
 {"id":125297,"date":"2006-01-21T00:00:00","date_gmt":"2006-01-20T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/vertalers-van-de-dood\/"},"modified":"2006-01-21T00:00:00","modified_gmt":"2006-01-20T22:00:00","slug":"vertalers-van-de-dood","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/vertalers-van-de-dood\/","title":{"rendered":"Vertalers van de dood"},"content":{"rendered":"<p>\u2018Mag ik de foto\u2019s nog \u2019ns zien van hoe hij er precies bij lag?\u2019 vraagt patholoog Bela Kubat, terwijl ze haar leesbril opzet. Een van de twee rechercheurs reikt haar de map aan met foto\u2019s die op de plaats delict zijn gemaakt. De dode man \u2013 twee dagen geleden gevonden in het water \u2013 ligt op een brancard, z\u2019n gymschoenen nog aan. Om z\u2019n nek een voetbalsjaaltje. Het is onduidelijk waaraan hij is overleden. Wel vallen de felrode plekken in z\u2019n gelaat op. Op sommige plaatsen is z\u2019n gezicht zelfs geheel ontveld. \u2018Ze trokken het laken eraf en toen ging de loszittende huid mee.\u2019<\/p>\n<p>Wanneer in Nederland iemand overlijdt en er twijfel bestaat over de doodsoorzaak, besluit de officier van justitie vrijwel altijd dat er sectie op het lichaam gedaan moet worden. Nabestaanden hebben daar geen zeggenschap over; het lichaam wordt tijdelijk door justitie in beslag genomen. Doel van een sectie, waarbij het lichaam geopend en onderzocht wordt, is het achterhalen van de doodsoorzaak. In geval van moord wordt altijd sectie gedaan. Zelfs wanneer iemand doorzeefd is met kogels, dient elke andere mogelijke doodsoorzaak te worden uitgesloten. Het blijft altijd denkbaar dat een slachtoffer aan een lichamelijk defect overleden is, of van schrik gestorven is aan een hartaanval. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor de strafoplegging.<\/p>\n<p>Gerechtelijke secties worden uitsluitend uitgevoerd door pathologen van het Nederlands Forensisch Instituut in Den Haag. Het NFI telt zeven pathologen \u2013 vier van hen zijn vrouw\u00a0\u2013 die jaarlijks gezamenlijk zo\u2019n zeshonderdvijftig doden onderzoeken. Van Pim Fortuyn, Theo van Gogh en Willem Endstra tot Nienke Kleiss, Louis S\u00e9v\u00e8ke en Anja Joos. Elke liquidatie, elk gezinsdrama trekt onder hun handen voorbij. \u2018Hier zie je de absolute dalen van de mensheid.\u2019<\/p>\n<p>Aandachtig leest Bela Kubat het rapport van de schouwarts, ellebogen op tafel, de handen gevouwen. De dode blijkt een alcoholist geweest te zijn. \u2018Hoe zag zijn woning eruit?\u2019 wil Kubat weten. \u2018E\u00e9n grote troep,\u2019 zegt de andere rechercheur. Dat is vaak een indicatie, weet de patholoog.<\/p>\n<p>De beide rechercheurs, de een werkzaam bij de tactische recherche, de ander bij de technische, hebben vaker een sectie bijgewoond. Maar voor hun jongere collega, een vrouwelijke stagiaire, zal het de eerste keer zijn. Bela Kubat legt haar geduldig uit waar ze straks getuige van zal zijn. Het lichaam zal eerst uitwendig onderzocht worden. Dan zal bijvoorbeeld bekeken worden of de rode gezichtsvlekken wel of niet postmortaal (na de dood) ontstaan zijn. Daarna zal het lichaam worden geopend. De organen zullen een voor een minutieus bekeken worden en onderzocht op eventuele afwijkingen. Vervolgens zal het hoofd worden geopend. \u2018Dan onderzoeken we de schedel en de hersenen.\u2019 Na afloop gaan alle organen samen met de hersenen terug in de buikholte. Nee, de hersenen gaan niet terug in het hoofd. Dat zou tijdens opbaring tot lekkage kunnen leiden. De leerling-agente begint gedurende het plastische expos\u00e9 steeds zorgelijker te kijken. Bijna moederlijk buigt Kubat zich naar haar toe, raakt even haar hand aan en zegt: \u2018Mocht u zich tijdens de sectie niet lekker gaan voelen, dan is dat absoluut geen schande.\u2019 Vanmorgen is er nog een rechercheur tegen de grond gegaan; een ervaren agent, die al ettelijke secties had bijgewoond. \u2018Maar,\u2019 waarschuwt Kubat, \u2018geef het wel even aan, zodat we u naar buiten kunnen begeleiden. Ga niet lopen doorbijten, want het gaat n\u00ed\u00e9t vanzelf over.\u2019 Om die reden wil Kubat ook liever niet dat rechercheurs een sectie van achter het glas in de kijkruimte gadeslaan. \u2018In hun eentje, achter dat glas, gaat het malen in die koppen. Als ik ze naast me heb, kan ik precies uitleggen wat ze zien. Benadrukken hoe verschrikkelijk mooi het menselijk lichaam in elkaar zit.\u2019<\/p>\n<p>De voorloper van de huidige afdeling pathologie, het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium, werd in 1951 opgericht door de vermaarde patholoog-anatoom dr. J. Zeldenrust. Dit Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie huisde lange tijd in Rijswijk, in \u00e9\u00e9n gebouw met het Gerechtelijk Laboratorium. In 1999 fuseerden beide onderzoekscentra tot het huidige Nederlands Forensisch Instituut, dat sinds vorig jaar gevestigd is in grijsbetonnen nieuwbouw in de Haagse wijk Ypenburg. Pathologie vormt sindsdien \u00e9\u00e9n afdeling met Toxicologie (waar het effect wordt onderzocht van lichaamsvreemde stoffen op het menselijk lichaam). De afgelopen jaren heeft het onderzoek zich sterk verbreed, zegt Michel Smithuis (44), hoofd van Pathologie. Het instituut heeft meegelift op de algemene roep om meer veiligheid. Onlangs pleitte de commissie-Posthumus, ingesteld naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord, nog voor meer geld en mankracht. Pathologie heeft sinds enige tijd ook forensische antropologen in huis (voor onderzoek van skeletdelen). Bovendien zijn er twee forensisch geneeskundigen aangetrokken, die in samenwerking met de politie onderzoek doen op de plaats delict. \u2018Onze werkzaamheden hebben zich uitgebreid tot ver buiten de sectiekamer.