
 {"id":126357,"date":"2004-02-28T14:01:00","date_gmt":"2004-02-28T12:01:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/geert-mak-de-bindende-buitenstaander\/"},"modified":"2004-02-28T14:01:00","modified_gmt":"2004-02-28T12:01:00","slug":"geert-mak-de-bindende-buitenstaander","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/geert-mak-de-bindende-buitenstaander\/","title":{"rendered":"Geert Mak, de bindende buitenstaander"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Hij laat de geschiedenis herleven in herkenbare verhalen over eenvoudige mensen. Zo is Geert Mak onbedoeld onze nationale knuffelbeer geworden. De bevlogen journalist is een zelfgenoegzaam verteller van nostalgische verhalen geworden, zeggen critici, maar Mak trekt zich daar niets van aan. Volgende week verschijnt zijn boek over Europa. \u2018Het is een misvatting te denken dat Mak een bezadigd man is geworden.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Toen de inkoper van ramsjboekhandel De Slegte een jaar of tien geleden te horen kreeg dat uitgeverij Atlas van plan was een kleine geschiedenis van Amsterdam uit te brengen, met als auteur een zekere Geert Mak, bromde hij met gefronste wenkbrauwen: \u2018Dat wil niemand hebben. Doe maar niet.\u2019<\/p>\n<p>Het boek, dat toch geschreven werd, is nimmer bij De Slegte beland: het wordt nog steeds herdrukt.<br \/>In die tijd zat de auteur zelf maandenlang in een huisje in Friesland. Hij werkte daar in stilte aan een groter project, een boek over de geleidelijke neergang van een dorpsgemeenschap, dat hem in 1996 op slag beroemd zou maken: Hoe God verdween uit Jorwerd. Het succes van dat boek werd nog overtroffen door De Eeuw van mijn vader, een geschiedenis van Nederland in de voorbije eeuw, verweven met het verhaal van Geert Maks familie. Het verscheen in 1999, en inmiddels zijn er bijna vijfhonderdduizend exemplaren van verkocht.<\/p>\n<p>Geert Mak kan al jaren niet meer over straat zonder herkend en aangesproken te worden. \u2018Hij wist in het begin totaal niet hoe hij daarmee om moest gaan,\u2019 zegt Mietsie, zijn vrouw. \u2018Dan kroop hij zo\u2019n beetje achter mij weg.\u2019 Meestal willen de mensen hem gewoon even bedanken, maar soms beginnen ze hun halve levensverhaal te vertellen. Laatst liep Mak langs de gracht, stopt er een loodgietersauto met piepende remmen, en voor hij het weet is hij in een lang gesprek verwikkeld over de jodenvervolging in Amsterdam en het verlies dat de deportaties voor de stad hebben betekend. En dan zijn er nog de brieven, stapels brieven. Zoals die van de boerenzoon uit Friesland, die schreef dat hij Hoe God verdween uit Jorwerd aan zijn vader had gegeven. Vader had zijn bedrijf en zijn land moeten verkopen, en zat al maanden mistroostig op de bovenkamer van zijn boerderij over het grauwe land uit te kijken. De zoon gaf hem het boek, vader begon te lezen, en toen hoorden ze vier dagen lang van boven uit die kamer telkens een klap op tafel en: \u2018Zo is het!\u2019 Boem. \u2018Zo is het!\u2019<\/p>\n<p>Eigenlijk wilde Geert Mak, die zelf opgroeide als domineeszoon in Friesland, met Hoe God verdween uit Jorwerd aan zijn stadse vrienden laten zien dat niet de hele wereld draait om Amsterdam. Dat er op het platteland een ingrijpende, stille neergang plaatsvindt die in nog geen vijftig jaar een oeroude boerencultuur naar de bliksem heeft geholpen. En dat alles gezien door de ogen van de inwoners van Jorwerd.<\/p>\n<p>Daarmee raakte hij een snaar. Niet alleen boeren en boerenkinderen, dorpsbewoners en buitenlui in Friesland herkenden zich in de verhalen, maar de halve natie: plotseling bleek iedereen wel een grootvader gehad te hebben die was opgegroeid op het platteland. En iedereen heeft de wereld zien veranderen, vaak zonder te weten waarom. Hoe God verdween uit Jorwerd vloog uit de schappen.