
 {"id":125429,"date":"2006-01-14T00:00:00","date_gmt":"2006-01-13T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-stuwkracht-van-de-rouw\/"},"modified":"2006-01-14T00:00:00","modified_gmt":"2006-01-13T22:00:00","slug":"de-stuwkracht-van-de-rouw","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-stuwkracht-van-de-rouw\/","title":{"rendered":"De stuwkracht van de rouw"},"content":{"rendered":"<p>Joan Didion kon altijd al geweldig schrijven, maar met The Year Of Magical Thinking heeft zij zichzelf overtroffen. Didion, geboren in 1934, publiceerde vanaf eind jaren zestig een aantal romans, maar non-fictieboeken als Slouching Towards Bethlehem (1968) en The White Album (1979) zijn moderne klassiekers gebleken. Ze schreef over de meest uiteenlopende onderwerpen; van de verwaarlozing van kinderen van hippie-ouders tot het benauwend universum in de films van Woody Allen; van de misstanden in El Salvador tot het morele failliet van de Amerikaanse neoconservatieven. Vrijwel ieder onderwerp leent zich bij Didion voor essayistiek, en veel van die essays hebben de literaire spanningsboog van een Hemingwayeske short story.<\/p>\n<p>The Year Of Magical Thinking houdt het midden tussen een essay en een kleine autobiografie. Didion beschrijft wat haar overkwam nadat zij plotseling haar echtgenoot verloor, de schrijver John Gregory Dunne. Op een dag tussen kerst en oudjaar van 2003 kreeg Dunne een hartaanval. Het echtpaar zat tegenover elkaar aan tafel, ze hadden zojuist hun enige dochter Quintana bezocht, die in het ziekenhuis lag vanwege levensbedreigende complicaties bij een longontsteking. De hartaanval trof Dunne midden in een zin, midden tijdens een miniem handgebaar. Nog een paar weken en ze zouden precies veertig jaar getrouwd zijn geweest. The Year Of Magical Thinking beschrijft tevens het ziekbed van dochter Quintana. Bijna een jaar na de dood van Dunne overlijdt ook Quintana. Maar Quintana\u2019s dood blijft in The Year Of Magical Thinking ongenoemd.<\/p>\n<p>In NRC Handelsblad publiceerde Connie Palmen een opmerkelijk essay over The Year Of Magical Thinking. Sinds zij I.M. publiceerde, moet Connie Palmen zich naar eigen zeggen altijd over iets heen zetten als ze begint een boek te lezen over de dood van geliefden, of dat nu echtgenoten of kinderen zijn. Voor het handvol Nederlandse lezers aan wie het destijds is ontgaan: I.M. is Palmens autobiografische roman over haar relatie met Ischa Meijer, die eindigde met Meijers plotselinge dood. De reden dat zij zo haar reserves heeft tegenover die boeken is opmerkelijk. Al die boeken vertellen volgens Palmen in de kern hetzelfde verhaal. Rouwen \u2018gebeurt altijd op dezelfde manier\u2019, stelt ze. En ten dele vindt zij die \u2018gebrekkige originaliteit van de rouw\u2019 iets ergerlijks, zeker voor een schrijver. \u2018Zoveel literaire varianten vallen er niet te bedenken voor de toestand waarin de rouwende neergesmeten is.\u2019<\/p>\n<p>Dat is nogal een onverwachte constatering. Het is mijn ervaring dat rouwen nu juist lang niet altijd op dezelfde manier gebeurt. De verschijningsvormen van rouw kennen bijna geen grens of maximum. Palmen benadrukt dat alle rouw om een geliefde is te herleiden tot het verdriet om de toekomst die niet langer kan worden gedeeld, en dat is natuurlijk evident. Maar: de stuwkracht van de rouw werpt de achterblijver in de richting van uithoeken van gevoelens en gedragingen die naar verscheidenheid vrijwel onuitputtelijk zijn. Niets menselijks is de rouw vreemd, zullen we maar zeggen. In de literatuur \u2013 van mythe tot eigentijds egodocument \u2013 tref je de schier oneindige diversiteit aan van de stuwkracht van de rouw. Orpheus zwoer na het verlies van Eurydice alle vrouwen af. Hij richtte zich uitsluitend nog op jonge jongens. In Shakespeares Romeo and Juliet volgde Julia haar Romeo in de dood. In de roman Sabbaths Theatre van Philip Roth trekt de oude poppenspeler Mickey Sabbath zich woest af terwijl hij zich op het graf van zijn minnares Drenka heeft neergeworpen. P.F. Thom\u00e9se opent Schaduwkind, een reeks notities naar aanleiding van de dood van zijn dochter Isa van enkele weken oud, met een withete misantropie: \u2018God, wat haat ik de mensen. (&#8230;) Als het mogelijk is dat soms de verkeerden sterven, dan volgt daaruit dat er anderen dood hadden moeten zijn.