
 {"id":124161,"date":"2006-03-18T00:00:00","date_gmt":"2006-03-17T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/poezie-is-de-kille-vrouwehand\/"},"modified":"2006-03-18T00:00:00","modified_gmt":"2006-03-17T22:00:00","slug":"poezie-is-de-kille-vrouwehand","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/poezie-is-de-kille-vrouwehand\/","title":{"rendered":"\u2018Po\u00ebzie is de kille vrouwehand\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Maar weinig lezers zullen van vreugde zijn opgesprongen toen ze hoorden dat H.C. ten Berge voor zijn po\u00ebzie de P.C. Hooftprijs 2006 had ontvangen. Anderzijds, het was welhaast onvermijdelijk dat deze auteur de belangrijkste literaire prijs in het Nederlandse taalgebied op enig moment zou krijgen.<\/p>\n<p>Ten Berge is jarenlang een controversi\u00eble figuur geweest, die een prominente rol speelde in de polarisatie waaraan de Nederlandse literatuur vooral in de jaren zeventig en tachtig ten prooi was. Er zijn liefhebbers die zijn werk uit en te na bewonderden en bestudeerden, literatoren als Rein Bloem, Cyrille Offermans, Wiel Kusters, voorstanders van experimentele, internationaal gerichte letteren. Maar in de andere hoek, die van de ik-lyriek, de parlandopo\u00ebzie en het romantisch realisme kon hij vaak geen goed doen en fungeerde hij door de jaren heen geregeld als een soort kop van Jut.<\/p>\n<p>In het begin van zijn carri\u00e8re kreeg hij het nodige krediet. In de beide delen van Literair Lustrum, dat de Nederlandse literatuur in de jaren zestig en zeventig in kaart brengt, werden sympathiserende essays aan hem gewijd. Maar in de jaren tachtig ebde het enthousiasme weg. Jaap Goedegebuure en Ton Anbeek noemen zijn naam niet in hun overzichten van de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. En in de eerste editie van de dikke Komrij nam de samensteller geen enkel gedicht van Ten Berge op. Zelfs in de meest recente edities is hij slechts met drie gedichten vertegenwoordigd.<\/p>\n<p>Het lijkt erop dat de auteur met zijn opvattingen en praktijken voor een flinke portie ergernis zorgde in het andere kamp en daarmee vervolgens de nodige tegenwind over zich afriep. De laatste jaren is die tegenwind wel weer afgenomen, maar niet omgeslagen. De reacties op de toekenning van de P.C. Hooftprijs 2006 waren in het algemeen lauw, in tegenstelling natuurlijk tot het juryrapport, waarin Ten Berge een unieke figuur wordt genoemd, die in zijn po\u00ebzie noch de diepten schuwt, noch het geringste. Maar de meeste schrijvers en lezers die je naar een reactie op de bekroning vraagt, geven niet thuis, kennen het werk niet goed of houden het erop dat Ten Berge nu eenmaal aan de beurt was.<\/p>\n<p>Anderen kennen Ten Berge ondanks zijn titel Het geheim van een goed humeur vooral als hypochonder. Dichteres Anne Vegter herinnert zich een voorval na een overigens overrompelend optreden tijdens een festival over po\u00ebzie en eten: \u2018De volgende ochtend zat ik met hem aan het ontbijt. Dat hij veel te weinig uitgenodigd werd voor optredens, mopperde hij, nauwelijks lezingen, geen festivals. Dat hij vergeten werd. Was het een ochtendhumeur, waren het oude klachten? Nieuwe klachten? Ik sloop van tafel met een wegmoetsmoes, maar kreeg spijt. Was de grote verteller van gisteravond zo gekrompen? Ik ging weer naar zijn kamer. Hij stond er wat gekromd bij. Sterkte, zei ik, met alles. Waar ik trouwens ook weer spijt van kreeg. Even later zag ik hem in een tramhokje. Moest ik iets naar hem roepen? \u201cHet gaat je lukken, man! Je bent een van de besten. In alles.