
 {"id":125121,"date":"2006-01-28T00:00:00","date_gmt":"2006-01-27T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/postvn-nl-152\/"},"modified":"2006-01-28T00:00:00","modified_gmt":"2006-01-27T22:00:00","slug":"postvn-nl-152","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/postvn-nl-152\/","title":{"rendered":"post@vn.nl"},"content":{"rendered":"<p>Terug naar het vuur<\/p>\n<p>De hoopvol eindigende analyse die Maarten Asscher van de literaire uitgeverij geeft (\u2018Terug naar het vuur\u2019, VN, 21-1-2006), is uiterst informatief. Op \u00e9\u00e9n punt echter geeft Asscher een verkeerde voorstelling van zaken. Een intensieve rol van redacteuren bij de totstandkoming van literair werk beperkt zich zeker niet tot de periode n\u00e1 de Tweede Wereldoorlog. Ik noem om die stelling te illustreren drie degelijk gedocumenteerde voorbeelden uit de eerste helft van de twintigste eeuw: de vergaande inmenging van J.L. van Tricht van uitgeverij Van Loghum Slaterus in het werk van Theun de Vries, die van Herman Robbers in dat van J. Slauerhoff of de redactionele werkzaamheden van Johan van der Woude voor uitgeverij Veen. Uitgevers beschikten door ons beperkte taalgebied en de navenant weinig omvangrijke fondsgrootte niet over een grote staf. Maar zij konden wel vaak een beroep doen op onbetaalde hulpkrachten, die door hun redactionele werkzaamheden een grote invloed op de fondsvorming kregen. Het werk van schrijvers als H. Marsman, J. Slauerhoff, J.C. Bloem, Hendrik de Vries, S. Vestdijk, Gerrit Achterberg en de fondsen van de uitgeverijen Stols, Querido of Nijgh &#038; Van Ditmar zouden er heel anders hebben uitgezien als E. du Perron, J. Greshoff, P.N. van Eyck, Roel Houwink of Ed. Hoornik er niet waren geweest.<\/p>\n<p>Sjoerd van Faassen, Den Haag<\/p>\n<p>Terug naar het vuur (2)<\/p>\n<p>Uitgeverijen hebben volgens Maarten Asscher geen eigen gezicht meer. De povere uiterlijke kwaliteit van boeken, maar ook de veronderstelde focus op de literaire roman (ten koste van dichtbundels en essays) zouden het gevolg zijn van turbulenties binnen de redacties van concernuitgeverijen. Dat is natuurlijk onzin. De uiterlijke kwaliteit van boeken is in de eerste plaats een zaak van de uitgever en de productieafdeling en niet van de redacteur. De focus op de literaire roman komt door het inkoopgedrag van de boekhandel. Uit eigen ervaring weet ik dat er echt nog redacteuren zijn die net zoveel tijd besteden aan een dichtbundel als aan een roman. Hoewel Asscher zich in het begin van zijn artikel ernstige zorgen leek te maken over de redacties van de Nederlandse uitgeverijen, beweert hij later dat die eigenlijk toch niet zo nodig zijn. \u2018Die redactionele begeleiding zal zich dan verplaatsen naar literaire agentschappen (&#8230;) of naar de priv\u00e9sfeer van de schrijver.\u2019 Nu breekt mijn klomp en voorzichtig begin ik me kwaad te maken. Omdat er langer dan vijftig jaar geleden geen traditie bestond van redactionele begeleiding, aangeboden vanuit de uitgeverij, omdat Multatuli, Couperus, of Van Schendel zich door medewerkers van de uitgeverij niet zouden laten zeggen wat ze in hun manuscripten wel of niet moesten laten staan \u2013 alsof Roseboom, Zwagerman, of Grunberg dat nu wel zouden doen \u2013 of omdat T.S. Eliot de redactie van The Waste Land in handen heeft gelegd van Ezra Pound zou er getwijfeld moeten worden aan de rol van de huidige literaire redacties? Wat is dit voor baarlijke nonsens! Zonder mijn geweldige, gedreven en hoog gekwalificeerde redacteuren zou De Arbeiderspers nooit kunnen presteren op het niveau dat haar zo kenmerkt. De auteurs van onze uitgeverij kiezen voor onze uitgeverij vanwege hun waardering voor de redactie. Asscher wil eigenlijk wel \u2018terug naar het haardvuur van Flaubert, naar de collegiale toetsing van schrijvers onder elkaar.\u2019 Ik raad de heer Asscher aan Illusions perdues van Honor\u00e9 de Balzac (nog) eens te lezen of de dagboeken van de broertjes de Goncourt. Zo leuk was dat niet, daar aan die haardvuurtjes. Als we op de bres willen staan voor de Nederlandse literatuur, laten we dan wel een beroep doen op de mensen die we daarbij het hardst nodig hebben: gedreven mensen met smaak die houden van auteurs, teksten en lezers. Die mensen, meneer Asscher, werken in de Nederlandse literaire uitgeverijen. Het zijn onze redacteuren.<\/p>\n<p>Lex Jansen, Uitgever van De Arbeiderspers<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Terug naar het vuur De hoopvol eindigende analyse die Maarten Asscher van de literaire uitgeverij geeft (\u2018Terug naar het vuur\u2019, VN, 21-1-2006), is uiterst informatief. Op \u00e9\u00e9n punt echter geeft Asscher een verkeerde voorstelling van zaken. Een intensieve rol van redacteuren bij de totstandkoming van literair werk beperkt zich zeker niet tot de periode n\u00e1 [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3380,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125121"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125121"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125121\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"AndorT","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/3380"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125121"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=125121"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125121"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}