
 {"id":123957,"date":"2006-04-01T00:00:00","date_gmt":"2006-03-31T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/lang-zullen-ze-gelukkig-werken\/"},"modified":"2006-04-01T00:00:00","modified_gmt":"2006-03-31T22:00:00","slug":"lang-zullen-ze-gelukkig-werken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/lang-zullen-ze-gelukkig-werken\/","title":{"rendered":"Lang zullen ze gelukkig werken"},"content":{"rendered":"<p>Onderweg, veertig minuten rijden vanaf Bangalore, het Silicon Valley van India. Tropische temperaturen, stof, vliegen, afgeladen riksja\u2019s, kar\u00adren met paarden ervoor, gevaarlijke kuilen in het wegdek. Langs de weg heilige koeien, schurftige honden, mannen en vrouwen met overvolle manden en tassen. En dan ineens is daar een poort, een poort die openzwaait.<\/p>\n<p>Achter die poort ligt een nieuwe wereld, een \u00e1ndere wereld, met een fonkelend blauw zwembad omgeven door perfect gemanicuurde grasvelden, met restaurants, hypergeavanceerde fitnessruimtes, met spiegelende gebouwen van smetteloos glas en staal. Daar tussendoor, op goed onderhouden wandelpaden, lopen mannen en vrouwen kwiek heen en weer. Ze zijn dertig, veertig, vijftig \u2013 in de kracht van hun leven. Ze dragen allemaal eenzelfde soort identiteitspasje om hun hals. Ze zien eruit zoals u en ik er in een kantoorbaan uitzien. Gestreken overhemd en bloes, witte boorden en manchetten, rok en broek in de plooi. Ze zijn gezond, goedgehumeurd en spreken Engels. Ze komen uit heel India.<\/p>\n<p>Dit is de wereld van het bedrijf Infosys, het pronkstuk van de Indiase informatietechnologie. Thomas Friedman, de beroemde buitenlandcommentator van de The New York Times en meervoudig Pulitzer Prize winnaar, beschrijft zijn bezoekje aan de campus van Infosys aan het begin van zijn nieuwste boek De Aarde is plat. Ontdekkingsreis door de geglobaliseerde wereld, dat eind vorig jaar in vertaling verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.<\/p>\n<p>In deze wereldwijde bestseller, die wegleest als een economische avonturenroman, analyseert Friedman hoe de wereld na de val van de Muur en de razendsnelle opkomst van internettechnologie en communicatiesystemen (\u2018de elektronische kudde\u2019, noemde hij dat in een vorig boek) in de greep is gekomen van de globalisering.<\/p>\n<p>Aanpassen of verpauperen is Friedmans stelling. Concurreren of verarmen \u2013 dat is de vraag. De keuze voor concurreren, en dus globaliseren, is geen vloek maar een zegen. Friedman illustreert dit met honderden fragmenten uit reportages, interviews en observaties die hij op zijn reizen deed. Dankzij het proces van globalisering gaan steeds meer tirannieke staten over tot een democratisch geleid systeem. Dankzij het proces van globalisering leeft een toenemend aantal mensen in steeds grotere welvaart.<\/p>\n<p>Meer dan vierhonderd jaar nadat Columbus voet op Amerikaanse bodem zette, blijkt de wereld zo plat als een dubbeltje. Via digitale beeldschermen waar ook ter wereld \u2013 of ze nu in Bangalore staan, in Berlijn, Baltimore of Birmingham \u2013 is die wereld met \u00e9\u00e9n druk op de knop binnen te halen.<\/p>\n<p>En omgekeerd zijn dankzij internet vrijwel alle diensten vanaf welke plek ook ter wereld te leveren. Je bestelling van een hamburger-met-frites-en-cola die je in de praatpaal bij de McDrive inspreekt, wordt op duizend kilometer afstand van waar jij met je auto stationair staat te draaien opgenomen, verwerkt en teruggezoefd naar het keukenpersoneel ter plekke. Zoiets.<\/p>\n<p>Wat mij het meest fascineerde aan De Aarde is plat (en ook in Friedmans vorige boek The Lexus and the Olive Tree staan voorbeelden daarvan), is het b\u00e9\u00e9ld van arbeid dat wordt geschetst.<\/p>\n<p>Dat beeld is niet alleen wonderschoon, maar ook wonderlijk schoon gem\u00e1\u00e1kt.Of je nu als boerendochter een geavanceerd boerenbedrijf in Colorado bezit of bij Infosys in Ban\u00adgalore telefonisch Ameri\u00adcan Express-kaarten verkoopt aan klanten in Europa, de handen blijven steevast smetteloos. Geen zweetdruppel rolt over een voorhoofd, kleurt een armsgat geel. Geen spade schiet uit en schampt een scheenbeen. Geen druppel bloed vloeit. De arbeid die Friedman beschrijft, stinkt niet, laat geen zichtbare sporen na, brandt geen gaten in de huid, maakt iedereen over de hele wereld gelukkig en ge\u00efnspireerd. Het is alsof de werknemers zichzelf voortdurend onderdompelen in Blue Wonder, het schoonmaakmirakel van Sorbo.