
 {"id":126405,"date":"2003-12-06T12:16:00","date_gmt":"2003-12-06T10:16:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/andre-rouvoet-bij-de-naam-charley-da-silva-begint-het-te-borrelen\/"},"modified":"2003-12-06T12:16:00","modified_gmt":"2003-12-06T10:16:00","slug":"andre-rouvoet-bij-de-naam-charley-da-silva-begint-het-te-borrelen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/andre-rouvoet-bij-de-naam-charley-da-silva-begint-het-te-borrelen\/","title":{"rendered":"Andr\u00e9 Rouvoet: \u2018Bij de naam Charley da Silva begint het te borrelen\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>De Thorbeckeprijs voor welsprekendheid ging dit jaar naar Andr\u00e9 Rouvoet, kamerlid van de ChristenUnie. Hij doet niet alleen zijn woordje goed, ook zijn geheugen is uitstekend. Hij is de enige volksvertegenwoordiger die nog alles weet van de IRT-affaire. Die barstte precies tien jaar geleden los. De onderste steen kwam niet boven: \u2018Frustrerend.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Klaas Bruinsma \u2013 wie kent deze naam sinds Mabelgate niet? Een decennium geleden was hij d\u00e9 verpersoonlijking van de georganiseerde misdaad in Nederland. Maar voordat de politie de drugshandelaar kon inrekenen, werd hij geliquideerd. Een speciaal eliteteam van speurneuzen, het Interregionale Rechercheteam (IRT), richtte zich na zijn dood in 1991 op zijn \u2018erfgenamen\u2019, onder wie de vermeende drugsbaron Etienne U. De IRT-rechercheurs, afkomstig uit de korpsen van Amsterdam, Utrecht en Kennemerland, bedachten in hun drift om te scoren de Delta-methode. Criminele infiltranten mochten tonnen hasj invoeren om het vertrouwen te winnen van de \u2018erven Bruinsma\u2019. Toen de politie voor dit doel eveneens een coca\u00efnesmokkellijn wilde opzetten, staken de verantwoordelijke ministers daar een stokje voor. \u2018Onmiddellijk afbranden die hap,\u2019 zou Ien Dales van Binnenlandse Zaken tien jaar geleden hebben geroepen toen ze hoorde van dit supergeheime infiltratieplan van het IRT.<\/p>\n<p>\u2018Achteraf is nooit duidelijk geworden wat ze daarmee precies bedoelde,\u2019 zegt Andr\u00e9 Rouvoet. \u2018Een heel politieteam op non-actief zetten, \u00f3f de verregaande opsporingsmethode een halt toeroepen. Aan Dales hebben we het nooit kunnen vragen omdat zij kort daarna overleed. Er was op dat moment veel haat en nijd tussen de betrokken korpsen over de zeggenschap en het functioneren van dit IRT. Sommigen kwam het daarom goed uit om Dales hartenkreet letterlijk op te vatten. Op 7 december 1993 werd het IRT met onmiddellijke ingang ontbonden. Als gevolg van de opschudding die hierdoor ontstond, traden twee ministers af: Hirsch Ballin van Justitie en Van Thijn, die Dales had opgevolgd. De Tweede Kamer was zo geschokt over mogelijke corruptie binnen het opsporingsapparaat dat men via een parlementaire enqu\u00eate de onderste steen boven wilde halen. Waarom had de politie criminelen ingeschakeld om drugs te helpen smokkelen: ging het om een good guys- of een bad guysverhaal?\u2019<\/p>\n<p>Andr\u00e9 Rouvoet (40) van de ChristenUnie zat net in de Tweede Kamer toen hij geconfronteerd werd met deze \u2018IRT-affaire\u2019. Hij maakte deel uit van de parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van Maarten van Traa. Tien jaar na dato blijkt Rouvoet de enige volksvertegenwoordiger die nog alles weet van de \u2018ontsporing in de opsporing\u2019.<\/p>\n<p>Hij zegt: \u2018Veiligheid gaat nu voor alles. Je moet vooral niet zeuren over het aantasten van de privacy van de burger of het schenden van de rechten van een verdachte door politie of justitie. De nieuwe politiek van VVD, CDA en LPF kent maar \u00e9\u00e9n boodschap: oppakken die criminelen! Maakt niet uit hoe!\u2019<\/p>\n<p>Rouvoet weet als geen ander waar politieke druk om boeven te vangen toe kan leiden. Het gevaar dat de politie \u2018voor het goede doel\u2019 de regels overtreedt, is dan altijd levensgroot aanwezig. Tijdens ons gesprek heeft hij het in linnen ingebonden rapport-Van Traa als een leidraad bij zich. Soms raadpleegt hij zijn eigen dagboek dat eveneens op tafel ligt.