
 {"id":127113,"date":"1998-05-16T14:09:00","date_gmt":"1998-05-16T12:09:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/nicolaas-matsier-schrijven-is-een-malle-bezigheid\/"},"modified":"1998-05-16T14:09:00","modified_gmt":"1998-05-16T12:09:00","slug":"nicolaas-matsier-schrijven-is-een-malle-bezigheid","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/nicolaas-matsier-schrijven-is-een-malle-bezigheid\/","title":{"rendered":"Nicolaas Matsier: &#8216;Schrijven is een malle bezigheid&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Bij de eerste vraag valt de schrijver me al direct in de rede. Hij wil, zegt hij met klem, tijdens het interview niet bij zijn echte naam worden aangesproken.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Hij heeft die naam dan wel prijsgegeven in Gesloten huis, maar op dit moment is hij &#8216;weer gewoon&#8217; Nicolaas Matsier (53). &#8216;Je eigen naam in de krant is alleen maar solliciteren naar ongewenste telefoongesprekken.&#8217; Van collega&#8217;s kent hij de verhalen over &#8216;gekken rond schrijvers, compleet met bedreigingen en stenen door de ruiten. Die mensen beelden zich in dat jij hun gedachtegoed hebt gestolen.&#8217; En ook in literair-technisch opzicht is een pseudoniem van belang. &#8216;Zeker bij schrijvers zoals ik, bij wie je als lezer kunt uitgaan van een groot gebruik van eigen ervaringen. Daardoor ontstaat al snel de indruk van gefundenes Fressen. Alsof je oeuvre je al wordt aangeboden zodra je het raam maar openschuift.&#8217; <\/p>\n<p>Een treurig misverstand, vindt Matsier. Met dezelfde ervaringen zijn er nog ontelbare \u00e1ndere scheppingen mogelijk. &#8216;Al zal een ander er niets over schrijven, omdat ie wel iets beters te doen heeft.&#8217; Veel lezers kunnen blijkbaar niet anders dan &#8216;teruglezen naar de bron&#8217;. Sinds de verschijning van Gesloten huis &#8211; het boek waarin Matsier zijn jeugd in Krommenie en de leegruiming van zijn ouderlijk huis in de Vruchtenbuurt in Den Haag beschrijft &#8211; is er een eindeloze rij oud-klasgenoten en voormalige dorpsgenoten aan hem voorbijgetrokken. &#8216;En vrijwel iedere oud-bewoner van de Vruchtenbuurt heb ik inmiddels de hand geschud.&#8217; <\/p>\n<p>Op zichzelf vermakelijk en ontroerend, zegt hij grijnzend. &#8216;Ik schuw in die gesprekken ook niet de kleinste details, over de melkboer en de bakker. Maar het is natuurlijk na\u00efef. Als mensen iets lezen en denken: dit herken ik volop, zijn ze meestal geneigd om die herkenning als een prestatie van zichzelf te zien. Daarbij onderschatten ze stelselmatig hoe hard er aan de andere kant gewerkt is om die herkenning mogelijk te maken.&#8217; Op bezwerende toon: &#8216;Want dat is h\u00e1rd werken, hoor. Juist als het gaat om het herkenbaar maken van zeer particuliere zaken. Dat lukt alleen wanneer je er iets universeels van maakt. Als jij mij vertelt over jouw tante Alie die op nummer 21 woonde, zegt mij dat nog niets. Je moet er iets aan toevoegen, waardoor jouw tante Alie ons aller tante Alie wordt.&#8217;<\/p>\n<p>Het gesprek vindt plaats in de werkkamer van zijn huis in Amsterdam. Op een klein tafeltje staat &#8211; een paar vuisten breed &#8211; zijn eigen werk uitgestald, vari\u00ebrend van de vertaling van Xenofon, die Matsier in 1971 samen met Gerard Koolschijn maakte, tot en met Dicht bij huis uit 1996. Niet dat hij zijn eigen boeken leest, haast hij zich te verklaren. Hij schr\u00edjft ze. Hij l\u00e9\u00e9st uitsluitend werk van anderen. Telkens als Matsier de titel van een roman of dichtbundel noemt, schiet hij overeind om het betreffende boek blindelings uit de eindeloze rijen langs de wanden te plukken. &#8216;Praten over een boek gaat het best als je het in je hand houdt.