
 {"id":127237,"date":"1996-01-27T13:53:00","date_gmt":"1996-01-27T11:53:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/matt-dillon-een-man-to-die-for\/"},"modified":"1996-01-27T13:53:00","modified_gmt":"1996-01-27T11:53:00","slug":"matt-dillon-een-man-to-die-for","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/matt-dillon-een-man-to-die-for\/","title":{"rendered":"Matt Dillon, een man To Die For"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Kleine jongens worden groot, alleen duurt het soms wat lang voor het opvalt. Matt Dillon heeft er zeventien jaar en vierentwintig films over gedaan. Nu is hij geliefd bij vrouw, man en cinefiel.<\/p>\n<p>Matt Dillon is als acteur veel complexer en interessanter dan mijn romanpersonages, zei S.E. Hinton ooit. Zij kon het weten, want ze had hem persoonlijk gekozen voor de verfilmingen van haar bestsellers over &#8216;teenage spleen&#8217;: Tex, The Outsiders en Rumble Fish. Aan het resultaat was weinig van die complexiteit te zien, omdat de regisseurs meer ge\u00efnteresseerd waren in Dillons (inderdaad vrijwel perfecte) gezichtsarchitectuur dan in het verkennen van zijn binnenwereld.<\/p>\n<p>De cinema had er een nieuwe glamour boy bij die voor de camera&#8217;s opgroeide van puber tot adolescent tot volwassene. Hoewel hij meer rollen weigerde dan speelde, bleken die toch te vaak te veel van hetzelfde: personages met delinquente bolster en sensitieve pit. Op de opmerkelijke jukbeenderen en gewelfde bovenlip raak je geleidelijk ook uitgekeken. Ondanks al te sporadische suggesties van laconieke humor en dramatische intensiteit leek hij op zijn vierentwintigste al een has-been geworden, verdrongen door nieuwe pin-ups die zo mogelijk nog sneller kwamen en gingen.<\/p>\n<p>Eigenlijk ging de standaardkarakteristiek ook op voor de scorende drug addict in Gus Van Sants &#8216;independent movie&#8217; Drugstore Cowboy. Maar in die film kon Dillon voor het eerst een rol intelligent en verrassend nuanceren, met bizarre humor en onvermoede luciditeit en zonder moraliserende distantie. Film en spel werden in 1989 zeer geprezen en gevolgd door een aantal zeer diverse personages in overwegend marginale filmproducties van wisselende kwaliteit en succes. Ze leverden Dillon zonder uitzondering lovende recensies op. (Dat was niet genoeg voor Quentin Tarentino die de oorspronkelijk voor Dillon geschreven hoofdrol in Pulp Fiction gaf aan John Travolta, toen hij ruimere financiering kon krijgen.)<\/p>\n<p>Nu is er een nieuwe &#8216;high profile&#8217;-film en opnieuw van Gus Van Sant: To Die For. Dillon is de pizza bakkende echtgenoot van de weervrouw van een lokaal tv-journaal, die haar wederhelft ziet als obstakel met onvoldoende mediabenul voor haar promotie naar nationale beeldbuisroem. Dus laat ze hem afmaken en realiseert haar ambitie om mediapersonality te worden als moordenares.<\/p>\n<p>Hoewel Dillon hooguit een halve film in beeld komt, is een van de (vele) kwaliteiten van Van Sants zwarte satire dat die echtgenoot geen te verwaarlozen sukkel is, maar in een andere context een begerenswaardige partij zou zijn. Hoewel de producenten bang waren dat To Die For te tegendraads zou zijn voor publieksacceptatie, werd de film na het verrassende succes op de festivals van Cannes, New York en Gent, met goed gevolg toch groot uitgebracht (in Nederland na het internationale filmfestival van Rotterdam).<\/p>\n<p>Matt Dillon &#8211; inmiddels eenendertig &#8211; lijkt aan zijn zeventienjarige staat van dienst voor de camera weinig zelfbewustzijn te hebben ontleend. Hij plukt rusteloos aan zijn kleren en blijft met argwanende afweer zwijgen tot ik vraag of het gepermitteerd is te roken. Samen zullen we in de loop van het gesprek drie asbakken vullen.