<\/p>\n<p>De tocht van Friedman naar de campus van Infosys bij Bangalore is in dit verband om nog een reden veelzeggend. Waar hebben we dat idee van strikte polarisatie eerder gehoord, dat rigide onderscheid tussen het schone, het gezonde en het rechtvaardige versus het vieze, schurftige en corrupte? Waar lazen we \u00f3\u00f3k over poorten die het goede van het slechte afgrendelden \u2013 en als die poorten openzwaaiden, dan zakten onze monden open van bewondering en was het alsof we binnenstapten in een andere wereld, een paradijs? Waar nog meer lazen we over reizigers die tochten ondernamen vanuit het land van het \u2018vuilnis\u2019 naar het land van de \u2018reinheid\u2019? Waar ontmoetten we die reizigers ook alweer die vanuit een corrupt land het land van rechtvaardigheid betraden en alle armoe, ziekte en andere viezigheid achter zich lieten?<\/p>\n<p>Leerden de bijbel en de kerkvaders ons niet hetzelfde? En Mao en Lenin? Was er niet altijd een poort die openzwaaide \u2013 of ze nu toegang gaf tot een fabriek in ijzerwaren of het hemelse paradijs? Was het niet Thomas More\u2019s verzonnen reiziger Raphael Hythlodaeus die de hele wereld afreisde om uiteindelijk op het eiland Utopia zijn niet-bestaande heilstaat te vinden? Gaf Plato er niet een lichtend voorbeeld van in zijn Republiek? Of de zestiende-eeuwse ketter en filosoof Tommaso Campanella dan, die de inwoners van zijn Stad van de Zon in schoonheid, gezondheid, gelijkheid en kennis liet opgroeien \u2013 precies zoals, juist ja, de bewoners van de Indiase campus van Infosys dat doen.<\/p>\n<p>De nieuwe documentaire Working\u00adman\u2019s Death van de Oostenrijkse filmmaker Michael Glawogger ging afgelopen januari op het Rotterdamse filmfestival in premi\u00e8re. De film heeft tot nu toe geen Nederlandse distributeur, dus vroeg ik een zichtkopie op bij de Oostenrijkse producent in Wenen. Workingman\u2019s Death zou iedereen eigenlijk moeten zien. Niet alleen omdat Glawogger Friedmans boeken in een heel ander perspectief plaatst, namelijk dat van de fictie. Maar ook omdat de film gruwelijk en toch blijmoedig, beeldschoon en afgrijselijk, vrolijk en toch diep treurig is. Wonderlijk echt.<\/p>\n<p>Glawogger heeft op vijf plekken gefilmd. Vijf portretten heeft hij gemaakt van mensen die zo\u2019n beetje het zwaarste, smerigste en gevaarlijkste werk doen dat er op de wereld bestaat. Werk dat ver uit ons zicht wordt verricht en dat zich deels aandient \u2013 zoals het slopen van Britse en andere westerse schepen op de stranden in Gaddani in Pakistan \u2013 ten gevolge van de mondialisering: als een vorm van \u2018outsourcing\u2019.<\/p>\n<p>\u2018Workingman\u2019s Death\u2019 laat niet simpelweg het omgekeerde van de arbeidersdroom zien, niet de keerzijde van het menselijke verlangen om te groeien en op te klimmen uit de poel van dagelijkse mis\u00e8re, niet het cynisme en defaitisme. Want bijna iedereen die in de documentaire in beeld komt, droomt op zijn eigen onbeholpen manier de droom van een betere toekomst voor zichzelf en zijn familie. Of een arbeider zich in China afbeult, in Pakistan, Oekra\u00efne, Nigeria of Indonesi\u00eb \u2013 iedereen hoopt op de lange termijn op iets anders, iets beters, minder gevaarlijk, minder herrie, minder smerig.<\/p>\n<p>De film begint met een proloog van archiefbeelden van de Russische \u2018heldenarbeider\u2019 Aleksej Stachanov, die in 1935 in \u00e9\u00e9n dienst honderdtwee kilo steenkool uit een mijnschacht in het Donetsbekken hakte, veertien keer zoveel als de door Stalin voorgeschreven hoeveelheid.<\/p>\n<p>Daarna volgt \u2018Helden\u2019, een portret van het leven van drie mijnarbeiders in diezelfde regio, die ondanks de sluiting van de mijnen nog steeds, illegaal, \u2018om te overleven\u2019 naar steenkool graven. Drie mannen schuiven op hun buik onder de aarde. Ze hebben veertig centimeter ruimte boven zich en beitelen hun armen en schouders lam. Ze doen dat van het grauwe ochtendgloren totdat de avond valt. De plafonds in deze illegale mijnen zijn provisorisch gestut. Er zijn geen gasmelders. Gebeurt er een ongeluk, dan zijn er geen reddingsploegen, geen overlevenden.