
 {"id":125089,"date":"2006-01-28T13:49:00","date_gmt":"2006-01-28T11:49:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-ontknoping-van-de-goudstikker-claim\/"},"modified":"2006-01-28T13:49:00","modified_gmt":"2006-01-28T11:49:00","slug":"de-ontknoping-van-de-goudstikker-claim","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-ontknoping-van-de-goudstikker-claim\/","title":{"rendered":"De ontknoping van de Goudstikker-claim"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Musea bereiden zich voor op teruggave<\/h3>\n<p>28-01-2006 <br \/>Lucette ter Borg en Hella Rottenberg<\/p>\n<p>Vrijdag 27 januari maakt staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan haar besluit bekend over de grootste en kostbaarste kunstclaim uit de naoorlogse geschiedenis. De erfgename van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker vraagt 267 werken in overheidsbezit terug. De staatssecretaris kan eigenlijk maar \u00e9\u00e9n besluit nemen: teruggave van het overgrote deel van de Goudstikker-schilderijen. <br \/>Als een militair geheim is het de afgelopen maand op het ministerie van OCW bewaakt: het besluit dat staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan deze week neemt over een claim van 267 kunstwerken in overheidsbezit die de erfgename van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker bij de Nederlandse staat heeft ingediend. Vrij Nederland heeft talrijke aanwijzingen dat de staatssecretaris op basis van het advies dat voor haar ligt eigenlijk maar \u00e9\u00e9n besluit kan nemen: teruggave van het overgrote deel van de Goudstikker-claim. Daarmee verwerpt zij de beslissing van de vroegere staatssecretaris Aad Nuis, die in 1998 de claim van de erven nog afwees.<\/p>\n<p>De claim van de Goudstikkers is de grootste en kostbaarste kunstclaim uit de naoorlogse geschiedenis. Onder de Goudstikker-werken in Nederlands bezit zitten topstukken van Hollandse meesters als Jan Steen, Gerard ter Borch, Jan van der Heyden en Salomon van Ruysdael. Veel van deze schilderijen zijn van zo groot belang dat ze al tientallen jaren permanent op zaal hangen van het Rijksmuseum, museum Boijmans Van Beuningen, het Mauritshuis en nog vele andere musea in Nederland. Goudstikker-schilderijen sieren bovendien de muren van het Kabinet der Koningin en van de ministeries van Algemene Zaken, Financi\u00ebn, Defensie en Justitie. Ook hangen ze verspreid over ambtswoningen en ambassades in de hele wereld: Athene, Rome, Wenen, Londen, Washington, Dublin, Berlijn, Brussel, Peking en Canberra.<\/p>\n<p>Conservatoren en museumdirecteuren spreken van een ramp, mocht de staatssecretaris besluiten tot teruggave. \u2018Een ontzettende aderlating,\u2019 noemt Pieter Biesboer van het Frans Halsmuseum het. Sjarel Ex, directeur van Boijmans Van Beuningen in Rotterdam spreekt van \u2018een ongel\u00f3\u00f3flijk verlies\u2019, en Doroth\u00e9e Cannegieter, van Rijksmuseum Twenthe, van \u2018enorme gaten in de vaste opstelling\u2019, als de Goudstikker-schilderijen worden weggehaald. De kunstwerken vertegenwoordigen een onschatbare waarde.<\/p>\n<p>Eind december stuurde de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog \u2013 kortweg Restitutie-commissie \u2013 haar advies naar Medy van der Laan. De staatssecretaris moet hier binnen vier weken op reageren. Dat het besluit van de staatssecretaris niet zal verschillen van het advies dat de Restitutie Commissie heeft gestuurd, staat buiten kijf. In de vier jaar dat de Commissie functioneert, heeft de staatssecretaris alle negentien adviezen opgevolgd.