\u2019 Daarnaast hebben sommige pathologen zich toegelegd op specialismen, zoals kinderpathologie, neuropathologie en transportpathologie (onderzoek op slachtoffers van vliegtuig- en verkeersongelukken).<\/p>\n<p>Bela Kubat (48) werkt sinds drie jaar bij het NFI. Ze is gespecialiseerd in neuropathologie. \u2018Ik doe volledige secties, maar heb de hersenen als extra aandachtsgebied.\u2019 Ze let op beschadigingen van het brein; bij volwassenen \u2013 na een mishandeling met klappen op het hoofd \u2013 maar ook bij kinderen. \u2018Als een baby geschud wordt, ontstaat er rek op de zenuwuitlopers. Die raken daardoor beschadigd. Zo op het oog heeft zo\u2019n kindje geen letsel, maar op microscopisch niveau blijkt de schade enorm te zijn. Met speciale kleurtechnieken kan ik die letsels zichtbaar maken. Bij mishandeling van volwassenen bekijk ik hoe groot de feitelijke beschadiging is. Dat kan van belang zijn als er twee daders zijn, waarbij de een op het hoofd heeft geslagen en de ander in de buik heeft geschopt. De vraag is dan: wat is uiteindelijk het dodelijk letsel geweest?\u2019<\/p>\n<p>Kubat werd geboren in Tsjechi\u00eb. Ze kreeg de belangstelling voor pathologie van huis uit mee. Haar beide ouders waren werkzaam als patholoog, eerst in Praag, later in Nederland en Duitsland. Ze vertelden thuis regelmatig over hun werk. Maar ze mocht nooit mee naar secties. Terecht, vindt ze. Een sectie is een medisch onderzoek, geen attractie. \u2018Dode mensen hebben net zoveel recht op respect en privacy als wij. Ik tolereer ook nooit dat er bij een sectie grapjes over de overledene gemaakt worden. Die heeft er per slot van rekening zelf ook niet voor gekozen om op die tafel te belanden.\u2019<\/p>\n<p>Ann Maes (50) werkt sinds 1998 als patholoog voor het NFI. Aanvankelijk combineerde ze haar NFI-werk met een baan als klinisch patholoog in een ziekenhuis. Sinds drie jaar werkt ze fulltime als forensisch patholoog. Ze is gespecialiseerd in kinderpathologie. Per jaar komen er zo\u2019n vijftig kinderen de sectiekamer binnen. Maes onderzoekt daarvan \u2018zeker de helft\u2019. \u2018De kern van ons werk is dat we de doodsoorzaak proberen vast te stellen. Bij kinderen komt daar nog een dimensie bij. Ze zijn in ontwikkeling, zijn nog niet volgroeid. Dat betekent dat ze aanlegstoornissen, aangeboren afwijkingen kunnen hebben, die bij de doodsoorzaak kunnen meespelen.\u2019 Ze onderzoekt regelmatig kinderen uit \u2018asociale milieus\u2019. Dan draait de geruchtenmachine bij voorbaat al volop: hier klopt iets niet, het is vast de schuld van de ouders. \u2018Bij sectie komt dan soms een aangeboren hartafwijking aan het licht. Een keiharde doodsoorzaak, die niets met kindermishandeling te maken heeft. Dan kunnen die ouders best asociaal zijn, maar dat kind hebben ze in elk geval niet vermoord.\u2019<\/p>\n<p>Secties op kinderen verschillen in principe niet wezenlijk van secties op volwassenen, vindt Maes. \u2018Behalve dat je wel beseft dat er een leven in de knop is gebroken. Sommige secties blijven je bij, vooral heel dramatische gevallen. Ik herinner me een kindje dat ernstig verwaarloosd was. Dan ligt er een totaal vermagerd lijfje voor je op tafel. Dat is heel verdrietig. Maar dan zet ik toch de knop om. Anders kun je je werk niet goed doen. Als ik eenmaal bezig ben, heb ik er geen last van. Dat komt hooguit achteraf, als je meer over de omstandigheden hoort. Dan ga je zo\u2019n kindje voor je zien; in dat gezin, in dat dorp waar ze woonden. Dan wordt het een levend mensje.\u2019<\/p>\n<p>Vooral over gezinsdrama\u2019s kan Maes nog lang nadenken. \u2018Het afgelopen jaar hebben we verschillende zaken gehad waarbij meerdere kinderen door een van de ouders waren vermoord. Ik denk dan toch: wat hebben wij als gemeenschap nou gemist? Ik lees in de krant: \u201cJeugdzorg heeft gefaald\u201d. Ja, maar heus niet alleen jeugdzorg. Wij als buren zitten er toch ook naast? Wij falen net zo goed. Daar kan ik het meest over piekeren. De sectie op Savannah heb ik destijds niet zelf gedaan, maar ik ben er wel bij betrokken geweest. De sectie op het meisje van Nulde heb ik wel zelf gedaan. Dat spookt daarna wel door mijn hoofd: hoe kan het dat iedereen ziet dat het misloopt, en toch niemand iets doet?\u2019<\/p>\n<p>Ondanks haar ervaring schrikt Maes soms nog wel van sommige doden. \u2018Vooral wanneer er erg veel fauna aanwezig is. Ongedierte. Soms ligt iemand op tafel bijna te zoemen. Dan wacht ik eerst tot de assis\u00adtenten hem schoonmaken. En soms schrik je van de aanblik, als iemand totaal uit elkaar ligt. Het is echt heel raar als er onderdelen los liggen. Dat moet je eerst even een plek in je referentiekader geven.