
 {"id":126493,"date":"2003-06-14T11:36:00","date_gmt":"2003-06-14T09:36:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/arnon-grunberg-een-briljant-rotjoch\/"},"modified":"2003-06-14T11:36:00","modified_gmt":"2003-06-14T09:36:00","slug":"arnon-grunberg-een-briljant-rotjoch","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/arnon-grunberg-een-briljant-rotjoch\/","title":{"rendered":"Arnon Grunberg, een briljant rotjoch"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Neurotisch, onberekenbaar, en sinds zijn twaalfde rotsvast overtuigd van zijn eigen talent. Vroegere vrienden kwalificeren hem als een &#8216;onaangename ego\u00efst&#8217;, die &#8216;dodelijk ambitieus&#8217; is. Hij is dol op het ridiculiseren en pesten van collega-schrijvers, en laat vrienden vallen als hem dat uitkomt. Een totale mislukking als theatermaker, en een fenomeen als schrijver. De drie\u00ebenheid Arnon, Yasha en Marek.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>In gezelschap van geit Carmen hoopt de schrijver dezer dagen een scheepslading eerste drukken van De asielzoeker de boekentoptien binnen te loodsen. Leuk, je moet er maar opkomen om een nieuwe roman door middel van een boottocht nationaal onder de aandacht te brengen. Volgens Arnon Grunberg werd de stunt door zijn uitgever bedacht, maar dat spreekt de uitgever z\u00e9lf tegen. Voor zo&#8217;n krankzinnig idee moet je Grunberg heten. Om dan te weerleggen dat je de bedenker was, trouwens ook.<\/p>\n<p>De verwarring mag worden opgevat als het zoveelste schakeltje in een langdurig mystificatieproces waar in het geval van dit boek voor binnenwateren, geit of asielstatus een ondergeschikte rol is weggelegd. In De asielzoeker woont hoofdpersonage Beck samen met De Vogel, die v\u00f3\u00f3r haar dood twee wensen vervuld wil hebben: huwen en een geit.<br \/>Het inktzwarte verhaal wordt n\u00fa al Grunbergs beste roman genoemd, evenwichtiger en spannender dan zijn voorgaande werk en met een verrassende plot als uitsmijter. Welke andere absurde scenario&#8217;s zouden nog broeien onder dat woest uiteenstuivende kapsel met, zoals Jan Wolkers typeerde, &#8216;allemaal rare krullen, alsof er een handgranaat in zijn schedel is ge\u00ebxplodeerd&#8217;?<\/p>\n<p>De werkdrift en reislust van het fenomeen mogen gerust onstuimig worden genoemd. Zijn productie van tussen de vijf- en zevenhonderd woorden per dag staat sinds 1994 borg voor gemiddeld anderhalf boek per jaar. Geen genre (fictie, po\u00ebzie, essayistiek, journalistiek, scripts voor film en theater) laat hij onbeoefend.<\/p>\n<p>In NRC Handelsblad bericht hij periodiek over dienstreizen naar exotische oorden als Kathmandu, Bogota of Sao Paolo. In Humo beledigt hij wekelijks een collega-schrijver of gevallen vriend naar keuze. Omdat de hoeveelheid tekst te veel is voor wat van een jong auteur (32) wordt verwacht, riep hij voor de VPRO-gids zijn alter ego Yasha in het leven, en ging hij als Marek van der Jagt de concurrentie met zichzelf aan.<\/p>\n<p>Met Spartaanse zelfdiscipline volhardt hij in het nakomen van de vele verplichtingen. &#8216;s Morgens vanaf stipt negen uur leest en beantwoordt hij zijn e-mails. Daarna gaat hij \u00e9cht aan de slag. Zijn respectievelijke bezigheden houdt hij uit elkaar doordat hij voor elk type bijdrage een vorm vond waar hij nog jaren mee verder kan: als Yasha formuleert hij kort en puntig, zijn polemische langeafstandsraketten vanuit New York reserveert hij voor het VlaamseHumo, in NRC Handelsblad werpt hij zich op als autobiografisch verteller. Wil hij scheppend proza cre\u00ebren, dan drukt hij op het knopje dat fantaserende hersenfuncties in werking zet.