
 {"id":123441,"date":"2006-04-29T00:00:00","date_gmt":"2006-04-28T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-netwerkkoning\/"},"modified":"2006-04-29T00:00:00","modified_gmt":"2006-04-28T22:00:00","slug":"de-netwerkkoning","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-netwerkkoning\/","title":{"rendered":"De netwerkkoning"},"content":{"rendered":"<p>Profiel Martijn Sanders<\/p>\n<p>\u2018Het Concertgebouw was een sleeping beauty. Toen Martijn Sanders in 1982 kwam, heeft hij haar wakker gekust,\u2019 zegt Jan Wolff, directeur van het Muziekgebouw aan \u2019t IJ. Nu, vierentwintig jaar later, is Het Concertgebouw de meest bespeelde zaal ter wereld en is het bezoekersaantal bijna verdubbeld tot ruim 800.000 per jaar. Het directeurschap van Sanders is een succesverhaal, constateert Victor Halberstadt, lid van de raad van commissarissen van Het Concertgebouw. Niet alleen was de programmering begin jaren tachtig buitengewoon mager, ook het gebouw zelf verkeerde in slechte staat. Bestuurslid Gerhard Greidanus ziet nog voor zich hoe de kelders regelmatig onderliepen en de centrale verwarming dan letterlijk \u2018dreef\u2019: \u2018Het gebouw hing met touwtjes aan elkaar.\u2019 Sanders nam de renovatie, inclusief de glazen uitbouw, voortvarend ter hand. Hij wist een recordbedrag aan sponsorgeld binnen te slepen en slaagde er bovendien in de top van het Nederlandse bedrijfsleven voor diverse bestuursfuncties te interesseren. Bij zijn vertrek in juni laat hij een Concertgebouw achter dat niet alleen artistiek maar ook financieel in topvorm is. \u2018Ik heb heel wat concertzalen ter wereld gezien \u2013 van de Philharmonie in Berlijn tot de Carnegie Hall in New York\u2019, zegt Peter Smids, voormalig directeur van muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. \u2018Maar er is geen gebouw dat zo bruist als Het Concertgebouw. En dat is toch aan \u00e9\u00e9n man te danken.\u2019<\/p>\n<p>Alsof dit nog niet genoeg is, bemoeit Sanders zich op tal van andere gebieden met de gang van zaken. Op dit moment vervult hij twee\u00ebntwintig nevenfuncties bij uiteenlopende organisaties, van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties en het Nexus Instituut tot de Nieuwe Kerk Amsterdam en AD Nieuws Media.<\/p>\n<p>Wat is het geheim van zijn succes?<\/p>\n<p>Hij is slim, scherp en snel, klinkt het unaniem. En, voegt Victor Halberstadt, voormalig SER-kroonlid, eraan toe, \u2018een sociaal dier voor wie het mobieltje is uitgevonden\u2019.<\/p>\n<p>Er was nauwelijks discussie over de vraag wie de nieuwe directeur van Het Concertgebouw moest worden, herinnert Gerhard Greidanus zich de sollicitatiegesprekken. Weliswaar was Sanders in de klassieke muziek een onbeschreven blad, in commercieel opzicht was hij gepokt en gemazeld. Voor zijn vader was zijn benoeming dan ook een verrassing: \u2018Martijn is het type van een goede ondernemer. Aanvankelijk ging hij ook die kant op. Een tijdlang werkte hij bij Berenschot, waar hij adviezen gaf over grote reorganisaties. Ik heb zelf in het bestuur van grote ondernemingen gezeten, maar voor ik zo\u2019n jong broekie zou vragen&#8230;\u2019<\/p>\n<p>In 1971 solliciteerde Sanders bij Jogchem\u2019s Theaters BV in Amersfoort, een familiebedrijf dat bioscopen exploiteert en dat met het oog op expansie versterking van de directie zocht. In de tien jaar dat Sanders bij Jogchem\u2019s werkte, breidde het bedrijf uit van een handjevol bioscopen tot vijfenvijftig doeken verspreid over Nederland. Bovendien verzorgde het bedrijf de exploitatie van de schouwburg in Amersfoort en was het agent voor een Franse theaterstoelenfabrikant.<\/p>\n<p>Deze diversificatie was een kolfje naar de hand van Sanders, vertelt directeur Jan van Dommelen. \u2018Hij trok al snel de programmering van de schouwburg naar zich toe. Opera, concerten, cabaretiers als Sonneveld en Hermans, toneelgezelschappen \u2013 hij zorgde dat de koffie voor ze klaarstond. Hij sprak voortreffelijk Frans, dus hij nam het contact met stoelenfabrikant Quinette Gallay over. Zijn eerste contact met Het Concertgebouw vond plaats toen zij een offerte bij ons vroegen voor nieuwe theaterstoelen. En met een Rotterdamse partner stond Martijn aan de wieg van de eerste Burger King in Nederland, op het Rokin in Amsterdam.\u2019<\/p>\n<p>Uitbreiding van het aantal doeken (\u2018Bij onderhandelingen was Martijn altijd slimmer dan de tegenpartij\u2019) en de verbouwing van theaters (\u2018Hij heeft de opening van nieuwe complexen in Den Bosch, Eindhoven en Arnhem meegemaakt\u2019) waren een leerschool voor zijn latere functie bij Het Concertgebouw. \u2018Martijn was altijd bezig te kijken naar wat mogelijk was. Toen begin jaren tachtig het bioscoopbezoek daalde, was voor hem de lol eraf.