
 {"id":127209,"date":"1996-08-03T15:38:00","date_gmt":"1996-08-03T13:38:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/wat-bracht-het-irt-in-ecstasy\/"},"modified":"1996-08-03T15:38:00","modified_gmt":"1996-08-03T13:38:00","slug":"wat-bracht-het-irt-in-ecstasy","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/wat-bracht-het-irt-in-ecstasy\/","title":{"rendered":"Wat bracht het IRT in ecstasy?"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland\/Utrecht is in zijn bezeten jacht op de top van de criminele Delta-organisatie heel ver gegaan. Nog verder dan het op de markt laten verdwijnen van enorme hoeveelheden marihuana. Het IRT fungeerde vanaf 1992 als beschermheer van een bende die miljoenen XTC-pillen verkocht. Ook door het ongemoeid laten van deze groepering hoopte het IRT uiteindelijk meer zicht te krijgen op de directie van Delta. Om dezelfde reden liet het team zelfs de daders met rust van de bomaanslag op hasjhandelaar en politie-informant Jaap van der Heiden.<\/p>\n<p>Dezelfde verdachten pleegden korte tijd later een tweede moord, die tot nu toe ook onbestraft bleef. En zelfs mogelijk een derde moord. Toen Jaap van der Heiden, handelaar in cannabisproducten, op 10 april 1993 zijn woning in de Alkmaarse binnenstad verliet, werd hij opgeblazen met een op afstand bediend explosief dat in een plastic tasje aan zijn voordeur hing. Het was een wraakactie, een reactie uit het criminele milieu op het hardnekkige gerucht dat Van der Heiden aan concurrentievervalsing deed door de politie zo nu en dan te tippen over de activiteiten van collega-drugshandelaren.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>De aanslag werd nooit &#8216;opgehelderd&#8217;, zoals de offici\u00eble verklaring wil doen geloven. Maar dat is niet waar. Politie en justitie weten precies wie de aanslag op hun geweten hebben.<\/p>\n<p>In het geheime deel III (&#8216;Staatsgeheim ZEER GEHEIM&#8217;) van het rapport van de commissie-Wierenga, die twee jaar geleden een onderzoek instelde na de opheffing van het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland\/Utrecht, zegt de Alkmaarse officier van justitie mr. C.P.A.C. Van Riel: &#8216;De dadergroep van Delta en de dadergroep van Van der Heiden waren namelijk dezelfde.&#8217;<\/p>\n<p>En ook brigadier R. Gooijer, die tot eind 1993 werkzaam was voor het IRT als projectco\u00f6rdinator van de tactische recherche, vertelde de commissie-Wierenga achter gesloten deuren hoe de zaak in elkaar zat. &#8216;Er is in Alkmaar een moord gepleegd op een meneer Van der Heiden. In het onderzoek dat wij gedaan hebben, kunnen we denk ik aantonen welke mensen daarbij betrokken zijn geweest, zonder te bewijzen wie nou exact de moord heeft gepleegd, althans wie op de knop heeft gedrukt.&#8217;<\/p>\n<p>De daders van de Alkmaarse voordeurbommoord, nog steeds op vrije voeten, zijn volgens verschillende bronnen &#8211; die anoniem willen blijven &#8211; ook verantwoordelijk voor de liquidatie van Danny Leclere. De Belgische chemicus, die zijn scheikundige kennis in dienst stelde van de grootschalige aanmaak van synthetische drugs, werd op 20 mei 1993 &#8211; anderhalve maand na de aanslag op Van der Heiden &#8211; doodgeschoten aangetroffen in zijn auto op de ringweg van Amsterdam.<\/p>\n<p>Vertrouwelingen van Leclere zeggen dat hij kort voor zijn dood een nerveuze en gespannen indruk maakte, en dat hij van plan was &#8216;eruit te stappen&#8217; en naar de politie te gaan met informatie over de aanslag op Van der Heiden.<\/p>\n<p>Er zou nog een dode vallen.<\/p>\n<p>In het najaar van 1993, de IRT-affaire was nog niet losgebarsten, trok commissaris J. Wilzing, directeur van de toenmalige Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) door het land met een sombere boodschap: het gaat niet goed met de bestrijding van de georganiseerde misdaad.<\/p>\n<p>Dat was &#8211; toen nog &#8211; nieuws.