzengeld? <br \/>De verschuiving van grote naar kleine uitgeverijen betekent immers niet dat we de kwaliteit nu ineens in die handgeniete, door vrienden en kennissen vervaardigde bundeltjes uit de provincie moeten zoeken. Slechts \u00e9\u00e9n van die talloze marginale uitgeverijtjes haalde de lijst genomineerden met een bundel: Josse Kok (1983), met <span class=\"Cursief\">Ik heb geslacht<\/span>, uitgegeven door de Dordtse uitgeverij Liverse, in welke naam we iets van light verse mogen proeven. Kok gaat de prijs niet winnen, al is het best een aardige bundel. Maar aardigheid is nu juist het gevaar dat de Buddingh\u2019-prijs bedreigt. Er is al zoveel aardige po\u00ebzie. Het hele segment is inmiddels vergeven van de aardigheid. Van winnende debuten mag je verwachten dat de makers een hogere gooi doen, de hemel komen bestormen of in elk geval de middelmaat ontstijgen.<br \/>Het lijkt erop dat de dichters zelf er ook niet veel fiducie in hebben. Kok, afkomstig uit het slam-milieu, schrijft in <span class=\"Cursief\">Slaaf<\/span>: \u2018Wij zijn geen kleine revolutie.\u2019 Nee, en ook geen grote. Elders staat zijn lyrisch ik in een kathedraal en merkt op: \u2018Wij zijn iets nietigs in een dom.\u2019 Het gedicht \u2018Herziener\u2019 lijkt zelfs iets van een lost generation te beschrijven: Wij zijn verkreukelden. \/ Bezoedelden. Propjes \/ naast de prullenmand.\u2019 <br \/>Nu moet wel gezegd dat Josse Kok het zo te zien niet over zichzelf heeft maar allerlei types beschrijft, acrobaat, hogepriester, pupil, telg, Messias. Maar die maskerade zegt op zichzelf ook al wel iets, het beste uit het slam-circuit is inmiddels ook een keurig en weldoordacht rollenspel geworden. Waar is toch de oude orale po\u00ebzie gebleven, van Johnny de Selfkicker en Simon Vinkenoog, Johan Joos? Van dissidente ego-schreeuwers zijn de slamjongens en -meisjes nette dichters geworden die zo te zien maar al te graag op het grote podium van Poetry International willen staan.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Verzet tegen anekdotiek<br \/><\/h3>\n<p>De drie overige genomineerden komen dan toch weer uit dat schrieperige aanbod van de gevestigde grootmachten: Maarten van der Graaff met <span class=\"Cursief\">Vluchtautogedichten<\/span> (Atlas Contact), Hanneke van Eijken met <span class=\"Cursief\">Papieren veulens<\/span> (Prometheus) en Hannah van Wieringen met <span class=\"Cursief\">Hier kijken we naar<\/span> (de Harmonie).<br \/>Van der Graaffs (1987) po\u00ebzie is andere koek. Hij is geen verteller of verbeelder maar een dichter die de taal zijn werk laat doen. Nogal wat teksten in <span class=\"Cursief\">Vluchtautogedichten<\/span> zijn, hoewel opgewekt van toon, hermetisch of zo verknoopt dat je er niet direct iets van snapt. Maar fascinerend zijn ze wel met hun gedachtesprongen, ellipsen en hun vrolijk-grimmige verzet tegen anekdotiek. Neem het volgende kleine dingetje, karakteristiek voor Van der Graaffs werkwijze, ook in zijn langere gedichten:<\/p>\n<p><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><span class=\"Cursief\">Gedicht uit Galici\u00eb<\/span><span class=\"Cursief\"><br \/><\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><span class=\"Cursief\"><br \/>We lopen een tocht waarin we niet geloven.<br \/>Een zwarte regen wil naar zee (die niet vol raakt, maar slikt<br \/>zonder te kauwen, zoals het toerismeduizenden per jaar eet.)<\/p>\n<p>Het is moeilijk te zeggen hoe moe alles is.