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Mensen denken vaak dat wij nergens meer van opkijken,\u2019 zegt patholoog Rob Visser, sinds vijftien jaar verbonden aan het NFI. \u2018Dat is een misvatting. Als ik een doodgestoken kindje zie, schrik ik in eerste instantie net zo erg als jij. Maar terwijl jij er vervolgens misschien een trauma aan overhoudt, zijn wij gewend om dat bliksemsnel te verwerken.\u2019 Visser (58) voelt zijn werk niet als een roeping, zegt hij. \u2018Ik vind het vooral erg interessant. Als een soort gids maak je feiten zichtbaar en geef je daar een interpretatie aan. Eigenlijk zijn wij vertalers; we zetten een stoffelijk overschot om in een leesbaar rapport.\u2019 Een patholoog moet, zegt Visser, vooral \u2018in de breedte\u2019 denken en vooral niet te snel conclusies trekken. De waarheid is vaak anders dan zij in eerste instantie lijkt. Neem bijvoorbeeld die man die in die uitgebrande auto werd aangetroffen. Hij was goeddeels verkoold, de huid was vrijwel verdwenen. \u2018Vreemd genoeg kun je binnen in het lichaam dan toch nog vaak goed onderzoek doen. Zo vond ik dus ook de perforatie in z\u2019n hart, die \u2013 laten we het vriendelijk zeggen \u2013 zeker niet aangeboren was.\u2019<\/p>\n<p>Visser is, net als z\u2019n collega\u2019s, arts. Het verschil met specialisten in een ziekenhuis is dat hij niet met levende mensen werkt. Maar zijn motivatie is minstens zo groot. \u2018Ik ben op zoek naar de waarheid. Als ik op basis van grondig wetenschappelijk onderzoek een bijdrage kan leveren aan iemands veroordeling of iemands vrijspraak, is dat uiteindelijk van belang voor de maatschappij.\u2019<\/p>\n<p>Met twee rechercheurs, \u00e9\u00e9n politiestagiaire, een journalist, een patholoog en een sectieassistent is de sectiekamer behoorlijk vol. En toch is de dode \u2013 een man van middelbare leeftijd \u2013 veruit het meest aanwezig. Hij ligt languit op de sectietafel, een roestvrijstalen plaat vol kleine gaatjes. Op een luier na is hij naakt. De rode vlekken in z\u2019n gezicht zijn van dichtbij nog vuriger dan op de foto\u2019s van de plaats delict. Om z\u2019n lippen een meewarige glimlach, die vooral minachting voor de aanwezigen lijkt uit te drukken. De nagels van zijn grote tenen zijn okergeel en elk zeker acht centimeter lang. Naast zijn linkervoet ligt \u2013 in een ongepaste grijnslach \u2013 zijn gebit. Bela Kubat inspecteert de lichaamshuid van de dode grondig. Sectieassistent John Barendrecht (47) keert de man op haar verzoek beurtelings op rug en buik. Bij elke wenteling stribbelt de dode in al zijn stramheid tegen, in lijkstijve tegendraadsheid. Meestal zijn bij een sectie twee assistenten aanwezig, om het lichaam te openen, de organen te verwijderen en na de sectie de dode weer in oorspronkelijke staat terug te brengen. Door omstandigheden werkt sectieassistent John Barendrecht vandaag alleen. Een van de rechercheurs is door Bela Kubat aangewezen als notulist. Zonder haar ogen van de dode man op tafel af te wenden, dicteert ze sonoor: \u2018Lijkstijfheid aanwezig aan gezichtsspieren en voetspieren. Er zijn roodpaarse, niet-wegdrukbare vlekken aan de rugzijde.\u2019 Dan buigt ze zich aandachtig over de plekken in het gelaat. \u2018Ik denk toch dat dit postmortaal ontstaan is,\u2019 stelt ze na enige tijd vast. Ook forensisch geneeskundige Daan Botter buigt zich over het gehavende dodenmasker. \u2018Lag-ie in stromend water?\u2019 vraagt hij aan de rechercheurs. Dat weten ze niet precies. \u2018Hij dreef langs de kant.\u2019 Het ziet er toch sterk postmortaal uit, vindt ook Botter. \u2018Ik denk dat het van de rietstoppels kan zijn.\u2019<\/p>\n<p>Dan wendt de sectieassistent zich nadrukkelijk tot de politiestagiaire. \u2018Ik ga nu het lichaam openen. Je mag gewoon blijven kijken, als je er maar wel attent op bent.\u2019 Met souplesse maakt Barendrecht vervolgens een grote Y-vormige incisie, van de sleutelbeenderen tot aan de navel. Het mes rubbelt door de huid en de daaronder liggende gelige vetlagen, als een stanleymes door Heuga-tapijt. Vervolgens worden beide huidflappen opzij gevouwen en komen de organen bloot te liggen. Eerst gaan de darmen eruit \u2013 als strengen saucijzen roetsjen ze door Barendrechts handen \u2013, daarna de andere organen. Met een lepel neemt Barendrecht monsters af van bloed, blaas-, maag- en darminhoud, die daarna in gestickerde buisjes gaan. Elk orgaan wordt door Bela Kubat gewogen en daarna ontleed op de uitsnijtafel. Ze snijdt ze in plakjes en dicteert per onderdeel haar bevindingen aan de notulerende rechercheur. \u2018In de maag goed herkenbare voedselbestanddelen.\u2019 De rechercheur schrijft ijverig het sectieformulier vol. \u2018Net een dictee,\u2019 fluistert hij tegen mij. \u2018Tot nu toe heb ik alles goed.\u2019 Z\u2019n vrouwelijke collega wordt ondertussen steeds stiller en witter. \u2018Gaat het nog met je?\u2019 vraagt Kubat. \u2018Je ziet zo bleek.\u2019 Ze knikt, maar met weinig overtuiging. \u2018En dan nu de motor,\u2019 gaat Kubat verder, terwijl ze het hart op de snijtafel legt. \u2018Kijk, dit is de aorta,\u2019 wijst de patholoog. \u2018Hoor je het gekraak? Dat is aderverkalking.