
 {"id":125085,"date":"2006-01-28T13:57:00","date_gmt":"2006-01-28T11:57:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-dramatische-ommezwaai-na-jaren-strijd\/"},"modified":"2006-01-28T13:57:00","modified_gmt":"2006-01-28T11:57:00","slug":"een-dramatische-ommezwaai-na-jaren-strijd","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-dramatische-ommezwaai-na-jaren-strijd\/","title":{"rendered":"Een dramatische ommezwaai na jaren strijd"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>28-01-2006 <br \/>Lucette ter Borg en Hella Rottenberg<\/p>\n<p>Toen oorlogskunst in Nederlands bezit eind jaren negentig plotseling groot in de publiciteit kwam, reageerde het ministerie van OCenW uiterst afhoudend en ambtelijk. Alles was na de oorlog goed en rechtvaardig afgehandeld: zaak gesloten. Negen jaar later blijkt die houding drastisch veranderd. Welke strijd ging daaraan vooraf? Welke krachten werkten er achter de schermen? Een reconstructie van bijna tien jaar teruggavebeleid in Nederland. \u2018Je neemt als staatssecretaris \u00e9cht wel de telefoon op als de Amerikaanse ambassadeur belt.\u2019 <br \/>Als het aan de voormalige staatssecretarissen van Cultuur Aad Nuis en Rick van der Ploeg had gelegen, zeggen ze nu, was Nederland \u2018meteen omgegaan\u2019 toen de oorlogskunst in Nederlands bezit eind jaren negentig groot in de publiciteit kwam. Dan had de overheid meteen veel kritischer tegen het eigen verleden aangekeken. Waarom gebeurde dat dan niet?<\/p>\n<p>Vrij Nederland sprak met ex-politici, voormalig topambtenaren, leden van de commissie-Ekkart, vertegenwoordigers van het World Jewish Congress in New York, Amerikaanse oud-ambassadeurs en erfgenamen in binnen- en buitenland die kunst van hun familie claimden. Alleen de erven Goudstikker wilden nu niet praten. Straks pas, als staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan haar definitieve besluit over hun claim heeft geveld.<\/p>\n<p>Het eerste kabinet-Kok vond het eng, d\u00f3\u00f3d-eng. Als er iets is wat ministers angst aanjaagt, dan is het controleverlies. En dat dreigde te gebeuren, toen in 1996 een stroom van berichten losbrak over diefstal van joodse bezittingen \u2013 niet door de nazi\u2019s, maar door keurige banken, verzekeringsmaatschappijen en overheden in een groot aantal Europese landen, ook in Nederland.<\/p>\n<p>De kwestie was gaan rollen door een internationaal onderzoek, waaruit bleek dat Zwitserse banken miljarden aan goud bezaten dat door de nazi\u2019s in de Tweede Wereldoorlog uit bezet gebied was geroofd. Ook geld, juwelen en andere waardevolle eigendommen die joodse burgers v\u00f3\u00f3r de oorlog naar Zwitserland hadden gebracht, waren nooit meer afgestaan. De internationale verontwaardiging was groot en groeide met ieder bericht en rapport, met elke getuigenis.<\/p>\n<p>De Amerikaanse senator Alphonse D\u2019Amato wierp zich op als kampioen van de joodse zaak en organiseerde in het najaar van 1996 een hoorzitting in het Amerikaanse Congres. \u2018Zwitserse burgers en firma\u2019s,\u2019 zei hij toen, \u2018trokken overduidelijk voordeel uit de holocaust, terwijl totaal geen aandacht werd geschonken aan de belangen van de overlevenden. Het wordt tijd voor gerechtigheid. Tijd om de waarheid boven tafel te krijgen.