
 {"id":127153,"date":"1997-11-01T14:47:00","date_gmt":"1997-11-01T12:47:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/bert-haanstra-de-zeggingskracht-van-het-gewone\/"},"modified":"1997-11-01T14:47:00","modified_gmt":"1997-11-01T12:47:00","slug":"bert-haanstra-de-zeggingskracht-van-het-gewone","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/bert-haanstra-de-zeggingskracht-van-het-gewone\/","title":{"rendered":"Bert Haanstra, de zeggingskracht van het gewone"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Mogelijk meer dan elders betekent in Nederland elke film die wordt gemaakt dat een andere film n\u00ed\u00e9t wordt gemaakt. Succes van een collega is derhalve zelden aanleiding tot vreugde, want dat kan zijn herkansing op korte termijn vergroten en daarmee jouw toekomstig emplooi n\u00f3g langer verdagen. Andermans flop geeft dus reden tot leedvermaak, maar ook extra zorg, want is nadelig voor het krediet van de Nederlandse film in algemene zin, bij geldschieters, critici en bioscoopbezoekers. Vijfendertig jaar geleden was de situatie niet wezenlijk anders, behalve dat er twee films per jaar werden gemaakt in plaats van twintig. Er er hoefde maar \u00e9\u00e9n regisseur ten val worden gebracht om ruimte te maken voor de nieuwe lichting met een diploma van de filmacademie: Bert Haanstra.<\/p>\n<p>In alle eerlijkheid was ik al overtuigd van &#8216;Haanstra moet weg&#8217; zonder dat ik zijn werk kende. Alleen Rembrandt, schilder van de mens had ik als scholier gezien. Die film had mijn bewondering gewekt voor de beeldend kunstenaar, niet voor de filmer. Opgegroeid in een streek waar muziekconcoursen aan de orde van de dag waren, had ik me nog niet met stokslagen laten dwingen tot een bezoek aan Fanfare, ondanks de lokkende medewerking van Andrea Domburg. Toch had ik zelfs ongezien de indruk dat Haanstra&#8217;s films gingen over klompen en koeien, wind en water &#8211; in elk geval niet over m\u00edjn levensgevoel. Dus maakte ik pas na jaren onwillig kennis met zijn films als verplichte leerstof. Ik had niet alleen de eigenwijze blikvernauwing van de aspirant-filmer, maar het waren ook de roerige jaren zestig, die geen boodschap hadden aan het optimisme van een vorig decennium. Of aan de knusheid die zelfs de documentaires over dijkbouw, insectenbestrijding en aardolie kenmerkte.<\/p>\n<p>Onderkennen van Haanstra&#8217;s virtuoze beheersing van het medium, de technische innovaties van de autodidact, zijn gevoel voor beeldcompositie en beeldrijm, werkte alleen averechts. Want dat betekende waardering voor de houding &#8216;kijk hoe kranig we zijn en toch zo bescheiden gebleven&#8217; terwijl daar juist de beuk in moest worden gezet. In Glas wilde ik de glasblazers leren kennen, niet alleen hun handen of gebolde wangen als elementen van een associatieve beeldenreeks. De grootste steen des aanstoots was Alleman, gemaakt in een tijd die ik welbewust had meegemaakt, die een reeks koddige kleinburgers opvoerde waarin ik per se geen vrienden, familie of het minst van al mezelf wenste te herkennen. De o zo verrassende montageovergang waarmee Nederland werd gelijkgesteld aan zijn schaalverkleining in Madurodam wekte voornamelijk mijn woede.<\/p>\n<p>Zoals meestal is de gedroomde vadermoord niet ten uitvoer gebracht. Binnen een paar jaar en eigenlijk ongemerkt werd Bert Haanstra &#8216;gewoon&#8217; een collega, zonder dat verschil in jaren of zijn kast vol internationale prijzen nog telden of hem een voorsprong gaven waarop hij zich deed voorstaan. Eigenlijk m\u00e9\u00e9r dan &#8216;gewoon&#8217;: terwijl onder invloed van het Bestel de aanvankelijke solidariteit van generatiegenoten was verziekt tot afgunst en achterklap, heb ik Haanstra nooit kunnen betrappen op \u00e9\u00e9n laatdunkende opmerking over vakbroeders. Alleen op onbaatzuchtige interesse, van minimaal welwillendheid tot grote waardering voor hun verrichtingen. Misschien was dat zijn subtiele wraak: niets is zo beschamend als enthousiast gecomplimenteerd worden door iemand voor wie je zelf weinig goede woorden hebt overgehad.