\u2019 Kristien Hemmerechts verloor tot twee keer toe een heel jong kind. Zij schreef erover in Kerst en andere liefdesverhalen. Bij Hemmerechts richt de agressie zich niet op \u2018de anderen\u2019 maar op zichzelf. Ook al stierven beide kinderen buiten haar macht om, toch voelt de ik-figuur bij Hemmerechts dat zij schuldig is.<\/p>\n<p>Misantropie, doodsdrift, seksuele razernij, onredelijk schuldgevoel, zelfverwijt \u2013 het is maar een kleine greep uit de bodemloze voorraadkist van de rouw. Connie Palmen geeft toe dat aanpak, stijl, structuur van allerlei verhalen van de dood verschillen van haar eigen verhaal in I.M. \u2013 maar, concludeert ze: \u2018Het blijft hetzelfde verhaal.\u2019 Zou het kunnen zijn dat Palmen \u2018aanleiding\u2019 en \u2018verhaal\u2019 met elkaar verwart? Of, op een ander niveau, het \u2018vertelde\u2019 en \u2018het verhaal\u2019? Stijl en structuur vloeien niet voort uit het verhaal. Stijl en structuur bepalen het verhaal.<\/p>\n<p>Opvallend genoeg is Palmens stelling te nuanceren door I.M. met The Year Of Magical Thinking te vergelijken. De aanleiding voor beide boeken is identiek, maar de verhalen blijken volstrekt verschillend. De twee verhalen vormen elkaars fotonegatief. I.M. begint op het moment dat de twee geliefden elkaar ontmoeten. The Year Of Magical Thinking begint met de plotselinge dood van een van beide geliefden. I.M. is eerst en vooral een getuigenis van groot geluk, The Year of Magical Thinking juist een fenomenologie van de rouw. Inzet en uitwerking \u2013 en in het verlengde daarvan: stijl en structuur \u2013 vormen twee aan elkaar tegengestelde werelden.<\/p>\n<p>I.M telt 312 bladzijden. Op bladzijde 280 breekt het moment aan dat de ik-figuur het nieuws van de dood van haar man Ischa Meijer bereikt. Dan volgen dertig bladzijden van intense rouw. \u2018Geluk is een saai verhaal,\u2019 wil het gezegde, maar I.M. wil die vermeende saaiheid weerspreken. Het liefdesgeluk komt je in alle schittering en spektakel tegemoet, met een nogal sensationele kennismaking. I.M. zit boordevol dialogen van twee mensen die een meer dan gemiddeld talent voor geluk blijken te hebben. De een, Palmen, wist dat van zichzelf, maar had alleen de aanjager van dat geluk tot dan toe niet ontmoet. Halverwege I.M. zegt de ikfiguur bijvoorbeeld: \u2018Op jou heb ik me mijn hele leven voorbereid.\u2019 De ander, Meijer, had naar blijkt altijd over dat talent getwijfeld en het zelfs ontkend en gesaboteerd. Maar nadat ze elkaar hebben ontmoet, barsten de geluksgevoelens bijna uit de voegen van I.M.<\/p>\n<p>Als na het overlijden van Meijer een \u2018rauwe pijn\u2019 bezit neemt van de ikfiguur Palmen, is de schrijfster Palmen vakvrouw genoeg om ons door middel van dat pandemonium van groot geluk te geleiden naar het niemandsland van de rouw: \u2018Het scheurt in mij van de pijn (&#8230;).\u2019 \u2018Tegen zijn dood valt niet op te denken.\u2019 \u2018Rouw is rauw. Ik kan niets bakken van zijn dood, niets.\u2019 Iedere lezer met een beetje hart in zijn lijf zou de ikfiguur Connie Palmen willen troosten. Wat ons beroert is de ontoereikendheid van die aanvechting. Palmen hengelt ook helemaal niet naar troost, het slot van I.M. vertegenwoordigt \u2018het verlangen naar ontroostbaarheid\u2019, zoals Patricia de Martelaere het noemde in haar gelijknamige essaybundel. Over Romeo en Julia schrijft De Martelaere dat Julia het gemis van haar man als volgt ervaart: \u2018Ik wil niet getroost worden, ik wil alleen maar Hem terug.\u2019 I.M. eindigt met de welbegrepen ontroostbaarheid van de ikfiguur Palmen.<\/p>\n<p>In The Year Of Magical Thinking worden we nauwelijks in staat gesteld kennis te maken met de man om wie Didion rouwt. Sterker; de lezer krijgt geen gelegenheid zich een beeld te vormen van John Gregory Dunne. In sobere stijl wordt ons de korte voorgeschiedenis van zijn stervensmoment geschetst. Ook wat er daarna gebeurt, beschrijft Didion z\u00f3 kaal en sober dat het op de lezer bijna het effect krijgt van een \u2018taalnarcose\u2019. Ambulance, ziekenhuis, mortuarium, autopsie, opbaring, uitvaart, ongeloof, isolement, vlucht in het opdoen van kennis, vlucht in een maniakale oefening van het geheugen.