
 {"id":125867,"date":"2005-10-15T17:12:00","date_gmt":"2005-10-15T15:12:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-mythe-van-het-agressie-gen\/"},"modified":"2005-10-15T17:12:00","modified_gmt":"2005-10-15T15:12:00","slug":"de-mythe-van-het-agressie-gen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-mythe-van-het-agressie-gen\/","title":{"rendered":"De mythe van het agressie-gen"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Kun je voorspellen of een kind later gewelddadig wordt? En kun je dat dus ook voorkomen? Uit onderzoek naar de biologische oorsprong van gewelddadig gedrag blijkt dat \u2018het\u2019 agressie-gen niet bestaat. En dat er nooit een anti-agressiepil zal komen. Toch weten onderzoekers steeds meer over de oorsprong van crimineel gedrag.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Nee, het agressie-gen bestaat niet. De \u2018uitvinder\u2019 ervan, de Nijmeegse wetenschapper Han Brunner, is al twaalf jaar aan het uitleggen dat de media zijn onderzoeksresultaten hebben verkreukeld tot een smakelijke oneliner die niets met de realiteit te maken heeft. Nee, de anti-agressiepil zal nooit te koop zijn. Bij agressief gedrag zijn zo veel factoren betrokken dat er nooit een pil zal komen die daarop afgestemd kan worden. Nee, het is totaal zinloos het mes te zetten in dat deel van de hersenen dat een rol speelt bij het ontstaan van agressief gedrag. De hersenchirurg die daar gaat snijden, snijdt een half gedragsrepertoire aan gort. En misschien nog wel meer.<\/p>\n<p>Moeders die hun eigen kind(eren) mishandelen en vermoorden, een oud-marinier die zijn halve schoonfamilie ombrengt, groepsverkrachtingen, volle jeugdgevangenissen, wachtlijsten bij Bureaus Jeugdzorg en AMK\u2019s. Nederland lijkt soms alleen nog te bestaan uit mensen die geweld gebruiken, hun slachtoffers, plus advocaten en hulpverleners voor beide partijen.<\/p>\n<p>Wat speelt zich af in de hoofden van de mensen die slaan, een mes trekken, een moord plegen? Waarom gedragen zij zich zo? Dertig jaar geleden was het verhaal dat alle misdadigers een rotjeugd achter de rug hadden. Maar de meeste mensen met een rotjeugd mishandelen en verkrachten niet als ze eenmaal volwassenen zijn. Er moet dus m\u00e9\u00e9r aan de hand zijn. Maar wat?<\/p>\n<p>Worden sommige mensen geboren met geweldsgenen? Kan de bedrading in hun hersens fout zijn aangelegd, waardoor er te vaak en te snel kortsluiting ontstaat? Kortom: zijn er biologische factoren die iemand gewelddadig maken? Kunnen we die factoren aanwijzen en zo ja, kunnen we dan voorspellen wie later een agressieveling wordt, en wie niet?<\/p>\n<p>Wie krap dertig jaar na de affaire-Buikhuisen (zie kader op p. 85) een antwoord probeert te vinden op deze vragen, komt er al snel achter dat onderzoekers naar biologische factoren van agressief gedrag allesbehalve hoogmoedig zijn. Ze komen er steeds meer achter wat we nog n\u00ed\u00e9t weten. En dat is een heleboel.<\/p>\n<p>Wanneer neurobioloog Menno Kruk, verbonden aan het Leiden-Amsterdam Center for Drug Research, vertelt over zijn wetenschappelijke besognes, is duidelijk dat de complexiteit van de materie duizelingwekkend is. \u2018In de hypothalamus van de rat zit het gebied waar je agressie kunt opwekken. Dat is ongeveer een halve kubieke millimeter groot, en daar zit ik nu dertig jaar aan te werken. Ik ben erachter gekomen dat tenminste vijfendertig andere gebieden in de hersenen bij dit deeltje betrokken zijn. Welke is nou de belangrijkste en wat doen die verbindingen allemaal?<\/p>\n<p>Dat is een puzzel die ik bij leven niet meer zal oplossen,\u2019 zegt Kruk, die opgewekt bevestigt dat hij monnikenarbeid verricht. \u2018En dan hebben we het nog maar over de rat. Ik schat dat bij de mens het aantal hersengebieden dat bij agressie een rol speelt, vier \u00e0 vijf keer zo groot is.