
 {"id":126077,"date":"2005-04-16T14:25:00","date_gmt":"2005-04-16T12:25:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/heleen-van-royen-mijn-vader-was-voor-mij-jarenlang-een-kampioendode\/"},"modified":"2015-09-09T10:07:58","modified_gmt":"2015-09-09T08:07:58","slug":"heleen-van-royen-mijn-vader-was-voor-mij-jarenlang-een-kampioendode","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/heleen-van-royen-mijn-vader-was-voor-mij-jarenlang-een-kampioendode\/","title":{"rendered":"Heleen van Royen: \u2018Mijn vader was voor mij jarenlang een kampioendode\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"lead\">Heleen van Royen (1965) debuteerde met de deels autobiografische roman \u2018De gelukkige huisvrouw\u2019. Joost Zwagerman sprak met haar over de zelfmoord van haar vader die ze in die bestseller beschreef.<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<div class=\"lead\">\n<p>Heleen van Royen (1965) debuteerde met de deels autobiografische roman \u2018De gelukkige huisvrouw\u2019. Joost Zwagerman sprak met Van Royen over de zelfmoord van haar vader die ze in die bestseller beschreef. Uitgangspunt voor het gesprek waren citaten uit \u2018De gelukkige huisvrouw\u2019 en uit werk van andere schrijvers. \u2018Ik kan het niet ontkennen: zijn dood heeft me het boek gebracht, en het boek heeft me roem en erkenning gebracht.\u2019<\/p>\n<\/div>\n<blockquote><p>Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.<br \/>\nUit: Lev Tolstoj, Anna Karenina<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Ik heb eens aan mijn moeder gevraagd hoe zij destijds mijn vader heeft ontmoet. Ze gingen met elkaar uit, of ze hadden elkaar bij vrienden ontmoet. Ze waren allebei al wat ouder. Mijn moeder was achter in de twintig. Mijn vader was negen jaar ouder dan zij. In die tijd was het gewoonte om je te verloven en te trouwen als je begin of midden twintig was. Ze waren allebei een einzelg\u00e4nger. Mijn moeder werkte in die tijd op een postkantoor. Mijn vader werkte als kantoorbediende bij Neeb, een natuursteenfirma in Amsterdam-Noord. Hij deed daar de boekhouding. Nee, hij is nooit van werk veranderd.<\/p>\n<p>Wat mijn moeder in mijn vader zag? Ze vond hem welbespraakt, heeft ze me later verteld. Toch maakte ze het op een gegeven moment uit. Hij belde haar daarna op en zei: \u201cJe spreekt met het verleden.\u2014 Tamelijk dramatisch uitgedrukt, ja. Daar had hij wel gevoel voor, voor pathetiek.<\/p>\n<p>Ik praat niet graag in interviews over het huwelijk van mijn ouders. Mijn moeder leeft nog, en als ik er iets over zeg in interviews, wordt zij weer herinnerd aan een tijd die ze achter zich wil laten. In De gelukkige huisvrouw kijkt mijn hoofdfiguur Lea terug op het huwelijk van haar ouders. Ik val niet voor de volle honderd procent samen met Lea, maar veel lezers zien De gelukkige huisvrouw als een boek waarin Lea en Heleen van Royen onderling inwisselbaar zijn. Dat is natuurlijk niet zo, en ook het huwelijk van Lea\u2019s ouders in het boek valt niet samen met het huwelijk van mijn ouders. Laat ik het erbij houden dat ik vond en vind dat mijn ouders geen gelukkig huwelijk hadden. Mijn oudste zus heeft toen ze nog jonger was het restant liefde tussen mijn ouders meegemaakt. Daarna was het voorbij, helaas.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>De vroegtijdige dood van mijn vader heeft weinig invloed gehad op mijn leven. Het werd gezelliger bij ons thuis, dat wel.<br \/>\nUit: De gelukkige huisvrouw<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018We woonden in Amsterdam-West, mijn ouders, mijn twee zussen en ik. Ik was het jongste kind, was dertien toen mijn vader van huis ging en niet terugkwam. De politie kwam aan de deur. Mijn vader werd al een week vermist. Hij was gevonden, zeiden die agenten. In de Sloterplas. We wisten direct dat het zelfmoord was, want mijn vader kon heel goed zwemmen, en die Sloterplas, die is niet diep en niet gevaarlijk. Het kon niet anders, hij had er zelf een einde aan gemaakt. We konden het niet wegwerken. Mijn moeder heeft nooit psychische hulp gezocht. Via de huisarts kreeg ze wel een verwijzing voor ons. Die hebben mijn zussen en ik verscheurd. Wij hadden geen hulp nodig.