
 {"id":125817,"date":"2018-08-26T14:27:00","date_gmt":"2018-08-26T12:27:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/renate-rubinstein-altijd-met-passie\/"},"modified":"2018-11-22T16:28:40","modified_gmt":"2018-11-22T15:28:40","slug":"renate-rubinstein-altijd-met-passie","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/renate-rubinstein-altijd-met-passie\/","title":{"rendered":"Renate Rubinstein: Vaak grillig, soms onredelijk, maar altijd met passie"},"content":{"rendered":"<p>Die avond hief Renate Rubinstein voor het laatst het glas, in aanwezigheid van haar neef Maurits en haar zus Gerda. Maurits had die week al vijf keer een afscheidsmaal gekookt. Want Renate kon geen afscheid nemen. Van niemand. En toch moest het gebeuren, vond ze. MS, de ziekte waaraan ze toen al zeventien jaar leed, maakte verder leven voor haar onmogelijk. Op vrijdag 23 november 1990, een week nadat ze eenenzestig was geworden, zette ze zelf een punt achter haar bestaan.<\/p>\n<p>\u2018Renate is iemand die je nog steeds mist,\u2019 zegt socioloog Joop Goudsblom, die haar leerde kennen bij Propria Cures. \u2018Wat zij schreef, was altijd oorspronkelijk \u00e9n persoonlijk. Zulke columnisten zijn er eigenlijk niet meer. Ik had heel graag h\u00e1\u00e1r analyse van Mohammed B. gelezen.\u2019 In haar allerlaatste Tamar-column, twee weken voor haar dood, vatte ze onomwonden haar credo samen. \u2018Een goede columnist moet onbetamelijk zijn,\u2019 schreef Rubinstein op 10 november 1990. Bijna dertig jaar lang, vanaf 1961, heeft ze voor Vrij Nederland haar wekelijkse Tamar-column geschreven. Ze was een actiegroep in haar eentje. Ze provoceerde, joeg tegenstanders de gordijnen in. \u2018Als mensen zich niet meer kwaad maken, moet je je afvragen waarom je nog schrijft.\u2019 Ze steunde Provo, verdedigde Weinreb, kritiseerde het feminisme, pleitte voor de kruisraketten, woog de rechten van de Isra\u00ebli\u00ebrs af tegen die van de Palestijnen en fulmineerde tegen \u2018de nieuwe lelijkheid\u2019. Vaak grillig, soms onredelijk, maar altijd met passie. \u2018Mijn hersens functioneren alleen goed als mijn emoties meedoen. Anders wordt het breiwerk.\u2019<\/p>\n<p>Renate Ida Rubinstein werd op 16 november 1929 geboren in Berlijn. Haar vader was joods, haar moeder niet. Anderhalf jaar na Renate werd de tweeling Gerda en Jan geboren. De eerste jaren van haar jeugd verliepen in betrekkelijke welstand. Vader Willy Rubinstein had een middelgroot confectieatelier, waar voornamelijk damesmantels werden gemaakt. Om die reden beschikte Renate als meisje al over een bontjasje. Renate was een nerveus kind dat vooral naar haar vader trok. \u2018Hij was heel beschermend\u2019, vertelde ze eind jaren zeventig in een interview met Ischa Meijer. Wanneer anderen probeerden haar op te pakken of tegen te houden, riep haar vader steevast: \u2018Lass sie.\u2019 \u2018Als klein kindje riep ik, hollend door de kamer, \u201cLassie! Lassie!\u201d Alsof ik zo heette.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>\u2018De bevrijding is voor Renate nooit echt een bevrijding geweest, ze is eigenlijk haar leven lang op haar vader blijven wachten.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Ze was dol op die man,\u2019 zegt tekenaar Peter Vos, die later hecht met Rubinstein bevriend raakte. \u2018Al heeft hij haar als kind \u00e9\u00e9n keer een klap gegeven. Een misverstand; hij stond zich te scheren, ingezeept met schuim, toen zij opeens zei: \u201cDer Vati ist ein Affe.\u201d Dat heeft ze me later vaak verteld.\u2019 Toen in 1933 de nazi\u2019s aan de macht kwamen, vluchtte het gezin naar Nederland. Maar Willy Rubinstein kreeg in Amsterdam nauwelijks een voet aan de grond en besloot in 1936 met zijn gezin naar Londen te verhuizen. Toen het ook in Engeland niet lukte om zijn bedrijf weer tot bloei te brengen, nam hij in 1938 de fatale beslissing om terug te verhuizen naar Amsterdam.<\/p>\n<p>\u2018We zijn wel eens samen naar dat huis in Londen geweest waar ze gewoond hebben,\u2019 zegt Jaap van Heerden, die in de jaren zeventig met haar getrouwd was. \u2018Dat greep Renate erg aan. Want in haar verbeelding zou haar vader nog geleefd hebben als ze daar waren gebleven. Ze heeft haar moeder later toch wat onheus medeschuldig verklaard aan de dood van haar vader. Want die had erop aangedrongen om weer terug te gaan naar Amsterdam. Terwijl je tegenover zo\u2019n moordmachine alleen maar die moordmachine de schuld kunt geven.\u2019<\/p>\n<p>Begin 1940 was Willy Rubinstein een van de allereerste joden in Amsterdam die door de Duitsers werden opgepakt. Hij werd beschuldigd van deviezensmokkel, en verbleef twee jaar in verschillende gevangenissen, waaronder de Scheveningse strafgevangenis. Uiteindelijk werd hij via Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij eind 1942 werd vermoord. Zijn doodsbericht bereikte het gezin pas na de oorlog. Tot die tijd spaarde Renate consequent al haar snoep voor haar vader op in een grote trommel. Wanneer de bevrijding eenmaal komt, zal ze hem die trommel geven \u2018De bevrijding is voor haar daarom ook nooit echt een bevrijding geweest,\u2019 zegt Jaap van Heerden. \u2018Ze is eigenlijk haar leven lang op hem blijven wachten.\u2019<\/p>\n<figure id=\"attachment_402151\" aria-describedby=\"caption-attachment-402151\" style=\"width: 1280px\" class=\"wp-caption alignnone\"><img decoding=\"async\" class=\"size-image_1280 wp-image-402151\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/08\/HH-52447007-1280x1202.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/08\/HH-52447007-320x301.jpg 320w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/08\/HH-52447007-640x601.jpg 640w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/08\/HH-52447007-1280x1202.jpg 1280w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/08\/HH-52447007-1920x1803.jpg 1920w\" alt=\"\" width=\"1280\" height=\"1202\" \/><figcaption id=\"caption-attachment-402151\" class=\"wp-caption-text\">Renate Rubinstein met hoed (in rolstoel vanwege MS), Annie M.G. Schmidt en Peter Vos roken een sigaret achter de struiken bij de onthulling van het beeld van Simon Carmiggelt in 1988. Rubinstein bleek later een verhouding met Carmiggelt te hebben gehad. Foto: Bert Verhoeff\/HH<\/figcaption><\/figure>\n<p>\u2018Ze droeg ook altijd nog een fotootje van hem bij zich,\u2019 zegt Aad Nuis, Renates eerste echtgenoot. \u2018En er was toch ook voortdurend dat stille verwijt aan haar moeder: veel joodse mannen met een Duitse vrouw hebben de oorlog w\u00e9l overleefd. Waarom mijn vader dan n\u00ed\u00e9t?