
 {"id":124849,"date":"2006-02-11T00:00:00","date_gmt":"2006-02-10T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/ik-ben-een-europese-patriot\/"},"modified":"2006-02-11T00:00:00","modified_gmt":"2006-02-10T22:00:00","slug":"ik-ben-een-europese-patriot","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/ik-ben-een-europese-patriot\/","title":{"rendered":"\u2018Ik ben een Europese patriot\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview Tony Judt<\/p>\n<p>De verkeerde oorlog op het verkeerde moment, oordeelde historicus Tony Judt in de New York Times van 20 oktober 2002, vijf maanden voordat Bush de aanval op Irak opende. Maar in zijn werkkamer aan het New Yorkse Washington Square geeft hij het ruiterlijk toe. \u2018In Washington luistert niemand naar me. Ik schrijf vooral voor mensen uit eigen kring.\u2019<\/p>\n<p>De tanende invloed van de publieke intellectueel in het politieke strijdgewoel is een van de thema\u2019s van Judts onlangs verschenen boek Postwar, een geschiedenis van het Europa van na 1945. Niemand is zo goed toegerust als Judt om de onmogelijke klus te klaren zoveel landen en zo\u2019n lange periode te omvatten in een magistrale synthese, jubelde The New York Review of Books, waarin Judt ook geregeld publiceert.  Alleen het conservatieve blad Commentary vond dat Judt op menig punt oordelen geeft \u2018die ver afliggen van enige vorm van rationele lezing van de gebeurtenissen\u2019.<\/p>\n<p>Judt, een Engelsman in New York, heeft zijn roots in het chique King\u2019s College te Cambridge. Zijn vrienden van toen, vertelt hij, bestieren nu de Bank of England, zitten in het parlement, runnen een bedrijf of schrijven in The New York Review of Books. In 1969, toen Parijs hem het sexy centrum van het universum leek, bemachtigde hij een beurs voor een verblijf aan de gerenommeerde Ecole Normale Sup\u00e9rieure te Parijs. Terug in Cambridge schreef hij enkele boeken over links Frankrijk in de twintigste eeuw. Daarna vertrok hij naar Berkeley, waar toen nog de laatste echo\u2019s van de jaren zestig klonken.<\/p>\n<p>\u2018Ik kan me herinneren dat ik een kleine collegereeks gaf over de geschiedenis van het socialisme en communisme in Europa. Er kwamen vierhonderd studenten op af, terwijl ik er hoogstens vijftig had verwacht. Aan het eind van een college over Trotski werd ik bestormd door een hele groep revolutionaire studenten. Ze wilden weten hoe ze de fouten van vroeger konden vermijden. Dit was roepingsonderwijs.\u2019<\/p>\n<p>In Postwar kijkt Judt met veel scepsis terug op de jaren zestig. \u2018Een honderdtachtigjarige cyclus van ideologische politiek kwam aan zijn einde,\u2019 luiden de slotwoorden van het hoofdstuk over de jaren zestig met de veelzeggende titel \u2018The End of the Affair\u2019.<\/p>\n<p>\u2018Het was een hersenschim dat de hele samenleving politiek betrokken was. In feite ging het om kleine eilandjes van hoogopgeleiden aan de universiteiten die zich interesseerden voor politiek-culturele en internationale kwesties. Maar we dachten op de een of andere manier dat we de ervaringen en idee\u00ebn vertegenwoordigden van een hele generatie. Het was niet eens het idealisme, maar vooral de na\u00efviteit van de jaren zestig die snel gedateerd was. De jaren van verloren illusies die erop volgden, vormden de voor het geestesleven meest verstikkende tijd van de twintigste eeuw. Wat er in de sociale wetenschappen, literatuur en kunst werd geproduceerd, was cynisch en gedesillusioneerd. Al wat restte, was het postmodernisme, een stijl van schilderen, denken en schrijven die louter bestaat bij de gratie van het verwijzen naar wat ervoor kwam. We leven in een dertigjarige schaduw van de jaren zeventig, die een verschrikkelijk vervuilend effect hebben gehad. Als ik doceer \u2013 om het even of het in New York, Cambridge of Parijs is \u2013 zie ik dat studenten worstelen met de vraag waar we nog in kunnen geloven. We zijn wanhopig op zoek naar een nieuw verhaal over wat vooruitgang betekent.