
 {"id":126595,"date":"2003-02-01T14:32:00","date_gmt":"2003-02-01T12:32:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/j-j-voskuil-en-a-f-th-van-der-heijden-er-is-maar-een-proust-en-dat-is-proust-zelf\/"},"modified":"2003-02-01T14:32:00","modified_gmt":"2003-02-01T12:32:00","slug":"j-j-voskuil-en-a-f-th-van-der-heijden-er-is-maar-een-proust-en-dat-is-proust-zelf","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/j-j-voskuil-en-a-f-th-van-der-heijden-er-is-maar-een-proust-en-dat-is-proust-zelf\/","title":{"rendered":"J.J. Voskuil en A.F.Th. van der Heijden, &#8216;Er is maar \u00e9\u00e9n Proust en dat is Proust zelf&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Het schrijven van een romancyclus geeft de schrijver &#8216;een vorstelijke positie&#8217;. Nog meer panorama&#8217;s, n\u00f3g meer zijwegen. Toch vormen al die delen, zeggen A.F.Th. van der Heijden en J.J. Voskuil over hun werk, \u00e9\u00e9n boek.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>De mythe moet maar meteen ontkracht worden. J.J. Voskuil en A.F.Th. van der Heijden schreven met hun weelderige, vijf vuisten dikke romancycli Het bureau en De tandeloze tijd niet de Nederlandse romans fleuves van de late twintigste eeuw. Geen van beiden is een moderne Proust. Althans, dat vinden de twee schrijvers zelf.<\/p>\n<p>&#8216;Als we de term roman fleuve letterlijk nemen,&#8217; zegt J.J. Voskuil in zijn huis aan de hoofdstedelijke Herengracht, &#8216;en de roman vergelijken met een rivier, dan is Het bureau meer een rivier dan A la recherche du temps perdu van Proust. Mijn boek is \u00e9\u00e9n rivier, die af en toe van naam verandert. Eerst heet die de Rijn, dan de Lek en dan de nieuwe Maas. Proust laat verschillende rivieren ontspringen, verandert steeds van thema. Die rivieren komen weliswaar af en toe samen, maar zijn niet wezenlijk dezelfde. Dat geldt niet voor Het bureau.&#8217;<\/p>\n<p>Ook A.F.Th. van der Heijden legt zich in zijn imposante werkkamer, zwevend boven de daken van Amsterdam-Zuid, niet graag vast op een definitie. &#8216;Ik heb De tandeloze tijd nooit een roman fleuve genoemd, omdat ik mij niet graag vastleg op een genre. Dat voelt als een korset. Als mijn cyclus al met een rivier kan worden vergeleken, dan is die hier en daar gekanaliseerd, heeft zich opgesplitst en vele vertakkingen gevormd, om tenslotte uiteen te rafelen als de Biesbos.&#8217;<\/p>\n<p>Van der Heijden kan niet ontkennen dat hij tijdens het schrijven vaak aan Proust heeft gedacht. &#8216;Al is er maar \u00e9\u00e9n Proust, en dat is Proust zelf.&#8217; Hij gebruikt proc\u00e9d\u00e9s die de negentiende-eeuwer ook graag hanteerde in zijn zoektocht naar de verloren tijd. Van der Heijden verandert ook van thema, zet karakters naar zijn hand, en zoekt tintelende metaforen om de sfeer van de tijd en een milieu te treffen. &#8216;Als je De tandeloze tijd al de A la recherche du temps perdu van het einde van de twintigste eeuw noemt, dan is het wel een proletarische versie. Mijn karakters bewegen zich niet in de hoogste kringen, zoals die van Proust. Wat ik in elk geval n\u00ed\u00e9t ben is een chroniqueur. De tandeloze tijd is nooit als een kroniek bedoeld, noch als &#8216;de roman van een generatie&#8217; \u2013 zoals de cyclus in de kritiek vaak is genoemd. Ik ben op zoek gegaan naar de verborgen aard en de herkomst van een aantal van mijn idee\u00ebn. Natuurlijk: de roman geeft \u00f3\u00f3k een beeld van de tijd waarin hij speelt, maar dat is niet het uitgangspunt.