<\/p>\n<p>Ook zijn particuliere leven giet hij in een vorm die optimaal rendement garandeert. Bij zijn neurosen is chronische telefoonangst inbegrepen; hij wordt ongaarne op de schouder getikt vanwege iets dat hij zojuist geschreven heeft en hij verkiest zelf te bepalen of, hoe en wanneer hij in het middelpunt van de belangstelling staat. Hij ontvangt geen bezoek aan huis, daar is hij heel principieel in. In zijn Amerikaanse standplaats heeft hij zijn eenzaamheid beter onder controle dan hem in Amsterdam vergund zou zijn. Zich op vrijdagmiddag rond de bierpomp aan het Spui laten tracteren door bewonderaars is niet zijn stijl. Laat hem maar lekker stukkies en mooie boeken tikken achter een computer in midtown Manhattan. Er moet altijd wel iets af.<\/p>\n<p>Arnon Yasha Yves Grunberg woonde tot zijn de elfde in de Dintelstraat in de Amsterdamse rivierenbuurt. Overdag bezocht hij de Montessorischool, &#8216;s avonds onderging hij zoveel ruzie tussen zijn door oorlogsleed getraumatiseerde ouders dat hij wegvluchtte in een zelfbedachte werkelijkheid.<\/p>\n<p>Het leven werd dragelijk toen hij het opvatte als een magistraal toneelstuk waarin iedereen een rol speelt. Acteur wilde hij worden en anders schrijver, want ook die heeft een excuus om afstand te bewaren tot gebeurtenissen waarvan hij geen deel wil uitmaken.<\/p>\n<p>Op zijn twaalfde won hij een schrijfwedstrijd van De blauw geruite kiel, de toenmalige kinderpagina&#8217;s van Vrij Nederland. Zijn verhaal &#8216;Tegen de Westenwind&#8217; ging over een vereniging van mensen die de wind uit westelijke richting proberen te bestrijden.<\/p>\n<p>Het gezin verhuisde naar het chiquere stadsdeel Amsterdam-Zuid, waar het onderwijs aan het naburige Vossius Gymnasium te hoog gegrepen bleek. &#8216;Een moeilijk handelbaar joch,&#8217; herinnert oud-rector Anne Mantel zich. &#8216;Hij lag voortdurend dwars, al was hij geen leerling die luidruchtig de boel op stelten zette. Als hij er met de pet naar gooide, liet ik hem voor straf in de schooltuin werken. Het is trouwens niet waar dat ik hem, zoals hij in Blauwe maandagen schrijft, van school heb gestuurd. Nadat hij voor de tweede keer was blijven zitten, is hij z\u00e9lf van school gegaan.&#8217;<\/p>\n<p>Maar zijn opstellen waren briljant, vult lerares Nederlands Marijn van Lelyveld aan. &#8216;Hij was het meest enthousiast over zijn eigen initiatieven. Kennis die hem ongevraagd werd opgedrongen, interesseerde hem niet.&#8217; De uitvoerige overpeinzingen die de jonge Arnon onderaan zijn proefwerken krabbelde, gingen in de docentenkamer van hand tot hand.<\/p>\n<p>Toen hij na vier tobberige schooljaren het Vossius verliet, huurde hij een tuinkamer bij de strafrechtdeskundige mr. F.E. Frenkel in de Amsterdamse Van Eeghenstraat. &#8216;Een nogal non-descripte persoonlijkheid. Hij was erg slordig,&#8217; vindt Frenkel. &#8216;Ik vond hem nogal ouwelijk voor zijn leeftijd. Het verwijt dat hij zich puberaal zou gedragen, dateert van later, toen hij al volwassen was.&#8217; Met vluchtige baantjes als jongste bediende bij een apotheek, kantoorklerk en bordenwasser voorzag de onderhuurder in zijn onderhoud, vastbesloten om zijn talenten zo spoedig mogelijk te openbaren.<\/p>\n<p>In 1988 drukte NRC Handelsblad voor het eerst zijn portretfoto af. Met de eenakter Koningin Frambozenrood had Arnon Grunberg (17) een schrijfwedstrijd voor jongeren gewonnen. &#8216;Eigenlijk ben ik meer een verhalenverteller. Ik denk zo vreselijk veel en beleef al die verhalen ook echt,&#8217; citeerde de krant. &#8216;Als kind zat ik altijd vol verhalen. Ik werd de leugenaar genoemd. Toen ik twaalf was, werd ik uitgenodigd om te komen vertellen in een restaurant, als een soort nar, met een slobbersmoking aan. Na een halfjaar had ik al die etende mensen wel gezien. Zo&#8217;n beslissing vinden mensen dan arrogant, maar ik wil steeds iets anders doen. Mezelf niet vastzetten op zekerheid. Ik ga ook niet meer naar school. Ik wil een jaar pauze, om het eventueel later weer op te pakken.