\u2019<\/p>\n<p>Een \u2018master narrative\u2019, een allesoverkoepelende visie die aan de hele Europese geschiedenis een dwingende ontwikkeling oplegt, zegt Judt niet in de aanbieding te hebben. Toch is er een centrale gedachte die Postwar bijeenhoudt: de tijd van de ideologische politiek is in het naoorlogse Europa voorbij. De economie heeft de macht overgenomen als \u2018het doel en de taal van collectieve actie\u2019.<\/p>\n<p>Als de rol van de politiek aan het wegebben is, is het dan niet wonderlijk dat het leeuwendeel van Judts boek gewijd is aan de politieke twisten in het naoorlogse Europa?<\/p>\n<p>\u2018Ik maak onderscheid tussen ideologische politiek en politiek van het alledaagse leven. Het Europa van tussen de eeuwwisseling en grofweg 1950 werd beheerst door de ideologische confrontatie tussen klassen en politieke modellen. Het was een zero sum game: als wij winnen, verliezen jullie. Wat na de oorlog is veranderd, is niet dat de politiek er niet meer toe doet, maar dat de aard van politieke conflicten is gewijzigd. Als een andere partij dan die van de zittende machthebbers wint, betekent dat niet langer het einde van een constitutioneel systeem. Het laatste land in West-Europa waar men die verandering heeft ervaren, is Frankrijk. Toen Fran\u00e7ois Mitterrand in 1981 de presidentsverkiezingen won, dacht links dat er een grand soir, een transformatie van de politieke cultuur zou volgen. Rechts verwachtte dat dit het einde van het Franse kapitalisme betekende en dat Frankrijk zich terug zou trekken uit de Europese Unie. Niets van dit alles gebeurde. Tussen 1950 en 1980 zien we de gestage verwijdering uit het publieke leven van de ideologische polariteit die de politiek haar vorm gaf sinds de Franse revolutie.\u2019<\/p>\n<p>Ook in de Europese samenwerking speelde ideologische politiek van meet af aan een kleine rol, naar het inzicht van Judt. De stichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Stalen in 1951 diende vooral een economisch doel. Dat Europese landen ook nu vooral het eigenbelang en niet het hogere belang van Europa lijken na te streven, vindt Judt een probleem. \u2018Maar het is onoplosbaar. Alleen wanneer de nationale gevolgen van pan-Europese projecten duidelijk blijken, worden ze relevant en begrijpelijk. Als je idealistische verhaaltjes vertelt over de mogelijkheden van een Verenigd Europa, lok je jezelf in de valkuil van cynisme en teleurstelling. Maar ik geloof ook niet in een Europa van de vaderlanden, van een gemeenschap van landen die toevallig een gemeenschappelijke markt of ruimte innemen. Je hebt politici nodig die zeggen dat de natiestaat all\u00e9\u00e9n ons in de huidige wereld niet kan beschermen tegen de gevolgen van geglobaliseerd economisch gedrag, milieubedreigingen of terroristisch gevaar. Het voordeel van Europa is dat het een raamwerk is waarbinnen een groep landen al geleerd heeft co\u00f6peratief te denken. Ze moeten nog veel sterker leren samenwerken, of het nu gaat om gemeenschappelijke militaire middelen, buitenlands beleid of gezamenlijke houdingen jegens armoede en culturele conflicten die hen allemaal aangaan. Die samenwerking kan niet zonder een institutioneel raamwerk, en dat raamwerk is de Europese Unie.\u2019<\/p>\n<p>Het is makkelijk voor politici, zegt Judt, om Europa de schuld te geven van alle impopulaire maatregelen die ze moeten treffen. \u2018Ik heb de neiging de huidige politieke klasse de schuld te geven, mijn generatie, de generatie van de jaren zestig, die veilig opgroeide. Ze hoefde zich geen zorgen te maken over hoe die veiligheid te scheppen en gaat nu veel te achteloos om met de politieke instituties die ze heeft ge\u00ebrfd. Als ik in Brussel Europese commissarissen en ambtenaren ontmoet, zie ik een andere vorm van dwaasheid. Ze zijn na\u00efef, ze leven in een bel, ze denken dat alles wat Europees is prachtig en duidelijk is. Dat het enige probleem onbegrip bij de mensen is. Dat het allemaal opgelost kan worden met betere propaganda, betere pamfletten en reclame. De verandering moet komen op nationaal niveau. Het zijn nationale politici die moeten uitleggen dat Europa geen alternatief is voor het Nederlanderschap, maar de enige manier waarop je nog Nederlander kunt zijn in de eenentwintigste eeuw.