\u201d Maar dat wist ik toen nog niet. Dat hij de P.C. Hooft zou winnen. Hartstikke mooi verdiend trouwens!\u2019<\/p>\n<p>Overigens gaf de laureaat zelf in een interview in de NRC te kennen dat nu hem de hoogste literaire prijs ten deel was gevallen, hij ook niet langer zou mokken over miskenning en ander literair ongerief.<\/p>\n<p>Johannes Cornelis ten Berge, geboren in 1938 te Alkmaar, groeide op in het kunstenaarsdorp Bergen. De literatuur houdt hem op jonge leeftijd al in de greep. Hij omschrijft zichzelf als een auteur met een van meet af aan \u2018totale inzet, waarmee niet te marchanderen viel. Wanneer ik me de zestienjarige lyce\u00efst van vroeger voor de geest haal, zie ik hem op een zaterdagmiddag na schooltijd in een kleine boekhandel staan, bladerend in betaalbare bundels die naar verse drukinkt roken. Als hij een bundel in de hand nam, ging dat gepaard met een fysieke gewaarwording.\u2019 De jonge dichter liet het niet bij bladeren. Hij bezocht ook de in Bergen woonachtige Prins der Dichters Adrianus Roland Holst, die hij zeer bewonderde. Het zal een van de eerste mythenbouwers geweest zijn, die hij ontmoette.<\/p>\n<p>Maar zijn literaire leerschool wordt toch vooral gevormd door de Vijftigers, die dan enige jaren eerder zijn doorgebroken. Met name Gerrit Kouwenaar zal een stempel op zijn po\u00ebzie drukken en in Lucebert bewondert hij de vrijheid van geest. Zowel Kouwenaar als Lucebert woont trouwens ook in Bergen. Zelf zou hij nooit als de Vijftigers kunnen schrijven, maar hij beschouwt zichzelf wel als een avant-gardist.<\/p>\n<p>Het is de tijd waarin jonge schrijvers nog Wanderreise maken, \u00e0 la Nootebooms Philip en de anderen. Ook Ten Berge gaat op reis. Hij is dan al naar Amsterdam verhuisd, waar hij onder meer een studie Spaans niet afmaakt. Maar karakteristiek genoeg trekt hij niet naar Parijs of Itali\u00eb maar naar Polen en Tsjechoslowakije. En nog kouder weer zit in zijn botten, in de zomer van 1972 bezoekt hij Groenland. In het seizoen 1974-1975 is hij verbonden aan het Museum of Man in Ottawa, vanwaar hij grote reizen door Canada maakt. Dat alles komt ook in zijn werk terecht.<\/p>\n<p>Gerrit Kouwenaar kan die hang naar de pool wel begrijpen. \u2018Arctische sferen waren in die tijd wel een beetje in. En Ten Berge is echt een Noord-Hollandse jongen. Hij is van het schaatsen, niet van de Middellandse Zee. Een mooi verhaal uit zijn Canadese tijd is dat hij een keer thuiskwam en ontdekte dat de ijskast was ondergesneeuwd. Over kou gesproken!\u2019<\/p>\n<p>Ten Berge rekent zich als dichter tot een stelletje eenlingen dat in de jaren zestig doorbreekt en van wie hij de namen noemt: Hans Faverey, Jacques Hamelink, H.H. Ter Balkt en Breyten Breytenbach. Geen groep, geen beweging, wel een generatie.<\/p>\n<p>Toch heeft hij niet alleen als eenzaam dichter maar vooral als tijdschriftredacteur een rol in de Nederlandse literatuur gespeeld. In 1967 begon hij het tijdschrift Raster, dat van meet af aan experimenteel en internationaal gericht zou zijn. In de loop van zijn bestaan zou Raster in Nederland voor een bepaald soort avant-gardistische literatuur komen te staan en ontstond er zelfs iets als \u2018Raster-po\u00ebzie\u2019. Ook die leek voor sommigen een afstotelijke geur te verspreiden. Wie de pamfletten van de Maximalen halverwege de jaren tachtig en het inventariserende stuk \u2018Het juk van het grote niets\u2019 van Joost Zwagerman leest, moet vaststellen dat de pijlen vooral gericht zijn op dit soort Raster-po\u00ebzie, met haar noties van leegte, wit, autonomie, ascese, intellectualisme.