
 {"id":126847,"date":"2001-02-10T11:23:00","date_gmt":"2001-02-10T09:23:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/ronald-giphart-schrijven-is-een-fantastisch-wapen-tegen-de-wereld\/"},"modified":"2001-02-10T11:23:00","modified_gmt":"2001-02-10T09:23:00","slug":"ronald-giphart-schrijven-is-een-fantastisch-wapen-tegen-de-wereld","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/ronald-giphart-schrijven-is-een-fantastisch-wapen-tegen-de-wereld\/","title":{"rendered":"Ronald Giphart: &#8216;Schrijven is een fantastisch wapen tegen de wereld&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Links, seksueel gefrustreerd en anti-babyboomer. Ronald Giphart, fulltime auteur, bemoeit zich tussen de bestsellers door ook graag met de echte wereld. Een interview met de amateurwetenschapper en lijstduwer van Leefbaar Utrecht over Piet Grijs, Lolita en de anderen. En over de verfilming van zijn autobiografische debuut &#8216;Ik ook van jou&#8217;. &#8216;Dat stomme gevoos. Get a life!&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Hij heeft vijanden (de meeste literaire critici), vrienden (Fokke en Sukke, Joost Zwagerman) en een uitgesproken mening. Ronald Giphart (35) is het enfant terrible van de Nederlandse letteren. Als een van de weinige schrijvers van zijn generatie beweegt hij zich op het snijvlak van vita activa en vita contemplativa. De afgelopen jaren verscheen de ene roman na de andere en was hij actief binnen de nieuwe politieke partij Leefbaar Utrecht, waarvan hij nu bestuurslid is. Ook achtte hij deze zomer de tijd rijp voor een open brief waarin aangedrongen werd op een parlementaire enqu\u00eate over de &#8216;nationale schande van Srebrenica&#8217;. Giphart woont met vrouw en twee kinderen in Utrecht. &#8216;Ik ben langzamerhand heel burgerlijk aan het worden.&#8217;<\/p>\n<p>Hij houdt kantoor in een voormalig fabriekspand dat verbouwd is voor startende ondernemers. &#8216;Dit is een historisch gebouw. Hier werden de eerste housefeesten georganiseerd. Toen kwam ik hier ook al.&#8217; Kamer A4 (&#8216;Ja leuk h\u00e8, voor een schrijver&#8217;) is sober ingericht. Een bureau, een tafel, een boekenkast en een roestvrij stalen ijskast. Uitzicht over de stadswallen. &#8216;En het gifpark. Ze hebben onder dat parkje een heleboel chemisch vervuilde grond verstopt. Lekker voor latere generaties.&#8217;<\/p>\n<p>In zijn nieuwste boek Ik omhels je met duizend armen pleegt de moeder van hoofdpersoon Giph (al bekend uit Giph en Phileine zegt sorry) zelfmoord met hulp van de huisarts. &#8216;Euthanasie heet dat in Nederland eufemistisch,&#8217; zegt Giphart. De beschrijvingen in het boek zijn volgens Giphart vaak een letterlijk verslag van de dood van zijn eigen moeder, Wijnie Jabaay. Ze was lid van de Tweede Kamer voor de PvdA en behoorde tot een clubje hemelbestormende feministen. Ze wachtte de laatste fase van haar ziekte MS niet af maar nam de regie van haar dood zelf strak ter hand.<br \/>&#8216;Er zijn onderwerpen als seks en masturbatie die in de beslotenheid van het persoonlijke leven plaatsvinden. Als schrijver schuif je gordijnen open. Ik schrijf veel over masturbatie, schrijven over de dood is voor mij een tak aan dezelfde boom.&#8217;<\/p>\n<p>Hij kreeg het nogal harde verwijt dat hij de dood van zijn moeder te gelde heeft gemaakt. &#8216;Nou, feitelijk is dat natuurlijk waar,&#8217; zegt hij onbewogen. &#8216;Maar schrijvers hebben het recht om te schrijven over alles wat ze willen. Ik had gedacht dat het verschrikkelijk zou zijn. Dat was niet zo. Sterker nog, het was een mooie en vriendschappelijke dood. Het was moeilijk, maar zeker niet zo dat wij, mijn zusje, mijn moeder en ik, huilend door de dagen gingen. Veel van wat ik weet, heb ik uit boeken, maar deze beetje guitige, vrolijke manier van sterven met grapjes en hapjes kende ik niet. Ik wilde die houding, die manier van sterven, boekstaven. Ook met mijn eigen kinderen in het achterhoofd. Mijn moeder zal mijn kinderen niet meemaken, maar ik kan mijn kinderen zo wel iets van het gevoel van het sterven van mijn moeder bijbrengen. Zij was heel rustig, heel sereen. Net als in het boek was er op het laatste moment een of andere christenhond, een arts, die weigerde om een ader bij haar te openen. Daardoor duurde het allemaal veel langer. Wij waren daar ziedend over. Maar zij bleef heel berustend.