
 {"id":127193,"date":"1997-02-22T13:53:00","date_gmt":"1997-02-22T11:53:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/het-barst-hier-van-de-afghaanse-oorlogsmisdadigers\/"},"modified":"1997-02-22T13:53:00","modified_gmt":"1997-02-22T11:53:00","slug":"het-barst-hier-van-de-afghaanse-oorlogsmisdadigers","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/het-barst-hier-van-de-afghaanse-oorlogsmisdadigers\/","title":{"rendered":"Het barst hier van de Afghaanse oorlogsmisdadigers"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Niet alle asielzoekers zijn alleen maar slachtoffer. Sommigen zijn slachtoffer en dader tegelijk. In 1992 ontvluchtten hoge functionarissen van het ten val gebrachte Afghaanse communistische regime massaal hun land. Ze gingen op de loop voor de moedjahedien, de nieuwe lichting machthebbers. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Asiel in Nederland<\/h3>\n<p>Kopstukken van het schrikbewind van Nadjiboella en diens voorgangers, onder wie ministers, vice-ministers, gouverneurs, generaals, openbaar aanklagers en agenten van de geheime dienst (de gevreesde Khad), vonden in Nederland moeiteloos onderdak als politiek vluchteling. Zo liepen Afghanen van de eerste generatie vluchtelingen, die de repressie in hun land tussen 1978 en 1992 waren ontvlucht, hun &#8216;beulen&#8217; hier weer tegen het lijf. Een schandaal, vinden ze. &#8216;Die mensen horen hier niet thuis.&#8217; <\/p>\n<p>Het ministerie van Justitie probeerde de wrange kwestie te bagatelliseren. &#8216;In Nederland verblijven acht personen die zijn aan te merken als hoge functionarissen van het voormalige Afghaanse communistische regime,&#8217; hield staatssecretaris Schmitz de Tweede Kamer eind 1994 voor. Dat cijfer klopte toen al niet. Het waren er meer. En intussen is de groep n\u00f3g groter geworden. Vrij Nederland traceerde minstens vijfendertig kopstukken uit Afghanistan. &#8216;Wij zijn geen oorlogsmisdadigers, maar patriotten.&#8217; Hasjmatoella Kaihani was openbaar aanklager bij de speciale revolutionaire rechtbank, een orgaan dat maar weinig met rechtspraak te maken had. De speciale rechtbank was een verlengstuk van de Khad, de geheime dienst van het Afghaanse regime, en was exclusief bedoeld voor het berechten van tegenstanders van de revolutie.<\/p>\n<p>De Khad leverde verdachten en bewijsmateriaal, veelal in de vorm van volledige bekentenissen die door martelen tot stand waren gekomen. De speciale rechtbank hoefde alleen maar (dood)vonnis te wijzen. Advocaten kwamen er niet aan te pas.<\/p>\n<p>Aanklager Kaihani was een invloedrijk man. Hij was lid van het centraal comit\u00e9 van de communistische partij (PDPA), hoofd politieke zaken (Saranvali Ekhtesasi) van de Khad en tevens plaatsvervangend directeur van de geheime dienst onder Nadjiboella, bijgenaamd &#8216;de slager van Kaboel&#8217; die later president zou worden.<\/p>\n<p>Onder Afghaanse vluchtelingen in Nederland circuleert een video-opname van een politiek schijnproces voor de speciale revolutionaire rechtbank tegen subversieve elementen die worden beschuldigd van een bomaanslag.<\/p>\n<p>Er was maar \u00e9\u00e9n bom ontploft. Toch legden alle verdachten een verklaring af waarin ze &#8216;bekenden&#8217; het explosief tot ontsteking te hebben gebracht. Het komt niet bij de rechters op om te vragen of er dan wellicht niet meer bommen hadden moeten afgaan dan die ene die openbaar aanklager Kaihani ten laste legt. In plaats daarvan worden de verdachten in no time ter dood veroordeeld. Conform de eis.<\/p>\n<p>Kaihani beweerde dat hij in 1986 ontslag had genomen bij de Khad, omdat hij het niet eens was met de &#8216;methoden&#8217; van de geheime dienst. Nadat hij zich verrassend ontpopt had als mensenrechtenactivist, was hij als ambassadeur &#8216;verbannen&#8217; naar Noord-Korea, een communistische zusterstaat. Hij zou het tenslotte helemaal hebben verbruid bij de machthebbers in Kaboel door ervoor te pleiten de ambassade in Pyongyang te verplaatsen naar off all places het superkapitalistische Zuid-Korea.<\/p>\n<p>Een bericht uit de Kabul Times (16 februari 1991) bevestigde volgens Kaihani dat hij vanwege zijn kritische opstelling in ongenade was gevallen bij het regime. In het berichtje wordt gemeld dat hem het partijlidmaatschap was ontnomen wegens misbruik van zijn positie en het verraden van de revolutie.<\/p>\n<p>Maar dat krantenbericht had een heel andere aanleiding.<\/p>\n<p>Op 20 juni 1990 &#8211; acht maanden eerder &#8211; had Kaihani zich in Peking gemeld bij de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, de UNHCR, en had te kennen gegeven dat hij asiel wilde vragen.