
 {"id":126441,"date":"2003-09-06T17:18:00","date_gmt":"2003-09-06T15:18:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/onder-elkaar-de-terugkeer-van-de-standen-in-nederland\/"},"modified":"2003-09-06T17:18:00","modified_gmt":"2003-09-06T15:18:00","slug":"onder-elkaar-de-terugkeer-van-de-standen-in-nederland","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/onder-elkaar-de-terugkeer-van-de-standen-in-nederland\/","title":{"rendered":"Onder elkaar, De terugkeer van de standen in Nederland"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>06-09-2003 <br \/>Door Malou van Hintum<\/p>\n<p>Vroeger, een eeuw geleden, was er een onoverbrugbaar verschil tussen de hoge en de lage stand. Ze woonden, werkten en sliepen niet met elkaar. Maar tegenwoordig gaat iedereen met iedereen om, zoals dat gebruikelijk is in een open, egalitaire maatschappij als de onze. Denken we. Of weten we stiekem wel beter? Kijk eens naar uzelf, uw eigen vrienden, uw eigen feestjes. En dan net zo eerlijk als Stephan Sanders dat doet. Bekijk nog eens uw vakantiefoto&#8217;s, leg uw hobby&#8217;s onder de loep: bingo en breezers, of cultuur en een goed gesprek? Bent u meer van de sjoelclub, of van het sigarengenootschap? Van Ons Soort Mensen, of van d\u00e1t soort mensen? Nederland is geen open samenleving.<\/p>\n<p>Nederland is evenmin een meritocratie, waarin iedereen de plaats krijgt die hij op grond van zijn talent en inzet verdient. Al willen we die mythe wel graag blijven koesteren; want dan heeft de nieuwe onderklasse het gewoon aan zichzelf te wijten dat ze almaar niet hogerop komt. Dan kunnen we ons onbezwaard druk maken over onszelf en onze eigen besognes. En ons afzonderen van de rest: in een eigen \u2013 witte \u2013 buurt, met de kinderen op een eigen \u2013 witte \u2013 school. Want dat zijn nu eenmaal de beste buurten en de beste scholen, waar je de beste vrienden opdoet en de beste contacten voor later, die de beste referenties vormen voor de beste banen. Daar is allemaal hard voor gewerkt, en met sociale komaf heeft dat niets te maken. Gelooft u het zelf? MvHZe zijn terug van weggeweest, al zien ze er niet meer zo uit als vroeger. De nieuwe elite in Nederland is niet van adel, maar kosmopolitisch. Het nieuwe &#8216;gemeen&#8217; heeft een kleurtje gekregen: dat is nu zwart. Met de &#8216;gelijke kansen gelijke mogelijkheden&#8217;\u2013 mantra proberen we een werkelijkheid te bezweren die iets heel anders laat zien: dat sociale komaf er wel degelijk toe doet.<br \/>Het is midden jaren tachtig begonnen, z\u00f3 onopvallend dat het de eerste jaren eigenlijk niemand opviel. Maar langzamerhand dreigen we in Nederland een ideaal kwijt te raken: het ideaal dat ieder kind, waar zijn wiegje ook gestaan heeft, op de plek terechtkomt die het op grond van zijn talenten verdient.<\/p>\n<p>In dit land, zo klinkt het al sinds de jaren zeventig ferm, kan iedereen die daarvoor de capaciteiten heeft naar de universiteit. Wij hebben onze eigen versie van &#8216;van krantenjongen tot miljonair&#8217;, met een oud-minister-president die de zoon is van een timmerman, en een minister van Financi\u00ebn wiens broer marktkoopman is. Ze vormen het levende bewijs van de stelling dat Nederland een meritocratie is geworden, dat wil zeggen: een maatschappij waarin sociale afkomst er niet meer doet, maar diploma&#8217;s bepalen welke positie iemand inneemt.<\/p>\n<p>Als d\u00e1t nou eens waar was.