&#8217;<\/p>\n<p>Voskuil heeft in Het bureau het verleden w\u00e9l zo precies mogelijk willen reconstrueren. &#8216;Ik loop het verleden na, en blijf daarbij binnen de perken van mijn eigen herinnering. Proust is minder dan ik bezig een probleem uit te denken. Hij probeert een aantal hoogtepunten uit zijn leven een vorm te geven die ze voor de tijd onaantastbaar maken. Hij verfraait.&#8217; Voskuil trekt een misprijzend gezicht, en hij zegt: &#8216;Dat wil ik beslist niet. Ik wil het, ook in mijn stijl, zo sober mogelijk houden. Van der Heijden lijkt meer op Proust.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Mijn stiel komt van de overkant,&#8217; geeft Van der Heijden toe. Hij wil het imaginaire leven van Albert Egberts, de held van De tandeloze tijd, juist verrijken met indrukken, beelden en filosofie\u00ebn en zo een lucide synchroniciteit bewerkstelligen. &#8216;Leven in de breedte&#8217; noemt Albert Egberts dat in Vallende ouders: &#8216;Aangezien het leven zich nietszeggend in de lengte ontrolt, moet je proberen het zo breed mogelijk te maken\u2026 moet je proberen het in de breedte te laten uitdijen\u2026&#8217; Leven in de breedte betekende voor Van der Heijden ook schrijven in de breedte. &#8216;Toen ik die passage schreef, toen zag ik ook voor me wat de cyclus voor vorm moest hebben: een eindeloos uitvouwbaar leporelloboek.&#8217;<\/p>\n<p>Ook Voskuil had vrij snel nadat hij was begonnen te schrijven aan Het bureau een idee van de ongebruikelijke maat van zijn boek. Wat was er gebeurd? In 1987 ging hij met pensioen. Toen hem enige tijd na de aanstelling van zijn opvolger door enkele van zijn vroegere medewerkers te verstaan werd gegeven dat hij niet meer welkom was op het bureau en de sporen van zijn aanwezigheid stelselmatig werden uitgewist, kreeg hij een barstende koppijn die niet meer weg wilde. In augustus 1990 had hij een droom waarin hij werd &#8216;uitgedragen&#8217; in een grafkist. &#8216;Ik wist onmiddellijk: die droom is het slot van het boek dat ik moet gaan schrijven. Een maand later begon ik.&#8217;<\/p>\n<p>Nadat Voskuil een paar maanden aan het werk was \u2013 en zijn hoofdpijn als sneeuw voor de zon was verdwenen \u2013 belde zijn uitgever, Wouter van Oorschot, hem op om te vragen of hij nog iets nieuws had geschreven. Hij zei altijd: &#8216;Er is helemaal niks, en er komt ook helemaal niks.&#8217; Maar nu zei hij: &#8216;Er komt iets, maar dat zal wel groot worden. Ik schat het op zo&#8217;n 4800 bladzijden.&#8217; Hij baseerde zijn schatting op een simpel sommetje. Voor de weergave van zijn eerste jaren op Het Bureau had hij gemiddeld honderdzestig bladzijden nodig gehad. Dat getal vermenigvuldigde hij met dertig, zijn aantal dienstjaren. Uiteindelijk liep Voskuil nog wat uit: het werden er 5500.<\/p>\n<p>&#8216;Toch was ik, ook toen ik al een paar duizend bladzijden ver was, allerminst zeker van de goede afloop. Dat zei ik ook tegen Wouter: als het mislukt, dan hoor je er nooit meer iets over. Ik had vooral mijn twijfels over de aansluiting van de jaren op Het Bureau op mijn gedroomde slot. Het had best zo kunnen zijn dat ik mij eindeloos een weg had gebaand door het oerwoud, maar geen kans zou zien eruit te komen.&#8217;<\/p>\n<p>Als Van der Heijden het verhaal van zijn collega hoort, zegt hij: &#8216;Daar gaat het altijd om in de literatuur: als een meestersmid verschillende elementen samen te smeden. Nabokov heeft dat ook wel eens gezegd. Dat in grote literatuur schijnbaar onverenigbare zaken zijn verenigd. Alle grote literatuur is hybride.&#8217;<\/p>\n<p>Zijn eigen romancyclus is heel anders ontstaan. &#8216;De tandeloze tijd is uit zichzelf voortgekomen.