
 {"id":126611,"date":"2002-12-07T14:19:00","date_gmt":"2002-12-07T12:19:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/charlotte-mutsaers-je-kunt-je-geest-niet-dwingen\/"},"modified":"2002-12-07T14:19:00","modified_gmt":"2002-12-07T12:19:00","slug":"charlotte-mutsaers-je-kunt-je-geest-niet-dwingen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/charlotte-mutsaers-je-kunt-je-geest-niet-dwingen\/","title":{"rendered":"Charlotte Mutsaers: &#8216;Je kunt je geest niet dwingen&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Charlotte Mutsaers viert binnenkort in De Balie in Amsterdam behalve het verschijnen van haar nieuwe boek &#8216;Bont&#8217; ook haar zestigste verjaardag. Een gesprek over dieren, kunst en muziek met de schrijfster en beeldend kunstenaar, die ook de diatonische harmonica bespeelt. &#8216;Ik kan helaas niet oefenen. Dan gaat mijn hond Koert janken.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>&#8216;Ik zie alles,&#8217; zegt Charlotte Mutsaers. &#8216;Ik loop nog niet op straat of ik zit ergens middenin. Mannen met w\u00e1\u00e1iers bankbiljetten in portieken. Een vrouw die een baby baart tussen de struiken. De politie signaleert zulke zaken niet. Ze moeten ook niet patrouilleren in auto&#8217;s, maar te voet, of op de fiets. Een gouden kracht zou ik voor ze zijn. Ik merk ook dingen op die me verdrieten. Ik zie elke duif die doornat en verfomfaaid in een hoekje zit. De ogen dof, de veren zonder vet.&#8217;<\/p>\n<p>Ze hoort ook alles. Ze ging in een Amsterdamse dierenwinkel lamshart kopen voor haar hond \u2013 &#8216;al was het lam de dupe&#8217;. In een kooi in de winkel zag ze een beo opgewonden heen en weer springen. &#8216;Maar wat hij zong, wat hij zong,&#8217; schrijft ze. &#8216;Hij zong: &#8220;Poesje Maauw, kom eens gaauw.&#8221;&#8216; Geen klant die dat opviel. Mutsaers: &#8216;Een vogel die naar een kat snakt, jawel! Soms lijkt de schepping niet in de haak, maar dat is maar schijn. Ik vroeg: &#8220;Wie heeft hem dat liedje geleerd?&#8221; &#8220;Zichzelf,&#8221; zeiden ze, &#8220;hij heeft het zichzelf geleerd. Dat komt, hij is erg muzikaal.&#8221;&#8216; Haar commentaar op dit voorval, dat ze beschreef in haar roman Rachels rokje, stemt tot nadenken: &#8216;Zulke vogels doen tenminste wat met hun leven. Kleine amazones zijn het.&#8217;<\/p>\n<p>Deze beo was muzikaal. Charlotte Mutsaers ook. Als schrijver en schilder kreeg ze twee jaar geleden de Jacobus van Looy-prijs voor dubbeltalenten, maar haar eerste liefde was noch het beeld, noch het woord, maar de klank. &#8216;Ik ben opgegroeid aan de voet van de Dom in Utrecht. Elk kwartier klonk het carillon, vaak deuntjes uit Valerius&#8217; Neder-landtsche Gedenck-clanck. De melodie daarvan speelde ik uit mijn hoofd na met een houten hamertje op een xylofoon. Ik wist niets van muziektheorie, maar ontdekte meteen: je moet naar links, naar rechts, vier toetsen overslaan et cetera. Veel mensen hebben een notenbeeld nodig, ik alleen mijn oren. Ik wist niet dat ik dat vermogen had, dat je hersens dat mogelijk maken.<\/p>\n<p>Zo is mijn liefde voor muziek ontstaan. Ik heb als kind mijn ouders dan ook herhaaldelijk gevraagd of ik piano mocht leren spelen. Mijn moeder had vroeger op les gem\u00f3\u00e9ten, voor haar was het een martelgang. Het is er daarom niet van gekomen. Wel kreeg ik, ik was een jaar of tien, de sleutel van de verdieping van een studente van mijn vader. Daar stond een piano, waar ik in mijn eentje op mocht spelen.