\u2019 Aan agressief gedrag gerelateerde genen zijn er ook meer dan iemand ooit kon vermoeden. Kruk: \u2018Wat we nu weten door onderzoek aan genetisch gemanipuleerde muizen, zijn het er minimaal zesendertig. Maar we zullen er zeker meer vinden.\u2019<\/p>\n<p>Betekent dit dat er nog niet het begin van een antwoord is op de vragen waarmee dit artikel begon? Dat valt mee. Agressieonderzoekers weten heel veel ook w\u00e9l. En die kennis mondt uit in een even eensluidend als verrassend advies hoe veel gewelddadig gedrag kan worden voorkomen. Want dat kan. Als we maar willen.<\/p>\n<p>In de discussie over de biologische basis van agressie gaat het altijd over genen. Genen, of beter nog: \u00e9\u00e9n gen, zou bepalen of iemand gewelddadig is of niet. Maar dat kan niet, want genen veroorzaken geen gedrag. Er bestaan wel genen die kenmerkend zijn voor bepaalde ziekten, maar menselijk gedr\u00e1g is zo gecompliceerd dat daarvoor nooit \u00e9\u00e9n gen verantwoordelijk kan zijn. Geboren \u2013 lees: door hun genen gestuurde \u2013 misdadigers bestaan daarom niet.<\/p>\n<p>Het tweede misverstand is ook wijdverbreid: genen staan bij de conceptie vast en wat ze doen dus ook. Het eerste is waar, het tweede niet. De invloed die genen hebben, hangt af van andere factoren. Dat geldt zelfs voor een sterk genetisch bepaalde eigenschap als lichaamslengte. Een kind dat slecht te eten krijgt en vaak ziek is, wordt minder lang dan een gezond kind dat goede voeding krijgt. Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat iemands gedrag nog veel sterker be\u00efnvloed kan worden. Een kind met een kort lontje dat geboren wordt in een milieu waar slaan en schelden normaal is, ontwikkelt zich in de regel anders dan datzelfde kind in een milieu waar zelfbeheersing en overleg gebruikelijk zijn.<\/p>\n<p>Dat al onze biologische functies genetisch zijn bepaald, is het derde misverstand. Want ook hier spelen omgevingsinvloeden een rol. Onze hersenen bijvoorbeeld zijn de eerste vier jaar na de geboorte extra gevoelig voor invloeden vanbuiten af, en ze zijn pas volgroeid als we een jaar of twintig zijn.<\/p>\n<p>\u2018We weten dat ernstige stress rond de geboorte de ontwikkeling van het brein negatief be\u00efnvloedt,\u2019 zegt psycholoog Stephanie Van Goozen, verbonden aan de School of Psychology van de Engelse Cardiff University. Van Goozen onderzoekt onder meer de invloed van verschillende hormonen op de hersenen. \u2018Je kunt dan denken aan geboortecomplicaties. Maar de hersens van een baby lopen ook schade op als hij niet op regelmatige tijden te eten krijgt, of niet wordt geknuffeld en getroost.\u2019<\/p>\n<p>Onderzoek bij jonge aapjes die onregelmatig voedsel kregen, bij mannen die als foetus tijdens de hongerwinter ernstig ondervoed waren omdat hun moeder dat was, en bij weeskinderen in Roemeni\u00eb die alleen eten en drinken kregen maar nooit een beetje aandacht, laat hetzelfde patroon zien: ze waren als groep agressiever dan hun tegenhangers aan wie het aan niets had ontbroken.<\/p>\n<p>\u2018Genen en omgeving spelen allebei een rol bij gedrag,\u2019 zegt Andrea Donker, psycholoog en medisch bioloog. Ze is verbonden aan de afdeling criminologie van de Leidse faculteit Rechtsgeleerdheid en aan het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. \u2018Het verschilt per soort gedrag en per individu, maar als vuistregel kun je uitgaan van een fifty-fiftyverhouding. Dat begint al in de baarmoeder. Als de moeder rookt, alcohol drinkt, medicijnen of drugs gebruikt, slecht eet of onder stress staat, ondervindt de foetus daar nadeel van.