<\/p>\n<p>Alleen direct betrokkenen kennen de inhoud van het advies. Niet Marei von Saher, de claimer en schoondochter van Jacques Goudstikker. Niet haar advocaten \u2013 Dick Schonis van het Nederlandse Caron &#038; Stevens, en Larry Kaye van Herrick, Feinstein op Park Avenue in New York. Niet de directeuren van musea in Amsterdam, Rotterdam, Haarlem, Maastricht en Enschede.<\/p>\n<p>Maar instellingen en musea bereiden zich voor op teruggave. Het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld, dat Goudstikker-topstukken in bezit heeft als Het offer van Iphigeneia van Jan Steen, Cosimo III dei Medici in harnas van Gerard ter Borch en het Zijaanzicht op kasteel Nijenrode van Jan van der Heyden. Maar ook kleinere musea. \u2018Mocht het zo zijn dat alles daadwerkelijk teruggaat,\u2019 zegt Alexander van Grevenstein, directeur van het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, \u2018dan wil ik wel met OCW spreken over een vergoeding van de kosten die wij hebben gehad aan restauratie en onderzoek.\u2019 Het Bonnefantenmuseum bezit veertig Goudstikker-stukken, waaronder veel vroege Italiaanse panelen. De Italiaanse Goudstikker-panelen zijn nog niet zo lang geleden helemaal gerestaureerd en schoongemaakt, en beschreven in een fraaie bestandscatalogus.<\/p>\n<p>Doroth\u00e9e Cannegieter van het Rijksmuseum Twenthe: \u2018Wij hebben heel goed gezorgd voor de vier Goudstikker-stukken die we in bruikleen van het Instituut Collectie Nederland hebben. Ik zou het heel treurig vinden als dat handelswaar werd.\u2019<br \/>De brief met het advies van de Restitutie-commissie en het negenenzestig pagina\u2019s omvattende feitenrapport over de Goudstikker-zaak is op 27 december 2005 aan Van der Laan verstuurd. Volgens Evert Rodrigo, directeur collecties van het Instituut Collectie Nederland (ICN) dat kunst in overheidsbezit beheert, is er verder geen \u2018begeleiding\u2019 van de musea geweest. \u2018Dat hoeft ook niet,\u2019 zegt hij, \u2018want iedere museumdirecteur en conservator weet waar zijn of haar stukken vandaan komen.\u2019<\/p>\n<p>Bij navraag blijkt dat het ICN de musea wel degelijk heeft gewaarschuwd voor de naderende ontknoping van de Goudstikker-zaak. \u2018Ik ontving een brief van de directeur van het ICN, die op 29 december 2005 is gedateerd,\u2019 vertelt Sjarel Ex van museum Boijmans Van Beuningen. \u2018Daarin werd ik geattendeerd op het komende besluit van de staatssecretaris over de Goudstikker-claim.\u2019<\/p>\n<p>Ook Peter Sigmond van het Rijksmuseum heeft deze brief ontvangen: \u2018Met daaraan toegevoegd een lijst met alle Goudstikker-kunstwerken in ons bezit.\u2019 Over consequenties, zegt Sigmond, \u2018is niet gesproken. Maar dat hoeft wat mij betreft ook niet. Wij houden met alles rekening.\u2019<\/p>\n<p>Het Rijksmuseum heeft daarnaast opdracht gekregen van het ICN om geen Goudstikker-schilderijen meer in bruikleen af te staan aan musea elders. Aan het Frans Halsmuseum, dat een zeldzaam voorbeeld van vroege landschapsschilderkunst uit de Goudstikker-collectie bezit, is dezelfde opdracht verstrekt.<\/p>\n<p>Bij tenminste \u00e9\u00e9n museum is \u2018heel onlangs, twee weken geleden\u2019 \u2013 aldus een museummedewerker die anoniem wil blijven \u2013 in opdracht van het ICN een zeventiende-eeuws stilleven uit de Goudstikker-collectie getaxeerd. Op de vraag door wie het schilderij is getaxeerd en waarom, zegt Rodrigo van het ICN: \u2018Daar kan ik niet op ingaan.\u2019 Wel wil hij kwijt dat het ICN \u2018gewoon\u2019 bezig is met een integrale taxatie van zijn collectie. \u2018De laatste die we hielden was in de jaren zeventig.\u2019 Bij Boijmans Van Beuningen, Rijksmuseum Twenthe en het Rijksmuseum in Amsterdam is niets getaxeerd. Boijmans bezit een van de twee werken van Claude Lorrain in Nederlands bezit. \u2018Wat die opbrengt op een veiling?