&#8217;<\/p>\n<p>Op 14 februari (Valentijnsdag) gaat Ik ook van jou, de film naar Gipharts gelijknamige debuut, in premi\u00e8re. Giphart haalt diep adem: &#8216;Ik ook van jou is mijn meest autobiografische boek. Maar deze film heeft h\u00e9lemaal n\u00ed\u00e9ts met mijn leven te maken. Reza is in het boek een intelligente vrouw. In de film zet Angela Schijf haar neer als een volstrekte hysterica. Dat ligt natuurlijk ook aan de regie van Ruud van Hemert. Antonie Kamerling speelt hoofdpersoon Eric als een zijige zachte sok en het verschil tussen de Fr\u00e4ser uit het boek en de Fr\u00e4ser van Beau van Erven Dorens kan niet groter zijn. Fr\u00e4ser is een NRC Handelsblad-intellectueel, Beau van Erven Dorens zet zichzelf neer: een leeghoofdig bralvat.<\/p>\n<p>Tom van Deel heeft gezegd dat Ik ook van jou over &#8220;neuken en nog eens neuken&#8221; gaat. Dat is wat betreft het boek zeker niet waar, maar tijdens de persvoorstelling werd ik door dezelfde gedachte overvallen. Antonie Kamerling en Angela Schijf bl\u00e9ven het maar doen. Dat stomme gevoos. Get a life!&#8217;<\/p>\n<p>Spijt dat hij zijn rechten verkocht, heeft hij niet. &#8216;Het levert veel geld op en op deze manier kun je achteraf ook nog zeggen: nou, sorry jongens, maar hier ben ik het helemaal niet mee eens.&#8217; En dan wint de schrijver het weer even van de zakenman. &#8216;Het getuigt wel van geestelijke armoe dat filmmakers een boek nodig hebben als bagagedrager. Alsof je ooit een film ziet waarvan je denkt: h\u00e9, daar ga ik de boekrechten van kopen. Voor schrijvers is het frustrerend, want waarom niet bij de eerste zin begonnen en bij de laatste zin ge\u00ebindigd? Voor de lezer is het frustrerend, want iemand anders vult zijn fantasie in en voor de filmer lijkt het me ook frustrerend, want het blijft toch andermans verhaal.&#8217; <\/p>\n<p>Literatuur zit in de details, vindt Giphart. Dus schrijft hij voortdurend uitdrukkingen en nieuwe woorden in zijn hemelsblauwe Chinese opschrijfboekje. Later gaat dat allemaal op lange &#8216;idee\u00ebnlijsten&#8217; in de computer. &#8216;Kijk hier,&#8217; Giphart wijst in een lange geprinte lijst. &#8216;&#8221;No pecs, no sex&#8221; (geen borstspieren, geen seks). Kwam ik in een boek tegen. Te mooi om te laten liggen. Of deze: &#8220;Tot aan het begin van de zestiende eeuw had Jezus nog een zeer zichtbare lul.&#8221; Zoiets las ik in een of ander naslagwerk. Die heb ik in Ik omhels je met duizend armen gebruikt. Ik moet de lijst nog bijwerken.&#8217; Ook de aantekeningen uit de vele populair-wetenschappelijke boeken op de planken achter het bureau gaan in de computer. Daniel Dennett, Frans de Waal, Richard Dawkins. &#8216;Ik las tot mijn drie\u00ebntwintigste alleen maar literatuur. Toen kreeg ik van een vriendin een boek, Brainsex. Sindsdien lees ik heel veel wetenschappelijke boeken. Ik ben op zoek naar allerlei nutteloze kleine feitjes. We verspillen drie\u00ebntwintig minuten per dag aan het knipperen met onze ogen. Of het feit dat iedere man per seconde een paar miljoen zaadcellen aanmaakt. Sinds het moment dat jij hier binnenkwam, heb je al een paar biljoen zaadcellen aangemaakt.&#8217;<\/p>\n<p>Al die pseudowetenschappelijke theorietjes wijzen op het verlangen naar een samenhangend, bijna negentiende-eeuws, wereldbeeld.