<\/p>\n<p>Maar vooral leek hij blij dat er steeds meer mensen bij kwamen met wie viel te praten over liefde, strevingen en problemen aangaande zijn metier. Zonder dat hij zich groot hield: hij kon kleurrijk verslag doen van alle miskleunen en tegenslagen bij opnamen, met vaak m\u00e9\u00e9r bevlogenheid, spanning of humor dan aan de sc\u00e8nes viel af te zien. Hij had het ook over zijn onzekerheden: in elk van onze sporadische gesprekken vertelde hij van zijn vergeefs zoeken naar een goed komediescript: &#8216;Van visuele humor voel ik meteen of het zal werken of niet, op alle andere punten blijft het onverminderd twijfelen.&#8217;<\/p>\n<p>Leidde waardering voor de man tot herwaardering van zijn werk? In elk geval tot het besef dat wat ik ooit had gezien als een behaagzieke, misschien zelfs laffe knieval voor het publiek, wezenlijk bij hem hoorde, dat juist aandacht voor het kleinschalige en benepene zijn kracht was en het meest authentieke deel van zijn talent. Niet voor niets lag zijn &#8211; internationale &#8211; glorietijd in de jaren vijftig en vroege jaren zestig, dankzij films die niet langer waren dan een halfuur en meestal korter. De lange adem van een speelfilm of avondvullende documentaire eiste een uitgesprokener visie dan hij kon of durfde opbrengen. Ondanks het recordbrekende bioscoopsucces had Fanfare niet meer te bieden dan visuele gags, geen enkele echt memorabele sc\u00e8ne of karakter. Deels door Jan Blokkers scenario waarvan de enthousiast acterende cast ook niet meer kon maken dan sjablonen, maar vooral door de schroomvallige of democratische opstelling van de regisseur, die zich bij geen personage m\u00e9\u00e9r wilde involveren dan bij een ander. Haanstra&#8217;s tweede filmkomedie De zaak M.P. had een kansrijker uitgangspunt &#8211; voetbalfans stelen na de interland Holland-Belgi\u00eb Manneken Pis &#8211; en toonde gegroeid gevoel voor enscenering en timing, maar ging ten onder in ongestructureerde lolligheid.<\/p>\n<p>Na dat debacle keerde Haanstra terug naar de documentaire, maar nu avondvullend. In de bioscoop hadden korte films ondertussen geen bestaansrecht meer, het voorprogramma werd voortaan gevuld met commercials en consumptiepauzes. Toch blijven Alleman, De stem van het water en Bij de beesten af aan elkaar geplakte korte filmpjes zonder overkoepelende visie of thematiek, samengebreid door gesproken commentaar. Een optelsom die minder was dan de delen. Zelf moet hij dat ook hebben voorvoeld, gezien de inhoudelijke steun die hij zocht bij Simon Carmiggelt en Anton Koolhaas. Ondanks &#8211; of mogelijk door &#8211; alle verwantschap bleken die auteurs niet in staat om de lacunes te vullen, maar zorgden ze juist voor uitvergroting van zijn minder sterke kanten. Carmiggelts tekst bij Alleman, waarmee bij lezing niets mis is, voegt geen dimensie toe aan de beelden, maar vertelt alleen wat we toch al zien, met onbedoeld betuttelend effect. Bij de zoveelste televisievertoning van de film een paar jaar geleden draaide ik het geluid weg en merkte dat ik voor het eerst echt geboeid en betrokken kon kijken, niet constant, maar vaker dan ik mogelijk had gehouden. En los van het patina dat elke oude film zich verwerft, was er toen ook meer herkenning dan ik destijds had gezien. Of wilde zien.<\/p>\n<p>Koolhaas&#8217; adviezen voor dramaturgische ordening van het zeer diverse beeldmateriaal in De stem van het water en Bij de beesten af leidden hooguit tot de schijn van coherentie. Maar vooral tot nadrukkelijke didactiek, die de toeschouwer terugdwong naar de basisschool. Niet per definitie een onprettige ervaring, bij vlagen wel verdomd, en nodeloos, irritant. Koolhaas leverde ook de scenario&#8217;s voor Haanstra&#8217;s speelfilmcomeback, met zijn eigen romanbewerkingen Dokter Pulder zaait papavers en Een pak slaag. Niet de komedies waar hij zo op hoopte, maar psychologische drama&#8217;s waarbij juist de psychologie een onoverkomelijk struikelblok bleek.<\/p>\n<p>Waarom dorpsarts Pulder geheel van slag raakt als een oude vriend en prominent chirurg junk blijkt te zijn, blijft ongeduid in een film die wel opmerkelijke en boeiende nevenpersonages biedt. Ton Lensink als de chirurg, vooral Dora van der Groen als diens laconiek verloederde ma\u00eetresse en Henny Orri als de kranige doktersvrouw zijn onvoldoende compensatie voor de blanco vlek die Pulder blijft als meest dragende rol, waaraan de beproefde underacting van Kees Brusse zelfs geen suggestie van zielskrochten toevoegt. Het is te makkelijk om in een filmhoofdrol het alter ego te zien van de maker, maar Haanstra lijkt Pulder vooral te hebben beschouwd als alibi om met en via hem te kunnen kijken naar die bizar spannende antagonisten; waarbij hij vergat dat de protagonist zelf ook iemand moet zijn.