<\/p>\n<p>Die IRT-affaire laat u niet los, h\u00e8?<\/p>\n<p>\u2018Nee. Het begint steeds weer te borrelen als je in de krant namen tegenkomt uit die periode. Neem het verhaal van Charley met zijn blaffers\u2014 over Mabel Wisse Smit als vriendin van Bruinsma. Als Etienne U. hem hierover tegenspreekt, vraag ik me meteen af: wat is zijn belang om te vertellen dat deze Charley liegt? Dat doet U. niet om Mabel te beschermen. Via zijn advocaat liet Etienne weten dat hij vond dat de waarheid boven tafel moet komen. Wat een onzin. Zoiets wordt in de media ook nog gepruimd. Ik kan \u00e9\u00e9n goede reden bedenken waarom Etienne U. dit doet. Er zijn aanwijzingen dat Charley als informant voor de politie heeft gewerkt, dus Etienne heeft ongetwijfeld gedacht: hoe onbetrouwbaarder ik Charley neerzet, hoe meer het in mijn voordeel is, aangezien Charley vast ook informatie over hem heeft gegeven. Ik weet vanuit die IRT-tijd dat men er in die kringen altijd een belang bij heeft om iets te doen of te zeggen.\u2019<\/p>\n<p>De commissie-Van Traa heeft veel onthuld over de uit de hand gelopen opsporing. Twee rechercheurs werden daarna vervolgd wegens meineed. Ze hadden gelogen over het inzetten van infiltranten.<\/p>\n<p>\u2018Hogerop in de politie en justitie werden functionarissen alleen overgeplaatst, sommigen zijn zelfs gepromoveerd. Dat was inderdaad frustrerend. Maarten van Traa wilde dat we als commissie de volledige waarheid achterhaalden. Het is teleurstellend dat ons dat niet is gelukt. In plaats van alle antwoorden te geven, bleven we met een groot aantal vragen zitten, overigens net als het speciale rechercheteam dat op de IRT-zaak was gezet.\u2019<\/p>\n<p>Nadat de enqu\u00eatecommissie stopte, ging Van Traa op eigen houtje door. Op 20 oktober 1997 kwam hij om bij een auto-ongeluk.<\/p>\n<p>\u2018Ik wist niet hoe ik het had. De dag ervoor had ik met Maarten een hoorzitting over vluchtelingen uit Iran gedaan. We waren geen dikke vrienden, maar hadden elkaar wel leren waarderen. Tijdens de parlementaire enqu\u00eatecommissie hebben we \u00e9\u00e9n keer knallende ruzie gehad, omdat hij als voorzitter alles naar zich toetrok. Dat was een meer gehoorde klacht. Maar na die woordenwisseling was de lucht geklaard en ging het perfect, omdat we toen wisten wat we van elkaar konden verwachten.<\/p>\n<p>We hadden beiden de IRT-affaire niet losgelaten, zaten er nog helemaal in. Maarten sprak met mensen uit het milieu. Ik ook. Daar had ik het weleens met hem over. Na zijn dood waren er ook meteen verhalen dat er opzet in het spel was geweest. Maar de Amsterdamse politie heeft een grondig onderzoek ingesteld. Er bleek geen sprake van sabotage. Ik heb geen aanwijzingen dat dit wel het geval zou zijn geweest.\u2019<\/p>\n<p>Een van de geheime \u2018doorlever\u2019-trajecten betrof ecstasy naar Groot-Brittanni\u00eb. Hierover ontstond destijds geen diplomatieke rel. Nadat het IRT was ontbonden, kreeg de criminele infiltrant die deze transporten regelde zelfs twee miljoen gulden van de Nederlandse overheid om zich te beschermen. Recent vertelden mijn bronnen dat deze man, Haagse Kees, tegelijkertijd ook voor de militaire inlichtingendienst werkte.<\/p>\n<p>Drugs en wapens: heeft de IRT-affaire niet een hoog Ludlum-gehalte?<\/p>\n<p>\u2018Ik geloof niet in samenzweringen, maar als ik mijn eigen aantekeningen herlees, vind ik het onbevredigend dat minister Korthals in 2001 een punt achter nader onderzoek heeft gezet. In dat xtc-traject was Onno van der Veen de verantwoordelijke officier van justitie. Hij hield bij de parlementaire verhoren vol dat Haagse Kees geen infiltrant was. Maar uit een memo dat Van der Veen zelf had getikt en dat was gered uit een van de vuilniszakken uit de IRT-kantoren blijkt het tegendeel. Volgens mij was in dat xtc-traject met Haagse Kees meer aan de hand dan we ooit te weten zullen komen. Maar parlementari\u00ebrs kunnen zich niet opstellen als rechercheurs of journalisten. Die moeten op een andere manier te werk gaan. \u2019<\/p>\n<p>U was in 1999 vice-voorzitter van de commissie-Kalsbeek, die moest afmaken wat Van Traa niet was gelukt.