<\/p>\n<p>Hij praat op gedempte toon, slikt woorden half in op een manier die volgens kenners &#8216;Brooklynese&#8217; is, maar houdt me vooral bij de les met abrupte en lange denkpauzes die een autonoom leven leiden naast zijn zinsbouw. O ja, anders dan veel filmactrices en -acteurs die alleen in projectie prachtig lijken, is Matt Dillon \u00f3\u00f3k in levende lijve &#8211; zoals de Britse glossy Attitude op de cover meldde &#8211; &#8216;drop dead gorgeous&#8217;.<\/p>\n<p>Collega&#8217;s hebben me gewaarschuwd dat u de meest onwillige interviewpartner was die ze hadden meegemaakt.<\/p>\n<p>&#8216;Als ik niet wilde praten, zou ik hier niet zijn. Vraag maar op&#8230; Soms wordt het vervelend als er een nieuwe film is en je twintig interviews in twee weken moet doen en mensen tegenover je krijgt die zich in feite geen moer voor je interesseren en alleen gestuurd zijn door hun baas.<\/p>\n<p>Ik ben met acteren begonnen toen ik veertien was. Ik had er nooit over nagedacht dat ik interessant kon zijn voor de media en dat ik een tactiek moest ontwikkelen om daarmee om te gaan. Ik heb toen een aantal rotervaringen gehad, gedacht: ik kan beter niks zeggen, dan kunnen ze mijn woorden ook niet verdraaien. Daarna las ik over mezelf als iemand die almaar pruilend zat te zwijgen en zo stom was dat hij alleen kon praten als iemand anders de dialoog voor hem had geschreven. Een vriend van me zit in de journalistiek en zei dat ik een aantal anekdotetjes paraat moest hebben, waarmee ik de indruk wek dat ik me blootgeef en ondertussen niks wezenlijks onthul. Maar ik ben niet meer zo overgevoelig als toen ik jong was. Ik ben een bofkont die behoorlijk wordt betaald voor werk waarvan hij houdt. Er is niks om defensief over te zijn &#8211; maar wordt er \u00e9cht beweerd dat er met mij niet valt te praten?&#8217;<\/p>\n<p>Een behoedzame spreker, laat ik het zo zeggen.<\/p>\n<p>&#8216;Zelf heb ik het idee dat ik vaak maar raak praat. Om de stilte te vullen. Dan heb ik eigenlijk alles gezegd wat ik over een onderwerp heb te melden en denk: waar is de volgende vraag? Als die uitblijft, ratel ik maar door en verval in herhalingen. Ik ben ook iemand die veel dingen opkropt en \u00e1ls ze eindelijk naar buiten komen, lul ik me vast en begrijp mezelf niet meer. Dan val ik stil en lees later dat ik het image van het broeierige type wil ophouden&#8230; Zolang dat alleen in de pers is, valt daarmee te leven, maar ik zit in een vak waarin toch al zoveel etiketten worden geplakt. Typecasting is het ergste dat een acteur kan overkomen. Daarom heb ik liever dat het publiek niet al te goed weet wat het van me moet vinden. Ik ben een doodgewone jongen die een doodgewoon leven heeft. Het is toch al verbazend dat mensen er nieuwsgierig naar zijn, maar als ze menen te weten hoe ik in elkaar zit, zullen ze minder makkelijk rollen accepteren die daarmee niet in overeenstemming zijn. Dus hou ik het liever wat onbestemd. De enige reden waarom ik interessant ben voor de media is dat ik dit werk doe, dus vind ik dat ze eigenlijk alleen iets hoeven te weten over mijn werk.&#8217;<\/p>\n<p>Uit wat ik lees, lijkt u over dat werk ook niet erg mededeelzaam.<\/p>\n<p>&#8216;Ik wil best eerlijk zijn, maar moet ik dan vertellen hoe ik me voorbereid op een rol, wat voor research ik doe? Ik geloof niet dat mensen zulke verhalen willen horen, dat ze m\u00e9\u00e9r beleven aan films als ze weten hoe ze gemaakt zijn. Integendeel. Ik was een jochie toen ik The Exorcist zag en scheet in mijn broek van angst. Toen ik later zelf in films speelde, besefte ik dat tijdens de opnamen elke vijf minuten een stel grimeurs zich op Linda Blair had gestort om haar duivels-make-up bij te werken. Ik kon onmogelijk nog naar die film kijken zonder dat \u00f3\u00f3k te zien. Drie jaar geleden speelde ik in Singles een grungy muzikant, met haar tot over mijn schouders. Natuurlijk was dat een pruik, het zou een jaar hebben geduurd om het zo lang te laten groeien. Toen die film uitkwam, vroegen een heleboel journalisten of dat inderdaad mijn haar was en of ik zelf gitaar speelde. Het lijkt onnozel en aanstellerig om geen antwoord te geven, maar ik denk dat als het publiek leest dat ze zitten te kijken naar een playbackende vent met een pruik op, ze moeilijk nog kunnen geloven in de illusie.