\u2019<\/p>\n<p>Als Engelsman uit een Europese fami\u00adlie \u2013 zijn vader is geboren in Antwer\u00adpen \u2013 voelt Judt zich in New York veel bewuster van de noodzaak een Europees patriottisme te cre\u00ebren.<\/p>\n<p>\u2018Ik zie vanaf deze afstand veel scherper wat Europa kan zijn. Europese waarden zijn net zoiets als obsceniteit. Je kunt het niet defini\u00ebren, maar als je het ziet, weet je wat het is. Als ik toch een poging doe het te omschrijven: het intu\u00eftieve begrip dat de samenleving iets anders is dan een economie. Het besef dat het noodzakelijk is te voorzien in een zeker niveau van sociale voorzieningen, zelfs als ze niet rendabel zijn. Het inzicht dat we een standaard moeten ophouden die verder reikt dan groei en rijkdom. Hoe ineffici\u00ebnt en problematisch het ook is, het naoorlogse Europese sociale model is alles waar we mee kunnen werken als we willen dat de westerse, liberale politieke cultuur overleeft in een eenentwintigste eeuw die zeer gevaarlijk en moeilijk zal zijn. Voor dat Europa ben ik patriottisch.\u2019<\/p>\n<p>Judt mag zijn lofzang houden op het Europese sociale model, maar in Postwar beschrijft hij hoe West-Europa in de greep kwam van privatisering en liberalisering en hoe in Oost-Europa civil society snel een archa\u00efsch begrip werd. Het besef van de noodzaak een morele gemeenschap te scheppen om de ruimte tussen de staat en het individu te vullen, verloor het daar van het verlangen een markteconomie te worden. Is Europa juist niet hard bezig het Amerikaanse model te imiteren?<\/p>\n<p>\u2018Ik denk dat het niet zo\u2019n vaart zal lopen. Niet omdat Nederlanders of Slovenen zulke fantastische, intelligente mensen zijn die deze fout niet zullen maken, maar omdat er een politieke reactie zou komen uit angst voor het verlies aan veiligheid en bescherming door de staat. Zelfs in Oost-Europa. De Oost-Europeanen leven nu met de Slowakije-illusie dat je een klein Amerika kunt zijn en tegelijkertijd alle voordelen van de EU kunt hebben. Dat je je belastingen kunt verlagen en het kunt stellen zonder bedrijfsbelasting, zodat je investeerders aantrekt omdat het bij jou goedkoop is en de lonen laag liggen. Dat je tegelijkertijd subsidies van Brussel kunt krijgen omdat je arm bent. Een jaar of vijf heb je dan een wonderlijk snel groeiende economie. Maar na die tijd lopen de Europese subsidies terug, de lonen lopen op en de investeerders kiezen een land dat goedkoper is. De Oost-Europese weg van nu is een short time fix maar een long time problem. Grote problemen liggen daar in het verschiet, en de slimme Oost-Europeanen weten dat.\u2019<\/p>\n<p>En dan staan er ook nog tal van andere landen aan de poorten van Europa te trappelen. Wat moet Europa daarmee aan?<\/p>\n<p>\u2018Europa is de enige institutie in de wereld die weigert zijn grenzen te trekken. Het leeft nog op de erfenis van een tijd dat daartoe geen noodzaak was, omdat de grenzen door het Rode Leger werden getrokken. Nu zijn er geen natuurlijke grenzen meer. Het lijkt mij duidelijk dat Oekra\u00efne een potentieel lid is, maar in de praktijk zal het heel moeilijk zijn. Niet omdat het groot en arm en corrupt is, net als Wit-Rusland, maar omdat deze landen diep verbonden zijn met de Russische identiteit. Dat gaat terug tot een middeleeuws besef van wat het natuurlijke Russische gebied is. Op een moment dat we de Russische vriendschap bitter nodig hebben vanwege zijn gas, zouden we een groot probleem scheppen als we aandringen op het lidmaatschap van Oekra\u00efne, dus ik betwijfel of dat wel gaat gebeuren.\u2019<\/p>\n<p>En Turkije dan?