<\/p>\n<p>Maar Wilzing, normaal gesproken niet afkerig van de aandacht van de media, hield de pers dit keer op afstand. Zijn lezingen hadden een besloten karakter en waren uitsluitend bedoeld voor een select gezelschap van collega-politiemensen, leden van het openbaar ministerie en vertegenwoordigers van het openbaar bestuur.<\/p>\n<p>Achter gesloten deuren betoogde de directeur van de CRI dat grote en kostbare opsporingsonderzoeken, waarvan de resultaten in de media vaak worden gepresenteerd als belangrijke successen in de strijd tegen de oprukkende georganiseerde criminaliteit, in werkelijkheid nauwelijks rendement hadden.<\/p>\n<p>Als politie en justitie vol trots spraken van het &#8216;oprollen&#8217; of &#8216;ontmantelen&#8217; van een criminele organisatie, zei de CRI-directeur, was er vaak niet meer dan een plaagstootje uitgedeeld. De illegale handel ging gewoon door; het uitschakelen van vermeende criminele kopstukken leidde volgens Wilzing niet automatisch tot het failliet van een misdaadonderneming.<\/p>\n<p>Een van de treurige voorbeelden die de commissaris aanhaalde, betrof de XTC-bende van Ton van D., die begin 1992 was &#8216;ontmanteld&#8217; door het IRT Noord-Holland\/Utrecht.<\/p>\n<p>De XTC-zaak, de omzet van de pillenhandelaren liep in de honderden miljoenen, gold als het belangrijkste succes van het toen nog niet in opspraak geraakte IRT, het was de eerste &#8216;grote klapper&#8217; van het Interregionaal Recherche Team.<\/p>\n<p>Maar Wilzing liet bijna twee jaar na de invallen en arrestaties weten dat hij niet onder de indruk was van het resultaat: &#8216;Insiders hebben mij laten weten dat de XTC-organisatie nog steeds voor meer dan driekwart functioneert. In dezelfde branche en met dezelfde productielijnen.&#8217;<\/p>\n<p>De CRI-directeur hoopte dat er door zijn analyse wat meer zou worden nagedacht over de effectiviteit en het rendement van de misdaadbestrijding.<\/p>\n<p>Wat Wilzing eind 1993 niet wist, was dat het voortbestaan van de XTC-bende juist niets te maken had met een falend optreden van politie en justitie. Het was uitdrukkelijk de bedoeling geweest van het IRT dat deze criminele organisatie niet in zijn geheel zou sneuvelen.<\/p>\n<p>De drie hoofdverdachten, Ton van D., Ronald van E. en de Belg Danny Leclere, die na hun arrestatie door de politie en het openbaar ministerie waren afgeschilderd als de &#8216;kopstukken&#8217; van de bende, behoorden in werkelijkheid tot het middenkader van de criminele organisatie. Zij waren de bedrijfsleiders van het Rotterdamse filiaal.<\/p>\n<p>De Amsterdamse vestiging van de XTC-bende werd in februari 1992 opzettelijk met rust gelaten, een specialiteit van het IRT. Deze strategie, die er simpelweg op neerkwam dat het team criminelen ongehinderd hun gang liet gaan in de hoop wat meer zicht te krijgen op hun handelskanalen en -contacten, ontaardde uiteindelijk in de IRT-affaire.<\/p>\n<p>Het voortbestaan van het Amsterdamse XTC-filiaal diende hetzelfde hogere doel als het doorlaten van partijen softdrugs door het IRT: de ontmanteling van de Delta-organisatie.<\/p>\n<p>In het openbaar is nooit toegegeven dat er een verband bestaat tussen de (Rotterdamse) XTC-zaak en het Delta-onderzoek van het IRT naar de criminele erfgenamen van &#8216;maffiabaas&#8217; Klaas Bruinsma (alias de Dominee), die in 1991 was doodgeschoten in Amsterdam.<\/p>\n<p>Maar in het geheime deel III van het rapport van de commissie-Wierenga staat het zwart op wit. Daarin zegt de voormalige teamleider van het IRT, de Utrechtse commissaris A. Lith: &#8216;Wij waren er allang achter dat Bruinsma niet de meest belangrijke persoon was, maar dat er wel sprake was van verwevenheid van die organisatie met de bovenwereld. Bij onder meer de XTC-zaak (cursivering redactie) was het duidelijk dat het een uitvloeisel was van de organisatie-Bruinsma.&#8217;<\/p>\n<p>Het IRT wilde maar \u00e9\u00e9n ding: de arrestatie van Bruinsma&#8217;s vermeende opvolgers, de drie godfathers van het volgens politie en justitie grootste en gevaarlijkste misdaadsyndicaat van Nederland, Delta: voormalig seksclubuitsmijter Eti\u00ebnne U., pornohandelaar Charles G. en advocaat John E.