&#8217;<\/p>\n<p>Het Letterkundig Museum bewaart een videoband uit 1988 van het televisiedebuut dat de prijswinnaar in het jongerenprogramma Sjappoo maakte. Hij keek ernstig in de camera en zei: &#8216;Ik weet zeker dat ik theatermaker wil worden. Er is een noodzaak dat ik elke keer maar weer dat podium op ga en elke keer een verhaal begin te schrijven en dat ik &#8216;s nachts gillend in het zweet wakker word omdat ik denk dat het niet goed wordt. Ik moet dat, ik kan niet anders.&#8217;<br \/>De teleurstelling was groot toen hij &#8216;wegens gebrek aan techniek&#8217; werd afgewezen bij de toneelscholen in Amsterdam en Maastricht. Hij besloot het pad naar erkenning op eigen kracht af te leggen. Popelend om door te breken huurde hij, zeventien jaar oud, zaaltjes af om de door hem geschreven monoloog De dupe van Felix op te voeren. Het optreden in Haarlem trok \u00e9\u00e9n bezoeker, een journalist van het Haarlems Dagblad, en de solovoorstelling tijdens een festival in Zwolle sneuvelde doordat de artiest het adres niet kon vinden.<\/p>\n<p>Uiteindelijk zou het eenzame toneelavontuur een veelvoud kosten van wat het opleverde. Zes jaar later, toen Blauwe maandagen een kaskraker werd, eiste grafisch kunstenaar Winston Delano Citroen alsnog het honorarium op voor het affiche dat hij voor De dupe van Felix had ontworpen. Betaling was voortdurend uitgesteld, maar nu was bestsellerauteur Grunberg vast in staat om de afgesproken tweeduizend gulden, vermeerderd met btw en rente, te voldoen.<br \/>&#8216;Strijk uw hand over uw hart en als u ons wilt vertrappen, vertrapt u ons dan snel en pijnloos,&#8217; smeekte de schrijver per kerende post. &#8216;Waar uw aangezicht verschijnt, ben ik geen mens, maar ongedierte, ja een varken, een zwijn, een hond, een tyfushond, een kankerhond ben ik, waar u uw licht laat schijnen.&#8217; Citroen kon er niet om lachen en stapte naar de rechter die de eis toewees.<\/p>\n<p>De ontwerper misgunt zijn vroegere vriend diens huidige welstand niet, maar veracht hem als een &#8216;onaangename ego\u00efst&#8217; die een spoor van onbetaalde rekeningen zou hebben nagelaten. &#8216;Hij woont niet voor niets in New York. In Amsterdam zou hij geen leven hebben. Ik ken meer mensen die een hekel aan hem hebben.&#8217;<\/p>\n<p>Voordat hij op 15 januari 1995 naar New York emigreerde, belegde Grunberg in het Okura-hotel een feestelijke avond namens de door hem opgerichte stichting Gedupeerden van Arnon Grunberg. Onder de schuldeisers die contant werden uitbetaald, bevond zich drukker Lou van Nimwegen die al jaren vierhonderd gulden te vorderen had. Toen de ondernemer in Blauwe maandagen las dat de auteur een vermogen had gespendeerd aan bordeelbezoek, kon hij het niet laten een aanmaning te sturen met de tekst: &#8216;Wat minder naar de hoeren en wat vaker rukken \/ spaart geld voor het zetten en het drukken.&#8217;<\/p>\n<p>V\u00f3\u00f3r zijn twee\u00ebntwintigste had Grunberg veertien toneelstukken op zijn naam staan. Hij legde zijn manuscripten graag ter beoordeling voor aan literators tegen wie hij opkeek. Toen hij bij de dichter Rogi Wieg aanbelde, verontschuldigde hij zich omdat hij vijf minuten later was dan afgesproken. Zijn vader was zojuist met een hersenbloeding in het ziekenhuis opgenomen, vandaar. Toen Wieg verbaasd vroeg waarom de jonge dramaturg de ambulance niet achterna was gesneld, kwam als antwoord dat hij praten over zijn werk belangrijker vond.