\u2019<\/p>\n<p>Het schandaal verspreidde zich als een olievlek. Hoe zat het in andere Europese landen? Hoe waren financi\u00eble instellingen en overheden omgesprongen met tegoeden en bezittingen van beroofde en weggevoerde joden? Ook het kabinet-Kok was ongerust, maar kon zich toch echt niet voorstellen dat Nederland zich had verrijkt aan de vervolgde joden. \u2018We hadden toen nog het gevoel dat alles ontzettend sterk werd opgeblazen,\u2019 zegt toenmalig staatssecretaris Aad Nuis.<\/p>\n<p>Onder leiding van de onverstoorbare PvdA-veteraan Jos van Kemenade kreeg een commissie opdracht om uit te zoeken of er ook in Nederland iets loos was met banktegoeden en verzekeringen van joden. De commissie was nog maar nauwelijks aan het werk, of een onthulling schrikte het kabinet-Kok op.<\/p>\n<p>\u2018Overheid bezit grote collectie oorlogskunst\u2019, kopte de Volkskrant op 23 mei 1997 boven een lang artikel. Duizenden kunstwerken die de nazi\u2019s van joden hadden geroofd en die de geallieerden na afloop van de oorlog hadden teruggevonden, bleken aan de Nederlandse staat te zijn toegewezen. Pogingen van nabestaanden om de familiekunst terug te krijgen, stuitten op een muur van bureaucratie en onbegrip. Omdat de bewijslast bij overlevenden lag en er geldsommen moesten worden terugbetaald voor gerecupereerd bezit, zagen vele overlevenden ervan af een claim in te dienen. Zaken verjaarden. Kunstwerken raakten zoek. Betrokkenen overleden. Dossierkennis ging verloren.<\/p>\n<p>\u2018Ambtenaren speelden verstoppertje,\u2019 zegt Rudi Ekkart, die als hoofd van de commissie-Ekkart tussen 1998 en 2004 alle oorlogskunst in bezit van de overheid op herkomstgegevens onderzocht en het restitutiebeleid van na de oorlog kritisch tegen het licht hield. Na negen jaar intensief onderzoek naar de herkomst van oorlogskunst in Nederlands bezit, mag hij zich d\u00e9 specialist van Nederland noemen. In de jaren zestig, zeventig en tachtig, vertelt hij, werden af en toe brieven bij de ministeries bezorgd van burgers die navraag deden naar kunstwerken uit hun familiebezit. \u2018Maar Financi\u00ebn, Cultuur en het Instituut Collectie Nederland (beheerder van het rijkskunstbezit \u2013 red) stuurden die brieven naar elkaar door \u2013 en dan liep de zaak dood.\u2019<\/p>\n<p>Bij het ministerie van OCenW reageerde men als door een wesp gestoken op het Volkskrant-artikel. Hoezo probleem? Vanwaar die negatieve publiciteit? De meeste ambtenaren hadden nog nooit gehoord van de systematische berovingen tijdens de oorlog en het gebrekkige rechtsherstel dat na de oorlog was uitgevoerd. Nuis verdedigde in een onmiddellijke reactie het beleid: \u2018Het is een zegen voor de samenleving dat kunstwerken waarvan na de oorlog de herkomst niet duidelijk was in het bezit zijn gekomen van de gemeenschap.\u2019 Wel beloofde hij de mogelijkheid voor het leggen van kunstclaims weer open te stellen.<\/p>\n<p>In het vernieuwde Amsterdamse hotel Americain zit Aad Nuis nu achter een dampend kopje macchiato. Hij is tevreden over de commissies die de afgelopen jaren zijn ingesteld. \u2018Ik wist wel het een en ander,\u2019 zegt Nuis (1933). \u2018Het ambtelijke onbegrip. Dat je mensen die joods waren, vroeg om een bewijs dat ze in de oorlog onvrijwillig hadden verkocht. Krankzinnig! Ik heb in Amsterdam gestudeerd. Kende de verhalen van Presser, was bevriend met Ies Lipschitz. Ik dacht: hier is iets mis. Ik had het altijd vermoed, maar in 1997 wilde ik zeker weten: hoe zat het nou echt?