\u2019<\/p>\n<h5>Kloof tussen moeder en dochter<\/h5>\n<p>Het contact met haar moeder bleef na de oorlog ronduit slecht. \u2018Tussen Renate en haar was er altijd een spanning voelbaar,\u2019 herinnert Renates zus Gerda zich. \u2018Op de achtergrond speelde mee dat mijn vader een schizofrene zus had. Mijn moeder vergeleek Renate altijd met haar. Mooi, intelligent, maar zeer labiel. \u201cAls jij straks groot bent, word je net zo.\u201d Bovendien schaamden wij ons als kinderen voor haar Duitse accent. Dat was na de oorlog natuurlijk bepaald geen reclame. Onze arme moeder moet enorm geleden hebben: haar man was weggehaald en haar kinderen probeerden zich van haar los te maken.\u2019<\/p>\n<p>De kloof tussen Renate en haar moeder werd door de jaren heen voortdurend dieper. Toen haar moeder in 1965 op sterven lag, bezocht Jaap van Heerden haar in het ziekenhuis. Zonder Renate. \u2018Ik vond dat je die vrouw niet alleen kon laten. Maar Renate hield dat kunstmatig een beetje scherp; ze bleef volhouden dat die moeder een onmogelijk iemand was.\u2019 Kort na de dood van haar moeder schreef ze het essay \u2018Niet de woorden maar de stem\u2019, een opvallend persoonlijk verhaal over haar jeugd en \u2013 vooral \u2013 over haar moeder.<\/p>\n<blockquote><p>Psychiater Dries van Dantzig herinnert zich een bezoek van Renate, waarbij ze plotseling zei: \u2018Ik ben niet aardig.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>\u2018Zij is de raadselachtigste figuur in mijn leven. Dan had ze gebridged met mevrouw die en mevrouw die, had gebakjes gehad van de bakker uit de Beethovenstraat, en van die kleine koekjes met poedersuiker en daarna nog van die lange staafjes van bladerdeeg, heel duur. En mevrouw R. had een bijzonder chic kostuum gedragen, echte zijde, moest een vermogen gekost hebben. [&#8230;] Hoe moest ik dat duiden? Wat ik ook terugzei, ik voelde mij steeds door de mand vallen. Waarom deed ze zo imbeciel? Misschien deed ze wel hetzelfde als ik. Rookgordijnen scheppen! Praatjes maken voor de vaak in afwachting van mijn vertrek. Had ik haar meer au s\u00e9rieux genomen, ik zou niet zo geplaagd zijn geweest door mijn gevoel tekort te schieten.\u2019<\/p>\n<p>Ze is zich haar leven lang schuldig blijven voelen tegenover haar moeder. Psychiater Dries van Dantzig herinnert zich een bezoek van Renate, waarbij ze plotseling zei: \u2018Ik ben niet aardig.\u2019 Van Dantzig was verbaasd, en vroeg haar wat ze precies met die opmerking bedoelde. Ze is gewoon niet \u00e1\u00e1rdig, herhaalde ze. Als kind al niet. \u2018Ze vertelde een verhaal over de dag dat haar vader was weggehaald. Ze stonden samen in de keuken, Renate keek naar haar moeder, die er buitengewoon verdrietig uitzag. Ze wilde haar troosten, pakte een koek, brak die in twee stukken en gaf de helft aan haar moeder. Maar die weigerde de koek aan te pakken, en zei alleen maar: \u201cHoe kun je nu zoiets doen op dit moment?\u201d Daar voelde zij zich nog altijd schuldig over. Waarop ik zei: \u201cJe m\u00f3\u00e9der was juist niet aardig, door zo te reageren.\u201d Maar daar wilde ze niet aan.\u2019<\/p>\n<h5>Wild veulentje<\/h5>\n<p>Op 16 juni 1943 maakte ze haar schrijfdebuut in <em>Vulpes<\/em>, de schoolkrant van het Amsterdamse Vossius Gymnasium. In de vijfde klas van het gymnasium ging ze van school, en werd ze assistente bij uitgeverij Van Oorschot. Daar maakte ze in 1948 kennis met Huyck van Leeuwen. Van Leeuwen was veertien jaar ouder dan zij, en werkte als redacteur mee aan het tijdschrift <em>Libertinage<\/em>. Hij werd Renates eerste grote liefde. \u2018Ze was een soort wild veulentje in de wei; rank, slank en ongelofelijk dartel\u2019, zegt de nu bijna negentigjarige Van Leeuwen merkbaar vertederd. \u2018Ze maakte een enorm vrolijke indruk. Misschien juist wel als reactie op wat er in de oorlog gebeurd was. Renate straalde een onvoorstelbare gretigheid en nieuwsgierigheid naar het leven uit. Er zat een aanstekelijke, onbedwingbare gekte in dat meisje. Die sprankeling heeft ze haar leven lang gehouden.\u2019<\/p>\n<p>De relatie met Van Leeuwen liep na drie jaar spaak, waarna Renate naar Isra\u00ebl vertrok, in een wanhopige poging Van Leeuwen te vergeten. Tijdens haar verblijf in Isra\u00ebl hield ze een dagboek bij en schreef ze enkele korte bijdragen voor <em>Het Parool<\/em>. Maar pas toen ze in 1955 ging studeren aan de Politiek-Sociale Faculteit in Amsterdam begonnen haar schrijfambities serieuze vormen aan te nemen. Ze maakte kennis met <em>Propria Cures<\/em> (<em>PC<\/em>), en wist het al snel zeker: \u2018Bij die jongens wil ik horen.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>\u2018We waren gewend dat er elke week wel een paar jolige bijdragen naar de redactie werden gestuurd. Maar deze mevrouw Rubinstein stuurde een heel doorwrocht essay.&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p>Joop Goudsblom maakte in die jaren deel uit van de <em>PC<\/em>-redactie, samen met Piet Borst, Jan Eijkelboom en Aad Nuis. Hij kan zich nog haarscherp de verbazing van hemzelf en de andere redactieleden voor de geest halen over het stuk dat in de zomer van 1955 binnenkwam, geschreven door ene Renate Rubinstein. \u2018We waren gewend dat er elke week wel een paar stukjes naar de redactie werden gestuurd, maar dat waren meestal jolige bijdragen voor de correspondentierubriek. Maar deze mevrouw Rubinstein stuurde een heel doorwrocht essay: \u2018Het Zionisme en de nieuwe onvrijheid\u2019. Jan Eijkelboom is haar direct gaan opzoeken. Hij kwam volledig overdonderd terug: \u201cDie m\u00f3\u00e9ten we erbij halen.\u201d&#8217;<\/p>\n<p>Ze was niet alleen intelligent en begiftigd met een scherpe pen, ze was ook nog eens adembenemend mooi. \u2018Niet alleen maar mooi in de klassieke zin van het woord,\u2019 typeert oud-<em>PC<\/em>-redacteur Aad Nuis, \u2018er zat ook een soort schittering om haar heen. Ik heb ooit over haar gedicht: \u201cHet rinkelt als het rent.\u201d Dat w\u00e1s ook zo. Ik had nog nooit zo\u2019n levendig mens gezien.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Mijn gereformeerde ouders waren zeer tegen Renate. Ze vonden haar te heidens, te joods.