<\/p>\n<p>Hiermee houdt het pianoverhaal nog niet op. Later, toen ik schilderde, had ik mijn eerste expositie in caf\u00e9 De Pool in Amsterdam. Nooit ben ik trotser geweest op een tentoonstelling. Ik heb daar voor driehonderdvijftig gulden een groot schilderij verkocht aan een vreemde. Hij betaalde een voorschot. Ik ben hem zijn aankoop zelf gaan brengen. Die onbekende was Marko Fondse, vertaler, dichter en schrijver. We werden dikke vrienden; drie jaar geleden is hij overleden. Marko heeft me noten leren lezen, zodat ik ook voort kon met de linkerhand. Een geweldig muzikale vent, hij had zelfs twee vleugels. Na een jaar kon ik de eerste sonates van Clementi spelen. Heerlijk. Ik heb het helaas niet doorgezet, naast schrijven en schilderen kon ik het niet bolwerken.&#8217;<\/p>\n<p>Ieder jaar organiseert de Amsterdamse cultuurtempel De Balie het programma De wereld van&#8230;, dat een schrijver zelf samenstelt en dat recht doet aan zijn werk, leven en belangstelling. Op 18 december is Charlotte Mutsaers de eregast. De avond is extra feestelijk, omdat ook wordt gevierd dat zij begin november zestig is geworden. Ze is &#8216;een allerzielenkind&#8217;. Mutsaers heeft voor deze avond vooral dichters en musici uitgenodigd. Zelf treedt zij ook op: zij zingt en speelt harmonica.<\/p>\n<p>Het programma begint met de uitreiking van het eerste exemplaar van een bijzonder boek, Bont. Uit de zoo van Charlotte Mutsaers. Geestdriftig vertelt ze: &#8216;Ik heb mijn boeken als \u00e9\u00e9n geheel ontworpen. Maar daarnaast schrijf ik ook over dingen die zich afspelen in het gewone leven en die her en der zijn gepubliceerd. Ik heb dit boek niet zelf samengesteld, dat heeft de uitgeverij gedaan. Ze hebben daarvoor de inhoud van al mijn mappen en dozen doorgespit. Ze zagen dat ik nog een rijkdom aan materiaal bezat dat buiten mijn boeken was gevallen, waarin een andere kant van mij is te zien.&#8217; Bont bevat teksten waarin ze het opneemt voor de rechten van dieren, toespraken over het behoud van groen, foto&#8217;s, strips, gedichten, essays en lezingen. &#8216;Er is ook beeldend werk van mij in opgenomen. Daar zijn citaten uit mijn boeken bij gezocht, om te laten zien dat mijn beeldend en geschreven werk \u00e9\u00e9n geheel vormen. Dezelfde dingen keren steeds terug. Deze uitgave is een aanvulling op wat ik heb gemaakt. Het is een extra boek, een geschenk uit de hemel.&#8217;<br \/>Het boek, ontworpen door Tessa van der Waals, ziet er opvallend uit: gedrukt op verschillende soorten gekleurd papier, pagina&#8217;s met haar handschrift in facsimile en veel afbeeldingen in kleur. Een document dat leven en werk verstrengelt. Het doet recht aan haar dubbeltalent en haar ongebreidelde fantasie. Vorm en inhoud vallen samen.<\/p>\n<p>Het resultaat verraste haar ook om een andere reden. &#8216;Bont blijkt helemaal vol te staan met dieren, dat had ik niet gedacht. Is het geen mooie titel? Hij wekt natuurlijk associaties met de dierenvacht, maar ook met kunstbont, de meest eindeloos doorgevoerde fictie die ik me kan voorstellen. Bovendien: het boek bevat echt wat je noemt een bonte verzameling.&#8217;<\/p>\n<p>Ze kijkt fier en bescheiden tegelijk terwijl ze dit vertelt. Zwarte broek, zwarte trui, felrood gestifte mond, delicate oorhangers in hetzelfde rood. Om haar hals een smalle bontsjaal, nepbont uiteraard. Zestig of niet, haar gezicht ziet er precies zo uit als ze het jaren geleden afbeeldde op het schilderij Dameskop, dat het omslag van Bont siert. &#8216;Ik ben blij met het formaat. Het is groter dan mijn andere boeken. Het origineel van Dameskop is anderhalf bij anderhalve meter, op de afbeelding daarvan op de cover zie je nu gelukkig nog de verfstreek.&#8217;<\/p>\n<p>De eerste pagina&#8217;s van het boek bieden de lezer, die zojuist Charlottes zwartomrande oog en geprononceerde mond op het omslag heeft gezien, een vervreemdend beeld. Opnieuw een zelfportret, nu met hond, La Belle et la B\u00eate, maar &#8216;la Belle&#8217; heeft geen gelaatstrekken. Het portret van haar man Jan Fontijn, een paar bladzijden verder, evenmin. Het citaat dat erbij is afgedrukt, uit haar bundel Kersebloed, verklaart waar het haar om gaat. &#8216;Gezichtsverlies, wat is dat?