
 {"id":127265,"date":"1995-09-09T14:25:00","date_gmt":"1995-09-09T12:25:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/peter-vos-je-moet-argeloos-door-de-wereld-kunnen-lopen\/"},"modified":"1995-09-09T14:25:00","modified_gmt":"1995-09-09T12:25:00","slug":"peter-vos-je-moet-argeloos-door-de-wereld-kunnen-lopen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/peter-vos-je-moet-argeloos-door-de-wereld-kunnen-lopen\/","title":{"rendered":"Peter Vos: &#8216;Je moet argeloos door de wereld kunnen lopen&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Zestig wordt Peter Vos, en twee derde van deze tijd hebben Vrij Nederland-lezers zijn tekeningen in deze krant kunnen bewonderen. Het moment voor een Peter Vos-interview, te meer omdat er een boek verschijnt, &#8216;Peter Vos, tekenaar&#8217;, en er een tentoonstelling komt in de Beyerd in Breda. <\/p>\n<p>Een gesprek met Peter Vos (&#8216;Ik begrijp niet hoe ik aan mijn toevallige vrolijkheid kom&#8217;) gaat onder veel meer over katholicisme (&#8216;de uitbundigheid, het ongebreidelde&#8217;) maar ook over familie en vrienden, wat soms het zelfde is, zoals met Simon Carmiggelt, Fritzi Harmsen van Beek, Renate Rubinstein (&#8216;Renate is echt een grote gebeurtenis in mijn leven geweest&#8217;). En natuurlijk over tekenen. Vos is het best in vogels, &#8216;die zijn een beetje niet-serieus&#8217;. Maar allles gaat hem beter af, nu hij ouder wordt. &#8216;Routine is gewoon dat je het vak beheerst.&#8217;.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>In de zitkamer van het huis in de rustige Utrechtse laan heerst een opvallend soort opgeruimdheid. Geen spoor van werk of leesactiviteit. Een beetje zoals vroeger als de huisarts zijn visite kwam doen. &#8216;Weet je dat ik Latijn kan zingen?&#8217; vraagt hij, met die spottende bas, die me in het begin, zesendertig jaar geleden, verbaasde.<\/p>\n<p>Hij voegt de daad bij de uitdaging en zingt een soort madrigaal, dat hij na een paar regels afbreekt.<\/p>\n<p>&#8216;Dat zing je bij een begrafenis,&#8217; bromt hij, en legt dan uit. &#8216;Je hebt gehoord dat ik God met je aanspreek. Dat heb ik geleerd: God moet je tutoyeren, want als je vous zegt, zouden er een p\u00e1\u00e1r goden kunnen zijn. En ze zijn nou net met \u00e9\u00e9n. Dat is de enige reden. Je zingt een soort geheimtaal. Dat is een voordeel van het katholicisme, vind ik.&#8217;<\/p>\n<p>Voor geen goud zou Peter Vos zo&#8217;n Oosterhuis-vertaling zingen, het moet Latijn zijn. En met bescheiden uithalen zingt hij &#8216;In Paradisum te ducant angeli&#8217;. &#8216;Zo zijn \u00e1l mijn ouders gegaan. Ik had er een stuk of eh&#8230; twee.&#8217;<\/p>\n<p>Twee belangrijke thema&#8217;s. Het katholicisme dat hem gevormd heeft &#8211; maar dan de cultuur ervan: de uitbundigheid, het ongebreidelde, het niet-opgelegde (voor zover hij aan de paters wist te ontkomen). En dan zijn ouders. Allebei te vroeg naar zijn zin gestorven. Zijn moeder, twee jaar lang heel ziek, was zelfs heel jong. Zijn vader, middelpunt van de Utrechtse culturele elite in de jaren dertig, was wat ouder, maar was heel veel jaren door ziekte aan huis gekluisterd. Zijn oudere broer, Paul, stierf ook, natuurlijk het meest vroegtijdig.<\/p>\n<p>Peter Vos is een begenadigd tekenaar, maar dat weet iedereen die de laatste veertig jaar wel eens een nummer van Vrij Nederland heeft opgeslagen. Binnenkort wordt hij zestig. Er komt een tentoonstelling, in De Beyerd in Breda, en er verschijnt een boek, bij uitgeverij Veen.<\/p>\n<p>Praten met Peter Vos betekent praten over zijn familie, over zijn vrouw Sa\u00efda Lokhorst, zijn zoon Sander, die hij vanaf het begin in alle fasen heeft getekend, en over de familie in bredere zin, Renate Rubinstein, Simon Carmiggelt, Fritzi Harmsen van Beek (in welke gedaante dan ook).<\/p>\n<p>Dat gaat zo: &#8216;Ik had Santje warm weten te maken voor de gedichtjes van John Lennon. En ik was zo trots, net als mijn papa, dat ik hem telkens weer vroeg: doe nog even dat van de little budgie, van John Lennon. Weet je wat een budgie is?&#8217;<\/p>\n<p>Nee, zeg ik, naar waarheid.<\/p>\n<p>&#8216;Dat is een parkietje,&#8217; zegt hij stralend, en zonder merkbare overgang is hij ineens een jongetje van zeven met een lijzig schoolkindtoontje. Hij declameert, in een prachtig Cockney-accent:<\/p>\n<p><i>I have a little budgie, He is me very pal. I take him walks in Britain, I hope I always shall. I call my budgie Geoffrey, My granddad&#8217;s name is Sam. I called him after granddad, Who had a feathered brain.<\/p>\n<p>Some people d\u00f3n&#8217;t like budgies, The yellow little brats, They eat &#8217;em up for breakfast Or feed &#8217;em to their pets.<\/i><\/p>\n<p>Na een geraffineerd pauzetje, v\u00f3\u00f3r de laatste drie woorden, zegt hij triomfantelijk: &#8216;En Santje kende het helemaal uit zijn hoofd!&#8217;<\/p>\n<p><b>Heeft-ie het van jou ge\u00ebrfd?<\/b><br \/>&#8216;Ja, we hebben elkaar nooit gedwongen.&#8217;<\/p>\n<p>Ik besluit de meest gestelde vraag maar vroeg te stellen voordat de onvermijdelijke chaos zal intreden. Waarom tekent hij vogels? Omdat dat het moeilijkste is?<\/p>\n<p>&#8216;N\u00e9\u00e9,&#8217; zegt hij, &#8216;omdat het het leukste is. Je hebt mensen, insekten, zoogdieren, vissen en vogels. Vogels zijn het meest te zien. Ze zijn een beetje niet serieus. Verder kom ik niet. Vraag het aan eh&#8230; Sigmund Freud. Vissen zijn te moeilijk, ja, vissen zijn echt te moeilijk. Die kale kan het. (Die kale is een van zijn boezemvrienden, de etser Charles Donker &#8211; JvT) Die maakt ze zo prachtig. Schubje voor schubje. Een snoek heeft-ie gemaakt en een zeelt. Vogels zijn veel makkelijker. Kijk, je doet zo en zo en zo, en dan heb je een boerenzwaluw. Nee, ik weet het niet.