
 {"id":127169,"date":"1997-08-30T12:08:00","date_gmt":"1997-08-30T10:08:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-vele-tongen-van-van-mierlo\/"},"modified":"1997-08-30T12:08:00","modified_gmt":"1997-08-30T10:08:00","slug":"de-vele-tongen-van-van-mierlo","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-vele-tongen-van-van-mierlo\/","title":{"rendered":"De vele tongen van Van Mierlo"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>&#8216;Politiek, daar wil ik iets eerlijks en opens van maken,&#8217; zei Hans van Mierlo. Dat was in 1966, toen hij de &#8216;beslissing van zijn leven&#8217; nam, zijn ontslag bij het Algemeen Handelsblad indiende en begon aan het &#8216;opwindendste avontuur&#8217; dat hij ooit had beleefd. &#8216;Politiek stinkt voor gewone mensen,&#8217; wist hij. &#8216;Dat krijg je ook met al dat gedraai en dat gewichtig doen met geheimpjes.&#8217; Van Mierlo wilde die Augiusstal reinigen.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Vorige week onthulde NRC Handelsblad (zijn eigen oude krant) dat Van Mierlo vanaf zijn vakantieadres stiekem de arrestatie van Desi Bouterse had tegengehouden. Daar had hij alle aanleiding voor, zei de kampioen van de openheid, die het inmiddels tot minister van Buitenlandse Zaken had gebracht. De bewindsman twijfelde aan de bereidheid van de Braziliaanse autoriteiten om Bouterse w\u00e9rkelijk vast te zetten en uit te leveren. Dat was niet de enige reden voor zijn ingreep achter de schermen. <\/p>\n<p>O nee? Welke feiten speelden dan nog meer een rol? Dat kon Van Mierlo toen niet openbaren. Wel wilde hij in een eerste reactie kwijt dat &#8216;iedereen die kennis zou hebben van deze feiten, hetzelfde zou hebben besloten&#8217;. Op zijn persconferentie vrijdag in Den Haag herhaalde hij dat: &#8216;Ik zit in een lastig parket. Ik moet het onuitlegbare uitleggen en kan daarbij niet al mijn beweegredenen bloot geven.&#8217; Als h\u00edj dat zei, moest Nederland hem toch echt geloven.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Het was natuurlijk ook een herculestaak om nu juist het ministerie van Buitenlandse Zaken af te brengen van gewichtig doen met geheimpjes. Traditiegetrouw willen ze daar alleen off the record bevestigen dat Pretoria de regeringszetel is van Zuid-Afrika. Dat is in de afgelopen jaren wel iets verbeterd, maar discretie blijft op de Bezuidenhoutseweg een groot goed. Het echec van Van Mierlo&#8217;s missie om Buitenlandse Zaken te doordringen van het gedachtegoed van D66 (openheid, democratisering, &#8216;het bestuur dicht bij de burgers brengen&#8217;) was dan ook voorspelbaar. Voldoende vrienden en partijgenoten hadden hem ervoor gewaarschuwd: Hans, word nou vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken. Dan kun je er zelf voor zorgen dat je met de kroonjuwelen van D66 &#8211; het referendum, de gekozen minister-president &#8211; kunt schitteren. Maar Van Mierlo had een andere ambitie: Buitenlandse Zaken. &#8216;Als minister heb ik het hele buitenland, als vice-premier het binnenland, eigenlijk ben ik minister van de hele wereld,&#8217; zei hij spottend, kort na zijn ambtsaanvaarding.<\/p>\n<p>Toen hij net begonnen was, probeerde hij nog het departement in zijn eigen vaart mee te sleuren, zoals hij dat met zijn partij ook altijd gedaan had. Als Kohl of Waigel iets over Europa zeiden, wilde hij daar meteen commentaar op leveren, dan moest er een persbericht uitgaan. Van Mierlo&#8217;s enthousiasme stuitte op een muur van ambtelijke scepsis.