<\/p>\n<p>Wieg: &#8216;Toen wist ik dat Arnon Grunberg dodelijk ambitieus was.&#8217; Dat Grunberg later gemeen over hem schreef, kan Wieg niet schelen. &#8216;Wat mij aan dat verhaal niet beviel, was dat hij de vriendin met wie ik samenwoonde dom en lelijk maakte. Hij kan het niet laten anderen te vernederen.&#8217;<\/p>\n<p>Gewapend met visitekaartjes die als hoedanigheid &#8216;uitgever&#8217; vermeldden, reisde Grunberg in de herfst van1990 naar de Frankfurter Buchmesse. Met jeugdige overmoed bracht hij een bod uit op proza van &#8216;niet-Arische Duitse schrijvers&#8217; dat zijn Kasimir Uitgeverij vertaald in roulatie hoopte te brengen.<\/p>\n<p>De tuinkamer aan de Van Eeghenstraat fungeerde voortaan als kantoor, maar huisbaas Frenkel bood groothartig ook de leegstaande kamer aan de straatkant voor gebruik aan. De vloeren lag er spoedig bezaaid met papieren. Uit erkentelijkheid zou Kasimir het essay Schuld en straf (&#8216;de camouflage van het geloof in het kwaad&#8217;) van Frenkel uitgeven, een brochure die tot spijt van de auteur &#8216;volledig werd ge\u00efgnoreerd.&#8217;<\/p>\n<p>Grunberg hield intussen met Elsschottiaanse tactieken crediteuren op afstand. Hij was bekend met het effect van indrukwekkend briefpapier, de titel van &#8216;algemeen en enig directeur met onbeperkte volmacht&#8217; en enkele fictieve ondergeschikten die onder wisselende namen de telefoon aannamen. &#8216;In zijn enthousiasme had hij weinig oog voor de verkoopmogelijkheden,&#8217; zegt Gerrit Bussink die Socrates van Man\u00e8s Sperber voor Kasimir Uitgeverij vertaalde. Het boek kwam er verzorgd uit te zien, maar de afzet viel bitter tegen. Na vijf geflopte publicaties kwam het faillissement in zicht. Bussink herinnert zich dat hij &#8216;correct en volgens de normen werd betaald,&#8217; zelfs voor een tweede vertaling die nooit werd gedrukt.<\/p>\n<p>Uitgever Vic van de Reijt ontmoette zijn latere succesauteur voor het eerst op de Frankfurter Buchmesse, waar hij in eerste instantie begreep dat hij met een prille collega van doen had. Na afloop van gemeenschappelijk restaurantbezoek zei Van de Reijt dat Grunberg altijd contact mocht opnemen als hij problemen had, maar blijkens een zorgvuldig bewaard briefje uit die tijd hoefde het zover niet te komen: &#8216;Geachte heer Van de Reijt, ik verkies het om ook voordat ik in de problemen zit met u in contact te komen. Daarom nodig ik u uit op de redactieburelen van mijn uitgeverij.&#8217;<br \/>Dat werd lachen. Het contract voor het debuut Blauwe maandagen was rond nog voordat er een letter op papier stond. Op grond van de talloze sterke verhalen die hem werden opgedist was Van de Reijt ervan overtuigd dat hij hier te maken had met een wonderkind dat tot duizelingwekkende literaire hoogten zou kunnen stijgen.<\/p>\n<p>Huisbaas mr. Frenkel was om meerdere redenen verbaasd toen hij in mei 1994 de zojuist verschenen schelmenroman ter hand nam. &#8216;Arnon had me vaker dingetjes laten lezen die hij had geschreven, maar daar was ik nooit van onder de indruk,&#8217; zegt hij. &#8216;Dit was fantastisch, al deed de inhoud sterk denken aan Rubinsteins veiling van Rafael Seligmann, een boek dat hij nota bene zelf had uitgegeven. Voor zover ik weet is die parallel tot dusver door geen recensent opgemerkt. Ooit vertelde ik Arnon dat ik mijn identiteit niet aan mijn joodse achtergrond ontleen. Hij zei dat hij daar precies zo over dacht, maar toch gaat Blauwe maandagen voornamelijk over jodendom en voor de rest over seks.