\u2019<\/p>\n<p>In oktober 1997 beloofde Nuis de Tweede Kamer om een proefonderzoek in te stellen naar de herkomst van oorlogskunst in overheidsbezit. Dit onderzoek leidde tot de oprichting van de commissie-Ekkart. \u2018Dus ja,\u2019 zegt hij, tevreden roerend in zijn koffie, \u2018ik heb aan de wieg gestaan van het verruimde restitutiebeleid van nu.\u2019<\/p>\n<p>Als je de vroegere staatssecretaris gelooft, is de kwestie van oorlogskunst en claims sinds 1997 op de ministeries en in het kabinet voortvarend aangepakt. \u2018Ik, de andere leden van het kabinet, ambtenaren op het ministerie: we zijn van een andere generatie dan die van na de oorlog. Wij moesten heel erg ons best doen om ons voor te stellen waarom Nederland destijds zo fel op terugbetaling was gebeten.\u2019 Ook museumdirecteuren waren eigenlijk blij, zegt Nuis. \u2018Zij hadden het gevoel: als die kunst hier met bloed aan de muur is gehangen, dan willen wij haar niet.\u2019<\/p>\n<p>Maar toen kwamen de eerste claims. De grootste waren die van de erfgename-Koenigs, de Goudstikkers en de erven-Gutmann. Het waren verzoeken tot teruggave van honderden kunstwerken. De nieuwe openheid werd in de praktijk getoetst.<br \/>Dat viel tegen. Eind 1997 diende Marei von Saher een claim in op 235 topkunstwerken uit de collectie van haar schoonvader Jacques Goudstikker. Vrijwel meteen stuurde Nuis een hoge ambtenaar van OCenW op de erfgename af. \u2018Ik wilde haar uitleggen dat het anders zat dan zij dacht.\u2019 Maar Von Saher was daar ongevoelig voor. Een compromisvoorstel \u2013 in het geheim gedaan door Nuis aan Goudstikker-bemiddelaar Max Rood \u2013 liep op niets uit.<\/p>\n<p>\u2018Ik dacht aan Goudstikker-stickers,\u2019 zegt Nuis. \u2018Gouden plaatjes met de naam van Goudstikker op de lijst van de kunstwerken. Teruggave van een kussenkast, een catalogus, zoiets. Ik dacht van Marei von Saher: die vrouw is te goeder trouw, ze komt naar Nederland voor eerherstel en vindt de deur dicht.\u2019<\/p>\n<p>Nuis besprak zijn plan in de Ministeri\u00eble Commissie, een crisisgroep van ministers in het kabinet-Kok die met restitutiezaken te maken kregen. Els Borst, oud-minister van Volksgezondheid, herinnert zich dat minister-president Kok tegen Nuis zei: \u2018Wat ben je nou aan het doen? Er dreigt een rechtszaak en jij gaat onderhandelen. Daar moet je mee ophouden.\u2019 Nuis: \u2018Ik heb dat schikkingsvoorstel toch doorgezet. Kok monkelde nog zo\u2019n beetje na \u2013 zo van: \u201cOkay, een gebaar mag je maken, maar niet verder.\u201d Dus toog ik naar Max Rood en zei: \u201cDit kunnen we de erven aanbieden \u2013 de kast, de catalogus, de naamplaatjes, een schilderij. Als ze dit accepteren, is de zaak uit de wereld. Maar er valt niet over te onderhandelen.\u201d\u2019 Zucht diep: \u2018Het is jammer dat Rood niet heeft ingezien hoe zeer ik het meende. Hij kwam terug van de erfgename en zei: \u201cKan er niet nog wat bij?\u201d Jammer \u2013 dat kon niet.\u2019<\/p>\n<p>In Amerika ondertussen huurde Bob Lodder, topambtenaar bij de Dienst Cultureel Erfgoed, op advies van de Nederlandse ambassade in Washington het grote lobbybureau Hill &#038; Knowlton in. Het was maart 1998, de claim van de Goudstikkers was inmiddels afgewezen. Publicitair stond Nederland er in Amerika slecht voor, een nachtmerrie voor voorlichters. Lodder moest, zoals hij in een brief stelt, \u2018het Nederlandse standpunt over dit gevoelige onderwerp in het Amerikaanse mediageweld op een evenwichtige manier voor het voetlicht krijgen.