<\/p>\n<p>Het meritocratische ideaal staat haaks op een verleden waarin sociale ongelijkheid juist fanatiek werd verdedigd \u2013 in elk geval door de degenen die daar baat bij hadden. Zo berustte het negentiende-eeuwse rempla\u00e7antenstelsel, waarbij zonen uit gegoede families hun militaire dienstplicht konden afkopen door anderen in hun plaats te laten gaan, op d\u00e9dain voor &#8216;het gemeen&#8217;. Het werd in 1898 afgeschaft, tot verdriet van een voorstander: &#8216;De ontberingen, vermoeienissen, vernederingen, de gedwongen onderwerping aan geringen van stand enz. zijn voor den meer deftigen jongen onnoemelijk veel zwaarder en drukkender dan voor een zoon uit de volksklasse, die van kindsbeen af aan dit alles gewoon is.&#8217;<\/p>\n<p>Het zal dan ook niet verwonderen dat, volgens de toen geldende opvattingen, alleen een man met een bepaald inkomen voldoende verstand van politieke zaken had; wat in de praktijk betekende dat in 1890 ruim een kwart van de mannelijke bevolking mocht stemmen, de rest niet. Aan dat voorrecht lag behalve d\u00e9dain ook angst ten grondslag. Het volk zou er eens toe over kunnen gaan te rebelleren, en zo de standenmaatschappij omver werpen!<\/p>\n<p>Dat mocht niet gebeuren, en daarom werd alles in het werk gesteld om de scheiding tussen de hoge en de lagere standen te consolideren en letterlijk zichtbaar te maken. Zo droegen de armen geen hoeden maar petten, en liepen ze niet op schoenen maar op klompen. Een &#8216;mevrouw&#8217; was per defintie iemand van goede komaf, anders was zij zeker met &#8216;jufrouw&#8217; (de kleine burgerij) of &#8216;vrouw&#8217; (arbeiders en boeren) aangesproken. Er werd gejijd en gejouwd \u2013 van boven naar beneden, andersom vanzelfsprekend niet.<\/p>\n<p>Uiteraard bezochten de verschillende standen verschillende scholen, en was het niet de bedoeling dat de kinderen van de stadsarmenscholen probeerden het beter te krijgen dan hun ouders. God wilde het standenonderscheid, zo stelden de verdedigers ervan en citeerden uit Prediker, en arme leerlingen dienden daarom &#8216;achting en liefde&#8217; voor de hogere standen te hebben. De Maatschappij tot Nut van het Algemeen liet in 1845 een brochure het licht zien waarin een &#8216;zorgwekkend verschijnsel&#8217; werd waargenomen: de &#8216;zucht&#8217; bij kinderen &#8216;om zich boven den stand hunner ouders te verheffen, en naar hoogere staat of meer aanzienlijke betrekking te streven&#8217;. Dat nooit!<\/p>\n<p>Goed, er waren lichtmatrozen die zeehelden werden en daarmee ook van de gegoeden respect verwierven, maar de &#8216;fatsoenlijke stand&#8217; hield zich liever niet op met de rest. Niet voor niets bezochten belangrijke bezoekers het Rijksmuseum buiten de offici\u00eble openingstijden, en werden gewone Rotterdammers pas na 1919 in hun woonplaats toegelaten tot een concert van het Amsterdamse Concertgebouworkest.<\/p>\n<p>Was de negentiende eeuw er een van het grote verschil, de twintigste werd die van de grote gelijkmaker. En dat lukte heel behoorlijk. Zo heeft in 1961 meer dan de helft van de mannelijke beroepsbevolking meer dan lagere school gehad; in 1919 was dat maar vijf procent. Arbeidswetgeving en progressieve inkomstenbelasting zorgden ervoor dat de economische ongelijkheid afnam, al verdween ze zeker niet. Ook op andere gebieden bleef er onderscheid bestaan tussen de verschillende welstandsklassen: wonen, werken, recre\u00ebren en sporten gebeurden gescheiden, al zorgde de verzuiling wel voor enig contact tussen de meer- en mindervermogenden. Het spreekt vanzelf dat er binnen de eigen sociale groep werd getrouwd.<\/p>\n<p>Pas in de jaren zestig en zeventig vindt de echte democratisering plaats. Er worden allerhande subsidieregelingen ingesteld en er komt een sociaal vangnet voor de minder fortuinlijken. Bovendien slagen kinderen (zonen) uit sociaal lagere milieus erin de wens te vervullen die elk ouderpaar koestert: ze krijgen het een beetje beter dan zij.<\/p>\n<p>Kinderen gaan langer naar school, en zijn in de regel dus ook beter opgeleid dan hun ouders. Ze krijgen banen met meer prestige \u2013 mede omdat er eenvoudigweg meer &#8216;hoge&#8217; banen te vergeven zijn dan er zonen van vaders met hoge banen voorhanden zijn.