<\/p>\n<p>Maar niet alleen de Maximalen moeten er weinig van hebben, ook een exacte jaargenoot als H.H. Ter Balkt heeft niet veel op met het werk van Ten Berge. Als hijzelf van de warme kant is dan is Ten Berge van de koude kant. \u2018Het is alles waar ik een hekel aan heb. Zijn po\u00ebzie is me te slim, te geslepen. En geslepenheid is voor de politiek. In de po\u00ebzie moeten de hersens het niet meer doen. Maar bij hem voel je overal de poolwind, het is koud, het is geen dichtkunst van binnenuit. Het is een rationalistische boel en dat moet po\u00ebzie niet zijn.\u2019<\/p>\n<p>Ten Berges beginselverklaringen in het eerste nummer van Raster winden er geen doekjes om. \u2018Nu de emotionele po\u00ebzie overboord is gezet\u2019 is het tijd voor po\u00ebzie van de harde feiten: \u2018het schrijven van po\u00ebzie, zij het met humor als deel van de winst, is een \u201chard\u201d bedrijf geworden, konkreet, informatief, zonder bovendrijvend sentiment; het levert gedichten \u201cals gesleten, keiharde handgrepen\u201d.\u2019 Zo moet volgens hem de dichtkunst van nu (we schrijven dan 1967) eruitzien.<\/p>\n<p>Maar er is daarnaast een link naar het verre verleden, naar een prepolitieke oertijd van orale overleveringen: \u2018Elke po\u00ebzie in haar beginfase is gezongen taal, of taal die gepaard gaat met uitroepen, ritmiese spreekkoren enz.\u2019 Die band tussen po\u00ebzie en muziek is volgens Ten Berge in de loop der geschiedenis teloorgegaan en hij wil haar weer herstellen, een tendens die hij overigens ook vaststelt in de modernistische muziek van Sch\u00f6nberg, Boulez en Berio, en in de modernistische dichtkunst van Ezra Pound en e.e. cummings.<\/p>\n<p>Voor Cyrille Offermans, liefhebber en kenner van Ten Berge, vormt zijn veldwerk naar orale culturen zijn belangrijkste bijdrage aan de Nederlandse dichtkunst. \u2018Daarmee heeft hij ons historische en culturele materiaal enorm uitgebreid.\u2019 Offermans ziet een link met de jaren zestig. \u2018Hij reageerde ook op de benauwdheid van de jaren vijftig. In Raster worden de deuren naar buiten opengegooid. Alles is vrij toegankelijk, verre culturen net zo goed als de Middeleeuwen. Hij zocht het alleen niet in het Nederland van zijn eigen tijd. Eigenlijk zit er bij al die vermeende kou iets heel romantisch in. Hij is een modernistische romanticus.\u2019<\/p>\n<p>Raster moest het literaire laboratorium worden dat Ten Berge in zijn beginselverklaring voor ogen stond, een plek waar literatuur beoefend werd die het niet van oplagecijfers en publiek succes moest hebben.<\/p>\n<p>Niet alleen Nederlandse schrijvers en essayisten van het experimentele en autonomistische slag vulden het blad, er stonden ook nogal wat bijdragen van wahlverwandte buitenlanders in. Ten Berges belangstelling voor buitenlandse culturen en literaturen zorgde ervoor dat in de Nederlandse letterkunde eigenlijk voor het eerst internationale invloeden actief werden. Festivals als Poetry International zouden daar begin jaren zeventig op inspelen. Ten Berge heeft in de ontsluiting van de internationale dichtkunst en de kosmopolitisering van onze letterkunde een voorname rol gespeeld.<\/p>\n<p>Veel van Ten Berges vroege werk speelt zich af in arctische contreien, of juist in hete, dorre woestijnen, te midden van oude culturen, zoals die van eskimo\u2019s, indianen, aboriginals, volkeren die in zekere zin fungeren als het slechte geweten van de westerse beschaving. \u2018Die harde emoties zie je ook gedemonstreerd en versterkt door de klimatologische omstandigheden in het gedicht, door de arctische en antarctische onderwerpen vaak,\u2019 zegt de schrijver zelf erover.