
 {"id":127185,"date":"1997-04-12T13:46:00","date_gmt":"1997-04-12T11:46:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/mike-van-diem-maakte-zijn-film-te-vuur-en-te-zwaard\/"},"modified":"1997-04-12T13:46:00","modified_gmt":"1997-04-12T11:46:00","slug":"mike-van-diem-maakte-zijn-film-te-vuur-en-te-zwaard","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/mike-van-diem-maakte-zijn-film-te-vuur-en-te-zwaard\/","title":{"rendered":"Mike van Diem maakte zijn film te vuur en te zwaard"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>In de roman van Bordewijk zit een aspect dat doet denken aan &#8216;The Beauty and the Beast&#8217;, vindt filmmaker Mike van Diem. &#8216;En het publiek valt altijd als een blok voor &#8216;the beast&#8217;. Hoe voorkom je dat als regisseur en scenarioschrijver? Van Diem over het bedenken van een film met een klassiek boek als uitgangspunt. &#8216;Ik heb de rol van Dreverhaven, &#8220;the beast&#8221;, geschreven als een mythische filmheld, een Clint Eastwood.&#8217; In 1990 kreeg filmstudent Mike van Diem, geboren in 1959, voor zijn eindexamenwerkstuk Alaska een Gouden Kalf en later in Hollywood de oscar voor beste academiefilm.<\/p>\n<p>Het heeft zeven jaar geduurd &#8211; waarin hij afleveringen van de tv-serie Pleidooi regisseerde &#8211; tot zijn speelfilmdebuut, Karakter. Ogenschijnlijk is het de zoveelste, al dan niet stijlvolle adaptatie van een literaire klassieker. Maar scenarioschrijver Van Diem springt ongegeneerd vrijmoedig om met de gegevens van Bordewijks roman uit 1938 en de voorstudie Dreverhaven en Katadreuffe. Met eigen plotwendingen en interpretaties. Opvallend is dat regisseur Van Diem de Nieuwe Zakelijkheid van het origineel heeft vervangen door een explosieve benadering die alles visueel en auditief verhevigt en uitvergroot. Los van ieder historisch realisme zijn lokaties en decors vaak immens, monumentaal expressionistisch. En geluidseffecten worden extra versterkt of muzikaal ondersteund.<\/p>\n<p>Een riskante stijl &#8211; als die niet ruim twee uur met consequente spanning was volgehouden. Maar de film haalt zonder amechtigheid de finish, zodat het clich\u00e9compliment &#8216;onhollands&#8217; op zijn plaats is. Vooral de acteurs blijken verrassend goed te gedijen in deze aanpak. Naast bijna-debutant Fedja van Hu\u00eat als aspirant-advocaat Katadreuffe balanceren Jan Decleir als zijn biologische vader Dreverhaven, en Victor L\u00f6w als zijn mentor De Gankelaar op het scherp van de snede, zonder te struikelen in &#8211; ook fysieke &#8211; grotesken. Minder spectaculair, maar niet minder opmerkelijk, zijn Betty Schuurman als koppig zwijgende moeder, Tamar van den Dop als de onmogelijke kantoorliefde, Hans Kesting als de loyale kostganger, en Frans Vorstman als politieman in de nieuw verzonnen raamvertelling. Dankzij hen staan alle sound and fury niet haaks op de stugge geslotenheid van Bordewijks personages, maar geven hun een onderstroom van turbulente emotie.<\/p>\n<p>In je academiefilms speelde je thrillerachtige spelletjes met de perceptie van de kijker. Van daaruit naar Bordewijk lijkt een grote en onverwachte sprong.<\/p>\n<p>&#8216;Producent Laurens Geels zag Alaska &#8211; een variant op een gegeven dat al tweeduizend keer eerder was gedaan, overspel leidt tot moord &#8211; en zei na afloop: wij moeten praten. Twee weken later had ik een bureau en een salaris bij First Floor Features en gaf hij me scripts en boeken waarvan hij rechten had voor films die hij ooit wilde doen. Daar zat Karakter bij. Op school had ik dat nooit gelezen, ook niet tijdens de lange blauwe maandag dat ik Nederlands studeerde. Ik zeg dit bepaald niet trots: ik ben sowieso tamelijk onbelezen. Toen ik het boek las &#8211; als aspirantfilmer die van zijn producent over een project hoort &#8211; begon mijn hart niet sneller te slaan, maar het prikkelde w\u00e9l. Een verhaal over iemand met doodsverlangen &#8211; die steeds de buitenwereld uitdaagt omdat hij vermoord wil worden, het liefst door zijn eigen bloed &#8211; is interessante materie.