
 {"id":124145,"date":"2006-03-18T00:00:00","date_gmt":"2006-03-17T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/hier-valt-niets-te-winnen\/"},"modified":"2006-03-18T00:00:00","modified_gmt":"2006-03-17T22:00:00","slug":"hier-valt-niets-te-winnen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hier-valt-niets-te-winnen\/","title":{"rendered":"Hier valt niets te winnen"},"content":{"rendered":"<p>Het doodshoofd bijvoorbeeld, staat het doodshoofd voor het duistere in ons leven? Al eeuwen wappert het op vlaggen, wordt het in grafstenen gebeiteld, in armen getatoe\u00eberd, in portretten en stillevens geschilderd. Van recente datum zijn doodshoofden op T-shirts, stickers, posters, doodshoofden als waarschuwing voor gif en gevaar. Ook op de tentoonstelling Dark in Museum Boijmans Van Beuningen duiken doodshoofden op.<\/p>\n<p>Een man zit op handen en knie\u00ebn, als een baby, een hond. Zijn hoofd is immens groot en zonder neus. Hij is van piepschuim en kruipt rond te midden van resten piepschuim; hij is gemaakt van de rotzooi om hem heen, die rotzooi is wat er van hem overblijft als hij uit elkaar valt. Ergens een hand, en kijk, daar ligt ook een schedeltje. Het is klein, als van een pop. En venijnig, niet echt in vrede rustend. De installatie is van de Nederlandse kunstenaar Folkert de Jong.<\/p>\n<p>In een andere zaal hangt een foto van een vrouw met een peuter op schoot. Ze zien er huiselijk uit, die twee. Maar ze hebben een doodshoofd, grof aangebracht, als met kalk. Ze kijken ingetogen, het deert ze niet dat ze de dood met zich meedragen. Dan is er nog een foto van een man en een vrouw. Ze liggen naast elkaar, hun kleren hangen zo\u2019n beetje open, minnaars. Zij zijn voorzien van een doodshoofdmasker. Hun voorkomen is uitdagend, met die losgeknoopte kleren en hun brutale zonnebrillen. De Japanse kunstenares Fumie Sasabuchi bewerkte de foto\u2019s met kleurpotlood en inkt. Bij de minnaars tekende ze in rood ook het hart en de aderen die naar het gezicht lopen, je ziet het bloed haast kloppen.<\/p>\n<p>Het doodshoofd in de installatie van Folkert de Jong is grappig, een beetje giftig ook. De doodshoofden van Sasabuchi zijn vooral aandoenlijk. Stel je je geliefde voor als een skelet. Een schedel overtrokken met een huid. Kus dat hoofd, duw hem of haar tegen je aan en voel die botten bewegen. Is dat gruwelijk? Ontluisterend? Of is het ontroerend, die belachelijke botten? Is dat niet het grootste wonder, dat we van een hoopje vlees en beenderen kunnen houden?<\/p>\n<p>Skeletten en doodshoofden zijn lullig en onbeholpen. Ze stellen gerust, zetten de dood netjes weg; als de dood niet meer is dan een schedel met een grimas, hoef je nergens bang voor te zijn.<\/p>\n<p>Dark is een groepstentoonstelling in Mu\u00adse\u00adum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Bij alle groepstentoonstellingen ben je geneigd het geheel als een competitie op te vatten met jezelf als jury. Welk kunstwerk is het beste, welk het slechtste? Wie komt op \u00e9\u00e9n, wie op twee, en wie valt buiten de prijzen? Het is een gevaarlijk spelletje, want het doet afbreuk aan de kunstwerken. En dat kan niet de bedoeling zijn.<\/p>\n<p>Het donkere levensgevoel is het thema van de tentoonstelling. De tijdgeest is donker, zo vermeldt de catalogus. We leven in een bevoorrechte tijd, we zijn nooit rijker geweest, we hebben nooit langer en gezonder geleefd, maar we voelen ons donker. Misschien gaan we er heimelijk vanuit dat de westerse cultuur op haar laatste benen loopt, of zijn we verveeld en verlangen we naar vernietiging.