\u2019 Hij stuurde een \u2018Goudstikker-chronology\u2019 op naar het lobbybureau in Washington, waarin een voor Nederland voordelige voorstelling van zaken werd gegeven. Hill &#038; Knowlton bewerkte onder andere CNN, met succes. Het televisiestation kreeg te horen dat de Goudstikker-claim totaal geen kans maakte. Een gefilmd interview met de erfgename Goudstikker werd als gevolg daarvan niet uitgezonden.<\/p>\n<p>Nick Goodman, kleinzoon van de joodse bankier Fritz Gutmann, is tegenwoordig een tevreden mens. Zijn familie kreeg in 2002 hun collectie schilderijen en kunstvoorwerpen terug die de Nederlandse staat sinds 1945 in beheer hield. Eind 1998 diende Goodman zijn claim in. Hij was niet de eerste in de familie die dat deed.<br \/>Terugkijkend, aan de telefoon in zijn huis in Los Angeles, moet hij lachen om de houding van de Nederlandse overheid. \u2018Sinds onze claim in 2002 is toegewezen door de RestituticCommissie, is niets OCenW te zwaar. We krijgen onze vliegreis naar Nederland en hotelovernachtingen betaald. Men reageert op telefoontjes, ik krijg antwoord op mijn brieven, men helpt me met nieuwe claims. Nee, ik kan niet anders zeggen dan dat men nu z\u00e9\u00e9r behulpzaam is.\u2019<\/p>\n<p>Hoe anders was het daarvoor. \u2018In 2000 stelde de Inspectie Cultuurbezit een rapport op naar aanleiding van onze claim, dat nog de geest van vlak na de oorlog ademde. Mijn grootouders, die in ruil voor een vrijgeleide naar Itali\u00eb hun collectie aan de nazi\u2019s verkochten, zijn misleid, uit de trein gehaald en op transport naar Theresienstadt en Auschwitz gezet waar ze zijn vermoord. Betaling voor de kunst heeft nooit plaatsgevonden,\u2019 aldus Goodman. \u2018Maar toch werd dat in dat rapport uit 2000 nog steeds gesuggereerd. Ik was furieus!\u2019<\/p>\n<p>De contacten met Nederland verliepen in de praktijk zo moeizaam dat hij Anne Webber van de Commission for Looted Art in Europe in Londen inschakelde. Webber, die opkomt voor particuliere claimers van oorlogskunst, nam contact op met Jan Riezenkamp, directeur-generaal bij OCenW. Ze vond dat Riezenkamp de kwestie wel erg nonchalant opvatte, en dreigde namens haar belangengroep een deel van de entreegelden op te eisen die de Nederlandse musea sinds 1945 hadden ontvangen. In alle Nederlandse musea hing immers wel oorlogskunst.<\/p>\n<p>Riezenkamp trekt in zijn Amsterdamse pied-\u00e0-terre zijn schouders op over dat dreigement: \u2018Ik heb een gat in mijn geheugen. En ach, het is bij dat soort belangengroeperingen toch echt zo van: feestcommissie zoekt feest.\u2019<\/p>\n<p>Voor Nick Goodman was Webber w\u00e9l belangrijk. \u2018Anne was onze brug naar Europa,\u2019 zegt hij. \u2018Zonder haar hadden we het niet gered.\u2019<\/p>\n<p>Riezenkamp over de trage molens op het ministerie: \u2018Naar goed poldergebruik hebben we eerst een ringdijk aangelegd en daarna zijn we gaan droogmalen. Weggeven kon altijd nog. Natuurlijk zagen we in 1997 op het departement niet ineens een bliksemschicht en veranderde het beleid niet in \u00e9\u00e9n klap. Je hebt niet meteen een blauwdruk. Er is een houtskoolschets.