<\/p>\n<p>Ik heb maar in vier of vijf films geacteerd die niet in de tegenwoordige tijd speelden: voor rollen waarover ik geen informatie heb uit de eerste hand ontdekte ik dat het helpt om uit te vissen naar welke muziek in zo&#8217;n periode werd geluisterd en die dan veel te draaien. Dat helpt me trouwens ook om vat te krijgen op rollen die w\u00e9l in het heden spelen. Maakt dat iets duidelijk over hoe ik acteer, of betekent het alleen dat ik muziekliefhebber ben?&#8217;<\/p>\n<p>U bent een van de weinigen van uw generatie, althans degenen die als teenager in films debuteerden, die nu een status van serieus te nemen acteur hebben.<\/p>\n<p>&#8216;Serieus nemen &#8211; dat weet ik niet. Het is een kwestie van volhouden en hard werken en kieskeurig zijn om het punt te bereiken waarop je inderdaad wordt beoordeeld als acteur. Gewoon iemand die goed of slecht is in een rol. Ik heb nooit een ster willen worden, ik heb me altijd als acteur gezien die wilde communiceren, mensen wilde bereiken. En toen ze me lanceerden als teenage idol wist ik meteen dat ik dat n\u00ed\u00e9t wilde.<\/p>\n<p>Ik had nooit gedacht aan acteren, toen (talentenjager) Vic Ramos op mijn school mogelijke jongens kwam zoeken voor Over the Edge. In een schoolvoorstelling had ik de kleinste rol gedaan &#8211; drie woorden tekst &#8211; maar achteraf heb ik beseft dat ik in het dagelijkse leven voortdurend acteerde. Wat ze ook later hebben geschreven: ik was nooit een street punk. Ik kom uit een goed nest, een keurig middle class gezin, met zes kinderen en een stel huisdieren. Misschien wat minder bemiddeld dan anderen in onze omgeving. Op school was ik onhandelbaar, ik ben zo&#8217;n beetje van alle high schools in New York gestuurd. Thuis las ik heel veel, maar zodra een leraar huiswerk opgaf, werd ik dwars en drukte me. Ik was alleen goed in opstellen en in sport. Ik spijbelde vaak en trok op met de bad boys, leuke knullen maar tegen het delinquente aan. Ik heb nooit \u00e9cht meegedaan, daar was ik te schijterig voor &#8211; ik stond er bij en keek ernaar. Het meest criminele was dat ik wel eens wat uit een supermarkt heb gepikt. Voor de buitenwacht hoorde ik erbij, omdat ik er zo uitzag, me net zo kleedde als de rest. Toen er audities kwamen, dacht ik niet: wow, ik kan bij de film komen. Ik ging bijna nooit naar de bioscoop, mijn idolen zaten in de sport of rock-en-roll. Als het om een rol als boerenzoon was gegaan, had ik niet eens moeite genomen voor een screentest. Het was echt dat personage dat de doorslag gaf, de kans om het brutale straatjoch te zijn dat ik mijn hele leven &#8211; haha, ik was veertien! &#8211; had gerepeteerd en in wie ik me goed kon verplaatsen. Het klinkt een beetje soft: ik wilde begrip wekken voor dat personage. De rest interesseerde me niet.<\/p>\n<p>Na die opnamen lukte het helemaal niet meer op school. Niet dat de resultaten slechter werden, die k\u00f3nden niet slechter, eerlijk gezegd. Maar ik was toen het uitsloverige buitenbeentje dat niet meer werd geaccepteerd. Ook niet door de knullen die ik als mijn maten beschouwde. Ik wist best dat ik bij hen niet de blits kon maken dat ik in een film had gespeeld, maar ik had een naaktsc\u00e8ne gedaan en dacht dat het beter was om het ze te vertellen dan dat ze dat in de bioscoop zouden ontdekken. Dat was moeilijk, hoor, kun je het je voorstellen? De weinige vrienden die ik daarna over had, heb ik nu n\u00f3g. Daar ben ik dankbaar voor, zulke vrienden houden je in leven&#8230; Na On the Edge was ik gevraagd voor een rolletje in de Paramount-productie