<\/p>\n<p>Kaihani had een vooruitziende blik. In 1989 hadden de laatste Sovjet-soldaten Afghanistan verlaten en het bewind van Nadjiboella leek steeds moeilijker stand te houden tegen het oprukkend islamitisch verzet, de moedjahedien. Kaihani zocht gewoon tijdig een veilig heenkomen. Andere functionarissen van het creperende regime waren al zo verstandig geweest en hadden Afghanistan reeds verlaten.<\/p>\n<p>Kaihani verbleef tien maanden in China. Pogingen van de UNHCR om hem te hervestigen in de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Zwitserland en Canada liepen intussen op niets uit. Geen van die landen wilde hem als vluchteling toelaten vanwege zijn dubieuze verleden bij de Khad.<\/p>\n<p>Uiteindelijk reisde Kaihani in april 1991 op eigen gelegenheid naar Canada. Nu hij zich daadwerkelijk op Canadese bodem had begeven, stonden de autoriteiten daar machteloos. Ze moesten het asielverzoek van de oud-Khad-topman op formele gronden in behandeling nemen, al stond toen al vast dat hij maar weinig kans maakte, want het Canadese ministerie van Buitenlandse Zaken beschikte over voor Kaihani ongunstige informatie en had de UNHCR op grond van dat belastende dossier al eerder laten weten dat hij niet welkom was.<\/p>\n<p>Voor Kaihani werd de zaak er niet beter op toen de Afghaanse vluchtelingengemeenschap in het land hoorde van zijn komst en er een storm van protest opstak.<\/p>\n<p>Kaihani wachtte het onheil niet af. Op 29 maart 1992 &#8211; twee dagen voor de hoorzitting over zijn asielverzoek &#8211; verliet hij Canada. Op 21 april meldde hij zich bij de vreemdelingendienst van de politie Haarlemmermeer. Een nieuw land, nieuwe kansen.<\/p>\n<p>Zoals vaker gebeurt bij vluchtelingen die via een derde land naar Nederland reizen, vroeg het ministerie van Justitie, dat verantwoordelijk is voor vreemdelingenzaken, het Bureau Asielzaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken nader onderzoek in te stellen in het land van herkomst, Canada dus.<\/p>\n<p>Bijna een jaar later (op 17 maart 1993) schreef Buitenlandse Zaken een alarmerend rapportje over het arbeidsverleden van Kaihani. &#8216;Door zijn activiteiten als officier van justitie voor speciale gevallen zijn vele moedjahedien veroordeeld, waarvan velen tot langdurige gevangenisstraf of de doodstraf.&#8217;<\/p>\n<p>Die zomer berichtte Justitie aan Kaihani dat zijn verzoek om in Nederland te mogen blijven, was afgewezen op grond van artikel 1f van het Vluchtelingenverdrag. Er bestonden &#8216;ernstige redenen om te veronderstellen&#8217; dat de vroegere tweede man van de Afghaanse geheime dienst zich schuldig had gemaakt aan misdrijven tegen de menselijkheid. Hij moest maar terug naar Canada, waar zijn asielverzoek nog niet was afgehandeld, of naar China, waar hij tien maanden had gewoond zonder dat hij in moeilijkheden was gekomen.<\/p>\n<p>Kaihani ging in beroep tegen de negatieve beschikking bij de Raad van State, die hem op 17 januari 1995 in het gelijk stelde. De afdeling bestuursrechtspraak vond dat Justitie geen hard bewijs had aangedragen voor de veronderstelling dat er bloed kleefde aan Kaihani&#8217;s handen. In het rapport van Buitenlandse Zaken, waarop de negatieve beschikking was gebaseerd, waren volgens de afdeling rechtspraak geen &#8216;concrete&#8217; voorbeelden aangedragen van door hem of onder zijn leiding gepleegde wandaden.<\/p>\n<p>Buitenlandse Zaken beschikte w\u00e9l over die belastende gegevens, maar had dit materiaal &#8216;omwille van de veiligheid van informanten&#8217; niet in het geding kunnen gebruiken.<\/p>\n<p>Staatssecretaris Schmitz van Justitie wilde zich niet zo maar neerleggen bij het vonnis. Ze zou zich beraden op een nieuwe beschikking. Maar ze liet de zaak behoorlijk sloffen. Een jaar later had Kaihani n\u00f3g niets van het ministerie vernomen.<\/p>\n<p>Uiteindelijk verloste hij zelf de staatssecretaris van een kennelijk lastig vraagstuk. Op 23 mei vorig jaar overleed de oud-onderdirecteur van de Khad op zesenveertigjarige leeftijd aan kanker.<\/p>\n<p>(Canada vaardigde in 1993 een wet uit om bepaalde groepen vluchtelingen uit te sluiten van het recht om asiel aan te vragen. De wet heeft betrekking op alle hogere functionarissen van de voormalige repressieve regimes van Afghanistan, Ha\u00efti (ten tijde van &#8216;Papa Doc&#8217; Duvalier) en Somali\u00eb (de dictatuur van Siyad Barre) en geldt ook voor Bosnisch-Servische autoriteiten van enig gewicht.)<\/p>\n<p>Andere Afghanen die in de periode 1978-1992 hoge posities hadden bekleed onder achtereenvolgende regimes die in bloeddorst nauwelijks voor elkaar onderdeden, kregen een warmer welkom in Nederland.