
 {"id":127339,"date":"1994-08-06T13:35:00","date_gmt":"1994-08-06T11:35:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-ode-aan-catherine-deneuve\/"},"modified":"1994-08-06T13:35:00","modified_gmt":"1994-08-06T11:35:00","slug":"een-ode-aan-catherine-deneuve","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-ode-aan-catherine-deneuve\/","title":{"rendered":"Een ode aan Catherine Deneuve"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Per vergissing had ik een uitnodiging ontvangen voor een besloten avant-premi\u00e8re in Cannes. De blanco enveloppe bleek bestemd voor de televisiepresentator wiens postvak grensde aan het mijne, maar toen dit bij het aankruisen van de gastenlijst werd geconstateerd was ik toch al binnen. Ze waren te beleefd om me weg te sturen.<\/p>\n<p>Ik was in die tijd een beginnend journalist en zag voor het eerst filmsterren van dichtbij die ik alleen uit de verte achter een persconferentietafel kende. Nu leken het net echte mensen, die ik kon aanraken als ik had gedurfd. Dat werd verwarrend duidelijk toen ik een plaats kreeg naast Fran\u00e7oise Dorl\u00e9ac, de adembenemende actrice uit La peau douce, wier vlammend rode haar door geen enkel kleurproc\u00e9d\u00e9 recht was gedaan. Van de film heb ik weinig gezien, maar van Fran\u00e7oise ook niet veel meer dan heur haar, want zij concentreerde alle aandacht op de heer aan haar andere zijde, die ik hartgrondig alle slechts van de wereld toewenste. Bij de receptie na afloop van de projectie kon ik van discrete afstand beter kijken. Na geruime tijd merkte ik in het groepje rond mijn aanbedene een blond spichtje op, met een voor de informele gelegenheid misplaatst chique japon en een dikke laag make-up. Ik moest nog eens goed turen voor ik zekerheid had: inderdaad, het acterende jongere zusje van Fran\u00e7oise, Catherine Deneuve.<\/p>\n<p>Ook Deneuve kende ik al uit de bioscoop, uit Demy&#8217;s &#8216;film en chant\u00e9&#8217; Les parapluies de Cherbourg. Daarin had ze, zingend met de stem van Dani\u00e8le Licari, de eerste liefde beleefd met een garagebediende die in Algerije moest gaan vechten. Jaren later &#8211; beiden inmiddels redelijk gelukkig met anderen &#8211; zag ze hem terug toen ze op kerstavond kwam tanken bij zijn pompstation. Ze hadden elkaar niet meer te melden dan beleefde gemeenplaatsen. Na het snelle afscheid was de camera ietwat ingereden op de lichtreclame &#8216;Service Cherbourgeoise&#8217; tot er stond &#8216;vice bourgeoise&#8217;. Een prachtige film en vrijwel alles wat zou volgen was ook niet mis. Polanski&#8217;s Repulsion, Rappeneaus La vie de ch\u00e2teau, Bu\u00f1uels Belle de jour, Demy&#8217;s Demoiselles de Rochefort (al was ik weer uitsluitend gefocust op Fran\u00e7oise Dorl\u00e9ac die korte tijd later zou verongelukken), Devilles Benjamin. Maar hoe groot mijn waardering voor de films ook was, over de hoofdrol bleef het vonnis: het l\u00edjkt misschien heel wat, maar toch is het nep.<\/p>\n<p>In dat oordeel stond ik niet alleen, volgens de algemene opinie was Deneuve een fotogeniek vacu\u00fcm waarin regisseurs hun spannende of subversieve fantasie\u00ebn konden projecteren. Dat kon je ook zeggen van de mythen van weleer: Louise Brooks, Greta Garbo of Marlene Dietrich, maar Deneuve had het voordeel dat ze een breder gamma regisseurs inspireerde tot veel gevarieerdere films en rollen dan haar voorgangsters; maar dat leek niet h\u00e1\u00e1r verdienste. Het feit dat zij werd vergeleken met actrices uit een ver filmverleden, typeerde haar als een anachronisme in die &#8216;swingende jaren zestig&#8217;. Naast de &#8211; ongetwijfeld omzichtig gecultiveerde &#8211; nonchalance van actrices als Julie Christie, Anna Karina en Susannah York leek Deneuve dodelijk bon chic bon genre: Catherine de nuf. Of ze nu een schizofreen speelde, een verkoopster, call-girl, prille maagd of maintenee, nooit kwamen haar Yves Saint Laurent-couture en haar Carita-kapsels uit hun onberispelijke plooi.