\u2019<\/p>\n<p>Zijn eerste wapenfeit bij Het Concert\u00adgebouw was de verbouwing van dit in 1888 verrezen monument. \u2018Dat is een ongelooflijke prestatie geweest,\u2019 meent Bernard Haitink, die indertijd chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest was. \u2018Natuurlijk was het een ramp. Aan\u00advankelijk dreigde hij dat we in een tent op het Museumplein moesten gaan spelen, maar uiteindelijk heeft hij het bouwbedrijf zover gekregen dat we in de zaal konden blijven repeteren en concerteren.\u2019<\/p>\n<p>Niet alleen in logistiek maar ook in financieel opzicht was deze renovatie een titanenklus. Sanders slaagde erin vijfenveertig miljoen gulden van het bedrijfsleven binnen te halen \u2013 een voor de kunstwereld onge\u00ebvenaard hoog bedrag. Deels door eigen inzet, deels door de juiste mensen om zich heen te verzamelen. Zo weet Gerhard Greidanus nog hoe hij hoogstpersoonlijk twee miljoen gulden bij de Japanse gemeenschap wist los te peuteren. Victor Halberstadt herinnert zich hoe hij rond 1987 werd aangesproken door Gerrit Wagner, ex-topman van Shell, die samen met prins Claus een actie voor de fundering was begonnen. \u2018Wagner vond dat een nieuwe generatie het stokje over moest nemen.\u2019 Halberstadt zou samen met Floris Maljers (toen voorzitter Unilever) en Aarnout Loudon (toen voorzitter Akzo Nobel) de harde kern van nieuwe bestuurders gaan vormen. \u2018De geschiedenis van het gebouw en orkest is onlosmakelijk verbonden met een groep notabelen, die in 1887 verantwoordelijk was voor de oprichting van beide. Het Concertgebouw is een publieke vennootschap, inclusief aandelen \u2013 die overigens zelden worden verhandeld. Het gebouw heeft altijd maar een fractie overheidsgeld gekregen, uitsluitend bestemd voor het onderhoud. En het lijdt geen twijfel dat Martijn een pionier op het gebied van sponsoring is geweest.\u2019<\/p>\n<p>Overigens benadrukt Halberstadt dat het commitment van het bedrijfsleven nooit een vanzelfsprekendheid is geworden: \u2018Het is zelfs moeilijker dan twintig jaar geleden, omdat we nu veel meer concurrentie hebben. Van  commerci\u00eble media tot en met Carr\u00e9, iedereen probeert sponsorgelden te veroveren. Dus wat twintig jaar geleden exceptioneel was, is nu betrekkelijk gewoon geworden.\u2019 Desondanks kan Het Concertgebouw op dit moment terugvallen op een kleine dertig sponsors die, gevoegd bij de opbrengsten van de kaartverkoop en de verhuur van de zaal, de programmering bekostigen.<\/p>\n<p>Het geheim van Sanders\u2019 succes schuilt volgens zijn collega Thomas Angyan, directeur van de Musikverein in Wenen, in het persoonlijke contact dat hij onderhoudt met zijn sponsors. \u2018Praten met een sponsorafdeling werkt niet,\u2019 zegt Angyan. \u2018De enige weg is praten met de ceo\u2019s zelf.\u2019 \u2018Sanders heeft een enorm netwerk opgebouwd\u2019, beaamt Henk Markerink, directeur van Amsterdam Arena, waar Sanders in de raad van commissarissen zit. \u2018Hij loopt bij alle captains of industry binnen. En hij heeft het vertrouwen van die partijen weten te winnen. Want als je als sponsor ergens geld in stopt en het wordt een zootje, dan is het \u201ceens en nooit weer\u201d. Hij is in staat geweest een zodanige kwaliteit te leveren dat het een repeat factor krijgt.\u2019<\/p>\n<p>Sanders spreekt de taal van de sponsor, zegt ook Anneke Hogenstijn, onder Sanders mede verantwoordelijk voor de programmering van Het Concertgebouw. \u2018En dat is geen vernislaagje. Dat heeft hij van huis uit meegekregen.\u2019 Zo biedt Sanders zijn sponsors een grote vari\u00ebteit aan sponsormogelijkheden aan, waaruit zij naar believen kunnen kiezen, vertelt George M\u00f6ller, directievoorzitter van Robeco. \u2018Hij levert maatwerk.\u2019 Daarnaast moet je een goed hospitality-pakket bieden, legt Henk Markerink uit. \u2018Als een multinational zijn relaties wil f\u00eateren, dan moet alles kloppen. Van de parkeergelegenheid en de ontvangst tot de kwaliteit van het eten. Het gaat om veel meer dan de artiest die op het podium staat. De gave van Martijn is dat hij commercieel denkt, zonder dat het ervan afdruipt. Bij Arena hadden we in het begin last van zo\u2019n dollarimago. Het was allemaal een beetje poenerig, simpelweg omdat we het geld nodig hadden. Martijn is daar slim in: hij is heel commercieel, maar niemand ziet hem als een geldwolf die overal een euro uit probeert te draaien.\u2019<\/p>\n<p>Toch is niet iedereen even enthousiast over sponsoring als middel tot financiering. Een medicijn met bijwerkingen, stelt Peter Smids. \u2018Ik vind de sponsorterreur in Het Concertgebouw vrij groot. Ik herinner me dat ik eens met mijn vrouw bij een concert door de Wiener Philharmoniker was, die Ein Heldenleben van Strauss speelden. We zaten te midden van een harde kern van sponsors die zich te pletter zaten te vervelen. Er heerste een onattente sfeer. Pas toen het orkest toegiften van de familie Strauss ging spelen, hoorden we letterlijk zeggen: \u201cKijk, d\u00edt vind ik nu mooi.