<br \/><\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Je proeft er wel iets van de al te modieuze pelgrimstocht in, van water naar de zee dragen, van een onuitsprekelijke vermoeidheid om al dat soort dingen, maar het is toch vooral de formulering die blijft hangen, de slikkende zee, het veeletende toerisme. Allemaal indirect, zoals het hoort.<br \/>Maarten van der Graaff heeft zo te zien aan de grote moederborst van het surrealisme gelegen, en dat maakt hem een uitzondering in dit vlakke landschap van realisten en verbaasde speurders. Het surrealisme is sinds de Vijftigers in Nederland nooit erg groot geweest en misschien moeten we daarom dankbaar zijn voor iedere vertegenwoordiger ervan. Maar ook los van deze on-Nederlandse kwaliteit is van der Graaff in dit gezelschap de opvallende debutant. Hij lijkt zich meer dan de anderen bewust te zijn van wat hij doet en in welke traditie hij wel of niet wil staan. Wat dat aangaat, klopt de titel <span class=\"Cursief\">Vluchtautogedichten<\/span> precies. \u2018Ontsnappen is sexy\u2019 schrijft hij ergens en hij ontsnapt in zijn vluchtauto, te weten de po\u00ebzie, aan de al te modale en gewone werkelijkheid, op zoek naar nieuwe dimensies.<br \/>Het laatste gedicht, \u2018Vrije encyclopedie\u2019, is dan weer een autobiografisch geval, eenmalig zo te zien: Laat ik je vertellen wie ik ben dan \/ kunnen we eindelijk verder. Het is een opmerkelijk vrij, zelfverzekerd en dynamisch gedicht waar een aanstekelijk soort energie vanaf spat. Zoals in deze passage, waar facebookcultuur en po\u00ebtisch sterrendom worden gemixt tot een vrolijke, brutale (anti-)po\u00ebtica:<span class=\"Cursief\"><br \/><\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><span class=\"Cursief\">Baldadigheid en intelligentie: nectar<br \/>Zou Lucas H\u00fcsgen mij leuk vinden?<br \/>dat zou heerlijk zijn. Zou<br \/>Lucas H\u00fcsgen wel eens aan mij denken wanneer hij niet in slaap komt?<\/p>\n<p>Facebook is heerlijk.<br \/>Ontevredenheid ongemak zelfhaat onbehagen anti-<br \/>burgerlijkheid zijn hartstikke mega-heerlijk.<br \/>Jeroen Mettes is een mysterie.<br \/>Zou Geert Buelens mij leuk vinden?<br \/>Dat zou heerlijk zijn.<br \/>Als Geert Buelens ziet dat ik iets ga zeggen over Jeroen Mettes<br \/>zou hij dan denken: hij? Gaat hij iets over Jeroen Mettes <br \/>zeggen? Wat weet hij daarover te vertellen?<br \/>Dat er geen mysterie is, is heerlijk. Dat besef.<br \/>De vrije markt is een moordmachine, heerlijk.<br \/>Ontmaskeren is heerlijk. Ik ben er! Ik ben er! Ik ben er!<br \/><\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><span class=\"Cursief\">Geert Buelens, vind je mij leuk?<br \/>Lucas H\u00fcsgen, denk je aan mij?<br \/>De sfeer verzieken is een levensvervulling. <\/p>\n<p><\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Heerlijk, deze haast \u00e9<span class=\"Cursief\">criture automatique<\/span>-achtige prop van Oosterhoff, Pessoa, Duinker, Koenegracht en zo nog wat andere invloeden. Talent en temperament zijn hier de steekwoorden.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Orde en regelmaat<br \/><\/h3>\n<p>Twee mannen, twee vrouwen, geen Vlamingen. <br \/>Hanneke van Eijken (1981), juriste van beroep, is een veel ordelijker en voorspelbaarder type dan Van der Graaff. Haar bundel <span class=\"Cursief\">Papieren veulens<\/span> is vooral goed doordacht en gestructureerd. Ze begint met gedichten over de bovenpersoonlijke grote wereld, Europa en steden, en arriveert via huizen en kamers bij het prille begin van een baby. Naarmate de bundel vordert, worden haar onderwerpen smaller. Een