<\/p>\n<p>Toen Time Magazine op de cover zette: &#8216;This is the most beautiful woman in the world,&#8217; vochten weinigen dat aan. Maar het betekende meer voor Chanel-cosmetica, die met haar beeltenis werd geadverteerd, dan voor haar prestige als actrice. Perfecte schoonheid of symmetrie is voor een filmspeler eerder een handicap dan een voordeel, want fotografisch biedt die geen verrassingen, terwijl juist ongerechtigheden iemand bij wisseling van camerahoek of belichting er intrigerend anders doen uitzien. De lange neuzen van Silvana Mangano, Meryl Streep of Daniel Day Lewis, de wallen van Jeanne Moreau, de afstand tussen neus en bovenlip van Michelle Pfeiffer, de vetbulten van Robert Redford, de loensheid van James Dean of Monica Vitti of de peervormige gelaatscontour van Isabelle Adjani zijn geen smetten op hun filmgenieke kwaliteit, maar karakteristieke kenmerken. En ongeacht hun talent, welke acteurs zijn op dit moment bezienswaardiger dan G\u00e9rard Depardieu of Daniel Auteuil, terwijl in hun fysionomie niets op de verondersteld juiste plaats zit?<\/p>\n<p>Maar met het uiterlijk van Catherine Deneuve was niets mis. Alleen bij uiterst kritische beschouwing leek haar kaaklijn misschien wilskrachtiger dan het ideaal, maar dat droeg juist weer bij tot de indruk van ongenaakbaarheid. Misschien gaven regisseurs haar daarom vaak \u00e1ndere handicaps: ze was blind in Le chant du monde, doofstom in Les cr\u00e9atures en van haar Tristana amputeerde Bu\u00f1uel een been.<\/p>\n<p>Ruim een kwarteeuw later is Catherine Deneuve mijn favoriete actrice. Ik heb haar dertig zien worden, veertig en vijftig. Ik zag haar verwaaid, bezweet, verregend, zonverbrand of met een druipneus in de kou. Ik zag haar karate doen, fietsen door de bollenvelden, in bomen klauteren in de jungle. Ik heb haar wanhopig zien huilen, woedeaanvallen zien krijgen of de slappe lach; laveloos zien worden en honderden sigaretten zien roken (haar stem is in die jaren minstens twee octaven gedaald). Ik heb haar ongeneerd horen vloeken en heel erg zien blozen. Ik zag haar als moeder van opgroeiende en volwassen kinderen en als iemands oude tante met bril en een foute permanent. Zelfs heb ik haar een paar keer heel slecht zien acteren, maar ik heb ook de oude successen herzien en geconstateerd dat ik me had vergist: ook toen was ze al heel goed, ondanks dat geverniste uiterlijk. En dat uiterlijk hinderde me toen ook minder, omdat ik retrospectief kon invullen wat het later zou worden. Het onvermijdelijke craquel\u00e9 van de jaren heeft haar perfecte gezichtsstructuur intact gelaten, maar er diepte en expressie aan gegeven. Een mooi plaatje werd een mooi mens, een fa\u00e7ade ontnam niet langer het zicht op een genuanceerde en dappere actrice.<\/p>\n<p>Jean-Louis Trintignant, tegenspeler in vijf films, stelde: &#8216;Toen ze begon stelde het allemaal weinig voor, maar ze is al heel snel erg goed geworden, van dezelfde klasse als Jeanne Moreau.&#8217; Moreau, de begaafde actrice die voor film fotogenieke kwaliteiten heette te missen, en Deneuve aan wie uitsluitend fotogenieke kwaliteiten werden toegekend, hun traject loopt opvallend parallel. Beiden werkten met de regisseurs Vadim, Truffaut, Demy, Bu\u00f1uel, De Broca, T\u00e9chin\u00e9 en Mocky (binnenkort komen daar voor Deneuve Wenders en Antonioni bij, die Moreau al op haar filmografie heeft staan). Beiden hadden niet gerealiseerde projecten met Alfred Hitchcock. Beiden reciteerden proza van Marguerite Duras en zingzegden chansons op de plaat. Beiden hadden verhoudingen met Mastroianni en Depardieu. Beiden zijn in de Amerikaanse pers bij gebrek aan meer oorspronkelijke adjectieven getypeerd als &#8216;nieuwe Garbo&#8217;; de al genoemde tante die Deneuve speelde in Agent trouble was geschreven voor Moreau, die door toneelverplichtingen was verhinderd.