<\/p>\n<p>&#8216;De Nederlandse samenleving is steeds opener geworden,&#8217; constateert onderwijssocioloog professor Wim Meijnen dan ook. &#8216;De middenklasse is enorm toegenomen. De piramidale verdeling die we eerst hadden, is een ui geworden waarvan het zwaartepunt steeds hoger komt te liggen.&#8217; Het is een ontwikkeling die aansluit bij het algemene gevoelen, links en rechts, dat iemand zijn positie moet verdienen op basis van prestaties, van verdienste. Meijnen: &#8216;Alles wat daarvan afwijkt, wordt aan de schandpaal genageld, behalve de monarchie dan. Maar afgezien daarvan wordt sociale afkomst steeds minder belangrijk, en onze samenleving steeds meritocratischer.&#8217;<\/p>\n<p>Dat brengt weer andere problemen met zich mee, signaleert hij. &#8216;Wie in zo&#8217;n samenleving in de onderste regionen verkeert, heeft dat aan zichzelf te wijten. Die mist kennelijk de capaciteiten dan wel de motivatie om hogerop te komen \u2013 dat denken die mensen zelf, en dat denken anderen over hen.&#8217; En zo brengt de &#8216;gelijke kansen en mogelijkheden&#8217;-ideologie haar eigen hardheid met zich mee. En kan ze ervoor zorgen dat de sociale rijen zich weer sluiten: wie niet presteren wil, zal karig eten.<\/p>\n<p>Maar zit de werkelijkheid wel zo eenvoudig in elkaar als dit credo suggereert?<\/p>\n<p>Wie het boek Verschuivende ongelijkheden in Nederland erop naslaat, komt er al snel achter dat de ongelijkheid in Nederland weliswaar voor een deel verdwenen is, maar ook voor een deel alleen maar van karakter is veranderd. Het lijkt misschien wel zo dat diploma&#8217;s belangrijker zijn dan sociale herkomst, maar in de praktijk ligt dat wat genuanceerder.<\/p>\n<p>Hoe kan het anders dat kinderen uit sociaal zwakkere milieus nog altijd sterk ondervertegenwoordigd zijn aan de universiteiten? En dat topbanen disproportioneel vaak bezet worden door mensen die afkomstig zijn uit een &#8216;goed milieu&#8217;? De openheid is toegenomen, maar niet overal en altijd. En sommige dingen zijn, blijkbaar, gewoon hetzelfde gebleven.<\/p>\n<p>Bovendien zie je de laatste twee decennia die openheid stagneren, constateert professor Wout Ultee, socioloog en co-auteur van het boek. &#8216;Je kunt dat met name uit de trouwpatronen afleiden.&#8217; Trouwde in 1959 tien procent van de mannelijke academici met een partner van gelijk niveau, in 1999 is dat de helft \u2013 iets wat, overigens, ook de economische verschillen tussen huishoudens flink aanscherpt. Die ontwikkeling heeft natuurlijk sterk met de emancipatie van de vrouw te maken: was honderd jaar geleden de universiteit nog verboden gebied voor vrouwen, tegenwoordig is meer dan de helft van de studenten van het vrouwelijk geslacht.<\/p>\n<p>Daar komt bij dat je in Nederland diploma&#8217;s niet kunt kopen (al kost het een aardige duit om falende eindexamenkandidaten alsnog via het Luzac College aan het felbegeerde papiertje te helpen), maar in het onderwijs de culturele bagage van scholieren wel een belangrijke rol speelt. En die hangt wel degelijk samen met sociale afkomst. &#8216;Als je kijkt naar het hbo en het wo, is het niet onze indruk dat die opleidingsniveaus net zo open zijn geworden als de niveaus daaronder,&#8217; zegt Ultee. &#8216;Je ziet dat op die niveaus de ouders terugslaan.&#8217;<\/p>\n<p>Terugslaan? Naar wie dan? En waarom?<\/p>\n<p>De Franse socioloog Pierre Bourdieu heeft na uitgebreide studie (The State Nobility) vastgesteld dat &#8216;de rijken&#8217;, die beschikken over &#8216;economische hulpbronnen&#8217; en &#8216;culturele hulpbronnen&#8217;, deze laatste gebruiken om hun kinderen op een hoger niveau te houden dan de \u2013 steeds naar bovende reikende \u2013 middenmoot. De rijke elite weet dat ze op de hielen wordt gezeten door de hogere middenklasse, die niets liever wil dan een trapje stijgen op de maatschappelijke ladder.