<\/p>\n<p>Om d\u00e1t te bereiken, was het IRT tot veel bereid.<\/p>\n<p><b>Een begrafenisverlof (onvoorspelbare afloop)<\/b> <br \/>Op 17 maart 1992, een maand na zijn arrestatie, kreeg de Belgische hoofdverdachte in de XTC-zaak, de chemicus Danny Leclere, verlof van de rechtbank om in Belgi\u00eb de begrafenis bij te wonen van zijn grootmoeder.<\/p>\n<p>Dat Leclere werd toegestaan het huis van bewaring te verlaten en ook naar het buitenland te reizen, leek op zijn minst een ongelukkige beslissing. Het onderzoek van het IRT was in volle gang en alle aangehouden verdachten zaten op dat moment &#8216;in beperking&#8217; wat inhield dat ze in het huis van bewaring geen contact met de buitenwereld of hun medegedetineerden mochten hebben: geen radio en televisie, geen kranten, geen post, geen telefoon, geen bezoek (behalve van hun advocaten). Deze beperkende maatregelen moesten voorkomen dat ze op de een of andere manier het politieonderzoek zouden belemmeren.<\/p>\n<p>En t\u00f3ch mocht Leclere, zonder politie-escorte, naar buiten om zijn oma te begraven.<\/p>\n<p>Zijn borgsom werd vastgesteld op honderdduizend gulden, een nogal onbenullig bedrag in vergelijking met de drie- tot vijfhonderd miljoen gulden die de bende volgens de politie sinds 1990 had verdiend aan de handel in liefdespillen.<\/p>\n<p>Maar oma Leclere moest het op haar laatste gang zonder haar kleinzoon Danny stellen, wat de domste leerling van de politieschool natuurlijk had kunnen voorspellen.<\/p>\n<p>Minstens zo vreemd was dat het IRT geen klopjacht opende toen de hoofdverdachte niet op het afgesproken tijdstip van verlof terugkeerde.<\/p>\n<p>Leclere hoefde dan ook niet echt onder te duiken.<\/p>\n<p>Hij liet een baardje staan, droeg een vervalst Brits paspoort op zak, maar vertoonde zich in Nederland, waar zijn vriendin woonde, regelmatig in het openbaar. Hij voelde zich kennelijk zo op zijn gemak voor de politie dat hij gewoon een hamburger ging halen bij McDonald&#8217;s aan de boulevard van Scheveningen.<\/p>\n<p>Ook verbleef hij vaak in Belgi\u00eb, waar hij nota bene werd gezocht in verband met een nog uit te zitten oude gevangenisstraf van tien jaar wegens handel in hasj. Maar ook hier liet de politie hem opvallend met rust.<\/p>\n<p>De reden lijkt voor de hand te liggen.<\/p>\n<p>Leclere kon het IRT aan waardevolle informatie helpen. Door hem te achtervolgen en te observeren, zou het rechercheteam alleen maar meer te weten komen over de Delta-organisatie.<\/p>\n<p>Het is zelfs niet uitgesloten dat Leclere samenwerkte met het IRT. Waarom kreeg hij zo makkelijk toestemming om naar een begrafenis te gaan? Ook de ontspannen manier waarop de voortvluchtige Belg door het openbare leven ging, duidde op een onderonsje met de politie.<\/p>\n<p>Er is nog een belangrijke aanwijzing voor dubbelspel. Toen het IRT begin 1992 in actie kwam tegen de XTC-bende, nam het team een deel van de grondstoffen voor de pillenproductie in beslag. Dat gebeurde op verschillende lokaties die volgens de andere verdachten alleen Leclere kende.<\/p>\n<p>Het productielaboratorium van de XTC-bende heeft het IRT nooit gevonden. Maar misschien was dat wel de bedoeling om te voorkomen dat het Amsterdamse filiaal, de gedroomde link naar de Delta-top, in zijn voortbestaan zou worden bedreigd.<\/p>\n<p>Het laboratorium was, zegt een bron uit de onmiddellijke omgeving van Leclere, enkele dagen voor de invallen van het IRT overgebracht naar een nieuwe lokatie, een &#8216;bunkerachtig gebouw zonder ramen&#8217; in de polder bij Almere.<\/p>\n<p>&#8216;Het deed denken aan een coca\u00efnefabriekje in Zuid-Amerika. De mensen die er werkten, zaten een paar dagen achtereen opgesloten, mochten niet naar buiten. Sommigen kregen last van hun luchtwegen vanwege het stof en de dampen.&#8217;<\/p>\n<p>Al in de zomer van 1992, nog geen halfjaar na het &#8216;oprollen&#8217; van de XTC-bende, draaide de pillenproductie weer op volle toeren. Onder leiding van Danny Leclere.