<\/p>\n<p>Zelfs de liefde gaat gebukt onder die kilheid:<\/p>\n<p>Po\u00ebzie is de kille vrouwehand<\/p>\n<p>die je wekt in de morgen<\/p>\n<p>is liefde smeden<\/p>\n<p>als zij wreed wordt<\/p>\n<p>Zijn dichterlijke voorkeur gaat uit naar ijs en sneeuw, naar puurheid, niet naar warmte en gevoel. Hij heeft een absolute afkeer van het autobiografische. Wie over zijn biografie iets te weten wil komen, in interviews of overzichtsartikelen, stuit op een muur. Hij is een dichter die weinig loslaat.<\/p>\n<p>Je zou zijn werk in zekere zin een reactie kunnen noemen op de overmatige psychologisering van onze maatschappij in de twintigste eeuw. Niet ons vermeende inzicht in de menselijke geest, maar het objectieve standpunt van de niet-analyserende observator bepaalt het uitzicht.<\/p>\n<p>Niet toevallig speelt fotografie een belangrijke rol; nogal wat van zijn gedichten zijn op foto\u2019s gebaseerd, en ook de dichter zelf heeft iets weg van een fotograaf. In zijn roman Een geval van verbeelding lezen we over de fotograaf Marston: \u2018Hij keek als een levende kamera die waargenomen beelden aan elkaar laste om ze betekenissen te geven die ze voordien niet bezaten. Zoals in de montage losstaande beeldreeksen nieuwe en onverwachte samenhangen kunnen opleveren die tot onvermoede diepte doorstoten.\u2019 Zo werkt ook Ten Berge zelf.<\/p>\n<p>Maar behalve een \u2018koude\u2019 en gesloten dichter is Ten Berge ook een betrokken schrijver. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht dat hij aan zijn vriend Breyten Breytenbach wijdde \u2018die negen jaar in de nor opknapt\u2019. Opvallend is het ietwat ruwe, ondiplomatieke taalgebruik in dit soort gedichten. Hoe koel en ascetisch hij elders ook mag overkomen, in zijn hekelgedichten is Ten Berge juist erg aards, gedreven en direct. Het is de andere kant van zijn dichterschap.<\/p>\n<p>Ten Berge is altijd een zuiver dichter geweest. Sinds 1971 was hij weliswaar als docent aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Arnhem verbonden waar hij een soort \u00adcreative writing onderwees. Maar zijn auteurschap verkwanselde hij nooit. Lucratieve bijbaantjes of journalistieke zijsprongen heeft hij altijd versmaad. Het feit dat hij als dichter met zijn door velen als ontoegankelijk ervaren werk jarenlang een volledige beurs van het Fonds voor de Letteren ontving, ergerde veel collega\u2019s mateloos.<\/p>\n<p>Offermans: \u2018Hij heeft een heel idealistische kijk op het schrijven en wil met de moderne media en de wereld van het geld niets te maken hebben. En natuurlijk is hij ook wel een beetje een monomaan die niet veel naast zijn schrijverschap kan dulden. Hij beklaagde zich tegen mij een keer over het feit dat die ene dag in de week dat hij in Arnhem lesgaf hem zoveel tijd kostte. Maar hij vergat dat hij dat zei tegen iemand die vijf dagen in de week lesgaf. Zijn totale overgave verwachtte hij ook van anderen en dat heeft hem veel teleurstelling bezorgd. Dat kan ook niet anders.\u2019<\/p>\n<p>Ook Kouwenaar ziet het probleem bij zo\u2019n torenhoge inzet. \u2018Hij is heel veelzijdig en serieus. Maar ondanks zijn spreekwoordelijke somberheid \u00e9n al die tegenslag heeft hij toch doorgedramd. Met enorm veel pit. Dat vind ik prachtig.\u2019<\/p>\n<p>Toch zal in de loop der jaren steeds meer persoonlijks in dit voorheen zo ijzige oeuvre sluipen. Begin jaren tachtig verschijnen de Texaanse elegie\u00ebn, een immense onderneming die wat de structuur en montageprincipes betreft, gemodelleerd zijn naar de Cantos van Ezra Pound (naast de vaderlandse Kouwenaar de internationale peetvader van Ten Berge). Ze gaan bij alle verwijzingen naar andere tijden en culturen toch vooral over het verlies van een geliefde.