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"figure--left\">\n<figure id=\"post-127265 media-127265\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/1995\/09\/83cc3762-e2e0-455b-936a-5b33a6d8c46c_45petervos1610_2331.jpg\" alt=\"\" border=\" \/><\/figure>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Leeuwen?<\/b><br \/>&#8216;Nee, leeuwen, al die katachtigen, daar heb ik nooit van kunnen houden. Ik zat bij Fritzi in huis en die had veel katten en zo, nou dan ga je \u00e0 tort et \u00e0 travers die katten tekenen. In de schetsboeken van die tijd staan een hoop katten. Eentje heette Minne. Die kon zelf geen kinderen krijgen, maar als een van die andere katten jongen kreeg, kreeg Minne zog.<\/p>\n<p>En toen zouden wij Minne een keer tellen leren: &#8220;Min, vier kwartjes is een gulden!&#8221; (Ja, inderdaad, we waren allemaal dronken.) En toen ging Frans Pannekoek &#8211; dat vind ik nogal een lul, hoor &#8211; ons en Minne in de war maken.&#8217; Hij zet een zeurstem op: &#8220;M\u00ec\u00ec\u00ec\u00ecn, twee kwartjes is een knaak.&#8221; Een rotstreek.<\/p>\n<p>Je kunt in het leven iemand de vriendschap opzeggen. Gerard Reve heeft Frans Pannekoek de vriendschap opgezegd. En dat heeft hij in een brief precies uitgelegd. Ik heb zo de pest aan Frans Pannekoek. Ik vind dat werk ook niks aan. Behalve, moet ik zeggen, een paar etsen. Dan denk ik: jezus christus, klootzak, dat jij dat k\u00e1n! Kon je dat maar niet. Net zoals Pyke Koch.&#8217;<\/p>\n<p>De techniek leerde Peter Vos op de Academie in Amsterdam. &#8216;Je had nog opkomstdwang. Van 9 tot 12, van 1 tot 4 en dan van 7 tot 9, dat waren dagen, hoor. Daarom kan ik zo goed tekenen. En dan stond je &#8216;s avonds achter je ezel, en dan kwam L\u00fcttger langs. Dat was toevallig een boerenlul als professor. Die kwam kijken. En je hoopte dat-ie niet tegen je zou zeggen: u bent zeker beeldhouwer. Er waren beeldhouwers, die m\u00f3\u00e9sten &#8216;s avonds tekenen. &#8220;U bent zeker beeldhouwer.&#8221; Ja, Dibbets en Scholte en zo, h\u00e8.&#8217;<\/p>\n<p>Hij vindt werk van anderen liever mooi dan lelijk, maar soms is het niet anders. &#8216;Jan Sierhuis, daar kijk ik huizenhoog tegen op. Op de Academie zat hij wat hoger, hij k\u00f3n al wat. Hij was al in het leven geweest. Hij had al schilderijen verkocht. Jan kon schilderijen beschrijven, z\u00f3 dat je dacht: het is l\u00e9\u00fak om te schilderen!&#8217;<\/p>\n<p>Trots en enthousiast draagt hij een Spaanse copla voor en dat blijkt geen toevalstreffer. Als ik mijn enige copla wat gebrekkig in het Nederlands voordraag, volgt bliksemsnel, alsof hij erop gewacht heeft de Spaanse vertaling.<\/p>\n<p>Sander. Sander in de auto van toen nog minister Duisenberg.<\/p>\n<p>&#8216;We waren met Kerstmis bij Marcel (Van Dam, een vriend) en daar was ook Duisenberg. Toen gingen we wandelen in de Soesterduinen en dat hele gezelschap moest dus in auto&#8217;s. Wij mochten meerijden in de grote limousine van Duisenberg. San was erg onder de indruk, want als je op een knopje drukte, ging het raam omhoog, of de deur open. Plotseling liepen we met zijn tweetjes achteraan door de Soesterduinen te sjokken en Sanne zei: papa, wat een mooie auto, h\u00e8, en toen zei ik: zal ik dan ook minister worden, dan krijgen wij ook zo&#8217;n auto. Ik z\u00e1g hem denken en hij klopte mij op mijn rug en zei: nee hoor, blijf jij maar tekenaar. Ik was z\u00f3 ontroerd. Kinderen zijn vaak zo elegant.<\/p>\n<p>De band met Sander beschrijven is heel moeilijk. Het is de langstlopende liefde van mijn leven. Wat ik voor hem voel? Het is een gevoel van eh&#8230; zoals je spieren werken. Zo werkt die liefde ook. Ik heb het idee dat we heel dicht bij elkaar zijn. Mijn vader heeft Sanne helaas nooit ontmoet. Die had het vast heel leuk gevonden om zo&#8217;n kleinkindje te hebben.<\/p>\n<p>Je weet, die kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd van die bolle kopjes en dan komt plotseling wat hun mensengezicht zal worden erdoor. En toen het bij San gebeurde, zag ik het gezicht van papa: dat lange gezicht van papa kwam uit die rups kruipen. Ik was zo waanzinig ontroerd. Die ogen zijn nu anders, en de kin ook, maar ik zag duidelijk papa.&#8217;<\/p>\n<p><b>Wat vertegenwoordigt Sander? Een soort voortzetting van jou? Of een afsplitsing? Of iets anders?<\/b><br \/>&#8216;Nee, dat hoeft helemaal niet. Er is wel iets anders. Mijn vader had hbs gehad, dus ik moest naar het gymnasium. En die traditie heb ik voortgezet door te denken: dan moet hij natuurlijk naar de universiteit. Maar San hield helemaal niet van school. En daar hou je dan weer geen rekening mee in je planning. Ik vroeg aan hem: weet je nou al wat je wil worden, kereltje? Het hoeft niet, maar als je het nou al weet&#8230; Ja, papa, zei hij, ik wou eigenlijk gaan filmen. En het eerste wat ik zei, het was eruit voordat ik het wist, was: maar kind, kun je daar nou wel van leven? Dat is raar: mijn vader heeft me dat n\u00f3\u00f3it gezegd. Maar misschien, omdat ik zo lang free-lance geweest ben, weet ik hoe moeilijk dat af en toe is. Maar dat vindt San niet erg, hij is het toch gaan doen, natuurlijk. Hoewel hij heel aardig tekent, we werkten samen in Artis, en ik vind echt dat-ie talent had.&#8217;<\/p>\n<p><b>En het lijkt niet op jou?