
 {"id":124465,"date":"2006-03-04T00:00:00","date_gmt":"2006-03-03T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/emma-bovary-op-ground-zero\/"},"modified":"2006-03-04T00:00:00","modified_gmt":"2006-03-03T22:00:00","slug":"emma-bovary-op-ground-zero","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/emma-bovary-op-ground-zero\/","title":{"rendered":"Emma Bovary op Ground Zero"},"content":{"rendered":"<p>Jay McInerney en Bret Easton Ellis, in artikelen en recensies over de een duikt altijd de naam op van de ander, en vermoedelijk zullen de twee met elkaar bevriende auteurs altijd wel tot elkaar veroordeeld blijven, en dat allemaal vanwege hun debuutromans uit medio jaren tachtig: Bright Lights, Big City (McInerney) en Less Than Zero (Ellis). Beide romans veroorzaakten een schokgolf in het literair correcte milieu van die jaren: in een snelle, opzettelijk hyperventilerende stijl beschreven de twee een wereld van \u2018geyuppificeerde\u2019 (McInerney) en cynische en afgestompte (Ellis) jonge Amerikanen. De personages in hun debuutromans werden niet gehinderd door enig sociaal of politiek bewustzijn, de aandacht ging vooral uit naar nachtleven, glamour, status en volhardend drugsgebruik, met een sterke voorkeur voor coca\u00efne. McInerney en Easton Ellis deden alsof John Updike, Richard Ford en Joyce Carol Oates niet bestonden en eigenden zich energiek een eigen domein toe: de nerveuze grotestadscultuur behoorde in hun debuten niet toe aan wervelende boh\u00e9miens of andere razend integer bezig zijnde artistiekelingen, maar aan snel levende hedonisten en immens verveelde rijkeluiskinderen.<\/p>\n<p>De buzz rond beide debuutromans nam nog toe doordat de twee jonge schrijvers de indruk wekten het leven te leiden dat ze in hun boeken satirisch en hilarisch (McInerney) dan wel opzettelijk monotoon en nihilistisch (Ellis) hadden geboekstaafd. Deze twee schrijvers gedroegen en profileerden zich als de voor glitter gevoelige nazaten van Truman Capote en F. Scott Fitzgerald, en dat in een tijd dat veel schrijvers waren ingekapseld in de veilige domeinen van een middelgrote universiteit waar ze hun eeuwige cursussen creative writing gaven.<\/p>\n<p>Maar dat was toen. McInerney en Ellis ontwikkelden zich tot schrijvers die gestaag uitgroeiden tot elkaars tegenbeeld. Die allervroegste portrettering van the young, rich and wasted is achteraf maar een heel summiere en oppervlakkige overeenkomst. Bret Easton Ellis is te omschrijven als een min of meer \u2018gevaarlijke\u2019 auteur, en McInerney op zijn beurt als een min of meer \u2018behaaglijke\u2019 auteur. Hun respectievelijke literaire stambomen zijn ook totaal verschillend. Ellis\u2019 oeuvre, met name dankzij de romans American Psycho en Lunar Park, laat zich typeren aan de hand van literaire voorzaten als Dostojevski, Jean Genet, en de Norman Mailer van An American Dream.<\/p>\n<p>Het werk van die drie schrijvers is allemaal veel te zwart en deviant en, vooruit, existentialistisch voor een veel romantischer ingestelde schrijver als Jay McInerney. McInerneys literaire voorzaten zijn John Steinbeck, F. Scott Fitzgerald en de Truman Capote van Breakfast At Tiffany\u2019s.<\/p>\n<p>Neem Ellis\u2019 laatste roman, Lunar Park, waarin de hoofdfiguur Bret Ellis heet die een wrak is geworden, een volgevreten en verveelde allesjunk met een egoprobleem en van wie zelfs de misantropie de scherpe randjes mist vanwege desinteresse en verveling. Lunar Park moet het hebben van de flirt met de antiroman, waarin zelfparodie, nachtmerrie en apathie de sfeer bepalen.<\/p>\n<p>En neem daartegenover McInerneys voorlaatste roman The Last of the Savages dat zich afspeelt in het Diepe Zuiden met in de hoofdrol een even gevierde als gekwelde platenproducer, de steenrijke en succesvolle Will Savage, gezien door de ogen van zijn jeugdvriend, de veel bescheidener Patrick Keane. McInerney is onbeschaamd melancholiek in het beschrijven van de opkomst en ondergang van deze groots en meeslepend levende charismatische figuur die zich niettemin mislukt en misplaatst voelt. Het stramien is bekend: The Last of the Savages voegt zich tot in de smalste groefjes naar de traditie van romans als The Great Gatsby en Sophie\u2019s Choice. Door die opzichtige schatplicht maakte het een weinig authentieke indruk, iets wat je van Ellis\u2019 werk nooit kunt zeggen.