
 {"id":123587,"date":"2006-04-22T00:00:00","date_gmt":"2006-04-21T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/het-landschap-als-toneelstuk\/"},"modified":"2006-04-22T00:00:00","modified_gmt":"2006-04-21T22:00:00","slug":"het-landschap-als-toneelstuk","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/het-landschap-als-toneelstuk\/","title":{"rendered":"Het landschap als toneelstuk"},"content":{"rendered":"<p>De naam Ruisdael moet eigenlijk tussen haakjes staan. Er is niet \u00e9\u00e9n Ruisdael. Er zijn wel tien Ruisdaelen, ook al huizen ze allemaal in het ene lichaam van de Jacob van Ruisdael die in 1628 of 1629 werd geboren in Haarlem en zoon was van Isaack van Ruisdael. Hij had een oom die Salomon heette en als atmosferisch landschapschilder bijna net zo vermaard werd als Jacob. Veel meer is er over zijn persoonlijk leven niet bekend.<\/p>\n<p>De Ruisdael die het Hollandse landschap op de meest karakteristieke manier schilderde met panoramische vergezichten, is een heel andere dan de Ruisdael van de uitgesproken on-Hollandse woeste rotspartijen waar watervallen doorheen klateren. De Ruisdael van de duinlandschappen waarop bomen als helden in de lucht steken en witte zanderige duinweggetjes de weg naar nergens wijzen, is een heel andere Ruisdael dan die van de binnenstadsgezichten, zoals die van het dagelijks leven rond de Waag op de Dam (waar hij van 1657 tot zijn dood in 1682 woonde). Dat is ook weer een heel andere dan die van de ru\u00efnes bij Egmond aan Zee en van de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk waarop alles een ru\u00efneuze en doodse sfeer ademt.<\/p>\n<p>En dan is er de schilder van de zee- en wintergezichten \u2013 duidelijk de mindere van het stel \u2013 en die van de fantasielandschappen. De Ruisdael van de donkere bosgezichten woonde wel in \u00e9\u00e9n borst met die van De molen bij Wijk bij Duurstede, maar dan wel in een heel andere periode van zijn leven. En dan, weer een heel andere Ruisdael, de Ruisdael der Ruisdaels: die van de glorieuze vergezichten op Haarlem. Dat zijn de schilderijen met de monumentaalste wolken uit de Nederlandse schilderkunst. De Sint Bavo steekt links van het midden boven alles uit en de stroken wit linnen liggen er op de bleekvelden als witte tulpenvelden bij. Wie ernaar kijkt, voelt zijn blik door het lage landschap zeilen, eindigend in het dons van een enorme wolkenpartij.<\/p>\n<p>Terwijl de meeste zeventiende-eeuwse landschapsschilders zich beperkten tot \u00e9\u00e9n genre, beoefende Ruisdael vanaf zijn zeventiende (of achttiende) jaar het hele scala. Hendrick Avercamp hield zich bij de bevroren rivieren en de mensen die zich er spelend en schaatsend op vermaken, Jan van Goyen bevond zich meestal in de buurt van rivieren of bij de duinen en de zee, Philips Koninck schilderde zijn monumentale panorama\u2019s, Cornelis van Poelenburgh fantaseerde zijn Italiaanse landschappen, Cornelis Vroom schilderde atmosferische riviertaferelen, Hercules Seghers zijn grillige vergezichten, Aelbert Cuyp zijn rivieroevers met ruiters en Esaias van de Velde volgeladen veerboten op glinsterende rivieren tussen sappige oevers. De meeste van deze schilders waren natuurlijk ietsje veelzijdiger dan ik ze hier voorstel, maar geen enkele maakte zich zo breed als Ruisdael. Hij maakte zo\u2019n achthonderd schilderijen. Met zijn superieure gevoel voor ruimtelijke compositie en oog voor details blonk hij in de meeste genres ook uit.