\u2019 De motor wordt gewogen \u2013 vierhonderd gram \u2013 en daarna in plakken gesneden, waarbij Kubat elke centimeter geconcentreerd door haar gehandschoende handen laat gaan. \u2018Dit ziet er niet goed uit,\u2019 zegt ze. \u2018Hij had ernstige kransslagaderverkalking. Daar m\u00f3\u00e9t hij last van gehad hebben.\u2019 Daarna knipt ze soepel de spieren van de hals in ragfijne reepjes. Dan is het voor de stagiaire genoeg; op een holletje verdwijnt ze naar de gang. \u2018Ik werd niet goed van die lucht,\u2019 zegt ze, eenmaal buiten de sectiekamer. \u2018Heel verstandig dat je het zelf aangaf,\u2019 reageert Daan Botter. Hij adviseert haar om rustig op de grond te gaan zitten. \u2018Dan haal ik even een glas water voor je.\u2019<\/p>\n<p>Sectieassistent John Barendrecht is inmiddels begonnen met het lossnijden van de hoofdhuid, vlak onder de haargrens aan de achterkant van het hoofd. Het haar van de dode man wappert als een pruikje woest mee met elke beweging. Het hoofd rust op een steuntje, bloed sijpelt er in helrode straaltjes overheen. De hoofdhuid wordt vervolgens over de schedel naar voren getrokken \u2013\u00a0min of meer zoals je een T-shirt over je hoofd uittrekt \u2013 waarna alleen het bebloede doodshoofd resteert. Het gezicht rust als een verfrommeld gummimasker op de borst van de dode. Terwijl Barendrecht resoluut de zaag in de schedel zet, inspecteren de rechercheurs en ik opeens krampachtig de bouwtechnische aspecten van het systeemplafond en de afwerking der kozijnen. Ook de hersenen worden gewogen; ruim veertienhonderd gram. Tamelijk gemiddeld, oordeelt Kubat. Ze snijdt de hersenen in plakken. Een voor een worden de windsels zichtbaar. \u2018Moet je zien hoe fantastisch mooi dat in elkaar zit,\u2019 doceert Kubat lyrisch. De cr\u00e8mekleurige plakken steken kwetsbaar af tegen het kobaltblauw van de uitsnijtafel.<\/p>\n<p>Na zo\u2019n drie uur is de sectie ten einde. \u2018Ik heb geen doodsoorzaak kunnen vinden,\u2019 zegt Kubat tegen de rechercheurs. \u2018In elk geval geen tekenen van geweld. Jullie hebben geen zaak.\u2019<\/p>\n<p>Op de achtergrond is Barendrecht druk bezig om het lichaam weer te sluiten. De hoofdhuid wordt weer teruggetrokken, over de schedel teruggedrapeerd en met naald en draad zorgvuldig vastgenaaid. De organen en de hersenen verdwijnen een voor een in de buikholte. Alles gaat volgens voorschrift terug in het lichaam. Zo kan er indien nodig later altijd nog een tweede sectie worden gedaan. Het is, zegt Barendrecht, zijn streven om ervoor te zorgen dat een dode er na de sectie weer exact zo bij ligt als daarvoor. \u2018We proberen er altijd voor te zorgen dat iemand gewoon opgebaard kan worden. Iemand openmaken is prachtig, maar iemand netjes dichtmaken is net zo belangrijk.\u2019 Daarom was hij destijds ook geschokt door de uitlatingen van nabestaanden van Pim Fortuyn. Die beklaagden zich er op televisie over dat hij er na de sectie maar beroerd bij lag. De kogelgaten zag je nog gewoon in z\u2019n hoofd zitten. Barendrecht, hoofdschuddend: \u2018Dat kunnen wij natuurlijk nooit verhullen. Dat is de taak van de begrafenisondernemer, van degene die de overledene aflegt. Wij zijn er niet om de werkelijkheid te maskeren. Als we daaraan zouden beginnen, zouden we er met zeshonderdvijftig doden per jaar een dagtaak bij hebben.\u2019 Een doodenkele keer doet hij het wel. Barendrecht vertelt over een sectie na een gezinsdrama; drie jonge kinderen waren elk tientallen keren in hun gezicht gestoken. Van de begrafenisondernemer hoorde hij dat de nabestaanden de kinderen dolgraag wilden opbaren. \u2018Toen ben ik in nauwe samenspraak met de begrafenisondernemer uren in de weer geweest om hun gezichtjes te herstellen. Tot diep in de nacht.\u2019 Maar het \u00eds gelukt, zegt hij, met hoorbare trots. \u2018Die kindjes zijn opgebaard. Zoiets geeft me enorme voldoening. In dat verschrikkelijke verdriet heb je toch iets goeds voor die mensen kunnen doen.\u2019<\/p>\n<p>Een enkele keer krijgen de assistenten een compliment van nabestaanden. \u2018Maar dat gebeurt niet zo heel vaak,\u2019 zegt Charles Willemsen, net als John Barendrecht sectieassistent. Willemsen (32) koestert vol trots de brief die hij kreeg van de dochter van een overleden vrouw. De oude dame was vermoord door een familielid, dat haar nadien vilde. Eigenlijk heeft-ie niet eens extra z\u2019n best gedaan, vindt Willemsen. \u2018We proberen iemand altijd weer fatsoenlijk af te leveren. Maar die dochter schreef hoe gelukkig ze was dat ze haar moeder toch nog had kunnen zien. Zo\u2019n dankbrief vind ik verschrikkelijk leuk.\u2019<\/p>\n<p>Willemsen was eenentwintig toen hij via z\u2019n vader hoorde dat het NFI een assistent zocht. \u2018Mijn vader was bewindsliedenchauffeur. Soms reed hij ook pathologen. Hij hoorde van die baan en vroeg me of dat niet iets voor mij was.\u2019 Z\u2019n eerste dode weet hij nog precies. Het was een man die weken in het water had gelegen. Willemsen stond er huiverend bij te kijken. \u2018Ik dacht: moet ik d\u00edt gaan doen? Tegelijk vond ik het ook fascinerend.\u2019<\/p>\n<p>Langzaamaan leerde hij het vak. Hij mocht af en toe zelf een stukje dichtnaaien of een orgaan verwijderen. Inmiddels is hij al elf jaar zelfstandig sectieassistent.<\/p>\n<p>Het werk is zwaar, vindt Willemsen. \u2018Niet alleen geestelijk, maar ook fysiek. Je staat soms vier, vijf uur achtereen op je benen.