<\/p>\n<p>\u2018Minister Korthals was niet blij toen Ella Kalsbeek ons rapport presenteerde. We hadden sterke aanwijzingen gevonden waaruit bleek dat er begin jaren negentig ook ruim vijftienduizend kilo coca\u00efne Nederland was binnengekomen. Mogelijk zelfs met behulp van corrupte ambtenaren. De commissie-Kalsbeek had uit de kluizen van het college van procureurs-generaal een goed beeld gekregen van de wijze waarop de smokkel met containers harddrugs in zijn werk zou zijn gegaan. De Tweede Kamer eiste toen een integraal onderzoek van justitie. Maar de officieren van justitie die met het onderzoek werden belast, knipten het verhaal in stukjes op. Daardoor ging de samenhang die wij juist hadden kunnen vaststellen, weer verloren.\u2019<\/p>\n<p>Uw commissie beschikte ook over betrouwbare bronnen. Waarom ging het OM niet op hen af?<\/p>\n<p>\u2018Het is net als met Mabelgate. Een journalist kan met drie bronnen een verhaal schrijven, maar een officier van justitie heeft een concrete verdenking nodig om iemand tot verdachte te bestempelen. Minister Donner zei dat ook in de Tweede Kamer. Peter R. de Vries kan in dat opzicht meer dan de politie. Dat wekte weerstand op bij de parlementari\u00ebrs, maar Donner heeft wel gelijk. Een journalist hoeft zich er in de rechtszaal niet voor te verantwoorden of hij zich bij zijn onderzoek aan de regels heeft gehouden. De politie wel.\u2019<\/p>\n<p>Bijna alle omstreden opsporingsmethoden uit de IRT-tijd zijn twee jaar geleden vastgelegd in de wet. De politie mocht alleen geen harddrugs meer \u2018doorlaten\u2019. En over het inzetten van criminele burgerinfiltranten nam de Kamer een stellige motie aan: dat is verboden.<\/p>\n<p>Sindsdien gaat dus alles goed?<\/p>\n<p>\u2018Veel van wat we als commissie-Van Traa eerst te ver vonden gaan, hebben we uiteindelijk toch geregeld in de wet. We merkten tijdens ons onderzoek dat de georganiseerde drugscriminaliteit al heel ver was doorgedrongen in de samenleving. Daar moest stevig tegen worden opgetreden. Alleen \u201cdoorlaten\u2014 en de criminele burgerinfiltrant, die tot zoveel ellende had geleid, konden echt niet. Maar dat verbod was lastig juridisch te regelen. Daarom nam de Kamer een afkeuringsmotie aan. Maar toen ik samen met Willems \u2013 hij is vice-president van het Amsterdamse hof \u2013 op de rechercheschool in Zutphen een lezing hield over de nieuwe bevoegdheden van de politie, stelde die doodleuk dat hij als rechter niets te maken had met een motie van de Kamer. De zaal zat vol met politiemensen en officieren van justitie. Je kunt je voorstellen hoe die over deze duidelijke politieke uitspraak van de Kamer denken.\u2019<\/p>\n<p>De vorige week diende in Breda een rechtszaak waarbij bleek dat een politieteam niet ingreep toen er voor hun ogen een trailer met inhoud werd gestolen. De bende waarop jacht werd gemaakt, had de vrachtauto\u2019s immers nodig om drugs te vervoeren. Pas nadat dit een paar keer was gebeurd, besloot de politie tot aanhouding van de verdachten. Sinds deze zomer weet de politie zich ook bij de \u2018doorlaat\u2019-methode gesteund door de rechterlijke macht. In twee arresten werd bepaald dat rechercheurs alleen hoeven in te grijpen, als ze er honderd procent van overtuigd zijn dat er drugs in het spel zijn.<\/p>\n<p>Wanneer weten ze het zeker dat er drugs in zitten?<\/p>\n<p>\u2018Dat is op zichzelf heel lastig te zeggen, maar ook hier zie je een tendens van afzwakking van de wettelijke regels, ook in de Kamer. Vlak na de IRT-affaire was iedereen verontwaardigd als zoiets gebeurde. Je moest als kamerlid rennen om als eerste vragen aan de minister van Justitie te kunnen stellen over doorlaten en infiltranten. Nu is die urgentie weg. Je kunt er niet mee scoren voor je achterban. Het is daarom geen politiek issue meer.\u2019<\/p>\n<p>Tien jaar geleden trad de advocatuur op als klokkenluider over de uit de hand gelopen politiemethoden. Nu slaat men vergeefs alarm over buitenlandse criminele burgerinfiltranten die hun cli\u00ebnten per e-mail of per telefoon aanzetten tot drugshandel.