&#8217;<\/p>\n<p>Dat praten verloopt aanvankelijk nogal moeizaam. Matsier vertelt voornamelijk onder voorbehoud, zichzelf al corrigerend nog voor hij een gedachte heeft uitgesproken. Pratend in zinnen die regelmatig stokken in mitsen en maren. Lachend om grappen, die hij vervolgens toch maar besluit niet te maken. Terwijl zijn proza juist zo trefzeker is, zeg ik. &#8216;Dat is toch logisch,&#8217; zegt Matsier geprikkeld. &#8216;Je hoort mij nu hardop schrijven, maar je ziet mij niet schrappen. Als ik schrijf, ben ik onophoudelijk aan het schrappen. Ik vind voorbehouden enorm belangrijk. Eigenlijk gaat het in mijn proza vooral om precisie en maat.&#8217;<\/p>\n<p>Deze zomer verschijnt Een sluimerend systeem, een bundeling essays die Nicolaas Matsier de afgelopen twintig jaar schreef voorNRC Handelsblad, de Volkskrant en Vrij Nederland. De onderwerpen lopen uiteen van Herodotus en Tijl Uilenspiegel tot Mutsaers en Pessoa. Daarnaast is hij zich aan het warmlopen voor een nieuwe roman. Hij wil er weinig over zeggen, behalve dat het &#8216;pure fictie&#8217; moet worden. Het schrijven zal hem minder moeite kosten dan voorheen, vermoedt Matsier. De eerste jaren na zijn debuut Oud-Zuid (1976) werd hij gekweld door &#8216;een ziekelijke geblokkeerdheid&#8217; die voornamelijk leidde tot volle prullenmanden. &#8216;Dat komt doordat schrijven in wezen zo&#8217;n ontzettend malle bezigheid is. Je moet toch werkelijk heel erg van jezelf overtuigd zijn om te denken dat w\u00ed\u00e9 dan ook op w\u00e9lk boek dan ook zit te wachten. Daar is een liederlijke zelfverzekerdheid voor nodig. Je moet jezelf volstrekt serieus nemen. Anders doe je niks. Beeldend kunstenaars hebben dat niet. Die doen niet aan blokkades, die zijn altijd wel een beetje aan het rommelen. Ik ben daar vaak jaloers op geweest.&#8217;<\/p>\n<p>Matsier werkte zeven jaar als redacteur bij De Bezige Bij, tot 1989. Van nabij maakte hij &#8216;vreugdevolle debuten&#8217; mee van auteurs als Piet Meeuse, Vonne van der Meer, Anneke Brassinga en Marja Brouwers. &#8216;Toen Brouwers arriveerde, dacht ik: hier hebben we een vrouwelijke W.F. Hermans. Diezelfde inzet, datzelfde fanatisme. Ronduit imponerend.&#8217; Ik vraag in hoeverre het redacteurschap zijn schrijverschap heeft be\u00efnvloed. Hij hoeft geen seconde na te denken. Het heeft hem zelfverzekerder gemaakt. Matsier: &#8216;Ik zag daar, naast prachtige boeken, zoveel halffabrikaten arriveren. Soms echt brandhout. Ook van auteurs die er allang zaten en in mijn ogen vele boeken te ver waren. Door wat ik onder ogen kreeg, dacht ik steeds vaker: nou j\u00e1, zeg, dat kan ik \u00f3\u00f3k. En b\u00e9ter.&#8217; <\/p>\n<p>Af en toe nam hij een maand verlof om zelf te kunnen schrijven. Hij publiceerde twee kinderboeken en zette een aanzet op papier voor wat later Gesloten huis zou worden: De god van de drempel, over de periode van gekte die hij doormaakte in 1978. Maar De god van de drempel verdween in een map, en die map ging weer in een doos. Totdat Matsier in 1990 werd uitgenodigd voor een verblijf in het Duitse kunstenaarsdorp Worpswede. Hij woonde er twee maanden, vergezeld van de doos vol probeersels uit de jaren daarvoor. &#8216;Ik zat daar die dingen te bekijken en vond ze tot mijn verbazing bijna allemaal waardevol genoeg om mee door te gaan. Vanaf de allereerste dag in Worpswede namen de zaken opeens een verbluffende keer: ik begon als een bezetene te werken.