<\/p>\n<p>De stemming in huis werd meteen heel anders. Het was een bevrijding voor mijn zussen en mij. Als kind vond ik het een goede oplossing voor alle ellende in huis. Mijn zussen en ik hadden niet bepaald een goede band met mijn vader. We waren van een dictator bevrijd, zo zag ik het toen. Nog lang na zijn dood keken mijn zussen en ik elkaar schalks aan als we iets deden wat van hem nooit mocht. Een jarenlange beklemming was weggevallen.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Ik ben niet naar de begrafenis gegaan. Ik zei dat ik me niet lekker voelde. (&#8230;) Terwijl mijn moeder, mijn zus en andere familieleden mijn vader de laatste eer bewezen, at ik macaroni.<br \/>\nUit: De gelukkige huisvrouw<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Ja, dat is helemaal zoals het werkelijk is gegaan. De anderen gingen hem begraven, maar ik wilde liever naar de buren. Daar at ik een bord macaroni. Lekker was dat. Waarom zou ik naar die begrafenis gaan? Ik had daar niets te zoeken, zo voelde het. De onderliggende gedachte was: jij hoeft ons niet, ik hoef jou dan helemaal niet. Inderdaad, misschien was dat mijn eerste wraakneming. Zijn dood liet me onverschillig. Vergeet niet, mijn vader was in mijn ogen altijd driftig, overheersend en tiranniek. Soms was ik bang voor hem, soms liet hij me koud. Mij heeft hij nooit geslagen, mijn zussen wel. Hij had met mijn oudste zus een rare, hysterische verhouding; die zag hij als het genie. Mijn middelste zus vond hij niks, die deugde niet en zou in de Hema terechtkomen als verkoopster. En wat hij met mij had, weet ik niet. Niks vermoedelijk. Hij was niet in mij ge\u00efnteresseerd en ik niet in hem. Ik was een teleurstelling voor hem, althans zo is het mij verteld.<br \/>\nZijn derde kind had een jongetje moeten zijn, een zoon. Daar had hij ook op gerekend. Naar verluidt had hij zijn familieleden al ingelicht: dit keer wordt het een jongen! Het was van voor de tijd van echoscopie, dus hij ging gewoon af op zijn intu\u00eftie. En toen kwam ik, weer een meisje. Een domper voor hem. Hij wilde niemand bellen dat ik was geboren, hij vond het een afgang. Nee, dat is geen opbeurend verhaal om te horen als je opgroeit. Aan de andere kant: misschien had hij zich er na twee dagen alweer mee verzoend en was hij blij met me. Ik weet het niet, ik ken alleen dat nare verhaal en ik heb er nooit met hem over kunnen praten.<br \/>\nDat is mijn grootste frustratie: dat ik alle dingen die ik over hem heb gehoord niet aan hem heb kunnen voorleggen. En dat ook nooit zal kunnen doen. Ik heb nu zelf een zoontje, zijn kleinzoon. De derde dochter, de dochter die hij negeerde, de dochter-die-een-jongen-had- moeten-zijn, de dochter die onvoorwaardelijk voor haar moeder koos, heeft voor een kleinzoon gezorgd. En voor een kleindochter bovendien. Twee schatten van kinderen, van wie hij had kunnen genieten als hij er niet was uitgestapt. Ik ben de enige die zijn genen heeft doorgegeven. Mijn oudste zus heeft geen kinderen en mijn middelste heeft onlangs geadopteerd.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Mijn moeder heeft holle ogen sinds mijn vader dood is. Ik lach. Ik lach me suf, echt waar.<br \/>\nUit: De gelukkige huisvrouw<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Mijn moeder zei: \u201cIk bleef achter met jullie, hij heeft ons in de steek gelaten.\u2014 Zij moest het alleen rooien. En dat deed ze goed. Ze pakte het heel praktisch aan. Bij de tbc-bestrijding zochten ze iemand voor de receptie. Het kantoor van de tbc-bestrijding was bij ons om de hoek in Amsterdam-West, en mijn moeder wilde per se d\u00ed\u00e9 baan. Dan kon ze tussen de middag naar huis en mij van school opvangen.