volmaakte trechtervorm dus waarin alles altijd kleiner wordt \/\/ als je lang genoeg kijkt. Ook de afzonderlijke gedichten \u2018kloppen\u2019 steeds, of ze nu over het weidse Europa gaan of over de tel- en verzameldrang van de hoofdpersoon die in het ene gedicht \u2018manieren verzamelt om niet te sterven\u2019 en in het andere vergeefs probeert het heelal te meten. In \u2018Tot de dood ons scheidt\u2019, over een man die zijn overleden vrouw blijft verzorgen, zie je hoe iemand onvermurwbaar orde schept:<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><span class=\"Cursief\">ik vouw ze zorgvuldig voor je op<br \/>de jurken en de kranten, de buitenwereld <br \/>die hier binnendringt<br \/><\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><span class=\"Cursief\"><br \/>ik kam je haar in honderd slagen<\/p>\n<p><\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Het geldt ook voor de meeste van haar gedichten: er heerst orde en regelmaat, Ik ben geen clown, lief \/ geen goochelaar, maar daarmee ook geen grote verrassingen.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Iets obligaats<br \/><\/h3>\n<p>Dan tapt Hannah van Wieringen (1982) uit een ander, energieker vaatje. Als zoveel dichters van haar generatie bespeurt ook zij de grote overrompelende wereld: o wij &#8211; \u00e9\u00e9n denderende massa \/ \u00e9\u00e9n over zichzelf heen struikelende \/ kudde ademende dieren \/ die poot aan poot de wereld omvat o. <br \/>In \u2018over wat po\u00ebzie\u2019 stelt ze tegenover de hele grote onmogelijkheid van het enorme volle alles het allerkleinste, een sneeuwklokje en vervolgens stilte. Net zoals in het gedicht \u2018stil\u2019 na een dampende vrijpartij je niks liever wil dan stil \/ totdat het stilgemaakte naakt \/ niets liever wil dan stil. <br \/>Je proeft dat ze in deze denderende en daverende wereld vooral naar verlichting en vervulling en troost zoekt, naar rust en eenvoud. Allemaal heel eerbaar, maar ik proef er toch ook iets obligaats in: je zegt naar stilte te hongeren, maar babbelt er intussen maar op los. Wat dat betreft passen haiku\u2019s en dat soort karige vormen voor je gevoel eigenlijk beter bij dit soort dichters, maar ja, haiku\u2019s, daar kun je natuurlijk niet mee komen aanzetten!<br \/>Soms hunker ik bij het lezen van zulke po\u00ebzie wel eens naar de oude symbolisten die ook gefrappeerd waren door de onmetelijkheid van de wereld en het heelal, maar die hun sensaties in het potje van hun symboliek wisten te vangen, zoals Leopold met schitterzon, wereld en ruim heelal: het is bevat in dit klein trilkristal. Aan dat soort kristal lijkt het de hedendaagse dichter nogal te ontbreken. Hij kijkt grappig verbaasd rond in de wereld en vent al zijn versplinterde ervaringen uit alsof het allemaal nieuw onder de zon is, tot de meest ordinaire bevindingen aan toe.<br \/>Nou ja, Hannah van Wieringen is beslist de ergste niet in dit overbevolkte gezelschap zoekers. Met haar frisse en onbevangen toon weet ze aan al te grote mufheid te ontkomen, maar als ze in \u2018wat liefde niet is\u2019 schrijft liefde is \/ niet weggaan roept dat toch wel om een teiltje.<\/p>\n<p>Gepolijstheid<br \/>Anderzijds, de jeugd heeft de toekomst, zoals de volksmond wil, wat dat betreft past een beetje onrijpheid wel bij de Buddingh\u2019-prijs, die dit jaar in elk geval naar een jongeling zal gaan (alle kandidaten zijn rond de dertig) en niet zoals vorig jaar (Henk Ester, 1952) naar een vergevorderde zestiger. Onrijpheid die in het beste geval ook een soort vruchtbare roekeloosheid kan opleveren.