<\/p>\n<p>Na de machtsovername van de moedjahedien (april 1992) kwam de vluchtelingenstroom meteen op gang. De nieuwe categorie asielzoekers was van een ander kaliber dan de vorige. Vanaf 1978 waren het vooral studenten en intellectuelen geweest die de repressie van de met de Sovjets collaborerende regimes waren ontvlucht. Nu volgden hun toenmalige onderdrukkers: ministers, ex-ministers, hoge ambtenaren, kolonels, generaals, Khad-functionarissen, politiemensen, aanklagers en speciale revolutionaire rechtsprekers.<\/p>\n<p>Terugsturen naar het land van herkomst was uitgesloten (dat verbiedt het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens). Als vertegenwoordigers van het gehate bewind liepen ze het risico in Afghanistan ter dood te worden gebracht.<\/p>\n<p>De gevluchte kopstukken van het communistische bewind werden door de Nederlandse autoriteiten in de eerste plaats als slachtoffers beschouwd.<\/p>\n<p>Die misplaatste compassie blijkt ook wel uit de kwistigheid waarmee het ministerie van Justitie A-statussen (de hoogste vluchtelingenstatus) verschafte aan prominenten die hier een veilig heenkomen zochten. Minder hooggeplaatste vluchtelingen moeten vaak een eeuwigheid wachten op zo&#8217;n beslissing, maar menige Afghaanse topfunctionaris kon het asielzoekerscentrum al na een paar maanden verlaten en zich &#8211; met de A-status op zak &#8211; in een ROA-woning vestigen.<\/p>\n<p>Serieus onderzoek naar de achtergronden van deze vluchtelingen werd niet verricht; artikel 1f van het Vluchtelingenverdrag (de uitzonderingsbepaling voor asielzoekers met een kwalijk verleden) leek eenvoudigweg niet meer te bestaan na het debacle met de zaak-Kaihani bij de Raad van State.<\/p>\n<p>Dat weinig kritische toelatingsbeleid zette kwaad bloed bij andere Afghaanse vluchtelingen, van wie sommigen de terreur van de jaren 1978-1992 aan den lijve hadden ondervonden. Eind 1993 begonnen enkele slachtoffers zich verontwaardigd te roeren en verschenen in de media de eerste berichten over de aanwezigheid in Nederland van hoge vertegenwoordigers van het vroegere Afghaanse regime.<\/p>\n<p>Een jaar later, december 1994, stelde de Tweede Kamer de gevoelige kwestie aan de orde in een debatje met staatssecretaris Schmitz. &#8216;Ik ben het er van harte mee eens dat mensen die dergelijke misdrijven zouden hebben gepleegd hier niet thuishoren. Als er meer gegevens boven tafel zouden komen, ben ik alleszins bereid die tot op de bodem uit te zoeken,&#8217; beloofde ze, waarna het parlement met een gerust hart naar de wintersport vertrok.<\/p>\n<p>Van dat diepgaande onderzoek is tot nu toe niet veel, zeg maar niets, terechtgekomen.<\/p>\n<p>Afghaanse vluchtelingenorganisaties in Nederland melden dat ze nooit actief door Justitie zijn benaderd om informatie over de achtergrond van bepaalde personen. En als ze de kwestie van de kopstukken z\u00e9lf aankaarten bij de autoriteiten krijgen ze te horen dat ze &#8216;eerst maar met bewijzen&#8217; moeten komen, zeggen bestuursleden van verschillende Afghaanse groeperingen.<\/p>\n<p>&#8216;Wij hebben inmiddels zo&#8217;n vijftig belastende verklaringen van getuigen verzameld,&#8217; zegt een medewerker van de in 1995 opgerichte werkgroep Afghanistan Watch. &#8216;Eigenlijk is het te gek voor woorden dat wij het werk uitvoeren dat Justitie laat liggen. Ze doen niets. De staatssecretaris belooft zaken &#8220;tot op bodem&#8221; uit te zoeken, maar feit is dat er sindsdien niet \u00e9\u00e9n ori\u00ebnterend strafrechtelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, terwijl er toch aanwijzingen genoeg zijn tegen sommige personen.&#8217;<\/p>\n<p>Zelf kwam hij aan het eind van de jaren tachtig als vluchteling naar Nederland na zes en half jaar gevangenis wegens ongewenste politieke activiteiten en kritiek op het regime. In Nederland voelt hij zich nog steeds niet veilig en hij wil daarom niet dat zijn naam wordt genoemd.<\/p>\n<p>De werkgroep Afghanistan Watch &#8211; in het comit\u00e9 van aanbeveling zitten onder anderen de bekende hoogleraar internationaal recht prof.mr. Th. van Boven en de Utrechtse hoogleraar mensenrechten prof.dr. P. Baehr &#8211; wil zoveel bewijsmateriaal verzamelen dat de justiti\u00eble autoriteiten niet langer om de zaak heen kunnen. De medewerker van Afghanistan Watch: &#8216;Niet alleen om de hier verblijvende schenders van mensenrechten veroordeeld te krijgen wegens oorlogsmisdaden, maar ook om een duidelijk signaal af te geven aan de huidige machthebbers in Afghanistan of waar ook ter wereld dat misdaden tegen de menselijkheid niet ongestraft blijven.&#8217;<\/p>\n<p>Zover is het nog lang niet.<\/p>\n<p>&#8216;We zijn nog maar net begonnen en hebben bovendien niet het geld om getuigen in het buitenland op te zoeken. Het is wrang; om een hasjhandelaar te kunnen pakken, vliegt Justitie drie keer de wereld rond, maar in oorlogsmisadigers zijn ze niet ge\u00efnteresseerd.