<\/b><br \/>&#8216;Alleen al daarom niet omdat hij werkte met kleurpotloden. Hij kan heel leuk kleur mengen. Ik heb zelf heel lang zonder kleur gewerkt, tot ver na de Academie. Maar hij had er meteen sjoege van om toontjes samen te stellen, met die verschillende potloodjes. Dus het was zelfs nog een ander talent dan het mijne. Maar \u00e9\u00e9n ding wist-ie zeker: dat wou-ie niet worden. Ook al omdat, ja God, dan heb je \u00e9cht je vader op je nek. Dat vond ik erg verstandig.&#8217;<\/p>\n<p>Een beetje samenzweerderig voegt hij eraan toe: &#8216;En hij schijnt erg goed te kunnen monteren. Dat is dus, voor zover we kunnen beoordelen, goed gekomen.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<figure id=\"post-127265 media-127265\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/1995\/09\/8ca204b7-d7a2-475f-b5f4-344e4c69c9f4_45petervos06101.jpg\" alt=\"\" border=\" \/><\/figure>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Heb je hem wel eens te hulp geroepen?<\/b><br \/>Meteen slipt hij weg: &#8216;Ja, maar toen was-ie nog klein. Sander, ik moet leeuwen maken, voor Terzijde. Dan kwam-ie ook met ideetjes, en als ik die maakte en het kwam in de krant, dan was-ie reuze trots. Maar verder? We hebben een keer samen een boekje gemaakt. En omdat het op zo lullig papier was, met zijn lettertjes en zo, heb ik dat heel netjes uitgewerkt, al zijn teksten met spelfouten die zo endearing zijn: &#8220;Als het koekemannetje jarig is wordt hij niet gevileceteerd.&#8221; Het werd een prachtig boek, ondertitel: De verschopeling. Schrijffouten van kinderen zijn zo lief. Dan zat ik in een hoek van de kamer te werken of te lezen en in een andere hoek had Sander een huisje in een grote leunstoel. Af en toe kwam hij, omdat we postverbinding hadden, bij mij briefjes neergooien. Dan was hij de commissaris. En dat waren van die laconieke briefjes als: &#8220;Luek huisie, zeg! De commissaris.&#8221; Of: &#8220;Ik ben de Aledierenman, ik ben geheimzinnig. Ondertekend: de Aledierenman.&#8221; Ja, ik heb het allemaal bewaard. Dat vond Bram de Swaan gek. Die zei: ik bewaar nooit iets van Meikje, want ik heb hem toch bij me?<\/p>\n<p>Met San heb ik dus de wording van een tekenaar meegemaakt. Eerst allerlei krassen, en vanaf dat moment ben ik de tekeningen gaan dateren. Dat deed mijn vader ook, maar die van mij heb ik jammer genoeg niet. Ik vroeg ook altijd wat het voorstelde. Dus dan krijg je een correspondentiekaart met een hoop krassen erop en dan vraag ik: wat is dat, jochie? Wat ik me kan herinneren is: &#8220;Een bruglatje van jeweetwel. Een bruglatje.&#8221; Dus dat schrijf ik er netjes onder: een bruglatje van jeweetwel. Een bruglatje. En dan langzaam komen ze uit hun woorden wat tekenen betreft. Je ziet het gebeuren. Ach, het is gewoon liefde allemaal, je kunt het niet verklaren. Dan gingen Anneke en ik hem om de beurt van school halen. Je staat daar te wachten, meestal moeders, hoor, ja, de vaders werken natuurlijk. Als die deur opengaat, komt er een stoet dwergen uit. En een van die dwergen roept: ha, papa! &#8216;s Winters met een beremutsje op, dat dan zo&#8217;n beetje scheef op zijn koppie staat. O man! En het was een droevige dag toen hij van voor naar achteren moest verhuizen. Want je hebt hem eerst voorop de fiets, zit-ie lekker te brommen en te zingen, maar dan moet hij achterop omdat hij te zwaar wordt, en dan moet je zo achterom praten.<\/p>\n<p>Ik had bij Adriaan Morri\u00ebn gelezen dat dochters veel leuker waren dan zoons. Want zoons worden stuurs en bonkig, willen niet meer geaaid worden. Maar bij Sander was dat niet. Nee, dat is wel een van mijn vele mazzels geweest in mijn leven.<\/p>\n<p>Laatst gingen we met Sander en anderen op bezoek bij de door hem bewonderde schilder en oud-academiegenoot Willem den Ouden, de man die het Land van Maas en Waal tijdens de overstromingen zo kwaad kreeg.<\/p>\n<p>We zouden ergens gaan picknicken, maar we kregen last van wespen. Dus naar de rivier waar geen wespen waren. Ik zeg: h\u00e9, weten jullie eigenlijk dat we hier midden in een sonnet van Nijhoff liggen? En Santje, ik was zo trots op hem, zei, zo onder het eten: &#8220;Mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd.&#8221; O, wat ben je dan trots, h\u00e8. En toen hebben we nog met zijn allen, op onze fietsjes, alle vier de hoeken uitgezocht waar Nijhoff dat gedicht gemaakt, gezien kon hebben. &#8220;Ik ging naar Bommel om de brug te zien.&#8221;<\/p>\n<p>Maar hij k\u00f3n het daar nergens geschreven hebben! Hij heeft het gefaked! Hij ging helemaal niet naar Bommel! Hij heeft dat thuis geschreven!&#8217;<\/p>\n<p><b>Vriendschap, een hoofdthema.<\/b><br \/>&#8216;Jaaaah. Niet dat je je vrienden iedere dag hoeft te zien. Maar soms kan ik op straat lopen denken aan mijn vrienden en dan loop ik te rillen van genoegen. Dat je zo geboft hebt met de mensen die je al zo lang kent. Mijn oudste vriend ken ik bij voorbeeld vanaf de eerste klas van de lagere school. Hij is directeur van het kunstonderwijs in Rotterdam voor hoe heet het&#8230; amateurs.<\/p>\n<p>Hij kreeg zijn eerste meisje (het was een erg mooie jongen) op de middelbare school en dan mocht hij mijn fiets lenen, want hij had geen fiets. En dan zag ik ze zo samen de speelplaats af fietsen.<\/p>\n<p>Ik had geen meisje want ik was, geloof ik, te lelijk. Nee, dat is geen koketterie. Als je jezelf oninteressant vindt: dat speelt erg mee, hoor. Ik weet niet, ik vond andere jongens veel indrukwekkender (heel zacht nu, de storm is ineens gaan liggen, het lijkt een pastorale in een pastorale, zwaar en sonoor is de stem, met een waas van droefheid).&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<figure id=\"post-127265 media-127265\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/1995\/09\/8a01ae07-61b0-4ddc-9889-beb01466f81a_45petervos03101.jpg\" alt=\"\" border=\" \/><\/figure>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Omdat ze aan sport deden, of een kop groter waren, wat was het?