<\/p>\n<p>Natuurlijk, er staan sc\u00e8nes in I.M. en The Year Of Magical Thinking die griezelig veel op elkaar lijken. Daardoor ben je geneigd aanvankelijk in te stemmen met Palmens idee over de onvermijdelijke beperktheid van de rouwklacht. In I.M. treft de ik-figuur in de koelkast een kleine pan soep aan die Ischa Meijer nog had gemaakt. Een aantal keren per dag haalt ze de soep uit de koelkast en snuift de geur op, totdat de soep bederft. \u2018Huilend, maar log van gelatenheid, gooi ik na ruim een week de soep in de wc-pot en trek door.\u2019<\/p>\n<p>In The Year Of Magical Thinking treft de vertelster het gsm-toestel van haar man aan. Zij plaatst het toestel direct in de oplader. Het opladen is noodzakelijk, gelooft ze. Tegen beter weten in is Didion ervan overtuigd dat haar man terugkomt. Daarom ook gooit ze zijn schoenen niet weg. Daarom ook houdt ze zijn garderobekast op orde. Daarom ook wil ze zo vaak alleen zijn. Opdat haar echtgenoot in alle rust terug kan keren. Ze wacht tot de dood hem brengt.<\/p>\n<p>Didion vergelijkt de halfbewuste ontkenning van de dood van haar echtgenoot met de manier waarop kleine kinderen denken. Die geloven dat je de werkelijkheid naar je hand kunt zetten door uit alle macht een bepaalde richting in te denken. En hoewel ze die kinderlijke neiging tot magisch denken in zichzelf onderkent, worden de obsessieve handelingen en gedachten niet minder. Integendeel, de obsessie strekt zich uit naar het gedeelde verleden. Kennis is macht, heeft Didion altijd geleerd, en nu forceert ze haar geheugen door terug te blikken op bepaalde momenten en incidenten uit het huwelijksverleden. Die momenten zijn, aldus Didion, misschien wel te herleiden tot vingerwijzingen naar de toestand waarin ze nu terecht is gekomen. Waren niet veel voorvallen en uitspraken van haar man niet een vooraankondiging van zijn afwezigheid? School de dood niet al in bepaalde intimiteiten? En als de dood er al was v\u00f3\u00f3r Johns feitelijke dood, is het dan niet voor hetzelfde geld mogelijk dat haar man in zekere zin nog leeft?<\/p>\n<p>Didion schrijft dat ze altijd heeft geleerd dat kennis controle betekent, inclusief controle over het gezond verstand. Ze leest Freuds Trauer und Melancholie; ze leest po\u00ebzie van Emily Post, W.H. Auden, proza van C.S. Lewis en Thomas Mann. Onrustbarend genoeg gaan in The Year Of Magical Thinking scherpzinnige essayistieke uitweidingen naadloos over in zinnen die sidderen van waanzin, shock en onmacht. In een moment van luciditeit bepeinst Didion het vliesdunne oppervlak van gezond verstand. Dat vlies vertoont zin voor zin meer scheuring en verpulvering.<\/p>\n<p>Allerlei dwanggedachten weerspiegelen zich in The Year Of Magical in een kaal en opzettelijk eentonig taalgebruik. Herhaling van woorden en zinsdelen dient tot bezwering van het verlies, maar ook tot bezwering van het geheugen. Met de voor haar kenmerkende precisie peilt ze de bijzonderheden van een onbeteugelbare waanzin. Overal in het boek verkleint Joan Didion zichzelf tot een schijnbaar sto\u00efcijnse notulist van het gemoed. Ze lepelt allerlei op het eerste gezicht triviale feiten op feiten op, in zinnen die telkens hetzelfde beginnen en die daardoor versuffend werken. De loze feiten krijgen het aanschijn van een mantra.<\/p>\n<p>Doordat in dit boek de vorm uitdrukt wat de schrijfster inhoudelijk niet kan doorgronden \u2013 de onbeteugelbare waanzin \u2013 ontstaat er een effect dat is te vergelijken met de anekdoten van sommige mensen die een bijnadoodervaring blijken hebben gehad. Deze mensen beschrijven meer dan eens dat zij zichzelf \u2018zagen liggen\u2019. Ze probeerden naar zichzelf te reiken, maar waren er getuige van dat hun ziel verwaaide, vervluchtigde. Door middel van een kale, uitgebeende taal probeert Didion telkens te reiken naar haar \u2018gezond verstand\u2019; diezelfde taal is er als het ware getuige van dat dit gezond verstand verwaait, vervluchtigt.