\u201d Martijn heeft het instrument van de sponsoring heel virtuoos bespeeld, maar de sfeer in de zaal wordt vaak bepaald door drie- of vierhonderd relaties die net zo goed naar een concours hippique zouden kunnen gaan. En in de prijzen zie ik het niet terug: de kaartjes blijven krankzinnig duur.\u2019<\/p>\n<p>Dat er een ander publiek naar de Robeco Zomerconcerten gaat, dat klopt, zegt George M\u00f6ller, maar zeker geen onge\u00efnteresseerd publiek. \u2018Als het mooi weer is, verschijnt men in korte broek en vaak klapt men op het verkeerde moment. De mensen klappen als ze het mooi vinden \u2013 dus eigenlijk op het goede moment.\u2019 De Robeco Zomerconcerten vormen een succesverhaal op zichzelf. Afgezien van het eerste seizoen \u2013 achttien jaar geleden \u2013 toen de zaal halfleeg bleef, is het een verhaal van gestage groei, resulterend in een recordhoeveelheid concerten komende zomer (114 in twee maanden tijd) en een recordaantal bezoekers afgelopen zomer (99.000). Voor Robeco heeft de serie een hoge \u2018effectieve waarde\u2019, verzekert M\u00f6ller. \u2018Twee maanden lang kunnen we elke dag tweehonderd kaartjes weggeven aan relaties. Dat betekent  naamsbekendheid en een sympathiefactor.\u2019<\/p>\n<p>De sleutel tot het succes ligt in de volharding, meent M\u00f6ller, die overigens benadrukt dat de Robeco Zomerconcerten niet als sponsoring beschouwd moeten worden. \u2018Het is een joint venture: Het Concertgebouw doet de programmering, wij de marketing. Elk jaar proberen we de formule weer te vernieuwen, zodat er geen sleur ontstaat. Zo introduceren we deze zomer het jazzcaf\u00e9. Martijn Sanders is een inventieve man; hij is loyaal aan het concept en houdt vol. Uiteindelijk is succes niet de effort van vandaag of morgen, maar van een hele periode. Cruijff was een goede voetballer, niet omdat hij \u00e9\u00e9n seizoen heeft ge\u00ebxcelleerd maar tien jaar lang.\u2019<\/p>\n<p>Iedereen die met Martijn Sanders te maken heeft, roemt zijn bijzondere kwaliteiten. Hij is een art lover met een zeldzame combinatie van social instinct en business instinct (George M\u00f6ller). Laat zich niet door bijzaken afleiden en laat details graag aan anderen over, behalve in de keuken (Victor Halberstadt). Zegt altijd eerlijk wat hij vindt \u2013 dat is niet normaal in onze wereld (Thomas Angyan). Is optimistisch en heeft veel gevoel voor humor (Gerhard Greidanus). Heeft een duidelijke visie op datgene waarmee hij bezig is (Van Dommelen). Is een ongelooflijk intelligente man die heel snel leert (Anneke Hogenstijn). Is een scherpe debater die zijn stukken heeft gelezen (Henk Markerink). Is bepaald liberaal denkend, hij kent geen dogma\u2019s (vader Sanders). Heeft een artistiek fingerspitzengef\u00fchl dat hem nooit bedriegt (Peter Smids). \u2018Een prima vent,\u2019 vat Bernard Haitink het fenomeen bondig samen.<\/p>\n<p>Maar over een ander punt is men het ook unaniem eens: deze ideale schoonzoon had nooit zo hoog gescoord als hij directeur was geweest van, bij wijze van spreken, De Doelen of Vredenburg. Met Het Concertgebouw heeft hij een troef in handen die hij op alle mogelijke manieren heeft uitgespeeld. Niet alleen is dit historische gebouw de perfecte ambiance voor exclusieve sponsorarrangementen, de reputatie en akoestiek van de zaal hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op musici van over de hele wereld.<\/p>\n<p>Dit feit geeft Sanders een sterke positie aan de onderhandelingstafel. Want dat Sanders zijn musici niet bepaald riant betaalt, is een klacht die regelmatig opduikt in de muziekwereld. Zo is voor de lunchconcerten helemaal geen honorarium beschikbaar, voor optredens binnen series is het budget vaak mager. Wij krijgen geen cent overheidssubsidie, zo verdedigt Sanders zijn zuinige beleid.<\/p>\n<p>Die voorstelling van zaken doet Jan Wolff hartelijk lachen: \u2018Klinkklare nonsens. Martijn doet het ontzettend goed en daardoor heeft hij indirect een subsidiestroom op gang weten te brengen die vele malen groter is dan wat naar het Muziekgebouw gaat. Alle ensembles en orkesten die bij hem spelen, brengen subsidiegeld mee. Ik begrijp niet dat een verstandige man als Martijn zulke lariekoek durft te verkondigen.\u2019<\/p>\n<p>Frans Brouwer van Combattimento Consort, gevraagd naar de hoogte van de uitkoopsommen: \u2018Als wij een grote productie willen doen, moeten we er vaak zelf geld op toeleggen. Maar het is te gemakkelijk om Het Concertgebouw daar de schuld van te geven. Slechts tien procent van onze omzet bestaat uit subsidie en daardoor is onze uitkoopsom veel hoger dan die van collega\u2019s.\u2019 Een jonge musicus zegt: \u2018Of Het Concertgebouw het geld nou gewoon niet heeft of het er niet voor overheeft, weet ik niet. Feit blijft dat daar spelen altijd een feest is, qua akoestiek, exposure, publiciteit, cv, noem maar op.