<\/p>\n<p>Bij zijn volgende boek ging het net zo. Van De eeuw van mijn vader verwachtte Mak dat het alleen leuk zou worden gevonden door gereformeerden, Friezen en Indischgasten: mensen zoals zijn ouders en hun kinderen. Maar toen het boek in de winkels lag, kreeg hij opeens ook brieven van katholieke Brabanders die nooit iets met Indi\u00eb hebben gehad, van jonge Turkse vrouwen uit achterstandswijken, van sleepbootkapiteins en van twintigers die op school nooit fatsoenlijk geschiedenisles hebben gekregen.<\/p>\n<p>In de boeken van Geert Mak biedt het verleden herkenning en troost, doordat hij de geschiedenis laat herleven in persoonlijke verhalen van mensen die zich staande proberen te houden in een veranderende wereld. Zoals de failliete Friese boer zich door het lezen van Hoe God verdween uit Jorwerd realiseerde dat hij niet de enige was, zo kan een twintiger die De eeuw van mijn vader heeft gelezen, beter begrijpen waarom een oudoom die in Indi\u00eb is geweest, zijn leven lang heeft gezwegen. Zo is Geert Mak onbedoeld de geschiedenisleraar geworden die veel mensen node blijken te missen.<\/p>\n<p>Vanwege zijn innemend optreden op radio en tv werd Mak in de Volkskrant \u2018de nationale knuffelbeer\u2019 genoemd, en in Zomergasten door Adriaan van Dis \u2018de vleesgeworden schattebout\u2019.<\/p>\n<p>In een tijd waarin de persoon van de schrijver in de media steeds meer op de voorgrond komt te staan, is het succes van Geert Mak nauwelijks voorstelbaar zonder zijn zachtmoedige voorkomen. \u2018Wat het best verkoopt, zijn de boeken waarin de lezer de persoon van de schrijver voelt,\u2019 meent Piet de Rooij, historicus aan de Universiteit van Amsterdam. \u2018Nu de verzuiling is weggevallen, vinden de mensen hun houvast niet langer in de levensbeschouwing van de schrijver, maar in diens persoonlijkheid. Dat gebeurt ook in de politiek. Welnu: het sterke punt van Geert Mak is zijn innemende persoonlijkheid.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Ik denk dat Geert ook zo geliefd is omdat hij zo zichzelf is gebleven,\u2019 zegt zijn vrouw Mietsie. \u2018Ook als hij op televisie komt, praat hij alsof hij gewoon aan de keukentafel zit.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Een van de geheimen van Geerts succes,\u2019 zegt Emile Brugman, zijn uitgever, \u2018is dat zijn houding totaal niet is veranderd. Zijn enthousiaste nieuwsgierigheid is precies hetzelfde als vijftien jaar geleden. Mensen herkennen dat, ook in zijn boeken.\u2019<\/p>\n<p>Geert Mak werd geboren in Vlaardingen in 1946, als nakomertje in een gereformeerd domineesgezin. Zijn ouders waren net straatarm en broodmager teruggekeerd uit Indi\u00eb, waar zijn moeder met twee van de kinderen in een jappenkamp had gezeten. Vader was in de oorlogsjaren veldpredikant geweest in de kampen langs de spoorlijn in Birma. De twee oudste kinderen hadden de oorlog in Nederland meegemaakt. Kort na de hereniging kwam de kleine Geert ter wereld, \u2018als een onbehoorlijk gezond kind uit een afgetobde moeder,\u2019 schreef hij zelf in De eeuw van mijn vader, \u2018een nieuwkomer in een gezin dat al een intens leven achter de rug had\u2019. In later jaren heeft hij zich nog vaak afgevraagd of hij wel gewenst was, tot hij in oude brieven ontdekte dat zijn ouders de onbedoelde zwangerschap, na de eerste schok, dankbaar verwelkomden. Zijn ouders waren rechtzinnig gereformeerd \u2013 vader stamde uit een familie van kleine luiden: vrome Schiedamse zeilmakers; moeder was de dochter van een degelijke onderwijzer uit de Friese Wouden \u2013 maar door de oorlog waren ze vrijer geworden, losser, relativerender. De kinderen waren in de oorlog enigszins verwilderd, zodat de kleine Geert opgroeide in een vrijgevochten milieu waar het kerkelijk gezemel ophield bij de voordeur van de pastorie in Leeuwarden \u2013 later Hardegarijp. Thuis werd De Groene Amsterdammer gelezen, en ieder gezag werd door zijn broers en zussen bevraagd en bespot. In 1984 zei hij in de interviewbundel Mannen, wat is er met jullie gebeurd?: \u2018Mijn familie hoorde in die gereformeerde wereld, maar tegelijk waren het buitenstaanders. Mijn rol in dat hele gedoe was, dat realiseerde ik me natuurlijk pas veel later, die van bindende buitenstaander.