&#8217;<\/p>\n<p>Er komen nog steeds leidende figuren van het in 1992 verdreven Afghaanse bewind binnen. Blijkbaar geniet Nederland bij de oude dictatoriale garde een grote reputatie als gastvrij land.<\/p>\n<p>Eind vorig jaar bijvoorbeeld meldde Mohammad Kabir Dehzad zich hier als politiek vluchteling. Dehzad stond aan het hoofd van de districten 5 en 11 van de Khad in de hoofdstad Kaboel. Alle acties van de geheime dienst in die wijken tegen (vermeende) tegenstanders van het bewind vielen onder zijn commando. Uit hoofde van zijn functie was hij dus ook verantwoordelijk voor de gevreesde ondervragers die zich routineus schuldig maakten aan het martelen van verdachten. Slaan, schoppen en het toedienen van elektrische schokken, een methode die door trainers van de Russische KGB was ge\u00efntroduceerd. De gruweldaden van de Khad zijn uitvoerig beschreven door professor Felix Ermacora, de vroegere mensenrechtenrapporteur van de Verenigde Naties inzake Afghanistan.<\/p>\n<p>Strikt genomen is Dehzad niet eens een vluchteling, want voor zijn komst naar Nederland woonde hij een paar jaar in Oekra\u00efne. Maar Nederland kan hem niet terugsturen, want Den Haag heeft geen verdrag met deze voormalige Sovjet-staat.<\/p>\n<p>Van die gunstige situatie hebben meer Afghaanse kopstukken gebruik gemaakt, weten vluchtelingenorganisaties. Sommigen bleken bij aankomst in Nederland vloeiend Russisch te spreken. Ze vroegen de Immigratie- en Naturalisatiedienst zelfs om een Russische tolk.<\/p>\n<p>&#8216;Wel zo veilig, want veel Afghaanse tolken in Nederland die voor de IND werken, zijn zelf ooit gevlucht voor de communisten. Die hoge jongens zijn natuurlijk doodsbang om te worden herkend en hebben liever een Russische tolk die van niets weet,&#8217; zegt een Afghaanse tolk die veel voor de dienst werkt. &#8216;Ik heb wel meegemaakt dat ik voor zo&#8217;n gesprek kwam en botweg werd weggestuurd door een nieuw aangekomen landgenoot. Ja, dat recht hebben ze in Nederland. Je mag bezwaar maken tegen een tolk en om een andere vragen.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Nederland is buitengemeen bekwaam in het opstellen van regels die achteraf valkuilen blijken te zijn, dat moet me echt van het hart,&#8217; zegt dr. P.J. van Krieken, hoofd Unit Uitvoeringsbeleid van de IND.<\/p>\n<p>&#8216;Heel veel van die Afghanen hebben hun opleiding genoten in de voormalige Sovjet-Unie, hebben daar jaren gewoond en sommigen zijn zelfs getrouwd met een Russische vrouw. Hoe komt het dat Nederland er niet in slaagt om in overleg met de Russische autoriteiten te proberen om te kijken of die mensen niet beter d\u00e1\u00e1r hun asielverzoek kunnen indienen?&#8217; vraagt Van Krieken zich hardop af. Kennelijk niet voor het eerst, want hij blijkt het antwoord al te weten: &#8216;Omdat voor zeer veel instanties hier de wereld bij Zevenaar ophoudt.&#8217;<\/p>\n<p>Niet een antwoord dat je verwacht van een ambtenaar. Maar Van Krieken is dan ook een buitenbeentje bij de IND. Hij werkte bijna twintig jaar in het buitenland voor de UNHCR, het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties, onder meer van 1993 tot 1995 als hoofd van het UNHCR-kantoor in Peshawar, Pakistan, waar hij op enig moment drie miljoen Afghaanse vluchtelingen tot zijn &#8216;client\u00e8le&#8217; mocht rekenen. Ook maakte hij van nabij de verschrikkingen mee van de burgeroorlogen in Libanon, Zuid-Soedan en Ethiopi\u00eb.<\/p>\n<p>Die twintig jaar veldwerk verklaren zijn bijna onambtelijke bevlogenheid. &#8216;Als ik zie wie er nu in Europa als vluchteling rondlopen en bloed aan hun handen hebben&#8230;&#8217;<\/p>\n<p>Van Krieken, die een jaar geleden aantrad bij de IND, is niet gelukkig met de huidige situatie. &#8216;Het Vluchtelingenverdrag is geen levensverzekering voor oorlogsmisdadigers.&#8217; Hij is dan ook vastbesloten om het bepaalde groepen asielzoekers een stuk moeilijker te gaan maken om zich in Nederland te vestigen.<\/p>\n<p>Het nieuwe hoofd van de Unit Uitvoeringsbeleid beijvert zich voor een stringentere toepassing van artikel 1f, het uitzonderingsartikel in het Vluchtelingenverdrag. De eerste aanzet is al gegeven.<\/p>\n<p>Op 17 oktober vorig jaar kregen de medewerkers van de IND een werkinstructie waarin staat dat voortaan alle asielverzoeken, waarbij 1f mogelijk kan worden &#8216;tegengeworpen&#8217;, voortaan centraal moeten worden onderzocht en afgehandeld. Die nieuwe aanpak heeft tot nu toe &#8216;enkele tientallen&#8217; mogelijke 1f-zaken opgeleverd.<\/p>\n<p>&#8216;In het verleden &#8211; zie de zaak-Kaihani &#8211; heeft Justitie veel problemen gehad met de bewijslast van artikel 1f. Maar wanneer je het Vluchtelingenverdrag analyseert, staat er dat je iemand al kan weigeren wanneer je redelijkerwijze kunt aannemen dat die persoon zich aan bepaalde misdrijven heeft schuldig gemaakt. De bewijsdruk is een stuk minder dan je zou denken,&#8217; meent Van Krieken.