&#8217;<\/p>\n<p>Bij de presentatie van het boek werd op voorhand de jubelende recensie voorgelezen die vier dagen later in Het Parool zou staan. Ronald Giphart riep daarin Blauwe maandagen uit tot een meesterwerk dat De avonden van Gerard Reve in de schaduw stelt.<\/p>\n<p>Dat de opmerkelijke vriendendienst van Giphart allerminst verplichtingen schept, blijkt uit de niet minder schaamteloze open brief die Grunberg onlangs via Humo aan zijn bewonderaar richtte: &#8216;Na lezing van uw boekenweekgeschenk komt de Viva mij voor als een wonder van inhoudelijk en stilistisch vernuft. (&#8230;) Had u niet een paar jaar geleden een allerliefste handtekeningenactie opgezet voor de slachtoffers in Srebenica? Bent u al handtekeningen aan het inzamelen voor Irak? Iemand met zo weinig talent als u moet het hebben van handtekeningenacties.&#8217; Kennelijk raakte de hartelijke band tussen de twee schrijvers duurzaam ontwricht, maar Giphart voelt er niets voor een toelichting te verschaffen.<\/p>\n<p>Sinds Mandarijnen op zwavelzuur van W.F. Hermans vormt het ridiculiseren en pesten van collega-schrijvers een afzonderlijk genre in de literaire kritiek. Grunberg is er dol op, tenzij dit specialisme zich tegen hem keert. Zelfs beschaafde kanttekeningen bij zijn werk drijven hem tot woede.<\/p>\n<p>In 1997 fulmineerde hij wekenlang in de VPRO-gids tegen Hans Goedkoop, die de euvele moed had om zich in NRC Handelsblad in minder positieve zin over de tweede roman Figuranten uit te laten. &#8216;Ik heb meer dan honderd stukken voor NRC Handelsblad geschreven, maar zolang Hans Goedkoop voor die krant schrijft, zal ik er niet meer voor schrijven,&#8217; reageerde Grunberg. Dreigend voegde hij eraan toe: &#8216;Voor wie het nog steeds niet begrepen heeft: ik hoef niet te schrijven. Ik ben ook nog ober.&#8217;<\/p>\n<p>Even werd gevreesd dat de roem Grunberg naar het hoofd was gestegen (&#8216;alle aandacht heeft hem rancuneus, onzeker en argwanend gemaakt&#8217;, noteerde Het Parool), maar misschien berustte die houding op een pose. Zijn columns uit New York hielden in ieder geval stand op dezelfde pagina als waarop Goedkoop de literatuur voor de kwaliteitskrant bijhoudt.<br \/>In de derde roman Fantoompijn (2000) zegt de hoofdpersoon Robert G. Mehlman op een zeker moment: &#8216;Ik ben hier om over je te schrijven, Rebecca. Dat is de waarheid, ik ben hier omdat ik vermoed dat er een verhaal in je zit en als er een verhaal in je zit, zit er geld in je en als er geld in je zit, moet ik het eruit halen.&#8217;<\/p>\n<p>Het is een onthullend citaat dat als een sleutel op het verliteratuurde leven van Arnon Grunberg past. Zijn werkelijkheid wordt bruikbaar als hij erover kan schrijven. In het gesprek blijft hij neutraal glimlachen, maar op papier kent hij later nauwelijks scrupules. Op party&#8217;s waarvoor het Nederlandse consulaat in New York de kolonie kunstzinnige landgenoten uitnodigt, is Grunberg niet meer welkom: alles wat er gezegd wordt, kan morgen in de krant staan. Xaviera Hollander ging in New York uitbundig met hem tafelen. Nadien raakte ze niet uitgepraat over die heerlijke krullenbol met wie ze zo&#8217;n geweldig contact had \u2013 totdat de column verscheen waarin hij haar kwalificeerde als een aftandse hoer op leeftijd.<\/p>\n<p>&#8216;Tachtig procent van wat hij schrijft is waar,&#8217; schat de in New York woonachtige kunsthandelaar Pablo van Dijk, die de afgelopen jaren twintig bibliofiele publicaties van Grunberg uitgaf. &#8216;Het klopt dat hij een bejaarde verloofde heeft die vijf jaar jonger is dan zijn moeder. Hij gaat \u00e9\u00e9n keer per week met haar lunchen. Ik was getuige van het offici\u00eble verlovingsdiner. Als ze doodgaat, erft Arnon haar appartement van anderhalf miljoen dollar.