Little Darlings. Een meidenfilm: voor de premi\u00e8re bedacht iemand dat hij niet alleen aan het bedoelde publiek moest worden verkocht via identificatie met Kristy McNichol en Tatum O&#8217;Neal, maar ook met de knul in de film. Ze stuurden mijn foto naar teen magazines &#8211; volgens mij hebben ze die covers gewoon gek\u00f3cht, al hebben ze dat nooit verteld &#8211; en opeens was ik de zogenaamde pin-up. De poster boy voor wie een fanclub was opgericht nog voor de film rouleerde, waarin ik trouwens maar tien minuten meedeed. Dat was verdomd beangstigend. Ik werd in een richting geduwd die ik niet wilde. En niemand begreep dat ik dat niet wilde.&#8217;<\/p>\n<p>Waarom hebt u nooit in Hollywood gewoond?<\/p>\n<p>&#8216;Ik heb er ook weinig gewerkt. Toen ik de films van Francis (Coppola) deed, speelde ik met allemaal jongens die waren opgegroeid aan de westkust. Met vaders die acteur waren of een andere baan in de industrie hadden. Er viel best mee te werken, maar ik kon niet met ze praten. Ze hadden steeds de mond vol over contracten en billing en box office, allemaal dingen die mij niet interesseren. Ik ben blij dat er iemand is die dat voor me bijhoudt, want dat heeft niks te maken met waarom ik in dit vak zit. Acteren is voor mij vooral leren, werelden ontdekken waarmee ik anders nooit in contact zou komen. Als ik een musicus moet spelen, ga ik me in muziek verdiepen. Door Drugstore Cowboy heb ik William Burroughs leren kennen, dat is toch een voorrecht? Toen ik een dakloze schizofreen zou spelen in The Saint of Fort Washington heb ik psychiatrische pati\u00ebnten opgezocht. Ik zou willen dat iemand me een keer een arts liet spelen, dan kon ik medicijnen studeren.<\/p>\n<p>In Los Angeles kun je alleen w\u00e9rken. Toen ik daar filmde, kwam het wel voor dat ik een week geen opnamen had, dan wist ik nooit wat ik moest doen. Je kunt er niet wandelen, niemand l\u00f3\u00f3pt daar, er zijn geen concerten. Als er al een behoorlijke boekhandel is, heb ik die nooit kunnen vinden. Ik denk dat ik in Parijs zou kunnen wonen. Maar dan bedoel ik eigenlijk niet de stad waar ik nu met genoegen kom, maar het Parijs van de schrijvers &#8211; Hemingway, Camus. In die tijd was ik graag een vlieg tegen het behang geweest om hun gesprekken te kunnen afluisteren.<\/p>\n<p>In Amerika kan ik geen andere stad bedenken waar ik zou kunnen leven. In New York ben ik geboren, ik zit daar zelfs graag in de ondergrondse. New York is tenminste een plaats waar je werkloos kunt zijn zonder gek te worden. In Los Angeles wil iedereen alleen maar weten wat je nieuwe contract is, dat is al ziekmakend, maar als je dan geen contract h\u00e9bt, krijg je helemaal hangneigingen.&#8217;<\/p>\n<p>Er zullen tamelijk veel perioden van werkloosheid zijn, u speelt in relatief weinig films: gemiddeld \u00e9\u00e9n per jaar.<\/p>\n<p>&#8216;Zodra je een beetje succes hebt, word je voor van alles en nog wat gevraagd. Dat is verraderlijk, je kunt makkelijk overstag gaan voor het geld en alle mooie beloften. Ik moet echt enthousiast zijn om in een film te kunnen spelen. Ik kan niet beweren dat al mijn films even goed zijn geweest, maar de motieven om ze te doen waren wel altijd goed. Ze zeggen dat ik kieskeurig ben, maar als je de scripts zou zien die ik krijg toegestuurd, is er maar heel weinig dat het waard is om een halfjaar van je leven aan te geven. Daar moet ik een prijs voor betalen. Waarschijnlijk verdien ik minder dan anderen die wel happig zijn en zich laten leiden door commerci\u00eble overwegingen, maar dat is niet belangrijk.