<br \/>Het grootste gevaar dat de Nederlandse po\u00ebzie deze dagen bedreigt, is immers haar gepolijstheid. Dichters, ook jongere, lijken precies te weten hoe het zo\u2019n beetje hoort en conformeren zich maar al te makkelijk aan een soort middentoon, een welbespraakt keuvelen in losse vorm. Wat dat betreft is het jammer dat de extremisten onder de dichters het grotendeels laten afweten. In het relatief jonge verleden werd nog wel eens een uitzonderlijk geluid bekroond. Ik denk niet alleen aan Oosterhoff en Pfeijffer, maar ook aan de eendagsvlieg Andr\u00e9 Verbart die in 1998 won en daarna bij wijze van statement niets meer van zich liet horen, of aan Delphine Lecompte, met volstrekt eenmalige gedichten winnares in 2010.<br \/>\u2018Poetry should be shocking and surprising\u2019, zegt de oude Engelse dichter Geoffrey Hill. Daar lijkt bij ons momenteel weinig sprake van te zijn. Niettemin, de Buddingh\u2019-prijs zal ook dit jaar wel weer uitgereikt worden. Aan Maarten van der Graaff natuurlijk, met <span class=\"Cursief\">Vluchtautogedichten<\/span>. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Hanneke van Eijken, \u2018<span class=\"Cursief\">Papieren veulens\u2019<\/span>, Prometheus, 56 p., \u20ac 17,95<br \/>Maarten van der Graaff, \u2018<span class=\"Cursief\">Vluchtautogedichten\u2019<\/span>, Atlas Contact, 56 p., \u20ac 21,95<br \/>Josse Kok, \u2018<span class=\"Cursief\">Ik heb geslacht\u2019<\/span>, Liverse, 44 p., \u20ac 12,95<br \/>Hannah van Wieringen, \u2018<span class=\"Cursief\">hier kijken we naar\u2019<\/span>, De Harmonie, 48 p., \u20ac 15,90<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Vrij Nederland 7 juni 2014<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Vrij Nederland 7 juni 2014<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Vrij Nederland 7 juni 2014<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Vrij Nederland 7 juni 2014<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Bladwijzer Online bron 10.000 gedichten<br \/> Turing Gedichten Wedstrijd<br \/> De Turing Gedichten Wedstrijd heeft niet te klagen over een tekort aan inzendingen. Elke tweejaarlijkse editie worden er zo\u2019n 10.000 gedichten ingezonden, die op basis van anonimiteit worden gejureerd. De eerste prijs bedraagt 10.000 euro \u2013 een aanzienlijk hoger bedrag dan de C. Buddingh\u2019-prijs. De jury van de Turing-wedstrijd werd altijd voorgezeten door Joke van Leeuwen, maar Dichter des Vaderlands Anne Vegter heeft het sinds kort overgenomen. De laatste editie won Mieke van Zonneveld (1989, foto) de eerste prijs met het gedicht \u2018Nee\u2019. Het is volgens de jury \u2018een evenwichtsoefening tussen het kleinere en het bredere. (\u2026) De lezer wordt als door een golf meegevoerd.\u2019 Ga naar .nl\/gedichten <\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>po\u00ebzie \u00c9\u00e9n jonge dichter heeft aan de moederborst van het surrealisme gelegen, de andere genomineerden voor de Buddingh\u2019-prijs zijn realisten en verbaasde speurders.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-21527","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","editie-581"],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/21527","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=21527"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/21527\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=21527"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=21527"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}