<\/p>\n<p>Iedere minister neemt op den duur de kleur van zijn departerment aan. Ook Van Mierlo werd herijkt. Vorig jaar onthulde NRC Handelsblad (inderdaad: alweer zijn oude krant) dat Van Mierlo de Nederlandse ambassadeur uit Pretoria terug had gehaald. Beatrix zou op bezoek gaan in Zuid-Afrika en wilde de diplomaat, die overspel zou hebben gepleegd, niet in de buurt hebben. &#8216;Hoe Beatrix boos werd, Van Mierlo boog en R\u00f6ell verdween,&#8217; stond boven het artikel. Van Mierlo reageerde giftig op de suggestie dat hij als slippendrager voor de koningin zou zijn opgetreden. Het artikel in NRC Handelsblad klopte niet, zei hij op zijn wekelijkse briefing. <\/p>\n<p>Hoe zat het dan wel? Dat kon en wilde hij niet zeggen. Dan schond hij het geheim van Huis ten Bosch en dat kon je geen &#8216;geheimpje&#8217; meer noemen. Journalisten die hem het verwijt maakten dat hij zich als regent gedroeg, kregen te horen dat zij zich schandelijk opstelden. Zo lang niet bewezen was dat de minister van Buitenlandse Zaken loog, sprak hij de waarheid. Als de pers dat niet aannam, werkte ze mee aan de verloedering van de democratie. Was dit nog dezelfde als de man die in 1968 &#8216;de revolutie wilde maken voor ze uitbrak&#8217;? En nu is Van Mierlo alweer boos en verdrietig omdat niemand genoegen neemt met zijn mededeling dat wie in zijn hoofd zou kunnen kijken, zou beamen dat hij met Bouterse het enig juiste deed.<\/p>\n<p>De redenering van Van Mierlo &#8211; althans op het moment dat dit geschreven wordt &#8211; is de volgende: het was niet zeker of Brazili\u00eb op het moment supr\u00eame (18 juli) mee zou werken aan de uitlevering van Bouterse. Als Brazili\u00eb dat niet deed, zou de Surinaamse adviseur van staat de lachende derde zijn. Bovendien zouden de Nederlands-Braziliaanse betrekkingen (zoals bekend sinds de dagen dat Johan Maurits van Nassau Olinda en Recife aan de Portugezen overdeed een hoeksteen van ons buitenlands beleid) daardoor ernstig belast worden. En een gespannen verhouding zou kunnen leiden tot Braziliaanse tegenwerking bij een toekomstig uitleveringsverzoek voor Bouterse. Dat nooit!<\/p>\n<p>Van Mierlo beheerst de kunst om zulke redeneringen die zichzelf bewijzen, af te steken. Wat Escher met tekeningen deed, doet hij met taal. Alleen Lubbers overtrof hem daar nog in. Maar die had, net als Van Mierlo, ook op het Canisius-college in Nijmegen gezeten.<\/p>\n<p>Dat jongleren met logica redde Van Mierlo toen hij begin jaren tachtig minister van Defensie was in het kabinet-Van Agt-Den Uyl. Het was de tijd waarin Nederland moest beslissen over de plaatsing van kruisraketten, de tijd van massademonstraties en van het volkspetitionnement. Van Mierlo was tegen nucleaire wapens, maar daarom toch juist ook weer voor. Kernwapens zijn waanzin, was zijn redenering. Maar ze waren er nu eenmaal. <\/p>\n<p>&#8216;Je moet het gekkenhuis waarin je leeft niet wegredeneren. Als je roept dat alle kernwapens de wereld uit moeten, dan redeneer je het gekkenhuis weg.&#8217; Atoombommen joegen angst aan. Maar juist daardoor voorkwamen ze oorlog. Het probleem: ze waren zo eng, dat de mensen ze niet wilden. Daar had hij alle begrip voor. Maar verzet tegen atoomwapens, bracht de oorlog weer dichterbij. Van Mierlo: &#8216;Je hebt angst nodig om in vrede te leven.