<\/p>\n<p>Catherine Deneuve heeft er geen geheim van gemaakt dat ze nooit actrice heeft willen worden. Als dochter van derdeplansacteurs die schnabbelden bij het boulevardtoneel, maar vooral hun brood verdienden met nasynchronisatie van buitenlandse films, had ze geen rooskleurig beeld van het vak. Het was thuis ook het tegendeel van uitbundige boh\u00e8me: de werkzaamheden van haar ouders vereisten een strikte en gedisciplineerde dagindeling. Het voorbeeld van haar oudere zus Fran\u00e7oise, die op haar vijftiende al naar de toneelschool ging en twee jaar later debuteerde op de planken, was alleen benijdenswaardig omdat Fran\u00e7oise al zo snel precies wist wat ze wilde, terwijl zij daar nog geen idee van had.<\/p>\n<p>Dorl\u00e9ac kreeg de ing\u00e9nuerol in een verfilming van de klucht Zachtjes met de deuren: Les portes claquent. Het scenario schreef nog een jonger zusje voor, en vanwege de noodzakelijke gelijkenis werd de zestienjarige Catherine gevraagd, die in de rol van introverte puber toch niks hoefde te doen: stil in een hoekje simmen terwijl om haar heen de filmfamilie druk dolkomisch in de weer was. De ervaring bleek aangenaam noch onaangenaam, in elk geval niet om ermee verder te gaan. Alleen wilde ze niet op de titels worden vermeld met dezelfde naam als haar zusje &#8211; inhaken op haar groeiende bekendheid &#8211; dus koos ze de naam van haar moeder. Professionele vrienden van de familie hadden vaker emplooi voor meisjes van haar leeftijd en omdat het onbeleefd was te weigeren en ze niets anders had te doen, speelde ze gedwee nog wat marginale en onopvallende bijrollen.<\/p>\n<p>Was het al lastig om nee te zeggen tegen de &#8216;ooms&#8217; in het vak, dat was vrijwel onmogelijk tegen de man die haar geliefde werd: Roger Vadim, al bekend\/berucht als regisseur die zijn levenspartners meer of minder pikante rollen liet spelen in zijn films. De romance maakte haar onmiddellijk voorpaginanieuws en Vadim kondigde aan dat hij zijn nieuwe vlam niet zag &#8216;als een tweede Bardot, meer het Grace Kelly-type&#8217;. Toch leek de film waarin hij haar probeerde te lanceren in menig opzicht een fletse kopie van &#8230;Et Dieu cr\u00e9a la femme waarmee Bardot geschiedenis had geschreven. Niet alleen de titel Et Satan conduit le bal, ook de beginsc\u00e8ne was identiek: een naakt zonnebadende Deneuve wordt goeddeels aan het zicht van de toeschouwer onttrokken door lakens aan de waslijn, waarop zich in tegenlicht wel een suggestief silhouet aftekent. De d\u00e9j\u00e0 vu werd versterkt door Deneuves transformatie van kortharige brunette tot langgelokte blondine, maar de impact bleek minimaal.<\/p>\n<p>Voor zover iemand al aandacht in de film wilde investeren, werd die getrokken door de andere actrices &#8211; Bernadette Lafont, Fran\u00e7oise Brion &#8211; die meer dynamiek stopten in even onmogelijke rollen als Deneuve, die met merkbare vertwijfeling uitstraalde: &#8216;Kijk liever niet naar mij.&#8217; Na drie jaar en drie mislukte films onder Vadims supervisie en de geboorte van een zoon hield ze ermee op. Haar status als actrice was omgekeerd evenredig aan haar naamsbekendheid in de media. Later zou ze zeggen: &#8216;Om een paar toevalligheden in mijn priv\u00e9-leven was ik opeens beroemd, zonder dat ik ooit wat had gepresteerd. Ik had twee mogelijkheden: proberen om mijn best te doen of ermee ophouden.&#8217;<\/p>\n<p>Dat het laatste niet is gebeurd was te danken aan Jacques Demy. Hem was als een van zeer weinigen een rolletje uit de pre-Vadim-periode opgevallen, maar hij had haar latere rollen niet gezien omdat hij het te druk had met eigen films. Demy was dan ook niet voorbereid op haar verschijning met opgestoken krullenkapsel, de &#8216;suikerspin&#8217; waar Bardot toen het patent op had, die in bijna niets leek op zijn herinnering. Zelfs voor de screentest wist hij niet hoe haar in beeld te brengen, tot zijn echtgenote Agn\u00e8s Varda kordaat Deneuves hoofd onder de kraan stopte en haar haren glad naar achteren borstelde, zodat hij haar kon bekijken als &#8216;basismateriaal&#8217;. Zo ontstond spontaan het