<\/p>\n<p>Na mijn vader heeft ze \u00e9\u00e9n keer een andere man gehad. Eventjes maar. Fons heette hij. Rampenfons, ziekenfons, zeiden mijn zussen en ik. Wij waren on-uit-staan-baar tegen hem \u2013 ik snap ook niet waarom, want later had ik dolgraag gewild dat mijn moeder een vriend zou hebben. Maar in die tijd was ik echt verschrikkelijk. Ik heb een keer zijn gesnurk opgenomen op een bandje. Mijn moeder beweerde dat Fons niet snurkte. Maar ik hoorde het, iedere nacht, dwars door de muur heen. Mijn moeder bleef ontkennen. Toen heb ik een keer \u2019s nachts een microfoon boven zijn mond gehangen en heb het vreselijke gesnurk van Fons op mijn cassettedeck opgenomen en aan het ontbijt afgespeeld. Ik had keihard bewijsmateriaal. Nee, Fons hield het niet erg lang vol bij ons. Mijn zusjes en ik vonden het ook raar: onze moeder, die zich verliefd gedroeg. Dat hadden we nooit gezien. Fons zat dan bijvoorbeeld in de auto, met \u00e9\u00e9n hand aan het stuur, en met de andere hield hij mijn moeders hand vast. Dat vonden wij belachelijk.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Van Royen werd ontdekt door Oscar van Gelderen van uitgeverij Vassallucci (&#8230;). Van Gelderen: \u2018Ik las de eerste twintig bladzijden \u2013 meer waren er nog niet \u2013 en nodigde Heleen uit. In haar bijzijn deponeerde ik de 20 bladzijden in de prullenbak en bood haar een contract aan voor een boek.\u2019<br \/>\nUit: NRC Handelsblad<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Ja, ik ken die uitspraak van Oscar. Hij heeft die eerste versie niet verscheurd, hoor. Volgens mij heeft hij die versie in een kluis opgeborgen. Ik herinner me niet veel meer van die eerste versie. In een ander interview zei Oscar van Gelderen dat die twintig bladzijden bestonden uit \u00e9\u00e9n grote scheldpartij op mijn vader. Zo staat het mij niet bij. Het was niet zozeer een scheldpartij, het was een heel hard en extreem cynisch verslag.<\/p>\n<p>Ik complimenteerde mijn vader bijvoorbeeld met zijn zelfmoord. Dat hij dat toch goed gedaan had. Van veel mensen hoor je dat ze een aantal pogingen ondernemen die mislukken, maar die wel veel rommel geven. Mijn vader heeft geen halfslachtige poging gedaan en ook geen rotzooi achtergelaten, geen bloed, geen viezigheid zoals wanneer iemand van een flat springt waarna anderen zo iemand van de straat moeten schrapen. Nee, it was a full clean cut. In \u00e9\u00e9n keer raak. Petje af, hoor, pa. Dat soort cynisme dus. Toen ik aan die tweede versie van De gelukkige huisvrouw begon te werken, verdampte dat cynisme. Twintig jaar na mijn vaders zelfmoord werd ik ineens overweldigend verdrietig. Dat verdriet voelde kersvers aan, alsof ik een week geleden mijn vader had verloren. Het was ongelooflijk verwarrend. Gevoelens, zo bleek maar weer, zijn rare dingen die je niet kunt vertrouwen. Ik woonde toen in Amstelveen en liep daar soms op straat te huilen en was bijna beledigd dat mensen me niet condoleerden met het verlies van mijn vader. Kun je nagaan, ik was toen drie\u00ebndertig.\u2019<\/p>\n<p>Herinneringen aan vroeger zijn geen herinneringen aan feiten, maar herinneringen aan jouw interpretatie van de feiten (&#8230;). Je doorzoekt je verleden met bepaalde vragen in gedachten \u2013 ja, je doorzoekt je verleden zelfs om erachter te komen welke gebeurtenissen je ertoe hebben gebracht die vragen te stellen.