<\/p>\n<p>&#8216;Als iemand jarenlang een belangrijke functie heeft bekleed bij een veiligheidsdienst waarvan bekend is dat die zich in zijn algemeenheid schuldig heeft gemaakt aan martelingen, kun je dus veronderstellen dat zo iemand op zijn minst toch medeverantwoordelijk is. Natuurlijk moet die persoon wel de kans krijgen om te bewijzen dat het niet zo is. Maar de bewijsdruk ligt bij de andere partij, niet bij Justitie.&#8217;<\/p>\n<p>Deze &#8216;denkwijze&#8217; is door een ambtelijke werkgroep van het ministerie nader uiteengezet in een rapport dat nu bij staatssecretaris Schmitz ligt en dat binnenkort naar de Tweede Kamer gaat.<\/p>\n<p>&#8216;Je kunt er begrip voor hebben dat in een bepaalde situatie een individu niet de vrijheid heeft om nee te zeggen. Befehl ist Befehl. Een soldaat kan bijvoorbeeld gedwongen zijn een krijgsgevangene dood te schieten, omdat hem zelf een pistool tegen het hoofd wordt gezet. Maar het maakt verschil of die soldaat een halfjaar later gewoon heeft bijgetekend \u00f3f de eerste de beste gelegenheid aangreep om te deserteren. Als we dat soort parallellen uit het Oorlogsrecht niet kunnen overzetten op het Vluchtelingenrecht, dan is er iets mis. Daar is het \u00e9\u00e9n rechtssysteem voor, juist om die parallellen te trekken. In het rapport van de werkgroep komt ook dat aspect heel duidelijk aan de orde.&#8217;<\/p>\n<p>Als er een breed politiek draagvlak voor de opvattingen van de werkgroep bestaat, vooral over de uitleg van artikel 1f, dan kan de vreemdelingenrechtspraak moeilijk achterblijven, verwacht Van Krieken.<\/p>\n<p>Hij ontleent zijn optimisme mede aan een recente overwinning van Justitie in een procedure die door een asielzoeker uit Nicaragua was aangespannen tegen een negatieve beschikking op grond van het uitzonderingsartikel.<\/p>\n<p>&#8216;Die man heeft in het sandinistisch verzet tegen dictator Somoza gevochten. Zo&#8217;n vrijheidsstrijder heeft in Nederland toch een streepje voor. Dat vinden we hartstikke mooi. Maar deze man heeft, nadat de sandinisten eenmaal aan de macht gekomen waren, verschrikkelijke dingen gedaan in het reguliere leger. Daarom is hij als vluchteling geweigerd. En terecht, want een verzetsverleden is geen automatische pensioenvoorziening.&#8217;<\/p>\n<p>Pogingen van Vrij Nederland om te praten met voormalige hoge functionarissen van het Afghaanse communistische bewind strandden in een carrousel van telefonische doorverwijzingen.<\/p>\n<p>&#8216;Het lijkt me beter dat u met iemand anders praat, want mijn Nederlands is nog niet zo goed,&#8217; zegt oud-generaal Hessamoedin Hessam (hij was vice-minister van de Khad) in overigens voortreffelijk Boskoops. Hij adviseert contact op te nemen met zijn &#8216;vriend&#8217; Noor Achmad Noor, een voormalig lid van het politbureau van de communistische partij.<\/p>\n<p>Maar ook Noor houdt zich liever op de achtergrond en beveelt Asadoella Kisjtmand aan, een voormalig lid van het centraal comit\u00e9 van de partij en de broer van de vroegere premier van Afghanistan, sultan Ali Kisjtmand.<\/p>\n<p>Asadoella Kisjtmand is een van de leidende figuren binnen de General Association of Afghanistan Refugees in the Netherlands (GAARN). Bij deze vorig jaar zomer opgerichte vluchtelingenclub zijn veel voormalige kopstukken aangesloten. Kisjtmand opereert &#8211; vanwege zijn high profile &#8211; op de achtergrond. Hij zit in de zogeheten control group van de GAARN, die als een soort politbureau fungeert achter het bestuur van de vereniging.<\/p>\n<p>Kisjtmand (&#8216;ik ben nooit lid geweest van het centraal comit\u00e9&#8217;) vraagt een dag bedenktijd, en wimpelt dan het verzoek om een gesprek alsnog af. Het lijkt hem beter dat Vrij Nederland de voorzitter van de vereniging benadert.<\/p>\n<p>Het offici\u00eble gezicht van de GAARN is een kleine, vriendelijke man. In Afghanistan was hij keel-, neus- en oorarts. De dokter, die niet met zijn naam in de krant wil uit vrees voor politieke tegenstanders uit het kamp van de moedjahedien, was een vertrouweling van president Nadjiboella, die hij omschrijft als een &#8216;wijs man en een fervente anti-communist&#8217;. Over de doden niets dan goeds. De zonen van de dokter waren respectievelijk lijfwacht en persoonlijk helikopterpiloot van de vorig jaar door de Taliban vermoorde oud-president.