&#8217; In de zomer van 1977 las Van der Heijden een interview met een Amsterdamse hero\u00efneverslaafde. &#8216;De ge\u00efnterviewde,&#8217; schreef hij in 1992 in een Brief aan de lezer, &#8216;gevraagd naar hoe hij zijn verslaving bekostigde, bekende auto&#8217;s open te breken met een speciaal, duur type schaar. Ik stelde me die schaar onmiddellijk voor als een kruis, vervlochten met de vingers van de autokraker \u2013 de punt als een soort scherpe sleutel vooruit gericht. Dat beeld m\u00f3\u00e9st iets van me; ik wist vooralsnog niet w\u00e1t.&#8217;<\/p>\n<p>De junk met de schaar werd Albert Egberts, aanvankelijk de held van \u00e9\u00e9n boek. Werktitel: Scharen. &#8216;Ik wilde dat boek niet publiceren onder het pseudoniem Patrizio Canaponi, maar laten schrijven door zijn Hollandse, nuchtere tegenhanger, die uiteindelijk mijn eigen naam aannam. Het verhaal van de junk moest spelen op de plaats en in de tijd waarin het boek ontstond: het Amsterdam van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Na een aantal aanzetten was ik in het voorjaar van 1980 serieus te begonnen te schrijven in Positano, en groeide het manuscript onder mijn handen. Uit Itali\u00eb schreef ik aan Uitgeverij Querido dat het wel eens een dik boek zou kunnen worden. Ik dacht toen aan 598 bladzijden.&#8217;<\/p>\n<p>Ary Langbroek, de toenmalige directeur van Querido, schreef hem een brief terug waarin hij de schrijver voorrekende wat zo&#8217;n boek in de winkel zou gaan kosten: 65 gulden. &#8216;Toen ik dat las, viel het manuscript van schrik uit mijn handen. Op de grond viel het pak papier uiteen in twee delen. Het ene deel was ongeveer 250 bladzijden, het andere 350. Ik besefte plotseling: een boek kan ook in delen verschijnen. Ik was meteen gecharmeerd van dat idee. Later splitste ik het boek op in drie delen, bedacht er een proloog en een epiloog bij, en nog weer later wist ik dat De tandeloze tijd uiteindelijk uit zeven delen zou moeten gaan bestaan.&#8217;<\/p>\n<p>Vanaf het begin van de cyclus vond Van der Heijden dat elk deel zo gecomponeerd moest zijn dat de lezer ze los kon lezen. &#8216;Dat is verraad aan de &#8220;grote&#8221; roman, maar niet aan het afzonderlijke deel. Toch is het het mooist om alle delen achter elkaar te lezen. Als het goed is, is de som dan meer dan de afzonderlijke delen.&#8217; Dat is het voordeel van een cyclus: dat de schrijver zijn ontdekkingsreis kan voortzetten. &#8216;Je kunt zijwegen inslaan, onderwerpen voor je uitschuiven, nieuwe panorama&#8217;s openen. Een vorstelijke positie.&#8217;<\/p>\n<p>Voskuil benadrukt juist eenheid van zijn boek. &#8216;Ik behandel \u00e9\u00e9n probleem in zeven delen. Maarten begint illusieloos aan zijn werk op Het Bureau. Maar hij kan niet leven zonder illusies. Langzamerhand, deel voor deel, bouwt hij de illusie op dat mensen er op hun werk voor elkaar zijn. Dat ze elkaar steunen. Tenslotte, als Maarten met pensioen is, ontdekt hij dat de illusie een illusie was. Dat is eigenlijk ook het probleem van Bij nader inzien, mijn debuut.&#8217; Voskuil zwijgt even en zegt: &#8216;Dat is m\u00edjn probleem.&#8217;<\/p>\n<p>Waar Voskuils werk strikt autobiografisch is, daar kan Van der Heijden het nimmer laten om het terrein der verbeelding te betreden. In De tandeloze tijd was hij aanvankelijk niet eens van plan om autobiografische elementen te gebruiken. &#8216;Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Op een gegeven moment gebruikte ik, om iets te ontsluieren over het karakter van Albert Egberts, een kleine anekdote uit mijn eigen jeugd. Dat was kennelijk het teken waarop het boek zat te wachten. Het winkelhaakje werd een scheur. Daarna was het niet meer te stuiten.