<\/b><br \/>&#8216;Ook. Hoewel, Henk was niet zo&#8217;n sportief type. Hij liep wel, lange afstand.&#8217;<\/p>\n<p>(Stilte, zuchtje, dan:) &#8216;Ja. Ja. Mooier, denk ik ook.&#8217; (Dan een beetje bozig, abrupt:) &#8216;En dan straal je blijkbaar niks uit. Of verlegen. Ik was ook wel behoorlijk verlegen. Maar in ieder geval: die Henk en Paula zijn bij elkaar gebleven. Die hebben nu twee reuzen van zonen en ze zijn grootouders. Leuk, h\u00e8. En ik heb nog vrienden van de academie. Dick Stolwijk. Maakt hele mooie etsen.&#8217;<\/p>\n<p>Op alle bijeenkomsten en feesten waar ik hem heb meegemaakt trekt hij mensen aan, ze zwermen om hem heen, willen bij hem in de buurt zijn.<\/p>\n<p>Hij lacht verlegen. &#8216;Nou, nu je dat zegt: ik zag laatst die film terug van Hans Keller en Mat van Hensbergen, vooral zo leuk omdat Santje nog zo klein was, en zo witblond. En toen dacht ik: goh, ik was eigenlijk helemaal niet lelijk. Maar zonder enige spijt hoor.&#8217;<\/p>\n<p><b>Spijt dat je dat ooit gedacht hebt? En dat het je geremd heeft in je ontwikkeling?<\/b><br \/>&#8216;Neeeee! Maar spijt dat ik nu toch behoorlijk gekreukt ben. Ouderdom geeft wel compensaties. Wat ik leuk vind en jij vast ook: ik heb een vak in mijn handen. Vroeger zat ik zo te zweten en werd echt diep ongelukkig omdat ik er niet uit kwam. Nu denk je: ik ga dit en dat tekenen. Ik kan tekeningen samenstellen in mijn hoofd: die vent moet iets meer naar rechts, en als-ie dan iets bukt, dan kan daar die vogel weer. Zo componeer je dat. Daar was vroeger geen sprake van, dan moest ik tien of twintig probeersels maken. Dat is een compensatie. Jij schrijft natuurlijk ook makkelijker dan vroeger.<\/p>\n<p>Er wordt zo vaak gescholden op routine. En daar doe ik dan nooit aan mee. Onge\u00efnspireerd is wat anders dan routine. En routine is gewoon dat je je vak beheerst. Ik moet niet zoveel bijvoeglijke naamwoorden gebruiken of ik moet die arcering daar veel losser maken. Dan wordt het, zelfs als je het uit je hoofd componeert, muzikaler. Je lijntjes moeten een ritme, een muziek hebben. En dat komt door de routine. Zelfs intu\u00eftie is iets wat je opbouwt volgens mij. Je moet er een talent voor hebben, maar dan moet dat gevoed worden.<\/p>\n<p>Bij het ouder worden moet je jezelf wel tegen de buitenwereld beschermen, vind ik. Omdat mensen steeds minder en steeds minder makkelijk tegen je zeggen dat iets niet goed is. Dat is een bedreiging.<\/p>\n<p>Maar dat zou je ook hebben als je bij voorbeeld op je twintigste wereldberoemd werd.<\/p>\n<p>Mijn ideaal is om een schutkleur te hebben. Ik bedoel: dat je niet opvalt. Dat je je overal kunt bewegen. Ik vind het fijn om niet op te vallen. Je moet argeloos door de wereld kunnen lopen. In dat interview in VN een paar weken geleden met Toon Hermans &#8211; heel goed interview &#8211; heeft-ie het over de onschuld. Toen dacht ik: ja, verdomd, d\u00e1t is het goeie woord. Als je begint, zoals kinderen tekenen, en hij had het dan over zijn schilderen en ook over zijn vak waarschijnlijk, ik heb dat met mijn tekenen ook: die onschuld en dat lef dat met die onschuld samengaat, dat ben je wel kwijt. Dat is wel waar. Dat vond ik heel goed gezegd.&#8217;<\/p>\n<p><b>Heb je vriendschap broodnodig, is het bestaan daarzonder ondenkbaar?<\/b><br \/>&#8216;Een leven zonder vrienden zou ik een erg arm leven vinden. Waarom teken je vogels is bijna even moeilijk te defini\u00ebren als: waarom vriendschap? Mijn vader was ook een man van vrienden. Daarom is het ook zo tragisch dat niemand hem meer tegenkwam, dus iedereen hem vergat toen hij niet meer naar buiten kon. Behalve een journalist, Cor Schilp, die iedere week op bezoek kwam. Papa was een sterke vriendenman. Maar hij lag verlamd op bed, en dan kom je niemand meer tegen.&#8217;<\/p>\n<p><b>Ik wil je niet uitspelen tegen je vader, maar als jij nu iets zou krijgen waardoor je verder aan bed gekluisterd zou zijn, dan denk je toch niet dat de vrienden niet meer zouden komen?<\/b><br \/>&#8216;De vriendschap met Renate was een hele, als ik dat mag zeggen, diepe vriendschap. Vrienden worden een soort familie, maar dan een familie die je zelf uitzoekt. Dus die enge tantes hoeven er niet bij. Ik heb eens een keer die vragenlijst van Proust ingevuld voor ik geloof de KRO Gids. Welke eigenschap waardeert u het meest in uw vrienden? Hun bestaan, heb ik ingevuld.&#8217;<\/p>\n<p>Een jaar voor de dood van zijn vader maakte Peter Vos een boek met pastiches van lievelingsschrijvers en beeldend kunstenaars voor zijn vader. Getekende en geschreven pastiches. Hij liet het zien aan Harry Mulisch, die naar zijn werk kwam kijken. &#8216;Ik zei: jij bent toch ook iemand met een vader? En toen zei Harry: je hoeft me helemaal niks te vertellen.&#8217;<\/p>\n<p>Volgt een korte tevreden grinnik. &#8216;Harry vond het geloof ik wel heel mooi. Dat was hem geraden, want het \u00eds heel mooi. Ik vind mijn pastiches van Heine en van Arthur Rimbaud die de grootste dichter van ons alle vier is als we Harry Mulisch even meerekenen, (kuchje) wel hoogtepunten.<\/p>\n<p>Die gedichten van Rimbaud zijn natuurlijk wel veel beter dan alles wat ik ooit zal tekenen.&#8217;<\/p>\n<p>De tekenaar vertelt hoe hij een keer voor een tandartsbehandeling Rimbaud (&#8216;toen was-ie godverdomme zeventien!&#8217;) uit zijn hoofd leerde. &#8216;Ik denk, weet je wat? Ik stamp de hele Bateau ivre erin. Om mezelf tijdens het boren en vullen af te leiden.