<br \/>\nUit: Philip Roth, De feiten. Autobiografie van een schrijver<\/p>\n<p>\u2018Toen ik die tweede versie ging schrijven, ging ik op onderzoek uit. Ik ging op bezoek bij een van de broers van mijn vader, degene met wie hij het meest had opgetrokken. Toen kreeg ik dingen te horen die een heel andere kant van zijn persoon blootlegden. Mijn oom vertelde over de knauw die de Tweede Wereldoorlog mijn vader had gegeven. Samen met zijn broer was hij te werk gesteld in Duitsland. In 1945 deserteerden ze en kwamen ze terecht in Dresden. Daar hebben ze het bombardement van de geallieerden meegemaakt. Mijn oom verliet de stad al snel, mijn vader ging terug en heeft de ontelbare lijken op straat zien liggen. Begraven ging niet. Het waren er te veel. Dus werden ze overgoten met benzine en in brand gestoken. Volgens mijn oom heeft mijn vader Dresden nooit kunnen verwerken. Mijn oom, een gepensioneerde journalist, heeft er een boek over geschreven. Na de oorlog is mijn vader meteen gaan werken. Mijn oom wilde studeren, maar er was geen geld. Mijn vader werkte en heeft mijn oom toen geld gegeven om te kunnen studeren. Die dingen en meer wist ik niet van hem.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Mijn shrink heeft gelijk. (&#8230;) Mijn vader was een schaap in wolfskleren. (&#8230;) Net als ik. Hij droeg een stekelige mantel. Net als ik.<br \/>\nUit: De gelukkige huisvrouw<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Nadat ik met mijn oom had gepraat, ben ik echt in het verhaal van mijn vader gedoken. Ik had geen enkele herinnering aan die weken van v\u00f3\u00f3r zijn dood. Ik wist dat het zomervakantie was, meer niet. Stukje bij beetje heb ik het gereconstrueerd. Mijn vader en moeder waren eindelijk gescheiden. Maar mijn vader wilde het huis niet uit. Hij was ook niet op zoek naar onderdak ergens anders. Hij wilde commensaal bij ons worden, zoals hij dat noemde. Hij was bereid kost en inwoning aan mijn moeder te betalen. Alsof hij bij ons op kamers was. Ikzelf was uit logeren en mijn zussen waren op een jongerenvakantie in Engeland. Mijn moeder wilde niet meer naast hem slapen en ging die vakantie steeds in een ander bed slapen.<\/p>\n<p>Toen de vakantie voorbij was en wij weer thuis waren, had mijn moeder voor mijn vader een campingbedje in de huiskamer gezet. Daar moest hij voortaan slapen zolang hij nog niet weg was. Daar heeft hij nooit op geslapen, want die nacht is hij weggegaan en heeft hij zich verdronken. Een vernietigende daad natuurlijk, ook voor mijn moeder. Zij beschouwde het als zijn ultieme wraak voor het feit dat ze hem uit het echtelijk bed had verbannen.<\/p>\n<p>Die laatste week is hij nog tochtjes wezen maken, in zijn eentje. Elke dag op pad. Naar Artis bijvoorbeeld. Toen mijn zussen uit Engeland terugkwamen, hadden ze dia\u2019s mee van de vakantie. Daar heeft hij nog naar gekeken. Na die diavertoning gingen we naar bed. Mijn vader ging toen spelen op zijn elektrische piano, met de koptelefoon op. Hij speelde vaak, maar die laatste avond heeft hij uren gespeeld. Later op de avond zat hij ineens aan het bed bij mijn ene zus. \u201cMag ik die dia\u2019s nog een keer zien?\u2014 vroeg hij toen. Mijn zus schrok zich wezenloos. Mijn vader op de rand van haar bed, daar zat ze niet op te wachten. Hoepel op, zei ze, ik wil slapen. Waarom zou ze nog eens die dia\u2019s met hem gaan bekijken? Ze vond het een onzinvraag. Hij verdween terug de kamer in. Ging weer spelen op de piano, met die koptelefoon op. En vertrok toen naar de Sloterplas.<\/p>\n<p>Een moeilijk te verdragen gedachte voor mij is dat de allerlaatste beelden die mijn vader wilde zien, die van mijn twee zussen waren. Zonnig, vrolijk en samen op vakantie. Intussen moest niemand hem meer. Mijn moeder allang niet meer, mijn middelste zus niet, zelfs de innige band met mijn oudste zus had hij door een ruzie kapotgemaakt. Hij is die avond niet bij mijn bed komen zitten, logisch, ik negeerde hem al jaren. Toen ik De gelukkige huisvrouw schreef, werd ik overweldigd door het gevoel dat ik al die tijd voor de verkeerde had gekozen. Ik werd kwaad op mijn moeder. Zij had mij opgezadeld met een pikzwart beeld van mijn vader. Het was alsof ik in een oorlog had gezeten en per ongeluk voor de Duitsers had gekozen. Nu weet ik dat kinderen niet zouden moeten kiezen. Nu weet ik dat het leven nooit zwart-wit is. Intussen was ik wel te laat. Te laat om hem nog te redden.