&#8217; Matsier stelde &#8216;magische rituelen&#8217; in: stond heel vroeg op, draafde door bossen en velden terwijl het dorp nog sliep, en ging daarna &#8216;keihard schrijven&#8217;. Terug in Amsterdam ging hij ermee verder, bij voorkeur werkend &#8216;op spookachtig vroege uren, voor de dag uit&#8217;. Een paar maanden later was Gesloten huis in eerste ruwe opzet af. Geholpen door de goddelijke computer. &#8216;D\u00e1t is een uitvinding,&#8217; zegt hij lyrisch. &#8216;Juist door dat papierloze. Gewoon kunnen doorschrijven, en denken: dat zien we later wel. Vroeger werd ik verlamd door zelfkritiek, en hield ik er na \u00e9\u00e9n zin vaak al mee op: dit is toch geen beg\u00edn.<\/p>\n<p>Nu denk ik: god zegene de greep, ik zie wel of dit het begin is. Ik heb geen enkele last meer van die schrijversblokkades. Schrijven bestaat in hoge mate uit beg\u00ednnen, en vervolgens uit het verlangen naar voortgang. Je gooit haakjes uit die zich vast moeten slaan. Je moet voort en dat doe je vaak door niet de rechte weg te bewandelen. Het gaat bij goed schrijven bijna altijd om het principe van de omweg. Een rechte weg is niet interessant, daarbij kun je het einde al zien.&#8217; Als hij eenmaal aan het schrijven is, raakt Matsier &#8216;op een wonderlijke manier gedrogeerd&#8217;. Schrijven is een roes. &#8216;Goed schrijven heeft altijd iets tentatiefs. Terwijl je bezig bent, weet je niet waar je heen gaat. Je zult ergens achteraan moeten, maar tegelijkertijd ben je ook bezig jezelf te verrassen. Dat is het geheimzinnige ervan. De pret van het schrijven is dat er direct een omsmelting plaatsvindt. Je zit niet eerst een op een te schrijven om het later met een paar handgrepen om te zetten in literatuur. Het is met\u00e9\u00e9n literatuur.&#8217;<\/p>\n<p>In Gesloten huis beschrijft Matsier de confrontatie met zijn jeugd en zijn ouderlijk huis dat na de dood van zijn ouders leeggehaald moet worden. Zijn moeder stierf in 1990, zijn vader zeven jaar eerder. &#8216;Ik heb lang gedacht dat ik van beiden de slechtste eigenschappen in mij verenigde: het rampzalige perfectionisme van mijn moeder en de oppervlakkigheid van mijn vader.&#8217; Hij zwijgt, en begint vervolgens geschrokken te lachen. &#8216;God, dit is echt wreed. De oppervl\u00e1kkigheid van mijn vader.&#8217; Nee, dat meent hij niet zo. Zijn ouders waren &#8216;heel aardige, alleen wat angstige mensen&#8217;, beiden afkomstig uit de kleine middenstand. Zijn vader, leraar geschiedenis, had graag gezien dat zijn zoon ook historicus was geworden. &#8216;Dan was &#8220;de zaak&#8221; voortgezet. Zo&#8217;n oeroud lerarengeslacht, van vader op zoon, dat had ie leuk gevonden.&#8217;<\/p>\n<p>Ik vraag hoe zijn ouders reageerden toen hij hun voor het eerst Oud-Zuid liet zien. &#8216;Daar wisten ze helemaal niets over te zeggen. Op een dag kwam mijn vader mij trots vertellen dat een collega van hem, een leraar Nederlands die er in zijn ogen kijk op had, het een mooi boek had gevonden. Dat was blijkbaar een hele opluchting voor hem. Maar zelf sprak hij er met geen woord over. Het was een beetje bezopen, die totale reactieloosheid. Ze waren nou eenmaal geen geboren Revisor-lezers.&#8217; Zijn ouders waren getekend door de vroege dood van hun zoon Jan, die op bijna achtjarige leeftijd overleed, en hun dochter Rita, die anderhalf werd. Hoewel er thuis nooit over gesproken werd, zinderde het verdriet door alles heen, herinnert Matsier zich. &#8216;Jaren later konden mijn ouders bij de minste herinnering nog steeds \u00e0 la minute in tranen zijn. Ik denk dat het ons allemaal ongelooflijk getekend heeft.