&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p>Half universitair Amsterdam was in die dagen verliefd op haar. Maar Nuis was de gelukkige, constateert hij triomfantelijk, en hij gaat er \u2013 bijna vijftig jaar na dato \u2013 n\u00f3g van stralen. Op 4 september 1956 trouwde hij met Renate Rubinstein. Ja, dat klinkt dan wel weer opvallend ouderwets: trouwen. Maar dat heeft met zijn achtergrond te maken. \u2018Mijn gereformeerde ouders waren zeer tegen Renate. Ze vonden haar te heidens, te joods. Voor Renate was dat juist een aansporing om te gaan trouwen, als een soort daad van verzet. Ze vond het om diezelfde reden ook erg jammer dat ik in die dagen niet meer naar de kerk ging. Daar had ze graag mee naar toe gewild om zich er vervolgens uitvoerig over te kunnen verbazen.\u2019<\/p>\n<p>Ook Nuis merkte in die dagen hoezeer Renate bij <em>Propria Cures<\/em> opbloeide. \u2018Voordien had ze altijd last van maagkrampen. In haar dagboek uit Isra\u00ebl schreef ze daar vaak over. In de <em>PC<\/em>-tijd was ze daar ineens vanaf. Ze v\u00f3nd zichzelf een beetje. Je moet ook niet vergeten dat dat redacteurschap van <em>PC<\/em> in die tijd ook wel wat w\u00e1s. Je was wereldberoemd in Amsterdam. Alle krantenredacties en tijdschriften hielden je nauwlettend in de gaten.\u2019 Toen <em>Vrij Nederland<\/em> in 1961 een medewerker zocht voor de vrouwenpagina \u2018VoorNamelijk de vrouw\u2019, adviseerde <em>VN<\/em>-redacteur (\u00e9n oud-<em>PC<\/em>-redacteur) Rinus Ferdinandusse zijn hoofdredacteur Mathieu Smedts om Renate Rubinstein aan te trekken.<\/p>\n<h5>Eerste columnist van Nederland<\/h5>\n<p>Op 9 september 1961 schreef zij haar eerste column voor <em>VN<\/em>, onder het pseudoniem Tamar (Hebreeuws voor \u2018dadelpalm\u2019). In die eerste column op de vrouwenpagina hekelde ze direct het bestaan van een dergelijke pagina. \u2018Ik ken geen krant die er een mannenpagina op na houdt,\u2019 schreef ze. \u2018Dat is overbodig omdat man-zijn nu eenmaal het gewone is, onze norm en ons punt van uitgang, terwijl vrouwelijk is wat daarvan afwijkt; met mes en vork eten is niet vrouwelijk, met naald en draad omgaan wel.\u2019 Hoewel ze de eerste jaren nog vooral over kleine onderwerpen schreef \u2013 over de liefde, over mannen, over mussen en poezen \u2013 was Tamar wel degelijk de eerste echte columnist van Nederland, analyseert Rinus Ferdinandusse. \u2018Voordien had je cursiefjes; mannen als Carmiggelt, Elias en Bomans schreven grappige, korte stukjes, altijd een beetje kolderachtig. Wat zij deed, een persoonlijke visie op de wereld geven, was echt nieuw.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Tussen Renate en\u00a0<em>VN<\/em> boterde het buitengewoon slecht. &#8216;Renate h\u00e1\u00e1tte de redactie.&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p>Renate Rubinstein bleek van groot belang voor <em>Vrij Nederland<\/em>. \u2018Tamar\u2019 was een zeer goed gelezen rubriek, die veel reacties van lezers opriep. \u2018Vooral,\u2019 zegt Ferdinandusse, \u2018wanneer het over liefde en verdriet ging.\u2019 Tussen haar en de redactie van <em>VN<\/em> boterde het daarentegen buitengewoon slecht. Ferdinandusse zal er geen doekjes om winden: Renate h\u00e1\u00e1tte de redactie. \u2018Ze had bijvoorbeeld een bloedhekel aan \u201cMeurs\u201d (Rudie van Meurs) en \u201cSal\u201d (Feike Salverda). Dat vond ze vieze, linkse communisten. Er zat een gigantische spanning tussen haar en de redactie. De meeste redacteuren vonden haar een vervelend mens. Ze w\u00e1s helemaal niet vervelend, maar ze had wel een ontzettend grote bek. Ze riep direct wat ze vond. Ze liep gewoon op een redacteur af en zei: \u201cWat had jij vorige week een ongel\u00f3felijk slecht stuk, zeg.\u201d\u2019<\/p>\n<h5>Jood in Arabi\u00eb, Goi in Isra\u00ebl<\/h5>\n<p>Ook Renate Rubinstein werd meegesleurd door de woelingen van de jaren zestig. Ze plakte affiches tegen het huwelijk van Beatrix en Claus, en verzette zich tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam. In 1967 bezocht ze voor <em>Avenue<\/em> zowel Isra\u00ebl als zijn Arabische buurlanden. Dat resulteerde in het voor die tijd zeer controversi\u00eble <em>Jood in Arabi\u00eb, Goi in Isra\u00ebl<\/em>.<\/p>\n<p>Wie dat boek nu herleest, wordt getroffen door de adequate analyse van de Midden-Oosten-problematiek, die bijna veertig jaar nadien nog nauwelijks aan actualiteitswaarde heeft ingeboet. Met een ogenschijnlijk koel registrerend oog beschrijft ze haar ervaringen, zonder duidelijk partij te kiezen. Dat is voor die dagen, waarin Nederland \u2013 kort na de Zesdaagse Oorlog \u2013 vierkant achter Isra\u00ebl staat, niet minder dan een statement. \u2018Het was tegen het einde van mijn reis,\u2019 schreef ze in de inleiding van <em>Jood in Arabi\u00eb<\/em>, \u2018op een avond in Jeruzalem, in het huis van Jim Ferron, correspondent van de <em>The New York Times<\/em> in Isra\u00ebl. We praatten over Vietnam en ik vertelde hem dat ik bijna naar die oorlog gegaan was als deze er niet tussen gekomen was. \u201cVoor mijzelf,\u201d zei ik, \u201cspijt het me niet, ik ben blij dat ik hier ben.\u201d \u201cDat begrijp ik,\u201d zei Ferron, \u201cin deze oorlog weet je tenminste aan welke kant je staat.\u201d \u201cIntegendeel,\u201d zei ik, \u201cin Vietnam weet ik aan welke kant ik sta.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Het boek zette veel kwaad bloed, merkte Rubinstein. \u2018O God, ik was een vijand van Isra\u00ebl,\u2019 vertelde ze in 1984 in <em>De Groene<\/em>. \u2018Een zelfhatende jodin. Vooral joodse Nederlanders hebben mij dat boek verschrikkelijk kwalijk genomen.\u2019<\/p>\n<p>Toch was Renate beslist solidair met het jodendom, stelt Jaap van Heerden. \u2018Omdat ze solidair was met haar vader. Die lotsverbondenheid is bepalend geweest. Ze wist er ook heel veel vanaf. Ben Sijes (historicus, werkzaam bij het Riod \u2013 CV) zei een keer: \u201cJij weet er z\u00f3 veel van, dat je best staatssecretaris in Isra\u00ebl zou kunnen worden.\u201d Ze was zeer gevleid. Totdat ik haar begon te pesten: \u201cJa Renate, hij zei dus wel st\u00e1\u00e1tssecretaris. G\u00e9\u00e9n minister. Blijkbaar is er toch een steekje aan je los.\u201d \u201cNou je het z\u00e9gt,\u201d riep ze dan, \u201cdat ga ik volgende keer toch aan Ben vragen\u201d.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>&#8216;Renate k\u00e9\u00e9k. Ze durfde ook domme vragen te stellen, had het vermogen om altijd weer bij nul te beginnen.