<\/p>\n<p>\u2018Turkije is een ander geval. Je kunt uitstekend beargumenteren waarom het niet in de EU thuishoort. Het is niet echt Europa, geografisch en cultureel gezien. Het zit vol met verarmde moslims. Er is het probleem van het identiteitsgevoel van het leger, van het niet al te schone blazoen op mensenrechtengebied, van de behandeling van minderheden. En als het in Europa zit, schuift je grens op in de richting van Azerbeidzjan, Syri\u00eb, Irak en Iran. Het druist tegen de intu\u00eftie in dat dit Europa is. But, but, but. Toch moeten we Turkije binnenlaten. Zo niet, dan berooft Europa zich van zijn enige mogelijkheid om invloed uit te oefenen in het Midden-Oosten en Centraal-Azi\u00eb, een cruciaal gebied in de komende vijftig jaar. Ook zou het een catastrofe voor Turkije zijn. Het zou de bodem wegslaan onder een hele jonge generatie die zich met Europa heeft ge\u00efdentificeerd. Het zou de machtsbalans doen doorslaan in de richting van het leger aan de ene kant en de radicale islam aan de andere kant. Bovendien: in de huidige wereld is de EU de enige macht binnen het Westen die tegenwicht kan bieden aan de Verenigde Staten in de vorm van een alternatief model van de westerse wereld. Het kan die rol niet spelen als het hecht aan het klein Europa. Turkije is de symbolische keuze. Als Turkije in Europa zit, is het onvermijdelijk een speler in de wereld.\u2019<\/p>\n<p>Maar verliest Europa dan niet aan identiteit als het almaar uitdijt en een groot land met vele moslims binnenhaalt?<\/p>\n<p>\u2018Natuurlijk verlies je ook iets. Ik wijs vaak op het beroemde inzicht van Isaiah Berlin dat je altijd een prijs betaalt als je een keuze maakt. Als je veel gelijkheid wilt, verlies je aan vrijheid, en vice versa. Als we Turkije binnenlaten, zullen we minder coherent worden, en dat is een echt verlies. Als we Turkije buitenhouden, zal het Midden-Oosten instabieler worden en de Balkan onzekerder over zijn toekomst. We moeten kiezen welk verlies we het ergst vinden.\u2019<\/p>\n<p>Het grote vraagstuk voor Europa, vindt Judt,  is een sociaal model te bedenken dat ruimte biedt aan verschillende culturen, waaronder vijftien miljoen moslims, en nog veel meer in de toekomst. \u2018Als ik naar de problemen in Nederland kijk, of naar de rellen in de buitenwijken van Parijs en in Birmingham, dan maak ik daar uit op dat ze niets van doen hebben met een bepaald model, of het nu het Nederlandse multiculturalisme, het Franse assimilatiemodel of de Britse autonomiebenadering is. Overal rijzen dezelfde problemen en dezelfde woede, al verschilt de retoriek. Mijn gevoel is dat we een vergissing maken als we te veel de nadruk leggen op de religieuze kant ervan. Het heeft meer te maken met geografische segregatie en gebrek aan sociaal-economische integratie dan met zogenaamde diepe verschillen in cultuur en religie.\u2019<\/p>\n<p>Volgens Judt is het gedeeltelijk een generatieprobleem. \u2018De eerste generatie wilde integreren. Ze wilden wanhopig geaccepteerd worden, maar ze mislukten. Ze spraken de taal slecht, hadden de verkeerde kleur, de verkeerde religie, en ze leidden het marginale leven van de outsider. Hun kinderen zijn boos: ze mogen vloeiend Nederlands, Frans of Duits spreken, maar nog steeds worden ze gezien als Marokkaan, Turk of Algerijn. Rot toch op, als je ons niet toestaat Nederlands te zijn, dan zoeken we wel een andere identiteit. Dan zijn we jonge, boze Marokkaanse moslims. Als je ons geen Franse banen geeft en onze gezichten niet op de Franse televisie mogen, okay, dan zijn we Arabieren, en we zijn er trots op.\u2019<\/p>\n<p>Judt denkt niet dat we nog veel met die tweede generatie kunnen oplossen: \u2018De fout is gemaakt in de generatie ervoor, toen er geen politieke inspanning is verricht om mensen te integreren. Mensen toestaan hun eigen gemeenschap te hebben, te doen alsof ze in klein Marokko wonen of klein Bangladesh, dat werkt alleen in een land als de Verenigde Staten. Hier heeft iedereen zijn eigen identiteit, als latino, zwarte of Bengalees. Voor de Engelsen is iedereen Engels, behalve zij die Pakistaans of Indisch zijn. Je bent of compleet ge\u00efntegreerd of een outsider. En dan is het de taak van de regering mensen volledig te integreren. Met de Italianen, Portugezen en Polen werkte dat veel makkelijker, omdat ze fysiek niet te onderscheiden zijn van autochtonen. Maar als iemand bruin of zwart is, wordt hij ook als zodanig gezien. In Frankrijk leven bijna alle Fransen die toevallig kleurling zijn in godvergeten buitenwijken zonder banen en behoorlijke voorzieningen. De bruine jongen in Saint-Denis kan zeggen: jij denkt misschien vanuit het zesde arrondissement in Parijs dat dit een maatschappij is waar iedereen Frans is ongeacht zijn kleur, maar vergeet het maar. Je krijgt klassenressentiment dat extra kracht krijgt door kleur.