&#8217;<\/p>\n<p>Van Dijk meent dat hij &#8216;waarschijnlijk de enige vriend&#8217; van Grunberg in New York was: &#8216;Als hij griep had, ging ik bij hem langs om sinaasappelsap te brengen. We zagen elkaar minstens drie keer per week.&#8217; De hartelijke verstandhouding kreeg een abrupt einde toen Grunberg in NRC Handelsblad een stuk schreef dat Van Dijk &#8216;gemeen en lasterlijk&#8217; noemt.<br \/>Van Dijk: &#8216;Blijkbaar zat hem iets dwars in onze relatie, maar daar heb ik nooit iets van gemerkt. Mijn echtgenote Sally Norvell is zangeres. Arnon, een vriend en ik zouden ieder vijfduizend dollar investeren in haar nieuwe cd. Arnon wilde graag meedoen. Ik begrijp nog steeds niet wat hem bewoog om plotseling zo&#8217;n denigrerend rotstuk over Sally en mij te schrijven. Daarin noemde hij zijn lening een &#8220;geschenk&#8221;, waarop ik hem een briefje schreef om hem te bedanken voor die vijfduizend dollar, want kennelijk hoefde hij zijn geld niet terug. Dat was ons laatste contact. We hebben elkaar nooit meer gesproken. Als hij hier morgen voor de deur zou staan, mag hij wat mij betreft doodvallen.&#8217;<\/p>\n<p>In het Hollands Maandblad van vorige maand schrijft Grunberg: &#8216;Vriendschap kost geld, en zelden heeft een vriendschap mij zoveel gekost als die met Pablo van Dijk. Ruwe schattingen lopen uiteen van zeventig- tot tachtigduizend dollar.&#8217; Van Dijk reageert razend: &#8216;Dat bedrag is schromelijk overdreven. Waar hij op doelt zijn dingen die ik op zijn verzoek voor hem organiseerde. Het kost nogal wat om een stretch-limo voor vierentwintig personen te laten voorrijden, iedereen onder te brengen in een hotel en onder begeleiding van een operazangeres en stripteasedanseressen een twintiggangenmenu met zes soorten champagne voor het gezelschap te laten aanrukken.<\/p>\n<p>Dergelijke uitspattingen hadden altijd met dames te maken. De een kwam terwijl de ander nog niet weg was, dan moest Arnon zich zien te verstoppen. De toestanden die we samen beleefd hebben! Ik weet alles van hem. Ik kan de restaurants aanwijzen waar hij ontbijt, luncht en dineert \u2013 elke dag dezelfde drie adressen en meestal alleen. Hij woont in een appartement dat op naam staat van zijn vriendin Marianne, die voor psychiater studeert. Ze accepteert veel van hem, maar op een keer liet hij me zien hoe ze zijn handen had opengekrabt. Officieel woont Arnon in Dublin, hij huurt daar om fiscale redenen een apartement.&#8217;<\/p>\n<p>Filmregisseur Frans Weisz draagt Grunberg zo&#8217;n warm hart toe dat hij zich niet kan voorstellen dat die ooit iets lelijks over hem zou schrijven. Samen zouden ze voor de VPRO een achtdelige serie maken die was gebaseerd op Blauwe maandagen. Na een jaarlang dagelijks faxverkeer tussen Amsterdam en New York lag er een uitvoerige opzet en een scenario voor de eerste aflevering.<\/p>\n<p>De VPRO reageerde niet onwelwillend, maar in het gesprek vielen een paar kritische opmerkingen. &#8216;Ik was zo dom om Arnon te vertellen wat er gezegd was,&#8217; verzucht Weisz. &#8216;Drie kwartier later lag er een fax bij de VPRO waarin Arnon een excuus van twee kantjes eiste naar aanleiding van wat over zijn scenario te berde was gebracht. Met minder dan twee A4&#8217;tjes nam hij geen genoegen. Daarmee was het hele project van de baan. Jammer, want we hadden er samen enorm veel energie in gestoken.&#8217;<\/p>\n<p>Een herkansing diende zich aan toen Joop van den Ende liet weten dat hij graag een film van Weisz wilde produceren waarvoor Grunberg het script schreef. Daar viel over te praten. Weisz: &#8216;Ik heb daarop Arnon en Van den Ende aan elkaar voorgesteld. Het zag er naar uit dat we tot iets zouden komen. Arnon zei dat hij zelfs voor niks zou meewerken, als hij in ruil de biografie van Van den Ende mocht schrijven.