<\/p>\n<p>Een gang van zaken die exemplarisch is voor de West-Europese landen, denkt Bourdieu, en dus ook voor Nederland. Hier zie je dan ook een run ontstaan op categoriale gymnasia, leren kinderen al heel jong een tweede taal, worden ze meegenomen naar concerten en musea, en bestellen kindertjes van een jaar of zes tegenwoordig al gamba&#8217;s met gnocchi in het restaurant in plaats van het kindermenu van frieten, appelmoes en kip. &#8216;Compenserende strategie\u00ebn&#8217;, noemt de Franse socioloog dat pakketje elitair gedrag. &#8216;En boeken voorlezen is ook heel belangrijk,&#8217; voegt Ultee eraan toe. &#8216;Al begrijp ik niet waar die mensen de tijd vandaan halen om dat te doen.&#8217;<\/p>\n<p>Het onderwijs, zegt Bourdieu, reproduceert vervolgens culturele ongelijkheden in plaats van die te neutraliseren, omdat het in zijn methoden en culturele ori\u00ebntatie aansluit bij de hogere klassen, en niet bij de lagere. Het is de perfecte, want onverdachte, manier om in een democratische maatschappij sociale privileges over te dragen. En zo doende wordt een nieuwe elite gekweekt, gekenmerkt door talent en een hoog opleidingsniveau. Een meritocratische elite, heet dat dan. Maar is die term niet een heel klein beetje misleidend?<\/p>\n<p>&#8216;Het sociaal-democratische beleid heeft in bepaalde mate gewerkt,&#8217; zegt Ultee, &#8216;maar niet zo rigoureus als werd verwacht. De overheid kan wel wat doen voor lagere groepen, maar er zijn topgroepen die beschikken over zogenaamde slapende middelen, die ze inzetten als de invloed van de overheid te groot dreigt te worden. Daarbij gaat het niet om een samenzwering van de elite tegenover de massa, helemaal niet. Maar ouders willen hun kinderen nou eenmaal het beste meegeven in het leven. Daar hebben de sociaal-democraten zich op verkeken.&#8217; Dat betekent, zegt hij, dat het voor een dubbeltje nog altijd moeilijker is een kwartje te worden, dan voor een kwartje om een kwartje te blijven.<\/p>\n<p>Verschillende onderzoekers bevestigen dat de invloed van ouders in het begin van de schoolloopbaan groot is, alsook bij het vinden van de eerste baan. Zo stelt Hester Moerbeek in haar proefschrift Friends and foes in the occupational career dat in het begin van iemands carri\u00e8re zijn familie \u2013 vader, moeder, hun vrienden en familie \u2013 het belangrijkst is, en pas later het zelf opgebouwde netwerk. Dat moet aanhangers van de meritocratie pijn doen: wat iemand van huis uit al had, is belangrijker dan wat hij zelf heeft verworven.<\/p>\n<p>Daar komt bij dat, zoals Ultee het noemt, de &#8216;jarenzestigsfeer&#8217; is verdwenen. &#8216;In het Amsterdamse Muziektheater lopen ouders rond met jongetjes die een strikje dragen,&#8217; zegt de professor, zelf gekleed in een slobberige groene bloes die over zijn broekband hangt. &#8216;Het onderscheid tussen elite- en massacultuur is weer teruggekomen. Het verschil met vroeger is dat je \u00e9n van Andr\u00e9 Hazes \u00e9n van de opera mag houden. Maar je mag niet zeggen dat je de opera brandhout vindt.&#8217;<\/p>\n<p>De leefstijl van de nieuwe elite is hybride geworden, bevestigt ook onderwijssocioloog Meijnen. Er vindt een vermenging van &#8216;high&#8217; en &#8216;low culture&#8217; plaats waarbinnen mensen hun eigen keuzen maken. &#8216;Binnen die elite zie je dat de top ervan voortdurend probeert zich te onderscheiden van de rest. Die behoefte aan distinctie blijft altijd. Als een cultuurgoed gezonken is, moet er weer iets nieuws bedacht worden. Je ziet op dit moment dat de best opgeleiden veel internationale literatuur lezen en zich ook internationaal ori\u00ebnteren. Dat was vroeger veel minder.