<\/p>\n<p>Deel twee heet \u2018Geesten\u2019 en laat het fabelachtige werk zien dat zwavelsjouwers verrichten op de toppen van een vulkaan in Indonesi\u00eb. Boven op de berg, waar schilderachtige gele dampen de adem doen stokken en de ogen doen tranen, hakken arbeiders brokken versgestolde zwavel los. E\u00e9n misstap, \u00e9\u00e9n kleine onoplettendheid en ze vallen in de mond met kokende zwavel. De brokken worden in manden op de rug gehesen en dan begint de tocht naar de weegschaal onderaan de berg. Honderdtien kilo, zeventig kilo, negentig kilo \u2013 dat zijn de gewichten die de sjouwers, afhankelijk van hun leeftijd dragen. Aan het einde van de dag zijn de sjouwers veranderd in zwavelgele geesten. De toeristen op de berg kijken het een seconde met verbijstering aan en grijpen dan snel naar hun digitale camera\u2019s.<\/p>\n<p>In \u2018Leeuwen\u2019, het derde deel van de documentaire, bevinden we ons op een slachtterrein in de open lucht in het Nigeriaanse Port Harcourt. De grond is zwart en rood gekleurd van oud en nieuw bloed. Her en der staan walmende potten met vuur waar geblakerde poten, koppen, staarten en complete geiten uitsteken. Er klinkt geschreeuw van vleesrokers, huidenverkopers, slachters, etenswarenverkopers, geloei. Koeien en geiten worden met slagen opgejaagd naar het slachtterrein en daar in bedwang op de grond gelegd. Slagers staan klaar met messen \u2013 en ritsrats, daar worden de kelen geopend. Gerochel, gekerm \u2013 nooit geweten dat geiten die geslacht worden huilen als baby\u2019s. De hele dag (en \u2019s nachts?) dit gehuil in je oren, de hele dag bloed, doodsstrijd en stank om je heen. Wat doet dat? \u2018Ik heb er geen moeite mee als ik driehonderd geiten per dag slacht,\u2019 antwoordt een slager. Hij is trots op zijn vak. \u2018Dan kunnen we vlees exporteren.\u2019<\/p>\n<p>Deel vier (\u2018Broeders\u2019) en vijf (\u2018De toekomst\u2019) spelen zich af op de sloopstranden in Pakistan en de hoogovens in China. Het bijzondere van Workingman\u2019s Death is dat Glawogger geen oordeel velt en nauwelijks uitleg geeft over w\u00e1t en w\u00ed\u00e9 we zien. De regisseur concentreert zich op de schoonheid van de omgeving, de kleuren, de buitenissige natuurpracht die zo fel contrasteert met het zware werk dat verricht wordt. Daardoor komt elk portret, elk deel van de film, extra hard aan. De illegale mijnwerkers zijn arm en vies. Net als de Pakistaanse botenslopers en de Indonesische sjouwers. Maar ze lachen, ze knorren op elkaar, helpen elkaar, zetten thee, delen hun zelfgestookte wodka en hopen op iets beters. Ze leven in overstelpende armoede, maar ze leven.<\/p>\n<p>Het zou gemakkelijk sneren zijn naar Thomas Friedman. Want natuurlijk ruimt de Amerikaan die met zijn notebook op schoot en per business class de wereld afreist, in zijn boeken geen plaats in voor de vieze arbeiders uit Workingman\u2019s Death. Niet omdat hij geen oog voor hen heeft of geen compassie, maar doodeenvoudig omdat ze niet in zijn wereldbeeld passen. Het zijn relicten uit een verleden tijd \u2013 ze maken geen deel uit van zijn toekomst, zelfs niet van zijn heden. Op een keer zullen ze gewoon weggaan, verdwijnen van de aardbodem, hun arbeid zal niet meer bestaan, heeft niet bestaan. Echt waar, zegt Friedman, geloof me.<\/p>\n<p>Maar we geloven hem niet. In Syriana, de film van Stephen Gagan die onlangs in de Nederlandse bioscopen in roulatie ging, wordt vrij briljant uitgelegd waarom niet. Syriana is het op ware gebeurtenissen gebaseerde verhaal van een Amerikaanse CIA-agent die erachter komt dat het werk dat hij zijn hele leven heeft gedaan op los zand en heel veel intriges is gebouwd. Aan de hand van een overstelpende hoeveelheid verhaallijnen \u2013 een zwakte die tegelijkertijd de kracht is van de film \u2013 wordt een ongekend breed beeld geschetst van de verwoestende werking die de westerse, en in dit geval Friedmans, levensvisie heeft op de levens van mensen waar ook ter wereld.