\u2019<\/p>\n<p>Hoogleraar neurobiologie Dick Swaab, werkzaam bij het Nederlands Hersen Instituut, stelt dat roken tijdens de zwangerschap de kans op een agressieve nazaat vergroot. Het kwetsbare chemische fabriekje in de baarmoeder is gevoelig voor al het gif in het moederlichaam. De babykamer verven? Laat het iemand anders doen, adviseert Donker. Oplosmiddelen in verf vergroten de kans op een anti-sociaal kind.<\/p>\n<p>We praten altijd over mogelijkheden en risico\u2019s, benadrukt ze, nooit over zekerheden. Onderzoek bij groepen laat een bepaald patroon zien, maar het individu binnen die groep kan er heel anders voor staan. \u2018Bij elk mens is de manier waarop genen elkaar be\u00efnvloeden, verschillend. Genen kunnen bijvoorbeeld aan- of uitstaan. Tweelingen met exact dezelfde genetische bagage kunnen daardoor heel verschillend gedrag laten zien.\u2019<\/p>\n<p>Het is wel zo dat genen grenzen stellen: ze hebben een bepaald potentieel, en daar kun je niet overheen. Om terug te komen op het voorbeeld van de lichaamslengte: wie genetisch maximaal 1 meter 70 kan worden, wordt nooit 1 meter 75, hoe gezond hij ook eet. Maar hij kan wel op 1 meter 60 blijven steken. Menselijk gedrag zit veel ingewikkelder in elkaar, maar ook daarvoor geldt dat iemands genetische bagage tegelijk mogelijkheden en grenzen schept.<\/p>\n<p>Samengevat: niet alle biologische factoren zijn genetisch bepaald, en gedrag wordt niet direct veroorzaakt door genen. Het is de omgeving die in belangrijke mate meebepaalt hoe groot de invloed van een gen is.<\/p>\n<p>Het zal daarom nooit mogelijk zijn op basis van iemands DNA te voorspellen of hij gewelddadig wordt. Dat kun je jammer vinden \u2013 het zou de wereld er een stuk overzichtelijker op maken. Maar eigenlijk is het maar goed ook. Het impliceert dat op dit gebied een genetisch fait accompli niet bestaat. Maar hoe ver reikt de invloed van biologie dan w\u00e9l?<\/p>\n<p>Een saillant voorbeeld in de literatuur over biologie en agressief gedrag is Ulrike Meinhof. Swaab: \u2018Na haar dood hebben Duitse hersenonderzoekers een aneurysma in haar hersenen vastgesteld dat drukte op de amygdala, een gebied dat agressie kan induceren. Dat zij van kritisch journalist transformeerde tot een gewelddadige Baader Meinhof-terrorist, kwam daardoor.\u2019 De betreffende Duitse onderzoekers stellen dat Meinhofs gevoelsleven door het gezwel en door de beschadigingen als gevolg van een hersenoperatie zo verstoord was geraakt, dat een rechter haar met deze gegevens in de hand zeker ontoerekeningsvatbaar had verklaard.<\/p>\n<p>Hersenbeschadiging kan er ook toe leiden dat er een verschil is tussen wat iemand zegt en wat hij doet, dat hij zich dat realiseert, maar zijn gedrag toch niet kan veranderen. Zo kan iemand constateren dat hij in bepaalde gevallen ge\u00ebmotioneerd zou moeten zijn, bijvoorbeeld wanneer hij ziet dat anderen verdriet hebben of wanneer er iets heel ergs is gebeurd, maar dat zelf toch niet is. Hij k\u00e1n het doodeenvoudig niet.<\/p>\n<p>Al ons gedrag wordt gestuurd door ons brein, een walnoot van anderhalve kilo waarin honderd miljard neuronen actief zijn die elk duizend tot honderdduizend contacten maken, en waar honderdduizend kilometer zenuwvezel doorheen slingert. In dat brein zijn neurotransmitters actief, stoffen die betrokken zijn bij de overdracht van informatie tussen de hersencellen. Daarvan zijn er inmiddels honderden bekend. Van die neurotransmitters spelen serotonine, dopamine en noradrenaline een belangrijke rol bij de regulering van gedrag, en dus ook bij het ontstaan van agressief gedrag.<\/p>\n<p>\u2018Bij veel kinderen die heftige emoties vertonen en zich impulsief (en) agressief gedragen, is het serotoninegehalte laag,\u2019 zegt Theo Doreleijers, hoogleraar kinderpsychiatrie en verbonden aan De Bascule, een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Hoe agressiever, hoe minder serotonine. Voor dopamine en noradrenaline geldt juist dat de niveaus niet te hoog moeten zijn.