&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p><em>Jood in Arabi\u00eb<\/em> blijkt in retrospectief kenmerkend voor de geesteshouding van Renate Rubinstein. \u2018Het begint bij haar altijd met intu\u00eftie,\u2019 zegt Hans Goedkoop, die werkt aan de biografie van de columniste. \u2018Peter Vos heeft wel eens opgemerkt dat Renate eigenlijk het meisje langs de kant van de stoet is, dat hardop zegt dat de keizer geen kleren aanheeft. Ze had een extreem vermogen om haar waarneming niet door conventies of vooroordelen te laten besmetten.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Ze k\u00e9\u00e9k. Ze durfde ook domme vragen te stellen, had het vermogen om altijd weer bij nul te beginnen. Rond 1980 begon ze te schrijven over de kernwapens. Iedereen van linkse signatuur vond dat die dingen er niet moesten komen. Maar voor Renate riep dat unanieme \u201cnee\u201d associaties op met de houding van voor de Tweede Wereldoorlog: een misplaatst soort vredesdenken. Vanuit dat gevoel, vanuit die intu\u00eftie schreef ze dat die kernwapens er juist wel moeten komen. Vervolgens belde ze (historicus) Maarten Brands met de vraag: hoe zit het nou eigenlijk? Dat was een kenmerkende volgorde voor haar. Het begon met intu\u00eftie, dan kwam de polemiek \u2013 \u201cde heisa\u201d zoals ze dat zelf noemde \u2013 en vervolgens ging ze haar vrienden, haar telefonische encyclopedie, af om haar mening te laten schragen door feiten.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>&#8216;De port\u00e9e voor haar was vooral: wat vind \u00edk, Renate, hier eigenlijk van?&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p>Socioloog Joop Goudsblom maakte jarenlang deel uit van die telefonische encyclopedie van Renate. Hoewel hij voor zijn gevoel vooral fungeerde als slijpsteen voor haar eigen opinies. \u2018Ze zei altijd: een mening is pas een mening als ie geformuleerd is. Ze belde heel vaak op over een onderwerp waar ze op dat moment vol van was. In zo\u2019n gesprek nam zij negentig procent van de meningsvorming voor haar rekening, en ik tien. De port\u00e9e voor haar was vooral: wat vind \u00edk, Renate, hier eigenlijk van? Als de Tamar-column dan verscheen, frappeerde het me vaak dat er letterlijk zinnen uit zo\u2019n gesprek in terugkwamen.\u2019<\/p>\n<p>Ook Aad Nuis was jarenlang een vraagbaak voor Renate. \u2018Ik was voor haar vooral een bron voor \u201choe zit Nederland eigenlijk in elkaar?\u201d Vertel nou eens, zei ze dan, wat nu precies het verschil is tussen gereformeerd en hervormd. Eigenlijk zie ik haar veel meer als een vragensteller dan als een verkondiger van opinies.\u2019<\/p>\n<h5>Feilloze neus voor kwesties en controverses<\/h5>\n<p>Rubinstein bleek als columnist een feilloze neus voor kwesties en controverses te hebben. Ze raakte er ook niet in verzeild, ze zocht ze juist op. Rinus Ferdinandusse: \u2018Ze dacht: ha, dat is een leuke affaire, en stortte zich erin.\u2019 Dat kan ook bijna niet anders, reageert Hugo Brandt Corstius, die als Piet Grijs in <em>VN<\/em> ontelbare malen met Renate in de clinch ging. \u2018Laten we eerlijk zijn: als columnist heb je kwesties nodig. Dat was lange tijd voor ons ook een soort spelletje. Je had destijds de zaak rond de Ibo\u2019s (een stam uit Nigeria). Zei ik tegen haar: als ik nou v\u00f3\u00f3r ga schrijven, dan ga jij t\u00e9gen. Dat deden we dan ook. Ik kon me bij sommige van haar onderwerpen niet voorstellen dat ze er werkelijk in ge\u00efnteresseerd was. Het lijkt me nog altijd sterk dat ze werkelijk zo door die rakettenkwestie werd gegrepen.\u2019<\/p>\n<p>De grootste affaire waarbij Renate Rubinstein betrokken raakte, is zonder twijfel die rondom Friedrich Weinreb. Deze Weinreb, een Pools-joodse econoom, bood begin 1942 joodse Nederlanders tegen betaling van honderd gulden een plaats aan op \u2013 na later bleek door hem verzonnen \u2013 lijsten. Joden die op deze lijsten stonden, zouden naar Frankrijk kunnen emigreren en daardoor aan transport naar het oosten kunnen ontkomen. Aanvankelijk wist Weinreb ook de Duitse bezetter een rad voor ogen te draaien. Toen hij op 11 september 1942 werd gearresteerd, claimde hij gehandeld te hebben in opdracht van een Duitse generaal, H.J. von Schumann uit Berlijn. Dat deze Von Schumann een verzinsel van Weinreb was, drong niet direct tot de Duitsers door. Ze lieten Weinreb vrij, die daarna onder toezicht van de bezetter nog geruime tijd zijn \u2018Weinreb-Spiel\u2019, zoals Jacques Presser het noemde, kon blijven spelen. In 1948 werd Weinreb veroordeeld wegens hulp aan de vijand en oplichting.<\/p>\n<blockquote><p>Dat Weinrebs veroordeling onterecht is geweest \u2013 hij zou zijn geofferd als joodse zondebok \u2013 liet Renate niet meer los.<\/p><\/blockquote>\n<p>De affaire kwam rond 1965 voor het eerst onder Renates aandacht toen zij <em>Ondergang<\/em> van Jacques Presser las. Vooral Pressers conclusie dat Weinrebs veroordeling onterecht is geweest \u2013 hij zou zijn geofferd als joodse zondebok \u2013 liet haar niet meer los. Ze was er geheel van vervuld, merkte Joop Goudsblom, toen hij eind 1965 met Renate door de duinen bij Bergen wandelde. \u2018Ze was vooral gefascineerd door dat Tijl Uilenspiegel-achtige van Weinreb. Dat hij een Duitse generaal verzonnen had en daarmee de Duitsers wist te bedriegen, dat vond ze fantastisch.\u2019 Via Presser kwam ze in 1966 in contact met Weinreb. Ze haalde hem over om zijn memoires te boek te stellen, en bood aan die herinneringen voor hem te redigeren.<\/p>\n<p>In 1969 verscheen <em>Het land der blinden<\/em>, het eerste deel van de trilogie <em>Collaboratie en verzet<\/em>, met een nawoord van Renate Rubinstein en Aad Nuis. Weinreb schetste in een soort schelmenroman de \u2018administratieve guerrilla\u2019 die hij tegen de Duitsers heeft gevoerd. Dat eerste deel werd aanvankelijk welwillend ontvangen. Harry Mulisch zag in Weinreb zelfs \u2018de Che Guevara van de bureaucratie\u2019. In 1970 stelde het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie een officieel onderzoek naar Weinreb in. Jaap van Heerden \u2013 in die tijd de echtgenoot van Renate \u2013 voelde argwaan. \u2018Ik heb haar dikwijls gewaarschuwd: dit kan niet kloppen. Weinreb begon bijvoorbeeld met het voordragen van mensen voor vrijstelling van Arbeitseinsatz drie maanden voordat die Einsatz begon. Ik heb heel vaak tegen Renate gezegd: weet waar je aan begint. In plaats van Weinrebs advocaat te worden, kun je je beter opstellen als onafhankelijk onderzoeker. Maar dan riep ze: \u201cDeze man is het verdedigen m\u00e9\u00e9r dan waard.\u201d\u2019<\/p>\n<blockquote><p>&#8216;De eventuele twijfelachtigheden zag Renate als amusante aspecten aan Weinrebs persoonlijkheid.