\u2019 Tijdens het werk is bovendien grote voorzichtigheid geboden. \u2018We werken met vlijmscherpe messen. Je moet enorm oppassen dat je je niet verwondt. Zeker als je werkt met wat wij vuile lijken noemen (doden die in vergaande staat van ontbinding verkeren). Ik ga er voor mezelf altijd van uit dat een lichaam alle ziekten tegelijk heeft. Daarom zijn we ook beschermd met een spatbril, een mondlapje, een haarnetje, een schort en sloffen.\u2019<\/p>\n<p>Willemsen heeft er in dik elf jaar naar schatting zo\u2019n drieduizend secties opzitten. De meeste doden zijn hem niet bijgebleven. Ja, Pim Fortuyn natuurlijk wel. \u2018Zo\u2019n bekend iemand, dat is toch wel heel vreemd.\u2019 Andere secties zijn hem bijgebleven vanwege de merkwaardige omstandigheden. Zoals de dode die werd aangeleverd in beton. Een halve dag hebben ze staan hakken. In principe werk voor een professioneel steenhouwer. \u2018Maar die zit echt niet op zo\u2019n klus te wachten.\u2019 In al die tijd heeft hij nooit problemen met z\u2019n werk gehad. \u2018Je hebt geen emotionele band met die doden. In die zin is het niet zo belastend. Al zeg ik eerlijk dat ik ooit na zes kindersecties in \u00e9\u00e9n week heb gedacht: nu even niet. Dat gaat dan toch aan je knagen. Maar ook daar stap je wel weer overheen.\u2019<\/p>\n<p>Daan Botter (47) werkt twee jaar bij Pathologie. Als forensisch geneeskundige vertegenwoordigt hij een nieuw vakgebied binnen het NFI. Hij bezoekt de plaats delict, om ter plekke onderzoek te doen naar de omstandigheden waarin een dode is aangetroffen. \u2018In feite ben ik een soort vooruitgeschoven post. Ik bemoei me vooral met zaken waarbij sporen ge\u00efnterpreteerd moeten worden. Situaties waarbij er twijfel bestaat: Is dit nou een ongeluk of een misdrijf? Is die vrouw met dat gat in haar hoofd nou gevallen of is zij geslagen? En is deze dode wel gestorven op de plek waar hij gevonden is?\u2019 De technische recherche onderzoekt dat ook, maar gaat volgens Botter uit van andere feiten. \u2018Zij onderzoeken de technische sporen die zijn aangetroffen. Mijn expertise gaat uit van het menselijk lichaam. Ik kijk naar de letsels; op welke plaats ze zitten en hoe oud ze zijn. En ik vraag me af: kan iemand zichzelf die letsels hebben toegebracht?\u2019 Door onderzoek ter plaatse blijkt een sectie soms niet nodig. \u2018Als het scenario duidelijk is, dan adviseer ik de officier om geen sectie te laten doen.\u2019<\/p>\n<p>Botter heeft een fascinerend vak, vindt hij zelf. \u2018Je bent een scenario aan het formuleren, zonder dat er een verteld verhaal bij zit. Je moet alles herleiden uit wat je ziet.\u2019 Ergernis over de onkunde van veel gemeentelijke lijkschouwers is een van zijn drijfveren. Elf jaar lang werkte hij als forensisch arts bij de gemeente Amsterdam. \u2018Ik vond het eerlijk gezegd verbijsterend hoe lichtzinnig artsen omgaan met sterfgevallen, hoe klein de drang is om een doodsoorzaak boven water te krijgen. Artsen krijgen in Nederland nauwelijks onderwijs in hoe je naar een dode moet kijken. Ze denken: bij een dode is mijn werk afgelopen. Dan is er voor hen blijkbaar te weinig mogelijkheid meer tot hero\u00efek. Veel schouwartsen doen hun werk ook niet vrijwillig; het zijn vaak GGD-artsen die zijn aangewezen door de gemeente. Daardoor zijn ze dikwijls minder gemotiveerd om zich in zo\u2019n zaak te verdiepen. En als je niet gemotiveerd kijkt, zie je onherroepelijk dingen over het hoofd. Terwijl ik mezelf altijd voorhoud dat ik een van de weinige mensen ben die zo\u2019n overledene nog recht kan doen. Als er iemand verantwoordelijk is voor de dood van een ander mens, dan wil ik dat daar heel serieus werk van wordt gemaakt. Dan mag je niet vanaf de drempel toekijken en een overlijdensverklaring tekenen. Als het m\u2019n moeder was, zou ik ook willen dat haar recht werd gedaan.\u2019<\/p>\n<p>Botter is een groot voorstander van veel uitgebreider onderzoek naar doodsoorzaken. \u2018Vooral om beter inzicht te krijgen; waar gaan mensen nou precies aan dood? Nu is de statistiek gebaseerd op een vluchtige uitwendige schouwing door huisartsen die vaak niet of nauwelijks verstand hebben van lijken. \u201cNou, ik zie niks, dus het zal wel een hartdood zijn.\u201d Dus we gaan op dit moment in Nederland massaal dood aan hartstilstanden. Ja, h\u00e8 h\u00e8\u2026 als je mij door m\u2019n hoofd schiet, ga ik ook dood aan een hartstilstand.\u2019<\/p>\n<p>Patholoog Rob Visser onderschrijft dat er in Nederland onvoldoende gebeurt aan postmortaal onderzoek. Soms wordt hij geconfronteerd met regelrechte onkunde. Visser heeft het regelmatig meegemaakt dat er een overledene binnenkwam omdat de schouwarts \u2018mogelijke bloedingen in de buikholte\u2019 diagnosticeerde. De dode bleek op de buik inderdaad vaalblauwe verkleuringen te hebben. \u2018Gewoon de eerste tekenen van lijkverkleuring. Helemaal niets bijzonders dus. Kwestie van basiskennis.