<\/p>\n<p>Wanneer deze neurotransmitters niet in de optimale verhouding aanwezig zijn, iets wat bijvoorbeeld te wijten kan zijn aan slechte voeding, kan de informatie-overdracht in de hersenen gaan haperen. Dat betekent: misinterpretaties, inschattingsfouten en foutieve beslissingen, met alle gevolgen van dien. Iemand die wil helpen, krijgt een dreun, iemand die een ruzie wil sussen, een messteek, iemand die allang weerloos op de grond ligt, een doodschop. Je zou het kunnen vergelijken met het effect van te veel alcohol, iets wat ook het waarnemings- en beoordelingsvermogen aantast. Maar dan permanent.<\/p>\n<p>Een ander effect van een foute dosering neurotransmitters is ongevoeligheid voor beloning of straf. De persoon in kwestie is dan niet koppig of onwillig, maar biologisch onvoldoende toegerust om op de sociaal gewenste manier te reageren. Ook impulsief gedrag kan het resultaat zijn van iets te veel van het een en wat te weinig van het ander.<\/p>\n<p>Het zijn problemen die ADHD-kinderen parten spelen, en die door hun aard meestal niet alleen met psychotherapie opgelost kunnen worden. Middelen als methylfenidaat (Ritalin) zijn dan nodig om een ADHD-kind zo rustig te krijgen dat geprobeerd kan worden normaal gedrag af te dwingen. \u2018Het is een probleem met biologische wortels, dat tot op zekere hoogte met geneesmiddelen be\u00efnvloed kan worden,\u2019 zegt psychiater Walter Matthys, bijzonder hoogleraar agressie bij kinderen, verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. \u2018Daarnaast kunnen we ouders met behulp van een oudercursus helpen hun kind meer aangepast gedrag aan te leren, en krijgt het kind gedragstherapie.\u2019<\/p>\n<p>De combinatie van een geschikt medicijn, effectieve therapie en een specifieke opvoedingsstijl moet voorkomen dat een ADHD-kind de weg inslaat van antisociaal en delinquent gedrag. \u2018De praktijk laat zien dat deze aanpak positieve efffecten heeft,\u2019 zegt Matthys. En dat is maar goed ook. Maar liefst de helft van de kinderen met ernstige gedragsstoornissen lijdt aan ADHD. Omgekeerd lopen sommige ADHD-kinderen het risico zulke stoornissen te ontwikkelen.<\/p>\n<p>Mensen die uit zijn op kicks en voortdurend behoefte hebben aan spanning, hebben ook een gemankeerde hoeveelheid neurotransmitters in hun hoofd rondrazen. Vaak is dat niet gevaarlijk. Thrillseekers die in de rij staan bij het bungeejumpen zouden zich voor de grap eens kunnen laten doormeten, en ontdekken dat het niet alleen hun eigen vrije wil is die hen grenzen doet verleggen. Verslaafde, anti-sociale of delinquente mensen, die op hun manier uit zijn op een sensatie, kampen duidelijk met een groter probleem. Hun omgeving trouwens ook.<\/p>\n<p>De voorbeelden maken duidelijk dat het altijd om gradaties gaat: hoe ernstiger de afwijking, hoe groter de kans op gewelddadig gedrag.<\/p>\n<p>Er zijn meer stoffen die een rol spelen in de agressiehuishouding. Behalve neurotransmitters zijn dat ook hormonen, stoffen die allerlei lichamelijke functies reguleren. Praten we over agressief gedrag, dan is het \u2018mannelijke\u2019 geslachtshormoon testosteron traditioneel het meest verdacht (ook vrouwen maken testosteron aan, maar veel minder). Maar liefst vijfentachtig procent van de moorden wordt door mannen gepleegd. Ook opvallend: bij misdadigers die vastzitten wegens geweld en verkrachting, zijn de testosteronspiegels hoger dan bij criminelen die voor andere vergrijpen zijn veroordeeld.