<\/p>\n<p>Bret Easton Ellis is, kort gezegd, een schrijvende naysayer, terwijl Jay McInerney op een traditionele en omfloerste manier ja zegt tegen het leven. Als ze niet met elkaar bevriend waren geweest, hadden ze zich vrijwel zeker geen zier voor elkaars latere werk ge\u00efnteresseerd.<\/p>\n<p>Het aardige is dat beide schrijvers incidenteel die fundamentele tegenstellingen op een achteloze manier nog wat aanscherpen. In Lunar Park ontregelt Ellis het genre van de autobiografische roman door een personage dat zijn naam draagt, aanvankelijk te laten samenvallen met de schrijver zelf, waarna hij gaandeweg op steeds buitenissiger manieren in een horrorverhaal \u00e0 la Stephen King verzeild raakt. Ergens in de roman duikt een personage genaamd Jay McInerney op, een bijdehante grappenmaker en een doorgewinterde party crasher maar tegelijkertijd een wat gladde figuur die zich zelfs op onbezorgde feestmomenten bewust is van zijn reputatie. De \u2018Jay\u2019 in Lunar Park wordt, kortom, een tikkeltje voor aap gezet.<\/p>\n<p>Omgekeerd duikt in McInerneys nieuwe roman The Good Life in \u00e9\u00e9n alinea plotseling een boektitel van Ellis op. Wanneer Luke, een succesvolle Wall Street-investeerder die zijn carri\u00e8re eraan heeft gegeven, de meisjeskamer van zijn dochter Ashley betreedt, schrikt hij even van wat hij in haar boekenkastje ziet staan. Vader Luke inspecteert die kast, \u2018waarbij hij van zijn speurtocht naar een vertrouwd boek werd afgeleid door een nieuwsgierigheid die week voor gealarmeerdheid toen hij sommige van de vreemde, nieuwe titels bestudeerde. Wanneer hadden Gossip Girl, The Vampire Chronicles, Sex and the City en Glamorama hun plaats ingenomen naast Stargirl, The Chocolate Girl en Are You There, God? It\u2019s Me, Margaret?\u2019<\/p>\n<p>Dit l\u00edjkt een aai, maar \u00eds een sneer. De aai: Glamorama van Bret Ellis is kennelijk z\u00f3 populair dat het boek zelfs heel jonge lezers onder ogen komt, zoals dit pubermeisje Ashley. De sneer: Glamorama is typisch zo\u2019n roman die, te midden van allerlei pulpboeken, in de boekenkasten is te vinden van meisjes met een temerig slechte pubersmaak. McInerney lijkt ermee te willen zeggen: Ellis heeft tot ver voorbij zijn veertigste een publiek van pubers, ik schrijf boeken die gelezen worden door de ouders van die pubers. Take that!<\/p>\n<p>The Good Life z\u00e9lf zal maar hoogst zelden in zo\u2019n boekenkastje als dat van Ashley terechtkomen. McInerney, inmiddels de vijftig gepasseerd, concentreert zich in The Good Life op de levens van personages die maar ietsje jonger zijn dan hijzelf, van wie de belangrijkste, Corrine Makepeace, begin veertig is. Corrine is, nog steeds, getrouwd met Russell Calloway, wiens naam natuurlijk niet zomaar sterk lijkt op Nick Carraway uit The Great Gatsby. Het echtpaar Calloway vormde ook al de spil in McInerneys Brightness Falls uit 1992. Brightness Falls speelde zich af in het jaar van beurskrach, 1987. Russell was toen redacteur bij een grote New Yorkse uitgeverij en is dat in The Good Life nog steeds. Maar Corrine, in Brightness Falls nog kinderloos, heeft haar baan als effectenmakelaar opgegeven en is nu scenarioschrijfster, in de bourgeoiskringen waarin zij verkeert een eufemisme voor \u2018werkloos\u2019 of \u2018huismoeder\u2019. In Brightness Falls overkwam Corrine een miskraam, maar inmiddels heeft zij een tweeling van zes jaar oud. De kinderen heeft zij mede te danken aan de eicellen van haar jongere zus Hillary, want na de miskraam lukte het niet meer om \u2018gewoon\u2019 zwanger te worden.<\/p>\n<p>Corrine is in The Good Life het karakter dat het meest tot leven komt. McInerney geeft het echtpaar Callo\u00adway een majeure buts in hun huwelijk mee: een romance van Corrine met de eerdergenoemde Luke. Die romance begint \u2013 letterlijk \u2013 op de puinhopen van Ground Zero. Zo\u2019n door de media overbekend geraakt terrein is natuurlijk een waagstuk \u2013 waar McInerney zich, gelukkig, niet aan vertilt. The Good Life voegt iets essentieels toe aan eerdere romans waarin al dan niet indirect wordt verwezen naar 11 september. Jonathan Safran Foer koos in Extremely Loud &#038; Incredibly Close voor een enerverend sprookje waarin, o paradox, door middel van buitenissige en excentrieke personages aan de aanslagen van 11 september een menselijke maat wordt teruggegeven \u2013 de menselijke maat van het individuele verlies, de rouw en het gemis van een vroegwijs kind dat ondanks zijn bijna bovenmenselijke schranderheid niet goed weet hoe dat moet: rouwen. Michael Cunningham legde de invloed van paranoia n\u00e1 \u20189\/11\u2019 bloot in zijn literaire drietrapsraket Specimen Days, en Salman Rushdie liet in Shalimar the Clown zien hoe en wanneer er in iemand een terrorist kan ontkiemen, dit overigens te midden van een tumult aan beelden en burlesken.