imago dat jaren stand zou houden: door dat uit het gezicht gekamde haar konden camera en licht haar jukbeenderen, de parmantige ietwat wippende neus en het hoge voorhoofd tot hun fotogenieke recht doen komen. (Er zijn nogal wat acteurs en actrices die over hun rollen spreken in de derde persoon. Ooit hoorde ik Alain Delon met consequente schizofrenie praten in termen als &#8216;Delon wil&#8230;,&#8217; &#8216;Delon kan&#8230;&#8217; of &#8216;Delon doet zoiets niet,&#8217; waarbij hij die naam ook nog eerbiedig uitsprak als betrof het een historisch monument. Deneuve spreekt \u00f3f over zichzelf, \u00f3f over &#8216;het imago&#8217;.)<\/p>\n<p>Belangrijker dan de coiffure, belangrijker zelfs dan het mondiale succes van Les parapluies de Cherbourg, was de praktijkervaring van de opnamen. De technische opgave om de volledig gezongen film te playbacken en om haar bewegingen harmonieus te laten samenvallen met de ingewikkelde en vloeiende camerabewegingen vergde zoveel van haar aandacht dat er geen ruimte overbleef voor de gebruikelijke g\u00eane over haar acteren &#8211; het gevoel dat zij zich aanstelde of bloot gaf. Juist in die volledige gestileerde en kunstmatige film suggereerde ze zo voor het eerst spontaan naturel. Ze ontwikkelde zich tot een snelle en begaafde leerling van filmtechniek, belichting, lenzen en camerahoeken, waardoor ze &#8211; ondanks alle onzekerheid over haar spel &#8211; in elk geval &#8216;het imago&#8217; wist te geven dat van haar werd verwacht. Wat \u00f3\u00f3k een vorm van acteren is.<\/p>\n<p>De zo vaak bekritiseerde statische, koele pr\u00e9sence komt in een verrassend ander licht te staan voor wie het geluk had haar priv\u00e9 te ontmoeten. Catherine Deneuve buiten de filmset praat drie keer zo rad als in haar rollen, zit geen moment stil, gesticuleert en verplaatst zich in bovengemiddeld tempo. Een jaar of wat terug presenteerde en becommentarieerde ze een documentair portret van Marilyn Monroe: met bewonderend kennersoog wees ze exact aan hoe en waar Monroe, ook bij onvoorziene reportage- en journaalopnamen, houding en positie ten opzichte van de camera meteen aanpaste om zo voordelig mogelijk in beeld te komen.<\/p>\n<p>Het is goed te bedenken dat ze nog twintig moest worden toen ze speelde in Les parapluies, dat rollen in Repulsion en Belle de jour volgden op een leeftijd dat actrices gewoonlijk nog op de toneelschool zitten of debuteren met edelfiguratie, en dat ze vijfentwintig was toen ze van Fran\u00e7ois Truffaut voldoende zelfvertrouwen kreeg om ook &#8216;het imago&#8217; aan de elegante laars te lappen. In La sir\u00e8ne de Mississipi was het de eerste keer dat ze niet het schijnbaar passieve object van de film was die alles overkomt, maar dat ze de activerende motor van de handeling was als doortrapte, zich steeds transformerende fortuinjaagster &#8211; tot ze wordt besmet door de liefde van de sukkel die haar toegewijd blijft zelfs nadat ze hem rattengif heeft gevoerd. In Tristana groeide haar passiviteit uit tot genadeloze onverzettelijkheid, haaks op de veronderstelde slachtofferrol als misbruikte en mismaakte wees. Zij maakt haar per se niet aangesnoerde kunstbeen en haar bonkende krukken tot wapens &#8211; zoals de traditionele femme fatale haar schoonheid of seksualiteit zou gebruiken &#8211; in de wraak op de oude geilaard Fernando Rey die haar dat alles heeft aangedaan.