<\/p>\n<p>Alleen is het effect van al die uitgestalde donkerte niet dat je met donkerte doordrenkt raakt. Je wordt er eerder vrolijk van. In de duisternis van \u00e9\u00e9n kunstenaar kun je nog wel afdalen, maar in die van zestien kunstenaars lukt dat niet meer. De gruwel van de een relativeert die van de ander. Dat heeft niets met de kwaliteit van het werk te maken. Ook als je een Lucian Freud en een Francis Bacon naast elkaar ziet, barst je in een schaterlach uit. En als je je eigen leed in de kroeg of aan de keukentafel uitwisselt met dat van een ander gebeurt precies hetzelfde: je moet lachen.<\/p>\n<p>Kunstverzamelaar Jan Grosfeld stelde samen met conservator Rein Wolfs de tentoonstelling samen. De verzameling van Grosfeld vormt de kern van Dark.<\/p>\n<p>Wat in Grosfelds keuze opvalt, is de zeer nadrukkelijke aanwezigheid van het donker. Sommige werken zijn letterlijk zwart, zoals slechteriken zwart haar hebben en de duivel een irritant zwart ventje is met zwarte hoorns, een zwarte drietand en een zwarte staart.<\/p>\n<p>Wat is er zwart bij Dark? Een Nederlandse leeuw van zwart plastic (Marc Bijl). Een zwarte  gorilla die als Narcissus in een met zwarte lisdodden omgeven spiegel staart (Angus Fairhurst). De sprookjesachtige gouaches en perverse knipwerken in zwart en wit van Kara Walker. De installatie van Banks Violette met luidsprekerboxen waaruit een diepe bromtoon komt, als van een olietanker; voor de boxen ligt wit poeder, er tussenin steken zwarte ijsschotsen omhoog.<\/p>\n<p>In andere kunstwerken is het donkere grotesk verbeeld. Behalve die doodshoofden, de verwrongen sculpturen van de Amerikaanse kunstenares Rachel Harrison. Van hout, gips en acrylverf maakte ze vreemde staketsels. Ze doen aan lichamen denken. De een draagt een lichtblauwe pruik, de ander een blikje. Weer een ander heeft een zilveren pruik en een Amerikaanse vlag. We hoeven ons van Harrison niets te verbeelden: meer dan kledderige gips, een treurige carnavalspruik en een lullig vlaggetje zijn we niet. Grotesk is ook het beeld Horny van de Chinees Terence Koh. Zijn geilheid heeft een harde glans en laat zich omschrijven als een kapstok met een dildo, kettingen, een leren tuigje, de hoorn van een stier, en dat alles met goudverf overspoten. Of de James Ensor-achtige harlekijn van Folkert de Jong.  Hij heeft een met zwarte verf besmeurd gezicht en houdt een pop omhoog, misschien een buikspreekpop; in een boompje zijn koppen van poppenkastpoppen gelijmd. We deal\u2026you loose heet het werk. Er valt niets te winnen in het spel dat het leven met ons speelt.<\/p>\n<p>Halen die zwarte en groteske beelden het donkere dichterbij? Choqueren ze? Brengen ze je aan het wankelen? Ze roepen het donkere wel op, verwijzen ernaar. Maar ze zijn overdreven en kunstmatig, ze schurken nogal eens tegen de kitsch aan, ze zijn veleer een commentaar op de iconografie van het duistere, en maken het in hun kunstmatigheid licht, draaglijk. Misschien ook omdat donkerte zich in die werken meteen laat herkennen. Dat stelt gerust. Zoals sprookjes kinderangsten een plek geven, het kwaad markeren met lang zwart haar, een grote neus en een wrat.<\/p>\n<p>Maar sommige werken grijpen je w\u00e9l naar de keel. Vreemd genoeg gebeurt dat bij werken die ouderwets mooi zijn \u2013 je krijgt de indruk dat alleen schoonheid toegang geeft tot het sinistere, misschien omdat schoonheid ontwapent en weerloos maakt. De witte zaal van Terence Koh heeft een onheilspellende schoonheid. Op de vloer ligt spierwit poeder. Aan de muren witte planken, aan de onderkant, de zwaartekracht tartend en eveneens wit geverfd, een uil, een stapeltje handdoeken, rare figuurtjes en een klein ET-achtig wezentje. Het enige met kleur is een rij identieke portretten van een mannenhoofd. Ze zijn paars en hangen ondersteboven.