\u2019 Dat gold op verschillende manieren: doordat het ouderlijk huis in menig opzicht een vrijplaats was, en doordat hij als nakomertje geboren werd in een door de oorlog geteisterd gezin. \u2018De voornaamste verwachting waar ik aan moest voldoen,\u2019 zei hij, \u2018was het gezin bij elkaar houden als een blaffend hondje.\u2019<\/p>\n<p>In de jaren zestig vertrok hij naar Amsterdam om rechten te gaan studeren aan de VU, later aan de UvA, broeinest van de studentenrevolte. Na zijn studie werkte hij, naast zijn baan aan de Utrechtse universiteit, een paar jaar als fractiemedewerker van de PSP in de Tweede Kamer, en zette hij zich met stichting Release in voor drugsgebruikers, Vietnam-deserteurs en probleemjongeren. In 1975 stortte hij zich in een bevlogen, onderbetaald bestaan als redacteur van De Groene Amsterdammer, naar de mode van de tijd met lang haar en snor en gehuld in Afghaanse jas.<br \/>Twintig jaar later beschreef Mak in een rondetafelgesprek in De Groene hoe hard er door de redactie van het kleine linkse weekblad werd gewerkt. Op maandagavond, een dag voor de deadline, moest hij altijd nog een commentaar schrijven en drie korte stukken, die hij om een uur of elf, halftwaalf af had. \u2018Dan ging je eerst nog naar een snackbar om marsen te trekken, om de nacht door te komen, en dan begon je aan je grote stuk te tikken. Om halfzeven verzamelden we ons hier allemaal, want iedereen had de hele nacht doorgewerkt. We waren allemaal hondsmoe. (&#8230;) Ik ben weleens slapend op een gracht in zo\u2019n diepe kuil gereden. Dan hingen we tollend van de slaap tegen het kopieerapparaat, en dan zei Aafke (Steenhuis \u2013 TB): \u201cJongens, neuken jullie ook nooit meer?\u2014\u2019<\/p>\n<p>Volgens Flip Schrameijer, die vanaf het eind van de jaren zeventig tien jaar lang met Geert Mak in een woongroep in het centrum van Amsterdam woonde, en die samen met hem in een mannenpraatgroep zat \u2013 waar overigens nooit werd geaaid en gecounseld, maar alleen gepraat \u2013 kon Geert in die tijd af en toe radicaal uit de hoek komen. \u2018Ik kan me nog herinneren dat ik met hem over straat liep de ochtend nadat twee leden van de Baader-Meinhof-Gruppe dood in hun cel waren gevonden. Hij had het over de zelfmoord \u00f3p Baader en Ensslin. Maar hij heeft zich nooit \u2013 zoals veel leeftijdgenoten \u2013 tot het marxisme bekeerd. Dogmatisch is hij nooit geweest. Hij deed toen wat hij nog steeds doet: hij kijkt goed om zich heen, beschrijft wat hij ziet. Hij maakt zich pas kwaad als hij onrecht bespeurt. Dan kan hij hard uit de hoek komen. Maar over mensen zelf is hij nooit veroordelend.\u2019<\/p>\n<p>Dat heeft ook een keerzijde, vindt Schrameijer. \u2018Geert is heel trouw en gaat voor je door het vuur. Maar in de persoonlijke sfeer is hij ook geneigd de kool en de geit te sparen. Hij vindt het akelig als mensen ruzie met elkaar hebben en heeft moeite om krachtig partij te kiezen. Hij is iets te veel van de harmonie \u2013 dat is het enige dat ik op hem aan te merken heb.\u2019<\/p>\n<p>Bij De Groene hield Mak zich bezig met openbare orde, illegalen, kinderbescherming, de rechten van psychiatrische pati\u00ebnten en vooral de kraakbeweging, waarvan hij betrokken maar kritisch verslag deed. Hij keerde zich tegen de radicalisering van de beweging. Dat werd hem kwalijk genomen. Op een vroege ochtend zagen voorbijgangers op de gevel van De Groene een in driftige letters gekalkte kreet: \u2018Het wordt nooit meer goed tussen ons.\u2019<br \/>Niet lang daarna liep zijn huwelijk \u2013 onbarmhartige ironie \u2013 op een echtscheiding uit: de eerste in zijn familie. Nog jaren werd hij door schuldgevoel achtervolgd, vooral tegenover zijn ouders, en bleef het tobben met de liefde.