&#8217; Bij Matsier zelf barstte de bom pas zevenentwintig jaar na de dood van zijn broertje. Toen sloeg &#8216;de gekte&#8217; toe, die in zijn ogen een soort uitgestelde rouw was. Het gebeurde in oktober 1978, twee jaar na zijn debuut. Matsier raakte in de war, werd hyperactief en was niet langer aanspreekbaar voor zijn omgeving. Het duurde anderhalve maand, maar achteraf, stelt hij plechtig vast, is het een sleutelmoment geweest. &#8216;Voor de loop van mijn leven was 1978 een heel gewichtig jaar. Het jaar daarop werd mijn oudste dochter geboren. Ik heb later wel gedacht dat ik die gekte achter mij moest hebben om het ouderschap aan te kunnen. Je moet eerst afstand genomen hebben van de angsten uit je kindertijd. Het is maar beter om dat ondernomen te hebben. Want in wezen ondern\u00e9\u00e9m je zoiets.&#8217;<\/p>\n<p>Bedoelt u dat u voor gekte koos?<\/p>\n<p>&#8216;Ik denk dat dat zo was. Ik koos voor opheldering. En een beetje verdienstelijke gek wordt wijzer. Ik voelde dat ik ermee zou opschieten, zelfs toen ik er middenin zat. Dat decreteer je ook. In die zin is gekte ook niet te onderscheiden van schrijven. Daar heb je hetzelfde geheimzinnige verschijnsel dat je zowel stuurt als gestuurd wordt.&#8217;<br \/>Dat klinkt alsof gekte een creatief proces is.<\/p>\n<p>&#8216;Absoluut. Het is een vorm van schrijven: je neemt de wereld een tijdje waar vanuit een ander perspectief. Erg vruchtbaar. Het was in zekere zin heel bevrijdend en ontremmend. Ik kon mensen duchtig aanspreken als ik daar zin in had. Dat deed ik ook, zomaar, in caf\u00e9s. Ik kon mensen in krankzinnig hoog tempo tot idioot kernachtige gesprekken krijgen. Over alles en iedereen had ik onmiddellijk theorie\u00ebn. Ik was alleen heel ademloos. Omdat ik weken achtereen nauwelijks sliep, werd ik h\u00f3l. Het is niet ondenkbaar dat je het in zo&#8217;n situatie begeeft. Op een gegeven moment vond ik dat het afgelopen moest zijn. Met behulp van medicijnen heb ik er afstand van gedaan. Ik heb de gekte afgelast, van de ene dag op de andere. En ik heb er nooit op hoeven terugkomen.&#8217;<\/p>\n<p>Speelt die periode nog een rol in zijn leven?<\/p>\n<p>Niet echt, zegt Matsier. &#8216;Al denk ik er wel jaarlijks even aan. Dan neem ik in gedachten even mijn hoed af. Het is een raar soort van verjaardag. Ik mag er graag een lichte variant van de wedergeboorte in zien.&#8217; Ik vraag of hij die uitgestelde rouw om zijn broer uiteindelijk te boven is gekomen. Aarzelend: &#8216;Ik denk het wel. Door de jaren heen. Maar ik weet niet hoe stevig ik in mijn schoenen sta als mij iets ergs zou overkomen. Zulke gebeurtenissen vormen karakters. Mijn begrip voor mijn ouders is ook sterk toegenomen. Hun levens waren voor altijd getekend. Naarmate je zelf ouder wordt, begin je patronen te herkennen. Het heeft ook mij gepredisponeerd tot minder gunstige dingen: angstigheid, minder vitaliteit dan ik graag zou willen hebben. Ik ben snel ontregeld, kan heel slecht improviseren. Daarom kan ik Italianen ook erg bewonderen om hun improvisatietalent: is er d\u00e1t aan de hand? Nou, dan doen we het toch gewoon z\u00f3! Dat is levenslust tout court. Ik heb dat niet, ben bijvoorbeeld ook veel sneller ongerust dan een ander. Als er bij ons iemand te laat thuiskomt of niet op tijd belt &#8211; dat zijn bronnen van immense ongerustheid. Daar is best mee te leven, maar het zijn wel duidelijk tr\u00e9kken. Men \u00eds zijn geschiedenis.&#8217;<\/p>\n<p>Met het zetten van de laatste punt sloot hij definitief zijn jeugd af. &#8216;Niet dat mijn jeugd zelf een gesloten huis is. Maar er zijn voor mij twee graven gesloten. Mijn ouders hadden al een graf, met dit boek heb ik ook mijn broer en zus kunnen begraven. Ik heb ze ook bewust een naam gegeven, een gezicht. Ik had geen zin in fictionalisering op dat vlak. Het moesten hun eigen namen zijn. Alleen op die manier zou het een ordentelijke herbegrafenis kunnen worden.