\u2019<\/p>\n<p>Het is precies die gretigheid waar Sanders dankbaar gebruik van maakt. Want anders dan men in de Nederlandse muziekwereld denkt, wordt ook met grote solisten en orkesten scherp onderhandeld. Zo weet Bernard Haitink dat het gerenommeerde Boston Symphony Orchestra een \u2018weinig genereus\u2019 aanbod kreeg: \u2018Ze deden een festivaltournee en wilden ook graag Amsterdam aandoen, omdat die zaal zo beroemd is. Natuurlijk moet je komen, zei Martijn, maar hij heeft ze een fooi als honorarium aangeboden. Nog afgezien van de financi\u00eble kant, was dat vernederend voor hen. Dat is Martijn. Hij is keihard in zijn onderhandelingen.\u2019<\/p>\n<p>Het was een spel van geven en nemen, zegt Willem Wijnbergen, voormalig directeur van het Concertgebouworkest, lachend. Hij trof Sanders in het \u2018historische krachtenveld\u2019 tussen orkest en gebouw, die sinds 1952 twee onafhankelijke instituten vormen \u2013 wat in de praktijk betekent dat het orkest de zaal huurt van het gebouw. \u2018Martijn was niet gewend om op een bepaald niveau tegenspel te krijgen, dus ging het vaak hard tegen hard. Hij wilde altijd minder betalen dan waar wij naar onze mening recht op hadden. Per kerende fax bestookten we elkaar en soms raakten we echt in een impasse. Dan moesten onze besturen eraan te pas komen om \u201cdie twee jongens uit elkaar te halen\u201d. Toch was onze verhouding nooit rancuneus en toen ik bij het orkest vertrok, zijn we goede vrienden geworden.\u2019<\/p>\n<p>Commercieel denken ligt ook aan de basis van de artistieke programmering, legt Anneke Hogenstijn uit. \u2018Als je met een plan komt, is het eerste wat hij zegt: \u201cMaak eens een begroting.\u201d Het moet financieel haalbaar zijn of er moet een mogelijke weg zichtbaar zijn. Toen we begonnen met het China-festival was het eerste punt van discussie: hoeveel gaat het kosten, hoe groot is het gat en hoe denken we dat te kunnen overbruggen? Hij begint meteen met sponsorbenadering. Aan de andere kant is hij niet bang voor risico. Bij het China-festival was op een gegeven moment vijf ton nog ongedekt, maar we zijn gewoon begonnen. De financiering van de reguliere programmering is ook elk jaar weer spannend. In december weet hij nog niet hoeveel sponsors hij heeft binnengehaald en dan wordt hij nerveus: \u201cWe moeten series gaan schrappen.\u201d Inmiddels ken ik hem goed genoeg om te weten dat het wel op zijn pootjes terecht zal komen, maar die stress is er altijd. En dat is ook inspirerend, want hij zal geen moment achteroverleunen.\u2019<\/p>\n<p>Onder Sanders is ook de programmering rigoureus veranderd. Begin jaren tachtig was het volgens Haitink \u2018artistiek een ramp\u2019. \u2018Het Concertgebouworkest had min of meer het morele alleenrecht \u2013 naar mijn mening \u2013 en in de tijd dat het orkest geen beslag op de zaal legde, waren er modeshows, bokswedstrijden en god weet wat. Martijn heeft daar flink de bezem door gehaald. Tegen mij zei hij altijd: \u201cIk ben maar een eenvoudige filmboer\u201d, maar ondertussen had hij een heel goede neus voor artistieke waarden.\u2019<\/p>\n<p>Zijn aanpak was tweeledig, zegt Anneke Hogenstijn. In de eerste plaats heeft hij internationale solisten en orkesten ervan overtuigd dat ze in Amsterdam zouden moeten optreden. \u2018Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar vijfentwintig jaar geleden lag Amsterdam niet op de route. Martijn was niet te beroerd om heel Europa en daarbuiten af te reizen om grote sterren uit te nodigen. In de tweede plaats heeft hij de programmering verbreed met kinderconcerten, jazz en nieuwe muziek. Veel meer aanbod voor veel diversere groepen. Ook financieel: voor elke portemonnee is een plek. Van de gratis lunchconcerten tot aan prestigieuze series.\u2019<\/p>\n<p>Peter Smids betwijfelt of Sanders zijn nieuwe formules zelf heeft bedacht. \u2018Wij waren op dat vlak een pionier in Nederland. Er was geen zaal die zo breed geori\u00ebnteerd was en zo veel specials, festivals en projecten door zijn programmering strooide als Vredenburg. Maar Martijn heeft zich nooit zoveel gelegen laten liggen aan de andere zalen in Nederland. Na de renovatie besefte hij al snel dat hij een volkomen eigen positie in het Nederlandse bestel kon gaan innemen. En dan was hij niet altijd even collegiaal. Ik kwam hem eens tegen bij een opera in de Stadsschouwburg. Hij zei: \u201cIk heb in New York net Phil Glass gesproken en hoorde dat je exclusiviteit hebt bedongen. In de toekomst gebeurt dat niet meer!\u201d Inderdaad had ik exclusiviteit bedongen, omdat ik een enorme financi\u00eble zeperd zou halen als datzelfde concert dertig kilometer verderop ook zou gaan. Maar wat is Martijn gaan doen? Een heel circuit van grote sterren is hij onder exclusiviteit gaan contracteren, zodat ze niet in De Doelen of Vredenburg of elders nog aan de bak konden komen. Terwijl daar wel een markt voor was. Cecilia Bartoli of Thomas Hampson kunnen gemakkelijk twee zalen vullen. Bevorderlijk voor het muziekleven elders in het land, waar mensen ook recht hebben op mooie concerten, is dat niet.