<\/p>\n<p>In de woongroep was hij een bindende factor. Marjo van Soest kent hem sinds 1973, toen zij bij De Nieuwe Linie werkte en hij al regelmatig stukken schreef voor De Groene. Later kwam ze veel bij hem thuis, in de woongroep aan de Oudezijds Achterburgwal. \u2018Losbandige vrienden konden erop rekenen dat hij ze ernstig aansprak op hun gedrag,\u2019 zegt ze grinnikend. \u2018Als ik weer eens wat had uitgespookt, kreeg ik een preek. En dat eindigde dan weer in opperste gezelligheid. In dat opzicht is hij altijd een soort vaderfiguur van de vriendenkring geweest, en dat is hij nog steeds.\u2019<br \/>In dezelfde tijd schreef Geert Mak al stukken over de neergang van het platteland, huurde hij een huisje in Friesland, en riep hij tegen stadse collega-redacteuren: \u2018Jij hebt een negatieve band met de grond!\u2019 Ook de aandacht voor de geschiedenis was \u2013 te midden van de linkse revolte \u2013 allang ontloken: in de late jaren zeventig zat hij dagenlang in het Gemeentearchief te spitten naar de geschiedenis van het pand aan de Oudezijds. Hij las Justus van Maurik, de negentiende-eeuwse chroniqueur, terwijl hij tegelijkertijd bezig was met stukken over de kraakbeweging.<\/p>\n<p>Halverwege de jaren tachtig had Mak genoeg van het geploeter bij De Groene en de benauwenis van de kleine redactie. Hij ging schrijven voor NRC Handelsblad \u2013 voor de Amsterdamse stadsredactie en het Zaterdags Bijvoegsel, maakte historische verhalen voor de losbladige uitgave Ach Lieve Tijd, en richtte met Hans Maarten van den Brink en Emile Brugman het tijdschrift Atlas op, waar de latere uitgeverij uit voortkwam.<\/p>\n<p>In 1989 verliet hij de woongroep om te gaan samenwonen met zijn Mietsie, een goedlachse Limburgse. \u2018Na Geerts vertrek trad in de woongroep een soort Oost-Europa-gevoel in,\u2019 zegt Han Singels, die jarenlang de bovenste etage met hem had gedeeld. \u2018Opeens bleken we niet in staat te zorgen voor het collectief bezit, en kwamen we erachter dat hij het eigenlijk al die jaren had geregeld.\u2019<\/p>\n<p>In 1992 verscheen Geert Maks eerste bundel reportages, De Engel van Amsterdam. Twee jaar later ontstond het plan voor een boek over Jorwerd. Om de grauwe wintermaanden door te komen, schreef hij tussendoor Een kleine geschiedenis van Amsterdam. En toen Hoe God verdween uit Jorwerd in 1996 uitkwam, had het eerste hoofdstuk van De eeuw van mijn vader al in het tijdschrift Atlas gestaan. Zo volgde het een uit het ander.<\/p>\n<p>Zelf heeft Geert Mak het gevoel dat het succes hem is overkomen, hij vond het aanvankelijk zelfs beangstigend. \u2018Het is net of het voortdurend heel hard waait om je heen,\u2019 zegt hij nu. \u2018Zo\u2019n gevoel is het. Terwijl ik denk: laat mij maar rustig in mijn hoekje zitten schrijven.\u2019<\/p>\n<p>Mensen die hem goed kennen, bevestigen dat. \u2018Als Geert een marginale schrijver was gebleven met een klein publiekje, dan was hij er gewoon op dezelfde manier mee doorgegaan,\u2019 zegt Flip Schrameijer. \u2018Daar ben ik van overtuigd.\u2019<br \/>Toen het succes kwam, zegt Mietsie, is ze even bang geweest dat het hem zou veranderen en heeft ze tegen hem gezegd: \u2018Als je raar gaat doen, sla ik je op je hoofd!\u2019 Maar dat is tot op heden nauwelijks nodig gebleken. \u2018Hij is er eigenlijk alleen maar op vooruit gegaan. Doordat het zo goed gaat, heeft hij meer zelfvertrouwen gekregen, is hij wat losser, wat zorgelozer geworden. Dat komt ook door onze relatie, denk ik. Vroeger had hij voortdurend last van een schuldgevoel, dat ie van alles verkeerd gedaan zou hebben. Daar heb ik hem een klein beetje vanaf kunnen helpen. En de financi\u00eble zorgen zijn weg. Dat scheelt ook, natuurlijk.\u2019<\/p>\n<p>Intussen werkt Geert Mak onverstoorbaar door, op reis of thuis in zijn werkkamer, aan een gracht in het centrum van de stad. \u2018Hij zit te schrijven alsof hij leest,\u2019 zegt Mietsie. \u2018Soms zit ie te lachen om wat ie net heeft opgeschreven.