&#8217; Zonodig haalde hij er Plato en de vroeg-christelijke denkers bij om zijn betoog kracht bij te zetten. Zo slalomde hij om alle stellingen heen en bleef hij zowel met de Navo als met Mient Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad in gesprek. Een interessante man, daar was iedereen het over eens.<\/p>\n<p>Het fundament van Van Mierlo&#8217;s filosofie is een wijsheid van Harry Mulisch: als je een probleem niet kunt oplossen, moet je het groter maken. Mulisch ontleende dat devies aan een joodse legende. Een man kwam bij de rabbijn om te klagen dat zijn huis zo vol was. Elke dag had hij zijn schoonmoeder over de vloer, zijn vrouw, zijn kinderen. Je moet er een geit bijnemen, zei de rabbijn. En een koe. Huilend klopte de man daarna bij de rabbijn aan. Stikstapelgek werd hij thuis. Dan moet je die koe en die geit wegdoen, zei de rabbijn. Weer een dag later kwam de man hem bedanken. Wat was het rustig, met alleen zijn schoonmoeder, zijn vrouw en zijn kinderen.<\/p>\n<p>Tijdens de kernwapendiscussies voerde Van Mierlo die chassidische wijsheid ad absurdum door. Er werd gebekvecht over een &#8216;nuloptie&#8217;: Rusland geen nieuwe nucleaire wapens, wij ook niet. De Sovjets speelden het spel niet mee. Van Mierlo in de Volkskrant (1983): &#8216;Praten over de kleine nullen is mislukt, nu moet je proberen de nul te vergroten.&#8217;<\/p>\n<p>Het verleidelijke van de redeneertrant van Van Mierlo is dat hij zo mooi formuleert dat je altijd denkt: er moet wel een kern van waarheid inzitten. Zelfs als je niet precies begrijpt wat hij bedoelt.<\/p>\n<p>Van Mierlo in 1985: &#8216;De anonimiteit van de macht wordt de anonimiteit van de onmacht.&#8217;<\/p>\n<p>Van Mierlo in 1989: &#8216;We gaan jaren tegemoet die doodlopen &#8211; bijna letterlijk &#8211; of revolutionair worden. En revolutie is geschiedenis.&#8217;<\/p>\n<p>Van Mierlo in 1990: &#8216;De vakbonden zijn niet van de werknemers, de werknemers zijn van de vakbonden.&#8217;<\/p>\n<p>Van Mierlo in 1991: &#8216;Het kabinet is van niemand.&#8217;<\/p>\n<p>Van Mierlo in 1992: &#8216;Je legt eigenlijk een spreekverbod op als je een partij die kritiek heeft iedere keer naar het alternatief vraagt.&#8217;<\/p>\n<p>Van Mierlo in 1995: &#8216;Het belangrijkste van paars is dat het er is.&#8217;<\/p>\n<p>Taal is het belangrijkste gereedschap van de politicus, zei Van Mierlo een paar jaar geleden tegen Trouw. Het parlement noemde hij een &#8216;woordpaleis&#8217;. Dat interview ging alleen over taal. Van Mierlo heeft daar veel over te vertellen. <\/p>\n<p>Acht jaar eerder had hij er in De Tijd ook al eens uitvoerig over gepraat. Hij was journalist geweest en kreeg toen vaak geen woord op papier. &#8216;Omdat ik het waarschijnlijk per zin alleen met genialiteit wilde vullen. En dat kan ik niet.&#8217; (De Tijd). <\/p>\n<p>Hij stapte eind jaren zeventig uit de Kamer, gedesillussioneerd over zijn partij waarin kinderboekenschrijver Jan Terlouw de macht had overgenomen. Maar ook afgeknapt op het parlementaire jargon. &#8216;Ik kon geen politieke redevoering meer horen. Het was woordhaat.