&#8217;<\/p>\n<p>Toch valt de jeugd van Albert Egberts niet samen met de jeugd van de schrijver. &#8216;Geenszins. Ik ben blij dat ik zelf ben begonnen met een fictief personage dat uit nacht en nevel op me toe kwam stappen. Een man zonder verleden. Pas later ben ik zijn verleden gaan exploiteren. Dat is een betere volgorde dan te denken: ik heb in mijn jeugd zoveel meegemaakt, dat moet ik nodig eens achter elkaar opschrijven.&#8217;<\/p>\n<p>Ironisch genoeg heeft Voskuil die methode in feite gevolgd. &#8216;Mijn herinneringen zijn de basis. Verder ben ik bij het schrijven van Het bureau te werk gegaan als een wetenschapper. Per jaar hield ik op lijsten bij wat er was aan aantekeningen, notulen van vergaderingen, brieven, mijn dagboek. Die spullen lagen voor me. Ik verdiepte me erin, en dan ging ik schrijven. Soms bestaat een jaar in Het bureau uit herinneringen die betrekking hebben op \u00e9\u00e9n maand, soms is het juist over een jaar verspreid. Om de werkelijkheid zo werkelijk mogelijk te houden, heb ik het ritme van de gegevens wel eens wat aangepast. Technisch was dat geen enkel probleem. Ik wist altijd meteen: nu moet ik dat nemen, en nu dat. Ik kan me voorstellen dat een schrijver als Van der Heijden, die zich in de verbeelding begeeft, eerder vastloopt.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Zo&#8217;n cyclus als die van Voskuil zou ik nooit kunnen schrijven,&#8217; zegt Van der Heijden. Toen Voskuil de Libris-prijs had gewonnen voor Plankton, schreef ik hem een briefje om hem te feliciteren. Daarop schreef Voskuil terug dat hij blij verrast was juist van mij iets te horen omdat wij ons in het literaire spectrum tegenover elkaar bevinden. Dat is waar. Maar dat is toch juist mooi? Ik ben blij dat Voskuil het z\u00f3 heeft gedaan. Het ergert me dat de meeste Nederlandse schrijvers zeggen: mijn manier is de enige. Dat is onzin. Het huis van de literatuur heeft vele kamers. In elke kamer bevindt zich een ander genre, en dat genre wordt door verschillende auteurs weer verschillend beoefend.&#8217;<\/p>\n<p>Van der Heijden is vast van plan om Het bureau ooit in zijn geheel te lezen. &#8216;Het staat ver van me af, maar ik ben zeer benieuwd hoe het hele boek in elkaar steekt.&#8217; Zelf heeft hij het gevoel dat de cyclus z\u00e9lf hem de vorm oplegt. &#8216;Dat heb ik weer eens gemerkt bij de conceptie van het eerste deel van mijn nieuwe romancyclus Homo Duplex, een moderne versie van de Oedipus-mythe. Toen ik De Movo-tapes, de proloog op de cyclus, voor me had liggen, bleek ineens dat elf hoofdstukken uit het volgende deel wilden overlopen. Enfin, ik gaf daar aan toe, liet de hoofdstukken binnenmarcheren en het hele boek commanderen. Maar toen zat ik weer met een veel te dik deel. Daarop bliezen een aantal van de hoofdstukken weer de aftocht. Ik bleef achter met de uiteindelijke versie, die over twee weken verschijnt. Die strapatsen worden mij door het boek aangedaan.&#8217;<\/p>\n<p>De problemen met de cesuren van de roman komen Voskuil bekend voor. Toen hij Het bureau in manuscript had voltooid, en zich definitief een weg had gebaand uit het oerwoud, leek het hem het mooist als zijn boek, dat hij had &#8216;doorgepagineerd&#8217;, in \u00e9\u00e9n keer zou zijn uitgegeven. &#8216;Maar ik begreep ook wel dat dat voor mijn uitgever onhanteerbaar zou worden.