<\/p>\n<p>De voorzitter van de GAARN vluchtte in december 1992 via Rusland naar Nederland. &#8216;Al na een of twee maanden kreeg ik de A-status,&#8217; zegt hij trots. Hij laat een foto van zichzelf zien, in militair uniform. Hamer en sikkel op de borst. &#8216;Ik stond aan het hoofd van de militaire medische academie,&#8217; verduidelijkt hij. &#8216;Maar ik was tegen de communisten, tegen de komst van de Russen. Alle hoge mensen in de partij waren tegen de Russen.&#8217;<\/p>\n<p>Alsof hij ook een doktersgraad in de propaganda heeft, ratelt de voorzitter maar door: &#8216;Onze partij wilde opkomen voor de bevolking, opkomen voor vrijheid, grondrechten en democratie. Wij zijn geen oorlogsmisdadigers, allemaal leugens. Wij zijn patriotten. Verdedigers van de democratie.&#8217;<\/p>\n<p>Niettemin, verzekert de dokter, onthoudt de GAARN zich van politieke activiteiten. &#8216;Wij zijn volstrekt legaal, helemaal volgens de Nederlandse wet,&#8217; waarmee de oud KNO-arts blijkt te bedoelen dat de vereniging is ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel in Arnhem. &#8216;Alles officieel.&#8217;<\/p>\n<p>De GAARN, benadrukt hij nog maar eens, houdt zich uitsluitend bezig met &#8216;culturele&#8217; activiteiten. Een voorbeeld kan hij zo gauw niet noemen. &#8216;We zijn nog maar net begonnen.&#8217; Maar plannen zijn er genoeg: &#8216;We gaan een krant uitgeven en we willen ook met een eigen programma op televisie. Net zoals de Turken en de Marokkanen.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Afghaanse kopstukken in Nederland<\/h3>\n<p>generaal Noeroelhaq Oeloemi was &#8216;speciaal presidentieel vertegenwoordiger&#8217; en lid van het centraal comit\u00e9 van de People&#8217;s Democratic Party of Afghanistan (PDPA), de communistische partij. Als algemeen commandant van leger, politie en geheime dienst (Khad) in het zuidoosten van Afghanistan wordt hij verantwoordelijk gehouden voor het vernietigen van honderden dorpen en de dood van duizenden burgers. In Duitsland werd zijn asielverzoek afgewezen. Oeloemi kreeg hier de A-status.<\/p>\n<p>generaal Salahoeddin Sala Hij bekleedde verschillende hoge functies bij de geheime dienst (Khad), onder meer als directeur van de afdeling code &#038; decode en van de afdeling politieke zaken, belast met het interne toezicht op leden van het partij- en staatsapparaat.<\/p>\n<p>generaal Hessamoedin Hessam stond aan het hoofd van alle Khad-eenheden buiten de hoofdstad en hield zich bezig met de opsporing en vervolging van oppositieleden. Hij was ook enige tijd gestationeerd op de Afghaanse ambassade in Pakistan, van waaruit hij leiding gaf aan Khad-operaties tegen Afghanen in de vluchtelingenkampen van Peshawar.<\/p>\n<p>generaal Mohammed Hassan Qoeajed gaf leiding aan de beruchte Khad-afdeling L45 (directoraat 5), een sectie van de geheime dienst die gespecialiseerd was in het vergaren van informatie over &#8216;contrarevolutionairen&#8217;.<\/p>\n<p>generaal Mohammed Afzal Loedin stond aan het hoofd van het belangrijkste legeronderdeel (divisie 1) die onder meer zware bombardementen (ook met gifgas) uitvoerde in de Panshir-vallei en de stad Herat, waarbij ooit op \u00e9\u00e9n dag 24.000 doden vielen. Loedin hoopt binnenkort Nederlands staatsburger te worden. Hij is bezig met een naturalisatieprocedure.<\/p>\n<p>generaal Mohammed Akram was hoofd van de partij-organisatie in de provincie Kandahar en algemeen bevelhebber (als opvolger van eerder genoemde generaal Oeloemi) van leger, politie en geheime dienst. Hij heeft de A-status. Hij wordt gemeden door zijn vroegere vrienden uit het leger hier in het land, omdat hij in de nadagen van het communistische regime zijn diensten aanbood aan de D&#8217;jamiat Islamya van Boerhanoeddin Rabbani, een van de belangrijkste verzetsgroeperingen.<\/p>\n<p>generaal Hamid voerde het bevel over het garnizoen van Kaboel. Hij is in het bezit van de A-status.<\/p>\n<p>generaal Mohib Ali Khoelmi maakte deel uit van de Revolutionaire Raad en had de leiding over divisie 8, een legeronderdeel dat eveneens betrokken was bij zware bombardementen in de Panshir-vallei. Khoelmi heeft nu supermarkten in het westen van het land. In Nederland noemt hij zich Kadiri.<\/p>\n<p>generaal Abdoel Fata was algemeen commandant van de Afghaanse luchtmacht. Toen zijn vrouw een paar jaar geleden overleed, waren er tientallen prominenten (ook uit Duitsland) van het communistische regime bij haar begrafenis aanwezig.<\/p>\n<p>Noor Achmad Noor behoorde tot de oprichters van de PDPA en was een gezaghebbend lid van het politbureau. Onder Taraki en Amin was hij minister van Binnenlandse Zaken.<\/p>\n<p>Nadjmoeddin Kawiani stond eveneens aan de wieg van de PDPA. Als lid van het politbureau van het centraal comit\u00e9 van de partij gold hij jarenlang als een van de belangrijkste beleidsmakers.<\/p>\n<p>Andoella Faqierzada maakte carri\u00e8re als adjunct van de vice-minister van de geheime dienst. Later schopte hij het tot burgemeester van Koendoez en gouverneur van de gelijknamige provincie.