\u2019<\/p>\n<p>Maar het komt ook voor dat artsen een niet-natuurlijke doodsoorzaak over het hoofd zien. Visser memoreert de zaak van een man die dood was gevonden in huis. Rondom z\u2019n hoofd werd bloed aangetroffen. Typisch een maagbloeding, vond de schouwarts. Een medewerker van het uitvaartcentrum trof bij het opbaren bloed op het hoofdkussen aan. Visser: \u2018Dat kun je natuurlijk oplossen door simpelweg een ander kussen te pakken. Gelukkig vertrouwde de medewerker het niet en schakelde de politie in. Bij sectie kwam er een geweldige winkelhaak in z\u2019n hoofd aan het licht. Z\u2019n schedel bleek verbrijzeld. De schouwarts had het niet opgemerkt.\u2019<\/p>\n<p>Dat gebrek aan goede lijkschouwing heeft ernstige consequenties, zegt Daan Botter. \u2018Volgens schattingen blijven er in Nederland jaarlijks twee- tot driehonderd moorden onopgemerkt. Zo komen er waarschijnlijk veel meer kinderen om door mishandeling dan we nu denken.\u2019<\/p>\n<p>Er is op dit moment een voorstel in de maak om kinderen bij overlijden altijd door een onafhankelijke arts te laten schouwen. Botter is daar een hartstochtelijk voorstander van. \u2018Want het is voor de vaste huisarts een enorme stap om te zeggen: dit vertrouw ik niet. Hij moet toch verder met dat gezin, geeft dus liever maar een verklaring van natuurlijk overlijden af, met het idee: hopelijk hebben ze ervan geleerd. Dat kan natuurlijk absoluut niet.\u2019<\/p>\n<p>De buitenwereld reageert vaak enthousiast op haar werk, heeft Ann Maes gemerkt. \u2018Door een televisieserie als CSI heeft het vak iets glamourachtigs gekregen. Dat vind ik wel jammer, omdat het een vertekend beeld geeft. Het is helemaal niet glamoureus of spannend. Het is soms wel heel indrukwekkend. Als je meerdere slachtoffers hebt?\u2026 dat is verschrikkelijk. Laatst die drie doden in een caf\u00e9 in Rotterdam. Die komen gezamenlijk binnen. In \u00e9\u00e9n klap besef je de ontzaglijke impact die zoiets heeft. Ik kan me dan heel levendig voorstellen hoe dat geweest moet zijn; je zit gezellig in een kroeg en opeens komt er een gek binnen die mensen gaat neermaaien. Dat is een nachtmerrie.\u2019<\/p>\n<p>Maes had ook dienst op die zesde mei in 2002. Zo rond halfzeven \u2019s avonds, na de eerste berichten over de aanslag op Pim Fortuyn, wist ze: dit wordt een latertje. Toen trad ook het zogenoemde VIP-protocol in werking. Bij zaken met een grote maatschappelijke en politieke gevoeligheid wordt niet met \u00e9\u00e9n, maar met twee pathologen gewerkt. \u2018Dat hadden we al eens eerder gehad bij iemand van het Joegoslavi\u00eb-tribunaal.\u2019<\/p>\n<p>In principe is werken met twee pathologen je reinste overkill, beaamt Michel Smithuis, hoofd van Pathologie. \u2018Iedere dode is voor ons even belangrijk. Maar bij high profile-zaken speelt een enorme maatschappelijke druk mee. Mocht er achteraf discussie ontstaan, dan kunnen wij zeggen: het is door twee pathologen vastgesteld.\u2019<\/p>\n<p>Technisch gezien was de sectie op Fortuyn niet uitzonderlijk, analyseert Ann Maes. \u2018Het betrof gewoon schietletsel. Maar de toeters en bellen eromheen maakten het wel tot iets ongewoons. Door de context is zo\u2019n sectie toch wat geladen. We hebben eerst een grote voorbespreking gehad waarin ieders rol werd belicht. Dat doen we anders nooit. Daarna zijn we pas begonnen. In het begin is het even raar. Je denkt: goh, hij is het \u00e9cht?\u2026 Net als bij de sectie op Van Gogh. In eerste instantie denk je: jeetje, daar ligt Theo van Gogh. Maar daarna doe je gewoon je werk.\u2019<\/p>\n<p>Ann Maes deed de sectie op Van Gogh samen met haar collega Rob Visser. Ook voor Visser was die sectie enigszins ongewoon. \u2018Je voelt de shock die door het land gaat in het begin zelf ook. Ik ken \u2019m natuurlijk van televisie, heb een aantal van z\u2019n films gezien. Maar Theo op televisie is toch heel anders dan Theo hier op tafel. Je kruipt dus in je pathologenrol en doet je werk. Nat\u00fa\u00farlijk kijk je verbaasd op als je ontdekt dat z\u2019n keel is doorgesneden. Aan de andere kant heb ik hier genoeg andere gruwelijke dingen gezien. Ik herinner me nog een oude man die was doodgeschopt. Werkelijk weerzinwekkend. Ik dacht: nu zullen er wel grote stukken in de krant komen. Nou?\u2026 geen l\u00e9tter. Terwijl het z\u00f3 afschuwelijk was, gewoon niet onder woorden te brengen.\u2019 Op zo\u2019n moment kan hij echt medelijden met zo\u2019n slachtoffer voelen, zegt Visser ernstig. \u2018Ik besef wat hij doorstaan moet hebben, door welke hel hij de laatste momenten moet zijn gegaan. Maar dat kan ik ook bij een crimineel hebben, na een liquidatie. Hoe misdadig je ook geleefd hebt, niemand verdient het om op straat, tussen de vuilniszakken, te sterven.\u2019<\/p>\n<p>Op de eerste donderdag van de maand vindt na de lunchpauze in de bibliotheek van pathologie traditioneel een speciale bijeenkomst plaats. Tijdens het zogenoemde heilig uur komen alle pathologen en forensische artsen van het NFI bijeen om elkaar om advies te vragen. Daarbij gaat het meestal om ingewikkelde gevallen waarbij de doodsoorzaak niet makkelijk is vast te stellen. De bijeenkomst wordt heilig uur genoemd omdat er nooit buitenstaanders bij geduld worden; alleen pathologen en forensische specialisten hebben toegang. Forensisch geneeskundige Daan Botter is vandaag als eerste aan de beurt om z\u2019n collega\u2019s om raad te vragen. Wanneer de beamer de eerste beelden begint te projecteren, besef ik hoe onverstandig het was om m\u2019n lunch mee naar binnen te nemen. De foto\u2019s zijn gemaakt door Botter, in het huis van een oude man. Hij werd gevonden in de garage, met een gapend gat in z\u2019n hoofd. Aanvankelijk dacht de recherche aan een val, totdat sectie uitwees dat het wel degelijk om een misdrijf moest gaan. De dag erna bezocht Botter met zijn fototoestel de plaats delict. De kokosmatten op de garagevloer bleken bedekt met botspaanders, bloed en hersenweefsel. \u2018En er lag een wandelstok,\u2019 zegt Botter. \u2018Maar die was brandschoon.