\u2019 vraagt Ex. \u2018Zes tot zeven miljoen euro.\u2019<\/p>\n<p>Jacques Goudstikker (1897-1940) verhandelde in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw kunst op een manier die ons tegenwoordig als onbestaanbaar voorkomt. Goudstikkers specialisme was de Gouden Eeuw en alle toppers uit die periode \u2013 Rembrandt, Van de Velde, Ruysdael, Van der Heyden en nog tientallen anderen \u2013 deden zijn kunsthandel aan de Herengracht of de toonzalen op zijn kasteel Nijenrode aan. Goudstikkers tweede voorliefde ging uit naar de vroege Vlaamse, Duitse en Italiaanse meesters.<\/p>\n<p>Goudstikker kocht op veilingen in Engeland, Duitsland, Amerika en Frankrijk. Met name bij het Berlijnse veilinghuis Lepke deed hij eind jaren twintig en begin jaren dertig goede zaken. De kunst op de Lepke-veilingen was afkomstig uit Russische particuliere collecties die door de sovjets waren geconfisqueerd en nu in ruil voor buitenlandse valuta werden aangeboden. Zo kwam Het zijaanzicht op Nijenrode van Jan van der Heyden uit de verzameling van de Romanovs. Twee meisjesportretten van Pietro Rotari (nu op de kamer van een topambtenaar bij Financi\u00ebn) kwamen uit de in beslaggenomen collectie van de Stroganoffs. De Stroganoffs eisten destijds vanuit Parijs hun in Berlijn geveilde kunst terug \u2013 vergeefs.<\/p>\n<p>Goudstikker stond met de grootste verzamelaars, met de directeuren van de belangrijkste musea in Nederland en daarbuiten op vriendschappelijke voet. Wilhelm von Bode, de beroemde Generaldirektor van de Gem\u00e4ldegalerie in Berlijn, beschouwde Goudstikker als een van zijn belangrijkste leveranciers. Ook de Rotterdamse grootindustrieel D.G. van Beuningen bracht dankzij \u2018hofleverancier\u2019 Goudstikker een verzameling van wereldklasse bijeen.<\/p>\n<p>Aan die toestand van voorspoed kwam abrupt een einde met de inval van de Duitsers op 10 mei 1940. De joodse Goudstikker besloot na veel getreuzel (\u2018Afscheid nemen is niet mijn sterkste kant,\u2019 schreef hij nog op 6 mei) op 14 mei met zijn vrouw D\u00e9si en hun zoontje Eduard Nederland te ontvluchten. In IJmuiden vond hij een boot die naar Engeland vertrok, maar op 16 mei viel hij door een luik in het ruim van het schip en overleed. Zijn zaakwaarnemer was vlak voor het vertrek van de familie overleden. De kunsthandel bleef onbeheerd achter.<\/p>\n<p>Ondanks het expliciete verbod van D\u00e9si Goudstikker werden de kunsthandel en de eigendommen \u2013 behalve kasteel Nijenrode en het kapitale pand op de Herengracht, bezat Goudstikker ook het buiten Oostermeer aan de Amstel \u2013 in de maanden na de capitulatie verkocht door degenen die zich van de kunsthandel meester hadden gemaakt. De eerste klant die zich aandiende, was Ernst Ostermann. Hij kocht de twaalfdelige serie \u2018maanden van het jaar\u2019-schilderijen van (een navolger van) Pieter Brueghel I. Via via kwamen deze schilderijen tijdens de oorlog in de collectie van rijksmaarschalk Hermann G\u00f6ring. Na de oorlog werden ze gerecupereerd. Op dit moment verblijven tien van deze twaalf schilderijen nog in het Noordbrabants Museum, twee zijn volgens een lijst van het ICN uit het museum gestolen.<\/p>\n<p>Op 1 juli 1940 kocht de Duitse collaborateur Alois Miedl de volledige kunsthandel. Maar G\u00f6ring stak er een stokje voor. Hij eiste op 13 juli 1940 de 779 beste schilderijen van de in totaal 1300 schilderijen die zich op dat moment in de kunsthandel bevonden voor zichzelf, plus twee plafondschilderingen van Gerard de Lairesse uit de Herengracht. Voor deze bulk-aankoop betaalde G\u00f6ring twee miljoen gulden. Later maakte hij een selectie uit deze 779 werken en verkocht de mindere stukken terug aan Miedl, die ze vervolgens weer doorverhandelde aan de kunstopkopers van Hitler en andere hoge nazi\u2019s. Miedl zelf betaalde volgens het contract van 13 juli 1940 \u0192550.000,\u2013 voor de panden Oostermeer, kasteel Nijenrode, het pand aan de Herengracht, en de resterende 621 kunstwerken. Het geld werd opzijgezet voor de erven-Goudstikker. Van de totale verkoopsom van 2,55 miljoen was na de oorlog nog 1,3 miljoen over.