<\/p>\n<p>\u2018De commissie-Van Traa had al het nakijken toen het ging over het werk van buitenlandse opsporingsdiensten in ons land. Ook bij de commissie-Kalsbeek kregen we er geen vinger achter wat het Bundeskriminalamt of de Amerikaanse DEA precies in Nederland doet. De medewerkers van deze drugsopsporingsdiensten mogen veel meer dan hun Nederlandse collega\u2019s. Naar aanleiding van een Duitse undercoveractie op Nederlandse bodem stuurde de toenmalige minister Sorgdrager haar collega nog een boze brief. Donner zal dat nu niet snel doen. En de Tweede Kamer vraagt het hem ook niet.\u2019<\/p>\n<p>Toch zie je dat de politie de grenzen van haar bevoegdheden oprekt. Officieel zegt justitie nee tegen de inzet van een buitenlandse criminele infiltrant. Maar via een omweg maakt men maar al te graag gebruik van zijn diensten.<\/p>\n<p>\u2018Veel van wat Van Traa wilde bereiken op dat punt van controle op het gebruik van de infiltranten en informanten lijkt weg. Daar ben ik zeer bezorgd over. Ik hield twee jaar geleden een voordracht voor politie- en justitieambtenaren op de opleidingsschool in Zutphen. Daarna werd gediscussieerd. Ik wist niet wat ik hoorde. Ze vertelden zonder enige g\u00eane dat ze de nieuwe wettelijke opsporingsregels omzeilden als het ging om het registreren van informanten. In plaats van de specifieke regeling maken ze gebruik van een heel algemene bepaling in de politiewet terwijl naar aanleiding van de bevindingen van de enqu\u00eatecommissie nou juist door de wetgever is vastgelegd dat dat zo niet moet, om uitwassen als een IRT-groei-infiltrant te voorkomen. Ik stelde hier kamervragen over. Ten tijde van de IRT-affaire beschikte de Nederlandse politie over een paar duizend informanten. Daar waren er volgens minister Korthals nog maar zo\u2019n stuk of tien van over. Althans, mensen die als zodanig waren geregistreerd. Al die anderen waren plotseling kennelijk alleen nog maar tipgever. Tja?!\u2019<\/p>\n<p>Misschien moeten we ook wel wat minder streng in de leer worden, zegt Rouvoet, maar dat mag niet sluipenderwijs gebeuren, zonder dat de politiek hierin heeft toegestemd. \u2018Als het runnen van informanten niet volgens de wet gebeurt, hebben we geen zicht op wat de politie doet en is de les van Van Traa vergeten.\u2019<\/p>\n<p>De politie mag van u niet werken met criminele infiltranten, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in zijn strijd tegen het terrorisme wel. Hoe rijmt u dat?<\/p>\n<p>\u2018De essentie is dat politie en justitie zich destijds afhankelijk maakten van een crimineel om hun zaken rond te krijgen. Dat kan niet. De AIVD hoeft geen proces te winnen en staat daardoor in een andere relatie tot zo\u2019n criminele infiltrant. Maar als zijn informatie toch gebruikt gaat worden om iemand te kunnen veroordelen, is de overheid daardoor opnieuw schatplichtig aan criminelen. We drijven deels onbewust, deels willens en wetens weer af van het niveau dat we bereikt hadden, namelijk goede regulering voor opsporing en vervolging. Je gaat als opsporingsinstantie geen criminelen voor je laten werken. Er is altijd het risico dat ze strafbare feiten plegen onder jouw regie. Ik wil dat in ieder geval niet.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De Thorbeckeprijs voor welsprekendheid ging dit jaar naar Andr\u00e9 Rouvoet, kamerlid van de ChristenUnie. Hij doet niet alleen zijn woordje goed, ook zijn geheugen is uitstekend. Hij is de enige volksvertegenwoordiger die nog alles weet van de IRT-affaire. Die barstte precies tien jaar geleden los. De onderste steen kwam niet boven: \u2018Frustrerend.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[125,181,123,3085,183,121],"tags":[2423,783],"acf":[],"author_name":"Marian Husken","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126405"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126405"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126405\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Marian Husken","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126405"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126405"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126405"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}