<\/p>\n<p>Het is mogelijk dat we geen goed antwoord hebben op de vraag hoe hiermee om te gaan en dat Europa gigantische problemen krijgt in de komende jaren. Als historicus kan ik vertellen dat Europa na 1945 zo stabiel was ook omdat het een etnisch gezuiverd continent was vol kleine, homogene landen waar een overweldigende meerderheid dezelfde kleur en religie had. Dat hebben we aan Hitler en Stalin te danken.\u2019<\/p>\n<p>En als Judt zijn ambacht als historicus even loslaat en vrijelijk filosofeert over de toekomst?<\/p>\n<p>\u2018Ik voorzie een driedeling van de politiek in Europa. In het centrum zullen er hervormingspartijen zijn die de verzorgingsstaat willen inperken om hogere productiviteit en economische groei te bewerkstelligen. En dan zijn er twee soorten partijen die zich daartegen verzetten: \u00e9\u00e9n die we zien als links, maar die spreekt voor zeer behoudende kiezers: arbeiders, ambtenaren, iedereen in traditionele banen die hen beschermden tegen de grillen van de economie. En dan een tweede groep van oppositiepartijen, die de burger ook tegen verandering en risico willen beschermen, maar dan niet in sociale maar in nationale zin: tegen \u2018buitenstaanders\u2019, tegen immigranten, kleurlingen en moslims. Twee protectionistische oppositiepartijen en een niet-ideologisch hervormingsgezind centrum, dat voor niets staat behalve economische groei. Een tamelijk afschrikwekkend vooruitzicht. Met slechte gevolgen voor de EU. Want al deze partijen zullen geneigd zijn de EU als doelwit te kiezen. Dat zagen we al aan het referendum in Nederland en Frankrijk. De hervormingspartijen van Blair tot Sarkozy zullen Europa een economisch probleem noemen omdat er te veel protectionisme en sociale wetgeving is. De linkse oppositie zal bezwaar maken tegen een Europa dat te makkelijk toegang tot Poolse loodgieters geeft en liberaliseringsmaatregelen doorvoert die de economische onzekerheid versterken. De rechtse oppositie zal haar pijlen richten op een Europa dat de grenzen opent, vreemdelingen binnenlaat en de nationale identiteit verzwakt. Als je me wilt laten klinken als een pessimist, dan is dit mijn pessimistische verhaal.\u2019<\/p>\n<p>Toch eindigt Postwar met een optimistische noot: \u2018The twenty-first century might yet belong to Europe.\u2019 Judt: \u2018Let op: het is voorwaardelijk gesteld. Alles is mogelijk. Het boek is een geschiedenis die wil laten zien dat niets voorbestemd is en dat alles van omstandigheden afhangt. Als de omstandigheden zich wijzigen, kunnen Europese politici ook veranderen. Als je van binnenuit naar Europa kijkt, roepen alle problemen diep pessimisme op. Als je er van buitenaf naar kijkt, is Europa nog altijd de beste hoop.\u2019<\/p>\n<p>Tony Judt, \u2018Postwar: A History of Europe Since 1945\u2019, Penguin, 896 pagina\u2019s, \u20ac 40,00<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Historicus Tony Judt geeft in zijn onlangs verschenen boek \u2018Postwar\u2019 zijn visie op de geschiedenis van Europa na 1945. Hoe kijkt hij naar het Europa van morgen? Een gesprek over de na\u00efviteit van de jaren zestig, gemakzuchtige politici en de grenzen van de EU. \u2018Europa is geen alternatief voor het Nederlanderschap, maar de enige manier waarop je nog Nederlander kunt zijn in de eenentwintigste eeuw.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1349],"acf":[],"author_name":"Tomas Vanheste","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124849"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=124849"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124849\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Tomas Vanheste","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=124849"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=124849"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=124849"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}