<\/p>\n<p>Na de bevrijding wilde D\u00e9si Goudstikker in eerste instantie alles terug wat verloren was gegaan. Het onroerend goed, de inventarissen, en natuurlijk de meer dan duizend Goudstikker-schilderijen die waren verdwenen. Van die duizend werden driehonderd, voornamelijk \u2018G\u00f6ring\u2019-schilderijen, uit Duitsland teruggehaald door de Nederlandse autoriteiten.<\/p>\n<p>D\u00e9si kreeg de keuze. \u00d3f ze hield het geld van de verkoop. \u00d3f ze kocht de schilderijen en het onroerend goed terug tegen betaling van het bedrag dat er in 1940 voor was gegeven. Daarnaast moest zij de Nederlandse staat de kosten van restitutie van de kunstwerken, opslag en verzekering vergoeden.<\/p>\n<p>Er volgden jaren van touwtrekken tussen de advocaten van Goudstikker en die van de overheid. Er gingen brieven heen en weer, waar geen of heel traag antwoord op kwam. Concept-schikking volgde op concept-schikking. Ondertussen begon de overheid al stukken uit de Goudstikker-collectie ten eigen bate te veilen. Uiteindelijk, in 1952, kwam een overeenkomst tot stand, waarbij de weduwe het onroerend goed en een deel van de schilderijen uit de Miedl-transactie terugkocht voor meer dan \u0192480.000,\u2013, maar van terugkoop van de G\u00f6ring-schilderijen afzag. D\u00e9si liet aan deze uiteindelijke schikking een uitgebreid considerans toevoegen, dat nu voluit door de Restitutiecommissie wordt geciteerd. Uit deze toevoeging blijkt hoe teleurgesteld zij was over de uitkomst, en hoe onthutst zij was dat de overheid zoveel moeite deed om haar dwars te zitten.<\/p>\n<p>In 1997 diende de schoondochter van Jacques Goudstikker, Marei von Saher, een claim in bij Aad Nuis, toen staatssecretaris van Cultuur. Marei von Saher eiste alle 235 Goudstikker-schilderijen terug (later aangevuld tot 267 schilderijen) die nog in Nederlands overheidsbezit waren. De claim werd in maart 1998 afgewezen. Er was rechtsherstel gepleegd, zei Nuis, en dat rechtsherstel werd niet meer overgedaan.<br \/>Die afwijzing vocht de erfgename aan.<\/p>\n<p>Nuis baseerde zich in zijn oordeel onder andere op een vijftien kantjes tellend rapport, dat onderzoeksters Anna Jonkhoff en Eelke Muller van de Inspectie Cultuurbezit opstelden. In dit rapport, dat in vergelijking tot het huidige rapport onvolledig is en ook op veel punten suggestief, concluderen de twee onderzoeksters dat D\u00e9si \u2018tot volle tevredenheid\u2019 van haar raadsheren een wettelijke schikking aanging. De teleurstelling van D\u00e9si, zoals uitgedrukt in haar considerans, vinden Jonkhoff en Muller \u2018onverklaarbaar\u2019.<\/p>\n<p>Het rapport van de Restitutiecommissie zet die teleurstelling in een verklaarbaar licht. Zo staat nu duidelijk opgesomd wat D\u00e9si allemaal is kwijtgeraakt. Behalve het verlies van goodwill van de kunsthandel, is er voor naar schatting zevenhonderdduizend gulden aan priv\u00e9bezittingen gestolen. Bovendien hebben Miedl en G\u00f6ring destijds de werken uit de oude kunsthandel tegen inkoopprijs overgenomen. Ook is een groot deel van de oude collectie van 1300 kunstwerken nog steeds zoek. Daarmee zijn miljoenen gemoeid.