&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p>In diezelfde tijd begonnen er kieren in Weinrebs verhaal te ontstaan. Er doken getuigen op die onder meer vertellen over \u2018medische keuringen\u2019 van vrouwen die de econoom Weinreb ook hoogstpersoonlijk wenste uit te voeren. Toch brachten die verhalen Renate niet aan het twijfelen. Van Heerden: \u2018De eventuele twijfelachtigheden zag ze als amusante aspecten aan zijn persoonlijkheid. Ze zat ooit op het terras van Scheltema gew\u00e9ldig over Weinreb op te scheppen. Die man was misschien wel de grootste Nederlander ooit. \u201cHij verdient de Nobelprijs!\u201d Ja, zei ik, maar dan toch zeker in de geneeskunde. Toen wilde ze twee dagen niets met me te maken hebben.\u2019 Hij grinnikt bij de herinnering. \u2018Dat had ook iets heel schattigs. Die onvoorwaardelijke loyaliteit van haar. Toen heb ik maar twee nachten in een hotel geslapen.\u2019<\/p>\n<p>Voor Renate had de Weinreb-affaire rechtstreeks te maken met de moord op haar vader, vertelde ze in interviews. \u2018Ik heb altijd de behoefte gehad om d\u00e1t nog eens te wreken. (&#8230;) Waarom ik de zaak-Weinreb tot de mijne maak, was niet alleen omdat hij een jood was, maar omdat hij net als mijn vader iemand was die van buitenaf kwam, die als immigrant niet geloofd werd.\u2019<\/p>\n<h5>Bep Turksma zou Spanjaard worden<\/h5>\n<p>Ze besloot in haar strijd voor eerherstel van Weinreb ook Willem Frederik Hermans te betrekken. Ze kende Hermans nog van vroeger \u2013 in 1948 zijn ze samen naar het Boekenbal geweest \u2013 en verwachtte dat hij in de zaak ge\u00efnteresseerd zou zijn. Vooral omdat zij parallellen meende te zien tussen Weinreb en Osewoudt, de hoofdpersoon in <em>De donkere kamer van Damokles<\/em>. Hermans was aanvankelijk ge\u00efnteresseerd in het verhaal, maar stuitte gaandeweg op ongerijmdheden en zelfs op regelrechte leugens.<\/p>\n<p>Zo beweerde Weinreb in zijn memoires dat hij in 1942 verraden is door een joods meisje, dat Bep Turksma heette. Bep Turksma bleek anno 1969 nog in leven en pikte de beschuldiging van verraad niet. Ze spande een proces aan wegens laster. Dat proces verloor ze, maar de twijfel was gezaaid. \u2018Die naam Turksma had in dat boek natuurlijk nooit genoemd moeten worden,\u2019 vindt Joop Goudsblom. \u2018We hebben er vooraf ook nog uitvoerig over gesproken of ze geen pseudoniem moest krijgen. Dat pseudoniem hadden we al bedacht: \u201cTurksma\u201d zou \u201cSpanjaard\u201d worden. Als ze voor \u201cSpanjaard\u201d had gekozen, was dat gelazer niet gekomen.\u2019<\/p>\n<p>Want gelazer kw\u00e1m er. Renate schreef op 14 mei 1969 in <em>VN<\/em> dat er wel degelijk bekentenissen zijn die Turksma\u2019s verraad bewijzen. Kortom: Turksma l\u00ed\u00e9gt. Tijdens een forumdiscussie in Groningen, met onder anderen Aad Nuis, Renate Rubinstein en Willem Frederik Hermans, deed zich een curieus incident voor. Arend Jan Heerma van Voss beschreef het in de <em>Haagse Post<\/em> van 18 maart 1970. \u2018Als Hermans en Rubinstein elkaar in de haren vliegen over een juffrouw Turksma die ergens in de oorlog iets met Weinreb te maken moet hebben gehad, staat er een dame met grijs haar op. \u201cMag ik even interrumperen, mevrouw Rubinstein, ik b\u00e9n juffrouw Turksma, en ik ben n\u00f3\u00f3it gehoord.\u201d Rubinstein: \u201cU bent na de oorlog toch\u2026?\u201d Turksma: \u201cIk ben n\u00f3\u00f3it gehoord.\u201d Rubinstein: \u201cMaar u zegt ook dat u Weinreb nooit ontmoet hebt!\u201d Turksma: \u201cNooit ontmoet\u201d.\u2019 Vanaf dat moment rook Hermans een prooi. Joop Goudsblom: \u2018En hij was vastbesloten die met huid en haar te verscheuren.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>W.F. Hermans adviseerde Renate dringend om de pen neer te leggen, \u2018en liefst aan de overkant van de Duitse grens\u2019.<\/p><\/blockquote>\n<p>In 1976 verscheen het eindrapport van het Riod over de Weinreb-affaire. Het oordeel over de \u2018chassidische bellenblazer\u2019 (zoals Hermans hem noemde) luidde dat Weinreb een nog veel grotere oplichter is geweest dan de Bijzondere Raad van Cassatie in 1948 had geconcludeerd. Ook Renate Rubinstein kreeg een veeg uit de pan. \u2018De bewering van Renate R. dat verklaringen van Bolland, Koch (SD-agenten) en Turksma (&#8230;) Weinrebs lezing bevestigen en dat zij deze verklaringen zelf had gelezen, is onjuist. Bolland, Koch en Turksma hebben niets dergelijks verklaard en RR kan dat dus ook niet gelezen hebben. Zij heeft eenvoudig gebluft.\u2019 W.F. Hermans bleef haar nadien nog jaren achtervolgen. In de <em>NRC<\/em> van 2 mei 1980 kwam hij uitvoerig op de zaak terug. Hermans adviseerde Renate dringend om de pen neer te leggen, \u2018en, al dan niet in compagnonschap met Aad Nuis, een sigarenwinkeltje te beginnen in de buurt van Winterswijk of zo, liefst aan de overkant van de Duitse grens\u2019.<\/p>\n<h5>Ze kon er niet mee uit de voeten<\/h5>\n<p>Ze heeft het nooit hardop gezegd, maar Renate was diep in Weinreb teleurgesteld, zegt Huyck van Leeuwen. \u2018Ik heb er vlak voor haar dood nog uitgebreid met haar over gesproken. Ze zag wel degelijk in dat ze zich voor een verkeerde zaak had ingezet, dat ze zich vergist had. Ik heb haar aangespoord om dat op te schrijven. Maar ze kon er niet mee uit de voeten.\u2019<\/p>\n<p>Jaap van Heerden: \u2018In de Weinreb-zaak had ze ongelijk. Maar in het bestrijden van modieus links was ze haar tijd ver vooruit. Daarom wilde ze zo graag in <em>VN<\/em> schrijven. Veel lezers konden haar bloed wel drinken als ze weer met een anti-links praatje kwam. Daar gen\u00f3\u00f3t ze van. \u201cZie je wel,\u201d riep ze dan. \u201cIk heb gelijk. Het is voor hen een gel\u00f3\u00f3f!\u201d\u2019 Van Heerden woonde van 1964 tot 1973 met Renate samen, waarvan twee jaar als echtgenoot. Het was, zegt hij, een huwelijk \u2018vol amusante turbulentie\u2019.<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Ik ging gewoon opzien tegen de woensdag, tegen de nieuwe <em>VN<\/em>. Er zat in elke column wel een toespeling die alleen ik kon begrijpen.&#8217;<\/p><\/blockquote>\n<p>Over de kleinste dingen konden ze hartgrondig van mening verschillen. \u2018Ik ging een keer twee biefstukken halen. De slager sneed een groot en een wat kleiner stuk af. Zonder enige logica concludeerde Renate daaruit dat hieruit toch wel weer het paternalistische van de Nederlandse middenstand sprak. Want dat grote stuk was in de ogen van de slager natuurlijk voor men\u00e9\u00e9r. Ik zei: hoe kom je d\u00e1\u00e1r nu bij? En weet jij wel hoe moeilijk het voor een slager is om twee even grote stukken af te snijden? Daar konden we dan een volle dag al onze intellectuele vermogens in kwijt.