\u2019<\/p>\n<p>Terwijl Sanders zijn Nederlandse collega\u2019s lange tijd negeerde, richtte hij de European Concert Hall Organisation op, een overleg van ongeveer twaalf Europese concert\u00adzalen plus Carnegie Hall. In deze kring, waar uitdrukkelijk alleen de directeuren zelf aan deelnemen, wordt van gedachten gewisseld over de honoraria van solisten en orkesten, de hoogte van tickets, marketing, tournees van orkesten, en worden ook gezamenlijke projecten ondernomen zoals compositie\u00adopdrachten en een serie Rising Stars. Thomas Angyan van de Weense Musikverein maakt Sanders hier al twintig jaar mee en heeft bewondering voor de manier waarop deze een dramaturgie weet te ontwerpen voor de programmering als geheel. \u2018Als je de programmering laat vullen door impresario\u2019s, dan krijg je een lappendeken van losse concerten en series. Bovendien kan het gebeuren dat belangrijke kunstenaars jarenlang niet komen, omdat ze toevallig niet in de catalogus staan. Martijn houdt een groot deel van de programmering in eigen hand. Hij praat niet met de agenten, maar rechtstreeks met de kunstenaars. Aan de ene kant geeft hij hun veel vrijheid, aan de andere kant moeten ze rekening houden met de context waarin ze optreden.\u2019<\/p>\n<p>Persoonlijke contacten \u2013 of het nu over sponsors, bestuurders of kunstenaars gaat, het is een sleutelwoord in het leven van Martijn Sanders. Bijna iedereen met wie hij te maken heeft, beschouwt hem als een goede vriend. Reisjes, etentjes, geanimeerde gesprekken \u2013 werk en plezier zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat maakt het voor een solist extra aantrekkelijk om naar Amsterdam te komen, zegt de sopraan Cecilia Bartoli, die Sanders als \u2018a perfect gentleman\u2019 karakteriseert. \u2018De akoestiek van deze zaal is exceptioneel,\u2019 aldus Bartoli, die in huize Sanders graag een hapje mee-eet (\u2018Die pasta van hem \u2013 ah che buono!\u2019). \u2018Maar voor een reizende artiest is het ook fijn te weten dat achter de schermen mensen werken op wie je gesteld bent. En natuurlijk wordt de sfeer in een huis tot op grote hoogte bepaald door degene die aan de top staat.\u2019<\/p>\n<p>Ook Bernard Haitink is goed bevriend met Sanders: \u2018We kunnen enorm lachen met elkaar. En hij heeft een grote belangstelling voor kunst en literatuur. Soms logeren hij en zijn vrouw bij ons in Frankrijk. Heel onderhoudend.\u2019 Het contact tussen Haitink en Sanders ontstond nadat Haitink in 1988 met ruzie bij het Concertgebouworkest was vertrokken. \u2018Dat was een niet helemaal gelukkige affaire, eigenlijk een kinderachtige ruzie. Er was verwarring over de vraag of ik terug zou komen als gastdirigent, maar ik wist dat er een embargo van vijf jaar was ingesteld. Op dat moment had ik er ook helemaal geen zin meer in. Ik dacht: de groeten, ik kan ergens anders ook gelukkig zijn. Martijn heeft dat doorbroken. Hij is slim en zag een opening: hij nodigde mij uit met gastorkesten. Hij wist dat ik in Dresden dirigeerde en zei: \u201cWaarom kom je niet met de Dresdener Staatskapelle naar Amsterdam?\u201d Ik heb \u201cja\u201d gezegd. Ik weet dat Martijn doodsbenauwd was voor demonstraties toen ik de trap afkwam en het publiek opvallend luidruchtig reageerde, maar ik heb me onmiddellijk omgedraaid en ben begonnen met dirigeren. Ik geloof dat hij daar dankbaar voor was. Het is gek: met zijn enorm gedurfde plannen kan Martijn toch opeens bang zijn. Later kwam hij in Londen naar me toe voor het Mahlerfeest. Hij wilde de Berliner en de Wiener uitnodigen en vroeg of ik een aanbevelingsbrief wilde schrijven aan Claudio Abbado. Dat heb ik gedaan. En het is hem gelukt. Al die orkesten ineens bij elkaar, alle symfonie\u00ebn in twee weken tijd, die tent op het Museumplein \u2013 daarmee heeft hij Amsterdam weer op de artistieke landkaart gezet.\u2019<\/p>\n<p>Sanders wordt door zijn naasten gekenschetst als een onvermoeibare duizendpoot, die \u2019s ochtends vroeg op de tennisbaan staat, \u2019s avonds na het concert nog snel een bioscoopje pikt, altijd zorgt dat voor het slapen gaan de inbox van zijn e-mail leeg is en die alle boeken die hij op zijn verjaardag krijgt, al gelezen heeft. En dan zijn er nog die ruim twintig nevenfuncties. En die drie\u00ebndertig in het verleden vervulde bijbaantjes.<\/p>\n<p>Hij is in alles ge\u00efnteresseerd, zo verklaren zijn intimi deze overactiviteit. \u2018Hij is een groot voetbalfan\u2019, vertelt Henk Markerink, directeur van Amsterdam Arena. \u2018En volgens mij is het ook een goede uitlaatklep. Op de tribune mag je juichen, vloeken, schreeuwen. Hij voelt zich hier echt thuis. Nu zit Martijn niet op de F-Side. Op de hoofdtribune, bij de skyboxen en in ons restaurant, zit de top van de politiek en het bedrijfsleven \u2013 dus hetzelfde netwerk dat ook in Het Concertgebouw komt. Die netwerken komen overal weer samen, of het nu bij de Tefaf in Maastricht is of op het ABN Amro Tennistoernooi in Rotterdam.