<\/p>\n<p>\u2018Het feit dat mannen vaker gewelddadiger zijn dan vrouwen, hangt wellicht ook met iets heel anders samen,\u2019 denkt Theo Doreleijers desondanks. \u2018Denk maar aan spieren, kilo\u2019s. We weten dat mensen met een groot lijf agressiever zijn dan kleinere mensen. Dat heeft niets te maken met neurotransmitters of hormonen.\u2019<\/p>\n<p>Dick Swaab stelt dat de hogere agressie van mannen vergeleken met vrouwen wel samenhangt met testosteron. Boosdoener is het testosteron dat tijdens de zwangerschap en rond de geboorte actief is. Onderzoek van Van Goozen laat zien dat tweelingmeisjes met een broertje tegenover zich in de baarmoeder, later meer de neiging hebben agressief te zijn dan tweelingzusjes. Ze stelt in haar proefschrift dat testosteron een stimulerende rol speelt bij agressie \u2013 al zegt ze er onmiddellijk bij dat omgeving en cultuur altijd \u00f3\u00f3k het uiteindelijke gedrag be\u00efnvloeden. Hormonen spelen geen allesbepalende rol.<\/p>\n<p>Precies om die reden bekritiseert Kruk onderzoekers die een rechtstreeks verband willen leggen tussen testosteron en agressie. \u2018Als ik de teelballen verwijder van een rat die zijn territorium verdedigt, blijft hij agressief. Plaats ik hem vervolgens over naar een nieuw territorium, dan kan hij dat niet verdedigen \u2013 behalve wanneer ik hem testosteron geef. Dat betekent dat bij een verandering van de sociale omgeving testosteron een voorwaarde is om agressief te kunnen worden. Dat is iets anders dan dat het agressie veroorzaakt.\u2019<\/p>\n<p>Andere hormonen die betrokken zijn bij agressief gedrag, zijn de stresshormonen adrenaline, cortisol en corticosteron. Een plotselinge toename van deze stresshormonen veroorzaakt een snelle bevordering van agressief gedrag. Die agressie jaagt vervolgens weer de aanmaak van de stresshormonen aan, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat waaruit het moeilijk ontsnappen is. Dat effect wordt nog eens versterkt omdat de drempel om te vluchten hoger wordt, en angstgevoelens worden onderdrukt.<\/p>\n<p>Geen wonder dat er bijna altijd derden nodig zijn om twee kemphanen uit elkaar te halen. Van de vechtersbazen zelf kun je immers nauwelijks verwachten dat zij stoppen; alle signalen die zij ontvangen dringen er juist op aan bloed te laten vloeien. En dan nog iets: hoe vaker zoiets voorkomt, hoe makkelijker iemand vecht in plaats van vlucht. Herhaalde, extreme conflicten kunnen de hersenen zodanig veranderen dat iemand niet meer in staat is op een sociaal wenselijke manier conflicten te beslechten. Hij gaat onaangepast gedrag vertonen \u2013 en met een beetje pech doen zijn kinderen, die hij ook slaat, dat eveneens.<\/p>\n<p>Inmiddels is duidelijk dat mogelijke biologische oorzaken van agressie bar weinig te maken hebben met het achterover hellende voorhoofd en de vooruitstekende jukbeenderen waaraan de negentiende-eeuwse criminoloog Cesare Lombroso een misdadiger dacht te kunnen herkennen. Er zijn wel fysieke kenmerken die samenhangen met agressief gedrag, zoals een lage hartslag. En hoe minder snel het angstzweet je uitbreekt, hoe potentieel gevaarlijker je bent. Met zulke kouwe kikkers kun je maar beter geen ruzie krijgen. Maar als mijnenopruimer of gevechtspiloot doen ze het uitstekend. Daaruit blijkt maar weer dat biologische factoren op zichzelf niets zeggen.<\/p>\n<p>De Amerikaanse psycholoog Adrian Raine voorspelt dat toekomstige generaties met verbazing zullen kijken naar de manier waarop wij nu omgaan met gewelddadige criminelen. Net zo verbaasd als wij nu zijn over het feit dat vroeger geestelijk gehandicapten werden opgesloten en in de boeien geslagen, schrijft hij in zijn standaardwerk The Psychopathology of Crime. Misdadigers die er niet mee kunnen stoppen, lijden aan een geestelijke stoornis, betoogt Raine. Zulke mensen verdienen hulp en verzorging, in plaats van dat ze door de samenleving worden verstoten en ge\u00efsoleerd. Kennis van de biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan die stoornis, is dan onontbeerlijk.