&#8217; (Trouw). <\/p>\n<p>Toch kwam hij terug, eerst als minister van Defensie, later als lijsttrekker. Wat hem hinderde, was dat hij in die hoedanigheid overal een mening over moest hebben. &#8216;Ik heb de neiging publiciteit te ontvluchten en als politicus moet je dat eigenlijk niet doen. Je wordt in de publiciteit veel te vaak gedwongen met een opvatting te komen, een standpunt, terwijl je eigenlijk geen bruikbare opvatting voorhanden hebt.&#8217; (De Tijd). <\/p>\n<p>Altijd maar al die vragen, vragen, vragen. &#8216;Vaak zou ik het liefst een dag over een vraag willen nadenken. Maar dat kan niet. Daarom is het antwoord op een vraag meestal geen antwoord, maar een associatie die de vraag oproept.&#8217; (Trouw). <\/p>\n<p>Hij beklaagde zich over &#8216;gebrabbel&#8217;, alleen bedoeld &#8216;om te verhullen dat je het eigenlijk niet weet&#8217;. Daar stuitte hij vaak op, ook bij het schrijven van zijn eigen redevoeringen. &#8216;De kwelling van het schrijven zit voor mij in het gevecht tegen de dreiging van dat verhullende.&#8217; (Trouw). <\/p>\n<p>Taal is lijden, vond hij. Maar hij houdt van dat lijden. Van Mierlo leeft als een prins in een koninkrijk van woorden.<\/p>\n<p>E\u00e9n zaak moet duidelijk zijn, vindt Hans van Mierlo: hij is geen twijfelaar! Al meer dan dertig jaar strijdt hij tegen het beeld dat al meer dan dertig jaar van hem bestaat. Een denker? Soms denkt hij lang na, dat is waar. Geen doener? Quatsch. Hoe komt dat beeld toch de wereld in? Doordat Hans van Mierlo er zelf de stenen voor heeft aangedragen.<\/p>\n<p>In 1973 liet hij een ministerschap in het kabinet-Den Uyl aan zich voorbij gaan. Hij stond daar &#8216;ambivalent&#8217; tegenover. &#8216;Het trok me wel aan, maar ik stond niet te dringen. Kijk, ik had niet zo&#8217;n groot verlangen terug te keren naar de Kamer, maar tegen een ministerschap zag ik ook wel op. Nou zegt dat laatste niet veel, want ik zie overal tegenop.&#8217;<\/p>\n<p>In 1982 werd Van Mierlo w\u00e9l minister. Maar. Van Mierlo: &#8216;Ik heb er alles aan gedaan om geen minister van Defensie te worden. Ik zag op tegen die plons in de politiek. Toen ik in Nederland aankwam, adviseerde ik de fractie niet met mij in zee te gaan (&#8230;) Ik ben eraan begonnen met het gevoel van: met de ogen dicht van de hoge. Nu, na een halfjaar, zou ik het vreselijk vinden om ermee te moeten stoppen.&#8217;<\/p>\n<p>Het jaar 1985 stond in het teken van het dilemma of hij moest ingaan op het aanbod om secretaris-generaal van de West-Europese Unie (WEU) te worden. Zijn vriend Lubbers had zich daar sterk voor gemaakt. To WEU or not to WEU, dat was de vraag. Het antwoord was tenslotte: nee. Hij werd opnieuw lijsttrekker van D66. Maar. Van Mierlo vlak voor zijn beslissing: &#8216;Ik heb nog altijd moeite met de partijpolitiek, die onverbrekelijk met een politieke functie voor D66 verbonden is. Dat geschreeuw over de schutting. Ik moet er niet aan denken.&#8217; Van Mierlo na zijn beslissing: &#8216;Als mensen op mij stemmen, zeggen zij iets over zichzelf. Over hun eigen twijfel. Dat is goed, zo hoort het.&#8217;<\/p>\n<p>Drie jaar later vroeg Elsevier hem of hij nog een keer in de Kamer wilde. &#8216;Ja,&#8217; antwoordde Van Mierlo. &#8216;En ook nee.&#8217;<\/p>\n<p>Nee, zei hij toen Het Parool hem eind 1996 vroeg of hij van plan was terug te treden als partijleider. &#8216;Ik heb mijn aftreden helemaal niet aangekondigd! Het enige waar ik de mensen op gewezen heb, is dat de ervaring leert dat mensen niet onsterfelijk zijn en dat er een moment komt dat je ermee ophoudt.