\u2019<\/p>\n<p>In de muziekwereld vervult Sanders een groot aantal bestuursfuncties. Daarnaast is hij ook op allerlei manieren verbonden met de wereld van de beeldende kunst, waar zijn eigenlijke passie ligt. Zijn cv vermeldt bemoeienis met de Vereniging Rembrandt, het Stedelijk Museum, het (inmiddels opgeheven) World Wide Video Festival en de Peter Stuyvesant Foundation, waarvoor hij jarenlang het aankoopbeleid deed. Sanders behoort tot de grote priv\u00e9verzamelaars in Nederland en heeft een collectie waarvan niemand precies de omvang kent. \u2018Honderden werken,\u2019 zo verzekert een goede vriend. \u2018Een klein deel hangt thuis, waaronder een Kiefer die een hele wand vult, de rest staat in een depot. Er wordt ook veel uitgeleend aan musea. Martijn gaat met zijn vrouw naar alle grote kunstbeurzen \u2013 ze kopen nadrukkelijk samen. Altijd heel verrassend en geavanceerd werk. Beeldende kunst is echt zijn lust en zijn leven. Verzamelen is zijn hobby, maar eigenlijk is het een museale collectie van een professioneel niveau.\u2019<\/p>\n<p>Sanders heeft de reputatie dat hij een goede neus heeft voor jong talent. Zo kocht hij in een vroeg stadium werk van de toen nog onbekende Ronald Ophuis. En zo gaat het verhaal dat hij Anselm Kiefer heeft ontdekt. Armando \u2013 eveneens prominent aanwezig in de collectie-Sanders \u2013 nuanceert: \u2018Ik werd door iemand op het spoor van Kiefer gezet en daar heb ik Martijn op geattendeerd. We zijn samen naar hem toe gegaan. Toen ik Martijn leerde kennen, werkte hij nog bij Jogchem\u2019s en in het weekend ging hij op zoek naar \u201cmoderne kunst\u201d. Hij bezocht kunstenaars in hun atelier en ging naar bepaalde galeries, zoals Werner in Keulen. En ik moet benadrukken: hij is vooral snel. Hij weet precies wat hij wil hebben. Samen met zijn vrouw.\u2019<\/p>\n<p>Nee, het is niet vanzelfsprekend dat een kunstenaar bevriend raakt met zijn verzamelaar, zegt Armando. \u2018De meeste verzamelaars ken ik niet eens, dat loopt via een galerie. Met Martijn en Jeannette ging dat vanzelf. We hebben veel uitstapjes gemaakt samen \u2013 naar Wenen en M\u00fcnchen, naar de Festspiele in Bayreuth. Door de jaren heen is hij mijn werk blijven kopen. En toen ik in 1977 naar Berlijn ging, wat een groot financieel risico was, zei hij: \u201cMocht je willen blijven en geld nodig hebben, dan kun je altijd aankloppen.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Armando is wel door Sanders overgehaald om zich op het beeldhouwen te storten. \u2018Hij gaf mij opdracht om een sculptuur te maken voor de nieuwe aanbouw van Het Concertgebouw. Ik sputterde tegen dat ik dat niet kon. Maar hij zei: \u201cSchilders zijn vaak juist zo origineel met sculpturen.\u201d Sindsdien ben ik gaan beeldhouwen en heb ik veel opdrachten en tentoonstellingen gehad.\u2019<\/p>\n<p>In het licht van deze passie voor beeldende kunst hoeft het niemand te verbazen dat Sanders zich ergerde aan de gemeentelijke impasse rond het Stedelijk Museum in Amsterdam. \u2018Wat een schande!\u2019 riepen wij tegen elkaar, herinnert Halberstadt zich. \u2018Martijn nam het initiatief, want hij kon niet aanzien dat een collectie die ooit tot de wereldtop had behoord, verslonsd raakte. In december 2002 kwamen we in gesprek met wethouder Belliot en hebben haar aangeboden de situatie nog eens te bestuderen \u2013 an offer you can\u2019t refuse. Tenslotte ging het om de directeur van Het Concertgebouw, de directeur van het Van Gogh Museum, John Leighton, en ikzelf kwam op de koop toe. En bovendien zouden wij geen gepeperde rekening indienen, we hadden alleen wat steun van managementbureau Boer &#038; Croon, dat tegen kostprijs diensten leverde. Het was een halve job. Avondenlang hebben we hier zitten werken en daar rolde een rapport uit \u2013 dat overigens bijna niemand gelezen heeft \u2013 dat als hamerstuk door de gemeenteraad is aangenomen.\u2019<\/p>\n<p>De commissie-Sanders veegde de vloer aan met de renovatieplannen van voormalig Stedelijk-directeur Rudi Fuchs en diens architect Alvaro Siza en met het idee om een deel van het museum naar de Zuidas te verplaatsen. In Terug naar de top pleit het triumviraat voor verzelfstandiging van het Stedelijk, een nieuw renovatieplan dat past bij de \u2018internationale allure van het museum\u2019, de benoeming van een nieuw artistiek directeur en onderhoud van de bestaande collectie.<\/p>\n<p>In de kunstwereld werd het rapport met grote instemming ontvangen, maar de gemeenteraad zag zich geconfronteerd met een begroting die zo\u2019n dertig miljoen hoger uitpakte dan gepland. Hoewel Sanders c.s. weigerde persoonlijk de sponsormarkt op te gaan, leverde zijn solide netwerk twee klinkende namen op: Morris Tabaksblat en Cor van Zadelhoff, die, naast de tien miljoen die de gemeente op tafel legde, twintig miljoen aan sponsorgelden verzamelden.