<\/p>\n<p><b>Nog een hoofdverdachte op vrije voeten<\/b><br \/>Op 22 juni 1992 ontsnapte de tweede hoofdverdachte, Ton van D., uit het huis van bewaring. In al haar eenvoud behoort deze ontvluchting misschien wel tot de mooiste uit de penitentiaire geschiedenis.<\/p>\n<p>Twee &#8216;ge\u00fcniformeerde agenten&#8217;, in het bezit van een door de officier van justitie ondertekend &#8216;lichtingsbriefje&#8217;, kwamen Van D. uit het huis van bewaring ophalen, zogenaamd voor een verhoor op het politiebureau.<\/p>\n<p>Ze kregen hem onmiddellijk mee.<\/p>\n<p>Dat bewuste lichtingsbriefje is nooit meer boven water gekomen. Normaal gesproken blijft zo&#8217;n formulier achter in de administratie van het huis van bewaring of de gevangenis, maar in dit uitzonderlijke geval is het spoorloos verdwenen.<\/p>\n<p>Over de precieze achtergronden van deze bevrijdingsactie doen verschillende geruchten de ronde.<\/p>\n<p>Het Amsterdamse filiaal van de XTC-bende zou Ton van D. uit het huis van bewaring hebben gehaald, omdat ze hem om zijn kennis en organisatietalent hard nodig hadden in verband met de continu\u00efteit van de pillenhandel.<\/p>\n<p>Ook wordt gezegd dat Leclere de ontsnapping organiseerde omdat hij zich aan zijn &#8216;oude kameraad&#8217; Van D. verplicht voelde en hij hem gewoon uit vriendschap wilde helpen.<\/p>\n<p>Het waagstukje zou Leclere volgens intimi &#8216;minstens enkele tonnen&#8217; hebben gekost.<\/p>\n<p>Toch valt het moeilijk te geloven dat de ontsnappingsactie dreef op alleen maar briljant acteertalent of keiharde bluf van twee criminelen in gehuurde politiepakken. Was er sprake van hulp van binnenuit, van corrupte bewaarders? Of waren het helemaal geen nepagenten en was het, spoorloos verdwenen, lichtingsbriefje een authentiek document, ondertekend door een echte officier van justitie?<\/p>\n<p>De resultaten van het onderzoek van de rijksrecherche naar de ontsnapping van de tweede hoofdverdachte zijn nooit openbaar gemaakt.<\/p>\n<p>Wel staat vast dat Ton van D. niet lang van zijn vrijheid heeft kunnen genieten. Op 17 augustus reed een speciale eenheid van de Belgische politie hem klem in Antwerpen. De rijkswacht opende het vuur op de ongewapende inzittenden die probeerden te ontkomen. Twee weken later werden ze uitgeleverd aan Nederland.<\/p>\n<p><b>XTC en eierstruif<\/b><br \/>Al in september 1992 wist het IRT dat de Amsterdamse tak van de XTC-bende van plan was de handelswaar naar Engeland te smokkelen in tankauto&#8217;s met eierstruif. Groot-Brittanni\u00eb was de belangrijkste afzetmarkt, omdat de pillen daar bijna twee keer zoveel opbrachten als in Nederland.<\/p>\n<p>Een crimineel, die door het IRT werd beschouwd als een van de &#8216;adjudanten&#8217; van de Delta-top, was benoemd als hoofdaannemer. Het gaat om Stanley H., die ooit landelijke bekendheid kreeg toen hij vermomd met pruik en zonnebril zijn opwachting maakte in een programma van Sonja Barend om zijn nood te klagen over het zware bestaan als voortvluchtig bankrover.<\/p>\n<p>Dat H. deel uitmaakt van de Delta-organisatie staat in het geheime deel III van het rapport van de commissie-Wierenga. De Amsterdamse commissaris J. van Riessen, de rechterhand van hoofdcommissaris Nordholt, vertelde de commissie dat Stanley H. (wiens volledige achternaam hij noemde) betrokken was bij de omvangrijke marihuana-importen van Delta. Dat was de route waarop ook de &#8216;groei-informant&#8217; van het IRT actief was, de criminele undercover van het IRT die de Delta-organisatie moest zien te verleiden tot het smokkelen van harddrugs. Van Riessen: &#8216;(&#8230;) Want in dit verhaal gaat het erom dat H. en consorten met een grote partij coke worden gepakt. (&#8230;) Volgens mij deden deze jongens helemaal niet in coke. Die waren met weed, hasj en XTC bezig.