&#8217;<\/p>\n<p>Dus ging Voskuil op zoek naar de plaatsen die zijn roman in min of meer handzame delen op zou splitsen. &#8216;De eerste cesuur lag meteen vast: dat was het moment dat Beerta met pensioen ging. Dan verandert de sfeer op Het Bureau wezenlijk. De val op het perron aan het eind van Vuile handen kon dienen als symbool van het verraad dat Maarten pleegt aan zijn eigen opvattingen. Dan realiseert hij zich dat hij niet zonder illusie kan voortbestaan. Het einde van deel drie lag ook voor de hand: de dood van zijn vader en het herseninfarct van Beerta. Vanaf dat moment staat Maarten er alleen voor. Deel vier eindigt met de nieuwe naam van het instituut, en luidt het begin van de ontmanteling van zijn afdeling in. Deel vijf en zes lopen eigenlijk in elkaar over. Aan het eind van deel zes neemt Maarten afscheid van het bureau, en deel zeven eindigt met de droom waarin hij wordt uitgedragen.&#8217;<\/p>\n<p>Toen Voskuil de cesuren eenmaal had aangebracht, kon zijn trotse uitgever in een folder aankondigen: &#8216;Niemand behoeft in spanning te zitten over de vraag of Het bureau ooit af zal komen: de schrijver heeft het complete manuscript reeds bij ons ingeleverd.&#8217; Voskuil knikt. &#8216;Ik had het op geen andere manier gewild.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Mijn uitgever,&#8217; zegt Van der Heijden, &#8216;heeft mij dat ook voorgesteld voor Homo Duplex. Voltooi eerst de hele cyclus, en dan gaan we pas uitgeven. Dat leek me toen geen goed idee. De delen van de roman moeten met me meegroeien. Bovendien is het moeilijk voor een schrijver om zoveel jaren niets nieuws in druk te zien verschijnen. Ondertussen kan ik me natuurlijk nauwelijks nog op dat argument beroepen. Het is bijna zeven jaar geleden dat mijn vorige boek verscheen. Gelukkig heb ik inmiddels een goed overzicht over de zeven delen van Homo Duplex. Dat stelt me in staat om in de proloog van gebeurtenissen die later gaan volgen nu al een voorteken te geven. Kleine schokjes voor de aardbeving.&#8217;<\/p>\n<p>De ontstaansgeschiedenis van De tandeloze tijd is een heel andere, benadrukt Van der Heijden. Na de publicatie van De slag om de Blauwbrug, waarin we kennis maken met Albert Egberts, en Vallende ouders, het eerste deel van de cyclus, had de schrijver nog geen idee van wat er in Advocaat van de hanen zou gaan plaatsvinden. En van deel twee, De gevarendriehoek en het dubbele deel drie, Het Hof van Barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras, slechts een vage notie. &#8216;De tandeloze tijd is veel meer op intu\u00eftie ontstaan.&#8217;<\/p>\n<p>Desondanks beschouwt ook Van der Heijden zijn romancyclus als \u00e9\u00e9n boek. &#8216;Al moet ik er dan direct bijzeggen dat het boek nog niet af is. Het zou vreemd zijn het slot van De tandeloze tijd aan meester Quispel te schenken, de hoofdpersoon van Advocaat van de hanen. Er moet een vijfde deel komen \u2013 het zevende boek \u2013 dat weer aan Albert Egberts is gewijd. Ik heb er natuurlijk idee\u00ebn over hoe dat boek eruit moet gaan zien, maar die mogen voorlopig nog even rijpen. Eerst maar eens Homo Duplex.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het schrijven van een romancyclus geeft de schrijver &#8216;een vorstelijke positie&#8217;. Nog meer panorama&#8217;s, n\u00f3g meer zijwegen. Toch vormen al die delen, zeggen A.F.Th. van der Heijden en J.J. Voskuil over hun werk, \u00e9\u00e9n boek.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,9,97],"tags":[3081,783,3109],"acf":[],"author_name":"Onno Blom","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126595"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126595"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126595\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Onno Blom","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126595"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126595"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126595"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}