\u2019<\/p>\n<p>Het huwelijk ging uiteindelijk ten onder aan wat Van Heerden \u201cwederzijdse verwaarlozing\u201d noemt. \u2018Vervolgens heeft ze dwaze dingen gedaan.\u2019 Hij doelt op de Tamar-columns die Renate daarna gaat schrijven over de breuk. Tot grote ontsteltenis van haar ex-man. \u2018Ik ging gewoon opzien tegen de woensdag, tegen de nieuwe <em>VN<\/em>. Er zat in elke column wel een toespeling die alleen ik kon begrijpen. Renate was onervaren in het incasseren. Tot dan toe was zij bijna altijd degene die een punt achter een relatie zette. Waarschijnlijk k\u00f3n ze toen niet meer anders dan erover te schrijven.\u2019 Een tijd lang hadden ze maar zeer sporadisch contact. Van Heerden kreeg hooguit boze telefoontjes; of hij nou eindelijk eens haar therapeut wilde betalen. \u2018Want \u00edk was de oorzaak dat ze nu in therapie moest. Ik heb maar braaf betaald.\u2019<\/p>\n<h5>Niets te verliezen en toch bang<\/h5>\n<p>De Tamar-columns werden in 1978 bewerkt tot <em>Niets te verliezen en toch bang<\/em>, dat de Nederlandse literatuur verrijkte met \u00e9\u00e9n van de meest pakkende beginzinnen die ooit zijn verschenen. \u2018Maandag. Kloten. Man weg. Koffers gepakt, verdwenen. Moest nog wel even zeggen dat-ie tien jaar ongelukkig was geweest.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Na de scheiding van Jaap was ze diep ongelukkig,\u2019 zegt tekenaar Peter Vos. \u2018Ze werd broodmager, leek wel een skelet.\u2019 Hoofdschuddend: \u2018Ach God, die arme schat.\u2019 Vos, op dat moment zelf net verlaten door zijn vrouw, woonde in die periode tijdelijk bij Renate in huis. \u2018Als ze terugkwam van therapie zei ze altijd: \u201cPeter, ik zal je precies vertellen waar het over ging. Dan hebben we twee therapie\u00ebn voor de prijs van \u00e9\u00e9n.\u201d\u2019<\/p>\n<p>In 1973 begon ze te kampen met gezondheidsklachten. Ze was opvallend snel moe, en kreeg steeds meer moeite met lopen. Op het Museumplein viel ze, op weg naar de tandarts, plotseling van haar fiets. \u2018Toen is ze naar ons toe gekomen\u2019, herinnert Joop Goudsblom zich, \u2018en heeft ze hier een tijd op de bank gelegen. Achteraf bezien was dat een van de eerste symptomen van haar ziekte.\u2019 Die ziekte werd in 1977 officieel gediagnosticeerd als multiple sclerose.<\/p>\n<blockquote><p>Konrad Boehmer verweet Rubinstein \u2018grove leugens, riooljournalistiek en CIA-koude-oorlogsdenken\u2019.<\/p><\/blockquote>\n<p>De lezer van <em>VN<\/em> wist toen nog niets van haar verslechterde gezondheid. Renate stortte zich met volle overgave in nieuwe polemieken. Al begonnen die soms onverhoeds. In de eerste week van 1975 bezocht ze China, in het kielzog van minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel. Op basis van haar verblijf van slechts vijf dagen schreef zij <em>Klein Chinees Woordenboek<\/em>. Volgens critici was het een broddelwerkje van een juffrouw die zich vijf dagen door de Chinese overheid heeft laten f\u00eateren. Haar \u2018eigen\u2019 <em>PC<\/em> repte zelfs van \u2018Jood in Arabi\u00eb, Goi in Isra\u00ebl, Trut in China\u2019.<\/p>\n<p>De reactie van Konrad Boehmer \u2013 \u2018Vijfdaagse egotrip van Tamar\u2019, een paginagroot verhaal in <em>De Nieuwe Linie<\/em> \u2013 was het scherpst. Hij verweet de columniste \u2018grove leugens, riooljournalistiek en CIA-koude-oorlogsdenken\u2019. Renate reageerde daar in haar column vlijmscherp op: \u2018Doctor\u2019 Boehmer had een artikel geschreven \u2018dat je eerder een arrestatiebevel dan een polemiek zou kunnen noemen\u2019. Daarop schreef Boehmer een brief aan de redactie waarin hij fijntjes opperde: \u2018Het enige dat Tamar weer aan haar verstand kan brengen is een dikke lul in haar druipnatte kont en dat weet langzamerhand heel Nederland.\u2019 Ondanks het verbod van Boehmer werd de brief geplaatst. Op klemmend verzoek van Renate zelf.<\/p>\n<h5>Geen \u2018vrouwenvrouw\u2019<\/h5>\n<p>In 1979 volgt <em>Hedendaags feminisme<\/em>, een bundeling van negen stukken over \u2013 of eigenlijk t\u00e9gen \u2013 het feminisme. \u2018Ze haten de cultuur,\u2019 noteerde ze over feministen, \u2018ze haten talent, ze willen de beeldenstorm overdoen en de spelling vereenvoudigen. Geen man die in vrouwen de intelligentie zo haat als deze, zich \u201czusters\u201d noemende kleuterschooljuffrouwen.\u2019 De reacties uit de feministische hoek laten zich raden. Maar Renate was nu eenmaal geen \u2018vrouwenvrouw\u2019, taxeert Maarten \u2019t Hart. \u2018Ze duldde sowieso geen enkele vrouw in haar omgeving. Als je met een dame bij haar op bezoek ging, dan verbleekte dat gezelschap onmiddellijk bij haar. Renate was een probaat middel om van je verliefdheid te genezen. Daar deed ze ook enorm haar best voor.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>&#8216;Renate kon slecht met vrouwen opschieten, had heel weinig vriendinnen. Ja, Annie Schmidt. Maar die was oud en blind, en dus ongevaarlijk.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>En soms hanteerde ze daarbij onorthodoxe maatregelen. \u2018Ik ben ooit bij haar op bezoek geweest met tekenares Dorinde van Oort. Renate zat toen al in een elektrische rolstoel. Ze reed expres tegen Dorinde aan. Daar was ik een beetje stil van. Ze kon slecht met vrouwen opschieten, had heel weinig vriendinnen. Ja, Annie Schmidt. Maar die was oud en blind, en dus ongevaarlijk.\u2019<br \/>\nDe scherpste polemieken waarin Renate verzeild raakte, waren die met Piet Grijs. Jarenlang kruisten ze in de <em>VN<\/em>-kolommen de degens met elkaar. Renate weet dat aan de relatie die zij en Brandt Corstius in 1963 met elkaar hadden gehad, en die door haar werd be\u00ebindigd.<\/p>\n<p>In 1984 barstte de bom. Tamar betwijfelde in de column \u2018Hoerenlopers\u2019 of M. Mus, de auteur van de rubriek \u2018notities van een bijstandsmoeder\u2019 wel werkelijk een bijstandsmoeder w\u00e1s. Met al die bijdragen in <em>VN<\/em> zat ze inmiddels echt wel boven bijstandsniveau, concludeerde Renate. Op dat moment mengde Grijs zich in de discussie. Hij verwees naar minister Ruding (van Financi\u00ebn) die een Endl\u00f6sung der \u2018bijstanders\u2019 zou voorstaan. Wie geen werk zocht, had ook geen recht meer op een uitkering. De \u2018bijstanders\u2019 waren de joden, en Ruding was dus de Eichman van deze tijd. Grijs besloot met: \u2018Ik zal elke week op Tamars schunnigheid reageren. Maar om ruimte te sparen zal ik dat per afkorting doen. Elk stukje zal ik afsluiten met de formule \u2018Tamaraboemdiejee\u2019. Die betekent: voorts ben ik van oordeel dat wat Tamar vorige week in dit weekblad durfde schrijven, weer haar gewone antisemitische schunnigheid is.