&#8217;<\/p>\n<p>Stanley H. besteedde de XTC-smokkel uit aan het duo Kaag en Felder (de eerste letters komen overeen met hun echte achternaam, de rest is omwille van de leesbaarheid gefingeerd &#8211; MH\/JS*), die in de hi\u00ebrarchie als onderaannemers fungeerden. Zij hielden tevens in opdracht van Stanley H. een oogje op Danny Leclere, het chemisch vernuft van de bende, de enige van de club die werkelijk begreep wat methyleendioxymethamfetamine was.<\/p>\n<p>Kaag en Felder namen vervolgens contact op met Kees C. (alias Haagse Kees, alias King Boko), een voormalig reparateur van kunstgebitten die in de wereld van de gestolen auto&#8217;s verzeild was geraakt.<\/p>\n<p>Haagse Kees was kind aan huis bij de Criminele Inlichtingendienst (CID) van de Haarlemse politie, de dienst van de rechercheurs K. Langendoen en J. van Vondel, het &#8216;koningskoppel&#8217;, die toen nog bekend stonden als de onomstreden wonderkinderen van het politi\u00eble inlichtingenwerk.<\/p>\n<p>Haagse Kees vertelde de CID in het najaar van 1992 dat hij door Kaag en Felder was gevraagd de organisatie op zich te nemen voor het transport van &#8216;tien miljoen&#8217; XTC-pillen naar Engeland.<\/p>\n<p>Hij had inmiddels een bedrijf uit Weert bij zijn plannen betrokken dat voor een onopvallende deklading, eierstruif, zou zorgen. De Limburgse ondernemer W., die wist dat hij zich inliet met het smokkelen van drugs, zou een oplegger met tank regelen, waarin een geheim compartiment was aangebracht. In ruil voor zijn diensten was hem een beloning in het vooruitzicht gesteld van honderdduizend gulden per rit.<\/p>\n<p>De eierstruifhandelaar verkocht de geprepareerde oplegger eind 1992 aan Frans van T., zelfstandig transportondernemer uit het Zeeuwse Heinkenszand. Hij was de man die de pillen naar Engeland moest brengen.<\/p>\n<p>In de nacht van zondag 10 op maandag 11 januari 1993 reden IRT- en CID-medewerkers de oplegger-met-geheime-bergplaats naar het terrein van de Dienst Technische en Operationele Ondersteuning (DTOO) van het Korps Landelijke Politiediensten in Driebergen. Daar werd het voertuig door de &#8216;sectie stiekem&#8217; van de politie voorzien van een peilzender, die het IRT in staat stelde de ritten per satelliet nauwkeurig te volgen.<\/p>\n<p><b>Een dreigende diplomatieke rel<\/b><br \/>Op 13 januari 1993 vond het eerste XTC-transport plaats: een half miljoen pillen.<\/p>\n<p>Niet bekend<\/p>\n<p>Ook de volgende ritten, 9 februari, 16 maart, 20 maart en 28 april, werden door de politie geobserveerd, maar ingegrepen werd er nooit. Zo verdwenen, zonder dat de Britse justitie daarvan op de hoogte was, enorme hoeveelheden XTC op de buitenlandse markt en incasseerden de Nederlandse criminelen tientallen miljoenen ponden. Het IRT stond erbij en keer ernaar, in het belang van het onderzoek.<\/p>\n<p>Op 6 mei ging het mis.<\/p>\n<p>Chauffeur Van T. liep in de armen van de Britse politie. Het was een toevalstreffer. Hij kwam de XTC-pillen afleveren op een adres dat door Engelse rechercheurs in de gaten werd gehouden die vermoedden dat de lokatie diende voor het verhandelen van gestolen goederen, een zaakje van niks dat onverwacht een enorme drugsvangst opleverde: anderhalf miljoen pillen.<\/p>\n<p>Bij het IRT brak paniek uit. Er zou een diplomatieke rel uitbarsten als de Engelsen er achter kwamen dat er al minstens zes grote XTC-transporten hadden plaatsgevonden met medeweten van de Nederlandse politie.<\/p>\n<p>In een poging het hypergevoelige XTC-onderzoek af te dekken, reisde een afvaardiging van het rechercheteam naar Heinkenszand om de politie in de woonplaats van chauffeur Van T. ervan te weerhouden een eigen onderzoek in te stellen. Dat lukte.<\/p>\n<p>Ook oefende het IRT, met succes, grote druk uit op de Criminele Inlichtingendienst van de Limburgse politie toen bleek dat deze naar aanleiding van de gebeurtenissen in Engeland de Weertse eierhandelaar W. wilde gaan ondervragen over zijn rol bij de XTC-smokkel.