
 {"id":123001,"date":"2006-09-30T00:00:00","date_gmt":"2006-09-29T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/leuke-gruwelmomenten-en-zo-nu-en-dan-een-blote-borst\/"},"modified":"2006-09-30T00:00:00","modified_gmt":"2006-09-29T22:00:00","slug":"leuke-gruwelmomenten-en-zo-nu-en-dan-een-blote-borst","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/leuke-gruwelmomenten-en-zo-nu-en-dan-een-blote-borst\/","title":{"rendered":"Leuke gruwelmomenten en zo nu en dan een blote borst"},"content":{"rendered":"<p>Griezelfilms hebben nooit echt goed geboerd in de Neder\u00adlandse filmindustrie. Hier wordt liever geld gestoken in maat\u00adschappelijk verantwoorde drama\u2019s en epische avonturen van verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog. Als je het een paar jaar geleden had over Nederhorror, kwam je onvermijdelijk uit bij het duo Dick Maas en Huub Stapel, dat met hun samenwerking in De Lift (1983) en Amsterdamned (1983) de Nederlandse horrormarkt in handen had. Door een gezonde dosis kitsch en seks is De Lift  cult geworden. De Johnsons (Rudolf van de Berg, 1992), over zeven agressieve jongemannen die uit naam van een demon hun halfzuster moeten bevruchten, was een van onze laatste \u00e9chte bijdragen aan het genre. Maar ook die film was meer camp dan horror.<\/p>\n<p>Toch er is hoop. Dit jaar zien vier nieuwe Nederlandse horrorfilms het licht. En het Nederlands Film Festival wijdt een heel programma aan het genre, inclusief gouwe ouwen en korte films.<\/p>\n<p>De horrorfilm heeft een slecht imago. Als serieuze cinema wordt horror nog altijd niet gezien en de ontwikkelingen stemmen weinig hoopvol. Anders dan bij literaire horror is de doelgroep van de griezelfilm \u2013 overigens net als de hoofdrolspelers \u2013 steeds jonger geworden. De gekwelde zielen van Edgar Allen Poe en de onbegrepen Frankenstein-monsters van Mary Shelley hebben plaats gemaakt voor moorddadige psychopaten met een voorkeur voor bronstige tieners. Hun taaie, onverwoestbare constitutie stelt seriemoordenaars als Freddy uit A Nightmare on Elm Street (Wes Craven, 1984) en Mike Myers van Halloween (John Carpenter, 1978) in staat tot in den treure terug te keren. Wanneer originele concepten toch hun weg naar de bioscopen vinden, zoals The Blair Witch Project (Daniel Myrick, Eduardo S\u00e1nchez, 1999) en Saw (James Wan, 2004), worden deze meestal zo vaak gekopieerd dat de films al snel niet meer van elkaar zijn te onderscheiden. Het is best te begrijpen dat de volwassen kijker uitgekeken raakt op het genre.<\/p>\n<p>Zelf heb ik wel altijd een zwak voor horror gehad, zij het tot op zekere hoogte. On\u00adge\u00efnspireerde commerci\u00eble horrorfilms  blijven ook voor liefhebbers een doodzonde. Terwijl horror met een beetje inspanning een heel creatief genre kan zijn. Bonuspunten zijn te verdienen met een macabere insteek en inventiviteit. Afgehakte hoofden zijn al lang niet opzienbarend meer, maar de sc\u00e8ne in Sam Raimi\u2019s culthit The Evil Dead (1981), waarin een meisje door bezeten bomen wordt aangerand, blijft schokkend. Creatieve moordmethoden kunnen eveneens op bewondering rekenen, zoals wanneer een kandidaat in het geniaal simpele Cube (Vincenzo Natali, 1997) na een confrontatie met een raster in blokjes uiteenvalt. Het gaat er in horrorfilms niet om dat mensen doodgaan \u2013 dat is een vaststaand gegeven \u2013 maar hoe.