
 {"id":125389,"date":"2006-01-14T00:00:00","date_gmt":"2006-01-13T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/geen-lijntje-dat-zo-maar-aan-de-wandel-gaat\/"},"modified":"2006-01-14T00:00:00","modified_gmt":"2006-01-13T22:00:00","slug":"geen-lijntje-dat-zo-maar-aan-de-wandel-gaat","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/geen-lijntje-dat-zo-maar-aan-de-wandel-gaat\/","title":{"rendered":"Geen lijntje dat zo maar aan de wandel gaat"},"content":{"rendered":"<p>De interessantste tekenaars van The New Yorker komen al een aantal jaren uit Nederland, Belgi\u00eb en Frankrijk: Semp\u00e9, Benoit van Innis, Ever Meulen, Joost Swarte, Loustal, Fran\u00e7ois Avril, Floc\u2019h en Petit-Roulet. Het zijn tekenaars die het cartoonisme en het traditionele striptekenen achter zich hebben gelaten. Hun tekeningen zijn grafische hoogstandjes. Door hun eigen stijl, ironie en melancholie werden het individuele kunstenaars met een heus oeuvre.<\/p>\n<p>Deze Nederlandse, Belgische en Franse kunstenaars behoren allemaal min of meer tot de school van de \u2018klare lijn\u2019, de strakke stijl waarin strips als Kuifje en Blake &#038; Mortimer zijn getekend. Maar Fran\u00e7ois Avril en Philippe Petit-Roulet behoren nog tot een andere school. In de jaren tachtig en negentig vormden zij met Philippe Dupuy en Charles Berberian de \u2018Ecole Pigalle\u2019. Dat was niet alleen omdat ze allemaal bij elkaar in die Parijse buurt woonden, maar vooral omdat ze in de klare lijn tekenden en een grootstedelijke melancholische sfeer in hun werk gemeen hadden. Het waren tekenaars die niet op het effect uit waren, maar een beheerst verhaal wilden vertellen in tekeningen, en met personages die op een literaire manier (dus bedachtzaam) met het leven omgingen.<\/p>\n<p>Met hun inmiddels vermaarde reeks albums over Meneer Johan brachten Dupuy en Berberian de literatuur in het getekende verhaal. Ze hebben zich voor hun personage van Meneer Johan altijd schatplichtig verklaard aan Petit-Roulet en Fran\u00e7ois Avril omdat die in hun gezamenlijke boek Soirs de Paris iemand opvoerden die hun tot Meneer Johan zou hebben ge\u00efnspireerd. De naamloze figuur van Avril en Petit-Roulet (het boek heeft geen tekst) is een antiheld, iemand die het leven niet neemt zoals het komt, maar erover nadenkt, niet met alles meedoet, zijn neurotische kanten heeft en hecht aan nuances. Dat werd ook kenmerkend voor de verhalen over Meneer Johan.<\/p>\n<p>Philippe Petit-Roulet en Francois Avril ontwikkelden zich tot de minimalisten van de Ecole Pigalle. En dan speciaal Petit-Roulet: als \u00e9\u00e9n tekenaar het principe \u2018minder is meer\u2019 vertegenwoordigt dan is hij het. Een streepje dat minimaal naar boven buigt is een lach. Een beetje naar beneden, en hetzelfde streepje is het droevigste gezicht van het westelijk halfrond. Twee puntjes worden welsprekende ogen. Een verticaal lijntje voorzien van een minuscuul dwarslijntje aan het eind zorgt voor een delicaat neusje. De lijn van een gebogen rug drukt een diepmenselijke interesse uit. Dezelfde rug, maar nu met afhangende armen, verandert in totale moedeloosheid.<\/p>\n<p>Petit-Roulet is de \u2018Monsieur Simple\u2019 onder de hedendaagse tekenaars. Dat hij weet wat hij doet was te zien in The New Yorker van 12 augustus 2002. Daarin tekende hij een verhaaltje van vier sc\u00e8nes met de toepasselijke titel \u2018The minimalist\u2019. Op het eerste plaatje zien we een boom, een kunstschilder en een schildersezel met een maagdelijk wit doek. De boom staat op een zwarte streep: dat is de aarde. De schilder kijkt naar de boom. Hij besluit hem om te hakken en weg te gooien zodat hij alleen de zwarte streep overhoudt. Die zet hij met een tevreden mond (opklimmend streepje) op het doek. Het is een satire op Petit-Roulet zelf: het moet niet al te karig worden, zegt hij tegen zichzelf.