<\/p>\n<p>Vrachtwagenchauffeur Frans van T. werd via via voorlopig de mond gesnoerd. Het IRT berichtte de Britse gevangenisautoriteiten dat de verdachte, in wezen maar een klein radertje in het smokkeltraject, &#8216;een prominent lid is van een machtige criminele organisatie die in staat is tot een gewapende bevrijdingsactie&#8217;. Van T. werd op grond van deze incriminerende informatie onmiddellijk onder het zwaarste gevangenisregime geplaatst, waardoor zijn mogelijkheden om te communiceren met de buitenwereld tot vrijwel nul werden gereduceerd.<\/p>\n<p>De zaak moest en zou in de doofpot blijven.<\/p>\n<p>En de verantwoordelijke IRT-officier van justitie, mr O. van der Veen uit Haarlem, ging zelf met zijn volle gewicht op het deksel zitten.<\/p>\n<p>Toen er naar aanleiding van een artikel in Het Parool over de mogelijke betrokkenheid van het IRT bij XTC-transporten naar Groot-Brittanni\u00eb kamervragen werden gesteld aan minister Sorgdrager van Justitie, en zij Van der Veen om tekst en uitleg vroeg, hield de officier cruciale informatie achter in een poging de zaak te bagatelliseren. Daarmee zette hij niet alleen de minister op het verkeerde been, maar ook de Kamer.<\/p>\n<p>Toch heeft deze gang van zaken Van der Veens carri\u00e8re bij het openbaar ministerie niet nadelig be\u00efnvloed. Hij is nog steeds officier van justitie in Haarlem en nota bene lid van de Centrale Toetsings Commissie (CTC) van het OM. Als ervaringsdeskundige waakt Van der Veen nu over het gebruik van gevoelige opsporingsmethoden.<\/p>\n<p>Later, bij de parlementaire enqu\u00eatecommissie, hielden de bij het XTC-onderzoek betrokken politiemensen, maar ook de officieren Van der Veen en diens Amsterdamse collega mr. J. Wortel, vol dat ze niet hadden ingegrepen bij de transporten naar Engeland om de informant niet in gevaar te brengen. Alsof Haagse Kees de enige ter wereld was die wist waar de geheime bergplaats was aangebracht.<\/p>\n<p>Het IRT wilde niet ingrijpen zolang het werkelijke doelwit, de top van Delta, niet in zicht was.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Hemelvaartsdag, de liquidatie van Leclere<\/h3>\n<p>Op 20 mei 1993 werd op de ringweg van Amsterdam de Belg Danny Leclere doodgeschoten, de chemicus van de XTC-bende. De bloedige afrekening vond plaats precies twee weken na de onderschepping van anderhalf miljoen XTC-tabletten in Engeland, straatwaarde: zestig miljoen gulden.<\/p>\n<p>Toeval? Of werd Leclere door de bende verantwoordelijk gehouden voor het mislukken van het transport?<\/p>\n<p>Bronnen uit de directe omgeving van de Belg bevestigen dat hij na de bomaanslag op Jaap van der Heiden, een maand eerder, een onzekere factor was geworden voor zijn medebendeleden. Hij zou de organisatie hebben willen verlaten, omdat hij geen deel wilde hebben aan het toenemend gebruik van geweld met fatale afloop. Hij wist wie verantwoordelijk waren voor de moord op Van der Heiden. Kort voor de aanslag op de ringweg had Leclere intimi laten weten: &#8216;Ik wil eruit stappen, ik heb er genoeg van.&#8217;<\/p>\n<p>Leclere had, sinds hij in maart 1992 niet was teruggekeerd van zijn begrafenisverlof, vrijwel geen stap buiten de deur kunnen zetten zonder zijn &#8216;lijfwachten&#8217; Kaag en Felder, de onderaannemers van Stanley H.<\/p>\n<p>Hun permanente aanwezigheid in het kielzog van de Belg werd niet zozeer ingegeven door vrees voor zijn persoonlijke veiligheid, maar was meer bedoeld om te voorkomen dat het chemisch brein van de bende, de enige die uit de voeten kon met de gouden formule, zou verdwijnen om voor zichzelf te beginnen.<\/p>\n<p>Waarom lieten de bodyguards de aan hun zorg toevertrouwde Belg uitgerekend op die noodlottige hemelvaartsdag alleen een autoritje maken? Waar waren Kaag en Felder op het moment van de aanslag?<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Een georkestreerde XTC-vangst<\/h3>\n<p>Na de voor het IRT hoogst ongelukkige interventie van de Britse politie, die het rechercheteam noodzaakte in eigen land een operatiedoofpot te beginnen die zich uitstrekte tot aan de minister &#8211; bewust op het verkeerde been gezet &#8211; werd het onderzoek naar de XTC-bende niet gestaakt.