<\/p>\n<p>De Restitutiecommissie baseert zich in haar advies aan de staatssecretaris op de beleidslijnen die in 2001 zijn opgesteld door de Commissie Ekkart. Rudi Ekkart, van de Rijksdienst Kunsthistorische Documentatie in Den Haag, leidde tussen 1998 en 2004 een commissie die in opdracht van de overheid de herkomst onderzocht van meer dan vierduizend oorlogskunstwerken in Nederlands bezit. In 2001 kwam Ekkart met negen aanbevelingen. Twee zijn voor de Goudstikker-claim buitengewoon belangrijk.<\/p>\n<p>Ten eerste adviseert Ekkart \u2018het begrip \u201cafgehandelde zaken\u201d te beperken tot die zaken waarin door de Raad voor het Rechtsherstel of een andere bevoegde rechter een vonnis is gewezen of een formele schikking (&#8230;) is getroffen\u2019. Dit zou voor de Goudstikker-claim betekenen dat de Miedl-transactie, waarover in 1952 een schikking tot stand kwam, niet voor teruggave in aanmerking komt, maar de G\u00f6ring-transactie wel. Onder de G\u00f6ring-transactie vallen alle aan het begin van dit artikel genoemde topwerken die in het bezit zijn van rijks- en gemeentelijke musea.<\/p>\n<p>Het tweede advies van Ekkart maakt het teruggavebeleid nog soepeler. Hierin wordt aan het begrip nieuwe feiten, nova, \u2018een ruimere interpretatie\u2019 gegeven dan tot nu toe gebruikelijk. Ook \u2018afwijkingen\u2019 ten opzichte van de vonnissen die in het verleden zijn uitgesproken door de Raad voor het Rechtsherstel horen daarbij, \u2018alsmede de resultaten van veranderd historisch inzicht ten aanzien van de rechtvaardigheid en consequentie van het toen gevoerde beleid\u2019.<\/p>\n<p>Dit betekent dat op basis van voortschrijdend inzicht of een veranderde moraal een naoorlogse schikking herzien kan worden. Voor de erven Goudstikker houdt dit in dat niet alleen de G\u00f6ring-stukken, maar ook Miedl-stukken terug kunnen gaan.<\/p>\n<p>In het rapport wordt de claim onderverdeeld in vier categorie\u00ebn. 1: G\u00f6ring-kunstwerken. 2: Miedl-kunstwerken. 3: Ostermann-kunstwerken. En 4: kunstwerken waarvan onderzoek heeft uitgewezen dat ze geen eigendom zijn geweest van Jacques Goudstikker. Alleen van deze laatste categorie, die negen relatief onbelangrijke schilderijen en een serie van eenendertig kopergravures omvat, staat vast dat ze niet wordt teruggeven.<\/p>\n<p>Categorie 1 (G\u00f6ring) en 3 (de Brueghels van Ostermann) komen zo goed als zeker voor teruggave in aanmerking. Categorie 2 (Miedl) k\u00e1n voor teruggave in aanmerking komen, mits de Restitutiecommissie het begrip novum inderdaad ruim interpreteert. Namelijk als een rechtzetting van iets dat wij nu niet langer meer als rechtvaardig zien.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vrijdag 27 januari maakt staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan haar besluit bekend over de grootste en kostbaarste kunstclaim uit de naoorlogse geschiedenis. De erfgename van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker vraagt 267 werken in overheidsbezit terug. De staatssecretaris kan eigenlijk maar \u00e9\u00e9n besluit nemen: teruggave van het overgrote deel van de Goudstikker-schilderijen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[2889,269],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Hella Rottenberg, Lucette ter Borg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125089"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125089"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125089\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Hella Rottenberg, Lucette ter Borg","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125089"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=125089"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125089"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}