<\/p>\n<p>\u2018Minder is meer\u2019 mag een nastrevenswaardig principe zijn, er zijn weinig kunstenaars die deze minimale weelde aan kunnen. Het is maar voor een paar weggelegd: voor Juan Mir\u00f3 of Paul Klee als het om de \u2018offici\u00eble\u2019 kunst gaat, voor Saul Steinberg of Fran\u00e7ois Avril als het om de wereld van de subtiel humoristische tekenaars gaat. Dat minimale is de uitkomst van een onverbiddelijk proces van abstrahering: het moet dwangmatig steeds met minder. Toch tekent Petit-Roulet niet echt in \u00e9\u00e9n stijl. Hij hanteert voor verschillende soorten illustraties, verhalen en boeken een iets afwijkend handschrift, maar het blijft steeds Petit-Roulet.<\/p>\n<p>De laatste jaren doet hij het niet meer zo vaak, maar er was een tijd \u2013 de eerste helft van de jaren negentig \u2013 dat Petit-Roulet de schets verhief tot de tekening zelf. Zo, in de vorm van gestileerde schetsen, tekende hij in 1992 het onlangs weer herdrukte Humpf et la Schockomobile. Dit is het verhaal over de uitvinder van een auto die er spijt van krijgt: iedereen schaft er een aan en raakt er aan verslaafd. De stad loopt helemaal vast door de epidemie van auto\u2019s. De tekeningen bestaan uit zwarte lijnen met veel wit ertussen, of het nu om huizen, auto\u2019s, straten of mensen gaat. Een hoofd is een rondje met vijf streepjes, twee voor de ogen, een voor de neus, twee voor de haren. Alles volgens het principe van de kindertekening, maar met maximaal volwassen effect.<\/p>\n<p>Sinds 1996 maakt Petit-Roulet voor The New Yorker volwassen kindertekeningen in elementaire kleuren. Hij doet alles wat volwassenen niet meer mogen doen: hij tekent poppetjes met raar gevormde hoofden, met spillebenen, handen zonder vingers en armen als knakworsten. Ogen, neus en mond worden, zoals gezegd, ook nu weer geleverd uit een voorraadje streepjes en punten, net als het haar dat uit de weelde van twee sprieten kan bestaan. Als er maar tegen de wetten van het verantwoorde en academische tekenen wordt gezondigd. Maar Petit-Roulet zondigt niet tegen de wetten van de perfectie: het moet er allemaal scherp en impeccable uitzien \u2013 geen lijntje dat zo maar in het wilde weg aan de wandel gaat.<\/p>\n<p>Toen Adam Gopnik in augustus in The New Yorker over de mineurstemming van het laatste jaar in Parijs schreef, hoefde je zijn artikel bijna niet meer te lezen als je de tekening had gezien die Petit-Roulet er bij maakte. Hij tekende een paar somber kijkende en gebogen lopende figuurtjes met op de achtergrond de Eiffeltoren, maar dan tot zijn essentie teruggebracht en in een bepaalde stemming gebracht: als een falende erectie hangt de Eiffeltoren van algehele treurnis voorover. Nog een wit wolkje in de egaal blauwe lucht en een toefje rood in een trui om het vele geel van de straat te breken, en klaar \u2013 simple comme bonjour, maar niemand doet het Petit-Roulet na.