<\/p>\n<p>McInerney pakt het in The Good Life niet via de omweg van sprookje, groteske of thriller aan; hij heeft als het ware een mondkap voorgedaan en een helm opgezet om zo zijn voornaamste romanpersonages te begeleiden naar Ground Zero. The Good Life komt de damp, de stank en de wanhoop van die dag nabij door rechttoe, rechtaan het verhaal in het hart van de terreuraanslagen te situeren: het rampgebied.<\/p>\n<p>Corrine is in dit rampgebied een mens van vlees en bloed, maar Luke, op wie ze verliefd wordt, komt jammer genoeg nauwelijks uit de verf. Hij blijft een vehikel voor het aanscherpen van de tragiek van Corrine. Zij is van goede wil in haar huwelijk, maar wordt desondanks toegezogen naar een leven zonder man en kinderen: Emma Bovary op Ground Zero.<\/p>\n<p>Er is in The Good Life een wereld van vlak v\u00f3\u00f3r en vlak n\u00e1 de aanslagen \u2013 aan de verleiding van een beschrijving van de aanslagen zelf heeft McInerney niet toegegeven. In plaats daarvan is McInerney tamelijk meesterlijk in het aanstippen van schijnbaar marginale taferelen en gesprekken n\u00e1 de terreuraanslagen. Die taferelen laveren van warm, en hartroerend naar bot en g\u00eanant en weer terug. Een jongen heeft om de nek van zijn hond een kaartje gehangen waarop staat dat iedereen hem mag aaien teneinde een ander levend wezen te kunnen voelen. In een winkel ontaardt een meningsverschil over een onschuldige bestelling in een hysterische en racistisch getinte ruzie, waaruit blijkt dat bij vrijwel iedereen, ondanks het craquel\u00e9laagje van eendracht, de agressie en haat vlak onder de huid zit. Een schade-expert uit het middenwesten begint een zweterige monoloog over al die schaars geklede chicks die zich ophielden in een wapenarsenaal dat is ingericht als centrum voor vermisten. De meiden die daar rondliepen om hun dierbaren te zoeken, wat waren die allejezus geil gekleed in hun topjes en mini\u2019s, uit welke krochten kwamen die lekkere hapjes toch vandaan? Het is een tenenkrommende monoloog, aan de hand waarvan McInerney invoelbaar maakt dat het gros van de mensen ook in tijden van angst en terreur niet aan stupiditeit en botheid inboet.<\/p>\n<p>Dit lijkt sowieso onderdeel van de inzet van The Good Life: alleen incidenteel ervaren de New Yorkers een gevoel van lotsverbondenheid en klampen ze zich saamhorig aan elkaar vast. Even later, soms letterlijk midden op de puinhopen, worden ze weer hun bekrompen en statusgevoelige zelf. Te midden van dit gewemel bevindt zich Corrine, die door McInerney wordt geportretteerd met een intensiteit die een vergelijking oproept met de vrouwelijke personages bij Oek de Jong: Lin in Hokwerda\u2019s kind en Hanna Piccard in Cirkel in het gras.<\/p>\n<p>Corrine is misschien wel McInerneys meest levensechte personage ooit, op momenten net zo grappig als het bijdehante \u2018postmoderne meisje\u2019 Alison Poole uit The Story of My Life. Zo is Corrine onweerstaanbaar als ze daags voor de aanslag in een club belandt waar een patserige regisseur een arm om haar heen slaat en meteen maar haar ene tiet vastgrijpt: \u2018\u201cBedankt, dat is mijn linkerborst,\u201d zei ze, \u201cdie zoek ik al de hele avond.\u201d\u2019 Maar McInerney verbindt Corrines New Yorkse spitsheid met een reeks menselijke, al te menselijke kleinigheden. Zo ergert ze zich aan haar zus Hillary die ze toch eigenlijk zo dankbaar moet zijn. Dankzij Hillary heeft Corrine moeder kunnen worden. Intussen loert ze met gemengde gevoelens naar Hillary\u2019s intimiderend jeugdig gebleven lichaam. Af en toe is Corrine zelfs bang dat haar jongere zus de tweeling ooit zal \u2018claimen\u2019 als zijnde h\u00e1\u00e1r kinderen. Dat is een even irrationele als belachelijke gedachte waarvan ze er heel veel heeft, en ze maken van Corrine een personage dat zich als een levend mens van de bladzijden losmaakt. Voor het eerst na al die jaren en al die romans weet een romanpersonage van McInerney te ontroeren, zonder dat je wordt verstoord door bijgedachten over leentjebuur bij Scott Fitzgerald of Raymond Carver.