&#8217;<\/p>\n<p>Deze nieuwe, internationaal geori\u00ebnteerde elite, constateert Christopher Lasch in zijn gepassioneerd geschreven boek The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy, weet niet wat er speelt onder de bevolking en is daar ook totaal niet in ge\u00efnteresseerd. Terwijl de oude elite zich letterlijk een vaste plek verwierf in de maatschappij, is de nieuwe voortdurend onderweg en voelt ze zich nergens geworteld \u2013 en dus ook nergens verantwoordelijk voor. Waar de oude elite geld stak in musea, orkesten, parken, universiteiten en ziekenhuizen, steekt de nieuwe vooral tijd en geld in zichzelf.<\/p>\n<p>Ze isoleert zichzelf bewust van de massa en heeft er geen enkele behoefte aan zich druk te maken over de &#8216;verheffing&#8217; van het volk, integendeel. Waarom zou ze ook? De nieuwe elite heeft haar positie aan zichzelf te danken, aan de eigen intellectuele prestatie, en niet aan overerving van een goede positie. &#8216;Deze elite ziet zichzelf als een self-made elite, die haar priviliges uitsluitend dankt aan haar eigen inspanningen,&#8217; schrijft Lasch. &#8216;De meritocratische elite vindt het dan ook moeilijk zich een gemeenschap voor te stellen die wortelt in het verleden en ook een rol speelt in de toekomst, en die ze om die reden wat verplicht is.&#8217; En zo kan het gebeuren dat oude ongelijkheden weer tot leven komen, en de verschillen tussen rijk en arm weer even scherp dreigen te worden als ze ooit waren.<\/p>\n<p>Lasch&#8217; oordeel over de meritocratie is, het zal niet verbazen, onverbiddellijk: die spreekt mensen enkel aan op hun behoefte het gewone leven te ontstijgen en kapselt op die manier ook de getalenteerden uit het gewone volk in. Resultaat: roulerende elites die vooral bezig zijn met zichzelf, en niemand die zich nog druk maakt om het lot van de massa.<\/p>\n<p>Schetst Lasch een typisch Amerikaanse ontwikkeling? Was het maar waar. Ook in ons land zien we, onder het mom van &#8216;eigen verantwoordelijkheid&#8217;, rijke elites zich isoleren van de rest: particuliere scholen, priv\u00e9klinieken, de eerste gated communities \u2013 het zijn er allemaal manifestaties van. &#8216;De afkeer van het bouwen van sociaal homogene woonwijken is minder aan het worden,&#8217; constateert Ultee. &#8216;Je ziet dat op dat gebied verhullende taal wordt gebruikt. Men praat niet over sociaal-economische klassen en tegenstellingen, maar over verschillende leefstijlen. Alsof een levensstijl niet ge\u00ebnt is op een sociaal-economische basis. Maar nee, dan gaat het over &#8220;mensen die op hun rust zijn gesteld&#8221;.<\/p>\n<p>Een ander voorbeeld: mensen zijn lid van verenigingen waar ze hun eigen soort tegenkomen. Bij de golfclub, de hockeyclub, de tennisclub. Ze weten dus niet waar andere mensen dan hun eigen soort zich druk over maken. De overheid promoot het verenigingsleven omdat ze denkt dat op die manier verschillende burgers elkaar tegenkomen. Maar of dat ook werkelijk gebeurt, is zeer twijfelachtig.&#8217;<\/p>\n<p>En dan zijn er nog de mensen die bewust het openbaar vervoer mijden, zegt hij. &#8216;Die willen niet met mensen die ze niet kennen in \u00e9\u00e9n ruimte verkeren. Alles bij elkaar zie je allerlei vormen van mijdingsgedrag in de dagelijkse omgang, die leiden tot een toenemende segregatie. Fysiek, cultureel, materieel. Het gevolg daarvan is een verharding van het maatschappelijk klimaat \u2013 mensen moeten meer hun eigen boontjes doppen \u2013 en een roep om zwaardere straffen.&#8217;<\/p>\n<p>Wanneer ik Martijn Lampert voorleg dat de elite in Nederland tegenwoordig weer graag op zichzelf is en zich daarbij afkeert van het gepeupel, kan hij dat maar ten dele bevestigen. Want: over welke elite hebben we het?