<\/p>\n<p>Bedoelde of onbedoelde hilariteit is een pre. Neem bijvoorbeeld de vijf minuten durende sc\u00e8ne waarin de hoogblonde Sally in The Texas Chainsaw Massacre (1974) wordt achternagezeten door een gestoorde slager met kettingzaag. Ze rent door bosjes, komt vast te zitten in struiken, zoekt haar toevlucht in een huis, springt van de eerste verdieping door een raam, om vervolgens weer een sprint richting bosjes in te zetten. En dit allemaal begeleid door gegil en het geronk van de kettingzaag. Het acteerwerk, de monsters, de slachtpartijen: alles is overdreven. Een aanstekelijke combinatie van kitsch en gruwelijkheid. Want wat in het echte leven onacceptabel is, mag in een horrorfilm wel: genieten van gruwelijkheid.<\/p>\n<p>Horror is vooral een emotionele belevenis. De belangrijkste functie van het genre is het opwekken van angst. Als dit goed gebeurt, kan horror heel indrukwekkend zijn. Helaas verwarren veel filmmakers angst de laatste tijd met schrik. Steeds vaker worden we bedolven onder goedkope schrikeffecten, die kennelijk spanning moeten opbouwen. Schrikken doe je inderdaad, maar dat is meer een reflex dan een diepgewortelde emotie. Angstaanjagende films dagen je uit je angsten onder ogen te zien en je grenzen op te zoeken. Sommige mensen springen er voor uit een vliegtuig of van een brug, maar met een goede horrorfilm wil het ook wel lukken.<\/p>\n<p>Toch blijft het moeilijk enge horrorfilms te vinden. Vermakelijkheid gaat vaak ten koste van angstaanjagendheid. De meest veelbelovende exemplaren komen dan ook niet uit Amerika, maar uit Aziatische landen als Japan, Hongkong en Zuid-Korea. Deze films proberen je niet in te pakken met schrikeffecten en liters tomatensap, maar scheppen een bloedstollende sfeer. Niet monsters of sadistische seriemoordenaars oefenen terreur uit, maar geesten. Geesten zijn ook een stuk sfeervoller dan ontbindende zombies of genetisch gemanipuleerde killers. In klassieke geestfilms als Ringu (Hideo Nakata, 1998) en The Eye (Oxide Pang Chun, Danny Pang, 2002) vloeit geen druppel bloed en zijn geen harde schrikeffecten, je weet juist precies wat er gaat gebeuren. De sc\u00e8ne waarin de vrouwelijke geest uit Ringu vanuit de put tergend langzaam richting de kijker zwalkt en uit de televisie kruipt, is ijzingwekkend. Juist het onvermijdelijke maakt deze sc\u00e8ne zo beklemmend.<\/p>\n<p>Westerse horror heeft me nooit nachtmerries bezorgd. Ik ben nooit bang geweest dat de clown uit It (Tommy Lee Wallace, 1990) mij in een afvoerputje zou trekken of  dat Freddy uit A Nightmare on Elm Street me in mijn dromen zou vermoorden. Maar ik was blij dat er een week na het zien van Ringu \u2013 het tijdstip waarop de geest zich op haar slachtoffers wreekt \u2013 niets uit mijn tv gekropen was.<\/p>\n<p>Eng kan Nederhorror niet genoemd worden. In de oudere horrorfilms houden gerespecteerde volwassen acteurs en actrices als Huub Stapel, Monique van de Ven en Willeke van Ammelrooy zich nuchter staande in bespottelijke scenario\u2019s. Alsof een moorddadige lift voor Stapel de meest normale zaak van de wereld is. Of de kalme manier waarop Van de Ven de demonenfoetus Xangadix in De Johnsons moederlijk tegen haar boezem drukt. En ook de lift die in De Lift listig zijn deuren opent voor een blinde man zonder dat de cabine aanwezig is, is vooral vermakelijk. Deze houding past ook bij de spreekwoordelijke Nederlandse nuchterheid. Horror moet je niet al te serieus nemen. Horror bestaat in Nederland uit een paar leuke gruwelmomenten en zo nu en dan een blote borst.<\/p>\n<p>Met de nieuwe lichting is het tijd voor een revaluatie. De gerenommeerde oudere spelers hebben plaatsgemaakt voor de soapgeneratie. De meeste films zijn serieus, maar niet zonder meer bloedstollend. Het vorig jaar vertoonde Woensdag (Jean-Paul Arends, Bob Embregts, 2005) is een goedkope slachtfilm, waarin een groep jongeren tijdens een reality tv-programma genaamd Camp Slasher per ongeluk ook echt in de Tilburgse bossen wordt afgeslacht. De amateuristische acteurs en lachwekkende speciale effecten maken van Woensdag wellicht de eerste bona fide Nederlandse