
 {"id":126871,"date":"2000-12-02T14:34:00","date_gmt":"2000-12-02T12:34:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/anne-de-vries-verliefdheid-was-vroeger-geen-onderwerp\/"},"modified":"2000-12-02T14:34:00","modified_gmt":"2000-12-02T12:34:00","slug":"anne-de-vries-verliefdheid-was-vroeger-geen-onderwerp","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/anne-de-vries-verliefdheid-was-vroeger-geen-onderwerp\/","title":{"rendered":"Anne de Vries: &#8216;Verliefdheid was vroeger geen onderwerp&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Anne de Vries stelde, als een Gerrit Komrij van de kinderpo\u00ebzie, de bloemlezing &#8216;Van Alphen tot Zonderland&#8217; samen. Een keuze uit honderden bundels kinderpo\u00ebzie uit twee eeuwen. Zijn zoektocht zorgde voor verrassingen: &#8216;Ik ontdekte in een schoolleesboek uit 1820 &#8220;Liedje van kleine Jan&#8221;. Het lijkt een modern gedicht.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Toen hij aan het zoek- en leeswerk begon, kon Anne de Vries nog defini\u00ebren wat kinderpo\u00ebzie was. Vijftienhonderd bundels later stelde hij wel Van Alphen tot Zonderland samen, een overzicht van de Nederlandse kinderpo\u00ebzie vanaf Hieronymus van Alphen (van Jantje die eens pruimen zag hangen) tot Daan Zonderland die over een professor dichtte die betonnen pap at. Maar wat kinderpo\u00ebzie precies is en waar de grenzen met de po\u00ebzie voor volwassenen liggen, was hem inmiddels veel onduidelijker geworden.<\/p>\n<p>Voor zijn dikke, lichtblauw gekafte boek koos hij bijna vijfhonderd gedichten die speciaal voor kinderen geschreven werden. Of al die gedichten leuk zijn voor kinderen van nu, weet hij niet. &#8216;Ik heb me dat geen moment afgevraagd. Daar zijn andere bloemlezingen voor. Mijn boek is voor volwassenen, ik wilde een historisch overzicht maken.&#8217; In de praktijk komt dat neer op de laatste tweehonderdtwintig jaar, want voor Van Alphens Proeve van kleine gedigten voor kinderen uit 1778, is er maar een enkel gedichtje overgeleverd dat speciaal voor kinderen bedoeld was.<\/p>\n<p>De Vries koos niet alleen uit bundels voor kinderen. Slauerhoff heeft in een van zijn dichtbundels een afdeling Kinderverzen, waarin &#8216;De schalmei&#8217; (&#8216;Zeven zonen had moeder&#8217;) voorkomt. J.H. Leopold schreef een wiegelied (&#8216;Laat de luiken geloken zijn \/ wiege wiegele weine&#8217;), C.S. Adama van Scheltema schreef &#8216;Het regent! &#8211; o wat regent het! \/ Ik hoor het uit mijn warme bed&#8217;) niet als kindergedicht. Het zijn gedichten die nogal eens terechtgekomen zijn in schoolbloemlezingen en De Vries nam ze op als vorm en inhoud voor kinderen begrijpelijk waren. Een voor de hand liggend selectiecriterium, maar verraderlijk. Net als het criterium dat gedichten met een kind in de hoofdrol kindergedichten zijn.<\/p>\n<p>&#8216;Lees Ted van Lieshouts gedichten over een pedofiele man Voor Xxxxxxxxx: &#8220;Zeg mam, er is een man buiten en ook binnen \/ die geen snoepjes nodig heeft, maar me aandacht \/ geeft (&#8230;).&#8221; Alle kinderpo\u00ebzie is natuurlijk door volwassenen geschreven, maar het gaat erom of de dichter door de ogen van een kind kijkt. Zoals in Han Hoekstra&#8217;s &#8220;Leo is ziek&#8221;: &#8220;Op straat scheen de zon, \/ een draaiorgel maakte muziek, \/ maar ik dacht alleen maar: \/ Leo, \/ Leo is ziek.&#8221;<\/p>\n<p>En ook bij &#8220;Oorlog&#8221; van Willem Wilmink, &#8220;&#8216;t Was oorlog. We zaten gewoon in de klas&#8221;, weet je onmiddellijk dat het een gedicht is van een volwassene die zijn ervaringen met een kind deelt. Van Lieshout schrijft in die Xxxxxxxxx-serie voor zichzelf. Het zijn prachtige gedichten, maar volgens mij zijn het geen kindergedichten.