<\/p>\n<p>Lampert leidt als senior-projectmanager het Mentality-team van onderzoeksbureau Motivaction en doet onder meer onderzoek naar sociale milieus in Nederland. Hij onderscheidt op basis van persoonlijke opvattingen van mensen en hun waarden en normen, acht sociale milieus in Nederland en drie elites: de nieuwe conservatieven of economische elite, de postmaterialisten of culturele elite en, daar tussen in, de kosmopolieten.<\/p>\n<p>Lampert: &#8216;Van die drie is het de culturele elite die met d\u00e9dain naar de burgers kijkt, de elite die links geori\u00ebnteerd en belerend is. Dat is de elite die aan het vergrijzen is, die veel babyboomers telt en veel minder jongeren. Het zijn belezen mensen die theater en musea bezoeken, kritische bladen lezen en weinig tv kijken. Ze hebben een hekel aan De Telegraaf en een aversie tegen populaire cultuurvormen. Het is een elite die steeds meer alleen komt te staan.<\/p>\n<p>Bij de economische elite vinden we de nieuwe rijken. Ze zijn wat rechtser, zijn vaak ondernemer en bezetten de hogere managersfuncties in het bedrijfsleven. Ze doen vaak aan golf, hockey en tennis. Deze elite heeft een leefstijl waar de burgerij graag over leest.&#8217;<\/p>\n<p>De derde groep, de kosmopolieten, ziet zichzelf niet zoals de andere twee als \u00e9\u00e9n elite, zegt Lampert. &#8216;Dat etiket plakken wij als onderzoekers op hen. Het zijn de jonge, hoogopgeleide wereldburgers die goede banen hebben in het bedrijfsleven en bij de overheid. Ze lezen De Telegraaf \u00e9n de Volkskrant, onder hen vind je de meeste zwevende kiezers. Hun kenmerk is hybriditeit.&#8217;<\/p>\n<p>Het zijn de mensen die David Brooks aanduidt als bobos, &#8216;bourgeois bohemians&#8217;. In zijn boek Bobos in Paradise. The New Upper Class and How They Got There beschrijft hij met de nodige humor en (zelf)spot op aanstekelijke wijze de levensstijl van deze groep hoogopgeleiden, waarin &#8216;authenticiteit&#8217; een sleutelrol vervult en waarvoor een topsalaris een noodzakelijke voorwaarde is.<\/p>\n<p>Het is het nieuwe anti-establishment-establishment, met balzalen van keukens vol hightechapparatuur, biologisch-organisch eten op tafel en niet-westerse kunst aan de muur. Ze boeken originele, mentaal en fysiek veeleisende vakanties naar exotische lokaties voorzien van een ecotoerismelabel, en maken subtiel onderscheid tussen wat hoort en wat niet. Zoals: veel geld verdienen mag, maar dan wel met een creatief beroep, zodat het salaris een prettig bijproduct is van de \u2013 hooggewaardeerde \u2013 artistieke zelfexpressie.<\/p>\n<p>Veel geld uitgeven mag ook, als het maar is aan dingen die van oorsprong typisch &#8216;lower class&#8217; zijn \u2013 een gebutste melkkan, een oude tafel uit een timmermanswerkplaats. Ze laten een tattoo zetten, maar niet te groot. Ze zitten in een smartlappenkoor \u2013 met louter academisch geschoolden.<\/p>\n<p>Ze zijn anti-materialistische materialisten, die zelf hun inkomen en hun opleiding relativeren, en intussen precies weten wie erbij hoort en wie niet. Het is de elite waarover Christopher Lasch de staf brak, en waarvan Brooks zegt: &#8216;Wij zijn niet zo slecht. Alle maatschappijen hebben elites, en onze goed opgeleide elite is een stuk verlichter dan sommige van de oudere elites, die waren gebaseerd op bloed, weelde of militaire heldenmoed. Waar wij goed opgeleide elites verkeren, maken we het leven interessanter, diverser.&#8217; Maar, geeft hij toe, bobos hebben wel een zwak punt: ze zijn maar weinig ge\u00efnteresseerd in de publieke zaak. Christopher Lasch heeft dus wel gelijk.