&#8217; Waarop hij een compleet gedicht voordraagt, in schitterend Frans, en ook nog vanuit een mondhoek alsof daar de tangetjes en afzuigertjes nog in hangen. Je me sentais plus guid\u00e9 par les haleurs.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"figure--right\">\n<figure id=\"post-127265 media-127265\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/1995\/09\/592026bb-db58-4d71-8086-4c6c0e6858dc_45petervos07102331.jpg\" alt=\"\" border=\" \/><\/figure>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Ik heb geen sombere kijk op het leven. Mensen die met sombere kijken op het leven komen, dat zijn altijd mensen die daar tegen kunnen. Er woont hier een oude professor in de buurt. Die zegt dan bijvoorbeeld als je hem tegenkomt: ja, de vierde wereldoorlog, of de derde, die zal nu ook wel gauw uitbreken, h\u00e8, en dan grinnikt-ie er zo bij. Toen wij hier de deur uitkwamen voor de begrafenis van de vader van een vriendin stond hij toevallig op straat en zei: er is toch niemand dood, mag ik hopen? En toen stapten we nog in de verkeerde begrafenisauto. Dat was weird. Halverwege hoorden we op de bank achter ons iemand zeggen: we moeten tante Annie nog even ophalen. Maar Paula heeft toch geen tante Annie, dachten wij. We zijn toch bij de begrafenis van dokter Plum, vroegen we. N\u00e9\u00e9\u00e9\u00e9! Helemaal niet! We vonden het al raar dat we opgehaald werden. Maar we dachten: nou ja, dat zal dan wel zo afgesproken zijn.&#8217;<\/p>\n<p>Net Dead of Night, vinden we, en we komen op de hoofdrolspeler Leslie Howard, die het bekendst werd als Ashley Wilkes in Gone With the Wind. We blijken hem allebei zo week te vinden dat we niet begrijpen dat hij de held van de vrouwen was. Altijd weke rollen! Of vinden vrouwen weke rollen juist leuk? Van wie begrijpen we het dan wel?<\/p>\n<p>Peter Vos: &#8216;Van Jacques Boersma (Alain Teister), van wie ik het eerst niet kon begrijpen, maar later weer wel. En nog iemand is Willem van Malsen. Had een waanzinnige sjans.<\/p>\n<p>Bij Jacques was het waarschijnlijk die romantische droevigheid, die lacrimae rerum. Dat had Jacques meer dan Willem van Malsen en zelfs meer dan ik. Ik kan mij nog net redden. Er is zelfs een tijd in mijn leven geweest dat ik jou (Sa\u00efda) nog niet eens kende en toen kon ik me ook net redden.&#8217;<\/p>\n<p>Over zijn vader praat hij, over zijn zoon, soms over zijn broer. Nooit over zijn moeder. Alleen wel eens in een interview dat ze de mooiste vrouw van de wereld was. Peter Vos: &#8216;Ja. Nou&#8230; de mooiste vrouw die ik gekend heb. Dat vind ik nog steeds.&#8217;<\/p>\n<p><b>Was ze een beetje hypochondrisch?<\/b><br \/>&#8216;Z\u00e9\u00e9r. Z\u00e9\u00e9r,&#8217; zegt Vos. &#8216;Ze werd ziek, kanker, lag twee jaar op bed en ging dood. Dat is niet h\u00e1\u00e1r schuld,&#8217; zegt de tekenaar. Heel zacht.<\/p>\n<p><b>Dat andere w\u00e9l?<\/b><br \/>&#8216;\u00dcberhaupt is nooit iets iemands schuld: er glaubt zu schieben und er wird geschoben. Ik begrijp niet hoe ik aan mijn toevallige vrolijkheid kom. Dat slaat misschien een generatie over. Mijn grootvader van vaders kant? Was ten eerste een dronkelap, ten tweede schilderde hij linkshandig, en ten derde wou hij &#8216;s een orgeltje maken, en toen had-ie alle pijpjes gebakken (volgens papa) in de oven van mijn grootmoeder.&#8217;<\/p>\n<p>Ineens lijkt hij zich te vermannen. Gedecideerd zegt hij: &#8216;Het is onsportief om op mijn leeftijd je ouders nog iets kwalijk te nemen. Je kent toch (en hij reciteert, terwijl Sa\u00efda invalt en langzamerhand volkomen synchroon meedoet):<\/p>\n<p><i>They fuck you up, your Mum and Dad They may not mean to, but they do. They fill you with the faults they had And add some extra, just for you. They were fucked up in their turn By fools in old style hats and coats Who half the time pompom&#8230; And half at one another&#8217;s throats. Man hands on misery to man.<\/i><\/p>\n<p>Beeldschoon. Van Philip Larkin. Die zelf geen kinderen had.&#8217;<\/p>\n<p>Als hij aan het gespreksonderwerp &#8216;moeder&#8217; wordt herinnerd, blijft hij voor het eerst een paar minuten zwijgen. Bij een ander zou dat gelijk staan aan een week. Kennelijke tweestrijd. Hij wendt zich tot Saida. &#8216;Door de verhalen die ik van vroeger vertel, krijg jij de pest aan mijn vader,&#8217; zegt hij, met een begin van verontwaardiging.<\/p>\n<p>&#8216;Ja,&#8217; zegt Sa\u00efda rustig, &#8216;en te doen met je moeder&#8217;.<\/p>\n<p>Vos neemt het over: &#8216;Mijn moeder was natuurlijk een meisje uit een rare familie, en mijn vader natuurlijk een reuze charmante man. Die had haar opgepikt in het carnaval van Limburgia, hier in Utrecht. En zij had er wonderwat van verwacht. Dat is haar z\u00e9\u00e9r tegengevallen. Zo kan ik het wel samenvatten. Het hele leven is haar tegengevallen. Volgens papa was ze eerst van allerlei linkse, communistische&#8230; eh dit en dat, en toen had ze zich bekeerd tot het katholicisme. En \u00edk was een moeilijk kind.&#8217;<\/p>\n<p>Moeilijk kind: \u00eds dat zo? Op al die foto&#8217;s als jongetje staat hij zo&#8217;n beetje als braafste van de klas. Datzelfde lieve wat Sander later ook zo sterk had. En bovendien: een jongetje dat op zijn vierde staat te tekenen en daarbij net zo staat te dansen als de hazen die hij tekent: dat is toch een leuk jongetje. En niet een moeilijk kind?<\/p>\n<p>De tekenaar lijkt even te zijn weggedeemsterd, en komt weer terug in het gesprek.