<\/p>\n<p>Acteren is het enige dat ik kan en graag doe: als je anderhalf jaar niet werkt omdat er niks is dat je aanstaat, dan ben je behoorlijk ongelukkig. Dan ga je twijfelen aan jezelf&#8230; Ik ben een aartstwijfelaar, dat is mijn grootste obstakel. Ik heb altijd veel beter geweten wat ik niet wilde dan wat ik wel wilde. En als wat je wilt ook nog dingen zijn die niemand anders in je ziet, word je erg onzeker. Er zijn perioden geweest waarin ik niet werkte, waarin ik constant zat te schrijven. Een soort brieven aan mezelf om me eraan te herinneren dat ik bestond, dat ik bestaansrecht had. Maar een mens wordt ouder &#8211; volwassen, zeg maar, ha, ha, ha &#8211; en je merkt dat je flexibeler wordt, dat de ergste woede voorbij is. De zuiverheid is weg, er zijn verworvenheden voor in de plaats gekomen &#8211; niet alleen materi\u00eble status, maar vooral een hoeveelheid kennis &#8211; waarvan je je niet meer kunt losmaken. Ik ben niet meer zo vrij als vroeger, of zo vrij als ik vroeger d\u00e1cht te zijn. Misschien wil ik die vrijheid ook niet meer. Ik ben niet in de wieg gelegd voor tevredenheid, gelukkig ben ik alleen als ik een goeie rol speel, ik zal altijd een zoeker blijven en geobsedeerd. Vroeger woonde ik in hotels omdat ik niet gebonden wilde zijn. In die tijd vrat ik me te pletter. Achteraf denk ik dat voedsel voor mij een thuis verving. Nu heb ik een huis in de Upper West Side. Ik geloof niet dat ik vastgebakken zit aan die plek, maar ik zal voortaan wel altijd een basis willen. Dan wordt het lastig om je killer instinct intact te houden.&#8217;<\/p>\n<p>Maar in uw keuzen blijft u een idealist.<\/p>\n<p>&#8216;Bedankt. Ik geloof, ik hoop dat ik van binnen nog steeds een idealist ben, maar ik denk dat een acteur nooit \u00e9cht idealistisch kan zijn. Je leest een scenario, begint aan de film met een bepaalde visie, maar een film maak je met zijn allen, je krijgt te maken met de visie van je regisseur, van andere acteurs. Als je niet tolerant kunt zijn, niet tot compromissen bereid, valt er niet te werken. Als hij goed genoeg is en sterk genoeg, is de filmmaker de enige die compromissen kan weigeren, een acteur nooit.<\/p>\n<p>Ja, ik zou mettertijd graag zelf regisseren. Maar het is toch allemaal al zo snel gegaan, dat moment komt nog wel. Nu heb ik wat meer zelfvertrouwen als acteur. Ik weet dat ik niet eindeloos op die ene gedroomde rol hoef te wachten. Ik ben acteur geworden om te acteren, om te werken. Dus speel je spelletjes met jezelf, zegt: okay, deze rol is het misschien niet helemaal, wie weet de volgende. Dat is niet eens een slechte manier om met je vak bezig te zijn. Ik heb de laatste tijd rollen gespeeld waaraan ik veel genoegen heb beleefd en waarvan ik heb geleerd en dat waren toch rollen die ik vroeger beslist had geweigerd. Een heleboel ogenschijnlijk dappere dingen die iemand doet, zijn alleen compensatie voor de dingen die hij n\u00ed\u00e9t doet omdat hij er bang voor is.<\/p>\n<p>Toen ik een jaar of twintig was, wilde ik nooit romantische rollen &#8211; ook omdat de scripts niet bijster opwindend waren &#8211; omdat ik wilde ingaan tegen de opvatting die mensen over me hadden. Zodra ik me daar niet langer druk over maakte, besefte ik dat ik zeer geschikt zou zijn voor liefdesfilms. Als acteur ben ik een groter romanticus dan in mijn eigen leven. Ik zal mezelf nooit de ideale boyfriend noemen. Soms geef ik mezelf op mijn lazer dat ik nog steeds alleen ben, denk: kijk naar Paul Newman, al honderd jaar getrouwd met een prachtige vrouw en met een stel kinderen, die heeft het voor elkaar. Maar als ik me dan al het geregel en de complicaties die bij een relatie komen kijken voorstel. Ik ben zelf al moeilijk genoeg &#8211; en ik val altijd op moeilijke vrouwen die me ultimatums gaan stellen. In je eentje ben je minder eenzaam dan in een relatie die niet werkt.&#8217;<\/p>\n<p>Dat etiket van de mooie jongen of mooie man blijft hangen. Door de rollen die u nu speelt misschien niet meer als idool van tienermeisjes, wel het sekssymbool van dames en heren die de fanclubfase ontgroeid zijn.