&#8217; De Vries nam ze wel op in zijn boek. Het grensgebied is diffuus, geeft hij toe.<\/p>\n<p>Wat is er afgezien van de taal veranderd in die twee eeuwen?<\/p>\n<p>&#8216;De laatste twintig, dertig jaar heb je gedichten over verliefdheid. Dat was vroeger geen onderwerp. Er staat \u00e9\u00e9n anoniem gedicht van rond 1825 in waarin kinderen wordt aangeraden geen roosjes te plukken &#8220;Denkt aan &#8216;t roosje, lieve kindren, \/ denkt eraan met kalme vreugd, \/ wilt geen schone roosjes plukken, \/ &#8216;t roosje is &#8216;t zinnebeeld der jeugd&#8221;. Natuurlijk gaat dat over seks. Anderhalve eeuw later, met Pieleman van Hans Dorrestijn, wordt seks pas een gangbaar onderwerp.&#8217;<br \/>De dood is ook zo&#8217;n verschoven thema. Bij Van Alphen komen gedichten voor over een ziek zusje en een dood zusje. De meest voor de hand liggende verklaring is dat kindersterfte heel gewoon was en tot diep in de negentiende eeuw gewoon bl\u00e9\u00e9f. De dood was kennelijk ook geen taboe en werd pas veel later als onderwerp uit de vrolijke kinderwereld verbannen. Hij verdween niet helemaal uit de po\u00ebzie, Jac. van Hattum bijvoorbeeld schreef in 1965 een gedicht over een ziek broertje: &#8220;Al twee keer is vandaag de heer gekomen, \/ die fluisterend met broertjes ouders sprak, \/ en nu slaapt broertje, praat en schijnt te dromen, \/ en broertjes moeder kijkt bezorgd en strak.&#8221;&#8216;<\/p>\n<p>En vroomheid?<\/p>\n<p>&#8216;Vanaf 1860 komen er steeds meer buitenkerkelijke dichters, al is er in 1880 nog wel een dominee die een gedicht maakt over een kind dat als offer in het bloed van Christus gewassen is. Maar er zijn ook mooie vrome gedichten, zoals &#8220;Weet gij hoeveel sterren kleven&#8221; van Jan de Liefde.&#8217;<\/p>\n<p>Een gedicht dat vroeger veel gezongen werd, net als &#8216;Klein vogelijn op groene tak, wat zingt ge een lustig lied&#8217;, van Heije. Er staan er meer in De Vries&#8217; boek: &#8216;Holland ze zeggen, je grond is zo dras&#8217; van S. Abramsz, &#8216;Poes is ziek, reumatiek&#8217; van S. Maathuis-Ilcken, &#8216;Onze poes zit voor het raam&#8217;, van Lovendaal.<\/p>\n<p>Iets van een oudere generatie, die gezongen kinderpo\u00ebzie?<\/p>\n<p>&#8216;Liederen zijn bijna het enige dat van die oudere kinderpo\u00ebzie is overgebleven. Kinderpo\u00ebzie raakte vergeten toen ze niet meer werd voorgelezen. Er werd vooral op christelijke scholen nog wel tot diep in de twintigste eeuw gezongen, maar het voorlezen was toen al gestopt. Ik heb in mijn selectie geen gedichten opgenomen die je niet kunt lezen zonder een kinderkoor in je achterhoofd te horen zoals &#8220;Dikkertje Dap&#8221; en &#8220;Daantje zou naar school toe gaan&#8221;.&#8217;<br \/>In het boek stikt het van de poezen en muizen. Hoort dat bij kinderpo\u00ebzie?<\/p>\n<p>&#8216;Ze zijn niet allemaal zo aaibaar en zoet. Van Alphens &#8220;Geduld is zulk een schone zaak&#8221; vertelt dat je een voorbeeld aan de poes kunt nemen die urenlang op een rat in een holletje zit te wachten. En er zijn gedichten over muizen die de kat te slim af zijn. Ik heb ook een gedicht gevonden over een mol die aan een slak vraagt uit zijn huisje te komen. De slak doet dat niet omdat hij weet dat hij dan opgegeten wordt. Een verstandige slak.&#8217;<\/p>\n<p>Toch staat er nog heel wat zoetelijks in het boek.<\/p>\n<p>&#8216;Dat valt wel mee. Gedichten die eigenlijk alleen geschikt zijn om voor te lezen met een kind op schoot heb ik nauwelijks opgenomen. En ja, er is een gedicht als &#8220;Klein, lief kuikentje, \/ een kuikentje ben je maar. \/ Maar je bent een lief klein kuikentje, \/ je bent zo zacht, klein kuikentje, \/ zachter dan kinderhaar&#8221;. Van Van Renssen uit 1936. Dat werd eerst gepubliceerd in een bundel voor volwassenen en Nijhoff heeft het gekraakt met een parodie: &#8220;Dichtertje, je bent een lief klein dichtertje.