<\/p>\n<p>&#8216;Die behoefte aan harde feiten komt, denk ik, voort uit de overvloed aan zachte feiten die je als schrijver maakt. Maar schrijvers houden zich ook bezig met een scheppingsproces. Er m\u00f3\u00e9t een verklaring zijn voor het leven op aarde. Er m\u00f3\u00e9t een oorsprong van het leven zijn. En die oorsprong is kenbaar. Al onze abberaties, al onze vreemde gedragingen zijn te herleiden tot het Pleistoceen, toen de diersoort mens ontstond. Antropologen, biologen, geologen zijn op zoek naar een verhaal, niet zomaar een verhaal, dat is het w\u00e1re scheppingsverhaal.&#8217;<\/p>\n<p>Dat hij niet in God gelooft, is een vanzelfsprekendheid voor Giphart. Net als het feit dat hij zich links noemt. Dat is een deel van zijn opvoeding. &#8216;Als je verliefd bent, stijgt je endorfinespiegel. Geloven in God is net zoiets. Het is nog gezond ook. Geestelijk gezonde mensen denken dat ze invloed op de wereld hebben. Denken dat er samenhang is in de wereld. Geloven is een gezonde vorm van gekte.&#8217;<\/p>\n<p>Giphart schreef recensies voor Het Parool. &#8216;Freek de Jonge kwam met een boek dat ik niet goed vond. Ik heb dat toen zeer hardvochtig besproken. Freek belde de toenmalige hoofdredacteur Van Nieuwkerk en zei dat hij mij moest ontslaan. Mijn bezwaar tegen Freek was dat hij het vermogen om te verbluffen dat hij op het podium heeft, op papier verliest. Een schrijver of een kunstenaar is een drugsdealer. Hij dealt in de hersenstofjes als endorfine. Wij zijn gewend in vaste patronen te denken, iets dat afwijkt, brengt schrik teweeg. Daar komen twee reacties op: vluchten en schrapzetten. Dus komen er adrenaline, endorfine en immunoglobine vrij. Allemaal goede stofjes. Maar in de huidige literatuur komt schrikken als gevolg van een grap zo schrikbarend weinig voor. Eigenlijk alleen bij Grunberg, Brusselmans, beetje Van Kooten, heel klein beetje Zwagerman en ikzelf. Freek, hoe goed hij ook is als cabaretier, lukt het met schrijven in ieder geval niet.&#8217;<\/p>\n<p>Giphart houdt van voetbal, schreef een grote reportage voor het eerste nummer van literair voetbaltijdschrift Hard Gras, over het wk in de Verenigde Staten.<\/p>\n<p>&#8216;Ik ben nogal na\u00efef, ik dacht altijd dat de literatuur \u00e9\u00e9n grote vriendenclub was. Dat verwachtte ik ook van de sportjournalistiek. Maar dat viel tegen. Niemand kende me, niemand kende Hard Gras. Ik had bovendien een Oranje-outfit aan en dat was kennelijk ook niet de bedoeling. De journalisten kwamen echt met een soort strafexpeditie naar me toe: wie ben je? Wat doe je hier? Hoezo nieuw literair tijdschrijft? Ik werd weg gehoond. Toch leuk dat Hard Gras inmiddels zijn vijfentwintigste nummer heeft uitgebracht. Henk Spaan had me gebeld (imiteert feilloos de stem van Spaan): &#8220;Solang as Nederland speelt, zit jij in Amerika.&#8221; &#8216;<\/p>\n<p>Het clubje bij Hard Gras is een verademing, vindt Giphart, want hij heeft een grondige hekel aan de gezapigheid in de Nederlandse letteren. &#8216;Ik hoor te vaak dat ze de wereld in 1968 al hebben verbeterd. Mijn romanfiguren gaan veel met elkaar naar bed. Kreeg ik het verwijt dat we dat in 1963 al bij Wolkers en Jan Cremer hadden gelezen. Toen was ik min twee! Dat is echt het perspectief van de oudjes die te lang blijven zitten. Hugo Camps, ook zo&#8217;n schertsfiguur. Zo iemand die als je vraagt hoe het met hem gaat, antwoordt: &#8220;I&#8217;m still dying.