<\/p>\n<p>De vereenvoudiging van Petit-Roulet zit niet alleen in de manier van tekenen. Ook het idee moet bij hem op de rand van onnozel zijn om hem tot het uiterste te laten gaan. In de herfst van 2002 tekende hij voor The New Yorker drie sc\u00e8nes over een mannetje met een druipneus die onder een boom vol kleurige herfstblaadjes loopt. Op het moment dat de gemeenteveger de laatste bladeren bij elkaar veegt krijgt het mannetje in de tweede sc\u00e8ne een geweldige niesbui. Van schrik vallen alle blaadjes van de boom. Al kon hij het niet helpen: mannetje zelf in zak en as, en de veegman boos.<\/p>\n<p>Het allerallerverst in het vereenvoudigen met maximaal effect ging Petit-Roulet in de ontwerpen die hij maakte voor serviesgoed van de Duitse firma Ritzenhoff. Hij versierde wijnglazen, koffiekopjes, melkglazen, een theepot en een suikerpot. De thee- en suikerpot kregen een allercharmantst damesgezicht bestaande uit wat streepjes en een rood mondje. Voor een porseleinen doosje voor zoetjes had hij nog minder nodig, omdat hij de mond waar het zoetje door naar buiten komt, niet hoefde te tekenen. Dat was al een gaatje.<\/p>\n<p>Petit-Roulet (Parijs, 1953) begon in 1973 te tekenen voor het Franse blad Zinc. Tegen het eind van de jaren zeventig tekent hij voor striptijdschriften als l\u2019Echo des Savanes en in de daarop volgende jaren voor Charlie Hebdo en A Suivre. Zijn stijl heeft in het begin nog niets opvallends. Maar je ziet de verandering intreden in Face aux Embruns (1984), een album met getekende korte verhalen in samenwerking met de scenarist Didier Martiny. Daarin hanteert hij twee stijlen, een weinig oorspronkelijke cartoonachtige, en een veel strakkere, moderne stijl. Het cartoonachtige zal vrij snel verdwijnen, want een jaar later tekent hij in een losjes gehanteerde klare lijn complete albums over de zorgelijke filmregisseur Bruce Predator: Le coeur et la Boue, Macumba River en Syndrome du H\u00e9risson.<\/p>\n<p>In het begin van de jaren negentig ontstaat de echte Petit-Roulet. Dat is de tijd van Humpf et la Schockomobile en, in dezelfde stijl, de reclamecampagne die hij maakt voor de Twingo, het autootje van Renault (de voorganger van de Smart). Petit-Roulet vertolkte met zijn tekeningen perfect het karakter van het wagentje: het was een speelgoedautootje voor grote mensen. Het neemt weinig ruimte in, is aan alle kanten rond en heeft veel raam om alles in de wereld goed te kunnen zien. De Twingo en de tekeningen van Petit-Roulet waren jarenlang onafscheidelijk.<\/p>\n<p>Een nuance in zijn tekenstijl bracht Petit-Roulet aan toen hij een reeks tekeningen of gouaches maakte onder de titel Jazz Standards. Dat kreeg de vorm van een doos met vijftien litho\u2019s waarin de sfeer van de blues hangt, maar dan in Parijs. Elke tekening heeft de titel van een beroemd melancholisch liedje, en steeds zie je een man die de strekking van het liedje vertolkt: door eenzaam op een bankje voor zich uit te kijken, door eenzaam door een straat te wandelen, of in een caf\u00e9 te zitten. De nadrukkelijke sfeer van deze litho\u2019s verklaart misschien waarom Petit-Roulet iemand is die zich nooit laat interviewen. Voor zover mij bekend heeft hij \u00e9\u00e9n keer iets in het openbaar gezegd, als antwoord op de enqu\u00eatevraag welk boek als kind indruk op hem had gemaakt. In zes regels vertelde hij aan het tijdschrfit Lire dat hij als drie- of vierjarige uren en uren (\u2018des heures et des heures\u2019) had zitten kijken naar de details in de tekeningen van Jean de Brunhoff voor Babar.