<\/p>\n<p>Na die bijna ononderbroken reeks van opmerkelijke en geprezen successen uit de late jaren zestig volgde een decennium waaruit er vrijwel geen film in de geschiedenis zal worden bijgeschreven, maar waarin de evolutie van Deneuves rollen en acteren hoogst interessant is. De eerdere films zouden waarschijnlijk ook hun kwaliteit hebben behouden als een andere actrice erin had gespeeld, de films uit de jaren zeventig zijn voornamelijk de aandacht waard om haar aanwezigheid. Niet allemaal: zeker in de eerste tijd waren er nog rollen die vooral of uitsluitend &#8216;het imago&#8217; waren, bij wijze van verzekering tegen carri\u00e8rerisico&#8217;s die ze liep door de andere grensverleggingen van personages en spel. Er waren ook incidentele Hollywood-films &#8211; April fools, Hustle, March or die. De gebruikelijke glamour treatment daarin werkte averechts en plastificerend, en het leek alsof ze geen enkele compliciteit had met haar tegenspelers: Jack Lemmon, Burt Reynolds, Terence Hill. Maar het was niet zo catastrofaal als in de eerste op Amerika gerichte film Mayerling. Daarin kon ze zo zeer n\u00ed\u00e9t verhullen dat ze Omar Sharif een engerd vond, dat haar romantische en tragische liefde voor de Oostenrijkse kroonprins overkwam als het potsierlijke tegendeel.<\/p>\n<p>In Frankrijk en Itali\u00eb wonnen haar rollen steeds meer aan dynamiek. Het leek zelfs een nieuwe standaardformule dat ze als een onverwachte en ongewenste stormwind neerdaalde over tegenspelers als Marcello Mastroianni (in La cagna), Yves Montand (in Le sauvage), Jean Rochefort (in Courage fuyons) en Philippe Noiret (in L&#8217;Africain) &#8211; zij hadden zich verschanst in een risico- en vooral emotieloze status quo, die ze tegenover haar geweld weer moesten opgeven. Veruit de opmerkelijkste van de reeks is La cagna, van de zwarte satiricus Marco Ferreri, waarin ze Mastroianni&#8217;s aandacht moet bevechten op zijn hond. Die brengt ze dan maar om. En als ook dat niet helpt neemt ze de plaats in van het beest. Het opmerkelijke van film en rol is dat haar teefjesgedrag en -poses geen moment overkomen als vernederend. Zelfs als ze Mastroianni&#8217;s hand likt blijft ze de dominante partij, die hem pas in een later stadium echt weet te bereiken in een folie \u00e0 deux.<\/p>\n<p>De oerwouden of onbewoonde eilanden waar die films speelden voorzagen niet in modehuis of kapsalon. Toen ik haar zag in Le sauvage &#8211; tien jaar na die eerste kennismaking-op-afstand in Cannes &#8211; ongekamd, besmeurd en in vodden in de Zuidamerikaanse zon (zonder flatterende bijgestelde studiobelichting) dacht ik: hoe bestaat het, ze is toch echt erg mooi! (Inzicht komt met de jaren, maar in dit geval heb \u00edk er wel verdomd lang over gedaan.) En jawel, ook in levenden lijve &#8211; bij verschillende interviews om de paar jaar &#8211; viel ze niet tegen, noch haar uiterlijk, noch als het jofele mens dat ik inmiddels hoopvol was gaan vermoeden.<\/p>\n<p>Het is alleen jammer dat die interessante personages &#8211; ook dat van de gelijkwaardige bondgenote van de held bij zijn avontuurlijke missies: Trintignant in L&#8217;Agression, Jacques Dutronc in A nous deux &#8211; niet waren ingebed in interessantere films. Ze waren onderhoudend, maar hielden zich te voorspelbaar keurig aan hun genrewetten. Maar, zo zou blijken, deze personages waren toch een prima training voor de rollen die volgden.<\/p>\n<p>De jaren tachtig begonnen met de meest succesvolle film waarin ze ooit speelde: Le dernier m\u00e9tro. Toch is het noch mijn favoriete Truffaut, noch mijn favoriete Deneuve &#8211; als schouwburgdirectrice in oorlogstijd, met een onder de b\u00fchne ondergedoken joodse echtgenoot\/regisseur en op de b\u00fchne een onhandelbare tegenspeler (G\u00e9rard Depardieu), die zijn amoureuze toneelpersonage ook na de repetitie al te graag doorspeelde. Hoewel het scenario was gebaseerd op authentieke situaties, personages en incidenten leek het of Truffaut met de microkosmos in en om het theater te veel hooi op zijn vork had genomen. Daardoor pakte elk afzonderlijk personage, zelfs Deneuves dragende rol, minder interessant uit dan mogelijk leek. Veel regisseurs zeiden, nadat ze eenmaal met haar hadden gewerkt, dat ze haar in een volgende film &#8216;een verantwoordelijke rol&#8217; wilden geven. Maar Truffaut was de eerste die zijn belofte gestand deed. En haar rol als Madame Steiner was de eerste manifestatie van wat tot op heden het filmische alter ego van Catherine Deneuve bleef: de werkende vrouw, die professionele eisen in moeizaam evenwicht probeert te brengen met haar particuliere beslommeringen. Van mythische filmgodin tot iemand die moet functioneren in een voor iedereen herkenbare of inleefbare realiteit.