\u2019<br \/>Boeken die het verleden aanschouwelijk maken door persoonlijke, betrokken verhalen beleven de laatste jaren een ongekende populariteit. In dat opzicht staat het werk van Geert Mak niet op zichzelf. Twee jaar geleden publiceerde journaliste Judith Koelemeijer haar boek Het zwijgen van Maria Zachea, een \u2018ware familiegeschiedenis\u2019 over het grote katholieke gezin waarin haar vader opgroeide, kunstig gecomponeerd rond het ziekbed van haar grootmoeder. Het werd een bestseller. \u2018Als ik lezingen hou, komen mensen na afloop massaal naar me toe,\u2019 zegt Koelemeijer. \u2018Vooral mensen van tussen de vijftig en de vijfenzeventig. Dan staan ze in de rij om hun eigen verhaal kwijt te kunnen. Soms met tranen in hun ogen. Wat ik veel hoor, is dat het boek hun verhaal is, hun geschiedenis. Kennelijk beginnen ze massaal achterom te kijken.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Dat herken ik wel,\u2019 grinnikt Frank Westerman, die in De graanrepubliek beschrijft hoe de twintigste eeuw haar sporen naliet in het Oost-Groningse Oldambt. Het verhaal waaiert uit van Nieuw Beerta tot de internationale landbouwpolitiek, maar keert telkens terug naar de ervaringen van herenboeren, landarbeiders en hun nazaten, en dat vinden de lezers prachtig: in korte tijd werd het boek een groot succes. Inmiddels is er ook een graanrepubliekroute, heeft een volkszanger een lied met die titel op cd gezet en bestaat er zelfs een platenlabel dat zich De graanrepubliek noemt \u2013 het brengt rockmuziek uit. In november heeft Westerman nog een lezingenserie gehouden in Groningen. \u2018Voor heel veel mensen,\u2019 zegt hij, \u2018boeren, landarbeiders, buitenlui, betekent het boek herkenning: dit zijn wij. Kennelijk is daar grote behoefte aan. Dat geldt ook voor Geert Mak: zijn boeken zijn een anker in een samenleving waarin de identiteit op drift is geraakt.\u2019 Geert Mak weet precies de goede toon te treffen, zegt Westerman. \u2018Hoe God verdween uit Jorwerd doet denken aan een boek uit de jaren zeventig dat ik tijdens mijn studie in Wageningen heb gelezen, over het dorpje Ottoland in de Alblasserwaard: En boven de polder de hemel van de antropoloog Jojada Verrips. Dat boek is een heel grondige studie waarin de neergang van het dorp vanbinnen uit beschreven wordt. Over de waterschappen, de hennepteelt en de dominee. In 2002 is het opnieuw uitgegeven, waarschijnlijk op de golven van het succes van Geert Mak. Maar hoe toegankelijk het ook is opgeschreven, het is niet het lekkere leesverhaal dat Geert Mak van zijn boeken weet te maken.\u2019<br \/>Als geen ander slaagt Geert Mak erin de persoonlijke identiteit van mensen te verbinden met het algemene geschiedverhaal, zegt Herman Pleij, neerlandicus aan de Universiteit van Amsterdam. \u2018Mak lijkt daar bij ons de uitvinder van. De behoefte aan identiteit is heel kenmerkend voor deze tijd, en in het bijzonder voor Nederland, waar mensen vanouds hun identiteit ontleenden aan de zuil waartoe ze behoorden. Door de afbraak van de zuilen is een geweldig vacu\u00fcm ontstaan. Houvast en verbondenheid wordt nu gezocht in een gedeeld verleden.\u2019<\/p>\n<p>\u2018De afgelopen decennia is de samenleving in veel opzichten fundamenteel veranderd,\u2019 zegt de Amsterdamse historicus Piet de Rooij. \u2018Door de enorme welvaart is de gevoeligheid voor wat die welvaart zou kunnen bedreigen enorm gegroeid. Tegelijkertijd is het vanzelfsprekende vertrouwen in de staat verdwenen. Door de Europese eenwording, de globalisering, de problemen rond immigratie voelen mensen zich ontheemd, hebben ze het gevoel dat ze geen greep meer hebben op hun leven. Ze zoeken houvast in het verleden en in de dramatiek van het persoonlijke leven. Dat doet sterk denken aan de periode rond 1900: ook toen veranderde de samenleving in korte tijd dramatisch. Precies in die periode waren grote familieromans, die de veranderingen in de samenleving zichtbaar maakten in het persoonlijke leven van mensen, ongelooflijk populair. Dat gebeurt nu met de boeken van Geert Mak.