B-horrorfilm. Doodeind (Erwin van den Eshof, 2006) en Sl8n8 (Frank van Geloven en Edwin Visser, 2006) zijn van de nieuwste aanwinsten het meest gelikt en nemen zichzelf ook het meest serieus. Doodeind lijdt wel een beetje aan een identiteitscrisis. De film, over jongeren die terecht komen in een bezeten huis, wordt gepromoot als de eerste Nederlandse survival horror. Om daarna ook meteen aangeprezen te worden als een mix van Amerikaanse en Japanse horror. Het Japanse leentjebuur vertaalt zich voornamelijk in de aanwezigheid van twee gekwelde geesten, maar uiteindelijk gaat het toch om de Amerikaanse elementen: de schrikeffecten en het gestadig krimpen van de vriendenclub. Sl8n8, waarin jongeren samen met een kwaadaardige geest opgesloten raken in een mijn, moet het vooral hebben van een aantal mooie decapitatiesc\u00e8nes, kleine bijrollen van bekende Nederlandstalige acteurs en platitudes als: \u2018Laten we opsplitsen.\u2019<\/p>\n<p>De recente aanwinst, Complexx (Ro\u00adbert A. Jansen, 2006) \u2013 jongeren zitten vast met moorddadige gamer in een amusementshal \u2013 is een film met een boodschap: gamen kan mensen gek maken en is soms zelfs dodelijk. Qua opzet heeft de film wel wat weg van een klassiek avonturenspel, zij het met een bloeddorstige gek in het kielzog. Toch wordt in de film minder met de scheiding realiteit\/virtuele realiteit gespeeld dan de opzet doet vermoeden.<\/p>\n<p>De hoogste verwacht gold Hori\u00adzonica (Ramon Etman, 2006). Een film waar liefhebbers jaren aan gezwoegd hebben en die nu eindelijk is afgerond. Hier herken je het werk van de echte aficionado\u2019s. Erg eng is de film niet, maar de passie druipt van het scherm. Met minimale middelen en veel improvisatie hebben de makers toch een heel acceptabele film afgeleverd. De onervarenheid is aan Horizonica af te zien, maar met zoveel creatieve verminkingen en uitbundig acteerplezier wil je de mankementen graag door de vingers zien. Het is een ode aan zombiefilms als Dawn of the Dead (George A. Romero, 1978) en spellen als Resident Evil (Misumisa Husoko, Shinji Mikami, 1996). En aan onafhankelijke horrorfilmmakers als Lloyd Kaufman, de man achter de cultserie The Toxic Avenger, die hier in een gastrol een van zijn eigen films aanprijst. De fan komt er goed aan zijn trekken: er zijn grafische slachtsc\u00e8nes, veel bekende gastrollen, komische intermezzo\u2019s en \u2013 zo node gemist in de andere recente Nederhorror \u2013 vrouwelijk frontaal naakt. Er is zelfs een beetje maatschappijkritiek. Want misschien zijn zombies voor de mensheid niet eens de grootste bedreiging. Zom\u00adbies voorzien in hun primaire levensbehoefte (het eten van dampende ingewanden), de mens handelt uit ego\u00efstische motieven. Hoe vaak kom je in films nog zoveel bevlogenheid tegen?!<\/p>\n<p>Het Nederlands Film Festival is van 27 september tot en met 7 oktober in Utrecht<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De horrorfilm is een onderontwikkeld genre in Nederland. Maar dit jaar verschijnen er vier nieuwe horrorfilms en wijdt het Nederlands Film Festival een heel programma aan horror. Komt de Nederhorror eindelijk verder dan de vermakelijke camp van films als De Lift?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Bregtje Schudel","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123001"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=123001"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/123001\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Bregtje Schudel","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=123001"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=123001"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=123001"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}