\u2019<\/p>\n<p>Rudi Ekkart merkte al snel dat het proefonderzoek, waarvoor hij in 1997 opdracht kreeg, z\u00f3veel vragen opriep over het teruggavebeleid direct na de oorlog, dat een uitgebreid vervolg noodzakelijk was. Er bleek een schat aan gedetailleerde dossiers in de rijksarchieven te liggen, waaruit af te leiden viel hoe de particuliere kunstwerken in de rijkscollectie terecht waren gekomen. \u2018Ons eerste rapport loog er niet om,\u2019 constateert Ekkart.<\/p>\n<p>De regering had hem op het hart gedrukt te zoeken naar erge fouten en gaten in de naoorlogse teruggave van kunstbezit, maar het toenmalige beleid met rust te laten en niet met ogen van nu te beoordelen. Al speurend in de dossiers vond Ekkart met zijn team van onderzoekers dit een onhoudbare beperking. Er leek z\u00f3veel onrecht begaan door de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK), de instantie die van 1946 tot 1952 verantwoordelijk was voor de teruggave van geroofde en verloren kunstwerken, dat de werkwijze van de stichting kritisch onder de loep moest worden genomen. Hoe had de stichting geoordeeld over vrijwillige verkoop, gedwongen verkoop, confiscatie, roof, en teruggave?<\/p>\n<p>Achteraf is te zien dat Ekkart in 1998 al het programma in zijn hoofd had voor een vrijwel totale herziening van het restitutiebeleid sinds de oorlog. Maar eerst, zo was de afspraak met het kabinet-Kok, moest van alle vierduizend voorwerpen de herkomstgeschiedenis worden uitgezocht. Het was monnikenwerk, dat veel meer tijd in beslag nam dan gedacht. Ondanks uitbreiding van de staf had Ekkarts Bureau Herkomst Gezocht in oktober 2000 nog maar van duizend voorwerpen de geschiedenis vastgelegd. In dit tempo zou het nog jaren duren voor het onderzoek was afgerond en er conclusies te trekken waren. Naarmate de tijd verstreek, groeide het ongeduld van de buitenwacht. Steeds minder vroegere eigenaren waren nog in leven en ook de gelederen van kinderen en kleinkinderen dunden uit.<\/p>\n<p>\u2018Ik hou veel van Nederland, ik vind Den Haag en Amsterdam prachtige steden,\u2019 zegt J. D. Bindenagel minzaam over de telefoon vanuit Chicago. Bindenagel was tussen 1998 en 2002 speciale gezant voor holocaustzaken van het State Department in Washington. Hij kwam \u2018tien keer toch wel\u2019 als gezant in die jaren naar Nederland. Halverwege 1998 kwam hij met de specifieke opdracht om \u2018met de Nederlanders de Washington-beginselen voor te bereiden en vast te leggen.\u2019 Volgens deze beginselen werden nationale overheden verplicht om kunstvoorwerpen die door de nazi\u2019s waren geconfisqueerd op te sporen en het uiterste te doen om ze terug te bezorgen aan hun eigenaars of nazaten.<\/p>\n<p>In de Verenigde Staten bestond weinig begrip voor de Europese wetgeving op het gebied van restitutie. \u2018In Amerika,\u2019 zegt Bindenagel, \u2018wordt een voorwerp als gestolen beschouwd, totdat het terug is bij degene van wie het gestolen is. Maar in Europa bestaat er zoiets als aankoop te goeder trouw, ook al is een voorwerp gestolen.\u2019<br \/>Binnen enkele maanden na het eerste bezoek van Bindenagel onderschreef Nederland, op de internationale holocaustconferentie van december 1998 in Washington, de Amerikaanse uitgangspunten. \u2018Dat was een belangrijke doorbraak,\u2019 vindt Bindenagel.<\/p>\n<p>Bindenagel bleef de volgende jaren terugkomen in Nederland.