<\/p>\n<p>De ooit verguisde Wouter Buikhuisen is een vergelijkbare mening toegedaan. De oud-hoogleraar criminologie schreef onlangs in NRC Handelsblad dat alleen psychobiologisch onderzoek uitbehandelde tbs\u2019ers nog kan helpen. \u2018Het is daarom in alle opzichten onjuist, om niet te zeggen immoreel, om door de maatschappij als gevaarlijk beschouwde delinquenten die op dit moment onbehandelbaar lijken te zijn, levenslang op te sluiten, als niet tot het uiterste is geprobeerd om langs wetenschappelijke weg te onderzoeken of het vertoonde gedrag niet toch te verklaren is en aansluitend te behandelen zou zijn.\u2019<\/p>\n<p>Er zijn nog twee vragen over die beantwoord moeten worden. Kun je voorspellen of een kind later gewelddadig wordt? En kun je dat voorkomen als je weet waar je op moet letten?<\/p>\n<p>\u2018Hoe meer onderzoek we doen naar de biologische basis van agressie, hoe meer we erachter komen dat de invloed van de omgeving cruciaal is,\u2019 zegt Van Goozen. \u2019Aanstaande moeders die roken, alcohol drinken, medicijnen of drugs gebruiken, een lastige zwangerschap hebben, in ploegendiensten werken, een gecompliceerde bevalling doorlopen, en ook tienerzwangerschappen \u2013 het zijn allemaal factoren die we moeten proberen te be\u00efnvloeden. We moeten ervoor zorgen dat aanstaande moeders het niet al te stressvol hebben. Ook postnatale begeleiding en hulp zijn heel belangrijk.\u2019<\/p>\n<p>Big Brother-mamma Tanja is een risicomoeder die bij Stephanie Van Goozen waarschijnlijk alle alarmbellen doet afgaan. Haar baby wordt niet bepaald onder gunstige omstandigheden geboren: Tanja rookt, en ze plaatst zichzelf in een stressvolle omgeving. Ze kan weggestemd worden voordat de bevalling plaatsvindt, of juist meteen daarna. Mag ze blijven, dan zal niet iedereen in het huis blij zijn met de geboorte van de baby. Dat betekent: nog meer stress. En wat helpt daartegen? Een sigaret en een borrel.<\/p>\n<p>Betekent dat dat de eerste Big Brother-baby een agressortje in de dop is? Niet per definitie. Maar de kans erop is groter dan bij een kind met een niet-rokende moeder in een stabiele situatie. Dat geldt nog eens extra als de Big Brother-baby te maken krijgt met geboortecomplicaties, en\/of te vroeg wordt geboren. En de kans daarop is groter omdat moeder Tanja rookt.<\/p>\n<p>Alle onderzoekers die hier aan het woord komen, zeggen met klem dat het nooit mogelijk is met zekerheid te voorspellen of een individu zich gewelddadig zal gaan gedragen. Onderzoeksgegevens gaan altijd over groepen; voor elk individu binnen die groep kan het verhaal weer anders zijn.<\/p>\n<p>Het is dan ook zinloos om bijvoorbeeld baby\u2019s of jonge kinderen te laten scoren op een biologische test en op basis daarvan te bepalen welk kind extra aandacht verdient. \u2018Technisch is dat sowieso al een probleem. De metingen zouden onder dezelfde omstandigheden en herhaaldelijk gedaan moeten worden. Zo\u2019n laboratoriumsituatie krijg je op een consultatiebureau nooit,\u2019 legt Van Goozen uit. \u2018Neem bijvoorbeeld iemands cortisolspiegel. Die is afhankelijk van wat en hoeveel iemand heeft gegeten en hoe lang hij al wakker is. De metingen zouden dus niet eens betrouwbaar zijn.\u2019<\/p>\n<p>Zelfs als dit bezwaar ondervangen zou kunnen worden, spreekt iedereen zich fel uit tegen dergelijk onderzoek. Walter Matthys verwoordt de algemeen levende opvatting wanneer hij zegt: \u2018Tests en metingen zouden een grote hoeveelheid vals-positieven opleveren, kinderen die ten onrechte als risicokinderen zouden worden aangemerkt. Je moet je eens voorstellen wat voor een onrust dat geeft, bij die kinderen en bij hun ouders. Je gaat grote groepen mensen belasten, terwijl daar helemaal geen reden voor is.