<\/p>\n<p>Het \u2018alles kunnen\u2019 en \u2018alles willen\u2019 van Ruisdael, dat goed tot zijn recht komt in de keuze van de schilderijen op de tentoonstelling in de Royal Academy, heeft wel tot gevolg dat hij niet in \u00e9\u00e9n zin afdoende is te karakteriseren. Wanneer de criticus van The Times Literary Supplement boven zijn artikel over de tentoonstelling zet dat Ruisdaels werk \u2018Serenity with a light touch\u2019 uitstraalt, dan heeft hij het maar over een bepaald soort schilderijen: dan gaat het om de lichtere duinlandschappen, de helder oplichtende schilderijen met korenvelden of over de Haarlemse panorama\u2019s. Dan denkt hij niet aan de begraafplaatsen, de ru\u00efnes, de allertreurigst malende watermolens, de donkere, rotsige watervallen of de bossen met de vaste verschijning van de levenloze berkenstam. De Fransman Eug\u00e8ne Fromentin, de schrijver van Oude meesters, het vermaarde boek uit 1877 over de oude Hollandse schilders, dacht op zijn beurt kennelijk alleen aan Ruisdaels donkere schilderijen toen hij schreef dat Ruisdaels werk \u2018vervuld is van weemoed\u2019. Ook zou Ruisdael \u2018een hooghartige of bittere opvatting\u2019 van het leven hebben gehad: \u2018Wat hebben de mensen hem aangedaan, dat hij zich geheel in de eenzaamheid terugtrok?\u2019 Dat Ruisdael zijn hele leven vrijgezel is gebleven, wil nog niet zeggen dat hij zich in eenzaamheid terugtrok; daar is geen speciale aanwijzing voor, ook al gaat het verhaal (afkomstig van Arnold Houbraken) dat hij niet gemakkelijk vrienden maakte. Hij schilderde weliswaar een flink aantal werken met ru\u00efnes (zoals die van kasteel Egmond, en die van Brederode in Santpoort) maar daar mag niet eenduidig uit worden geconcludeerd dat hij een melancholicus was en werd gefascineerd door verval, en dus voortdurend het alles-is-ijdelheid-motief (vanitas) aan het schilderen was. Het tegendeel blijkt uit vele zonovergoten schilderijen, maar zeker ook uit een schilderij als De reconstructie van de ru\u00efne Kostverloren. Daarop is te zien dat de ru\u00efne wordt gerestaureerd. Het witte pleisterwerk licht helder op en een ladder staat er werkzaam en toekomstgericht bij. Wie het schilderij aftast, ziet dat het vol leven is en eerder het vita nuova-motief uitdrukt. Er wordt zelfs door een aantal mannen naakt in de gracht gezwommen.<\/p>\n<p>De wolkenluchten van Ruisdael met hun opera-achtige allure laten het best zien wat voor schilder hij was. Hij heeft ze in alle soorten geschilderd: donderwolken, zondoorschijnende middagwolken, goedgevulde schapenwolken, dreigende wolken, opklarende wolken, ijle ochtendwolken, na regen-komt-zonneschijnwolken, streperige verenwolken tegen de avond. Die wolken zijn het beweeglijkste onderdeel van de schilderijen. Alles is verder rustig en verstild, maar daar in de lucht is beweging en verandering. Die wolken staan voor alle verschillende stemmingen die Ruisdael in zich had, maar tegelijkertijd voor de picturale eisen die de schilderijen stelden. Het is niet uit te maken of Ruisdael een schilder was die met zijn humeur, stemming of gemoed schilderde, of dat hij vooral een technische schilder was die kon kiezen uit een heel palet aan picturale stemmingen. Hij was in elk geval te veelzijdig om monomaan te zijn.<\/p>\n<p>Hoe kan het dat Ruisdael zo lang en zo vaak melancholisch, bitter en zwaar romantisch is genoemd? Zijn persoonlijkheid manifesteert zich niet ostentatief in zijn werk, die gaat op en valt samen met zijn vakmanschap en alzijdigheid. Ruisdael was een professional: soms maakte hij werk waar hij zelf zin in had, soms werkte hij voor de handel. Zijn karakter als schilder heeft veel weg van dat van Rembrandt, net zo\u2019n eigenzinnige professional. Er zijn veel schilderijen met een uitgesproken donker accent, maar een groot deel ervan is werk dat in serie (voor de handel) moet zijn gemaakt. In de oeuvrecatalogus die Seymour Slive in 2001 uitgaf, stond het hele werk voor het eerst bij elkaar. Daardoor is goed te zien dat door het leven van Ruisdael een patroon van clair-obscur loopt, een afwisseling van licht en donker en alle tinten daartussen.