&#8217; vraagt ze zich af. &#8216;Waar zit &#8216;s mensen binnenkant dan toch en waar zijn buitenkant, door welke kaders worden zij bepaald?&#8217; De schilder Charlotte Mutsaers zegt: &#8216;Je herkent iemand op kilometers afstand, en dan zie je niet de neus, de ogen, het snotgootje of de oren. De contouren van een gezicht, van een gestalte, vormen de persoon. Ik fantaseer weleens over een proef waarbij je van iemand door een spleet alleen de ogen ziet. Zou je iemand dan herkennen?&#8217;<\/p>\n<p>In het boek is ook een foto van haar ouders afgedrukt. Haar verhouding met hen was gecompliceerd, zoals ze in verschillende boeken heeft laten merken. Haar vader zag ze als een idool, haar moeder als iemand met wie ze zich niet erg verwant voelde. In het laatste hoofdstuk van Zeepijn (1999) komt ze, jaren na hun dood, met beiden in het reine. Nu staan haar ouders paginagroot in Bont. De ultieme verzoening? Ze zegt afwerend: &#8216;Die foto heb \u00edk niet uitgezocht, maar de samenstellers.&#8217; Dan, vertederd: &#8216;Hij is uit de jaren dertig. Mijn vader en moeder staan hand in hand, ze waren denk ik net verloofd. Mijn vader is in officiersuniform, met een kepi op zijn hoofd. Kijk, wat een elegant ensemble mijn moeder draagt, helaas met een echte bontrand langs het jasje.&#8217;<\/p>\n<p>Ze beklopt het stevige lijfje van haar hondje Koert, dat braaf onder tafel ligt, en vertelt: &#8216;In ons Utrechtse grachtenhuis was een enorme zolder. Daar heb ik diezelfde kepi aangetroffen: hij was grijs, met een oranje kokarde erop. Er lag daar van alles: een berenmuts, sabels, zelfs een harnas met borststukken. Zulke zaken h\u00f3\u00f3r je ook op een zolder te vinden. Ik heb mijn ouders nooit gevraagd hoe of wat. Ik voelde geen behoefte aan verhalen daarover. Voor een kind is alles oude tijd, een kind maakt geen onderscheid tussen drie of dertig jaar geleden. Dat is allemaal ver weg, net zo ver als de Middeleeuwen.&#8217;<\/p>\n<p>Maar hoe diep in het verleden bevinden zich de Middeleeuwen? In De markiezin (1988) beschrijft Charlotte Mutsaers dat haar vader haar een verhaal voorleest dat zich in die verre tijd afspeelt. De vijand komt aangegaloppeerd op een roetzwart paard en moet voordat hij het kasteel binnenrijdt onder een poort door. De wachters laten het valhek op hem neerstorten. De vijand wordt aan zijn paard genageld. Er ontstaat een twistgesprek tussen haar ouders. Wie is het zieligst? Het paard of de man? &#8216;Zijn moeders zieliger of zijn vaders zieliger,&#8217; vraagt het kind Charlotte zich af. Die nacht durft ze niet te gaan slapen. &#8216;Gelukkig houden de ijzeren punten zich nog schuil in het plafond, maar als ze willen, kunnen ze toeslaan en dan gaan ze dwars door alles heen, zelfs door een matras.&#8217;<\/p>\n<p>Als klein meisje hield Charlotte Mutsaers er rekening mee dat de scherpe ijzeren punten van het valhek haar ieder moment konden treffen. Die gedachte vind je terug in haar boeken, essays en verhalen. Ze probeert het noodlot op allerlei manieren te pareren. In haar betogen vlecht ze zelfs een aantal valstrikken voor de lezer, die danig op de proef wordt gesteld. &#8216;Omgekeerd denken noem ik dat.&#8217; Maar dat is nog niet alles. Charlotte Mutsaers denkt niet alleen omgekeerd, het is voor haar een koud kunstje om woorden en zinnen van achteren naar voren uit te spreken. Ze kan ook in spiegelbeeld schrijven en houdt ervan anagrammen te bedenken \u2013 &#8216;mits ze iets betekenen, want van woordspelletjes pur sang houd ik niet&#8217;. Peinzend zegt ze: &#8216;Ik heb iets met doordenken ad infinitum, al is dat tegelijkertijd mijn handicap. Allerlei mogelijkheden, aanstaande disasters, alles wat me zou kunnen onthutsen, heb ik bij voorbaat overdacht. Minder vriendelijk uitgedrukt zou je dat een neurotische angst kunnen noemen. Ik moet dat dus in de hand zien te houden. Het heeft \u00e9\u00e9n voordeel: het houdt je verbeelding levendig.