\u2019<\/p>\n<p>Conclusie: individuele voorspellingen zijn niet te geven. Maar door risicovolle zwangerschappen goed te begeleiden, is het wel mogelijk antisociaal en agressief gedrag deels te voorkomen. Van ingrijpen op biologisch niveau is daarbij geen sprake. Wat vooral nodig is, is psychologische en sociaal maatschappelijke hulp.<\/p>\n<p>Andrea Donker stelt dat, in de fase daarna, ook de school \u2018ontzettend belangrijk\u2019 is. \u2018Maak je het werken op scholen moeilijker, door grotere klassen en door kinderen niet op tijd door te sturen naar het speciaal onderwijs, dan cre\u00eber je allerlei ongunstige omstandigheden.\u2019<\/p>\n<p>De komende decennia zal een keur aan wetenschappers er nog een hele kluif aan hebben om alle stukjes van de puzzel die agressief gedrag heet, op de juiste plaats te leggen. Ach, relativeert Menno Kruk: \u2018We zijn nog steeds op zoek naar de biologische basis van schizofrenie en van depressie, we hebben geen idee hoe deze ziekten ontstaan. Van de biologie die ten grondslag ligt aan agressie weten we veel meer.\u2019<\/p>\n<p>Wat ook hoop geeft: waarschijnlijk is de menselijke agressie in de loop van de tijd afgenomen. Chimpanseewatcher en primatoloog Frans de Waal laat vanuit het Yerkes National Primate Research Center in het Amerikaanse Atlanta weten: \u2018In vijf miljoen jaar tijd, de periode sinds de mens zich heeft afgesplitst van de chimpansees en de bonobo\u2019s, hebben mensen steeds beter leren samenwerken. Kijk naar een stad als New York, waar tien miljoen mensen met elkaar samenleven. Als ik tien miljoen chimpansees bij elkaar zou zetten, zou dat een bloedbad worden.<\/p>\n<p>Dankzij selectieprocessen is er bij mensen een hoge mate van co\u00f6peratie ontstaan die het ons mogelijk maakt in grote massa\u2019s onbekenden te leven. Volgens sommige<\/p>\n<p>theorie\u00ebn werden in de kleine gemeenschappen van onze voorouders heel agressieve individuen uitgestoten. Geweld\u00addadige criminelen zijn dus mogelijk een residu dat in omvang is afgenomen.\u2019<\/p>\n<p>Het zou kunnen dat dit proces zich voortzet.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Wat is wat?<\/h3>\n<p>Agressief gedrag<br \/>Toebrengen van schade aan een ander. Daarbij kan het gaan om fysieke agressie (ook wel gewelddadig gedrag genoemd, zoals vechten), verbale agressie (bijvoorbeeld vernederen) en relationele agressie (bijvoorbeeld roddelen).<\/p>\n<p>Anti-sociaal gedrag<br \/>Overtreden van normen en regels, zoals liegen en spijbelen.<\/p>\n<p>Crimineel gedrag<br \/>Gedrag dat strafbaar is gesteld in de wet.<\/p>\n<p>Delinquent gedrag<br \/>Overtreden van de wet, zoals zwartrijden en vandalisme.<\/p>\n<p>Gewelddadig gedrag<br \/>Opzettelijk fysieke schade veroorzaken bij zichzelf of anderen.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Wie is wie?<\/h3>\n<p>Andrea Donker (1969) is psycholoog en medisch bioloog. Ze is verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en aan de afdeling Criminologie van de Leidse rechtenfaculteit. Donker publiceert over bio\u00adpsychologisch onderzoek naar antisociaal gedrag. Ze is vooral ge\u00efnteresseerd in de wisselwerking tussen biologische en sociale factoren bij het ontstaan van dit gedrag.<\/p>\n<p>Theo Doreleijers (1948) is hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan de VU en verbonden aan De Bascule, academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Daar geeft hij leiding aan het wetenschappelijk onderzoek naar antisociale en delinquente jongeren met gedragsstoornissen. Behalve onderzoek naar psychische stoornissen worden ook biologische kenmerken van agressie bij deze jongeren onderzocht.