<\/p>\n<p>Een groot deel van zijn donkere, sombere, romantische schilderijen is duidelijk niet uit louter persoonlijke aandrift ontstaan, maar omdat er vraag naar was. Dat zijn de zogeheten \u2018Scandinavische\u2019, woeste on-Hollandse landschappen die hij aan het eind van de jaren vijftig begon te schilderen. Hij maakte er zo\u2019n honderd van. De taferelen op die schilderijen, donkere bossen, rotspartijen en watervallen, had hij nooit met eigen ogen gezien. Hij ging ze schilderen omdat zijn collega Allart van Everdingen er goede zaken mee deed. Hij was in het begin van de jaren vijftig in Noorwegen geweest. Zelf was Ruisdael nooit verder gekomen dan een paar stappen over de Duitse grens.<\/p>\n<p>Ruisdael kon het opspattende water van die uitheemse watervallen wel veel beter schilderen dan Van Everdingen. Hij deed het zo goed dat Arnold Houbraken er zelfs speciaal melding van maakt wanneer hij in 1718 voor zijn De Grote Schouwburg Ruisdaels korte \u00adbiografie schrijft: Ruisdael wist \u2018de sprenkelingen, of het schuimende water door het geweldige geklets op de rotsen, zo natuurlijk dun en klaardoorschijnend te verbeelden, dat het niet anders dan natuurlijk water scheen te wezen\u2019. John Constable, die tegen Ruisdael opkeek en zijn werk ijverig kopieerde, vond dat spetterende water zelfs \u2018as brisk as champagne\u2019. Maar de geduchte Engelse criticus John Ruskin vond de schilderijen met de watervallen daarentegen niet meer dan \u2018good furniture pictures\u2019. Daar had hij niet helemaal ongelijk in.<\/p>\n<p>Het opspattende water mocht volgens Houbraken \u2018net echt\u2019 lijken, dat wil nog niet zeggen dat Ruisdael ook in andere opzichten een realist was. Hij was een selectief realist. Alleen al het feit dat hij uit vrije wil die grote reeks on-Hollandse landschappen schilderde, wil zeggen dat hij niet scherp in de realistische leer was. Andere voorbeelden van zijn manipulatie van de werkelijkheid zijn de twee versies van het vermaarde, maar nogal bizarre Joodse kerkhof van Ouderkerk. Daarvan zijn een paar \u00adonderdelen (de graftomben) aan de werkelijkheid ontleend, maar de ru\u00efne van het kasteel op de achtergrond heeft Ruisdael helemaal uit Egmond aan Zee gehaald.<\/p>\n<p>Het manipuleren van de werkelijkheid was voortdurend aan de orde. Onderdelen ontleende Ruisdael aan de werkelijkheid, maar de rest kneedde hij naar het effect dat hij wilde bereiken. Het meest spectaculaire voorbeeld daarvan is het kasteel Bentheim, een aantal kilometers over de Duitse grens bij Enschede. Dat kasteel (dat hij twaalf keer vanuit verschillende hoeken schilderde) ligt op een bescheiden heuvel, maar bij Ruisdael torent het hoog uit op een imponerende berg \u2013 een burcht heersend over het omringende land.<\/p>\n<p>Dat de Hollandse schilders, en Ruisdael in het bijzonder, in de zeventiende eeuw getrouw de \u2018zichtbare wereld\u2019 afbeeldden is waar en niet waar. Het is waar in vergelijking met al die schilders die in de eerste helft van de zeventiende eeuw naar Itali\u00eb trokken en die nu te zien zijn op de door Henk van Os samengestelde tentoonstelling Droom van Itali\u00eb in het Mauritshuis. Daar zie je hoe Cornelis van Poelenburgh het Forum in Rome schildert en de werkelijkheid aan zijn wensen aanpast door op de achtergrond de Engelenburcht te schilderen. Die was vanaf het Forum helemaal niet te zien. Van Os geeft verschillende voorbeelden van andere schilders die een verheven en hoogst idealiserende kijk op Itali\u00eb ontwikkelden, zoals Claude Joseph Vernet, of Claude Lorrain, die een paar eeuwen lang het beeld van Itali\u00eb bepaalde met zijn Pastoraal landschap met de Ponte Molle, het voorbeeld van een ideaal, arcadisch landschap.