<\/p>\n<p>Op die herkenbaarheid kan worden afgedongen dat de vakgebieden van haar filmrollen wat al te vaak raken aan de showbusiness &#8211; tekstdichter, pop-impresario, radiopresentatrice. Anderzijds lieten de films duidelijk zien dat het ook in deze m\u00e9tiers vaak langdurig en moeizaam ploeteren is. En in andere rollen evolueerde ze geloofwaardig als doktersassistente, kroegbazin, bibliothecaresse, plantagehoudster of notaris. Maar de films laten haar vooral zien als alleenstaande moeder, vrijwel altijd nog op goede voet met ex-echtgenoten of -minnaars, al zijn de gevoelens inmiddels van vooral vriendschappelijke of zusterlijke aard. Ze mag bij die mannen ook haar hart luchten, al bieden ze haar zelden daadwerkelijke steun en komen ze vaker een beroep doen op h\u00e1\u00e1r. Zoals in Le bon plaisir, waarin ze een kind heeft van de Pr\u00e9sident de la R\u00e9publique, die door de rechtse oppositie ten val kan worden gebracht met de onthulling van zijn buitenechtelijke escapade.<\/p>\n<p>Het goede van die rollen is dat ze nooit een voorbeeldig (en dus onbestaanbaar) feministisch boegbeeld wordt, maar dat ze haar autonomie verovert met merkbare moeite, pijn en verse wonden die al te makkelijk weer kunnen opengaan. Steeds ligt er weer een nieuwe ontwrichtende passie op de loer, maar ondanks de slechte afloop schopt die haar wakker uit een al te berustend sleurbestaan. Weer iets sadder &#038; wiser, weer wat bewuster, maar onverminderd kwetsbaar, al zal ze toch haar lot in eigen hand blijven houden.<\/p>\n<p>De Catherine Deneuve van de jaren tachtig en negentig straalt vooral eenzaamheid uit, eenzaamheid die even aandoenlijk is als kranig, want de toeschouwer ziet dat ze er nooit echt aan onderdoor zal gaan. De vele keren dat ze samenspeelde met Depardieu was ze altijd de sterkere partij in de relatie &#8211; een van de redenen waarom de fysiek zo ongelijkvormige combinatie op film zo treffend werkt. (Zelfs in de onderschatte Dr\u201cle d&#8217;endroit pour un rencontre, waarin ze achter haar trotse fa\u00e7ade wankelt op de rand van een zenuwinzinking, blijkt hij met zijn goed bedoelde, maar verkeerd uitpakkende pogingen haar te bereiken en te helpen, toch nog machtelozer dan zij.)<\/p>\n<p>Natuurlijk kan de wetenschap dat het merendeel van de scenario&#8217;s speciaal voor haar is geschreven, waarbij zij veel inspraak had, aanleiding zijn voor speculaties over de vraag in hoeverre persona en persoon overeenstemmen of samenvallen. Behalve dat het me niet aangaat, zal het me ook een zorg zijn. Elke acteur of actrice die in het spel zo gul is met zichzelf, mag daarbuiten alles voor zich houden &#8211; niet alleen uit een humaan recht op privacy, ook omdat er anders niets zou overblijven om gul mee te zijn. En natuurlijk is Catherine Deneuve behalve een steeds betere actrice ook nog altijd een ster en &#8211; wat mij betreft steeds meer &#8211; de allermooiste.<\/p>\n<p>In La reine blanche speelt ze een loodgietersvrouw op het platteland, die na twintig jaar haar jeugdliefde terugziet die waarschijnlijk geen betere echtgenoot was geweest, maar aan wiens zijde ze wel een spannender leven had gehad dan in het dorp waar ze altijd is blijven wonen. Het is begrijpelijk dat regisseur en cameraman zich aan haar willen vergapen, maar de daaruit voortvloeiende mise-en-sc\u00e8ne en fotografie isoleren haar personage ten opzichte van de omgeving, terwijl het scenario juist was geschreven om te laten zien hoe ze functioneert binnen die omgeving.