<\/p>\n<p>Na twee seizoenen Pleidooi zat ik weer met Laurens in een restaurant en zei: hoe zit het met Karakter? Dat moet toch een film met kloten kunnen worden. Niet wat je je voorstelt bij de gemiddelde Nederlandse literatuurverfilming, maar gepassioneerder dan jij denkt dat erin zit. Hij was erg verbaasd dat ik wilde.&#8217;<\/p>\n<p>Zag je de vertelvorm in flashbacks met veel voice-overs door Katadreuffe meteen voor je?<\/p>\n<p>&#8216;In het eerste scenariogesprek zei ik tegen mijn sparring partners Laurens en Ruud van Megen: er is een raamverstelling nodig, net als Shaffer deed bij Amadeus. Het conflict tussen Mozart en Salieri begint pas halverwege het stuk, om hun voorgeschiedenis interessant te maken is een kapstok nodig en je bent meteen gepakt als de gek geworden Salieri in het begin roept: ik heb Mozart vermoord! Wij moeten ook wat vinden om de tijd door te komen tot het vader-zoonconflict zich toespitst. Eigenlijk h\u00e1\u00e1t ik raamvertellingen, flashbacks en voice-overs, maar in de tram onderweg naar de bespreking kwam over me dat ik nu tegen mijn regels ging zondigen. Intu\u00eftief wist ik dat deze structuur m\u00f3\u00e9st. Ik zei dat ik van alle mogelijke motieven voor Dreverhavens gedrag wilde gaan voor de donkerste. Is het omdat die vrouw tegen hem zegt: je krijgt me nooit &#8211; wraak op de zoon uit jaloezie om haar? Of zit er in zijn psyche iets n\u00f3g duisterders dat mogelijk ook een reden is waarom ze niet wil trouwen?&#8217;<\/p>\n<p>Leraren Nederlands hebben Karakter erin gepompt als een typische Bildungsroman, over een jongen die door tegenwerking van zijn vader een ambitieuze volwassene wordt.<\/p>\n<p>&#8216;Het boek was populair in de jaren veertig en vijftig, omdat zulke opvoedkundige inzichten destijds voor waar werden aangenomen. Terwijl we n\u00fa weten dat het vernietigende krachten zijn. Ik kreeg het niet voor elkaar om dat in de film als waar te verkondigen. En daar gaat het niet over. Bordewijk heeft, misschien wel uit de ordinaire burgermansfantasie, geschreven over de vraag: hoe zou het zijn om een onecht kind te hebben? Hij bedacht een verhaal van honderd pagina&#8217;s over een simpele klerk die een anoniem briefje krijgt: de heer Dreverhaven is uw vader. De novelle is veel interessanter dan de latere roman, gaat alleen over het vader-zoonconflict. Dreverhaven wil weten wat voor lapzwans het kind is dat hij ooit heeft gemaakt en gaat hem voortdurend pesten. Die jongen wordt helemaal murw gemaakt, tot hij een keer moet langskomen op het kasteel van Dreverhaven die zegt: kom mee, op zolder is een portret van je moeder. Daar werpt hij een touw om de nek van Katadreuffe en laat hem boven de kuil van alle weggebroken vloeren bungelen. Die jongen heeft al z\u00f3veel doorstaan dat dat hem niks meer doet. Dreverhaven schrikt daarvan en trekt hem terug. Katadreuffe ziet dan dat zijn vader de zwakste is en zegt: ik kom hier nooit meer. Of woorden van die strekking. Als ik het me goed herinner, blijft Dreverhaven in de laatste zin achter als opeens een grijs en krom oud mannetje.