&#8221;<\/p>\n<p>Bij Vrij Nederland moeten er eens wat mensen uit. Piet Grijs moet eens weg. Mensen die zich in 1948 de vernieuwers van Nederland noemden en nu nog denken dat ze zo vernieuwend zijn. Moe word ik daarvan. Zo&#8217;n bejaarde mastodont, die week in week uit zijn slecht geschreven overbodige column mag inleveren. Waar komt toch dat idee vandaan dat hij een groot schrijver is? Omdat hij ooit voor een paar woordgrapjes de P.C. Hooftprijs heeft gekregen? Opa loopt tegen de zeventig: kan het een keertje uit zijn met die kinderachtige mystificaties rond zijn naam? Pseudomaan is die man. Grijs is een hooligan, die de verkeerde mensen kapotmaakte. Bij Buikhuisen zat hij er helemaal naast. En als hij dan eens een echte tegenstander treft, zoals W.F. Hermans, dan is het zielig om te zien hoe hij verkruimeld wordt. Afgezien nog van het feit dat hij stilistisch gezien aperte woordbagger schrijft. Brandt Corstius is zo iemand die op het schoolplein mee slijmt met de grote jongens en de kleintjes een trap verkoopt. Dat Brinkman hem de P.C. Hooftprijs wilde weigeren is wel zijn grootste geluk geweest. Wat moet hij toen een harde pik gehad hebben.&#8217;<\/p>\n<p>Giphart zet zich graag af tegen de babyboomgeneratie. Wat doet hij dan bij een beweging vol oudere jongeren als Jan Nagel en Willem van Kooten? &#8216;Voor alle duidelijkheid: ik heb met Leefbaar Nederland helemaal nul, niets te maken. Henk Westbroek is er blijkbaar lid van, en bij ieder succesje van Leefbaar Utrecht staat Jan Nagel met zijn neus vooraan. Leefbaar Utrecht is een lokale partij en het is maar de vraag of de bestuurlijke vernieuwing die wij nastreven ook op landelijke niveau zou lukken. De grote bestaande partijen moeten de hand in eigen boezem steken en zelf veranderen. Het is maar helemaal de vraag of types als Jan Nagel of Jacques de Milliano dat moeten gaan doen. Ik ben bij Leefbaar Utrecht gegaan omdat de lokale democratie hier heel slecht functioneerde.&#8217;<\/p>\n<p>Hij weigerde ook zijn naam te verbinden aan een bundel met opstellen over Leefbaar Nederland. &#8216;Ik kreeg toevallig een folder onder ogen met daarin de aankondiging van een boekje over Leefbaar Nederland. Het zou uitgegeven worden door Martin Ros. Mijn naam stond pontificaal op de voorpagina. Ik wist van niets en heb woedend opgebeld. Daar doe ik dus niet aan mee. Toen heeft Martin Ros als wraak mijn boek afgekat. Zo gaat dat in het literaire wereldje.&#8217; Over Henk Westbroek is Giphart zeer enthousiast. &#8216;Ik heb, misschien op Joop den Uyl na, nog nooit zo&#8217;n goede partijleider gezien. Tachtig procent van de beslissingen van Leefbaar Utrecht komt uit zijn koker. Dat de media hem afdoen als een volksmenner, dat is echt kortzichtigheid.&#8217;<\/p>\n<p>De schrijver zelf werd twee keer met voorkeurstemmen in de Utrechtse gemeenteraad gekozen, maar heeft die plaats nooit ingenomen.<\/p>\n<p>&#8216;Jawel, volksverlakkerij. Maar ik heb daar geen al te grote wroeging over. Ik stond als lijstduwer onderaan, op plaats vijfendertig. Dus het was wel duidelijk dat ik niet stond te springen om in de raad te gaan zitten. Bovendien, met plaatselijke verkiezingen komen er opeens allemaal landelijke politici als Wim Kok en Paul Rosenm\u00f6ller hier rozen uitdelen en praatjes houden \u2013 ook een vorm van volksverlakkerij.<\/p>\n<p>Schrijven is leuker. Je kunt mensen met een essay of met een politiek programma aan het denken zetten, maar dat is eigenlijk de gedachte voorkauwen. De literaire methode is heel anders. De schrijver presenteert de lezer een wereld waar die zelf over na moet gaan denken. Dat vind ik zelf veel interessanter. Maar je legt wel je kop op het blok.<\/p>\n<p>Schrijven is effectbejag. Je wil een gevoel bij de lezer bewerkstelligen. En alles is stijl. Er sneuvelt dus veel bij het schrijven, heel veel. Zeker een derde van de tekst. Ik schrijf minimaal acht versies. Het record is vierendertig versies van \u00e9\u00e9n passage. Ik nummer alle versies en leg er vaak een aantal naast elkaar. Ik houd van een tekst waar je doorheen vliegt. Er mag geen zand meer in het mechaniek zitten.