<\/p>\n<p>Kassem Alizai Kassemi was lid van de Revolutionaire Raad en vice-minister van Gezondheid. Toen hij nog aan het hoofd stond van de faculteit geneeskunde van de universiteit van Kaboel ontpopte hij zich als een fanatiek aangever van artsen en docenten die tegen de Sovjet- bezetting waren. De minister van Gezondheid stond ook bekend als &#8216;de slager&#8217;.<\/p>\n<p>generaal Zalmay Zarin stond aan het hoofd van de afdeling politieke zaken van de Khad.<\/p>\n<p>Mohammed Ehsan was gouverneur van Fariab.<\/p>\n<p>Khayal Mohammed Katawazi maakte deel uit van het centraal comit\u00e9 van de PDPA en was minister van Cultuur en hoofd van radio en televisie onder Taraki en Amin. Hij gold als een belangrijk figuur van de Khalq-factie (hardliners) binnen de communistische partij. Later is Katawazi op een zijspoor gezet, als ambassadeur in Indonesi\u00eb.<\/p>\n<p>Adina Sangien was burgemeester van Kaboel en lid van het centraal comit\u00e9.<\/p>\n<p>Abdoel Karim Miesaq diende onder Taraki en Amin als minister van Financi\u00ebn. Hij was ook lid van het politbureau.<\/p>\n<p>Soelaiman Lajeq was lid van het politbureau.<\/p>\n<p>Sarwan Maihanmal is al langer in Nederland. Hij was hier de offici\u00eble vertegenwoordiger van de door de Sovjets aan de macht geholpen president Babrak Karmal (1979-1986). Tegenwoordig staat hij in nauw contact met de broer van Karmal die vanuit India de activiteiten van de Khalq-factie co\u00f6rdineert.<\/p>\n<p>Zalmay Djahisj wordt door Afghanen omschreven als &#8216;voorlezer van speciale militaire berichten&#8217;. Als officieel woordvoerder van de PDPA behoorde het ook tot zijn taak om toespraken van de president, die niet op geluidsband waren vastgelegd, alsnog integraal te vertolken op radio en televisie. Later werd hij namens de geheime dienst gestationeerd op de Afghaanse ambassade in Peking.<\/p>\n<p>Palwasja Djamila was lid van het Centraal Comit\u00e9 en de tweede in rang van de vrouwelijke leiders van de PDPA. Ze was speciaal belast met de vervolging van vrouwelijke leden van de oppositie.<\/p>\n<p>Obaidoella Mahak had een hoge positie op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zijn belangrijkste taak bestond uit het &#8216;regelen&#8217; van vrouwen voor minister Goelabzooi (die nu in Moskou een reisagentschap voor Afghaanse vluchtelingen exploiteert).<\/p>\n<p>Hassan Beyat stond aan het hoofd van het Afghaanse staatspersbureau, dat was gemodelleerd naar het Russische Tass uit die dagen. Hij was ook vice-minister voor Propaganda en de Verdediging van de Revolutie.<\/p>\n<p>Masoer Jamal is van huis uit zanger-musicus, maar kreeg meer waardering als persoonlijk adviseur van president Nadjiboella. Bekleedde een hoge positie bij de radio en was lid van de Khad.<\/p>\n<p>Asadoella Kisjtmand maakte carri\u00e8re in het kielzog van zijn broer, premier sultan Ali Kisjtmand (thans woonachtig in Londen). Asadoella Kisjtmand was lid van het centraal comit\u00e9 en vice-minister van Hoger Onderwijs. Hij bezette ambassadeursposten in achtereenvolgens Iran, Hongarije en Ethiopi\u00eb. Hij is een van de stuwende krachten achter de General Association of Afghan Refugees in the Netherlands (GAARN). Bij deze vorig jaar zomer opgerichte organisatie is een groot aantal voormalige hoge functionarissen van het communistische bewind aangesloten.<\/p>\n<p>Ejsan Wassel was lid van de Revolutionaire Raad en secretaris van de PDPA in Baghlan. Hij bracht het later nog tot gouverneur van de provincie Poeli-Khoemri. Sinds vorig jaar actief als bestuurslid van de GAARN.<\/p>\n<p>generaal Sjarif Rafiq was secretaris van de PDPA in de provincie Balg. Hij werd adviseur van het centraal comit\u00e9 en was verantwoordelijk voor politieke zuiveringen op het ministerie van Irrigatie en Bouwkundige Zaken in de periode 1980-1985. Onder Karmal en Nadjiboella was hij &#8216;algemeen commandant van de noordelijke zone&#8217;. &#8216;Was al communist voor zijn geboorte,&#8217; schetsen Afghanen Rafiqs toewijding en inzet. Hij is (achter de schermen) actief binnen eerdergenoemde GAARN.<\/p>\n<p>Mohammed Akram Abdoel Ghayoem is de broer van generaal Ghader, de leider van de bloedige staatsgreep in 1978 tegen president Daoed. Ghayoem, een voormalige luchtmachtpiloot, was tijdens de Sovjet-bezetting van Afghanistan generaal in Herat en gaf leiding aan razzia&#8217;s onder de bevolking die volgden na de moord op een aantal Russische soldaten. &#8216;Er werden zoveel mensen gedood dat de rivier rood kleurde.&#8217; Ghayoem vroeg onder valse naam (Qoeaioemyie) asiel in Duitsland. Na afwijzing van dat verzoek meldde hij zich in Nederland, nu onder de naam Abdoel Nasir Asadi.