&#8221; Maar die man heeft ook heel mooie kindergedichten gemaakt die ook in het boek staan.&#8217;<br \/>In zijn voorwoord &#8211; jammer genoeg erg beknopt &#8211; noemt De Vries het opvallend hoeveel er in de kinderpo\u00ebzie door de eeuwen heen gelijk is gebleven. Hij noemt een voorbeeld.<\/p>\n<p>&#8216;Ik ontdekte het in het schoolleesboek &#8220;Liedje van kleine Jan&#8221; van H. Wester uit 1820, over een huiskamer waar vader zit te lezen, moeder breit, zusjes spinnen, koffiemalen en kousen stoppen. Kleine Jan besluit dit tafereel met &#8220;en ik begon te slapen: \/ toen moest ik naar mijn bed&#8221;. Ik heb het aan een paar mensen voorgelezen en gevraagd om het te dateren. Na lang nadenken kwamen ze op de negentiende eeuw uit, maar alleen vanwege dat spinnen. Het is een modern gedicht waarin met heel weinig middelen heel goed de sfeer van zo&#8217;n snorrend huiskamertje was getroffen.&#8217;<\/p>\n<p>Anne de Vries deed meer verrassende ontdekkingen. &#8216;Van Alphen maakte een gedicht over Pietje die bij het ziekbed van zusje bidt en huilt. In de laatste strofe gaat zijn fantasie met hem op de loop en vraagt Pietje zich af wat er gebeurt als zusje doodgaat en moeder het zou besterven en vader ook in het graf zou dalen. Waar zou Pietje dan blijven? Als je daarna Wilminks &#8220;&#8216;s Avonds laat&#8221; leest over het kind dat in bed ligt te wachten op moeder die om elf uur thuis zou komen, maar er om kwart over elf nog niet is. Ook hier fantaseert het kind de vreselijkste dingen met als prachtig slot &#8220;O, moeder, moeder, kwam je maar. \/ Of ben je soms op reis? \/ Ik zit te woelen in mijn haar. \/ Het wordt al grijs&#8221;. Precies dezelfde kinderfantasie en angst, maar er zit tweehonderd jaar tussen.&#8217;<\/p>\n<p>Is het een speciale kwaliteit, kinderpo\u00ebzie maken?<\/p>\n<p>&#8216;Je moet je goed kunnen inleven in kinderen, emotioneel en in taal. Ik vergelijk het met een beroemde pianist die maar \u00e9\u00e9n hand kon gebruiken en daarmee toch prachtig kon spelen. Een kinderdichter heeft minder thema&#8217;s en minder woorden tot zijn beschikking, maar een dichter als Van Hattum trekt zich daar niet veel van aan, aarzelt niet om voor kinderen moeilijk te schrijven en maakt echte po\u00ebzie. Albert Verwey schreef er een mooi gedicht over, een van de mooiste uit het boek, &#8220;Samenspraak tot slot&#8221;, waarin hij de taal met een zakdoek vergelijkt. Een kind gebruikt een zakdoek om er een poppetje van te maken en mee te spelen, een volwassene snuit er zijn neus in. Een groot mens kan niet buiten een zakdoek, maar een kind ook niet, zegt Verwey. &#8220;Een klein kindje kan niet zonder spelletje zoet zijn&#8230;&#8221;&#8216;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Anne de Vries stelde, als een Gerrit Komrij van de kinderpo\u00ebzie, de bloemlezing &#8216;Van Alphen tot Zonderland&#8217; samen. Een keuze uit honderden bundels kinderpo\u00ebzie uit twee eeuwen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,9,97],"tags":[3081,783],"acf":[],"author_name":"Aukje Holtrop","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126871"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126871"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126871\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Aukje Holtrop","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126871"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126871"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126871"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}