&#8217;<br \/>Tussen succes en literaire kwaliteit bestaat geen enkel verband &#8211; d\u00e1\u00e1r is Matsier de afgelopen twintig jaar van overtuigd geraakt. Hij ergert zich aan wat hij &#8216;de terreur van de boeken-top-tien&#8217; noemt. &#8216;Ik vind bijna alles wat in de top-tien staat brandhout. Op z&#8217;n best staat er in de onderste helft een boek dat ik zou willen lezen. Dat zeg ik niet uit nuffigheid, maar omdat ik het dieptreurig vind dat mensen hun tijd verdoen met boeken die in mijn ogen geen fluit waard zijn. Als ze nou naast een bestseller ook nog allerlei andere boeken zouden kopen. Maar dat gebeurt dus niet. Met als gevolg dat die boeken uit dat ellendige top-tienwezen een heleboel kaas van allerlei boterhammen eten.&#8217; Laat hij ter illustratie Vrij Nederland er eens bij pakken. Maar al bladerend, op zoek naar de top-tien, lijkt Matsier spijt te krijgen van zijn voornemen om zijn woorden ongezouten kracht bij te zetten. Dat betekent onherroepelijk namen noemen, en daar heeft hij weinig zin in. Waarom zou hij &#8216;peuten aan collega&#8217;s&#8217; uitdelen? &#8216;Ik kan wel gaan zeggen dat ik het zeer opmerkelijk vind dat John Grisham in de top-vijf staat, maar er zijn blijkbaar veel lezers van spannende boeken. En dat daarna I.M. volgt, is ook niet verbazingwekkend, met zo&#8217;n kolossale beginoplage. Aan de ene kant is het een heel knap staaltje uitgeven. Aan de andere kant vind ik het een beetje droevig dat in plaats van I.M. ook tachtigduizend andere boeken verkocht hadden kunnen worden.&#8217; Het gaat hem absoluut niet om Connie Palmen, benadrukt hij. &#8216;Maar ik vind het werkelijk jammer dat er door die top-tien zoveel moois uit de aandacht verdrongen wordt. Boeken die mij echt ter harte gaan.&#8217; Neem nou Nacht- en dagwerk, de essaybundel van Martin Reints, waar Matsier onlangs over schreef in NRC Handelsblad. &#8216;Dat is werkelijk een schitterende bundel. Maar ik zie dat die bij Scheltema Holkema en Vermeulen maar met z&#8217;n tweetjes in de kast staat. R\u00faggetjes! Met\u00e9\u00e9n al.&#8217; Hij gaat voorover zitten, begint harder en sneller te praten, alsof zich opeens een grote drift van hem meester maakt. &#8216;Dat is toch intens droevig? Het is gewoon abs\u00fard. Dan kun je zo&#8217;n boek net zo goed direct over je schouder de gracht ingooien.<\/p>\n<p>Terwijl andere boeken per kuub naast de kassa worden gestort.&#8217; Bovendien zegt die top-tien ook helemaal niet hoeveel boeken er werkelijk verkocht zijn, zegt Matsier. &#8216;Die lijst laat alleen het inkoopmechaniek van de boekhandelketens zien. Pure flauwekul. Maar voor veel lezers helaas maatgevend. Kijk naar Bernlef. Dankzij een betrekkelijk toeval heeft hij met \u00e9\u00e9n roman dat geroemde honderdduizendtal gepasseerd. Terwijl Hersenschimmen in feite een heel gewone, goede Bernlef is. Die kwaliteit had ie echt al vaker geleverd, maar die boeken kregen niet diezelfde aandacht. Waarom niet? Omdat Hersenschimmen gelezen werd op een louter herkennende manier. Het aantal aanvragen dat hij in die tijd kreeg voor lezingen bij alzheimerverenigingen was enorm. Ik wil niet beweren dat je nee moet zeggen tegen een dergelijke belangstelling. Maar hier kruisten zich de paden van de echte liefhebber en de toevallige top-tienlezer die op een nogal buitenliteraire manier vergenoegd is over een boek.&#8217;<\/p>\n<p>Dat is een nogal hooghartig standpunt. Hersenschimmen appelleerde aan iets dat mensen k\u00e9nnen. Dat mag je lezers toch niet kwalijk nemen?<\/p>\n<p>&#8216;Dat is waar. Op zichzelf is daar niets mis mee. Maar waarom lezen ze die andere boeken niet?&#8217;<\/p>\n<p>Omdat ze eerst Hersenschimmen lezen, en daarna misschien iets anders van Bernlef.