<\/p>\n<p>Nog beklemmender zijn schilderijen van een witte tegelwand, van gekweekte plantjes in het meest twijfelachtige groen, van geborduurde bloemen, gerafeld als wonden, van een helgroen apothekerskruis aan een witte gevel in een witte straat. De Belgische schilder Luc Tuymans bracht de verf zo dun op dat alles in het ijle wit dreigt op te lossen. Zijn schilderijen spreken over niets anders dan over de leegte, over de dood. Grosfeld hing de schilderijen in het hart van de tentoonstelling, misschien om de bezoekers stap voor stap naar de afgrond te leiden.<\/p>\n<p>Een paar zalen verder hangen foto\u2019s van de Belgische kunstenaar Dirk Braeckman. Ze zijn op aluminium afgedrukt, zwart op grijs. Hoe pijnlijk is het Perzische tapijt dat in een betonnen vloer verzinkt. Hoe dreigend het dekbed met de kleine ruitjes, licht welvend over de volle breedte van een tweepersoonsbed. Hoe triviaal en verloren het naakte meisje op een met zijden lakens overtrokken bed; ze heeft het ene been gevouwen, het andere gestrekt, aan haar oor glimt een grote oorring en op een van haar borsten is de uitroep BENG! getatoeeerd, ondersteboven, alleen voor haarzelf te lezen. Het lijken negatieven van de schilderijen van Tuymans. Wat bij Tuymans wit is, is bij Braeckman grijs. En evenals bij Tuymans hebben het dekbed, het tapijt en het meisje onvoldoende aanwezigheid om zich te handhaven; alles wat zichtbaar is, dreigt in het uitzichtloze grijs van het aluminium te verdwijnen.<\/p>\n<p>De tentoonstelling Dark leert dat er twee soorten kunst zijn. Een die het donkere bezweert en een die het donkere genereert. Veel kunstwerken in de tentoonstelling lijken vooral te bezweren. Maar de schilderijen van Tuymans en de foto\u2019s van Braeckman dragen hun kwaal aan de kijker over. Het donkere doen ze niet af met een symbool, een commentaar, een karikatuur \u2013 ze brengen het dichtbij door het te laten spreken via het lichte, het alledaagse en het triviale. Ze slaan je de wapens uit handen en werpen je terug op jezelf.<\/p>\n<p>Ineens vraag je je af wat dat eigenlijk is: het donkere? Waar het zich verschuilt, waar je beducht voor moet zijn? En vooral: hoe het zich laat herkennen? Tuymans en Braeckman laten zien dat het donker een eigenschap van de onschuld is, van het licht zelf. Het is er innig mee vervlochten, zoals ook in het wit van Moby Dick het kwaad vervat lag.<\/p>\n<p>\u2018Dark\u2019: t\/m 17 april bij Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Museumpark 18-20.  Di t\/m zo 11-17u.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Dode minnaars, gestorven kinderen bij hun moeder op schoot, kale schedels en vooral veel zwart. Op een groepstentoonstelling in Rotterdam blijkt dat er kunst is die de duisternis bezweert. Maar er is ook kunst die duisternis voortbrengt, zoals het wit van Moby Dick het kwaad voortbracht.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Edzard Mik","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124145"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=124145"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/124145\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Edzard Mik","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=124145"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=124145"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=124145"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}