<\/p>\n<p>generaal Hakim was hoofd van de zone Kandahar. Hij had een belangrijke positie binnen het militaire kader van de communistische partij en was vooral beleidsmatig actief.<\/p>\n<p>Ahmadzai maakte voorspoedig carri\u00e8re onder het bewind van Nadjiboella, zijn broer. Hij werkte bij de Khad en trad later in diplomatieke dienst.<\/p>\n<p>Mohammed Kabir Dehzad gaf leiding aan de districten 5 en 11 van de geheime dienst in de hoofdstad Kaboel. Hij is nog maar net in Nederland en verblijft in een opvangcentrum. Dehzad woonde een paar jaar in Oekra\u00efne.<\/p>\n<p>Homayoen Jozjani werkte als openbaar aanklager bij de speciale revolutionaire rechtbank, een (dood)vonnissenfariek die draaide op oppositieleden die door de geheime dienst waren opgepakt. De speciale revolutionaire rechtbank viel rechtstreeks onder de Khad. Jozjani&#8217;s vader was minister van Justitie.<\/p>\n<p>generaal Sarbaz is de voormalige rechterhand van minister Goelabzooi (Binnenlandse Zaken en Defensie).<\/p>\n<p>dr Zamir Safi (Maihanpoor) lid van het centraal comit\u00e9 van de PDPA en hoofd van afdeling 1 van de Khad, de folterafdeling van de geheime dienst. &#8216;Als er iemand in aanmerking komt om voor het Internationaal Hof in Den Haag te worden berecht, is hij het wel,&#8217; vindt de werkgroep Afghanistan Watch, een organisatie die Afghaanse &#8216;oorlogsmisdadigers&#8217; opspoort.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Historie<\/h3>\n<p>1973 Het einde van tweehonderd jaar constitutionele monarchie. Koning Zahir Sjah wordt bij een militaire coup afgezet. Luitenant-generaal Mohammed Daoed installeert zichzelf als president.<\/p>\n<p>1978 De tweede militaire staatsgreep, onder leiding van generaal Ghader. President Daoed wordt vermoord. Een Revolutionaire Raad onder leiding van Mohammed Taraki neemt de macht over.<\/p>\n<p>1979 Interne strijd binnen de PDPA, de communistische partij. Taraki wordt vermoord. De vroegere minister van Buitenlandse Zaken, de hard-liner Hafizoellah Amin, volgt hem op als president. De Sovjet-Unie dringt aan op een gematigder koers. In december wordt Amin doodgeschoten bij een door de Sovjet-Unie gesteunde coup. Babrak Karmal wordt de nieuwe president. De eerste Sovjet-troepen trekken Afghanistan binnen. Miljoenen Afghanen vluchten naar het buurland Pakistan.<\/p>\n<p>1986 President Karmal wordt vervangen door Nadjiboella, het vroegere hoofd van de inlichtingendienst, de gevreesde Khad. Het verzet tegen het communistische marionettenregime groeit. De moedjahedien, gesteund door Pakistan en de Verenigde Staten, vormen een steeds grotere bedreiging voor het bewind in Kaboel.<\/p>\n<p>1988 Onder zware internationale druk besluit Gorbatsjov de Sovjet-troepen uit Afghanistan terug te trekken.<\/p>\n<p>1989 De laatste Sovjet-soldaten verlaten Afghanistan.<\/p>\n<p>1992 De moedjahedien nemen Kaboel in. Nadjiboella verschanst zich in het plaatselijke kantoor van de Verenigde Naties. Een wankele coalitie van onderling verdeelde verzetsgroepen roept Afghanistan uit tot islamitische staat. Voormalige kopstukken van het communistische regime vluchten naar het buitenland.<\/p>\n<p>1994 Zware gevechten in Kaboel als gevolg van de aanhoudende rivaliteit tussen de facties van premier Hekmatyar en president Rabbani. In het zuidoosten van Afghanistaan begint de opmars van de radicaal fundamentalistische Taliban.<\/p>\n<p>1996 De Taliban nemen op 26 september Kaboel in. De vroegere communistische president Nadjiboella wordt door streng islamitische strijders uit het gebouw van de VN gehaald en opgehangen aan een lantaarnpaal. De al bijna twintig jaar durende burgeroorlog (anderhalf miljoen doden) gaat in alle hevigheid door. Opnieuw komt een grote stroom vluchtelingen op gang.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Niet alle asielzoekers zijn alleen maar slachtoffer. Sommigen zijn slachtoffer en dader tegelijk. In 1992 ontvluchtten hoge functionarissen van het ten val gebrachte Afghaanse communistische regime massaal hun land. Ze gingen op de loop voor de moedjahedien, de nieuwe lichting machthebbers.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[1971,1637,1969,183,121,1741],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Jos Slats","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127193"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127193"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127193\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jos Slats","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127193"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127193"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127193"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}