<\/p>\n<p>&#8216;Dat gebeurt dus juist n\u00ed\u00e9t. Uiteindelijk waren ze vooral betoverd door een ziektebeeld. Op een malle manier, alsof het een medisch handboek betrof. Ze lazen het als een Oliver Sacks. Natuurlijk, je kunt zeggen: wat is er tegen dat een groot publiek een boek leest? Ik vind het jammer dat in de boekhandel een felle darwinistische strijd woedt, aangeblazen door een hitlijst. En de sterkste is nou eenmaal bijna nooit de beste.&#8217;<\/p>\n<p>Al produceert een schrijver een paar bestsellers, dan nog is het moeilijk om in Nederland van de pen te leven. Met Gesloten huis, waarvan zo&#8217;n tachtigduizend exemplaren werden verkocht, verdiende Matsier een kleine drie ton. &#8216;Dat lijkt veel, maar het is zo op. Vergeet niet dat je als schrijver niet verzekerd bent en geen oudedagsvoorziening hebt. Je moet verdomd veel bestsellen om ervan te kunnen bestaan. Ik zit toch een paar keer per jaar te rekenen: wat zal ik doen? Toch nog maar een vertaling? Die vertaling van Lewis Carroll heb ik absoluut ook voor het geld gedaan. Daarom is het Fonds voor de Letteren ook zo onmisbaar. Zonder dat fonds had ik Gesloten huis nooit kunnen schrijven. Jaar in, jaar uit hebben ze voor continu\u00efteit gezorgd. Niet alleen voor mij, maar voor talloze anderen. Tot en met Komrij, Kousbroek, Bernlef en Van der Heijden. Ik weet van anderen dat ze het niet graag zeggen, maar ik heb in Gesloten huis expres een dankbetuiging aan het fonds opgenomen. Zonder het fonds zou ik de ruimte niet hebben voor het grotere en tragere werk.&#8217;<\/p>\n<p>In de nabije toekomst zal hij opnieuw een beroep moeten doen op het fonds. Voor zijn nieuwe roman zal hij geruime tijd een kloosterlijk leven moeten leiden. Het zal, zegt Matsier, &#8216;een vrijwel onmogelijk boek&#8217; worden over een contemporain onderwerp, waarvoor hij veel research moet doen. &#8216;Maar als het mij lukt, zal ik apetrots zijn. Dat heb ik sowieso wanneer ik een boek af heb. Elk nieuw boek voelt alsof het een cadeau is. Niet van mij aan de mensheid, maar als iets dat ik zelf gekregen heb. Echt feestelijk.&#8217;<\/p>\n<p>Zal er van zijn werk ook iets beklijven?<\/p>\n<p>Hij schudt lacherig het hoofd, zegt met overtuiging: &#8216;Welnee. Daar geloof ik niks van. Ik denk dat het allemaal in een ongelooflijk tempo weg zal zijn, behoudens die paar soms voorspelbare, soms onvoorspelbare rotsen. Ik heb daar weinig illusies over. Je mag al heel blij zijn als vijftig jaar na je dood iemand nog weleens een van je boeken leest.&#8217;<br \/>Zit dat boek al bij uw oeuvre?<\/p>\n<p>&#8216;Ik weet het niet. Dat is volstrekt onvoorspelbaar. Ik schrijf voor nu, niet voor later. Voor mij geldt dat schrijven vooral groot geluk is. Echt heel groot geluk.<\/p>\n<p>Ik wil nog ontzettend veel. Het wil er bij mij niet in dat mijn leven al voor twee derde achter de rug is. Ik ben hooguit een late starter. Het liefst zou ik nog een erg goede dichter worden. Zo wil ik graag eindigen: als een heel goede dichter. En ik wil nog minstens drie erg goede kinderboeken schrijven. In feite ben ik nog maar net begonnen.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Bij de eerste vraag valt de schrijver me al direct in de rede. Hij wil, zegt hij met klem, tijdens het interview niet bij zijn echte naam worden aangesproken.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,9,97],"tags":[3081,783],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127113"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=127113"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/127113\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=127113"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=127113"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=127113"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}