\u2019 Botter heeft ter plekke het bloedspatpatroon onderzocht, zo blijkt uit de foto\u2019s. Het wasrekje naast de vrieskist is in sinister donkerrood silhouet achtergebleven op de garagemuur. Daarna volgen foto\u2019s van de sectie zelf. Het gezicht van de dode is verkrampt tot een verdwaasde grimas die pijn en doodsangst verraadt. Het gat in het schedeldak \u2013 \u2018links temporaal\u2019 \u2013 heeft een doorsnee van acht centimeter. Tot vijf centimeter eronder is het brein volledig weggeslagen. \u2018Dit lijkt op het effect van herhaald geweld,\u2019 zegt Botter. In de garage zelf heeft de recherche geen moordwapen kunnen vinden. Wel een hamer, maar die was schoon. \u2018Mijn vraag aan jullie is: wat veroorzaakt nou zo\u2019n soort wond?\u2019 De pathologen drommen samen rondom de laptop van waaruit de beelden geprojecteerd worden om de foto\u2019s nog beter te bekijken. \u2018Links is de inslag ruwrandig en rafelig, rechts uitgescheurd,\u2019 constateert Daan Botter. Nee, dit kan nooit een normale hamer zijn geweest, denkt forensisch antropoloog Reza Gerritsen. \u2018Dan zou de schedel een ander breukpatroon vertonen.\u2019 De anderen zijn daar niet zo zeker van. \u2018Het afbrokkelpatroon kan bij oude mensen anders zijn.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Even voor alle duidelijkheid,\u2019 zegt patholoog Rob Visser, \u2018zijn we het er met elkaar over eens dat het geen accident is?\u2019 Dat lijdt geen enkele twijfel, blijkt uit de gezamenlijke reactie. De oude man is zonder enige twijfel vermoord. \u2018Het valt mij op,\u2019 gaat Visser verder, \u2018dat het voorwerp een scherp afgegrensd gebied heeft geraakt. Zou het een koevoet kunnen zijn geweest?\u2019 Nee, denken zijn collega\u2019s; daar is een koevoet te klein voor. \u2018Maar een koevoet maakt wel zo\u2019n hakkende beweging.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Waarschijnlijk is de tweede slag op de grond toegebracht,\u2019 zegt patholoog Hedwig Tromp (44), zich voorover buigend naar de laptop. \u2018Het lukt niet om iemand die wegloopt twee keer op precies dezelfde plek te raken.\u2019 Rob Visser aarzelt. \u2018Als hij op de grond geslagen is, dan zou aan de andere kant van z\u2019n gezicht toch de afdruk van de kokosmat te zien moeten zijn.\u2019 Alle mogelijke scenario\u2019s passeren vervolgens de revue. Maar na een halfuur intensief beraad moeten de pathologen zich gewonnen geven; ze kunnen geen gedetailleerd uitsluitsel geven over het moordwapen. Daarmee is het allerminst een nutteloze exercitie geweest, beklemtoont Visser. \u2018We kunnen de politie nu wel zeggen wat het zeker n\u00ed\u00e9t is: g\u00e9\u00e9n mes, en ook zeker g\u00e9\u00e9n toeval.\u2019 Dat is buitengewoon belangrijk, vindt ook zijn collega Hedwig Tromp. \u2018We hebben de hooiberg toch ietsje kleiner gemaakt.\u2019<\/p>\n<p>Ook Tromp wil haar collega\u2019s een zaak voorleggen. Ze toont foto\u2019s van een man die voorover liggend werd aangetroffen in een park. Zijn onderlichaam is nog geheel intact \u2013 tot z\u2019n tatoeages aan toe \u2013 maar zijn bovenlichaam is door ontbinding volstrekt onherkenbaar geworden. Zijn hoofd en borst zijn diepzwart en bespikkeld met vele honderden maden die als witte stipjes vanuit de rotte torso oplichten. Hoe kan er nou zo\u2019n groot verschil bestaan, wil Tromp van haar collega\u2019s weten. \u2018Het lijkt alsof er een warmtebron bij z\u2019n hoofd is geweest.\u2019 Ze heeft bij de sectie geen anatomische doodsoorzaak gevonden. \u2018Maar ik vind het verschil in postmortale verandering dusdanig groot dat ik vraagtekens houd.\u2019 Rob Visser denkt dat uitwendige factoren een rol moeten hebben gespeeld. Hij vertelt over twee doden die ooit in een huis werden gevonden; de ene nog redelijk intact, de andere sterk vergaan. Domweg omdat die laatste toevallig op een plek lag waar overdag de hete junizon kon komen. \u2018Zou het geen diervraat kunnen zijn?\u2019 \u2018Heb je coca\u00efne gevonden?\u2019 vraagt Daan Botter. Tromp knikt. \u2018Maar geen grote dosis.\u2019 D\u00e1t zou het dan heel goed kunnen zijn, zegt Botter. \u2018Maden die coca\u00efne binnenkrijgen, vreten sneller. Die krijgen zelf ook een kick.\u2019<\/p>\n<p>Een stabiel priv\u00e9leven is een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen blijven functioneren, zeggen bijna alle pathologen en medewerkers. Al vertellen ze thuis vrijwel nooit over hun werk. \u2018Mijn kinderen stellen wel eens vragen naar aanleiding van krantenberichten,\u2019 zegt Rob Visser. \u2018Dan antwoord ik altijd zeer terughoudend. Mijn vrouw kan er sowieso niet tegen. Ik heb ook helemaal geen behoefte om thuis over m\u2019n werk te praten. Mijn gezin is vooral m\u2019n fundament. Je maakt in dit werk heftige dingen mee. Dan moet het thuis stabiel zijn. Thuis zoek ik veiligheid, geen luisterend oor.