\u2019<\/p>\n<p>Onder historici worden de boeken van Mak met enige reserve ontvangen. Hij wordt geprezen om zijn vaardige pen, maar historici laten niet na te wijze op onvolledigheden en verouderde aannamen in zijn boeken, en hier en daar klinkt lichte wrevel door over het feit dat juist zijn werk zo geweldig goed verkoopt, en dat van veel echte historici niet. \u2018Dat het type boeken van Geert Mak het zo goed doet,\u2019 zegt Hans Blom, prominent historicus en directeur van het Niod, \u2018heeft niet alleen te maken met de vaardigheid van de auteur, maar ook met toeval en conjunctuur. We leven in een tijd waarin het individu op de troon gehesen is. Daardoor zijn mensen bijzonder ge\u00efnteresseerd in de kleine, persoonlijke verhalen. En daarin is Geert Mak heel goed \u2013 beter dan in zijn historische beschouwingen: dat weet ik allemaal wel zo\u2019n beetje. Hij schrijft verhalen waarmee mensen zich kunnen identificeren. Dat bepaalt voor een deel het succes van dit soort boeken. Door de media kan de ontvangst van sommige boeken het karakter krijgen van een hype \u2013 niets ten nadele van Geert Mak, ik vind zijn werk zeer te waarderen, maar er worden veel meer boeken gepubliceerd die de lezers in gelijke mate zouden kunnen boeien, maar die niet zo in de belangstelling komen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Als gewone lezer vind ik zijn boeken heel aardig, voor \u2019s avonds op de bank,\u2019 zegt Piet de Rooij. \u2018Maar als vakhistoricus is me opgevallen dat hij zich in De eeuw van mijn vader regelmatig baseert op verouderd academisch werk \u2013 hij liep wat achter. Maar het is niet op zijn plaats een waardeoordeel te vellen over zijn benadering. Jan Romein, de grote historicus, zei dat er vele kamers zijn in het huis van de geschiedenis. Historisch onderzoek is vaak vrij technisch. In die kamer zit Geert Mak niet. En als wij vakhistorici daar zitten, denken we niet aan Geert Mak. Maar als we hem tegenkomen in de hal zullen wij hem hartelijk op de schouders kloppen. En zullen we hem ook zeggen dat hij nog moet bijlezen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Bijlezen?\u2019 zegt Arianne Baggerman, historica in Rotterdam. \u2018Wat is dat voor denigrerend gepraat? Zo gaat het nou altijd. In het metier wordt van goed geschreven boeken meteen gezegd dat het wel niet veel zal wezen, maar dat is hoofdzakelijk kinnesinne.\u2019 Onlangs organiseerde Baggerman aan de Erasmus Universiteit een studiedag over microgeschiedenis. Geert Mak werd daar aangehaald als representant van een kentering in de geschiedschrijving die begon rond 1980, toen Carlo Ginzburg in De kaas en de wormen het leven van een vijftiende-eeuwse molenaar beschreef, en daarmee de aandacht verplaatste van de grote politieke en sociaal-economische theorie\u00ebn naar het kleine geschiedverhaal. De afgelopen jaren verschijnen ook in Nederland steeds meer wetenschappelijke studies die de geschiedenis laten zien door de ogen van gewone mensen en hun kleine levens. \u2018Het zou mij niet verbazen,\u2019 zegt Arianne Baggerman, \u2018als de boeken van Geert Mak daaraan bijgedragen hebben. Het enorme succes van zijn boeken heeft ook invloed op historici.\u2019<\/p>\n<p>Micha\u00ebl Zeeman had het liever andersom gezien. Bij het verschijnen van De eeuw van mijn vader noemde hij het boek, met argumenten omkleed, \u2018geschiedenisles voor imbecielen\u2019.<\/p>\n<p>Kritiek was er ook van Gerry van der List, die in Elsevier uiteenzette hoe Geert Mak zich op de schouders van historici kon ontwikkelen tot een \u2018geestelijk leidsman waar Nederlanders gek op zijn: een aarzelende dominee der nostalgie\u2019. Volgens Van der List bevat De eeuw van mijn vader geen enkel vernieuwend inzicht, geen enkele prikkelende these, geen enkele verrassende theorie. Geert Mak en zijn vrouw haalden er naar eigen zeggen hun schouders over op. \u2018Je zal maar een goede recensie krijgen in Elsevier!