<\/p>\n<p>De bundel werd, karakteristiek, zeer wisselend ontvangen in de verschillende kampen. De liefhebbers liepen ermee weg, als hadden we met het hoogtepunt in Ten Berges oeuvre te maken, de tegenstanders vonden het allemaal niets. Tot die laatste groep behoorde ik indertijd zelf.<\/p>\n<p>De verdediging en de oppositie leidden tot een opleving van de stammenoorlog in de po\u00ebzie. Achteraf gezien heeft die veel weg van de stuiptrekking van het in het nauw gedreven kamp, te weten de onversneden avant-gardistische traditie, die een klimaatverandering ten kwade opsnoof.<\/p>\n<p>Ten Berge zelf heeft zich er nooit echt mee bemoeid, die was zo te zien meer dan zijn zeloten al bezig zich de nieuwe geest eigen te maken. De tijd van literaire prinzipienreiterei raakte allengs voorbij.<\/p>\n<p>In Oesters &#038; gestoofde pot uit 2001 (de \u2018open\u2019 titel zelf suggereert het al) zijn de koelheid, dorheid en leegte uit Ten Berges vroegere werk volledig op hun retour geraakt. Neem het gedichtje dat tussen haakjes als \u2018Knipoog\u2019 wordt aangekondigd:<\/p>\n<p>Po\u00ebzie verzet de zinnen<\/p>\n<p>zelfs als zij, van zin ontbloot,<\/p>\n<p>haar schelp van liefde<\/p>\n<p>sterk vergroot, getooid<\/p>\n<p>met roze lichtjes en intieme nissen \u2013<\/p>\n<p>heimelijk vertoont aan wie<\/p>\n<p>haar nooit geriefde.<\/p>\n<p>De dichtkunst als een soort bordeel, een vagina, dat is iets heel anders dan die koude of hete onherbergzame vlaktes uit Ten Berges beginperiode. Aan het eind van de jaren tachtig komt ook zijn verzameld werk uit onder de titel Materia prima. Ten Berge blijkt nogal wat van zijn vroegere werk te hebben herschreven en bijna altijd zijn de veranderingen ook vereenvoudigingen en maken ze het werk toegankelijker.<\/p>\n<p>We zien hier wat sinds de jaren tachtig een collectieve tendens werd: de schrijvers van het onversneden experiment, Vogelaar, Polet, en ook Ten Berge, gaven allengs hun strenge, haast sektarische positie op en naderden de meer verstaanbare po\u00ebzie.<\/p>\n<p>Het is een tijd waarin de experimentele, witte, lege po\u00ebzie in een isolement is geraakt en het lijkt erop dat veel experimentele schrijvers een compromis sluiten tussen hun idealen en de praktijk. De scherpe kantjes van het conflict tussen autonome en autobiografische po\u00ebzie raken afgesleten.<\/p>\n<p>Maar al werd de praktijk anders, Ten Berge heeft zijn vroegere standpunten nooit gewijzigd.<\/p>\n<p>Offermans: \u2018Allicht is hij relativerender geworden. Maar hij bleef ook de frontstrijder van het eerste uur en zijn opvattingen over de ambachtelijkheid van het vers heeft hij nooit herzien of teruggenomen. Daar is hij toch te veel calvinist voor.\u2019<\/p>\n<p>Die meer persoonlijke, open po\u00ebzie levert hem intussen wel nieuwe lezers van een andere generatie op. Pieter Boskma bijvoorbeeld, voormalig Maximaal en zelf ook beoefenaar van langdurige epische gedichten: \u2018Ik heb de Texaanse elegie\u00ebn indertijd in de ramsj gekocht, voor 7,90 gulden zo te zien, en ik heb ze altijd wel aardig gevonden. Het is breed en het waaiert flink uit. Ik zou het typografisch anders hebben gedaan, maar ik vind het wel wat.\u2019 Tot zijn verbazing blijkt hij overigens ook Ten Berges bundel Nieuwe gedichten (uit 1981) in de kast te hebben staan.