<\/p>\n<p>Iets vergelijkbaars is gebeurd met haar recente, alom bejubelde en meervoudig bekroonde rol in Indochine. Een epische film zoals nog maar zelden wordt gemaakt en alleen om die reden al het aanzien waard, met een ongemeen dankbare rol voor de actrice &#8211; ook een zeldzaamheid tegenwoordig &#8211; maar ondanks alle voortreffelijke bedoelingen net iets te opzichtig of doorzichtig geconstrueerd om volledig te overtuigen. Dat ligt niet aan Deneuve. Zij spaart zich in geen enkel opzicht en bedelt niet om sympathie voor haar personage. Zij is een in Indochina geboren Franse plantagehoudster die met ijzeren discipline haar bezit en zichzelf handhaaft tegenover de sociale misstanden en politieke omwentelingen. Toch gaat zij overstag in de liefde voor een jonge Franse officier, die ze vervolgens min of meer berustend moet afstaan aan haar Vietnamese pleegdochter. De historische, politieke en romaneske context maakt het personage onvermijdelijk &#8211; waarschijnlijk opzettelijk &#8211; meer tot een symbool dan tot een echt mens. Ook die adoptiedochter is niet zomaar Vietnamees, maar een verweesde prinses. Deneuve is hier bigger than life, alsof ze in de eerste plaats de Franse Marianne vertegenwoordigt (wier beeltenis toch al sinds jaren naar Deneuve is gemodelleerd). Een beetje veel een Jane Fonda-rol (al krimp ik al ineen van afschuw bij de gedachte hoe Fonda zelf die rol zou spelen).<\/p>\n<p>Liever, veel liever is me de Deneuve uit de films van Andr\u00e9 T\u00e9chin\u00e9. Met andere actrices slaat T\u00e9chin\u00e9 vaak meeslepend barok aan het mythologiseren: Adjani in Barocco, Binoche in Rendez-vous, B\u00e9art in J&#8217;embrasse pas. Maar van Deneuve maakt hij juist een alledaags personage in rollen die heel dicht bij haar fysieke realiteit lijken te blijven: dezelfde energie, bruuske reacties, gespannen weerstand of weerloze overgave, in confectiekleren, schijnbare no make-up look en met haar natuurlijke haarkleur en niets jonger dan haar eigen leeftijd. Deze uiterlijke presentatie maakt haar mooier, raakbaarder en kwetsbaarder dan in welke andere opgesmukte rol ook, maar T\u00e9chin\u00e9 maakt haar vooral de aangrijpende belichaming van le mal de vivre; altijd in een zuidelijke provinciale situering, waarin de fraaie natuur tot dreiging wordt en het knus beschutte milieu, waar iedereen iedereen kent, een repressief verstikkende gevangenis.<\/p>\n<p>Ik ken weinig ontroerender films dan H\u201ctel des Am\u00e9riques waarin Deneuve en Patrick Dewaere in een winters Biarritz kapot gaan aan hun liefde voor elkaar, omdat de open wonden van haar verleden en zijn redeloze levensangst een noodlottige optelsom zijn waarvan de enige redding is om uit elkaar te gaan. En uiteraard is zij het die dat initiatief neemt. Of Le lieu du crime, waarin haar sociale status, familieverhoudingen en zelfs haar angstvallig gekoesterde moederschap worden bedreigd en vernietigd als een voortvluchtige jonge crimineel onderduikt in haar uitspanning. Natuurlijk hebben ze geen toekomst samen, maar die kortstondige amour fou is toch de grote schoonmaak van pseudo-waarden en -zekerheden waardoor ze zonder ballast maar volkomen alleen een onzekere toekomst tegemoet kan zien. &#8216;Entre la souffrance et le n\u00e9ant, je choisirai la souffrance.&#8217;<\/p>\n<p>En nu is er dan Ma saison pr\u00e9fer\u00e9e. Daarin wordt niet voortgebouwd op dit personage, maar juist de tegenkanten ervan worden getoond. Deneuve speelt een vrouw van achter in de veertig in Toulouse. Als dochter, echtgenote, moeder, pleegmoeder en advocate heeft zij plichtsgetrouw alles gedaan wat hoort en zoals het hoort, maar nu dat steeds minder aandacht en tijd vergt, wordt zij zich er pijnlijk van bewust dat ze er niets bij voelt en ook nooit heeft gevoeld. Met haar zieke moeder die ze in huis heeft genomen is geen andere communicatie mogelijk dan krampachtige beleefdheden; haar echtgenoot maakt ze dezelfde zinloze verwijten als zichzelf; tegenover anderen spreekt ze met vertederde waardering over haar volwassen kinderen, maar in de hele film &#8211; die toch een periode van vele maanden bestrijkt &#8211; richt ze geen enkele keer direct het woord tot hen. De enige bij wie ze echte betrokkenheid voelt is haar broer Daniel Auteuil, een gevoelsarme kneus zoals zij, die dat maskeert met uitdrukkelijke onaangepastheid.