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;In het uur van de wolf, &#8216;s morgens vroeg, vraag ik me weleens af: hoe lang heb ik nog? Ik werk nu al drie jaar aan een roman. Zeventien pagina&#8217;s heb ik, en ik weet dat ze goed zijn, ze st\u00e1\u00e1n. Ik heb dit boek even in het vet gezet \u2013 mijn broer is kort geleden gestorven, hij was eenenvijftig jaar, en dat moet ik verwerken. Je kunt je geest niet dwingen. En je kunt de tijd niet tegenhouden. In dit verband is er wel iets vervelends: als je leeftijd voortschrijdt, komt er een moment dat je denkt: geduld \u2013 wat koop ik daarvoor? Dan kun je het jezelf niet meer permitteren om geduld te hebben. Tijd is helaas n\u00ed\u00e9t geduldig. Troostend zeg ik dan tegen mijzelf: Charlotte, het gaat erom een mooi, hecht oeuvre te maken, het gaat niet om het aantal boeken dat je op je naam hebt staan. Dan denk ik aan iemand als Djuna Barnes. Als zij alleen maar Nachtwoud had geschreven, zou ze als een heldere ster aan de literatuurhemel staan. Bij haar vergeleken kunnen Couperus en Vestdijk wat mij betreft wel inpakken.&#8217;<\/p>\n<p>Mutsaers is iemand die in haar werk wil &#8216;uitvorsen, omcirkelen, op het spoor komen, omsluiten&#8217;. In Zeepijn formuleert ze, daarnaar gevraagd door haar alter ego in een denkbeeldig interview, waar ze als kunstenaar op uit is: &#8216;Achterhalen waarom ik bepaalde verbindingen leg. Waarom ik altijd in termen van oorzaak en gevolg denk. Hoe de samenhang in mijn kop is ontstaan.&#8217; Van kunstconventies moet ze weinig hebben, daar is ze te eigenzinnig voor. &#8216;Dat is een contradictio in terminis. Als ik ergens lees: het romanpersonage is goed uitgewerkt, krijg ik meteen het heen en weer. Alleen al het w\u00f3\u00f3rd romanpersonage bevalt me niet. Toen ik leerling was aan de Rietveld Academie had ik die afkeer ook. Kunstconventies zijn kunstvijandig. Ze zijn een obstakel voor iemands eigenheid. En wat is kunst anders dan vormgegeven eigenheid?&#8217;<\/p>\n<p>Ze geeft toe dat haar zoektocht naar het eigene het haar als schrijver niet makkelijk maakt. &#8216;Ik heb een geest die bij elke input meteen duizend kanten uit gaat. Elk boek waaraan ik werk, houdt in principe oneindig veel andere boeken in. Zeepijn had makkelijk vijf-, zesduizend pagina&#8217;s kunnen worden. Eigenlijk rouw ik er nog steeds over dat ik er geen duizenden pagina&#8217;s van heb gemaakt. Misschien had ik er tot het eind van mijn leven mee door moeten gaan.<br \/>Mijn moeder is op haar negenenvijftigste overleden. Ik had altijd het gevoel dat ik het recht niet had om zestig te worden. Ach, dat zijn zulke irrationele diepe dingen. Ik vier in De Balie dus ook dat ik die grens ben gepasseerd. Kijk eens hoeveel mensen niet eens de volwassenheid halen \u2013 en dan hebben we het nog niet over dieren. Die komen in veel gevallen door mensenhanden voortijdig aan hun eind. Je mag in je handen knijpen als je zestig hebt mogen worden. Sommige vrouwen willen daar niet voor uitkomen. Ze houden het geheim, uit angst dat hun leeftijd hun wordt ingepeperd. Dat is ook schandalig. Maar je kunt het ook anders zien. Ik hoor vaak de reactie: jij zestig? Dat had ik niet gedacht. Dat vind ik leuk.