<\/p>\n<p>Wie aan tekeningen van schrijvers denkt, ziet niet meteen het werk voor zich van Petit-Roulet, maar eerder dat van de Amerikaan David Levine, de Nederlanders Siegfried Woldhek, Frits Woudstra of de Italiaan Tulio Pericoli. Petit-Roulet doet het dan ook nog niet zo lang (en is niet in Nederlandse tijdschriften te zien), maar zijn kinderlijke aanpak doet ook hier wonderen. Hij tekende tot nu toe Rimbaud, Bernhard-Henri L\u00e9vy, Moli\u00e8re, Bernard Pivot en de IJslandse zangeres Bj\u00f6rk. De vier kenmerken van het gezicht van Bernhard Pivot (de voormalige presentator van de Franse boekenprogramma\u2019s Apostrophes en Bouillon de culture): zijn grijze lokken, volle wenkbrauwen, bril met halve glazen en glimlach, worden door Petit-Roulet vluchtigjes aangeduid en ziedaar: Pivot compleet. Dat de IJslandse Bj\u00f6rk een verkleedpop is, heeft Petit-Roulet meteen gezien. Dat ze een humeur kan hebben als een verwende prinses is hem evenmin ontgaan.<\/p>\n<p>Het zou wel vreemd zijn als Petit-Roulets zogenaamde kinderlijke stijl niet tot kinderboeken had geleid. Hij maakte er tot nog toe vier in samenwerking met Lionel Koechlin, over Peluchon, een beertje dat in elk boekje gepest wordt door de drie kwajongens, de broers Loulou. In Le piano de Peluchon bederven ze het geluid van Peluchons piano door zich erin te verstoppen, in Le lapin de Peluchon willen ze de konijnenvriend van Peluchon opeten. De vader van Peluchon kan gelukkig goed toveren. Hij verandert de broers in drie smakelijke wortels, zodat het konijn wraak kan nemen door ze als zijn maaltijd te gebruiken. De broers zijn klassieke ettertjes en daar maakt Petit-Roulet ten volle gebruik van door ze een dynamische rol te laten spelen op uitgekiend gecomponeerde pagina\u2019s.<\/p>\n<p>Petit-Roulet is een tekenaar om wie je een tijdschrift koopt als er iets van hem in staat. Hij geeft elk onderwerp een verrassend aanzien. In Lire tekende hij in maart 2004 bij een groot artikel over het redden van mooie woorden. Bernard Pivot had tot het redden van woorden opgeroepen in zijn boek 100 mots \u00e0 sauver. Zo\u2019n onderwerp is in staat om veel los te maken,0 want er zijn veel taalgebruikers die zich als reddingsbrigadier willen opwerpen. De fantasie van Petit-Roulet voelt zich er ook goed bij. Voor het omslag tekende hij een man die rustig in zijn stoel zit te lezen. Maar tegen de rug van zijn boek is een ladder geplaatst. Die is voor de in witte jassen gestoken ziekewoordenbroeders. Die komen al aan hollen, een brancard tussen zich in. Op de binnenpagina\u2019s tekende hij woorden die als oude mannetjes met een stok uit een boek stappen en na vijf stappen in losse letters uiteenvallen. Wil iemand zelfs het woord \u2018subs\u00e9quemment\u2019 (dientengevolge) gered hebben? Dan wil Petit-Roulet het wel aan de ketting leggen. Simple comme bonjour.<\/p>\n<p>Alle boeken van Philippe Petit-Roulet zijn bij de grote internetboekhandels (Fnac, Amazon) te koop.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Als \u00e9\u00e9n tekenaar het principe \u2018minder is meer\u2019 huldigt dan is het de Fransman Philippe Petit-Roulet wel. Een streepje dat minimaal naar boven buigt is een lach, twee puntjes worden welsprekende ogen. Toch tekent \u2018Monsier Simple\u2019 niet echt in \u00e9\u00e9n stijl.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125389"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125389"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125389\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125389"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=125389"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125389"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}