<\/p>\n<p>Martijn Lampert constateert, in lijn hiermee, dat van de elites eigenlijk alleen de postmaterialisten en de nieuwe conservatieven zich betrokken voelen bij en zich inzetten voor het collectief. &#8216;Ze doen vrijwilligerswerk, ze zitten in besturen en commissies. De moderne burgerij, het nieuwe maatschappelijke midden dat twee\u00ebntwintig procent van de Nederlanders telt, doet wel wat, maar hun activiteiten zijn veel kortstondiger en impulsiever. Ze is op zoek naar leiderschap, naar goede voorbeelden, naar inspiratie en geborgenheid, maar het is de vraag welke elite dat hun zou kunnen voordoen. Want de culturele elite is op zijn retour, die heeft weinig maatschappelijk draagvlak, en de relatie met de economische elite is momenteel gespannen.&#8217; En de kosmopolieten, het is inmiddels duidelijk, hebben meer dan genoeg aan zichzelf: hun eigen huis, hun eigen baan, hun eigen sociale netwerk, hun eigen status, hun eigen kinderen. Die hebben, bevestigt Lampert, hoogstens incidentele belangstelling voor de rest.<\/p>\n<p>De meritocratische droom is veranderd in een desillusie. Ze heeft geen samenleving opgeleverd waarin de combinatie van individueel talent en collectieve gelijke kansen leidt tot een meer egalitaire maatschappij, maar een nieuwe hi\u00ebrarchie in het leven geroepen die doet denken aan de oude standen. Een hi\u00ebrarchie waarbinnen, even onbedoeld als onvermijdelijk, een hoogopgeleide elite \u2013 met dank aan het ouderlijk huis \u2013 precies weet hoe ze &#8216;het fijne onderscheid&#8217; moet maken. Wie erbij hoort en wie niet. Een hi\u00ebrarchie ook die lastiger te bevechten is dan alle voorgaande. Ze is immers gebaseerd op eigen talent en inzet, of niet dan? Wat wil je nog meer?<\/p>\n<p>Wie er zeker niet bijhoren, zijn de mensen die in deze hi\u00ebrarchie de onderste regionen bevolken: de migranten, het nieuwe &#8216;gemeen&#8217;. De mensen met de slechtst betaalde banen, die het de meeste moeite kost zich te ontworstelen aan hun (achterstands)milieu (zie tabel op deze pagina). En wie bekommert zich om hen? &#8216;Het valt mij op dat veel jongeren niet meer in structuren of achtergronden denken,&#8217; zegt onderwijssocioloog Meijnen. &#8216;Als je vertelt dat sociale herkomst, etniciteit en sekse een rol spelen bij iemands maatschappelijke succes, kijken ze je ongelovig aan. Dat is extra gevaarlijk, omdat de ontwikkeling van een nieuwe onderklasse zich langs etnische scheidslijnen voltrekt. Vroeger kende iedereen wel kinderen uit lagere milieus die onderpresteerden, maar tegenwoordig zitten die kinderen veel verder weg. Vroeger werden zulke kinderen botweg tegengehouden om een hogere opleiding te volgen, nu zijn het sociale oorzaken die ervoor zorgen dat ze daar niet terechtkomen. Maar als je dat vertelt, worden mensen daar heel narrig van. Ze willen niet geloven dat de achtergrond van je ouders z\u00f3 belangrijk is.&#8217;<\/p>\n<p>En die narrigheid is te begrijpen ook. Want als alles volgens ideologisch plan was verlopen, had de meritocratische maatschappij met die erfenis allang afgerekend.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vroeger, een eeuw geleden, was er een onoverbrugbaar verschil tussen de hoge en de lage stand. Ze woonden, werkten en sliepen niet met elkaar. Maar tegenwoordig gaat iedereen met iedereen om, zoals dat gebruikelijk is in een open, egalitaire maatschappij als de onze.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[151,269],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Malou van Hintum","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126441"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126441"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126441\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Malou van Hintum","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126441"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126441"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126441"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}