<\/p>\n<p>Tien jaar later bedenkt Bordewijk: dat moet ik n\u00f3g een keer doen; en schrijft tijdens een vakantie in Engeland de roman. Toen heeft hij mijn inziens de fout gemaakt, al blijft het met alle zwakten een sterk boek, om dat gegeven te combineren met autobiografische ervaringen als student rechten die op kantoor gaat werken. Het grootste deel van de roman gaat over kennis vergaren, wat in mijn film eigenlijk niet voorkomt. In de film is het Katadreuffes wens om vooruit te komen, waarbij hij zich afzet tegen zijn ouders; carri\u00e8re for all the wrong reasons, zoals bij de meesten. Bordewijk bouwde ook thrillerstructuren in: een paar keer wordt de zoon een mes aangeboden, herhaaldelijk loopt Dreverhaven door donkere stegen en hoopt vurig dat dat mes in zijn rug wordt gestoken. Zoiets m\u00f3\u00e9t eindigen in een Hollywoodse showdown, maar opeens slaat Bordewijk linksaf waar hij rechtdoor had moeten gaan. Misschien heeft zijn vrouw hem ingefluisterd: die man doet dat alleen om zijn zoon te harden.<\/p>\n<p>De climax van het boek is: zoon komt bij vader en zegt: ik heb mijn doel bereikt. Vader wil feliciteren, maar zoon zegt: ik kan niet de hand accepteren van iemand die me mijn leven lang heeft tegengewerkt. Voor lezers in de jaren veertig en vijftig was het de climax, voor lezers van nu een anticlimax, als de vader zegt: ik heb m\u00e9\u00e9gewerkt. Onzin, flauwekul! Ik vond het w\u00e9l leuk om te beginnen met die sc\u00e8ne, er zijn vast lezers die hem herkennen.&#8217;<\/p>\n<p>Mijn probleem als lezer was dat ik Katadreuffe zelfs m\u00e9t gesterkt karakter zo&#8217;n oninteressant personage bleef vinden.<\/p>\n<p>&#8216;Nog een netelig punt. Wij vonden Katadreuffe onuitstaanbaar, een vreselijke streber die je in de roman alles nog zou vergeven als Bordewijk maar had aangegeven: hij doet zo om aan vader of moeder te ontsnappen. Ik vermoed dat Bordewijk zelf ontevreden was dat hij hinkte op twee gedachten. Enerzijds verzet die jongen zich tegen de ouders, anderzijds worden ontwikkeling en carri\u00e8re voorgesteld als het hoogste doel. Strijdige thema&#8217;s, ook als je het herleest. Als een personage karaktertrekken heeft die me niet bevallen, verander ik die gewoon. Een boek is niet als scenario geschreven, dat moet je met grote argwaan benaderen. Eerlijk gezegd ben ik verbijsterd dat ik nu een roman heb verfilmd, dat was nooit in me opgekomen. Ik heb een film gemaakt die toevallig is ge\u00efnspireerd op een boek in plaats van op een anekdote of krantenbericht. Het is de f\u00edlm Karakter. Op affiche en trailer staat n\u00ed\u00e9t &#8220;naar de gelijknamige roman van Bordewijk&#8221;.&#8217;<\/p>\n<p>Waarom &#8216;leen&#8217; je zo&#8217;n personage met intrigerende doodsdrift niet van het boek en verzin je daar je eigen verhaal omheen? Dat spaart je auteursrechten en verwijten van Bordewijk-adepten.<\/p>\n<p>&#8216;Er zat blijkbaar meer in. Ik vond bijvoorbeeld het tijdsbeeld uiterst bruikbaar. Het was toen volstrekt duidelijk hoe vader, moeder en zoon hoorden te zijn, nu zijn incomplete gezinnen meer regel dan uitzondering. Ik denk dat de psychologische strijd tussen kind en ouders daarom nu harder aankomt dan toen. Ik merk in elk geval dat er heftig wordt gereageerd op de film. Dat je voor je ouders nooit kunt zijn wie je zou moeten zijn, is een universeler thema dan een of andere opvoedingskwestie.&#8217;<\/p>\n<p>Verbazend hoe achter calvinistische stugheid die hevige emoties broeien. Je omzeilt knallende conflicten zeker niet, maar echt aangrijpend zijn de momenten van non-conflict, dat je denkt: doe of zeg toch iets!<\/p>\n<p>&#8216;Wat de personages gemeen hebben, is hun onvermogen tot communiceren. Om te zeggen waar het op staat, emoties te uiten, in de laatste plaats zeggen: ik hou van je. Wat ze trouwens stuk voor stuk w\u00e9l doen, maar altijd te laat. Al in de scenariofase was ik tevreden over de laatste veertig minuten, waarin al die relaties uit elkaar gaan, maar niet dan nadat de personages elkaar toch op enigerlei wijze hebben bekend dat ze van elkaar houden. En vijf of zes keer gebeurt het dat wanneer iemand zijn stem verheft het daarna volledig stil wordt, een soort betovering. Dat de moeder nooit een woord zegt, heeft Bordewijk verzonnen, maar dat kwam mij goed uit, omdat ik zelf ook altijd zulke personages bedenk. Een van de weinige recente films die me bij de strot hebben gepakt &#8211; op mijn leeftijd ben je minder vatbaar voor films dan tussen je zestiende en zesentwintigste &#8211; is Remains of the Day waarin die mensen dertig jaar lang niks tegen elkaar zeggen.