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Het lijkt alsof sommige mensen meer overleden zijn dan andere. Mijn vader, bijvoorbeeld, is een stuk doder dan president Kennedy. Als ik een top-tien moest maken van de allerdoodste mensen, zou hij heel hoog scoren.<br \/>\nUit: De gelukkige huisvrouw<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Het allerdoodst ben je als niemand nog aan je denkt, als niemand zich je meer herinnert. In die zin was mijn vader voor mij jarenlang een kampioendode. Toen mijn oom De gelukkige huisvrouw had gelezen, zei hij: je hebt een dode tot leven gewekt. Iets met zijn bestaan gedaan. Want in zijn familie is mijn vader doodgezwegen, dat hoorde ik van mijn oom. Mijn vader kwam uit een groot katholiek gezin, en zijn zelfmoord werd gezien als een schande. Vermoedelijk hadden zij ook schuldgevoelens. Mijn oom betrok mijn vaders zelfmoord op zichzelf. Dat was wel raar om te ervaren. Hij noemde zelfmoord een akte van beschuldiging. Mijn vader had hem nog brieven geschreven, en daar had hij niet op geantwoord, want hij had het toen te druk. Had ik maar w\u00e9l teruggeschreven, zei hij. Ik denk niet dat het had geholpen, oom Ben, antwoordde ik.<\/p>\n<p>Het is ook wel ironisch. Ik had mijn vader jarenlang uit mijn leven gebannen, wat niet echt iets voor mij is, ik ban niet graag iemand uit, maar mijn dode vader had ik uitgebannen. Door over hem te schrijven, door hem terug te laten keren, is mijn leven opnieuw ingrijpend veranderd, al was het maar door het succes van De gelukkige huisvrouw. Toen ik die eerste, cynische versie af had, wilde ik het boek noemen: Jouw dood, mijn brood. Nu nog kan ik het niet ontkennen: zijn dood heeft me het boek gebracht, en het boek heeft me roem en erkenning gebracht. Hij liep in 1978 de Sloterplas in, en doordat hij dat heeft gedaan, was ik in staat in 2004 een nieuwe cabriolet voor mijn man te kopen. Cynisch? Het is de ontnuchterende waarheid.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Ik, humanist, vind het immoreel om een onderscheid, een rangorde aan te brengen tussen mensen die een natuurlijke dood zijn gestorven en mensen die met touwen, pillen, spuiten, auto-uitlaten, gasovens en revolvers het einde bespoedigen, zoals dat zo fijntjes heet.<br \/>\nUit: D\u00e9sanne van Brederode, Het opstaan<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Wie zegt dat, de schrijfster zelf of een romanpersonage? De hoofdfiguur? Okay. Ik vind het juist immoreel om g\u00e9\u00e9n onderscheid te maken. Mensen die een natuurlijke dood sterven, laten wel een gemis maar geen wonden na. Ook een zelfmoordenaar is een moordenaar. Wie zichzelf vermoordt, pleegt een moord, iets anders kun je het niet noemen. De zelfmoordenaar neemt een leven van de wereld weg, namelijk dat van zichzelf. En moord is en blijft immoreel, daar kunnen we helaas voor de zelfmoordenaars niets anders van maken. En ik vind het al helemaal geen dappere daad.<br \/>\nDat heeft me ook vreselijk gestoord rond de zelfmoord van Herman Brood. Dat iedereen maar stond te roepen dat het zo heldhaftig en prachtig was wat hij had gedaan, een echte rock-\u2019n-rollmanier om afscheid van het leven te nemen. Kom op, zeg. Ik zelf was dertien toen mijn vader het deed. Die ene dochter van Brood was geloof ik ook in de puberleeftijd en hoort nu van iedereen dat haar vader zo lekker rock-\u2019n-rollerig uit het leven is gestapt. Maar krijgt die dochter daar die beelden mee van haar netvlies? De beelden van de stoep voor het Hilton. Waar haar vader lag, vermorzeld en verminkt? Inclusief het bloed, de gebroken botten, het gehavende lichaam, alle rommel op de klinkers van het Hilton? Daar is niks hero\u00efsch aan, het spijt me. Dat is wat het is: smerig, goor, en verschrikkelijk triest. En ik zou niet graag willen beweren dat het moreel in orde is om die beelden als slotakkoord aan je kinderen over te dragen, al besef ik dat je zo ziek kunt zijn dat je geen andere uitweg ziet.