<\/p>\n<p>Ook de pillenproductie ging, zonder Leclere, dat wel, onverminderd door.<\/p>\n<p>Toch durfde het IRT het kennelijk niet meer aan om alle drugstransporten van de organisatie ongemoeid te laten, zoals tot dan toe was gebeurd. Maar het speciale team greep niet zelf in.<\/p>\n<p>Op 29 juli van dat jaar nam de Amsterdamse politie op het terrein van een manege 1,6 miljoen XTC-tabletten in beslag en nog eens 1 miljoen neppillen, ook wel &#8216;paracetamolletjes&#8217;. De vangst werd, pas twee weken later, gepresenteerd als een toevalstreffer. Er was \u00e9\u00e9n man aangehouden, maar die was de volgende dag al weer naar huis gestuurd, omdat hij niets met de zaak te maken had.<\/p>\n<p>In de geheime bijlage bij het rapport van de commissie-Wierenga doet de voormalige projectco\u00f6rdinator tactische recherche van het IRT, brigadier R. Gooijer, de werkelijke toedracht uit de doeken: &#8216;Ten behoeve van het geheime proces-verbaal kan ik u het volgende vertellen. We hadden al een hoop dingen gedaan betreffende de organisatie die wij onderzochten. Er is op ons aangeven in Amsterdam een container met ruim 1 miljoen XTC-pillen aangetroffen. Wij hebben dat, zoals een beetje de werkwijze was, uitgezet bij een ander. In dit geval bij de politie Amsterdam, omdat wij op dat moment niet als IRT naar buiten wilden treden. Je zou dan lopende GVO&#8217;s (gerechtelijke vooronderzoeken &#8211; MH\/JS) moeten opengooien als er mensen aangehouden zouden worden, die wij op dat moment niet wilden aanhouden. We wilden ze op dat moment niet laten weten dat we met hen bezig waren.&#8217;<\/p>\n<p>Het ging dus niet om het beschermen van een informant, zoals betrokkenen in het openbaar wilden doen geloven, maar om het afschermen van een compleet onderzoek.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>De gouden handdruk van Haagse Kees en de verdwijning van Rudy van Efferen<\/h3>\n<p>De dagen van het IRT waren geteld. Nadat de leiding van het team in de zomer van 1993 door Utrecht was overgedragen aan Amsterdam, ging het deksel van de beerput. In december besloten hoofdcommissaris E. Nordholt, hoofdofficier van justitie mr. J. Vrakking en burgemeester E. van Thijn het team op te heffen. Nordholt en Vrakking wilden geen verantwoordelijkheid dragen voor de &#8216;uit de hand gelopen&#8217; opsporingsmethoden van het IRT.<\/p>\n<p>Het zou nog lang onrustig blijven, ook in het criminele milieu.<\/p>\n<p>In de loop van 1994 verschenen steeds meer publicaties over de zogenoemde &#8216;groei-informant&#8217; van het IRT, de criminele mol die carri\u00e8re moest maken binnen de Delta-organisatie, zodat hij politie en justitie beter kon informeren over de activiteiten van het syndicaat. Omwille van zijn geloofwaardigheid mocht de informant op grote schaal in marihuana handelen, doorleveren heette dat.<\/p>\n<p>Die zomer werd ook duidelijk dat criminelen de telefoon hadden afgeluisterd van de Amsterdamse hoofdinspecteur W. Woelders. Uitgewerkte verslagen van die gesprekken verschenen (gedeeltelijk) in de pers, maar gingen ook van hand tot hand in de onderwereld.<\/p>\n<p>In een van de opgenomen gesprekken speculeerden Woelders en een van zijn ondergeschikten over de identiteit van de mysterieuze groei-informant. In dat verband viel ook de naam van Haagse Kees, alias King Boko die, zo blijkt uit de afgeluisterde conversatie, in het verleden ook al eens met de politie had samengewerkt bij het oplossen van een schilderijendiefstal (&#8216;Info Van Goghs&#8217;, verduidelijkt de ene politieman tegen de andere.).<\/p>\n<p>Hoewel Haagse Kees niet &#8216;de groei-informant&#8217; was, maar wel met het IRT had samengewerkt in het XTC-onderzoek, raakte hij in paniek. Hij kon maar beter zo snel mogelijk van het toneel verdwijnen, vond ook de politie. Haagse Kees eiste tien miljoen gulden om elders een nieuw leven te beginnen. Uiteindelijk kreeg hij twee miljoen. De overeenkomst tussen Haagse Kees en justitie werd door Winnie Sorgdrager op haar eerste werkdag als minister ondertekend.