<\/p>\n<p>Bij de eerste viewing bleek het ontroerendste filmmoment voor mezelf Katadreuffes speech over het belang van vooruitkomen in de wereld, waarbij hij de liefdeswens van juffrouw Te George volstrekt negeert. Dat wordt gedemonstreerd door de camera die letterlijk langs zijn gepraat heengaat en doorgaat naar haar. Een ultiem moment van niet-zeggen, waar je aan Tamar van den Dop ziet dat ze innerlijk kapot gaat terwijl ze blijft glimlachen. Bij tests voor de rol was d\u00e1t het grote punt: toch gerenommeerde actrices bleken dat niet te kunnen spelen, Tamar was de enige. Daarom was het zo bijzonder dat juist die sc\u00e8ne me aangreep.&#8217;<\/p>\n<p>De personages vechten meer met zichzelf dan met elkaar, is de indruk.<\/p>\n<p>&#8216;Je kent mijn korte films: volgens mij waren die hoogst cerebraal, speelden uitsluitend in het hoofd van de toeschouwer. (Besmuikt:) In elk geval voor mijn doen is Karakter \u00f3\u00f3k voor hart en onderbuik. Ik ben maar net begonnen, maar waarschijnlijk heb ik een hang naar theatraliteit, er moet iets gr\u00f3\u00f3ts gebeuren.<\/p>\n<p>Ik heb steeds gedacht: ondanks de partij ellende die je over je heen krijgt, moet je gelouterd uit de film komen. Maar toen journalisten zeiden: er is zo&#8217;n mooi happy end, schrok ik. Dat vind jij toch ook niet? Wat ik w\u00e9l prettig vind, is dat de film lijkt te werken op meer niveaus. Mensen zeggen happy end, \u00f3f wrang maar ontroerend. Ze vallen voor de sc\u00e8ne waarin de moeder in letterlijk haar laatste zin zegt waar het op staat, of vertellen dat ze het te kwaad kregen van de sc\u00e8ne waarin Katadreuffe een encyclopedie cadeau krijgt. Mij ligt dat minder &#8211; boekenliefde kwam alleen goed uit voor het verhaal &#8211; al was ik op de set onder de indruk hoe ontroerend Fedja het speelde.<\/p>\n<p>Dan is er De Gankelaar, Katadreuffes mentor op kantoor, de substituutvader, van wie de vraag is: koestert hij eigenlijk geen heimelijk liefde voor die jongen? Een gemiddeld publiek ziet dat misschien niet, maar we hebben er nooit een geheim van gemaakt dat het prettig was als de andere helft het w\u00e9l zou herkennen. Ik zei tegen Laurens: meteen na de film zul je misschien even napraten over het verhaal, maar nog v\u00f3\u00f3r je de kroeg bereikt, moet je het hebben over De Gankelaar.<\/p>\n<p>Het is een van de tragische, onbeantwoorde liefdes in de film. Jan Decleir heeft de laatste confrontatie met de zoon altijd een liefdessc\u00e8ne genoemd. Dan is er liefde tussen moeder en zoon, de liefde op kantoor tussen Katadreuffe en Te George, eigenlijk een spiegel van de verhouding tussen de oude Dreverhaven en zijn jonge huishoudster Joba. Mensen vermoeden ook van alles tussen Joba en haar kostganger Jan Maan, maar daar gaan we niet op in. Betty Schuurman was zenuwachtig over haar rol, we filmden in een straatje in Gent en om haar gerust te stellen zeiden we bij wijze van grap dat Joba een platonische relatie had met Jan Maan, maar het onderwijl met de hele straat deed.&#8217;<\/p>\n<p>Wanneer dacht je aan Jan Decleir als Dreverhaven?