<\/p>\n<p>&#8216;Jij kent die omgeving,&#8217; zegt hij en er klinkt iets onheilspellends doorheen. &#8216;De Oudegracht, en dan had je de Strooisteeg. Daar had je een fabriek gehad, en dat was een talkfabriek. Daar stond de schoorsteen nog van en daar gingen wij altijd spelen. Daar lagen al die oude talkbussies. Daar kon je granaten van maken. Dan kwamen we helemaal wit thuis: nee, ik b\u00e9n niet in de talkfabriek geweest! En dan, en dat neem ik haar kwalijk, ik had liever een andere moeder gehad, dan zei ze, tenminste, \u00e9\u00e9n keer is dat gebeurd: ze zakte op een stoel neer en zei: o, mijn God, waaraan heb ik het verdiend om zulke kinderen te krijgen? En dan sta je daar te trillen van schuldgevoel. Papa heeft dat nooit gezegd. Die heeft ons wel ronduit staan uitschelden, maar hij heeft het nooit gezegd. Hij nam ons au s\u00e9rieux, in de zin van: kom hier, dan krijg je een klap voor je harses. Maar ja, je k\u00fant niet je ouders de schuld geven.&#8217;<\/p>\n<p><b>Nee. En allebei je ouders hebben het tij en het lot wel tegen gehad.<\/b><br \/>&#8216;Nou! Ecco! Nou, dat zeg ik altijd! Ik ben precies even oud als de Neurenberger rassenwetten, op de dag af. 15 september 1935. Wim Jens heeft dat voor me uitgezocht. En dan zo&#8217;n zwaarmoedig mens dat dacht dat papa haar wel zou beschermen.&#8217;<\/p>\n<p>Maar als ze twee jaar voor haar dood op bed heeft gelegen met borstkanker moet ze ontzettende pijn hebben gehad.<\/p>\n<p>&#8216;Ja.&#8217;<\/p>\n<p><b>Hadden jullie dat in de gaten?<\/b><br \/>&#8216;Ze heeft erge pijn gehad. En in het laatste stadium hebben ze haar morfine gegeven.&#8217;<\/p>\n<p>Peter kan even niet verder: &#8216;Nou ja. Nou ja. Hoe noemde jij je ouders? Papa en moeder en u.&#8217;<\/p>\n<p>Als Peter weg is om een pilsje te halen, zegt Sa\u00efda: &#8216;Het gekke is dat Peter altijd zegt: ik hield van op straat spelen, want onder volwassenen voelde je je nooit veilig. Terwijl ik het omgekeerde had. Als we op straat speelden, dacht ik altijd: ha, thuis is het veilig. Peter had het idee dat hij bij volwassenen op vijandelijk terrein was.&#8217;<\/p>\n<p>We komen op Annie Schmidt.<\/p>\n<p>&#8216;Ik was heel trots toen ik een tekening verkocht aan Annie Schmidt. Ze had hem gekocht en gevraagd of ik hem even kon brengen. En toen hebben we &#8216;s avonds zitten praten. En toen zei ik tegen haar: ik vind jou zo prachtig schrijven. Toen ik je nog helemaal niet kende had je een cabaretliedje gemaakt:<\/p>\n<p><i>Zondags, maandags door de weeks, <br \/>Iedere dag de Flodderreeks. <br \/>Hoe kweek ik kippen zonder snot? <br \/>Hoe leer ik leven zonder God? <br \/>Hoe leer ik spreken bij een graf? <br \/>Hoe leer ik het daarna weer af?<\/i><\/p>\n<p>Ik zei haar dat ik het zo prachtig vond en zo fijn dat ik haar nu eens oog in oog zag zodat ik het kon zeggen. Het gekke was: ze kon er helemaal niet tegen. Ik zei: wil je niet in je gezicht geprezen worden? Nou ok\u00e9, dan vind ik niks aan je hele werk. Ze kon er niet tegen!&#8217;<\/p>\n<p>Later zag hij haar veel vaker, bij hun wederzijdse beste vriendin Tamar.<\/p>\n<p>&#8216;Ja. Ik was zelfs vaak de gorilla. Bij voorbeeld toen het beeld van Simon (Carmiggelt) werd onthuld. Ik moest Renate duwen en Annie hield zich dan nog aan me vast. En ik m\u00f3\u00e9st mee, want Renate was altijd zo bang dat er ergens vijanden van haar waren: &#8220;Als Reinold Kuipers er maar niet is.&#8221; Dus dan moest ik altijd wel mee. Toen Simon in zijn kist lag, moest ik ook mee: &#8220;Want die hele familie zit mij natuurlijk te haten, en ik wil een bloemetje naast zijn kist leggen.&#8221; Nou ja, ok\u00e9, dacht ik, wat kan het m\u00edj schelen? En: het is je zusje.<\/p>\n<p>Want Renate is echt een grote gebeurtenis in mijn leven geweest. De eerste keer weet ik nog. Ik zit op Vrij Nederland, ik zit te tekenen. Iedereen heeft het altijd over Renate Rubinstein. Daar komt een mevrouw binnen met een rooie jas aan en een soort grote gevlochten tas. Kwekker-de-kwek. En ik vraag aan Jan Eyk wie dat was. Dat was nou Renate Rubinstein. Ja! &#8220;En hij is geweest en ze hebben hem niet herkend.&#8221;<\/p>\n<p>De grinnik voor speciale gelegenheden is weer hoorbaar. Vouwen in de wangen, alles rimpelt van vrolijkheid, en er is een onwaarschijnlijk aantal h\u00e8-h\u00e8-h\u00e8&#8217;tjes als steentjes die over het water ketsen.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"figure--left\">\n<figure id=\"post-127265 media-127265\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/1995\/09\/7ee7d75a-cb41-4e2b-8856-2eb55ba2ef93_45petervos1910_2331.jpg\" alt=\"\" border=\" \/><\/figure>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>&#8216;Ik ben \u00e9cht verlegen. Toch heb ik haar toen opgebeld: ja, ik vind \u00e9\u00e9n regel in dat stuk&#8230; Ja, je moet toch een aanleiding hebben? Toen dacht ik meteen: d\u00ed\u00e9 moet ik hebben, in de zin van: daar wil ik \u00e1lles van weten. Ik wil weten hoe dat l\u00f3\u00f3pt, daar in dat hoofd. Dat heb ik met sommige mensen, bij voorbeeld met een Latijnse leraar, Van Gool. Die man, die zei: als je op het Westen geori\u00ebnteerd bent, ben je eigenlijk geoccidenteerd. De eerste keer dat ik hem tegenkwam, bij het wisselen van klas, zei hij tegen mij: wilt u rechts houden op het noordelijk halfrond? Dat vond ik leuk. Omdat het zo mompelig klonk, zo van: zulke dingen zeg ik altijd. Dat was ook zo. Hij zei bijvoorbeeld: een ablativus absolutus, dat is een uitvinding van mensen die grammatica&#8217;s bouwen. Dat hoef je helemaal niet zo te noemen. Je kan ook altijd gewoon vertalen. Die termen hoef je helemaal niet te weten. Later, toen ik met Fritzi bevriend was geraakt, kwam hij naar Jagtlust fietsen, waar we woonden.