<\/p>\n<p>Stephanie Van Goozen (1961) is psycholoog. Ze doet aan de universiteit van Cardiff onderzoek naar neurobiologische factoren van agressief gedrag bij kinderen, van baby&#8217;s tot en met adolescenten. Ze werkt in Wales omdat daar al langer grootschalig onderzoek wordt gedaan naar gedragsstoornissen, onder andere in achterstandswijken van grote steden en bij tienermoeders. Van Goozen is vooral ge\u00efnteresseerd in de ontwikkeling van emotionele en gedragsstoornissen bij kinderen.<\/p>\n<p>Menno Kruk (1944) is als neurobioloog verbonden aan het Leiden-Amsterdam Center for Drug Research. Hij is onlangs verkozen tot president van de International Society for Research on Aggression. Kruk onderzoekt met behulp van hormonen en geneesmiddelen de hersenmechanismen die betrokken zijn bij agressief gedrag. Hij doet dat onderzoek bij ratten. Kruk vond uit dat stresshormonen, via een mechanisme in de hersenen, agressie snel, dramatisch en langdurig bevorderen.<\/p>\n<p>Walter Matthys (1947) doet onderzoek naar neurobiologische factoren van gedragsstoornissen bij kinderen, en naar het effect dat de behandeling van zulke kinderen heeft. Hij is kinder- en jeugdpsychiater aan het UMC en bijzonder hoogleraar agressie bij kinderen aan de Universiteit Utrecht. Matthys werkt vooral met kinderen van vier tot zeven jaar. Zijn behandelingen bestaan uit drie pijlers: opvoedingsvaardigheden voor de ouders, medicatie voor het kind, en hulp aan de school. Kenmerkend voor zijn manier van werken is de wisselwerking tussen behandelingspraktijk en wetenschappelijk onderzoek.<\/p>\n<p>Dick Swaab (1944) is hoogleraar neurobiologie aan het AMC en was tot kortgeleden directeur van het Nederlands Hersen Instituut. Hij won verschillende wetenschappelijke prijzen voor zijn werk en publiceert in toonaangevende internationale tijdschriften. Swaab doet onderzoek naar de hypothalamus, een vier gram wegend orgaan in de hersenen dat onze lichaamsfuncties regisseert. Over dit orgaan schreef hij de duizend pagina&#8217;s dikke monografie &#8216;The Human<\/p>\n<p>Hypothalamus&#8217;. Swaab, die werd bedreigd toen hij de ontdekking van een &#8216;homokwab&#8217; in de hersenen wereldkundig maakte, onderzoekt onder meer de invloed van toxische stoffen op de ontwikkeling van de hersens van de foetus.<\/p>\n<p>Frans de Waal (1948) is een internationaal vermaarde primatoloog en directeur van het Living Links Center, onderdeel van het Yerkes National Primate Research Center in Atlanta. Hij gebruikt ethologische observaties om het inzicht in de menselijke natuur te vergroten. Zijn boek &#8216;Chimpanseepolitiek&#8217;, gebaseerd op onderzoek naar een apenkolonie in het Arnhemse Burger&#8217;s Zoo, wordt twintig jaar na verschijnen nog altijd goed gelezen door Amerikaanse congresleden. Het zou hen helpen politieke spelletjes sneller te doorzien.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kun je voorspellen of een kind later gewelddadig wordt? En kun je dat dus ook voorkomen? Uit onderzoek naar de biologische oorsprong van gewelddadig gedrag blijkt dat \u2018het\u2019 agressie-gen niet bestaat<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,459,1787,405,457],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Malou van Hintum","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125867"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125867"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125867\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Malou van Hintum","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125867"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=125867"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125867"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}