<br \/>Ekkart sprak hem regelmatig. Maar Ekkart zegt dat hij zich niet de wet liet voorschrijven. Ze praatten op voet van gelijkheid, hun zienswijzen verschilden trouwens niet erg. Hij probeerde Bindenagel inzicht te geven in de Nederlandse problematiek, die veel ingewikkelder en genuanceerder lag dan men zich in Amerika kon voorstellen. \u2018We hebben geluisterd, we hebben gepraat. Maar wat wij als commissie gedaan hebben, is niet het resultaat van Amerikaanse lobby,\u2019 stelt Ekkart.<\/p>\n<p>Het kabinet-Kok kwam in maart 2000 met een regeringsstandpunt, nadat de commissie-Van Kemenade haar conclusies had getrokken over alle restitutiekwesties met uitzondering van de kunst. Het naoorlogse rechtsherstel mocht dan, zoals de regering nu erkende, \u2018formalistisch, bureaucratisch en kil\u2019 zijn geweest, het mocht niet worden overgedaan of opengebroken. Want dat zou betekenen dat werd toegegeven dat de Nederlandse overheid had gefaald. Niet alleen vond Kok dit onprettig \u00e9n onwaar, zo\u2019n erkenning kon de sluizen ook openzetten voor een stortvloed van claims. Deze angstvallige opstelling van het kabinet-Kok maakte dat er weinig uitzicht was op een ruimhartige teruggave van oorlogskunst.<\/p>\n<p>Niet alleen de Amerikaanse regering, ook het World Jewish Congress (WJC) ging zich nu bemoeien met de teruggave van kunstwerken \u2013 of liever gezegd: met de weigering in Nederland. De akkoordverklaring met de Washington-beginselen eind 1998 had in Nederland feitelijk weinig veranderd. Bindenagel sprak premier Kok erop aan tijdens een conferentie in Stockholm.<\/p>\n<p>Het werd augustus 2000. De Goudstikker-claim was een jaar eerder definitief afgewezen. Nick Goodman wachtte nog steeds op het besluit over zijn claim. En ook de Koenigs-claim verkeerde in een impasse. Er m\u00f3\u00e9st iets gebeuren.<\/p>\n<p>Dat vond niet alleen Nick Goodman, ook Marei von Saher en Christine Koenigs vonden dat. Koenigs, de erfgename van de tekeningenverzamelaar Franz Koenigs, diende in 1997 een claim in. De drie sloegen de handen ineen en maakten een afspraak met Elan Steinberg, directeur van het World Jewish Congress in New York. Ze gingen op Manhattan koosjere sushi\u2019s eten.<\/p>\n<p>Goodman herinnert zich dat Steinberg de Nederlandse regering wilde dreigen met bevriezing van Nederlandse investeringen als Nederland zich niet coulanter zou gaan gedragen. \u2018Ik was blij,\u2019 zegt Goodman. \u2018Eindelijk iemand die iets voor ons deed.\u2019 Koenigs: \u2018Steinberg zei: \u201cNederland heeft in de Tweede Wereldoorlog van alle bezette landen het slechtst voor de joden gezorgd.\u201d Dat zou hij uitgebreid in de publiciteit uitbuiten.\u2019<\/p>\n<p>Steinberg organiseerde een ontmoeting met Jan Riezenkamp van OCenW. \u2018Dat was in New York,\u2019 zegt Riezenkamp. \u2018Een buitengewoon onaangename ontmoeting. De bedoeling was dat we alle schuld zouden bekennen \u2013 overal, van alles. We werden niet ter dood veroordeeld, maar kregen levenslang. Het was van een hondsheid. Met stennis en actie dreigde hij. Tegengaan van Nederlandse investeringen in Amerika, dat soort dingen. Ridicuul. Een cowboytactiek. Zoals Paul Bremer, die Nederland nu op dezelfde manier onder druk zet met Afghanistan.