<\/p>\n<p>Op 4 augustus vorig jaar verliet Rudy van Efferen op slippers en in korte broek (het was die zaterdag uitzonderlijk warm) zijn woning om naar een afspraak te gaan in het Galaxy-hotel in Amsterdam-Noord. Sindsdien is hij spoorloos. Zijn vrouw heeft hem die middag nog geprobeerd te bellen, maar kreeg geen verbinding met zijn draadloze telefoon.<\/p>\n<p>Van Efferen was een kruimeldiefje, maar vanaf 1990 ging het hem plotseling financieel voor de wind: dikke auto&#8217;s en een dure Harley. Hij werkte in die tijd onder meer als chauffeur van XTC-chemicus Danny Leclere.<\/p>\n<p>Hoewel er nooit een stoffelijk overschot is gevonden, gaat de politie er vanuit dat Van Efferen is geliquideerd, waarschijnlijk door dezelfde daders van de aanslag op Jaap van der Heiden en de moord op Leclere. Bronnen uit de omgeving van de slachtoffers, die vanzelfsprekend anoniem willen blijven, wijzen ook allemaal richting Kaag en Felder. De onderaannemers van &#8216;Delta-adjudant&#8217; Stanley H. zijn op vrije voeten.<\/p>\n<p>Er zijn inderdaad aanwijzingen dat Van Efferen een dubbelrol speelde en met de opsporingsautoriteiten samenwerkte.<\/p>\n<p>Vorig jaar brachten twee rechercheurs van het nieuwe IRT Amsterdam\/Gooi &#038; Vechtstreek een gevangenisbezoek aan Frans van T., de vrachtwagenchauffeur die in 1993 in Engeland is aangehouden en die wegens het vervoer van anderhalf miljoen XTC-pillen inmiddels is veroordeeld tot twintig jaar Engelse cel. Het politieregime lijkt strenger geworden. Hij mocht vorige week niet naar de begrafenis van zijn moeder. Toen bleek dat de rechercheurs beschikten over verklaringen, afgelegd door Van Efferen. Als verdachte of als getuige?<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Het besmet verklaarde IRT-dossier<\/h3>\n<p>De bomaanslag op Van der Heiden, de liquidatie van Leclere en de spoorloze verdwijning van Van Efferen zijn onlosmakelijk verbonden met de IRT-affaire en met het Delta-onderzoek.<\/p>\n<p>Maar de papieren nalatenschap van het in opspraak geraakte rechercheteam, alle dossiers, inclusief de bestanden van de Criminele Inlichtingendienst, is door de justiti\u00eble autoriteiten &#8216;besmet&#8217; verklaard en ligt sindsdien in de kluis. Wegens het veelvuldig toepassen van omstreden opsporingsmethoden zou de door het IRT verzamelde informatie &#8216;strafrechtelijk onbruikbaar&#8217; zijn, luidt de redenering.<\/p>\n<p>De oplossing van de voordeurbommoord in Alkmaar ligt, voor wie afgaat op alle verklaringen in het geheime deel III van het rapport-Wierenga, letterlijk binnen handbereik. De besmet verklaarde IRT-documenten bevatten vrijwel zeker ook gegevens die van belang zijn voor het oplossen van de twee andere zaken.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Met het in dit artikel genoemde duo Kaag en Felder werd verwezen naar het duo <a href=\"https:\/\/www.vn.nl.kpnis.nl\/Meer-dossiers\/Crime\/Artikel-Crime\/Definitieve-vrijspraak-voor-Mink-Kok.htm\" class=\"normal\" title=\"Definitieve vrijspraak voor Mink Kok\">Mink Kok<\/a> en Jan Femer<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het Interregionaal Recherche Team Noord-Holland\/Utrecht is in zijn bezeten jacht op de top van de criminele Delta-organisatie heel ver gegaan. Nog verder dan het op de markt laten verdwijnen van enorme hoeveelheden marihuana.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,175,181,3085,183,173],"tags":[2423,783],"acf":[],"author_name":"Jos Slats, Marian Husken","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127209"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127209"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127209\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jos Slats, Marian Husken","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127209"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127209"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127209"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}