\u2019 zei Mietsie, en ze gingen over tot de orde van de dag.<\/p>\n<p>Maar \u00e9\u00e9n punt van kritiek blijft hangen, en dat is het veel gehoorde verwijt dat Geert Mak zich in wezen laat leiden door nostalgie.<\/p>\n<p>\u2018Geert Mak is in zijn boeken voortdurend op zoek naar de verloren gemeenschap,\u2019 zegt Piet de Rooij, \u2018waarin alles samenhangt, waarin een natuurlijke orde bestaat, tegenover de moderne maatschappij waarin oude verbanden uit elkaar vallen en mensen alleen komen te staan tegenover de vernietigende kracht van de technologie en de vooruitgang. In zijn boeken worden een gelijkmoedigheid en een stabiliteit gesuggereerd die in werkelijkheid in veel mindere mate bestaan hebben. Lees de boeken van Peter Gay over de negentiende eeuw: er heerste veel meer angst en onzekerheid dan Mak doet voorkomen. Hij drijft op een nostalgisch beeld van de geschiedenis.\u2019<\/p>\n<p>Jan Blokker, \u00e9minence grise van de Nederlandse journalistiek en kenner van de vaderlandse geschiedenis, vindt dat grote onzin. \u2018Het komt de afgelopen decennia niet zoveel meer voor dat iemand met warmte schrijft over de geschiedenis van zijn vader, zijn grootvader en zijn oudoom. Dat is, om het gewichtig te zeggen, uit het vocabularium van onze gevoelens geschrapt. Kennelijk trekken boeken waarin dat wel wordt gedaan een groot publiek. Ik vind dat wel mooi, eigenlijk. En bedrieglijk vind ik het allerminst. In zijn boeken beschrijft hij ook de concentratiekampen, de werkloosheid, de armoede. Hij is de ellende bepaald niet aan het wegpoetsen. Als je Geert Maks boeken nostalgie wilt noemen, is alle geschiedschrijving nostalgie.\u2019<\/p>\n<p>Volgens Frank Westerman is het maar wat je erin wilt lezen. \u2018Geert Mak heeft helemaal niet de intentie om te treuren om wat voorbij is. Het zit hem vooral in de toonzetting. Wat hij bij uitstek probeert, is het verleden te laten herleven. Kennelijk slaagt hij erin de dingen zo herkenbaar op te schrijven, dat zijn lezers er gemakkelijk weemoedig van worden. Dat is een onontkoombaar neveneffect.\u2019<\/p>\n<p>Hans Maarten van den Brink, vriend en collega, kent Geert Mak sinds die midden jaren tachtig begon te schrijven voor het Zaterdags Bijvoegsel van NRC Handelsblad, waarvan Van den Brink toen chef was. In de loop van de jaren heeft hij het ontstaan van Geert Maks boeken van nabij meegemaakt. \u2018Het is waar dat door zijn manier van schrijven een gouden glans over de dingen komt te liggen,\u2019 zegt Van den Brink. \u2018Als \u00edk over mijn familie zou schrijven, zou ik me richten op de rottigheid . De meeste mensen zijn een beetje gemeen, zeker als ze schrijven. Maar Geert zit zo niet in mekaar. Hij kan het zonder, en dat vind ik knap. Sommige mensen kunnen daar niet tegen. Maar hij is echt aardig, en dat klinkt door in zijn boeken.\u2019<\/p>\n<p>Die eigenschap is zowel zijn kracht als zijn zwakte. Al jaren wordt Mak achtervolgd door het verwijt dat hij zich van bevlogen journalist zou hebben ontwikkeld tot zelfgenoegzaam publieksschrijver, van hemelbestormer tot verteller van nostalgische verhalen. Op twee momenten zagen critici dat beeld bevestigd: toen Mak zich met Nelleke Noordervliet inzette voor een beter contract voor schrijvers \u2013 plots werd hem geldwolverij verweten \u2013 en toen hij, ooit overtuigd PSP\u2019er en verklaard republikein \u2013 een rede hield voor prinses M\u00e1xima.<\/p>\n<p>Vorig jaar werd die veronderstelde Werdegang hem nog even speels ingepeperd door Max Arian, oud-collega bij De Groene Amsterdammer, in het televisieprogramma Oog in oog van Astrid Joosten. Het is een eigenaardig mechanisme. Eerst wordt hem in de schoenen geschoven dat hij een linkse dogmaticus was, en vervolgens wordt vastgesteld dat hij dat niet meer is. Zo is het verwijt snel gemaakt dat hij zijn engagement overboord zou hebben gezet. De werkelijkheid is anders: wat Geert Mak vroeger sierde, is er nog steeds, en wat hem nu verweten kan worden, zat er vroeger ook al in. Het moralisme, de belerende toon en de neiging tot preken waar Micha\u00ebl Zeeman en Gerry van der List zich zo aan ergeren \u2013 en die hij zelf herkende als de ergerlijke trekjes van de gereformeerde dominee \u2013 had hij in de jaren zeventig ook al, net als zijn warme betrokkenheid bij mensen, die tegenwoordig door de toon van zijn boeken al snel voor nostalgie wordt versleten.