<\/p>\n<p>De italianisanten brachten de werkelijkheid systematisch in overeenstemming met hun droom. Ruisdael schilderde \u2018realistische\u2019 landschappen bestaande uit onderdelen die hij zelf had gezien. Daar componeerde hij iets nieuws van. Hij schilderde in zijn atelier aan de hand van tekeningen en schetsen (waarvan er meer dan honderd bewaard zijn) en week daar zo vrijzinnig van af dat het soms \u2018imaginary scenes\u2019 werden, zoals Seymour Slive, de samensteller van de Londense tentoonstelling, zegt. Het realisme van Ruisdael, het \u2018behagen scheppen in de dingen\u2019, zoals Johan Huizinga het noemde, is zo relatief omdat hij uiteindelijk nauwelijks een landschap heeft geschilderd waarin hij het tafereel niet naar zich toe heeft gehaald. Maar er zijn uitzonderingen: de zes Amsterdamse stadsgezichten en zijn reeks tekeningen van Amsterdam kunnen zonder meer topografisch genoemd worden. Daar werden dan ook meteen gravures van gemaakt.<\/p>\n<p>Ruisdael maakte van zijn landschappen picturale toneelstukjes, met hoofd- en bijrollen. Hij gaf een eik een machtige hoofdrol (zoals op De grote eik), of een watermolen, of een windmolen, een ru\u00efneuze en vermolmde boom (op het bizarre Gezicht op Egmond aan zee met verdorde iep), of een zandweg. Berucht is de halfdode en half blote wilg als protagonist op het vroege (1646) Landschap met hut. Ook een lichte open plek in een bos promoveerde hij tot centrum van de aandacht. En natuurlijk het korenveld, dat maar liefst twintig keer de hoofdrol kreeg.<\/p>\n<p>Van dode bomen kon Ruisdael niet genoeg krijgen. Hij gaf ze een prominente plaats, bij voorkeur op de voorgrond, zodat ze alle aandacht trekken. Er is weinig aanleiding om Ruisdaels werk over het algemeen diepzinnig allegorisch te duiden, maar in het geval van die dode bomen kan het haast niet anders of Ruisdael moet er een bedoeling mee hebben gehad: ze zouden dan een opvallend contrast vormen met het weelderige leven van de bomen op de rest van het schilderij.<\/p>\n<p>Mensen vervullen op de landschappen van Ruisdael altijd een bijrol. Ze stofferen slechts de sc\u00e8ne. Die krijgt er een minimaal, maar essentieel menselijk accent door. De mensen zijn wel te zien (ook al moet je soms goed kijken) en ze horen er ook wel in thuis, maar alleen in een onaanzienlijke positie. Het lijkt mij overdreven daar de religieuze betekenis van de menselijke nietigheid aan te verbinden. Een wandelaar (altijd met hond) vertolkt niet zoiets diepzinnigs als De Mens op zijn Levensweg: hij is gewoon aan de wandel. Soms krijgen die mensjes wat extra aandacht wanneer ze een rood of blauw jasje aanhebben, een detail dat sommige sombere schilderijen heel goed kunnen gebruiken. Zoals wel vaker in het geval van landschapsschilders heeft ook Ruisdael die mensen meestal niet zelf geschilderd; dat werd doorgaans gedaan door zijn vriend Nicolaes Berchem (de zoon van de stillevenschilder Pieter Claesz) of door Gerrit van Battem.<\/p>\n<p>Schilderijen met een korenveld  vormen een apart hoofdstuk in Ruisdaels werk. Het is de zon die zich een baan breekt door de donkere wolken: het helgele korenveld en de zon gaan een alliantie aan. De korenvelden zijn bij elkaar in staat om het beeld van Ruisdael als pure melancholicus uit te bannen. Een goudgeel vlak van het korenveld te midden van het bruin, groen, blauw en grijs dat in Ruisdaels landschappen doorgaans overheerst, heeft het effect van een coup de soleil: een uitbarsting van licht. Dat effect doet zich voor op zo\u2019n twintig werken, te beginnen bij het allereerste panorama dat hij schilderde, het Gezicht op Naarden van 1647, waarmee de tentoonstelling in Londen begint. Het korenveld daarop is niet meer dan vijftien centimeter lang en vier millimeter dik, maar beheerst het schilderijtje (34 x 66 cm). Omdat Ruisdaels korenvelden allemaal een uitgekiende compositie hebben maken ze stuk voor stuk een verpletterende indruk. Het is als een onverwacht natuurverschijnsel.