\u2019<\/p>\n<p>Ronny Naftani\u00ebl, die als bestuurslid van het Centraal Joods Overleg (CJO) in Nederland, in de adviescommissie-Ekkart zat, was ongelukkig met de inmenging van het World Jewish Congress. Steinberg schreef volgens Naftani\u00ebl \u2018een schandelijke brief\u2019 aan de Nederlandse regering. Steinberg was, vindt Naftani\u00ebl, \u2018een schreeuwlelijk\u2019, die van niets wist en als een olifant door de porseleinkast denderde. Achter de rug van het CJO om oefende het World Jewish Congress druk uit op de Nederlandse autoriteiten. \u2018We moesten van ambtenaren van Financi\u00ebn horen,\u2019 briest Naftani\u00ebl, \u2018dat Isra\u00ebl Singer, de voorzitter, op bezoek was in Den Haag.\u2019<br \/>Maar Naftani\u00ebl moet toegeven: het World Jewish Congress was zijn stok achter de deur.<\/p>\n<p>Met de hete adem van de Amerikaanse regering en buiten- en binnenlandse lobbys in de nek, bracht de commissie-Ekkart haar beleidsaanbevelingen uit op 26 april 2001, lang voordat het herkomstonderzoek naar alle kunstwerken was voltooid.<br \/>Met de voorstellen van de commissie konden de lobbygroepen ingenomen zijn. En dat waren ze, mits althans de Nederlandse regering ze onverkort zou overnemen. De omschrijving van \u2018afgehandelde claims\u2019 was door Ekkart zodanig beperkt, dat heel veel claims opnieuw konden worden beoordeeld. En Ekkart gaf een revolutionaire uitleg aan het begrip novum. Een \u2018nieuw feit\u2019 was een feit waar destijds niet het volle licht op was geworpen of dat volgens het veranderde historische inzicht onrechtvaardig was. Het sprak overigens vanzelf, zo praatte Ekkart het kabinet-Kok naar de mond, dat het rechtsherstel van destijds niet mocht worden overgedaan.<\/p>\n<p>Ekkart, meent een ambtenaar van Cultuur die anoniem wil blijven, was een gouden greep. Hij leek een stoffige wetenschapper, maar bleek over onvermoede diplomatieke en politieke talenten te beschikken. \u2018Ik wist dat er problemen zouden komen,\u2019 vertelt Ekkart. \u2018Maar met de belangrijkste voorstellen ging het zo moeizaam dat ik me afvroeg of we ooit aan een volgend advies zouden toekomen.\u2019<\/p>\n<p>Rick van der Ploeg, de opvolger van Aad Nuis, had \u2018geen moeite\u2019 met de idee\u00ebn van Ekkart. \u2018Ik was het er onmiddellijk mee eens,\u2019 zegt hij. \u2018Maar we stuitten op weerstand bij Justitie en Financi\u00ebn.\u2019 Er brak een taaie ambtenarenoorlog uit tussen de departementen. Een ambtenaar van Cultuur herinnert zich de strijd als ongewoon heftig, zelfs emotioneel en persoonlijk. \u2018Het was een nagel aan mijn doodskist.\u2019 Door elke formulering die Cultuur opstelde, trokken ambtenaren van vooral Justitie vette rode strepen. \u2018Als we h\u00ed\u00e9r aan beginnen, zeiden ze bij Justitie, dan zetten we de sluizen weer open.\u2019<\/p>\n<p>Ekkart droeg telkens nieuwe argumenten aan. Vlak voor het zomerreces van 2001, er m\u00f3\u00e9st nu een officieel antwoord komen, schreef Van der Ploeg een brief aan het parlement. Het kabinet was het helemaal eens met de voorstellen van Ekkart, alleen\u2026 \u2013 en dan volgde een lange reeks mitsen en maren.<\/p>\n<p>Wel voegde Van der Ploeg een vers element toe. Hij maakte bekend een onafhankelijke commissie te zullen instellen, die individuele verzoeken om teruggave van oorlogskunst zou gaan beoordelen: de Restitutiecommissie. Het betekende dat de Nederlandse staat voortaan geen rechter meer in eigen zaak zou spelen.