<\/p>\n<p>Het was niet alleen een sterk onderbouwd rapport, zegt een goede vriend, Sanders trad ook buitengewoon diplomatiek op. \u2018Op een heel aardige manier heeft hij Belliot ingepakt, bijvoorbeeld door haar uit te nodigen in Het Concertgebouw.\u2019 Belliot, die aanvankelijk onthutst was over de wijze waarop haar beleid onderuit werd gehaald en men in de media tegen het rapport fulmineerde, liet zich ten slotte overtuigen.<\/p>\n<p>Wie het fenomeen Sanders wil begrijpen, moet een bezoekje brengen aan zijn ouderlijk huis in Schiedam. Hier bezocht hij het Stedelijk Gymnasium, samen met Peter Smids, zijn latere collega en concurrent. Samen bezoch\u00adten ze jazzconcerten in Rotterdam, schreven \u00adze recensies voor True Note en de Notenkraker, zaten ze in het bestuur van de Gym\u00adnasiastenbond en speelden ze tennis. Smids: \u2018De vader van Martijn was president-curator van het gymnasium en was na de oorlog bij Schermerhorn eerst secretaris-generaal van zijn departement en later s.g. van de door Schermerhorn voorgezeten Commissie-Generaal in Indonesi\u00eb. Op het gym heerste natuurlijk een conservatieve sfeer en bij het wisselen van de klassen riepen oudere jongens dan tegen Martijn: \u201cVerdomme Sanders, door die pa van jou zijn we Indonesi\u00eb kwijt geraakt. Klootzak!\u201d Hij werd als een linkse rakker beschouwd.\u2019<\/p>\n<p>Piet Sanders is een vooraanstaand jurist die ook veel op internationaal niveau heeft geopereerd. Ondanks zijn drie\u00ebnnegentig jaar is hij, voorzien van kantoor en secretaresse, nog altijd in vol bedrijf. Niet alleen schrijft hij juridische artikelen, op alle mogelijke manieren is hij betrokken bij het wel en wee in Schiedam, in het bijzonder de kunst in de openbare ruimte. In het verleden zat hij in het bestuur van het Stedelijk in Amsterdam, Kr\u00f6ller-M\u00fcller en Boijmans-Van Beuningen. Maar ook in het bestuur van de plaatselijke protestantenbond, in de raad van commissarissen van Het Parool en in het bestuur van diverse grote ondernemingen.<\/p>\n<p>Het huis staat vol kunst \u2013 klein plastiek. Piet Sanders: \u2018Martijn verzamelt grote doeken, die dan naar het depot moeten. Wij prefereren klein formaat dat wij volop om ons heen hebben. Als ik \u2019s ochtends om zeven uur beneden kom, kijk ik rond en geniet met volle teugen. Onze kinderen zijn met kunst opgegroeid. Martijns broer Pieter heeft eveneens een grote verzameling en zijn zus Frederieke heeft een vooruitstrevende galerie in New York. Ze waren gewend dat hier veel kunstenaars over de vloer kwamen. Ook Martijn en de twee andere kinderen hebben dat regelmatige contact. Martijns dochter noemde, toen zij nog een klein meisje was, Kiefer \u201conkel Anselm\u201d.\u2019<\/p>\n<p>Ondanks het feit dat Martijn als twee druppels water op zijn vader lijkt, zijn de ouders bescheiden over hun invloed. \u2018Ik denk dat Martijn het gevoel heeft dat het allemaal uit hemzelf komt,\u2019 zegt zijn moeder. \u2018En terecht, want als hij het niet zelf had opgepikt, dan was het langs hem afgegleden.\u2019 \u2018Martijn moet je nooit iets zeggen, hij moet het wiel zelf uitvinden,\u2019 omschrijft zijn vader op diplomatieke wijze het eigenwijze karakter van zijn zoon. \u2018Hij praat ook weinig over zichzelf, je moet het er vaak uit trekken.\u2019<\/p>\n<p>Een internationale opvoeding hebben ze hem wel bewust meegegeven. Zandkastelen aan het strand verrezen onder toezicht van een Franse gouvernante, er werd gezeild met Franse vrienden en vader Sanders stimuleerde zijn zoon om zijn opleiding Business Administration te voltooien in Michigan. Dat hun zoon nu met pensioen gaat, vinden ze maar een \u2018gek gevoel\u2019: \u2018Hij is toch de jongste.\u2019<\/p>\n<p>Niet alleen de geschiedenis van Het Concertgebouw, ook het leven van Sanders is een succesverhaal. Waren er maar meer Martijn Sandersen, verzucht Bert Janmaat, secretaris van de Amsterdamse Kunstraad, die Sanders regelmatig aantrekt als adviseur vanwege zijn \u2018autoriteit en gezag die op ervaring gebaseerd zijn\u2019. En zelfs de enige smet op Sanders\u2019 carri\u00e8re lijkt hem niet echt aan te rekenen: zijn voorzitterschap bij de Avro dat eindigde in een debacle. Binnen de gelederen van de Avro was men erg blij met zijn komst in 1997. \u2018Sanders behoort tot de voorhoede van de Nederlandse cultuur en dat heeft de kunstafdeling geen wind\u00adeieren gelegd,\u2019 zegt voormalig eindredacteur kunst Marijke Rawie. Ook Justine Paauw, indertijd voorzitter van de ondernemingsraad, is vol lof over Sanders. \u2018In die tijd was er een strikte scheiding tussen kerk en staat bij de Avro, maar Martijn was heel toegankelijk en wij hadden constructieve gesprekken. Bovendien was hij een gentleman met een netwerk van hier tot gunder. Hij kwam bij de koningin op de thee, bij wijze van spreken. De Avro kon echt eer met hem inleggen.