<\/p>\n<p>T\u00e9chin\u00e9 maakt het zich met thema en aanpak niet makkelijk en vraagt optimale aandacht van zijn publiek, dat niet bij de les wordt gehouden door verrassende wendingen in het verhaal. De enige markeringspunten van de plot zijn de aftakelingsstadia van de oude moeder. Al eerder dan voor de personages zelf is voor de toeschouwer duidelijk wat eraan schort; de personages weten dat uitvoerig en met lucide intelligentie te verwoorden, zodat er ook in dat opzicht weinig valt te raden. Maar daar gaat het ook niet om: hun rationele duiding van wat er bij elkaar mis is leidt niet tot emotioneel begrip of louterende catharsissen. Deneuve huilt, schreeuwt, scheldt, liegt, maakt harde en vaak geestige grappen, maar ondanks al haar inspanningen en drastische pogingen om schoon schip te maken komt ze niet dichter bij haar vereelte gevoel. Neurochirurg Auteuil kan alles relateren aan hersenkwabfuncties, maar op het terrein van de ziel is hij een stamelende analfabeet. T\u00e9chin\u00e9 laat in het midden of de incest alleen mentaal is of ook metterdaad wordt gerealiseerd als broer en zus gaan samenwonen. Het doet er ook niet toe, want ook dat is geen oplossing. De lamme helpt de kreupele. Dat wordt bijna letterlijk geciteerd wanneer Auteuil door paniek wordt overvallen omdat zijn zus mogelijk zelfmoord heeft gepleegd. Ze ligt rustig te slapen (waarschijnlijk dankzij een pil), maar de volgende dag springt hij dan maar zelf van het balkon. De rest van de film strompelt hij op krukken en krijgt de wind van voren van Deneuve die haar ferme looptempo bij hem moet aanpassen.<\/p>\n<p>T\u00e9chin\u00e9 situeert de sc\u00e8nes van zijn hoofdrollen zeer vaak langs de autoroute, zodat achter hen het verkeer voorbij dendert, of aan rivieroevers waar stroomopwaarts bootjes en zwemmers passeren, als een doorgaande beweging die contrasteert met zijn gestagneerde personages, als het leven waaraan zij geen deel hebben. Tegenover die in zichzelf verstrikte en verstikte oudere generatie zoekt de jeugd wat vrijblijvende troost bij elkaar en houdt zich onledig met bijbaantjes in de locale discotheek; de doelloze Generation X die ook weinig hoopvol stemt. &#8216;Ik haat wie ik geworden ben,&#8217; stelt Deneuves personage, conform die uitspraak speelt de actrice haar rol zonder enig spoor van behaagzucht, sentimentaliteit of effectbejag. Op droge toon legt ze in de slotsc\u00e8ne &#8211; de familiebijeenkomst na moeders begrafenis &#8211; haar liefdesverklaring aan Auteuil af, in de indirecte vorm van een chansontekst. Het lost niets op, maar het moet maar gezegd zijn. En daarna valt er helemaal niets meer te zeggen. Het is een in zijn minimalisme verontrustende film, want akelig herkenbaar. En een rol van Deneuve op maat van de film, of een film op maat van haar spel.<\/p>\n<p>Bedankt Catherine. En wie had d\u00e1t kunnen denken, toen?<\/p>\n<p><\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Per vergissing had ik een uitnodiging ontvangen voor een besloten avant-premi\u00e8re in Cannes. De blanco enveloppe bleek bestemd voor de televisiepresentator wiens postvak grensde aan het mijne, maar toen dit bij het aankruisen van de gastenlijst werd geconstateerd was ik toch al binnen. Ze waren te beleefd om me weg te sturen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[2207,253,14,269],"tags":[3119,783],"acf":[],"author_name":"Ab van Ieperen","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127339"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127339"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127339\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ab van Ieperen","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127339"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127339"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127339"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}