<\/p>\n<p>&#8216;Christus! (Regisseur) Gus Van Sant was geloof ik de eerste die vertelde dat ik goed viel bij mannen. Of Robert Mapplethorpe, toen hij me vroeg om te poseren. Daar had ik nooit over nagedacht. Als je wilt communiceren met anderen moet je eerst hun aandacht hebben. Misschien is het beter dat je die aandacht krijgt omdat ze graag naar je kijken dan dat je je enorm moet aanstellen om te laten merken dat je er ook bent. Het is in elk geval geen handicap, al leidt het soms tot vooroordelen. Tot Hollywood me ging verkopen als teenage idol had nooit iemand van me gezegd dat ik mooi was. Die jukbeenderen heb ik altijd gehad, maar er waren vroeger nooit buurvrouwen of tantes die zeiden: goh, wat een knap knulletje. Wat ze wel zeiden van mijn broers. Er was een spelletje, waarbij de meisjes moesten wegrennen en een zoen geven als je ze inhaalde. Voor mij liepen ze altijd veel harder weg dan voor de anderen. Als ik in de spiegel kijk en een goede dag heb, zie ik iemand die er wel mee door kan, beslist geen echt knappe kerel.<\/p>\n<p>Ik kan me echt niet druk maken over mijn uiterlijk. Iemand met een bochel en bloemkooloren zal misschien zeggen: jij hebt makkelijk praten; en dan heeft hij nog gelijk ook. Ik train &#8211; ongeregeld, daarin ben ik net zo inconsequent als met alles &#8211; niet om er goed uit te zien, maar om me goed te v\u00f3\u00e9len. Vroeger was ik enorm in mijn wiek geschoten als ze zeiden dat ik een sekssymbool was. Tot ik dacht: wat betekent dat eigenlijk? Ik heb niemand getroffen die een definitie kon geven. Nou?! Zie je wel, het betekent geen reet. Dus hoef ik me er niks van aan te trekken.<\/p>\n<p>Ik heb een agent wiens vak het is om daarmee bezig te zijn, mijn vak is acteren. Als je h\u00e9m zou spreken, zegt hij vast dat ik me niet laat adviseren, maar dat is niet waar. Vroeger verklaarde hij me voor gek wanneer ik off-Broadway toneel ging spelen, omdat ik mogelijk een prachtfilm moest laten schieten als ik wekenlang in een zaaltje met honderd plaatsen acteerde. Nu snapt hij wat ik wil en ziet dat ik er op mijn manier ook kom, al lijkt er geen patroon in te zitten. En ik knoop wel degelijk in mijn oren wat hij zegt. Voor hem is elke rol &#8220;een stap in mijn carri\u00e8re&#8221; en liefst een stap omhoog. Voor mij nooit de enige reden om iets te doen, maar het speelt wel mee in mijn overwegingen. Ik heb te veel &#8220;vuil-T-shirt&#8221;-rollen gespeeld, die zal ik niet snel meer accepteren. Je krijgt heel makkelijk een image van de broeierige macho, het is verdomd lastig om er weer vanaf te komen. Dat hebben veel acteurs van mijn generatie gemerkt, het is fucking killing om altijd hetzelfde te moeten spelen. Ik denk dat acteren het enige vak is waarbij dat gebeurt: een atleet die begint bij de junioren raakt binnen een paar jaar vanzelf dat etiket weer kwijt. Als acteur blijf je toch tien lang teenage idol, of de stoere bink tot je reuma hebt.<\/p>\n<p>Een van de goeie kanten van acteren is dat ouder worden winst is, je mogelijkheden worden steeds groter en de rollen zijn ook interessanter. Als je probeert om dertig jaar hetzelfde smoel te houden, kap je al die kansen op nieuwe en andere dingen af&#8230; Dat risico zal ik nooit lopen. Ik rook te veel, volgens mijn dokter takel ik sneller af dan de meesten. Soms zie ik een foto van mezelf die nog maar een paar jaar oud is, het verschil is inderdaad enorm.&#8217;<\/p>\n<p>Nog zo&#8217;n etiket: Matt Dillon speelt alleen in acommerci\u00eble films.