\u2019<\/p>\n<p>Joop Daalmeijer, toenmalig netco\u00f6rdinator van Nederland 1 en 2, beschrijft Sanders als een atypische voorzitter die zich niet inliet \u2018met de Hilversumse coterie, dat interne circuitje van voorzitters die van alles bekokstoven\u2019 en ook fel ageerde tegen de positie van sommige omroepvoorzitters die tevens programmadirecteur waren. Daalmeijer: \u2018Sanders heeft nooit iets in de mouw gehad. Hij zei open en bloot wat hij vond.\u2019<\/p>\n<p>De problemen ontstonden toen zakelijk directeur Frans Mar\u00e9chal ruzie kreeg met het hoofd Cultuur en Amusement Kees van Twist, die daarop vertrok. Sanders haalde Ad \u2019s-Gravesande binnen als opvolger van Van Twist. Paauw: \u2018\u2019s-Gravesande was een man van naam en faam op cultureel gebied, maar ook hij kreeg ruzie met Mar\u00e9chal. Het lukte Sanders niet de neuzen \u00e9\u00e9n kant op te krijgen en het ging van kwaad tot erger tussen die twee. Misschien heeft Sanders dat conflict te lang laten doorsudderen, maar ik denk dat hij Ad een faire kans wilde geven. Uiteindelijk heeft hij hen allebei de laan uit gestuurd. Dat vind ik van enige moed getuigen.\u2019<\/p>\n<p>Achteraf is men het erover eens dat de constructie waarbij een zakelijk en programmadirecteur gelijkwaardig aan elkaar zijn niet deugt, maar toen was het kwaad al geschied. Om de crisis op te lossen haalde Sanders managementbureau Boer &#038; Croon, waar hij vaker zaken mee had gedaan, binnen. Boer &#038; Croon leverde een interim-directeur, Gerben Eggink, die zich als een paard van Troje zou ontpoppen. \u2018Eggink heeft de val van Sanders ingeleid,\u2019 zegt Daalmeijer. \u2018Hij begon rechtszaken over triviale kwesties. Hij probeerde zo veel mogelijk macht naar zich toe te trekken. Als Sanders niet bij een vergadering van de raad voor toezicht kon zijn, zat Eggink daar opeens. Dat idiote idee om samen met de Tros uit het publieke bestel te stappen en commercieel te worden, was een een-tweetje van Eggink en de voorzitter van de Tros. Bovendien had hij een weblog waarop hij geleidelijk een hetze tegen Sanders begon.\u2019<\/p>\n<p>Waarom een intelligente man als Martijn Sanders dit allemaal liet gebeuren, weet Daalmeijer ook niet. \u2018Ik heb wel eens tegen Sanders gezegd: \u201cJe kunt die overeenkomst met Boer &#038; Croon toch opzeggen?\u201d Dat gaf hij toe, maar hij heeft het niet gedaan.\u2019 Uiteindelijk viel het bestuur op een conflict met de verenigingsraad en stapte in maart 2005 op. Gevraagd naar de motieven van Gerben Eggink, antwoordt Daalmeijer dat het lucratief is voor een interim die negentienhonderd euro per dag verdient om een bestuurscrisis te forceren. Een andere mogelijkheid is dat Eggink zijn eigen strovrouw aan de macht wilde helpen: Willemijn Maas, die per 1 mei als nieuwe Avro-directeur aantreedt en die Eggink eerder opvolgde als directeur van de Johan Cruyff University. Feit is dat Sanders de affaire als een klap in het gezicht heeft ervaren. \u2018Daar heeft hij ongelooflijk last van gehad,\u2019 zegt een goede vriend. \u2018Hij is een ambitieuze man die alles graag goed wil doen, maar hier waren machten in het spel waar hij de vinger niet achter kreeg.\u2019<\/p>\n<p>Blijft de vraag waarom iemand zo veel functies wil vervullen naast een eervolle baan als directeur van Het Concertgebouw. Is het een kwestie van macht? Onzin, zegt Halberstadt. \u2018Als hij echt zo\u2019n paus was geweest, was hij nog tien jaar bij Het Concertgebouw gebleven. Op alle plekken waar ik Martijn heb zien functioneren, was zijn bemoeienis gewenst.\u2019 Macht is niet zijn drijfveer, meent ook Peter Smids. \u2018Anders was hij wel het bedrijfsleven ingegaan. Daar had hij ook veel meer geld kunnen verdienen. Nee, hij heeft er echt lol in. Ik weet zeker dat hij ontzettende pret heeft als de seizoenbrochures van de persen rollen, dat moment waarop je al die vergaderingen en hersenspinsels geconcretiseerd ziet. Ja, hij zit in heel veel clubjes, maar hij is ook ontzettend goed. Als Martijn in een vergadering aan het woord is, you\u2019d better listen.\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Martijn Sanders (61) kreeg d\u00e9 troef in handen: Het Concertgebouw. Die heeft hij als directeur op alle mogelijke manieren uitgespeeld met het ene succes na het andere. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen? Ter gelegenheid van zijn afscheid dit jaar een portret van de onvermoeibare duizendpoot. \u2018De gave van Martijn is dat hij commercieel denkt, zonder dat het ervan afdruipt.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Jacqueline Oskamp","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123441"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=123441"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123441\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jacqueline Oskamp","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=123441"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=123441"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=123441"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}