<\/p>\n<p>Zelf schrijft hij in De eeuw van mijn vader, in een typerende passage: \u2018Nu, na honderd jaar van bloed en idealen, weten we meer. Het is tijd om onze historische arrogantie los te laten, om bruggen te slaan door de tijd, om naast de voorgaande generaties te gaan staan.\u2019 Zo liggen solidariteit en historische verbondenheid, in zijn beleving, heel dicht bij elkaar.<\/p>\n<p>\u2018Het is een grote misvatting te denken dat Geert Mak een bezadigd man is geworden, of van links naar rechts is opgeschoven,\u2019 zegt Stan van Houcke, die hem kent sinds het eind van de jaren zeventig, toen ze beiden verslag deden van de kraakbeweging. \u2018In het persoonlijke leven houdt hij niet van conflicten, maar hij heeft altijd stelling genomen. In feite zegt hij precies hetzelfde als ik. Maar van mij zeggen ze: wat een radikalinski, en van hem: wat is dat toch genuanceerd gezegd. C\u2019est le ton qui fait la musique.\u2019<\/p>\n<p>Die toon lijkt te worden bepaald door een gevoel van verbondenheid, waarvan de oorsprong door Geert Mak zelf wordt aangegeven, tegen het eind van De eeuw van mijn vader. Daar schrijft hij over het geloof van zijn vader dat het bij hem ten diepste een spirituele zaak was, een niet te beredeneren emotie. \u2018Het was religie in de meest letterlijke zin: een gevoel van diepe verbondenheid met God en mensen.\u2019 Thuis in zijn werkkamer, hoog boven de gracht, zegt hij dat hij die woorden indertijd schreef met zijn vader in gedachten. \u2018Maar misschien,\u2019 zegt hij na een korte aarzeling, \u2018had ik het toen ook wel over mezelf.\u2019 Geert Mak is altijd een bindende buitenstaander gebleven.<\/p>\n<p>In 1999 ging Mak op reis door Europa voor een serie dagelijkse stukjes op de voorpagina van NRC Handelsblad, over Europa aan het einde van de eeuw. Op de boot van Odessa naar Istanbul legde hij de laatste hand aan De eeuw van mijn vader, maar toen was de gedachte aan een groot boek over Europa al geboren. Volgende week verschijnt het, in een kloeke band van 1224 pagina\u2019s: In Europa. Het is een imposant boekwerk, in soepele stijl geschreven, vol persoonlijke verhalen. Maar het is de vraag of het net zo zal aanslaan als de boeken waarmee Mak bekend werd. Het is geschreven vanuit de nobele overtuiging dat het Europese verhaal verteld moet worden, maar het is grimmiger van toon dan zijn eerdere boeken, en het Europese perspectief dwingt tot een spagaat die Europa al decennia parten speelt: de Europese cultuur is rijk en de Europese gedachte misschien sympathiek, maar Boedapest, Vilnius en Odessa liggen nog altijd veel verder weg dan Vlaardingen, Hardegarijp en Jorwerd.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hij laat de geschiedenis herleven in herkenbare verhalen over eenvoudige mensen. Zo is Geert Mak onbedoeld onze nationale knuffelbeer geworden. De bevlogen journalist is een zelfgenoegzaam verteller van nostalgische verhalen geworden, zeggen critici, maar Mak trekt zich daar niets van aan.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,97,14],"tags":[3081,783],"acf":[],"author_name":"Thijs Broer","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126357"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126357"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126357\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Thijs Broer","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126357"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=126357"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126357"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}