\u2019<\/p>\n<h5>De Grote Bek<\/h5>\n<p>Renate was diep geschokt. Ze liet de hoofdredactie weten dat ze niet meer in <em>VN<\/em> wilde publiceren. \u2018Hoe kan ik,\u2019 schreef ze twee dagen na Grijs\u2019 aanval in een brief, \u2018nu nog met enige onbevangenheid over wat dan ook schrijven als ik weet dat elders, in hetzelfde nummer van <em>VN<\/em>, de Grote Bek tegen mij wordt opgezet?\u2019<\/p>\n<p>Het was een uiterst lastige, vervelende situatie, erkent Rinus Ferdinandusse. \u2018Joop van Tijn en ik hebben geprobeerd te bemiddelen. Joop heeft regelmatig tegen Hugo gezegd: kan het niet wat minder? Maar wat had ik moeten doen? Moest ik \u201cTamaraboemdiejee\u201d dan schrappen? Een columnist hoort volkomen vrij te zijn in wat ie schrijft. Als je dat principe \u00e9\u00e9n keer aantast, betekent het daarna niks meer.\u2019<\/p>\n<p>Brandt Corstius kijkt zelf met gemengde gevoelens op de kwestie terug. \u2018Ik ga dat Tamaraboemdiejee niet terugnemen. Waarom zou ik? Maar nee, ik zou dat nu niet meer zo doen. Ik geef onmiddellijk toe dat het verkeerd was. Het ging nat\u00fa\u00farlijk veel te ver. Maar we reageerden op elkaar. Zo gauw ze hoorde dat mijn vrouw kanker had, schreef ze dat mensen met kanker vaak niet genezen.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>&#8216;Ik meen lang niet altijd wat ik schrijf. En ik vermoed dat dat voor Renate ook gold.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>Ondanks het conflict denkt Brandt Corstius \u2018wel degelijk met grote genegenheid\u2019 aan Renate terug. \u2018We hebben samen heel leuke dingen meegemaakt, in de tijd dat we iets hadden. Dat ik haar later vanwege het uitraken van die verhouding ben gaan pesten is echt onzinnig. Ik werd er door haar zelfs van beschuldigd dat ik haar telefonisch lastig zou vallen. Ja zeg, alsof ik me daar mee bezig zou houden. Ik zag Renate als een waardige opponent. Juist dat antwoorden op elkaar was een deel van de sport. O ja. Z\u00e9ker. Ik heb het lange tijd als een spel opgevat, dat uiteindelijk scherpe randen kreeg. Maar we haatten elkaar niet. We waren op het hoogtepunt van onze ruzie allebei uitgenodigd bij een jubileum van de Vereniging van Letterkundigen. In de pauze zijn we samen gaan wandelen. Omdat ze toen al slecht liep, heb ik haar een arm gegeven. We hebben gearmd om Artis heen gewandeld. En waarom ook niet? Ik meen lang niet altijd wat ik schrijf. En ik vermoed dat dat voor Renate ook gold.\u2019<\/p>\n<h5>Door die MS in \u00e9\u00e9n keer tachtig<\/h5>\n<p>Na het conflict met Piet Grijs kreeg Renate drie maanden betaald verlof, die ze gebruikte om <em>Nee heb je te schrijven<\/em>, een opvallend openhartig boek over haar ziekte. \u2018Dit boek gaat over ziek zijn en over mij zijn\u2019, luidt de opdracht voorin. \u2018Je kunt die onderwerpen niet van elkaar scheiden. Het is dus een egocentrisch boek, vol goede raad aan mijzelf.\u2019 Door die MS was ze in \u00e9\u00e9n keer \u201ctachtig\u201d. Want zo v\u00f3\u00e9lde ze het. \u2018Nog levend ben ik al begraven. Op straat zag ik mensen lopen, wat lopen ze toch allemaal goed en krachtig. In de krant zag ik een advertentie voor make-up in de Bijenkorf. Nooit zou ik daar meer komen. Nooit meer winkelen, nooit meer Bijenkorf, naast mij spoedde het leven zich voort, maar ik zou er niet meer aan meedoen.\u2019<\/p>\n<p>Als ze de straat op ging, verplaatste ze zich in een knalrood invalidewagentje. \u2018Dat ding reed maar twintig kilometer per uur,\u2019 vertelt haar neef Maurits Rubinstein (de zoon van Renates broer Jan). \u2018Ik zei: laat mij er eens een middagje aan sleutelen. Toen heb ik hem opgevoerd tot veertig. Kon ze in elk geval iets verder komen.\u2019 Zijn tante benadrukte vooral de leuke kanten van haar situatie. \u2018Dat wagentje was net een botsautootje. We reden samen naar het Flevopark, waar ze een prachtige rododendronvallei hadden. Om de beurt gingen we keihard van de hellingen afscheuren. Als kinderen, die onbezorgd lol willen maken.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Simon Carmiggelt heeft haar leven zonder twijfel veel draaglijker gemaakt.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>De ziekte bleek sterk progressief. Al snel moest ze zich binnenshuis met een elektrisch scootertje verplaatsen. Tot haar grote verdriet, vertelt Maurits. \u2018Maar ook toen liet ze zich niet kennen. Ze had een kamer en suite, met twee deuren, waar je rondjes kon rijden. M\u2019n zusje Tamar en ik scheurden daar dus rond, terwijl Renate met een stopwatch onze rondetijden klokte.\u2019 Maurits kwam steeds vaker bij Renate thuis. Hij zag vanaf eind 1977 ook met grote regelmaat Simon Carmiggelt op bezoek komen. Daarmee was hij een van de allereersten die van de geheime relatie tussen Renate en Carmiggelt op de hoogte was. \u2018Carmiggelt heeft haar leven zonder twijfel veel draaglijker gemaakt.\u2019 De verhouding tussen de schrijver \u2013 volgens Renate \u2018de meest getrouwde man van Nederland\u2019 \u2013 en de columniste was gepassioneerd. In tien jaar tijd stuurde Carmiggelt haar meer dan duizend ansichtkaarten en tientallen brieven. Elke dinsdag en zaterdag kwam hij op bezoek.<\/p>\n<h5>Carmiggelt als trofee<\/h5>\n<p>Carmiggelt belichaamde datgene waar ze altijd naar gezocht had. \u2018Hij met zijn gave voor het vaderschap. Ik met het verlangen naar m\u2019n vader, we pasten bij elkaar als een deksel op een potje.\u2019 De relatie met Carmiggelt was een reddingsboei voor Renate, denkt psychiater Dries van Dantzig. \u2018Die ziekte was voor haar eigen vrouwbeeld heel slecht. Ze vond het vernederend om invalide te zijn. Dat er dan toch zo\u2019n interessante man als Carmiggelt op haar viel, was voor haar een kolossale opsteker. Carmiggelt was voor haar ook een trofee, een soort hertenkop met gewei aan de muur.\u2019<\/p>\n<p>Toch was de relatie voor haar ook zwaar, vermoedt Van Dantzig. \u2018Hij heeft nooit echt voor Renate gekozen. Dat vond ze erg verdrietig. Ze verkeerde in een voortdurende tweestrijd of ze het toch maar niet beter uit kon maken.