<\/p>\n<p>Op de Ruisdaels der Ruisdaels, de Haarlemse panaroma\u2019s met de bleekvelden, fungeren de wolken als kussens die de blik opvangen die door het landschap is gegaan. Er zijn geen andere Hollandse landschappen die de blik zo scherp en aangenaam bezighouden. Aan deze panorama\u2019s is te zien hoezeer Jacob van zijn oom Salomon verschilde. Die schilderde landschappen waarop alles vaag en atmosferisch is gemaakt. Bij Jacob zorgen de diagonale strepen van het bleeklinnen ervoor dat die blik niet meteen naar de horizon getrokken wordt, maar nog even moet afslaan. Zoals ook de zandweg de andere kant op gaat om de blik in beweging te houden. Ondertussen zorgen de bomen, struiken en andere vegetatie ervoor dat het schilderij wordt opgedeeld in donkere en lichte delen. Er is een enorme afwisseling op enkele vierkante centimeters, ook door het roestbruin op de daken van de huizen, of het grijsblauw van een meertje. De Haarlemse panorama\u2019s zijn allemaal \u00e9\u00e9n geheel en uitgekiend van compositie: wanneer een onderdeel wordt uitvergroot zie je hoeveel aandacht Ruisdael aan de details schonk. Bijna elk boomblaadje krijgt waardigheid. Dit is het zijn \u2018push and pull\u2019: zorgen dat de blik naar de verte wordt geduwd en naar het dichtbije wordt getrokken.<\/p>\n<p>Ruisdael is de meester van het overzicht, de compositie en de details. Dat maakt dat een tentoonstelling van zijn schilderijen en tekeningen doorlopend \u2018oogvermaak\u2019 is. Zo noemde Huizinga het zich verlustigen in concrete en zichtbare dingen in de zeventiende eeuw. Weelderige landschappen, bospartijen, karige duinen, grasvelden en korenvelden krijgen daardoor bij Ruisdael een eigen allure. Goethe beschouwde hem niet voor niets als een \u2018denkender K\u00fcnstler\u2019, als een dichter: hij ontdekte de po\u00ebzie in het noordelijke landschap. Huizinga had het niet alleen over oogvermaak, maar ook over het \u2018zinrijke\u2019 van wat er te zien is. Betekent het ook iets wat we zien? Moeten we er een allegorische of iconografische betekenis achter zoeken?<\/p>\n<p>Ook al gaat de discussie over deze vraag onafgebroken door, anders dan de vele met betekenissen geladen genreschilderijen en stillevens uit de zeventiende eeuw komt men met het zoeken naar allegorische betekenissen in landschappen niet veel verder dan de gemeenplaats dat in de natuur en in het leven alles voorbijgaat, maar ook voor nieuw leven zorgt. Wat Ruisdael schilderde waren geen stichtelijke boodschappen, maar was vooral kunst om de kunst, l\u2019art pour l\u2019art avant la lettre. Het was voor zijn eigen en andermans oogvermaak. Het was ook wel ter ere van de Heer (tenslotte was hij in 1657 lid geworden van de Hervormde Kerk in Amsterdam), maar dat was vanzelfsprekend. Op die stichtelijke achtergrond hoefde geen enkele nadruk te worden gelegd. Er is ook geen enkel religieus of mythologisch personage op Ruisdaels schilderijen te bekennen. Het accent lag op het behagen in de zichtbare wereld, en niet op de onzichtbare. Vandaar dat Goethe zo hartstochtelijk voor Ruisdael koos en tegen Caspar David Friedrich. Die had zich van de zichtbare wereld afgewend om alleen nog de ijle sferen van de Geest te schilderen.<\/p>\n<p>\u2018Jacob van Ruisdael, Master of Landscape\u2019, samenstelling Seymour Slive, Royal Academy Londen, tot 4 juni.<\/p>\n<p>\u2018Droom van Itali\u00eb\u2019, samenstelling Henk van Os, Mauritshuis Den Haag, tot 25 juni.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ruisdael melancholisch? De tentoonstelling \u2018Jacob van Ruisdael, Master of Landscape\u2019 in Londen laat zien dat alle gemoedsstemmingen bij hem zijn onder te brengen. Als geen andere schilder schiep hij behagen in de zichtbare wereld.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123587"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=123587"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123587\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=123587"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=123587"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=123587"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}