&#8217;<\/p>\n<p>Nu laat Peter het dikke boek zien met bijdragen van alle Utrechtse letterkundigen en beeldend kunstenaars uit de jaren dertig. Een heel dierbaar boek dat hij ook als een soort baby koestert. Grote namen: Anton van Duinkerken (hij vult twee pagina&#8217;s, als enige), Jan Engelman, Pyke Koch, Kuitenbrouwer, Marsman, Antoon Coolen, Nijhoff, Wiegersma, Jozef Cantr\u00e9, Herman de Man en vele vele anderen. Ook de man die tientallen jaren zondagmiddag voor de Avro-microfoon een literatuurrecensie van twintig minuten verzorgde en daarmee de smaak van dat deel van Nederland langdurig bepaalde. P.H. Ritter junior. Peter Vos: &#8216;Je weet ook dat hij moest leven van het geven van lezingen? En dan had-ie afgesproken: lezing over het communisme, en of-ie tweedeklas mocht reizen en hoeveel hij kreeg en, o ja: a propos: moet het v\u00f3\u00f3r of tegen het communisme wezen?&#8217; Het zijn voornamelijk katholieken in het boek (het leest als een soort Almanach de Roma) maar daarvan wel het puikje.<\/p>\n<p>Bertus Aafjes staat er ook in. &#8216;Ken je dat boekje van Bertus Aafjes en Piet Worm, de tekenaar? Nee? Nou, er is door Het Spectrum een prachtig klein boekje van gemaakt, met goud erin. &#8220;Bid, kindje, bid.&#8221; Daar stond in: Dit boekje is gemaakt in schone vorm, door Bertus Aafjes en Piet Worm. En het eindigt met: En kinderen, bidt nu ook eens braafjes, voor Piet Worm en Bertus Aafjes. En toen had Jan Derks er voor zijn kinderen weer onder geschreven: &#8220;Wordt net zo vroom en kerks, \/ Als Jan Derks.&#8221; &#8216;<\/p>\n<p>Aan de kunstenaarsrelaties va zijn vader had de zoon in materieel opzicht niet veel. Maar mooie verhalen levert het wel op.<\/p>\n<p>&#8216;Ik ben een keer op bezoek geweest bij Pierre Kemp. Dat was toen ik een fietstocht door Limburg maakte. Papa kwam uit Maastricht en die had gezegd: als je daar bent en je ziet Pierre Kemp, wil je hem dan de groeten doen? Ik bel aan en word ontvangen door een dienstmaagd, die me ergens neerzet. Pierre Kemp komt binnen met zijn zwarte hoed op: zegt u maar waarmee ik u helpen kan, mijnheerke. Als het maar geen geld is. Ik zeg: ik wou u de groeten overbrengen van mijn vader, dat is Cornelis Vos.<\/p>\n<p>O ja. Jaja, zei Kemp.<\/p>\n<p>Later heeft-ie nog een brief gestuurd en een nummer van Maatstaf waar hij een lang gedicht in geschreven had, met een opdracht.&#8217;<\/p>\n<p><b>Dat zal hij toch niet met iedere voorbijkomende fietser hebben gedaan.<\/b><br \/>&#8216;Nou, dat zeg je nou, maar ik heb het nagegaan: dat deed-ie bij \u00ed\u00e9dere voorbijkomende fietser.<\/p>\n<p>Ik ben nu al ouder dan mijn moeder toen ze dood ging. En ik weet niet of ik het wel beleefd vind om ouder dan mijn vader te worden.<\/p>\n<p>Hou je van Frank Lodeizen? Ik ben g\u00e9k op Frank Lodeizen. Daar trok ik veel mee op en op een keer stort ik neer in Scheltema en zeg: Frank, ik kan niet meer tekenen. Zegt-ie: je hebt toch genoeg getekend? Ik barst z\u00f3 in huilen uit. Nee, echt waar. Ken je Cyril Lixenberg? Nou, ik kende Renate nog niet, maar Gerda (Rubinstein, het zusje, de beeldhouwster) w\u00e9l. Ik was een beetje verliefd op Gerda, maar ze zou gaan trouwen in Engeland omdat ze op iemand verliefd was geworden en ze was dus aan het pakken.&#8217; (Dit is een typische Peter Vos-zin.) &#8216;Shalom Lixenberg zat erbij en vertelde een verhaal. Hij was klein en hij zat in een jodenklasje in Engeland, en die liepen voorbij een kerstman. Op het moment dat Shalom passeert, doet die kerstman zijn baard naar beneden en zegt: ha, Shloom. De juffrouw is verontwaardigd en zegt tegen de kerstman: hoe kunt u dit nou doen? Kerstman zijn, als jood? Zegt die kerstman: a jid muss leben.&#8217;<\/p>\n<p><b>Laten we het hebben over het katholicisme en hoe katholiek jij bent. Wat je van dat katholicisme hebt meegekregen, of afgeschud, of overgehouden. Hoeveel zondebesef? Hoeveel Bonifatius en inquisitie zit er in je tekeningen?<\/b><br \/>Zondebesef komt niet uit de katholieke kerk, zegt hij &#8211; net iets meer nors dan corrigerend.<\/p>\n<p>Voor iemand die weet dat de zonden in de kerk zelfs onderverdeeld zijn en dat ze een interessant onderdeel vormen in het arsenaal van de katholieke priesters, een curieuze stelling, maar gelukkig heeft Vos een alternatief: &#8216;Nee, dat komt van je ouders.&#8217; Katholicisme is iets uitstekends voor beeldhouwers en schilders. &#8216;Nou kijk,&#8217; vervolgt hij, &#8216;je komt een katholieke kerk binnen. Daar staat tegen een pilaar iemand die is onthoofd. Maar hij is wel heilig. Nou, dan houdt-ie zijn hoofd in zijn handen. Maar hij is dus bisschop. Nou, dan heeft hij dus zo&#8217;n schijfje achter zijn hoofd. Nu is er ook een heilige Sinte Agatha. Die is gemarteld door middel van het afsnijden van haar borstjes. En die zie je dan zo met een bordje naast zich, alsof ze spiegeleieren opdient.&#8217;<\/p>\n<p><b>Niet duidelijk. Wat is er katholiek in je gebleven?<\/b><br \/>Goed, zegt Vos, die zich niet wil laten smeken. &#8216;Je komt als klein jongetje een katholieke kerk in. En die is helemaal versierd. Je hebt het gewoon leren vinden dat idee\u00ebn worden getekend, worden geschilderd, worden gebeeldhouwd. In een protestantse kerk wordt alleen uit de bijbel voorgelezen en dat is dus een woordkunst. Bij ons is het veel leuker. Ons? Bin ich nicht katholisch, bin ich doch stolz. Ja, het \u00eds heidendom, dus het sluit inderdaad meer aan bij de Romeinen dan die rare Luther.&#8217;<\/p>\n<p>Zonder merkbare aanleiding (hoogstens het laatste blikje pils) heft de tekenaar nu, gesteund door zijn vrouw, een lied aan dat op het eerste gehoor niet direct bij het vorige onderwerp aansluit. &#8216;Dit zong mijn vader dan,&#8217; zegt hij ter verklaring:<\/p>\n<p><i>Henri Polak is mijn neef <br \/>Op allebei mijn schoenen loop ik scheef <br \/>En als Henri Polak mijn neef niet was <br \/>Dan kreeg ik geen cent uit de weerstandskas!