&#8217; Drie maanden later was het zover. Van Mierlo (toen vijfenzestig) trok zijn kandidatuur als lijsttrekker in. Zo wilde hij duidelijk maken dat hij wel degelijk in staat was besluiten over zijn eigen toekomst te nemen. De zeven maanden jongere Els Borst moest de fakkel van hem overnemen.<\/p>\n<p>De tragiek van Hans van Mierlo is zijn consistentie.<\/p>\n<p>Zijn leven lang heeft hij gepraat, geijsbeerd, gediscussieerd, getwijfeld en anderen bij zijn besluiten betrokken. Toen hij journalist was, viel dat niet eens op. Toen hij de politiek inging, werd het charmant en verfrissend gevonden. Een &#8216;intellectueel aristrocraat&#8217; werd hij genoemd. Als minister van Defensie kwam hij ermee weg, omdat er behoefte was aan een intermediair tussen honderdduizenden demonstranten op het Museumplein en de mensen die liever een raket in de tuin wilden dan een Rus in de keuken. <\/p>\n<p>Maar nu, als minister van Buitenlandse Zaken, de enige post die hij steeds werkelijk geambieerd heeft, breekt het hem op. Nu worden zijn woorden niet meer gewaardeerd als intellectuele hoogstandjes, maar als gegoochel met taal dat moet verhullen dat hij iets te verbergen heeft. Wat de tragiek voor hem nog groter maakt, is dat hij zich &#8211; te midden van al die vele buitenlanden &#8211; nu net aan Suriname heeft vertild. Een land waar hij verliefd op is sinds hij in de jaren zeventig lid was van achtereenvolgens de Koninkrijkscommissie die de onafhankelijkheid voorbereidde en de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname (Cons) die het hulpgeld moest verdelen. Van Mierlo: &#8216;Alles aan het land is me zo dierbaar. De mensen, de rivier, het oerwoud, de plantages.&#8217;<\/p>\n<p>Nog tot mei 1998 zit het kabinet, deo volente.<\/p>\n<p>Van Mierlo wilde graag opnieuw minister van Buitenlandse Zaken worden in een nieuwe paarse coalitie. Zei hij, toen het nog leuk was. Dat is voor hem wel een criterium. &#8216;Ik denk dat ik nooit met het begrip carri\u00e8re zal kunnen werken,&#8217; zei hij na zijn onverwachte vertrek als leider van D66 in 1973. &#8216;Ik zal altijd een vogel zijn die ergens binnenvliegt, daar heel druk en serieus aan de gang gaat, en dan opeens weer weg wil. Ja, een diep verlangen, oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>&#8216;Politiek, daar wil ik iets eerlijks en opens van maken,&#8217; zei Hans van Mierlo. Dat was in 1966, toen hij de &#8216;beslissing van zijn leven&#8217; nam, zijn ontslag bij het Algemeen Handelsblad indiende en begon aan het &#8216;opwindendste avontuur&#8217; dat hij ooit had beleefd. &#8216;Politiek stinkt voor gewone mensen,&#8217; wist hij. &#8216;Dat krijg je ook met al dat gedraai en dat gewichtig doen met geheimpjes.&#8217; Van Mierlo wilde die Augiusstal reinigen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,155,1761,171,153],"tags":[2131],"acf":[],"author_name":"Max van Weezel, Kees Schaepman","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127169"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127169"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127169\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Max van Weezel, Kees Schaepman","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127169"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127169"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127169"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}