<\/p>\n<p>&#8216;Vroeger wilde ik van commercie niks weten, maar ik heb inmiddels doorgekregen dat die niet helemaal verwaarloosd kan worden. Ik kan wel stellen: ik wil alleen goeie rollen spelen, maar het is nu eenmaal zo dat je zulke rollen eerder krijgt als je een bepaalde marktwaarde hebt. En als ik geloof in een film, wil ik dat die film ook wordt gezien. Het stak t\u00f3ch toen ik een journalist tegenover me kreeg, die zei dat To Die For mijn comeback was. Ik heb de laatste twee jaar in zeven films gespeeld, misschien wel voor het eerst continu gewerkt. In plaats van te denken: die lul moet de bioscoopagenda beter bijhouden, is dan toch mijn eerste reactie: ik had me alle moeite dus kunnen besparen. Niet waar: als je in low-budgetfilms speelt, hoef je geen kassarecords te breken om een gezonde investering te zijn. Je status lijdt alleen maar als je geassocieerd wordt met een flop. Voor het publiek werkt dat misschien anders &#8211; dat weet ik niet &#8211; maar binnen het vak is iedereen zich wel degelijk bewust van je succes, commercieel of artistiek, hoe relatief dat ook is. Er zijn tijden geweest dat ik minder hot was, maar er bleven altijd regisseurs die met me wilden werken. Na Drugstore Cowboy was het voor hen een stuk makkelijker om me geaccepteerd te krijgen bij producers of aandeelhouderscommissies. Hoewel bij voorbaat juist van d\u00ed\u00e9 film werd gesteld dat het de stomste carri\u00e8rezet was die ik kon doen.&#8217;<\/p>\n<p>U bent duidelijk over waarom u iets niet doet. Wat geeft de doorslag om een rol wel te spelen?<\/p>\n<p>&#8216;Ik probeer afwisseling te zoeken. Als ik een tragisch personage heb gespeeld, zal ik daarna eerder een komedie of een wat lichtere film kiezen. Ook omdat zo&#8217;n rol altijd bezit van je neemt, zodat je moet revalideren. Misschien omdat ik schrijf &#8211; of zou willen schrijven &#8211; ben ik niet echt ge\u00efnteresseerd in de mechanica van het filmen. Er zijn acteurs die het spannend vinden om rond te hangen op de set, terwijl die wordt uitgelicht of camerabewegingen worden geoefend. Ik word daar doodmoe van, ik zou het liefst steeds doorgaan met acteren. Ik houd vooral van goedgeschreven dialogen, omdat ik zelf niet zo best praat. Hoewel&#8230; ik vind dat het nu best aardig gaat. Heb niet het hart om nee te zeggen! Toch is het een stimulans als je merkt dat de regisseur technisch wat anders probeert te doen. Je hoeft maar in een paar films te hebben gespeeld om door te krijgen hoe ze in het algemeen worden gemaakt. Coppola heeft mij bij Rumble Fish echt niet in vertrouwen genomen en gezegd dat hij een afwijkende film wilde maken, maar ik zag dat hij beelden tot stand bracht die niet zomaar registratie waren. Het idee dat je een bijdrage mag leveren aan iets speciaals, dat is&#8230; eh, passionerend.<\/p>\n<p>Wat mij vooral interesseert zijn de personages, de karakterstudie, ik heb liever dat de mensen het verhaal zijn dan dat het verhaal de mensen dirigeert. Al is het soms best spannend om binnen beperkingen te werken. A Kiss Before Dying was een thriller, een melodrama, gebouwd op plotwendingen en ontknopingen. In zo&#8217;n rol kun je nooit stellen: misschien werkt het beter om de sc\u00e8ne heel anders te spelen &#8211; dan klopt de structuur niet meer. Het is goed als je dan een regisseur hebt met een gerichte visie, maar je hebt dus minder vrijheid dan bij bijvoorbeeld Drugstore Cowboy, die meer aandacht geeft aan mensen dan aan de intrige. Ik kende Gus Van Sant van tevoren niet. Ik vond hem meteen aardig, maar het waren vooral de rol en de spanning tussen de personages die me aanspraken. Het idee: hier kan ik \u00e9cht mijn tanden in zetten, spitten in de vent die ik moet spelen. Vervolgens ontdekte ik pas hoe Gus werkte, zo anders dan ik was gewend, en toen kwam er het gevoel bij: misschien zijn we iets echt unieks aan het maken.