<\/p>\n<p>Als er gezegd wordt dat mijn proza plastic overkomt, is dat wel even slikken. Dan heb ik toch iets fout gedaan. Ik houd erg van de kunst van Jeff Koons. Hij maakt ideale plaatjes van dingen die helemaal niet ideaal zijn. Hij maakt van porno een mooi plaatje, terwijl dat juist altijd heel vunzig en lelijk en jaren zeventig is.<\/p>\n<p>Natuurlijk ben ik seksueel gefrustreerd. Die vraag krijg ik in elke bibliotheek waar ik voorlees. Maar wie is dat niet? Ik vraag altijd of iedereen die vandaag nog gemasturbeerd heeft of dit jaar nog vreemd gegaan is zijn hand wil opsteken. Worden er verdomd weinig handen opgestoken. Het breekt wel altijd behoorlijk het ijs.<\/p>\n<p>Waar leg je dingen bloot? Op het grensvlak van het betamelijke. Nabokovs Lolita. De liefde van een volwassen man voor een kind kan niet. Vind ik ook. Als mijn dochter elf is, vind ik het ook niet prettig als ze geneukt wordt door een vent van vijfenveertig. Hoe kan je iets wat moreel niet in de haak is toch mooi vinden? Op dat moment word je door de schrijver moreel bij de kladden gegrepen. De film Pulp Fiction van Quentin Tarantino is daar ook goed in. Je moet schaterlachen om de meest verschrikkelijke dingen.<\/p>\n<p>Een schrijver is iemand die zijn vingers op de hartenklop van de tijd heeft en soms zelfs even aan hartmassage doet. De Nederlandse literatuur begint bij Gerard Reve, bij de Reve van Nader tot U. Dat is de oorsprong van mijn taal. Mijn bron. En ik bewonder Mulisch, hij is een karikatuur. Een perfect typetje, dat permanent aan kosmische zelfvergroting lijdt. Inmiddels zijn Grunberg en ik daar het natuurlijke vervolg op. En het Nederlands ontwikkelt zich verder. Schrijvers als Abdelkader Benali voegen hele nieuwe registers aan het Nederlands toe. Beeldtaal, Marokkaanse metaforen.<\/p>\n<p>Ik schrijf omdat ik het een zeer aangenaam gevoel vind. Als ik achter mijn schrijftafel zit en weet dat het goed gaat: godverdomme, dit is goed. Schrijven is een fantastisch wapen tegen de wereld. Op school hadden we een clubje van jongens. Laten we zeggen dat de meisjes niet stonden te dringen om door ons ontmaagd te worden. Door de literator uit te hangen, konden we een soort schild maken. Ieder jong dichtertje doet dat. Hij put moed uit de wetenschap dat hij heel veel weet van iets waar maar heel weinig mensen iets van weten. Er zijn maar weinig schrijvers, weinig hogepriesters, weinig dominees. Schrijven geeft een kick. Maar schrijven is geen leuke bezigheid. <\/p>\n<p>Het gaat erom dat je moet kunnen bl\u00edjven schrijven. Jarenlang. Dat vereist organisatie. Je moet ook bereid zijn grote opofferingen te doen. Jezelf dwingen om uren met jezelf op een kamer te zijn en je niet te ergeren aan je eigen beperkte geesteswereld. Het echte leven is meestal leuker dan het schrijven. Dus moet je wel lief zijn voor jezelf. Een koffer met chippies en lekkere dingen. Dat heb je nodig, bang als je bent om het einde van het boek niet te halen. Want met het vorderen van het boek neemt de doodsangst toe.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Links, seksueel gefrustreerd en anti-babyboomer. Ronald Giphart, fulltime auteur, bemoeit zich tussen de bestsellers door ook graag met de echte wereld. Een interview met de amateurwetenschapper en lijstduwer van Leefbaar Utrecht over Piet Grijs, Lolita en de anderen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,9,97],"tags":[3081,783],"acf":[],"author_name":"Yoeri Albrecht","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126847"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126847"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126847\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Yoeri Albrecht","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126847"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126847"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126847"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}