\u2019<\/p>\n<p>Daan Botter is vader van twee jonge jongens. En toch gaat hij nooit met tegenzin op pad wanneer hij dode kinderen moet onderzoeken. \u2018Ik voel mij dan juist geroepen om heel goed onderzoek te doen. Die gruwelijke beelden projecteer ik ook nooit op m\u2019n eigen kinderen. Al ben ik \u2019s avonds na afloop altijd wel ongelofelijk blij om ze weer te zien.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Er zijn momenten, zeker bij kindersecties, die moeilijk zijn,\u2019 vertelt Bela Kubat. \u2018Niet eens zozeer tijdens het werk zelf. Bij een zwaar mishandeld kindje doe je de sectie, beschrijf je de letsels. Maar als ik dan \u2019s avonds thuis tot rust kom, kan het opeens opspelen. Ik ben voor het Rampen Identificatie Team na de tsunami drie weken in Khao Lak geweest. Dat was een geweldige kans, maar ook heel erg zwaar. Van \u2019s ochtends tot \u2019s avonds bleven de overledenen binnenkomen; mannen, vrouwen, jonge kinderen, oude mensen. Drie weken aan \u00e9\u00e9n stuk. Dat gaat dan toch door je hoofd spoken. Zeker nadat ik de plekken was gaan bekijken waar de verwoestingen hadden plaatsgevonden. Je ziet wat een horror dat geweest moet zijn. Hier ligt nog een kledingstuk, daar een kindersandaaltje. Dat maakt diepe indruk. Je praat erover met je collega\u2019s, je loopt af en toe even te janken. Dat vind ik heel normaal. Als ik er behoefte aan heb, dan huil ik even een potje. Een douche van binnen kan je hoofd weer heel goed schoonspoelen.\u2019<\/p>\n<p>Wie psychische problemen krijgt met de uitoefening van zijn vak kan terecht bij psychologen en maatschappelijk werkers. \u2018We hebben een afspraak gemaakt met een organisatie die gespecialiseerd is in traumabegeleiding,\u2019 zegt Michel Smithuis, hoofd van Pathologie. Tot nu toe heeft nog niemand van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Ook het ziekteverzuim op de afdeling is volgens Smithuis niet significant hoog. Sinds kort vindt er na kindersecties wel altijd een debriefing plaats, waarbij alle betrokkenen hun ervaringen kunnen delen. Dat werd voor het eerst gedaan na een gezinsdrama vorig jaar, waarbij een moeder haar kinderen vermoordde en daarna zelfmoord pleegde. Ann Maes deed destijds de secties. \u2018Zoiets heeft behoorlijk veel impact. Zelf had ik er geen nachtmerries over, maar andere collega\u2019s hadden er echt last van. Die namen het mee naar huis, droomden erover. We hebben toen uitvoerig met elkaar nagepraat, onder leiding van een psycholoog en een maatschappelijk werker.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het was een familiedrama met ernstige verminkingen,\u2019 herinnert forensisch geneeskundige Daan Botter zich. \u2018Als deskundige ben je twee hele dagen in zo\u2019n huis aan het werk, terwijl de slachtoffers er nog liggen. Daar is niet iedereen tegen opgewassen. Dan is het heel goed om na afloop met elkaar te praten. Het is voor het NFI van levensbelang dat mensen niet ongemerkt afbranden.\u2019 Of ze elkaar in dat opzicht ook in de gaten houden? Botter betwijfelt het. \u2018Ik denk toch in onvoldoende mate. De drempel om tegenover elkaar over de emotionele effecten van je werk te beginnen is vrij hoog. De meesten denken: ik werk hier, dus ik word verondersteld daar tegen te kunnen.\u2019<\/p>\n<p>In elk geval is het veel beter geregeld dan vroeger, vindt Rob Visser. \u2018Ik heb met het Rampen Identificatie Team gewerkt na de Bijlmerramp. Vierentwintig uur achtereen waren we in de weer met ernstig verbrande mensen. Van opvang achteraf was totaal geen sprake. Je moest het zelf maar uitzoeken. Dat is nu echt anders.\u2019 De meeste secties van de afgelopen jaren zitten nog wel in zijn hoofd, zegt Visser. Tot zijn spijt. \u2018Het gekke is: ik heb geen fotografisch geheugen, behalve voor de dingen die ik hier zie. Kennelijk maakt dat toch zoveel indruk dat het automatisch opgeslagen wordt. Dat heb ik eigenlijk liever niet. Eerlijk gezegd hoop ik dat ik die beelden kwijtraak als ik met pensioen ga. Het is onnodige ballast.\u2019<\/p>\n<p>Toch heeft zijn werk zijn mensbeeld niet negatief be\u00efnvloed. \u2018Hier zie je dagelijks de absolute dalen van de mensheid. Maar \u2019s\u00a0avonds zit ik regelmatig in de Sint Bavo naar een orgelconcert van Bach te luisteren. Dan beleef ik weer de toppen van de mensheid.\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De zeven pathologen van het Nederlands Forensisch Instituut verrichten ieder jaar sectie op honderden doden. Elke liquidatie, elk gezinsdrama trekt onder hun handen voorbij. Coen Verbraak liep met ze mee. \u2018Hier zie je de absolute dalen van de mensheid.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[183,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125297"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125297"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125297\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125297"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=125297"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125297"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}