<\/p>\n<p>Ik heb gemerkt dat ik het beste werk met filmers die zelf het scenario hebben geschreven of ontwikkeld. Die zijn het meest bezield en duidelijk in wat ze willen, maar ze geven je ook vaak meer kans voor improvisatie, omdat ze het kader kennen waarbinnen je vrijheid kunt nemen. To Die For is in opzet misschien meer &#8220;Hollywood&#8221; dan andere films die ik de laatste tijd heb gedaan, toch bleek het in het werk geen verschil te maken, omdat Gus in elke omstandigheid een unieke regisseur blijft. Het was heel goed materiaal &#8211; met zwarte humor kun je erg in de fout gaan &#8211; maar toen ik het scenario las, was het gelikter dan ik had gedacht. En de film blijkt helemaal n\u00ed\u00e9t gelikt, hij is camp, terwijl niemand van ons wist dat we op die manier zouden overkomen. Nicole Kidman is op film veel grappiger dan we op de set hadden gemeend, zelf had ze vaak niet eens door dat ze komisch werkte.&#8217;<\/p>\n<p>Wel in een vuil T-shirt, maar een heel mooie rol vond ik The Saint of Fort Washington.<\/p>\n<p>&#8216;Die film is me dierbaar, al is hij misschien niet geworden wat hij had kunnen zijn. Ik heb door die rol kanten van de samenleving leren kennen, sociale problemen, die voordien alleen een krantenbericht waren. Toen heb ik waardering gekregen voor de politie &#8211; dat had ik vroeger nooit kunnen denken. Ze bleken alle zwervers bij naam te kennen, waren op de hoogte van hun omstandigheden en in staat om normaal met ze te praten. Natuurlijk waren ze \u00f3\u00f3k machteloos om echte steun te bieden. Ik ben zo kwaad geworden om wat ik allemaal zag aan ellende dat ik er soms bijna in stikte. Voor mezelf was de research voor die rol een hele opluchting. Misschien ben ik hartstikke neurotisch &#8211; net zo erg als iedereen, weet ik veel &#8211; maar ik ben n\u00ed\u00e9t gestoord. Daar maakte ik me vroeger nogal zorgen over. Ik praat altijd in mezelf &#8211; soms lijkt het wel een senaatsdebat in mijn kop &#8211; en ik dacht, dat is niet zoals het hoort. Maar zolang alleen je eigen stem klinkt is er niks mis, het is pas foute boel als je anderen hoort praten. Het is bij mij meestal een soort pep talk: laat je niet kisten Matt, je kunt het best. Zulke kreten. Alsof ik mezelf tot mijn eigen medeplichtige maak.<\/p>\n<p>En het was ook fantastisch spelen met Danny Glover. Ik heb niet vaak de kans gehad om te werken met oudere acteurs: Richard Crenna in The Flamingo Kid. Vooral Gene Hackman in Target, Max von Sydow in een paar sc\u00e8nes van A Kiss Before Dying en Danny dus in The Saint. Al die keren gaven ze me het gevoel dat we echt met elkaar werkten. Voor veel acteurs van mijn leeftijd lijkt acteren competitie. Nicole behandelt je alsof jij dankbaar moet zijn dat je met haar in hetzelfde beeld mag verschijnen, misschien was dat haar inleving in de rol. Ik heb ook een gezond ego, maar in dat soort wedstrijdjes ben ik niet goed. Ik acteer omdat ik wil geven en dat is lastig als je tegenspelers treft die daar niet voor openstaan, die het niet uitmaakt wat je doet. Maar die veteranen zijn gul en open en altijd positief. Ik heb nooit over mezelf gelezen dat iemand mij een gulle acteur vond, misschien h\u00e9b ik nog niet veel te geven, moet ik daaraan heel hard blijven werken. Als je vraagt: wat is je ambitie &#8211; dat vragen journalisten toch altijd? &#8211; dan is die niet: beroemd worden. Ik heb daarvan geproefd en het smaakte naar niks. Mijn ambitie is om een ouwe acteur te worden.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kleine jongens worden groot, alleen duurt het soms wat lang voor het opvalt. Matt Dillon heeft er zeventien jaar en vierentwintig films over gedaan. Nu is hij geliefd bij vrouw, man en cinefiel.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[2207,253,9,269],"tags":[3217,783],"acf":[],"author_name":"Ab van Ieperen","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127237"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127237"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127237\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ab van Ieperen","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127237"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127237"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127237"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}