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Het lijkt er sterk op dat er een aangeboren kwetsbaarheid voor het plegen van su\u00efcide voorkomt in bepaalde families.<br \/>\nUit: Bram Bakker en Bram Hulzebos, Loden last<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Mijn vader heeft volgens mijn moeder altijd gezegd: \u201cAls je kinderen hebt, kan je geen zelfmoord meer plegen.\u2014 Maar mijn moeder zegt ook dat hij altijd al dood wilde. Ze heeft hem twintig jaar lang in leven gehouden, zegt ze. Anders was hij allang al dood geweest&#8230;<\/p>\n<p>Ik weet niet of het in de familie zit. Kort geleden is een nicht van me overleden, een dochter van een broer van mijn vader. Die had zichzelf z\u00f3 extreem verwaarloosd dat ze is gestorven. Een langzame zelfmoord, zou je kunnen zeggen. Voor mijn moeder een teken dat het in de familie zit. Zij ziet dat zo. Als het erfelijk is, pleit dat mijn moeder en de andere nabestaanden tenslotte weer een beetje meer vrij. Tegenwoordig is mijn moeder behoorlijk oud en vindt ze het leven heel vaak niet meer de moeite waard. Als je moeder zelfmoord pleegt, lijkt me dat n\u00e9t nog een graad erger dan wanneer je vader het doet. Je moeder heeft je letterlijk het leven gegeven. En degene die jou in de wereld heeft geworpen, werpt zichzelf dan de dood in. Ik heb mijn moeder laten beloven er geen einde aan te maken. Dat kan je me niet aandoen, heb ik gezegd, een vader \u00e9n een moeder die zich van kant hebben gemaakt.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Soms ben ik jaloers op hem. Soms (&#8230;) lijkt het me fantastisch om er voortijdig een einde aan te maken.<br \/>\nUit: Heleen van Royen, Je zal er maar mee getrouwd zijn<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Nee, ik zou het nooit kunnen doen. Ja, ik weet het, dat zei mijn vader ook. Maar er is natuurlijk een verschil. Ik kan er minder makkelijk over fantaseren. Want ik weet wat je er onder de achterblijvers mee aanricht. Wat niet wil zeggen dat ik nooit dood zou willen zijn. Ik ken tegenwoordig een verlangen naar afwezigheid dat helaas af en toe de kop opsteekt. Er niet willen zijn. Weg zijn, echt weg. Daar fantaseer ik dan over, ik schrik van mijn eigen gedachten en weet: dit is niet gezond, het is tijd om hulp te zoeken. En dat doe ik dan ook.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Vandaag wil ik mijn vader zeggen dat het me spijt dat ik hem nooit heb begrepen. Dat ik bang voor hem ben geweest. Dat hij me koud liet. Tenminste, dat dacht ik. (&#8230;) Vandaag wil ik mijn vader troosten. Ik wil hem in mijn armen nemen.<br \/>\nUit: Putjesschepper, column in Het Parool<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Tja, waar wilde ik hem om troosten? Om datgene waarvoor ikzelf v\u00f3\u00f3r die tijd getroost wilde worden. Om de gedachte aan de laatste dagen en uren van zijn leven. Zijn eenzaamheid, toen. Ik heb mijzelf moeten troosten, uiteindelijk, en daar ben ik in geslaagd. Hij kon zichzelf blijkbaar niet troosten. Hij was ontroostbaar en is de Sloterplas ingelopen.<br \/>\nEerst onverschilligheid, dan cynisme, dan overstelpend verdriet, daarna die behoefte om te troosten \u2013 denk jij dat dat de laatste fase van de rouw is? Zou het echt? Zou ik er dan eindelijk, na zevenentwintig jaar, enigszins vrij van raken? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik niet zomaar wat opschreef in die column. Ik wilde hem geen Amerikaanse hug geven, zo zag ik dat niet voor me. Ik zag het voor me dat hij lag, dat ik hem oppakte en in mijn armen nam.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Op deze somb\u2019re dag \/ Dat de zon niet schijnen mag \/ Een fijn melodietje \/ Voor een piepklein grietje \/ Ons aller Heleen \/ Die zo haar zin weet door te drijven \/ Dat ik gezwind sla aan het schrijven \/ Hoe vreeslijk lief ik haar vind.