<\/p>\n<p>&#8216;Natuurlijk zijn er Nederlandse acteurs die Dreverhaven kunnen spelen, wat fysiek en talent betreft, maar ik wilde iemand met het charisma dat alleen filmsterren hebben. En bij charisma denk je meteen aan Jan Decleir. Dreverhaven is een outsider, zonder banden. Wat in het boek staat, kan me &#8211; nogmaals &#8211; gestolen worden, maar wat Bordewijk meldt over Dreverhaven is een vrij nauwgezette beschrijving van het fysiek van Decleir. Ik heb de rol geschreven als mythische filmheld, een Clint Eastwood, de westernheld van weinig woorden maar met monumentale pr\u00e9sence. Dat heeft Jan ontzettend goed opgepikt en sterker gemaakt dan iedereen voor mogelijk had gehouden. Ik heb met Jan \u00e9\u00e9n fundamenteel gesprek gehad. Daarin zei ik dat ik per se niet wilde dat hij in de rol zijn blanke pit zou tonen, niet degene die men kent uit Beck of Daens. In het script was Dreverhaven al fysieker gemaakt, maar dat overweldigend fysieke van Jan heeft me eerlijk gezegd totaal overrompeld. Hij woog tijdens de opnamen honderdtien kilo schoon aan de haak, met al zijn kledinglagen erbij honderdvijfentwintig kilo, en toch bewoog hij zo soepel als een elfje.&#8217;<\/p>\n<p>Met alle respect voor de acteur, ook in de film is Katadreuffe nauwelijks meer dan een noodzakelijk trait-d&#8217;union tussen de andere, intrigerende of ontroerende personages.<\/p>\n<p>&#8216;Een ondankbare rol, hij handelt net genoeg en net doelgericht genoeg om de film te laten functioneren, maar wat psychologie en verborgen motieven of verlangens betreft, blijft hij de minst interessante van het hele zootje. De anderen hebben meer geheimen en zwijgen meer, vaak is Katadreuffe degene die praat. Er is een Beauty and the Beast-aspect aan het verhaal en je weet dat publiek altijd als een blok valt voor het Beast. Het is altijd moeilijk voor Beauty om interessant te zijn en nu is hij ook nog ontleend aan een romanpersonage dat in jaren-negentigoptiek een hysterische etter is, met huilebalkteksten waarvan de honden geen brood lusten. Nieuwerwets gezegd: een watje. Goddank speelt Fedja van Hu\u00eat fantastisch, zodat de mensen voldoende met h\u00e9m meegaan om fascinatie te kunnen opbouwen voor alle andere personages. Minder interessante psychologie compenseert hij met herkenbare jongensachtigheid en eerlijkheid. Als hij merkt dat zijn liefje met een ander gaat, loopt hij zo gepikeerd weg op hoge poten en later weer en w\u00e9\u00e9r, ik ken weinig acteurs die zo oprecht kinderachtig durven spelen dat het vertedert.<\/p>\n<p>Er zijn ongeveer zestig mensen getest, twintigers en dertigers in alle gradaties van bekendheid, alle lichtingen van alle toneelscholen, wie maar kon passen in de rolbeschrijving. Zeer gerenommeerde acteurs hebben z\u00e9lf een test aangevraagd. Uiteindelijk bleken de dertigers simpelweg te oud. Dan ben je ook niet onzeker om met een onbekende en onervaren acteur in zee te gaan, je weet dat hij de beste is, omdat je iedereen hebt gehad.&#8217;<\/p>\n<p>Hoe regisseer jij?<\/p>\n<p>&#8216;Een van mijn slechte kwaliteiten is dat ik onder tijdsdruk ongeduldig word en acteurs geen kans geef om zelf iets te proberen. Het kwam bij Pleidooi vaak voor dat ik zei: je gaat daar staan en kijkt daarheen, houdt een kleine pauze en zegt de tekst. Ik had meteen de hele choreografie klaar. Maar als op mijn goede dagen iemand van de koers afwijkt op een manier die werkt, roep ik: dit nemen we, mijn idee gooien we overboord. Ik kom nooit op de set met een storyboard, je moet natuurlijk je crew ongeveer een idee geven wat ze moeten doen &#8211; bij Karakter was die crew soms h\u00e9\u00e9l groot &#8211; maar dat is vooral heel veel improvisatie.&#8217;<\/p>\n<p>Film-Rotterdam is gereconstrueerd uit lokaties in elf Europese steden.