<\/p>\n<p>Syriana draait oppervlakkig gezien om olie, om het bezit van olievelden in de voormalige Sovjet-Unie, om macht en geld. Maar in feite draait de film om iets veel abstracters: het stelt ter discussie hoe wenselijk het is om voortdurend in concurrentie met elkaar te leven, altijd meer te willen bezitten dan je zus of broer, je buurman, je collega, je buurland. Concurreren of verpauperen: het is geen vraag, want er is geen keuze.<\/p>\n<p>Altijd overvleugelen, altijd meer, groter, rijker, aftroeven tot de dood erop volgt, beter zijn dan de rest. Alleen wie zich schikt naar dit concurrentieprincipe, kan volgens Friedman overleven in de wereld van supermarkten en superrijken. Alleen zo kan een \u2018top banana\u2019 zijn positie onder andere \u2018top banana\u2019s\u2019 behouden.<\/p>\n<p>Maar waar leidt het allemaal toe? Wat gebeurt er nog meer buiten de campus van Infosys? Die vraag stelt Friedman niet, maar Syriana en Workingman\u2019s Death doen dat wel.<\/p>\n<p>De nieuwste aflevering van het leukste kunsttijdschrift van Nederland, Mister Motley, gaat over idealen. Een van de artikelen beschrijft het werk van de Oostenrijkse kunstenaars Elisabeth Schimana en Markus Seidl, die in 2001 het project \u2018Ein Dorf tut nichts\u2019 bedachten. Ze gingen op zoek naar een boerendorp waar de inwoners bereid zouden zijn om een week lang niets te doen. Geen koeien melken, niet in de moestuin werken, geen ontbijt klaarmaken, niet voor beesten zorgen \u2013 helemaal niets. Wie generaties lang gewend was om in het zweet zijns aanschijns zijn brood te verdienen, mocht alleen lezen, wandelen, kletsen. De twee kunstenaars vonden uiteindelijk het dorp Eberhardschlag in de provincie Ober\u00f6sterreich bereid om mee te doen.<\/p>\n<p>De resultaten van het project \u2013 het heet beeldende kunst, maar heeft niets met esthetiek van doen \u2013 zijn te bekijken op de website van www.nichtstun.org. Er zijn interviews, foto\u2019s, reacties van bewoners. Na aanvankelijke twijfel en een giechelend begin als het eerste ontbijt en het avondeten worden geserveerd, storten de deelnemers zich vol overgave op het oblomoviaanse nietsdoen.<\/p>\n<p>En, vragen de kunstenaars na afloop van de week, hoe hebben ze het gevonden? Tja, luidt het antwoord, de koeien moesten even wennen, en ook voor henzelf was het raar om ab-so-luut niets te moeten, niets te hoeven presteren. Ze werden er niet welvarender van, de persoonlijke lening op de auto en de nieuwe computer werden er niet mee afbetaald, de buitenboel van het huis niet afgeschilderd, het conflict om het bezit van een lap grond werd niet beslecht. Maar verder? Echt, het was heerlijk \u2013 de gelukkigste week van hun leven.<\/p>\n<p>\u2018Syriana\u2019 (met o.a. George Clooney) draait op dit ogenblik in de Nederlandse bioscopen. Voor \u2018Workingman\u2019s Death\u2019 zie Michael Glawoggers producent Lotusfilm in Wenen: www.lotus-film.com<\/p>\n<p>Voor het project \u2018Ein Dorf tut nichts\u2019 zie: www.nichtstun.org. Het tijdschrift \u2018Mr. Motley\u2019: idealen! is voor vijf euro te koop bij de betere boekhandel. Thomas L. Friedman: \u2018De Aarde is plat\u2019 (uitgeverij Nieuw Amsterdam)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In de geglobaliseerde wereld van de Amerikaanse columnist Thomas Friedman is werk ontdaan van viezigheid en ongemakken. In zijn ogen is de arbeid van nu een smetteloos, reukloos, kerngezond en altijd concurrerend fabrikaat. Films als \u2018Syriana\u2019 en \u2018Workingman\u2019s Death\u2019 laten zien hoe fictief die stelling is. En hoe word je nu eigenlijk gelukkig?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Lucette ter Borg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123957"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=123957"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123957\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Lucette ter Borg","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=123957"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=123957"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=123957"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}