<br \/>\nUit: De gelukkige huisvrouw<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Dit gedicht is het enig concrete dat ik nog heb van mijn vader. Ik heb het achter in De gelukkige huisvrouw opgenomen. Er blijkt uit dat hij me eigenlijk beter kende dan ik destijds veronderstelde. Ik was volgens hem een meisje dat haar zin wist door te drijven. Dat is ook zo. En verder doe ik het met herinneringen en anekdoten. Elk gezin heeft zo\u2019n vijftien verhalen die iedereen in dat gezin laat recyclen. Dat is dan je jeugd, die vijftien verhalen bij elkaar. Al het andere is iedereen grotendeels vergeten. Een van die vijftien verhalen is dat mijn vader met mijn zussen en mij naar het bos ging. Ik was drie of vier, en op een gegeven moment was hij me kwijt. Hij was volkomen in paniek, en mijn zussen vertelden dat hij direct naar het water ging om in de sloot met stokken te gaan prikken. Hij kon maar aan \u00e9\u00e9n ding denken: dat ik misschien verdronken was. Maar ik bleek gewoon naar de auto te zijn teruggelopen en was op de achterbank gaan zitten wachten. Daar, bij de auto, zag hij mijn hoofdje achter het zijraam. Z\u00f3 opgelucht als hij toen was! Hij wist niet waar hij het zoeken moest van blijdschap!\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Behalve misschien kinderen hebben, is niets zo toekomstgericht als tuinieren.<br \/>\nUit: Renate Rubinstein, Nee heb je<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018We hadden geen tuin, maar wel een balkon. Dat was een beetje mijn vaders territorium. Hij was niet van de bloemen en planten, maar wel van de teilen en emmers en potten. Hij hield stekelbaarsjes en kweekte zwartgerande waterkevers. Het waren grote kevers, hoor, de larven alleen al waren zo groot als je pink.<\/p>\n<p>De geboortecyclus van die kevers fascineerde hem mateloos. Hij viste hun nesten uit de sloot. Prachtige dingen waren dat, die nesten! Het waren witte bolletjes, spinsels, zo groot als een kastanje, met een mooi fr\u00eale tuutje eraan. Dat tuutje is een gedraaid blaadje, een soort schoorsteentje, voor de zuurstofvoorziening in het nest. Die nestjes zette hij in een pot met water in de huiskamer, het tuutje stak boven het water uit, en uit dat nestje, dat spinsel, kwamen dus die larfjes. Die overleefden het natuurlijk lang niet allemaal, maar per nestje kwamen er wel veertig larfjes uit. Die larven werden groot en dik, mijn vader zette ze uit in bakken met modderige aarde op het balkon. Ze kropen in de modder, verpopten en kwamen er weer uit als kevers. De kevers maken weer van die nestjes en dat is dan de cyclus.<\/p>\n<p>Mijn vader kon er geen genoeg van krijgen, van die cyclus. Mijn zussen en ik gingen weleens met hem mee naar het Vliegenbos in Amsterdam-Noord waar hij stekelbaarsjes ving en op zoek ging naar die nesten. Mijn vader voelde zich ontzettend betrokken bij die dieren. Hij was bezorgd dat de zwartgerande waterkever zou uitsterven. Zijn installaties op ons balkon waren bedoeld om de soort in stand te houden.\u2019<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Heleen van Royen (1965) debuteerde met de deels autobiografische roman \u2018De gelukkige huisvrouw\u2019. Joost Zwagerman sprak met Van Royen over de zelfmoord van haar vader die ze in die bestseller beschreef.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[3045,783],"class_list":["post-126077","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","tag-heleen-van-royen","tag-verhalen"],"acf":[],"author_name":"Joost Zwagerman","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126077","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=126077"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/126077\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Joost Zwagerman","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=126077"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=126077"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}