<\/p>\n<p>Een tijdje later werd mij gevraagd of Arnon een soort synopsis op papier wilde zetten, daarna zou er een voorschot naar hem worden overgemaakt. Waarop Arnon antwoordde: het staat volgende week in de VPRO-gids. En inderdaad. Hij schreef letterlijk dat hij was benaderd door Joop van den Ende en dat hij dacht aan een film over iemand die probeert een handeltje in joods zaad te drijven. Volkomen over the top, maar zo gaat het steeds bij Arnon.&#8217;<\/p>\n<p>Nadat Weisz in het vliegtuig De geschiedenis van mijn kaalheid las, zag hij meteen een schitterende film voor zich. Maar wie ging schuil achter het pseudoniem Marek van der Jagt? &#8216;Arnon ontkende in alle toonaarden dat hij het was, maar dat script wilde hij eventueel wel schrijven,&#8217; herinnert Weisz zich. &#8216;Ik hoop werkelijk dat het ooit lukt om een scenario uit zijn vingers te krijgen dat ik kan verfilmen.&#8217;<\/p>\n<p>Marek van der Jagt, schrijft Grunberg in een gelegenheidsuitgave over de geschiedenis van zijn mystificatie, ontstond in oktober 1998 toen hij zich &#8216;in veel opzichten in een crisis bevond: financieel, emotioneel en seksueel&#8217;. Tot dan toe publiceerde Grunberg al zijn boeken bij uitgeverij Nijgh &#038; Van Ditmar, maar dat veranderde toen Reinjan Mulder, chef van het boekenkatern van NRC Handelsblad, overstapte naar uitgeverij De Geus. In zijn nieuwe hoedanigheid wilde Mulder graag iets van Grunberg uitgeven, maar dat kon natuurlijk niet onder eigen naam.<\/p>\n<p>In februari 2000 leverde het alias Van der Jagt het manuscript van De geschiedenis van mijn kaalheid bij De Geus in. Sindsdien is de opmars van Van der Jagt even ontstuitbaar als die van Grunberg. &#8216;In Duitsland is Van der Jagt inmiddels populairder dan Grunberg,&#8217; weet Mulder. &#8216;Er zijn daar zelfs plannen om oude titels van Grunberg onder de naam Marek van der Jagt uit te brengen. Dat verkoopt beter, al heeft hij in Duitsland nog niet de status bereikt die voor iemand als Leon de Winter is weggelegd.&#8217;<\/p>\n<p>Of het verstandig is om \u00e9\u00e9n schrijver onder twee namen te laten voortbestaan, is een punt van discussie. Evenmin is duidelijk of Marek van der Jagt bij De Geus blijft publiceren nu Reinjan Mulder onlangs opnieuw van baan wisselde, en tegenwoordig bij Meulenhoff werkt. Stapt Arnon Grunberg binnenkort over naar Meulenhoff? &#8216;Zijn boeken worden steeds beter en dikker,&#8217; antwoordt de uitgever diplomatiek. &#8216;Arnon is zich aan het ontwikkelen tot een romanschrijver van internationale allure. Elk anderhalf jaar een nieuw meesterwerk van zijn hand moet de markt aankunnen.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Neurotisch, onberekenbaar, en sinds zijn twaalfde rotsvast overtuigd van zijn eigen talent. Vroegere vrienden kwalificeren hem als een &#8216;onaangename ego\u00efst&#8217;, die &#8216;dodelijk ambitieus&#8217; is.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,97,14],"tags":[3081,783],"acf":[],"author_name":"Rudie Kagie","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126493"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126493"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126493\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rudie Kagie","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126493"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126493"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126493"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}