<\/p>\n<p>Eigenlijk is het aan te raden eerst Brightness Falls te lezen of te herlezen alvorens te beginnen aan The Good Life. Dan wordt eens te meer duidelijk dat McInerney ook op detailniveau alles onder controle heeft. Bepaalde schilderijen, voorwerpen of meubels in Brightness Falls worden achteloos opnieuw genoemd in The Good Life, en juist die bestendigheid van de dingen onderstreept de inspanningen van Corrine en Russell om hun huwelijk van jaren intact te houden.<\/p>\n<p>De diehards onder de McInerney-lezers weten intussen dat het echtpaar Calloway tussen Brightness Falls en The Good Life n\u00f3g eens acte de pr\u00e9sence gaven: in het verhaal \u2018Smoke\u2019 in de verhalenbundel How It Ended (2000). In \u2018Smoke\u2019 spreken Russell en Corrine af om samen gelijktijdig met roken te stoppen en elkaar in hun abstinentie te coachen. Op een onbewaakt ogenblik dreigt Russell \u2013 voor het eerst in zijn huwelijk \u2013 vreemd te gaan, en het is alleen dankzij een stomme toevalligheid dat het er niet van komt \u2013 iemand loopt de slaapkamer binnen waar het overspel op het punt stond te beginnen. Nog diezelfde avond en in bed naast Corrine merkt Russell aan de houding van zijn vrouw dat zij hem iets wil opbiechten. Geschrokken denkt Russell ogenblikkelijk dat ook zij ontrouw is geweest, helemaal of bijna. Maar de biecht is anders: ze heeft die dag stiekem gerookt en vervloekt haar gebrek aan wilskracht.<\/p>\n<p>Dan gaan we over naar The Good Life. Als het diner waarmee de roman begint, is afgelopen en de gasten naar huis zijn, werpt Corrine een snelle blik op de \u2018uitpuilende asbakken\u2019 midden in de ravage van de eettafel. Zelf heeft ze niet gerookt. E\u00e9n dag later, op woensdag 12 september, presenteert Luke haar een sigaret, die ze zonder dralen aanneemt en opsteekt. De inhalering is een bevrijding. Met het inhaleren is het aanstaande overspel bezegeld, maar het huwelijk houdt uiteindelijk stand. Ook hier toont McInerney zich de goedwillende romanticus.<\/p>\n<p>Tot op dit soort details over Corrines rookgedrag heeft McInerney de twee romans plus het ene korte verhaal met elkaar verknoopt. Het is maar \u00e9en facet dat de gerijptheid van zijn schrijverschap onderstreept. Er komt bij dat McInerneys zinnen er deze keer robuust bij staan, bijvoorbeeld wanneer hij de confrontatie met de doden die men overdag op straat aantreft, afzet tegen de demonen waardoor de New Yorkers \u2019s nachts worden bezocht: \u2018De nabijheid van de doden was het meest voelbaar in de uren na middernacht, wanneer hun geesten in de kloven zweefden. Het was beter ze om je heen te voelen dan ze uptown in je slaap te zien. Er was iets demoraliserends aan de zonsopgang: het daglicht was misplaatst vrolijk en aards. Het donker, met zijn alles omhullende intimiteit en zijn suggestie van sterfelijkheid, was bevorderlijker voor rouw, voor geruchten, voor gedeelde vertrouwelijkheden en bravoure.\u2019<\/p>\n<p>Jay McInerney,  \u2018 The Good Life\u2019, Bloomsbury, 368 pagina\u2019s, \u20ac 24,\u2013, \u2018Het goede leven\u2019, vertaling Mathilde Holkamp en Maarten Polman, De Bezige Bij, 352 pagina\u2019s,<\/p>\n<p>\u20ac 18,90<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Jay McInerney, wereldberoemd sinds zijn debuut \u2018Bright Lights, Big City\u2019, situeert zijn meesterlijke nieuwe roman in het hart van de terreuraanslagen van 9\/11. Ook op de puinhopen zegt hij ja tegen het leven.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Joost Zwagerman","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124465"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=124465"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124465\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Joost Zwagerman","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=124465"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=124465"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=124465"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}