\u2019 Ze besefte dat ze nooit echt een stel zouden zijn, zolang Carmiggelts vrouw Tiny leefde. \u2018Als het ooit uitgaat schrijf ik in de krant: God is niet dood. Hij is getrouwd en zijn vrouw neemt de telefoon op.\u2019 In november 1987 begeleidde Peter Vos Renate naar het Prinsengrachtziekenhuis, waar Carmiggelt was opgenomen. Het zou de laatste keer zijn dat ze Carmiggelt zag. Vos huivert bij de herinnering. \u2018Hij was doodziek, bijna doorzichtig. En zij in dat wagentje.\u2019 Hij rilt, wrijft het kippenvel van z\u2019n armen. \u2018God, wat een drama.\u2019<\/p>\n<h5>Gevleid door Beatrix<\/h5>\n<p>In 1985 wist Renate Rubinstein vriend en vijand te verrassen door op uitnodiging van het Koninklijk Huis een interviewboek te maken met de dan zeventienjarige kroonprins Willem-Alexander. Aanvankelijk zei ze \u2018nee\u2019 tegen het verzoek; zij had immers in 1966 nog op de barricades gestaan tegen het huwelijk van Beatrix en Claus. Al was ze, zegt neef Maurits Rubinstein, wel gevleid door het feit dat Beatrix een persoonlijke voorkeur voor haar als auteur van zo\u2019n boek bleek te hebben. \u2018Maar ze voelde zich er vooral te oud voor. Hoe kon zij, als dame van in de vijftig, ooit contact maken met een jongen van zeventien? Ze vertelde me erover toen ik op bezoek kwam. Ik zei: \u201cAch joh, da\u2019s toch hartstikke leuk dat je daarvoor gevraagd wordt. Dat moet je d\u00f3\u00e9n!\u201d \u201cGoed,\u201d zei ze, \u201cmaar dan moet jij mee.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Maurits herinnert zich het verblijf in Engeland, waar Willem-Alexander toen studeerde, als \u2018tien dagen lol\u2019. \u2018We hebben met z\u2019n drie\u00ebn enorm veel plezier gehad. Beatrix en Alexander vonden het achteraf ook een heel leuk boekje. In mijn eigen exemplaar heeft Renate voorin geschreven: \u201cVoor Maurits, tolk in kinderland\u201d.\u2019 Joop Goudsblom is beduidend minder van Alexander gecharmeerd. \u2018Het was leuk voor Renate dat ze ervoor gevraagd werd. Maar diep in mij riep een republikeins kereltje dat je zoiets niet moet doen. Ze werd uiteindelijk toch steeds meer establishment.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Er restte Renate nog \u00e9\u00e9n opdracht: de liefde tussen haar en Carmiggelt beitelen in woorden.<\/p><\/blockquote>\n<p>Met de dood van Simon Carmiggelt, op 30 november 1987, sloeg de motor van haar bestaan af. Een jaar later werd ze op de radio ge\u00efnterviewd door Ischa, samen met Annie M.G. Schmidt. Het leven is leeg geworden, zei ze bij die gelegenheid. \u2018Ik mis Simon Carmiggelt en Hein Donner. En Dick Hillenius (<em>VN<\/em>-columnist, CV) is ook al dood. Ze laten een leegte achter.\u2019 \u2018Het feit dat die mensen er niet meer zijn, verandert de wereld,\u2019 zei Ischa. Renate beaamde dat volmondig. \u2018Het maakt de wereld kaal.\u2019 Annie Schmidt viel haar bij. \u2018Als goede vrienden dood zijn, blijf je ze missen.\u2019<\/p>\n<p>Er restte haar nog \u00e9\u00e9n opdracht: hun liefde beitelen in woorden. Drie jaar lang schreef ze aan <em>Mijn beter ik<\/em>, dat van haar pas na haar dood \u2013 \u00e9n die van Tiny Carmiggelt \u2013 mocht verschijnen. \u2018Ze heeft mij het manuscript laten lezen,\u2019 zegt Jaap van Heerden. \u2018Ik vond het een erg goed, ontroerend boek. Dat was ook echt de verzoening tussen ons. Onze smaken bleken niet uit elkaar gegroeid.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Ik ben er wel zeker van dat ze mij dat boek zullen verwijten\u2019, schreef ze twee weken voor haar dood aan Peter Vos. \u2018Ik vind dat een kutverwijt. Burgerlijk. Want lezen zullen diezelfde lui het wel.\u2019 Het maakte haar allemaal niet veel meer uit, in het zicht van het einde. \u2018Maak je geen zorgen over mij. \u201cWass kann euch noch passieren, ihr sterbt mit allen Tieren und es kommt nichts nachher.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Op 20 november 1990 schreef ze het nawoord van <em>Mijn beter ik<\/em>. \u2018Als hij er niet geweest was, zou ik mij al veel eerder een wegwerpartikel gevonden hebben. Wat ik aan hem dank is niet alleen het geluk, maar het leven zelf.\u2019 Het moeten zo ongeveer de laatste zinnen zijn die ze aan papier toevertrouwde. Drie dagen later, op vrijdagavond 23 november, hief ze voor het laatst het glas. \u201cHet smaakt een beetje bitter,\u201d zei ze. Een paar minuten later zat ze bewegingloos in haar stoel. Maar haar gezicht leek bijna te stralen, zag haar zus Gerda. \u2018Ze straalde volkomen rust en geluk uit. Alsof ze zeggen wilde: dit was wat ik wou. Ze was bevrijd van de pijn, van het verdriet.\u2019 Ze is begraven op Zorgvlied, op drie meter afstand van Dick Hillenius. In hetzelfde vak rust Hein Donner. Op een steenworp afstand liggen Annie Schmidt en Ischa Meijer.<\/p>\n<div class=\"col-xs-12\">\n<section id=\"article-body\" class=\"article-body mt-5\" data-article-content-element=\"\" data-article-uid=\"295403\" data-restricted=\"false\" data-has-full-content=\"true\">\n<div data-article-content-target=\"\">\n<div class=\"info-box\">\n<h5>PROVOCATIEVE IK-SCHRIJVER<\/h5>\n<p class=\"kader\">Renate Rubinstein (1929-1990) was een van de eerste columnisten in Nederland. Zij schreef onder de naam Tamar van 1961 tot 1990 wekelijks in VN over politiek en cultuur, maar ook over haar persoonlijke leven. Zij voerde vele polemieken, waaronder meerdere met een andere VN-columnist: Hugo Brandt Corstius (Piet Grijs). Na haar dood verscheen het boek\u00a0<em>Mijn beter ik<\/em>, waarin zij haar geheime verhouding met Simon Carmiggelt onthulde.<\/p>\n<\/div>\n<\/div>\n<\/section>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Renate Rubinstein was de eerste echte columniste van Nederland. Ze had een feilloos gevoel voor kwesties en controverses. \u2018In de Weinreb-zaak had ze ongelijk. Maar in het bestrijden van modieus links was ze haar tijd ver vooruit,\u2019 vindt haar ex-man Jaap van Heerden.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[3025,783],"class_list":["post-125817","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","tag-renate-rubinstein","tag-verhalen"],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125817","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125817"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125817\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125817"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125817"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}