<\/p>\n<p>\u2018Dat was een dramatische ommekeer,\u2019 zegt Anne Webber vanuit Londen. Volgens Webber kwam het idee voor zo\u2019n Restitutiecommissie van haar organisatie. Dat blijkt ook uit een document in bezit van Vrij Nederland. Dit document, geadresseerd aan het ministerie van Cultuur en gedateerd op 5 juni 2001, bevat het gezamenlijke commentaar van de Commission for Looted Art in Europe en het World Jewish Congress op de voorstellen van Ekkart. In detail schetsen de twee de opzet en werkwijze van een onafhankelijk restitutiecommissie.<\/p>\n<p>\u2018Best mogelijk dat het van hen kwam,\u2019 zegt Van der Ploeg. \u2018Maar ik wist al van vrienden in Engeland dat ze daar zo\u2019n commissie hadden. Ik wilde zo\u2019n raad koste wat het kost in Nederland in het leven roepen.\u2019<\/p>\n<p>Een nauw betrokken ambtenaar van OCenW omschrijft die zomermaanden als \u2018een hogedrukpan\u2019. De pressie uit het buitenland was zo groot: \u2018Dat wil je niet weten! Belde de Amerikaanse ambassadeur met Van der Ploeg, m\u00f3\u00e9st hij de telefoon natuurlijk wel opnemen. \u201cU realiseert zich hopelijk wel,\u201d zei de ambassadeur, \u201cdat als wij niet tevreden zijn, Nederlandse musea niet zo makkelijk meer bruiklenen van ons krijgen.\u201d\u2019<br \/>Het touwtrekken tussen de ministeries duurde nog maanden, zonder tot een overwinning van de ene of de andere partij te leiden. Tenslotte slaagde Van der Ploeg er in november 2001 in om het kabinet te overtuigen van zijn visie. \u2018Ik heb doorgebeten in de ministerraad. Zelfs mijn ambtenaren waren verbaasd.\u2019<\/p>\n<p>Van der Ploeg stelde, zegt hij, \u2018evenwichtig\u2019 samen. Dat wil zeggen: \u2018geen museumlobby en geen joodse lobby.\u2019 Over het resultaat is hij enthousiast. \u2018Het is fantastisch hoe het gaat. Ik juich bij elke beslissing. De stront is er af, om zo te zeggen. De aanpak is nu humaan.\u2019<\/p>\n<p>De Amerikaanse voormalige speciale gezant Bindenagel vat de ontwikkeling van de afgelopen tien jaar in Nederland samen: \u2018Eerst was er ontkenning bij de Nederlandse regering. Daarna volgde er langzaam maar zeker de aanvaarding dat Nederland onrecht had begaan, en later is men echt zijn best gaan doen om het te herstellen.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Toen oorlogskunst in Nederlands bezit eind jaren negentig plotseling groot in de publiciteit kwam, reageerde het ministerie van OCenW uiterst afhoudend en ambtelijk. Alles was na de oorlog goed en rechtvaardig afgehandeld: zaak gesloten. Negen jaar later blijkt die houding drastisch veranderd. Welke strijd ging daaraan vooraf? Welke krachten werkten er achter de schermen? Een reconstructie van bijna tien jaar teruggavebeleid in Nederland. \u2018Je neemt als staatssecretaris \u00e9cht wel de telefoon op als de Amerikaanse ambassadeur belt.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[2889,269],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Hella Rottenberg, Lucette ter Borg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125085"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=125085"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/125085\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Hella Rottenberg, Lucette ter Borg","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=125085"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=125085"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=125085"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}