<\/p>\n<p>Ook Atte Jongstra heeft er wel een band mee. \u2018Laat ik zeggen dat Ten Berge aan zijn soms bijna arctische stugheid een groot aantal opmerkelijk vloeiende beelden heeft weten te ontdichten. Pas geleden heb ik nog weer genoten van zijn strofe \u201cTijd is een slak in tomeloze vaart. \/ Voor kinderen traagverlopend wordt zijn gang door niets gestuit \/ Totdat je aan de zoom van bitterzoete wateren ligt opgebaard.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Ter Balkt daarentegen ziet er nog altijd niets in. \u2018Ik ben er later weer in gaan lezen en dacht: misschien is het veranderd. Maar nee, het is nog altijd koud. Niet aan mij besteed.\u2019<\/p>\n<p>Ten Berges ontwikkeling van de gesloten, abstraherende po\u00ebzie uit zijn begintijd naar de meer open, toegankelijke gedichten van de afgelopen jaren zegt van alles over de veranderde tijdgeest. In Oesters &#038; gestoofde pot staat ook het gedicht \u2018De laatste modernist\u2019, dat zo te zien een raak en ook ironisch zelfportretje bevat, maar dat in elk geval de hoge dromen en de daarbij vergeleken kleine praktijken van deze modernist enigszins badinerend op de hak neemt.<\/p>\n<p>Aan het eind zal deze sjamaan aan de keukentafel zelfs toegeven dat hij liever een vrouw dan een ijzige demon had omhelsd. De laatste strofen:<\/p>\n<p>Hij zocht wat hij vond: het kleinste detail en het grote gebaar<\/p>\n<p>een zin die versmolt, een beeld dat bevroor \u2013<\/p>\n<p>Elk woord lag volmaakt in de mond<\/p>\n<p>maar verkleumd zocht een hand naar de hand van een vrouw.<\/p>\n<p>O, dat er een eind aan kwam!<\/p>\n<p>De laatste modernist te zijn<\/p>\n<p>die z\u2019n ziel aan een ijzige demon verpandt.<\/p>\n<p>Ofwel, hoe staalharde dromen en idealen toch ook aan slijtage onderhevig kunnen zijn.<\/p>\n<p>\u2018De laatste modernist\u2019 staat als een van Ten Berges drie gedichten in de recentste dikke Komrij. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat die opname hatelijke trekjes vertoont: jongens, hier hebben jullie nou een fossiel van de laatste modernist! De ergste kou mag dan uit de lucht zijn, tussen Ten Berge en de romantisch-realistische\/esthetische po\u00ebzie gaapt nog altijd een flinke mentaliteitskloof. And never the twain shall meet.<\/p>\n<p>Gelauwerd of geliefd?<\/p>\n<p>Literatuur waar muziek in zit: in deze boekenweekspecial aandacht voor prijswinnaars uit alle hoeken van de wereld.<\/p>\n<p>62<\/p>\n<p>Een profiel van de ideale schrijver en de uitreiking van de VN-prijs voor nep-literatuur<\/p>\n<p>70<\/p>\n<p>Vriend en vijand over de winnaar van de P.C. Hooftprijs H.C. ten Berge<\/p>\n<p>74<\/p>\n<p>De zachte dood van de belangrijkste Nederlandse prijs voor jong literair talent<\/p>\n<p>80<\/p>\n<p>Nieuwe Japanse helden<\/p>\n<p>82<\/p>\n<p>Marlene van Niekerk, Zuid-Afrika&#8217;s grootste prijsdier<\/p>\n<p>84<\/p>\n<p>De zes cruciale stappen voor het schrijven van een prijs- winnend boek<\/p>\n<p>88<\/p>\n<p>Russisch straatrumoer<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In de eerste editie van de dikke Komrij zoek je tevergeefs naar een gedicht van H.C. ten Berge. Toch is zijn po\u00ebzie bekroond met de P.C. Hooftprijs. Hoe is dit mirakel te verklaren? Bewonderaars en Ten Berge-haters spreken zich uit. \u2018Hij heeft met enorm veel pit doorgedramd. Dat vind ik prachtig.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124161"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=124161"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124161\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=124161"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=124161"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=124161"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}