<\/p>\n<p>In die bijna griezelig tastbare vervluchtiging tekent zich het allesbeslissende verschil af met I.M. Palmen constateert en Didion demonstreert dat tegen het verlies van haar man niet op valt te denken. Dit verschil markeert de waterscheiding tussen beide verhalen. In I.M. komt je al snel de gestalte van Meijer in woord en daad tegemoet; in The Year Of Magical Thinking wordt de ontroostbare persoon over wie je leest steeds transparanter, waardoor de \u2018naaktheid en de gekte\u2019 z\u00e9lf een eigen, autonome gestalte aannemen, lijkt het wel.<\/p>\n<p>P.F. Thom\u00e9se schreef in Schaduwkind: \u2018Er is ook een voelen dat de adem inhoudt, krijtwit wegtrekt, omdat de afgronden zich openen rondom en het dus maar het beste is om zijn persoon te verlaten (&#8230;).\u2019 Het mirakel is dat The Year Of Magical Thinking vorm geeft aan dat \u2018voelen dat de adem inhoudt\u2019. The Year Of Magical Thinking is een boek dat zin voor zin krijtwit wegtrekt, totdat er niets rest dan die geopende afgronden die de schrijfster achterlaat nadat zij \u2018haar persoon\u2019 heeft verlaten. Want d\u00e1t is waar de lezer getuige van is: iemand is bezig in het schrijven haar persoon te verlaten. I.M. eindigde met de ontroostbaarheid van het personage Palmen. The Year Of Magical Thinking eindigt ermee dat de schrijfster Didion de taal heeft bezwangerd met ontroostbaarheid. Het woord is rouw geworden. Dat proc\u00e9d\u00e9 is huiveringwekkend.<\/p>\n<p>Een \u00e1nder boek dat de dood adembenemend dicht nadert, Tolstojs De dood van Ivan Iljitsj, besluit met de laatste gedachte van de stervende Ivan: \u2018De dood is voorbij. Hij is er niet meer.\u2019 Daarna \u2018zoog (Ivan Iljitsj) lucht naarbinnen, bleef midden in zijn adem steken, strekte zich uit en stierf\u2019. Over Tolstojs meesterwerk schreef August Willemsen: \u2018Het boek kent geen enkele vrijblijvendheid. De lezer moet zich er, doodeenvoudig, bij neerleggen.\u2019 Woord voor woord geldt hetzelfde voor The Year Of Magical Thinking. Didions bundel The White Album uit 1980 opende met de zin: \u2018We tell ourselves stories in order to live.\u2019 Let wel: we vertellen niet zozeer elk\u00e1\u00e1r als onsz\u00e9lf verhalen, teneinde te kunnen leven. The Year Of Magical Thinking is het meest dwingende verhaal dat Didion zichzelf vertelt teneinde te kunnen leven \u2013 maar de grens tussen leven en dood is aan het eind van het boek vrijwel doorschijnend geworden.<\/p>\n<p>The Year Of Magical Thinking stolt in de laatste alinea tot \u00e9en moment dat Didion destijds met haar echtgenoot deelde. In 1979 en 1980 woont het echtpaar twee jaar in Maleisi\u00eb en Singapore. Een aantal piepkleine eilanden die er toen nog waren, zijn nu onder zee verdwenen. En zij herinnert zich hoe ze in die twee jaar wel eens zwommen in de richting van rotsen en grotten vlakbij van een van die eilanden. Het heldere water steeg bij de wisseling van het getij soms overrompelend snel. \u2018The tide had just to be right. We had to be in the water the tide was right.\u2019 Iedere keer dat ze langs de rotsen zwommen, was Didion bang dat ze n\u00e9t dat enig juiste moment zou missen, dat ze tegen de rotsen zou slaan of dat ze juist door de stroming zou worden meegetrokken. Haar man was nooit bang. Je moest je eenvoudig overgeven aan de stroming \u00e9n aan het juiste moment. Je moest gewoon de stroom volgen. \u2018He told me that.\u2019 Het ging altijd goed.<\/p>\n<p>Joan Didion, \u2018The Year of Magical Thinking\u2019, Knopf, 240 pagina\u2019s, \u20ac 22,75<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Rouwen gebeurt altijd op dezelfde manier, beweerde Connie Palmen onlangs. Vreemd, want in de literatuur lijkt de voorraadkist van de rouw juist onuitputtelijk. En zo kaal, zo sober, zo indrukwekkend als in Joan Didions \u2018The Year of Magical Thinking\u2019 is het verdriet om het verscheiden van een geliefde nog niet vaak woord geworden.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Joost Zwagerman","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125429"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125429"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125429\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Joost Zwagerman","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125429"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=125429"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125429"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}