&#8217;<\/i><\/p>\n<p>Nu raakt hij door het dolle heen, en roept aan de hand van &#8216;Het schrijverke&#8217; Guido Gezelle, een rooms-katholiek priester, tot onze grootste dichter uit. Waar zal dit gesprek eindigen?<\/p>\n<p>&#8216;Dat boek dat ik voor mijn vader heb gemaakt, is een mooi boek. Ik bedoel nu niet het liber amicorum, maar het boek met pastiches. Maar dat is nu in Breda voor de tentoonstelling. Er staan portretten in van mama, eh&#8230; van papa, in de stijl van grote schilders en tekenaars. Een gedicht van Heine, een tekening van Lautrec, Hokusai, Saul Steinberg, middeleeuwse miniaturen. Ik dacht: dat vindt-ie leuk. En je voelt je schuldig, je voelt je toch schuldig. Ik heb er ontzettend hard aan gewerkt, zat op de Academie en na de uren daar zat ik op een ontzettend lullig kamertje op de Overtoom. Ik dacht: ik wil het hem voor Sinterklaas geven. Godverdomme, dit is wel emotioneel. En ik gaf het hem, het was een jaar v\u00f3\u00f3r zijn dood, en hij was er zo blij mee. Waarschijnlijk dacht-ie: dat vervelende kereltje kan toch wat. Ik w\u00e9\u00e9t niet wat hij dacht. Hij was drie jaar ouder dan ik nu ben. Het was echt goed gedaan.&#8217;<\/p>\n<p><b>De manier waarop je over je vader praat, doet me denken aan de roman en film van Singer, Yentl, die eigenlijk zichzelf alleen maar ontwikkelt voor zijn intussen gestorven vader, die hij ook zo nu en dan aanroept. Heeft dat presteren voor de gestorven vader bij jou ook zo&#8217;n rol gespeeld?<\/b><br \/>&#8216;Ik zal je vertellen: we hadden met zijn allen een klus voor Appie Heijn. Die bestond honderd jaar of zo. Ze hadden Pierre Jansen aangetrokken en die moest kunstenaars aantrekken om grafiek te maken. Iedereen die bij Albert Heijn werkte, de man in de witte jas, het meisje achter de kassa, ook Sa\u00efda&#8217;s broer die vrachtrijder voor ze is, mocht \u00e9\u00e9n prent uitzoeken. Charlotte Mutsaers deed mee, en Herman Berserik, Jeroen Henneman, geloof ik. De maximum-oplage van zo&#8217;n litho is duizend exemplaren. Ik geloof dat Sjoerd Bakker en ik de enigen waren die voltekend waren. Ik had vier litho&#8217;s gemaakt, elk in een oplage van duizend exemplaren. En ik moest er dus vierduizend afdrukken, Piet Clement stond me te helpen. Ik moest ze ook ondertekenen en was blij dat ik niet Toulouse-Lautrec heette, laat staan Henri de Toulouse-Lautrec-Monfa. Ik zei tegen Piet: goh, dat had mijn vader moeten zien. Toen zei Piet: dat zei Sjoerd Bakker ook.<\/p>\n<p>Mijn vader heeft altijd in mij geloofd, hoewel hij af en toe heel vervelend tegen mij deed, maar hij ging dood in 1955, toen tekende ik nog niet eens in Propria Cures. Aan de andere kant vond ik het ook wel eens hinderlijk dat hij, als er bezoek was, zo nodig moest zeggen: dit wordt de beste tekenaar van Nederland. Dat kan je niet zeggen waar een kind bij is! Het is zo erg dat die verhouding niet afgemaakt is, maar ik ben wel blij dat dat boek met die pastiches gelukt is.&#8217;<\/p>\n<p>Het is weer even stil. &#8216;Ik wil laten zien dat ik w\u00e9l een goede zoon ben, in tegenstelling tot wat h\u00edj denkt.&#8217;<\/p>\n<p><b>Maar hoe kom je erbij dat hij gedacht heeft dat je g\u00e9\u00e9n goede zoon was? Dat Paul en jij hem zo verzorgden als je vertelt, zal hem toch niet ontgaan zijn? En dat je kon tekenen kennelijk ook niet.<\/b><br \/>&#8216;Hij was een moeilijke zieke. En er was een vervelende achterban. De godsdienstleraar bijvoorbeeld, nam mijn oudere broer, de zwakste van ons twee\u00ebn, apart: &#8220;Als jij nog eens zo tegen je vader optreedt, dan sla ik je persoonlijk in mekaar.&#8221; En dat was een hele dikke kapelaan met zo&#8217;n boordje.<\/p>\n<p>Effe een pilsje pakken.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<figure id=\"post-127265 media-127265\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/1995\/09\/84d8f7a4-4a73-426d-a99a-69b2fed09f99_45petervos09101.jpg\" alt=\"\" border=\" \/><\/figure>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In 1995 werd Peter Vos ge\u00efnterviewd door Vrij Nederland. In dat jaar werd hij zestig, verscheen het boek &#8216;Peter Vos, tekenaar&#8217; en kwam er een tentoonstelling komt in de Beyerd in Breda. Een gesprek met Peter Vos (`Ik begrijp niet hoe ik aan mijn toevallige vrolijkheid kom&#8217;) gaat onder veel meer over katholicisme (`de uitbundigheid, het ongebreidelde&#8217;) maar ook over familie en vrienden, wat soms het zelfde is, zoals met Simon Carmiggelt, Fritzi Harmsen van Beek, Renate Rubinstein (`Renate is echt een grote gebeurtenis in mijn leven geweest&#8217;). En natuurlijk over tekenen. Vos is het best in vogels, `die zijn een beetje niet-serieus&#8217;. Maar allles gaat hem beter af, nu hij ouder wordt. `Routine is gewoon dat je het vak beheerst.&#8217;.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":295229,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,57,161,55],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Joop van Tijn","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127265"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127265"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127265\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Joop van Tijn","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media\/295229"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127265"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127265"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127265"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}