<\/p>\n<p>Dat manco deed zich nog sterker voelen bij Een pak slaag. Alweer Brusse maakt in verschijning en gedrag geen moment waar dat de door hem gespeelde fabrieksdirecteur zoveel weerstand en weerzin wekt bij zijn employ\u00e9s dat onthulling van een futiel incident uit het verleden kan leiden tot een vloedgolf van leedvermaak. Ondanks de falende context en fletse hoofdrol heeft de film aangrijpende sc\u00e8nes met Paul Steenbergen als Brusses dementerende schoonvader en ex-werkgever, die niet alleen behoren tot de beste (en best geacteerde) uit Haanstra&#8217;s oeuvre, maar wat mij betreft uit de hele, beperkte Nederlandse filmhistorie. Achteraf gezien lijken eerdere loftuitingen voor Haanstra&#8217;s werk soms overtrokken, maar de verguizing die Een pak slaag ten deel viel is veel onrechtvaardiger.<\/p>\n<p>Wat rest uit Haanstra&#8217;s filmoogst van veertig jaar? Losse momenten, dat wat beklijft van het oeuvre van zelfs de grootste cineasten. In de allengs vervagende herinnering aan meer of mindere geslaagdheid (of aansprekendheid) van films blijven uiteindelijk alleen afzonderlijke beelden of sc\u00e8nes op het netvlies gegrift. Om redenen die zelden rationeel zijn te verklaren. Rembrandt ontstijgt aan een college kunsthistorie met in elkaar overvloeiende zelfportretten van jonge vent tot bejaarde: een opmerkelijk bedacht en uitgevoerd stuk vormgeving, maar vooral een compact, roerend en universeel beeld van aftakeling. Al het smelt-, giet- en blaaswerk in Glas kan me gestolen worden voor die ene kapotte fles die een heel lopendebandsysteem ontregelt. In Alleman heeft het beeld van een schaatser over een verlaten gracht meer onbenoembare zeggingskracht dan de hele verdere optelsom van bijeengeharkte landgenoten. Als ik het niet in de knipselmap had herlezen, was ik de spectaculaire beelden van een reddingsactie bij storm op zee in De stem van het water totaal vergeten, maar nooit het simpele shot van de huilende kleuter die zijn eerste zwemles krijgt.<\/p>\n<p>De grimmige schaterlach van Dora van der Groen; Henny Orri die haar wanhoop maskeert door bedrijvig de afwas te doen; de pathetische ontreddering van Paul Steenbergen; de zenuwtics van de doorbabbelende Carolien van den Berg in Vroeger kon je lachen, de te slaafs verfilmde Kronkels als Haanstra&#8217;s verjaarscadeau aan vriend Carmiggelt.<\/p>\n<p>Misschien heeft Haanstra zich miskend of te omzichtig ingedekt, door humor zijn fort te noemen. Ongeacht wat de volksmond beweert, voor komedie is gewoon zelden gek genoeg. Maar wie aandachtig genoeg focust en de tijd neemt &#8211; zoals Haanstra op zijn best kon doen, eventjes niet gehinderd door de drang te entertainen met weer zo&#8217;n leuke beeldovergang &#8211; kan met dat gewone wel oneindige perspectieven geven. En afgronden.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Mogelijk meer dan elders betekent in Nederland elke film die wordt gemaakt dat een andere film n\u00ed\u00e9t wordt gemaakt. Succes van een collega is derhalve zelden aanleiding tot vreugde, want dat kan zijn herkansing op korte termijn vergroten en daarmee jouw toekomstig emplooi n\u00f3g langer verdagen. Andermans flop geeft dus reden tot leedvermaak, maar ook extra zorg, want is nadelig voor het krediet van de Nederlandse film in algemene zin, bij geldschieters, critici en bioscoopbezoekers. Vijfendertig jaar geleden was de situatie niet wezenlijk anders, behalve dat er twee films per jaar werden gemaakt in plaats van twintig. Er er hoefde maar \u00e9\u00e9n regisseur ten val worden gebracht om ruimte te maken voor de nieuwe lichting met een diploma van de filmacademie: Bert Haanstra.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[2207,253,14,269],"tags":[3197,783],"acf":[],"author_name":"Ab van Ieperen","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127153"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127153"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127153\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ab van Ieperen","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127153"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127153"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127153"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}