<\/p>\n<p>&#8216;We hebben onderzoek gedaan naar de historische lokaties, maar het gebied waar het speelt, leek erg op Amsterdam rond de Oudezijds, klein en benauwd, met stegen. Niet het beeld van de art directors en mij hoe de film moest worden. Ik zocht een stad zoals Rotterdam voor de oorlog geweest had k\u00fannen zijn, in de voorstelling van iemand die er nooit is geweest, een romantisch beeld van de havenstad. Wat je ziet en hoort, is hoe Katadreuffe alles ervaart: als hij voor het eerst in dat advocatenkantoor komt, hoor je, als geluid, rumoer van wel vijfhonderd mensen. Bigger than life. Lokatie-scout Paul Marbus heeft anderhalf jaar geschikte lokaties gezocht. Niet de easy way out: we draaien alles maar in Praag. Het gebeurt vaak &#8211; niet \u00e9\u00e9n keer, maar voortdurend &#8211; dat mensen binnen \u00e9\u00e9n minuut via Antwerpen, Brussel en Gent wat zeggen, in Hamburg terzake komen en dan in een studiodecor hun gesprek afronden.&#8217;<\/p>\n<p>Is dat niet gekmakend? Dan liggen er weken tussen die losse opnamen die toch \u00e9\u00e9n sc\u00e8ne moeten worden.<\/p>\n<p>&#8216;Wim Verstappen heeft op de Filmacademie geleerd dat scriptgirls geschikt zijn voor twee dingen: je kunt met haar naar bed, of een goeie film maken. Mijn scriptgirl Annemarie was zeer goed in haar werk, zo&#8217;n type dat in La nuit am\u00e9ricaine is geportretteerd, waardoor alles klopte. Je kunt altijd op video terugzoeken hoe een opname er destijds uitzag, maar je vaart er vooral op dat de acteurs hun emotie weer kunnen oproepen. We moesten beginnen te draaien in het kantoor boven een Rotterdams pakhuis, met op vier verdiepingen weggebroken vloeren. Sleutelsc\u00e8nes van begin en slot van de film, enorm beangstigend om die het eerst te doen. We zijn toen zo te vuur en te zwaard gegaan, dat Jan, toen het erop stond, zei: nu is de toon gezet, zo gaan we door.&#8217;<\/p>\n<p>Fotografie en belichting, lokaties en aankleding, spel en grime, geluid en muziek zijn het tegendeel van naturalistisch.<\/p>\n<p>&#8216;Als jij zegt dat je de acteurshoofden ervaart als koppen met een hoofdletter K: dat zit in \u00e1lle onderdelen. De belichting van de politiecel waar Vorstman opereert is of je in Alien zit, dat liegt er niet om. Spel, kostumering, art direction, licht en regie gingen elkaar steeds verder versterken. Ik ben scheutig met geluid en ik ben in alles doorgegaan op de ingeslagen weg. Van conceptie tot en met montage en geluidsafwerking. Als een sc\u00e8ne is bedacht met een brede orkestratie eronder kun je niet achteraf zeggen: we laten die maar weg; dat klopt dan niet. Er klinkt heel vaak muziek &#8211; dat ben je hier niet gewend, zelfs voor mij was het soms schrikken &#8211; maar op essenti\u00eble momenten ook niet. (Vrolijk:) En ik hou niet eens van veel filmmuziek! En niet van flashbacks en voice-overs. Alle hoofdzonden in \u00e9\u00e9n keer. Maar het moest zo zijn, ik heb geen spijt.&#8217;<\/p>\n<p><\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In de roman van Bordewijk zit een aspect dat doet denken aan &#8216;The Beauty and the Beast&#8217;, vindt filmmaker Mike van Diem. &#8216;En het publiek valt altijd als een blok voor &#8216;the beast&#8217;. Hoe voorkom je dat als regisseur en scenarioschrijver? Van Diem over het bedenken van een film met een klassiek boek als uitgangspunt. &#8216;Ik heb de rol van Dreverhaven, &#8220;the beast&#8221;, geschreven als een mythische filmheld, een Clint Eastwood.&#8217; In 1990 kreeg filmstudent Mike van Diem, geboren in 1959, voor zijn eindexamenwerkstuk Alaska een Gouden Kalf en later in Hollywood de oscar voor beste academiefilm.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[2207,253,9,269],"tags":[3189,783],"acf":[],"author_name":"Ab van Ieperen","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127185"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127185"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127185\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ab van Ieperen","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127185"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127185"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127185"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}