<\/p>\n<p>Ondertussen sluit die vaststelling vervreemding niet uit. Als ik andere zestigjarigen op de televisie zie, denk ik vaak: dat zijn niet mijn broers of zusters. Wat een gebrek aan levendigheid. Iemand als Willem Oltmans, daar leef ik dan weer van op. Die vechtlust, die brutaliteit. Dat knalrode of kanariegele windjack. Het is een fantastische man. Hij pareert de ouderdom vitaal. Applaus! Of neem Picasso. Er is een foto van hem op zijn tachtigste, natuurlijk weer zeer macho in zijn blote bast, maar wel met lichtjes in zijn ogen. Als ik zo oud ben, hoop ik dat mijn verbeelding ook nog volop aanwezig is. En ik wil dan net zulke lichtjes in mijn ogen.&#8217;<\/p>\n<p>Ze geeft nog een voorbeeld van een oudere man die zijn enthousiasme niet heeft verloren. Schrijver, archeoloog en talengenie Louis Lehmann. &#8216;Hij is over de tachtig. Nadat hij Hazepeper had gelezen, schreef hij me: &#8220;Ik heb Sterre der Zee helpt de vissers om zeep uit uw boek op muziek gezet. Wilt u dat eens horen?&#8221; Die brief is een van mijn leukste lezersreacties. Natuurlijk ben ik gaan luisteren. Op 18 december brengen we het ten gehore: we zingen het samen, hij doet de begeleiding op de piano. Weet je trouwens dat hij nog op tango- en balletles zit? Dat bedoel ik.&#8217;<\/p>\n<p>Voor die avond heeft ze ook de musicus Carel Kraayenhof uitgenodigd. Hij speelt een stuk op de bandoneon. &#8216;Ik heb hem toevallig op straat ontdekt, door mijn harmonica. Een diatonische harmonica, let wel, dat is niet hetzelfde als een accordeon. Je krijgt een andere toon door het laten in- en uitademen van het instrument. Dat sluit aan bij mijn gave om een melodie uit het hoofd na te spelen. Ik hoorde hem op een straatmeeting voor harmonica&#8217;s in Dordrecht spelen. Magnifiek. Toen vroeg ik hem of hij me misschien les zou willen geven. Zo geschiedde. Ik was veertig, hij iets van eenentwintig. Later heeft hij een bandoneon gekocht op het Waterlooplein en is hij dat instrument gaan spelen. Je snapt dat ik zo trots ben als een moeder dat hij eindelijk wereldberoemd is sinds M\u00e1xima&#8217;s tranen om de tango die hij op haar huwelijk speelde.&#8217;<\/p>\n<p>Als &#8216;feestelijk slotakkoord&#8217;, zo staat het in het programma, is er een optreden van het Vari\u00e9t\u00e9 Accordeontrio, twee &#8216;kompanen&#8217; op accordeon en Charlotte Mutsaers op haar harmonica. &#8216;Ik hoop maar dat alles lukt, want ik kan helaas niet oefenen. Als ik speel, gaat Koert janken zoals een hond tegen de maan huilt. Mijn vorige honden Dar en Plume deden dat ook, maar Koert g\u00e1\u00e1t er maar mee door.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Das Lied ist aus&#8217; staat op het door Mutsaers ge\u00efllustreerde overlijdensbericht van Dar, dat in Bont paginagroot is afgedrukt naast dat van Plume.<\/p>\n<p>Het lied van Charlotte Mutsaers klinkt. Niet voor niets heeft ze bij haar invulling van De wereld van&#8230; de nadruk gelegd op muziek. Ze schreef het al in Rachels rokje: &#8216;Je keert altijd terug naar je eerste liefde.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Charlotte Mutsaers viert binnenkort in De Balie in Amsterdam behalve het verschijnen van haar nieuwe boek &#8216;Bont&#8217; ook haar zestigste verjaardag. Een gesprek over dieren, kunst en muziek met de schrijfster en beeldend kunstenaar, die ook de diatonische harmonica bespeelt. &#8216;Ik kan helaas niet oefenen. Dan gaat mijn hond Koert janken.&#8217;<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,9],"tags":[3081,783],"acf":[],"author_name":"Martje Breedt Bruyn","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126611"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126611"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126611\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Martje Breedt Bruyn","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126611"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126611"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126611"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}